Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 november 2016 tot 6 november 2016

K. Schippers, Nelleke Noordervliet, Michael Cunningham, Robert Musil, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Zie ook alle tags voor K. Schippers op dit blog.

 

Als je op een vluchtheuvel

Als je op een vluchtheuvel
naar een tram loopt
en je hoort achter je
haastige voetstappen
hoe groot is dan de kans
dat je binnen een seconde
door een vage kennis
op de schouder
wordt getikt?

 

 

Verse or worse?

Als uw poëziecriticus John Bayley
schrijft over jonge personen die opkomen
en schitteren als meteoren

in de academische wereld, is hij zelf
aan het imploderen en wordt een
gapend zwart gat. Ingezonden

brief van mrs. Val Hennessey, Lyme Regis.
Wat bedoelt Bayley als hij dichters
prijst die weigeren poëzie

te laten klinken als zichzelf? Hoe moet
poëzie dan klinken? Luid geknal? Heavy
metal rock? Druppelende kranen?

 

 

Snelheid

Als ik het woord
brood lees
hoe snel ga ik
dan van de
eerste naar
de tweede o?

En als ik het schrijf?

 

 1973653-a3bc918fb4395f25a8fd96ec4a61ad66.jpg
K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

Uit: Aan het eind van de dag

“Een man ligt op zijn rug in de sneeuw, hoed een halve meter verder. Hij draagt een donkere jas. Zijn dode ogen staren naar de grijze hemel. Voetstappen gaan tot waar hij is gevallen; tot zover ademde hij. Het lichaam heeft - de armen licht gespreid - de dood ontvangen als een zegen. De politiefotograaf maakt korrelige zwart-witfoto's van het lijk. Op een ervan staan bij een hek in de linkerbovenhoek twee mannen te kijken naar wie daar ligt: de schrijver Robert Walser. Vijftig jaar eerder heeft hij zelf een dode man in de sneeuw beschreven: 'Hoe nobel heeft hij zijn graf uitgezocht. Midden tussen de heerlijke met sneeuw bedekte dennen ligt hij.' Het is eerste kerstdag 1956. Na de middagboterham is Walser een wandeling gaan maken. Hij houdt van de sneeuw, de donkere dennen, de winter. Al bijna dertig jaar verblijft hij in het psychiatrisch ziekenhuis te Herisau, opgesloten omdat hij stemmen hoort, hoewel hij geen gevaar is voor zichzelf of voor anderen. Hij wil er niet zitten maar zit er toch, en heeft sinds zijn aankomst daar geen pen of potlood meer aangeraakt. Voor schrijven is vrijheid nodig, zegt hij. Maar dan nog is schrijven zwaar. Opgesloten kan hij niet meer schrijven en is hij op een andere manier vrij. Dertig jaar zwijgen. De stemmen in zijn hoofd spreken tot hem alleen. En dan de sneeuw in.
Ik lees het in een tijdschrift en staar naar de foto's. Ze zijn teder en obsceen. Robert Walser is 78 jaar oud als hij sterft. Ik ben nu niet veel jonger dan hij was, toen de dood zich over hem boog. Midden in het leven sta ik, nog lang niet verslagen. Ik hoor, gedempt door dubbel glas, het stadsverkeer. Mijn Simon, gezel van de laatste jaren, zit aan tafel met zijn laptop en zoekt iets voor me uit waarvan hij denkt dat ik het wil weten. Hij houdt zijn kin omhoog om de leesbril op zijn neus te houden. Straks zal hij me gedetailleerd verslag doen van zijn bevindingen. Ik kijk naar de wolken boven de daken van de stad. Er dreigt regen.
Op eerste kerstdag 1956, bijna zestig jaar geleden, zo rond de tijd dat Robert Walser zijn laatste schreden zet in de sneeuw en zijn hart ophoudt te kloppen, zit ik thuis aan tafel een boek te lezen, L'Etranger van Albert Camus. Ik probeer het in het Frans met een woordenboek erbij. Een Franse Algerijn vermoordt een Arabier op het strand. Hij wordt veroordeeld. Het is het verhaal van de dader zelf, in eenvoudige bewoordingen, kaal als het landschap, heet en droog. Ik ben vijftien en zit in de derde klas van het gymnasium.”

 

 1973653-64409cd749d818e08962f763f6cdccfb.jpg
Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

Uit: A Wild Swan and Other Tales

“Most of us are safe. If you’re not a delirious dream the gods are having, if your beauty doesn’t trouble the constellations, nobody’s going to cast a spell on you. No one wants to transform you into a beast, or put you to sleep for a hundred years. The wraith disguised as a pixie isn’t thinking of offering you three wishes, with doom hidden in them like a razor in a cake.
The middling maidens—the ones best seen by candlelight, corseted and rouged—have nothing to worry about. The pudgy, pockmarked heirs apparent, who torment their underlings and need to win at every game, are immune to curse and hex. B-list virgins do not excite the forces of ruination; callow swains don’t infuriate demons and sprites.
Most of us can be counted on to manage our own undoings. Vengeful entities seek only to devastate the rarest, the ones who have somehow been granted not only bower and trumpet but comeliness that startles the birds in the trees, coupled with grace, generosity, and charm so effortless as to seem like ordinary human qualities.
Who wouldn’t want to fuck these people up? Which of us does not understand, in our own less presentable depths, the demons and wizards compelled to persecute human mutations clearly meant, by deities thinking only of their own entertainment, to make almost everyone feel even lonelier and homelier, more awkward, more doubtful and blamed, than we actually are?
If certain manifestations of perfection can be disgraced, or disfigured, or sent to walk the earth in iron shoes, the rest of us will find ourselves living in a less arduous world; a world of more reasonable expectations; a world in which the appellations “beauty” and “potency” can be conferred upon a larger cohort of women and men. A world where praise won’t be accompanied by an implied willingness to overlook a few not-quite qualities, a little bit of less-than.”

 

 1973653-0f745986a809233d03f4f2683540e8fc.jpg
Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

Uit: Die Verwirrungen des Zöglings Törleß

„Fast nackte Kinder wälzten sich in dem Kot der Höfe, da und dort gab der Rock eines arbeitenden Weibes die Kniekehlen frei oder drückte sich eine schwere Brust straff in die Falten der Leinwand. Und als ob all dies sogar unter einer ganz anderen, tierischen, drückenden Atmosphäre sich abspielte, floß aus dem Flur der Häuser eine träge, schwere Luft, die Törleß begierig einatmete.
Er dachte an alte Malereien, die er in Museen gesehen hatte, ohne sie recht zu verstehen. Er wartete auf irgend etwas, so wie er vor diesen Bildern immer auf etwas gewartet hatte, das sich nie ereignete. Worauf ...? ... Auf etwas Überraschendes, noch nie Gesehenes; auf einen ungeheuerlichen Anblick, von dem er sich nicht die geringste Vorstellung machen konnte; auf irgend etwas von fürchterlicher, tierischer Sinnlichkeit; das ihn wie mit Krallen packe und von den Augen aus zerreiße; auf ein Erlebnis, das in irgendeiner noch ganz unklaren Weise mit den schmutzigen Kitteln der Weiber, mit ihren rauhen Händen, mit der Niedrigkeit ihrer Stuben, mit ... mit einer Beschmutzung an dem Kot der Höfe ... zusammenhängen müsse ... Nein, nein; ... er fühlte jetzt nur mehr das feurige Netz vor den Augen; die Worte sagten es nicht; so arg, wie es die Worte machen, ist es gar nicht; es ist etwas ganz Stummes, – ein Würgen in der Kehle, ein kaum merkbarer Gedanke, und nur dann, wenn man es durchaus mit Worten sagen wollte, käme es so heraus; aber dann ist es auch nur mehr entfernt ähnlich, wie in einer riesigen Vergrößerung, wo man nicht nur alles deutlicher sieht, sondern auch Dinge, die gar nicht da sind ... Dennoch war es zum Schämen."

 

 1973653-bdd42add69cf7cc5b6afba8ed80ae7aa.png
Scene uit „Der junge Törless“ van Volker Schlöndorff uit 1966

 

»Hat das Bubi Heimweh?« fragte ihn plötzlich spöttisch der lange und um zwei Jahre ältere v. Reiting, welchem Törleß' Schweigsamkeit und die verdunkelten Augen aufgefallen waren. Törleß lächelte gemacht und verlegen, und ihm war, als hätte der boshafte Reiting die Vorgänge in seinem Innern belauscht.
Er gab keine Antwort. Aber sie waren mittlerweile auf den Kirchplatz des Städtchens gelangt, der die Form eines Quadrates hatte und mit Katzenköpfen gepflastert war, und trennten sich nun voneinander.
Törleß und Beineberg wollten noch nicht ins Institut zurück, während die andern keine Erlaubnis zu längerem Ausbleiben hatten und nach Hause gingen.“

 1973653-bc31613cd546369a06930af80515934a.jpg
Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)
Musil museum in Klagenfurt

 

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

Uit:Sarnami, hai

‘Waarom ben je er weer, grootvader? Natuurlijk weet ik het. Alleen was het vroeger anders tussen ons. Toen zocht ik je met een soort kinderlijk idealisme en liet ik mij meeslepen door je mystiek, je klaaglijke melodieën over de liefde en de goden. Ik zocht je bij de stallen van Rabindrenath wanneer ik de huur ging betalen en kocht daarna op de markt een boek over de handleeskunde bij een vriendelijke, oude man. Omdat ik vond dat je op hem leek. Tenminste, zoals ik mij je op die leeftijd voorstelde. Ik hoorde je energie en hartslag aan het geknetter van de dhôl en de tabla. In mijn fantasie zag ik je schaduw onder de koelte van de djamoenstruiken tussen de rijstvelden in het district.
Ik zocht je ook bij de zwampen, 's ochtends heel vroeg. En 's avonds ver achter diezelfde zwampen, ver achter de mokko-mokko en de parwabossen. ik zocht je voorbij de Marowijne in een verte die ik niet kende. Ik beschouwde je als een filosoof, die komt, juist omdat hij weer weggaat. Een ontdekkingsreiziger, die de kolder van deze jungle vervloekte en naar India terugkeerde. Naar zijn oude cultuur. Ik dacht meer aan jou dan aan mezelf. En terwijl anderen speelden en zich vermaakten, dwong je mij te zoeken naar de oplossing van het raadsel tussen jou en Janakya, mijn grootmoeder. Je ging terug. Je verkoos je heilige apen en olifanten boven het gebrul van de Zuidamerikaanse jaguar. De stilte van dat beest wanneer het met zijn bloederige muil in het kreupelhout lag te slapen na het nuttigen van een baby die in een van de ellendige hutten was achtergelaten tijdens de werkuren op het veld.
Je vond het beter terug te gaan naar je heilige slangen en koeien. Naar de dorre aarde, wachtend op de monsoenen. De overstromingen. De aardbevingen. Het was je voorkeur. Helaas kan ik die voorkeur niet delen om de dingen, de mensen die je achterliet. Mezelf. Ata. Ik haat je, grootvader. Je hoeft het mij niet te vergeven dat ik je een hond noem. Een zwijn. Een smerige wegloper. Maar wat heb ik aan deze beschuldigingen? Ajodiadei heeft gelijk, Harynarain Hirjalie. Wij zijn uit hetzelfde hout gesneden. Ook ik vervloek deze wildernis. En ook ik zal een kind achterlaten!
Zij verscheurt de foto's, langzaam met tranen in haar ogen
.”

 

 1973653-3fa0d5452cb9d35aee16f2abfd33c0e8.gif
Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)
Jaren zestig

 

 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

Uit: Een zwerm bijen

“Achter de deur van het huis Nummer Vier schreit een kind. Honger? Een negerkind met opgezwollen buik en zand in de maag?
Nummer Zestien. Zestien gelijke vensters naast zestien gelijke deuren en tweehonderd meter verder: mensen. Duizenden mannen en vrouwen. En in de etalages mannequins. Duizenden mieren die de verkeerspaaltjes ontwijken, zich slingeren tussen auto's en trams en huizen en duizenden andere mieren.
Mijn benen zijn zwaar. Ik loop een warenhuis binnen. Spotgoedkoop. Ik koop de Negende van Beethoven bij juffrouw Nummer Zeventien. Zestien en één is Zeventien. Ben je de dochter van Nummer Zestien die: ‘Johan, ik zal je doodslaan’ schreeuwde toen ik aanbelde? Haar ogen stonden blauw-hard in haar bitse gelaat.
‘Johan!’
Johan deed evenwichtsoefeningen op de leuning van een zetel. In de zetel: een opgerolde deken waaruit een blond meisjeskopje stak. Het is koud, de kachel brandt niet. De kolen zijn op. Zo'n winter. Eén frank tachtig het kilo. Je bent een vrouw, je man is dood, je zoon is op een vissersboot (zes weken was hij laatst weg; ze hadden storm gehad, waren een haven binnengevlucht; hij had ook iets gebroken op de boot en ze hadden het afgehouden van zijn loon, de uitbuiters), je dochter ging ervandoor met een rijkeluiszoon, een schoft die haar heeft laten zitten met een kind.
Ik had nog vierhonderd frank. De Negende van Beethoven. Alle Menschen werden Brüder. Ik gaf haar tweehonderd frank. Sint-Maarten hield ook een halve mantel voor zich.”

 

 1973653-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg
Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)
Pervijze

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 09:57 Reageer op dit bericht

Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek, James Jones, Galaktion Tabidze, Jonas Lie, Johannes Jörgensen

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Bodenski op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Traum Vom Tod

Ich hab heut Nacht vom Tod geträumt
Er stand auf allen Wegen
Er winkte und er rief nach mir so laut
Er sprach mein Leben sei verwirkt
Ich sollt mich zu ihm legen
Ein frühes Grab sei längst für mich gebaut

Ich floh soweit das Land mich trug
Soweit die Vögel fliegen
Doch mir zur Seite spürte ich den Tod
Sein Schatten folgte meiner Spur
Ich sah ihn bei mir liegen
Und seine Hände waren blutig rot

Da wußte ich es weht der Wind
Und Regen fällt hernieder
Auch wenn schon längst kein Hahn mehr nach mir kräht
Weil ich schon längst vergessen bin
Singt man mir keine Lieder
Nur Unkraut grünt und blüht auf jedem Feld

Ich hab heut Nacht vom Tod geträumt
Es gibt kein ewig Leben
Für Mensch und Tier und Halm und Strauch und Baum


... das war mein Traum

 

 1973640-d6545dc4c6d8750a9e7c4ab58dc8449d.jpg
Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en predikant Johannes Petrus Hasebroek werd geboren in Leiden op 6 november 1812. Zie ook alle tags voor Johannes Petrus Hasebroek op dit blog.

Uit: Waarheid en droomen (De stamboom)

“In onze dagen van gelijkheid, nu alle hoeden uit hetzelfde stuk vilt worden gesneden, is het nog iets, dat den boezem doet zwellen, de glanzende helmkap aan te zien, die op den naam, dien gij voert als een kroon van eere drukte! In onze dagen van industrieelen wedstrijd en commercieele worsteling, is het nog iets schoons, bij het openvallen van de bloedige bladen onzer oude historie, op een blinkend blad te kunnen wijzen en zeggen: Deze was mijn grootvader! - En waarom het niet erkend, dat zulke herinneringen meer dan een poëtische speling, dat zij in onze eeuw van nuttigheid, ook nog nuttig kunnen zijn om in hem, in hem, bij wien ze opkomen, adellijke gevoelens op te wekken? Of gelooft gij niet, dat de eikenkrans, die den naam der Dedels en Fagels onzer dagen omringt, te fleuriger blinkt, omdat hij gewassen is aan een edelen stam, die honderden jaren telt?
Zoo zij het dan verre van mij, als een onzinnige Jacobijn, op de teekenen van verjaarde grootheid te spuwen, en over alle gekroonde helmen de roode muts te willen trekken. Mijn liefde voor antiquiteiten moet u het tegendeel gewaarborgd hebben. Maar dit gaat echter niet zoo ver, dat ik mij mijns deftigen burgelijken geslachts schamen, of daaraan ergeren zou; dat ik de asch mijner vaderen in het graf nog zou willen beschimpen, omdat zij niet in een familiekelder rust; en dat ik op hun zark niet zou willen neêrknielen, omdat er niet dan hun eenvoudige naam op straat uitgebeiteld.
Ik moet mijzelven beter recht doen; ik ben op mijn geslacht zoo trotsch, dat ik het niet met het geslacht van eenigen Baroen op de wereld zou willen ruilen: want mijn stamboom is van de edelste, die men zien kan!”

 

 1973640-04c245522efe3d48f7c6ee804e435ed4.gif
Johannes Petrus Hasebroek (6 november 1812 – 29 maart 1896)
Portret door Louis Chantal, 1847

 

 

De Amerikaanse schrijver James Jones werd geboren op 6 november 1921 in Robinson, Illinois. Zie ook alle tags voor James Jones op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2009 en ook mijn blog van 6 november 2010

Uit:From Here to Eternity

“Thats a lie.” Tommy was sitting pushed way back in the chair. “I am evil, and I know it. You dont have to make it easy for me. You don’t have to protect me.”
“Hell, buddy, I wouldnt make it easy for you. You dont mean nothing to me.”
“I know I’m evil,” Tommy said. “I know I’m evil.”
“Who made you believe that?” Prew said. “Who taught you that? Your mother?”
“No,” Tommy said. “No, no, no. My mother was a saint You dont understand. My mother was a saint.”
“Shut up, Tommy,” Hal said narrowly.
Prew swung on him. “If you guys like being queer, why dont you be queer with each other? Instead of all a time trying to cut each other’s throat? If you believed that crap about true love you been putting out, why do you get your feelings hurt so easy? Somebody’s always hurtin your feelings. Why do you always pick up somebody who aint queer? Because if you’re with another queer, you dont feel evil enough, thats why.”
“Stop!” Hal said. “This quivering hulk of jelly can say whatever he wants to say. But I am none of these things. I stand as a rebel against society. I hate its falseness and I’ll never knuckle down to it. It takes courage to stand by what you believe.”

 

 1973640-705edc4e6e148508f11c3dd096477cf6.jpg
Burt Lancaster en Deborah Kerr in de film uit 1953

 

“I dont like it very much myself,” Prew grinned. He could feel the warmness and the fumes, rising in his head, the urge, urge, urge, the smash, smash, smash, six o’clock, six o’clock, six o’clock. “Its never done much for me, society. What has it given me? It aint done near as much for me as it has done for you. Look at this place, look at it.
“But I dont hate it like you hate it. You hate it because you hate yourself. You aint rebelling against society, you’re rebelling against yourself. You aint rebelling against anything, you’re just rebelling.”
He stabbed at the tall man with his finger."

 

 1973640-bbd0e070f4d6ea1d13272364c09bccf4.jpg
James Jones (6 november 1921 – 9 mei 1977)

 

 

De Georgische diichter en schrijver Galaktion Tabidze werd geboren op 6 november 1891 in Chqvishi, in de buurt van Vani. Zie ook alle tags voor Galaktion Tabidze op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2009 en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Last Train

Like the chariot of time, this car
cannot be stopped, it will soon leave.
And hope, like Fortune's fickle star
is fading far and fast from me.

I know this voyage’s real name.
Why even bother, now, to grieve?
When have I received from a train
either solace, or sympathy?

The train—like lava—rumbles, dozing.
Conductors call out: All aboard, please!
You must depart, sir, doors are closing.
Conductors call out: All aboard, please!

Ah. Now iron starts to move.
Choked with tears, I’m chasing after,
calling last words to my love:
the last we will speak to each other.

Lord, why curse me with such fortune,
Each time losing hope anew?
For the art of valediction,
Will no one but a poet truly do?

 

 

Uncertainty

There is inside your heart
a bitter, brutal death,
a place of deep upset
where the lyre cannot breathe.

Once a boiling fire,
now your blood is frozen.
And your eye has no tear,
your heart — no compassion.

And when asked: “What occured,
what does your heart yearn for?”
He raises his arms skyward
yet gives to men no answer.


Vertaald door Christopher Michel

 

 1973640-fc728950c488c382bdc1dd725b1764ee.jpg
Galaktion Tabidze (6 november 1891 – 17 maart 1959)
Cover 

 

 

De Noorse schrijver Jonas Laurits Idemil Lie werd geboren op 6 november 1833 in Eiker bij Drammen. Zie ook alle tags voor Jonas Lie op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

Uit: One of Life's Slaves (Vertaald door J. Muir)

“For a nurse is an esteemed person. Indeed, she is on the expectancy list to become respected.
After having nursed her mistress's child, and been a correspondingly unnatural mother to her own, she ends by sleeping on down, and being considered in every way, until a new nurse for a new heir deposes her from her dynasty.
Should she prefer to give her own little baby the only treasure she possesses, her healthy breast, should she really be so blind to her own interests, why then the case is different, and (to use Dr. Schneibel's words) not altogether unmerited, only a result of the social economy to which she does not know how to be intelligently subordinate, and which will reduce her, with the inexorable logic of the laws of civilisation, to a useless superfluity, which Society's organism rejects. Or, vulgarly speaking, she is left with shame, contempt and poverty resting upon both her and her illegitimate offspring. As a private individual, she is in a sense right; but socially, as a member of society----!
At first poor Barbara was quite blind on this point, utterly obstinate, rigid as a mountain pony that could not be got to stir. Dr. Schneibel was standing for the third time at the tinsmith's, with his stick under his nose, while his gig waited down in the road. Each time he had added to both wages and arguments, and had again and again pointed out how bad it would be both for her and her boy if she continued so obstinate. He appealed to her own good sense. How could she expect to bring him up in such poor, narrow circumstances, and with allm this toiling and moiling? She would only need to give up a part of her large wages to the tinsmith, and they would look well after the boy.
Besides she could often come out and see him, at least once a month!—he could promise her that on the Veyergangs' behalf, and it was very kind of them now they lived such a long way out of town.
Dr. Schneibel talked both kindly and severely, both good-naturedly and sharply: he was almost like a father.”

 

1973640-4231594c4cdd4cf4c76d5f1579305686.jpg
Jonas Lie (6 november 1833 – 5 juli 1908)
Met zijn echtgenote Thomasine, 1903

 

 

De Deense schrijver Johannes Jörgensen werd geboren in Svendborg op 6 november 1866 geboren. Zie ook alle tags voorJohannes Jørgensen op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

Uit: St. Francis and His Brethren (Vertaald doorT. O'Conor Sloane)

"My dearest brother, let us for God's sake give your cloak to this poor woman!"
And Brother Giles at once took off his beautiful cloak and gave it to the woman, and it seemed to him — thus he told it afterwards — that this alms seemed to ascend to heaven. But he himself felt in his heart an inexpressible joy.
There were now four living together in the hut at Portiuncula. In this first year they had little need for a house and home, for they spent most of their time in missionary trips.
What Francis had up to this time done alone, the four did together or in couples. Thus Francis associated himself with Giles, whom he had quickly learned to love, and whom, with an expression borrowed from his reading of romance, he called his " Knight of the Round Table," and with him started on a trip through the near environs — to the Mark of Ancona, the region between the Apennines and the Adriatic Sea. On his return, Francis had the happiness to receive three new disciples, Sabbatino, Morico, and John — the last named acquired the title of Capella, "of the hat," because he was the first to wear a hat in violation of the rule of the order. All seven started out again, and Francis now chose Rieti in the Sabine Mountains as the goal for his mission.
In contrast to the regular ecclesiastical eloquence, Francis and his friends were to the last degree simple in their preaching. His sermons had more of the flavor of exhortations than of elaborated discourses — they were artless words, which came from the heart and went to the heart. His preaching always came back to three points: fear God, love God, convert yourself from bad to good. And when Francis was through, Brother Giles would add: "What he says is true! Listen to him and do as he says!"

 

 1973640-416135ddda65f52506affbf168770937.jpg
Johannes Jørgensen (6 november 1866 - 29 mei 1956)
Sint Franciscus in extase door Caravaggio, 1595

Geschreven door Romenu om 09:56 Reageer op dit bericht

Colson Whitehead

De Amerikaanse schrijver Colson Whitehead werd geboren op 6 november 1969 en groeide op in Manhattan. Hij bezocht de Trinity school in Manhattan en studeerde af aan Harvard University in 1991. Na het verlaten van de universiteit, schreef Whitehead voor The Village Voice. Tijdens het werken voor de Voice begon hij met het schrijven van zijn eerste romans. Whitehead heeft sindsdien zeven boeken gepubliceerd: zes romans en een meditatie over het leven in Manhattan in de stijl van E.B. White's beroemde essay “Here Is New York”. Hij debuteerde in 1999 met “The Intuitionist”. Deze roman werd gevolgd door “John Henry Days”(2001), “The Colossus of New York” (2003) “Apex Hides the Hurt” (2006), “Sag Harbor” (2009), “Zone One, a New York Times Bestseller” (2011) en “The Underground Railroad” (2016) die hem de National Book Award for Fiction opleverde. Esquire Magazine noemde “The Intuitionist” het beste romandebuut van het jaar, en GQ noemde het boek een van de "romans van het millennium." Whiteheads non-fictie, essays en recensies zijn verschenen in talrijke publicaties, waaronder The New York Times, The New Yorker, Granta, en Harper's. Whitehead doceerde aan Princeton University, New York University, de University of Houston, Columbia University, Brooklyn College, Hunter College, Wesleyan University, en hij was writer-in-residence aan Vassar College, de Universiteit van Richmond en de Universiteit van Wyoming. In het voorjaar van 2015 begon hij in The New York Times Magazine een column over taal te schrijven. “The Underground Railroad” werd geselecteerd door Oprah's Book Club 2.0 en werd ook door president Barack Obama gekozen als een van de vijf boeken op zijn lijst voor zijn zomervakantie.

Uit: Zone One

“He always wanted to live in New York. His Uncle Lloyd lived downtown on Lafayette, and in the long stretches between visits he daydreamed about living in his apartment. When his mother and father dragged him to the city for that season's agreed-upon exhibit or good-for-you Broadway smash, they usually dropped in on Uncle Lloyd for a quick hello. These afternoons were preserved in a series of photographs taken by strangers. His parents were holdouts in an age of digital multiplicity, raking the soil in lonesome areas of resistance: a coffee machine that didn't tell time, dictionaries made out of paper, a camera that only took pictures. The family camera did not transmit their coordinates to an orbiting satellite. It did not allow them to book airfare to beach resorts with close access to rain forests via courtesy shuttle. There was no prospect of video, high-def or otherwise. The camera was so backward that every lurching specimen his father enlisted from the passersby was able to operate it sans hassle, no matter the depth of cow-eyed vacancy in their tourist faces or local wretchedness inverting their spines. His family posed on the museum steps or beneath the brilliant marquee with the poster screaming over their left shoulders, always the same composition. The boy stood in the middle, his parents' hands dead on his shoulders, year after year. He didn't smile in every picture, only that percentage culled for the photo album. Then it was in the cab to his uncle's and up the elevator once the doorman screened them. Uncle Lloyd dangled in the doorframe and greeted them with a louche "Welcome to my little bungalow."
As his parents were introduced to Uncle Lloyd's latest girlfriend, the boy was down the hall, giddy and squeaking on the leather of the cappuccino sectional and marveling over the latest permutations in home entertainment. He searched for the fresh arrival first thing. This visit it was the wireless speakers haunting the corners like spindly wraiths, the next he was on his knees before a squat blinking box that served as some species of multimedia brainstem. He dragged a finger down their dark surfaces and then huffed on them and wiped the marks with his polo shirt. The televisions were the newest, the biggest, levitating in space and pulsing with a host of extravagant functions diagrammed in the unopened owner's manuals. His uncle got every channel and maintained a mausoleum of remotes in the storage space inside the ottoman. The boy watched TV and loitered by the glass walls, looking out on the city through smoky anti-UV glass, nineteen stories up."

 

 1999549-4424d7d5d47d801fe1bdb5a2404d6b7c.jpg
Colson Whitehead (New York, 6 november 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bert Wagendorp, Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Maurice Kilwein Guevara, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

Uit:Ventoux

‘Nee.’
‘Maar daar kom ik wel achter.’
‘Ja.’
‘Ik heb een trainingsschema opgesteld, en jij en ik gaan de komende tijd hard aan de slag. Daarna gaan we naar de Ventoux. Wat zeg je ervan? De diploma-uitreiking is op 11 juni, beetje feesten, vertrekken we 16 juni, woensdag.’ Hij had de hele planning al klaar.
‘Ik ben een slechte klimmer. Ik word al beroerd van het Peeske.’
‘Weet ik,’ zei Joost. ‘De tonus van jouw spieren is ongeschikt voor het hooggebergte. Mijn benen zijn langer en vermoedelijk zijn mijn spieren ook geschikter. Maar met trainen kun je veel compenseren. Bovendien is wielrennen een gevecht tegen jezelf. Zei Gerrie Knetemann laatst.’ Hij klonk als een wielertrainer en hij wist wie Gerrie Knetemann was.
==

De weken daarna gingen we drie keer per week trainen, waarbij Joost aangaf wat de bedoeling was. Hij had het over temporiseren en interval en nadat we voor de eerste keer het Peeske op waren gereden, wist hij hoeveel watt hij had weggetrapt. Hij reed een stuk harder omhoog dan ik. ‘Je bent aan de zware kant,’ zei hij boven. ‘Je moet straks elke kilo 1600 meter omhoog hijsen. Weet je hoeveel energie dat kost? Evenveel als je gebruikt om 1600 kilo één meter omhoog te tillen. Moet je je voorstellen!’
Ik stond te rillen want het was nog niet eens februari en behoorlijk koud.
Hij had uitgerekend dat hij de klim in één uur en 52 minuten zou doen. ‘En ik ben bang dat jij zult uitkomen op rond de twee uur tien.’
Na de derde trainingsrit zei ik tegen mijn moeder dat ik minder ging eten. Ze keek me bezorgd aan. ‘Je moet aan je examens denken, niet alleen maar aan die berg. Je moet goed eten, anders hebben je hersenen straks energietekort.’

 

 1973253-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg
Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)
Scene uit de gelijknamige film uit 2015

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

Uit: Labor Day

“One thing he would tell me, though, he said, had to do with babies. Not that he was any kind of expert, but for a brief while, long ago, he had cared for his son, and that experience more than any other had taught him the importance of following your instincts. Tuning in to the situation with all your five senses, and your body, not your brain. A baby cries in the night, and you go to pick him up. Maybe he’s screaming so hard his face is the color of a radish, or he’s gasping for breath, he’s got himself so worked up. What are you going to do, take a book off the shelf, and read what some expert has to say?
You lay your hand against his skin and just rub his back. Blow into his ear. Press that baby up against your own skin and walk outside with him, where the night air will surround him, and moonlight fall on his face. Whistle, maybe. Dance. Hum. Pray.
Sometimes a cool breeze might be just what the doctor ordered. Sometimes a warm hand on the belly. Sometimes doing absolutely nothing is the best. You have to pay attention. Slow things way down. Tune out the rest of the world that really doesn’t matter. Feel what the moment calls for.”
(…)

“What I have found is that a baby—though she doesn’t know words yet, or information, or the rules of life—is the most reliable judge of feelings. All a baby has with which to take in the world are her five senses. Hold her, sing to her, show her the night sky or a quivering leaf, or a bug. Those are the ways—the only ways—she learns about the world—whether it is a safe and loving place, or a harsh one. What she will register, at least, will be the fact that she is not alone. And it has been my experience that when you do this—slow down, pay attention, follow the simple instincts of love—a person is likely to respond favorably. It is generally true of babies, and most other people too, perhaps. Also dogs. Hamsters even. And people so damaged by life in the world that there might seem no hope for them, only there may be. So I talk to her. Sometimes we dance. When our daughter’s breathing is steady again—maybe she has fallen asleep, maybe not—we buckle her up in her car seat and continue north. I always know, whatever hour it may be when we pull down the long dirt road leading to their house, that the lights will be on, and the door will be open even before we reach it—my mother standing there, with Frank beside her. You brought the baby, she says.”

 

 1973253-aaa252f4450091553b8574bfeda22bd6.jpg
Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Stichmann op dit blog.

Uit: Jackie in Silber (Alleinstehende Herren)

„Montag: Der Club geht im Vorstadtpark Rollschuh laufen. Sportlich vorbei an Baum, Hund, Baum. Das macht das Kreuz robust und die Muskeln geschmeidig. Vorneweg Paul, mit den Händen hinter dem Rücken. Dann Henneberg und du, euch gegenseitig stützend. Die Fräuleins weichen wortlos aus. „Herrschaftszeiten“, sagt Henneberg, auf der Parkbank verschnaufend, „wo kommen die nur alle her? Gott muss einen riesigen Topf voller Mädchenpampe haben, da greift er rein und formt Arme, Beine, Zöpfe. Streut allem noch eine Prise Unerreichbarkeit zu, denn das ist der Hauch des Lebens, jaja.“
Am Dienstag trifft Paul seine Witwe, motorisiert aus dem Anzeiger. Ihr anderen zwei hängt vor der Fensterscheibe des Italieners und seht zu. Paul sitzt so weit ganz souverän am Tisch, einer riesigen, lächelnden Nase gegenüber. Der Kellner kommt, der Kellner geht. Als die beiden das Restaurant verlassen, guckt ihr weg und kennt Paul nicht. Nur zwei zufällige Herren, die einen Sportrülpswettbewerb machen. Paul schüttelt der Dame die Hand. Die Dame geht und steigt in den Bus. Paul guckt traurig. „Habt ihr diese Nase gesehen?“ Zärtlich klopft ihr dem Kumpel die Schulter. „Alter Junge, vielleicht beim nächsten Mal!“ Dann zieht ihr unsicher grölend in den Imbiss 5.000 und stellt euch zu den Karikaturen an den Tisch. Paul wagt ein Spielautomatspielchen, er erntet Kleeblatt, Herz und Stern. Du sagst: „Potztausend.“ Henneberg hebt den Finger.
Lieselotte hat gesagt, einen Tee könne man ja mal trinken. Du duschst den ganzen Morgen, dann reibst du dich mit Kokosöl wund. Pünktlich um kurz nach zwei stehst du vor ihrer Tür. Du hast Rosen dabei und setzt dein dreieckiges Lächeln auf. Als Lieselotte in der Tür steht, merkst du, dass die Rosen kitschig sind. Heute kommt man zufällig vorbei, nur so, vielleicht ein Teechen? Ach, warum nicht, ehe ich mich totschlagen lasse, ein Tässchen geht rein. Anis-Fenchel-Kümmel oder Hagebutte?”

 

 1973253-1b9314e74e488e2322c0b7869ef3861e.jpg
Andreas Stichmann (Bonn, 5 november 1983)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en hoogleraar Maurice Kilwein Guevara werd geboren op 5 november 1961 in Belencito. Zie ook alle tags voor Maurice Kilwein Guevara op dit blog.

 

Teusaquillo, 1989

Eleven bombs had gone off the previous night,
most of them in this neighborhood, which is called
Teusaquillo, and it is one of the pleasantest in Bogotá.
—Alma Guillermoprieto

Flowering sietecueros trees:
How easily we married ourselves
to the idea of that bruised light
outside the window,
capillary
fibers of the linen,
stained wood of the door frame.
Deepening hallway.
Beyond
the stucco portal,
crushed purple.

At night, tinnitus
we thought,
the ringing after an explosion,
a frenzied inner ear axle squeal,
until I placed my stethoscope's bell
on the purpled ceiling:

Bats at roost
under the terracotta tiles,
each squeak a vector between mountains,
sicarios ricocheting through the dark.

"If you press your skull between the pillows,
it's like a lullaby."

At dawn our windows
imploded from the street.
Before the glaziers knocked, a breeze:
Blood-sweet draft of begonias
rising again from the iron grillwork
of our little yard.



 1973253-80e413a5a4afec9b48803dad07a3e812.jpg
Maurice Kilwein Guevara (Belencito, 5 november 1961)

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns-Josef Ortheil op dit blog.

Uit:Die Berlinreise

„Ich selbst wusste als damals zwölfjähriger Bub vom früheren Leben meiner Eltern in Berlin so gut wie nichts. Dass sie vor meiner Geburt vier Söhne verloren hatten, hatte ich erfahren, kannte aber damals die genaueren Umstände dieser Todesfälle nicht. Im Grunde war ich also in diesen Familiendingen sehr ahnungslos, als ich die Reise mit meinem Vater antrat.
Bereits seit mehreren Jahren aber war ich darin geübt, täglich Notizen und Aufzeichnungen über all das zu machen, was mir besonders auffiel und durch den Kopf ging. (Ich hatte mit solchen Notizen im Alter von etwa sieben Jahren begonnen, sie waren zunächst von meinem Vater, dann aber auch von meiner Mutter korrigiert und betreut worden. Im Grunde bildeten sie so etwas wie eine sehr lehrreiche Schule des Schreibens.) Solche kleineren, rasch notierten Texte schrieb ich auch während der Berlinreise. Mit einem großen
Fundus dieser meist mit dem Bleistift oder einem Füller gemachten Aufzeichnungen kehrte ich nach Köln zurück. Bis Weihnachten 1964 entstand anhand dieses Materials der hier veröffentlichte Text, den ich damals »ein Reisetagebuch« nannte. In ihm hatte ich die von der Reise mitgebrachten Notizen zu einer Art kleinem Reiseroman ausgearbeitet, der die Erlebnisse in eine erzählerisch ausgeschmückte Form brachte. Er war vor allem ein Geschenk an meinen Vater, der an derartigen Texten (und ihrem besonderen Ton) eine große Freude hatte und sie immer wieder mit Vergnügen las. Ich schenkte ihm dieses Reisetagebuch zu Weihnachten 1964, er las es wohl unzählige Male, und er nahm dann und wann (aber nur, wenn er Lust dazu hatte) einige kleinere orthographische und stilistische Korrekturen am Text vor."

 

 1973253-ddd6870a3072d5c71281701700d6487d.jpg
Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Anna Maria van Schurman op dit blog.

Uit: Brief aan prinses Elizabeth van Bohemen

“Wij kunnen er gemakkelijk de vereiste betrekkelijkheid in brengen als wij beter het genie en de tijdgeest van hun eeuw en de onze zouden kennen. J. Lipsius heeft juist deze methode in zijn boek getiteld Vermaningen (antieke en moderne voorbeelden) getraceerd en heeft aan publieke en particuliere personen laten zien welk nut men kan trekken uit de klassieke voorbeelden en de moderne.nderdaad schijnt het me dat de laatstgenoemden niets onder doen voor de eerstgenoemden als we ons niet zozeer laten leiden door de overtuigingskracht van de geschiedschrijvers als door de stof. Ik zou hier een enkele Elizabeth, in haar leven koningin van Engeland, en een Jane Gray tegenover alle beroemde vrouwen van het oude Rome en Griekenland durven stellen.
Men vindt bewonderenswaardige dingen in de eeuwen kort voor onze tijd, namelijk voor en na de ingrijpende verandering van de reformatie van het christendom. De grootsheid van het onderwerp is heel ongekunsteld en getrouw weergegeven door de Italiaan Guicciardini en sinds de derde ‘periode’ door Sleidan en Auguste de Thou.
Fysica is weinig serieus te nemen wanneer wij blijven steken in blote speculaties, maar er is een gedeelte (waarover Augustinus heeft geschreven in hoofdstuk vier van zijn boek De Stad Gods, en Cardan, Wecker en verschillende anderen ook) dat men natuurlijke magie noemt en die aangenamer is, omdat zij verbonden is met de toepassing van werken bewonderenswaardig om te zien en niettemin zich binnen de grenzen van een lofwaardige nieuwsgierigheid houdt. Welnu, de astrologie (ik neem dit woord niet zoals men vanouds deed in plaats van ‘astronomie’ die een nobele wetenschap is en onze aandacht zeer waardig) gaat veel verder en vervalt gewoonlijk in bijgeloof omdat zij meer toeschrijft aan tweede oorzaken dan de orde en eigenschap van de natuur deze hebben bedeeld. Want om te zeggen dat de menselijke wil en de toevalligheden afhangen van de constellatie van de sterren en van het aspect of de conjunctie van de planeten, dat is aan de wereld een onvermijdelijkheid introduceren die erger is dan die van de Stoicijnen. De vrije en toevallige oorzaken laten zich helemaal niet bepalen door natuurlijke oorzaken, dat is te zeggen door de invloed van de hemellichamen. Maar als gevolg van hun hoge rang in de orde der dingen zijn ze direct ondergeschikt aan de eerste en souvereine oorzaak."

 

1973253-1fc6ee4ae42fd7772510255ae3350cd3.JPG
Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)
Portret door Jan Lievens, 1649

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:29 Reageer op dit bericht

Ella Wheeler Wilcox, Hans Sachs, Ulla Berkéwicz, Mikhail Artsybashev, James Elroy Flecker, Washington Allston

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Ella Wheeler Wilcox werd geboren op 5 november 1850 in Johnstown, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Ella Wheeler Wilcox op dit blog en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

 

A Baby In The House

I knew that a baby was hid in that house,
Though I saw no cradle and heard no cry;
But the husband was tip-toeing 'round like a mouse,
And the good wife was humming a soft lullaby;
And there was a look on the face of the mother,
That I knew could mean only one thing, and no other.

The mother, I said to myself, for I knew
That the woman before me was certainly that;
And there lay in a corner a tiny cloth shoe,
And I saw on a stand such a wee little hat;
And the beard of the husband said, plain as could be,
'Two fat chubby hands have been tugging at me.'

And he took from his pocket a gay picture-book,
And a dog that could bark, if you pulled on a string;
And the wife laid them up with such a pleased look;
And I said to myself, 'There is no other thing
But a babe that could bring about all this, and so
That one thing is in hiding somewhere, I know.'

I stayed but a moment, and saw nothing more,
And heard not a sound, yet I know I was right;
What else could the shoe mean that lay on the floor,
The book and the toy, and the faces so bright;
And what made the husband as still as a mouse?
I am sure, very sure, there's a babe in that house.

 

 1973246-4dfb63b493c8bc54a7c2e1a7790b7312.png
Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Sachs werd op 5 november 1494 in Nürnberg geboren als zoon van een kleermaker. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Sachs op dit blog.

 

Die bitter lieb

1.
Eins morgens ging ich ausspaziren,
um einen grünen walt refiren,
da hört ich ein heimlich gesprech;
in einem busche in der nech
tet ich durch das gestreus mein schauen:
da saß ein gsell bei einer frauen.
Ich lost zu irem freuntling sagen,
da war es nichts, wan bitter klagen.
das freulein senlich in ansach
und seufzent zu dem jüngling sprach:
»herzlieb, wie sich ich dich so selten?
sag mir doch, was muß ich entgelten?«
Der jüngling fing widerum an:
»vil geng ich dir zu lieb hab tan
und dich doch nit ersehen kunde;
des weinet ich von herzen grunde,
dacht, dein huld ich verloren hab,
all freuntschaft die wer tod und ab.
die eifersucht brach mir das herz,
die sensucht bracht mir heimlich schmerz.

 

 1973246-424120fd8a9ccd26f9035bbd34c61a4c.JPG
Hans Sachs (5 november 1494 -19 janauari 1576)
Hans Sachs Haus in Neurenberg. Aquarel door A. Bauer

 

 

De Duitse schrijfster, uitgeefster en actrice Ulla Berkéwicz werd geboren op 5 november 1948 in Gießen als Ursula Schmidt. Zie ook alle tags voor Ulla Berkéwicz en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

Uit: Überlebnis

„…während die Swatch zu schlagen anfängt während sie aus der Tür schlägt, was nicht ins Haus gehört während die letzten sich geschlagen geben, der Wind auf Sturm steht, die Sturmgardinen wehn, die Polenmädchen vor dem Bettrand knien während die Hand tickt und es stürmt im Haus, die Swatch wehtut, die Polenmädchenzöpfe stürmen während ich weiß, nur weil er nicht mehr ist, kann es ihm ähnlich sehn, und ihm das Laken übern Kopf hochziehe, so daß die schönen großen Füße, die Füße, deren Nägel ich geschnitten habe, die Nägel, die jetzt weiterwachsen, ohne daß ich sie weiterschneiden kann, die weiterwachsen wie der Bart, obwohl wir endlich einen Türken haben, der gut balbiert während die schönen großen Füße da sind, fängt alles an, ohne ihn zu sein. 1 Die Angst, die ich immer noch habe, ist die, zu vergessen. Vergessen ist Verlieren, ist Verlorensein. Wir wissen nicht, was das Leben ist, noch was der Tod, wissen nicht, was wir selbst sind oder bleiben, sind außerstande, unsere Verwandlung in ein gottverlassenes Ding, in einen baren Stoff, in einen Leichenstein zu fassen, zu ergründen, schauen uns als Spieler im Spiegel, eh wir Maske machen und begreifen: Ich bin, der Ich bin, und der ist nicht von dieser Welt, denn die genügt mir nicht, mich dem, der Ich ist, zu erklären. Doch sitzt die Maske, wird der Spiegel zugehängt, und unser Zeitraum bläht sich, nimmt uns ein, bis wir vergessen, daß wir wußten, und nicht mehr wissen, daß wir vergessen haben. Vergessen, heißt es, sei die Vertreibung aus dem Paradies, von dem uns nur ein Staub geblieben, ein Goldstaub und ein hartes Sehnen bloß.
Und weiter heißt es, im Sündenfall hätten wir einander in unsrer Nacktheit erst erkannt und davon, heißt es, erst gewußt, daß wir den Tod zu erwarten haben. Der Tod hat es mir angetan, von meinem Anfang an. Durch die kahlen Krankengänge tanzte ich an des Vaters Arzthand, tanzte in die Sterbezimmer ein, tanzte, sang, wollte mich leersingen für die Sterber, austanzen, ihnen meine jungen Jahre unter die alte Haut tanzen.“

 

 1973246-0bd73e446898678e23b8754878dc4f28.jpg
Ulla Unseld-Berkéwicz (Gießen, 5 november 1948)

 

 

De Russische schrijver Mikhail Artsybashev werd geboren op 5 november 1878 in Dubroslavovka. Zie ook alle tags voor Mikhail Artsybashev op dit blogen ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

Uit: The Jew (Vertaald door Avraham Yarmolinsky)

“It so happened that the second platoon of the third squad of the Ashkadar regiment found itself completely cut off from the main body of the army, and this without the loss of a single cartridge or soldier.
How this came about, and why a group of men, fifteen or twenty strong, had suddenly become an independent fighting unit, none of them could tell.
At the outset, the entire Ashkadar regiment zealously trudged throughout the long autumn night along an interminable road, leading no one knew where, into the dark, damp, and hostile distance. To smoke or to converse was forbidden. In the dark, the black mass of the regiment, bristling with its bayonets like some huge, porcupine-like creature, crawled steadily onward, filling the air with the shuffling of innumerable feet. The men kept stumbling over each other, and swore viciously in half tones; they slipped in the mud and sank knee-deep into the wheel-tracks filled with cold water. "Some road!" they sighed quietly.
At dawn the regiment was brought to a halt and was stretched along the edge of a wide potato field, which the soldiers had never seen before. It was drizzling with sickening persistence, and the dark-blue distances, mildly sloping and mournful, were blurred in the haze of the rain. On both sides, as far as eye could reach, ranks of grey officers and soldiers were wretchedly soaking in the rain. Water was dripping from their sullen faces and it looked as though they were all weeping over their fate—the fate which had cast them upon this strange, unknown, God-forsaken field. In a few hours many of them will perhaps be lying dead amidst the half-rotted potato stems on the wet soil with their pallid faces upturned to the cold heavens, the very ones which now weep also over their dear, distant country.
Behind, a battery crew was vainly attempting to set the cannon which were sinking into the soaked plough-land. One could hear the hoarse angry voices, the cracking of whips, and the heavy, strained snorting of horses. In front of them lone officers wandered in drenched cloaks in the rain; still farther behind the curtain of rain and the thick fog there rumbled cannons and it was impossible to tell whether they belonged to the enemy or not. At times the shooting seemed to come from afar-off on the right. Then the rumble of the guns was deep and muffled like the sound of heavy iron balls rolling over the ground; at other times, the discharges were quite near and rent the air with a crash, bursting over the men's very heads, as it were.”

 1973246-c8b3193cc4546b35f9e3eaf8f9574bf5.jpg
Mikhail Artsybashev (5 november 1878 – 3 maart 1927)




De Engelse dichter en schrijver James Elroy Flecker werd geboren op 5 november 1884 in Londen. Zie ook alle tags voor James Elroy Flecker op dit blog en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

 

I Rose From Dreamless Hours..

I rose from dreamless hours and sought the morn
That beat upon my window: from the sill
I watched sweet lands, where Autumn light newborn
Swayed through the trees and lingered on the hill.
If things so lovely are, why labour still
To dream of something more than this I see?
Do I remember tales of Galilee,
I who have slain my faith and freed my will?
Let me forget dead faith, dead mystery,
Dead thoughts of things I cannot comprehend.
Enough the light mysterious in the tree,
Enough the friendship of my chosen friend.

 

 

Mignon

Knowest thou the land where bloom the lemon trees,
And darkly gleam the golden oranges?
A gentle wind blows down from that blue sky;
Calm stands the myrtle and the laurel high.
Knowest thou the land? So far and fair!
Thou, whom I love, and I will wander there.
Knowest thou the house with all its rooms aglow,
And shining hall and columned portico?
The marble statues stand and look at me.
Alas, poor child, what have they done to thee?
Knowest thou the land? So far and fair.
My Guardian, thou and I will wander there.

Knowest thou the mountain with its bridge of cloud?
The mule plods warily: the white mists crowd.
Coiled in their caves the brood of dragons sleep;
The torrent hurls the rock from steep to steep.
Knowest thou the land? So far and fair.
Father, away! Our road is over there!

 

 1973246-9bdc902dac191961cd15140e558f717c.jpg
James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)

 

 

De Amerikaanse schilder en dichter Washington Allston werd geboren op 5 november 1779 in de buurt van Charleston, South Carolina. Zie ook alle tags voor Washington Allston op dit blog en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

 

Boyhood

Ah, then how sweetly closed those crowded days!
The minutes parting one by one like rays,
That fade upon a summer's eve.
But O, what charm or magic numbers
Can give me back the gentle slumbers
Those weary, happy days did leave?
When by my bed I saw my mother kneel,
And with her blessing took her nightly kiss;
Whatever Time destroys, he cannot this;-
E'en now that nameless kiss I feel.

 

 

The French Revolution

The Earth has had her visitation. Like to this
She hath not known, save when the mounting waters
Made of her orb one universal ocean.
For now the Tree that grew in Paradise,
The deadly Tree that first gave Evil motion,
And sent its poison through Earth's sons and daughters,
Had struck again its root in every land;
And now its fruit was ripe,-about to fall,-
And now a mighty Kingdom raised the hand,
To pluck and eat. Then from his throne stepped forth
The King of Hell, and stood upon the Earth:
But not, as once, upon the Earth to crawl.
A Nation's congregated form he took,
Till, drunk with sin and blood, Earth to her centre shook.


 1973246-0139057502f43bf1d66cc2db267a76f5.jpg
Washington Allston (5 november 1779 – 9 juli 1843)
Portret door Charles Robert Leslie, z.j.

Geschreven door Romenu om 10:28 Reageer op dit bericht

Dmitri Prigov

De Russische dichter en beeldend kunstenaar Dmitri Aleksandrovitsj Prigov werd geboren in Moskou op 5 november 1940 als zoon van een ingenieur en een pianiste. Zijn tienerjaren beleefde hij tijdens de periode van de Dooi onder Chroesjtsjov. Na het afmaken van de middelbare school werkte hij enige tijd als slotenmaker in een fabriek. In 1957 begon Prigov met het schrijven van poëzie, die later niet alleen in Rusland, maar ook in het Westen als samizdat circuleerde. In 1959 begon hij met een opleiding in de beeldhouwkunst aan de Stroganov staatsuniversiteit voor commerciële kunst van Moskou, waar hij van af werd gestuurd ten tijde van Chroesjtsjovs aanval op formalistische en abstracte kunst. Een jaar nadat hij van het instituut verwijderd was, mocht hij weer terugkomen en in 1966 studeerde hij alsnog af. Van 1966 tot 1974 werkte hij als stadsarchitect van Moskou. Tegelijkertijd hield hij zich ook met multi-media installaties, beeldhouwkunst, toneel, het schrijven van essays, schilderkunst, design, illustratie, muziek en grafische kunst bezig. Prigovs literaire werk werd voor het eerst gepubliceerd in de tweede helft van de jaren 70 in Slavische tijdschriften die in het Westen gepubliceerd werden - pas na 1986 werd zijn werk ook in de Sovjet-Unie uitgegeven. Vanaf het einde van de jaren 60 tot in de jaren 70 maakte Prigov deel uit van de underground beweging in Moskou. Hierin ontwikkelde hij zich tot een leidende figuur in de Moskouse beweging van het conceptualisme. In 1975 werd hij lid van de Kunstenaarsbond van de USSR, hoewel het nooit tot een tentoonstelling van zijn werk in de Sovjet-Unie kwam. In 1986 werd Prigov door de KGB gearresteerd tijdens een straatperformance en naar een psychiatrisch ziekenhuis gestuurd, maar na felle protesten, onder andere van dichteres en essayiste Bella Achmadoelina, werd hij snel weer vrijgelaten. Na het inzetten van de glasnost in 1987 werden vele exposities van zijn werk georganiseerd, zoals op de Documenta te Kassel en in 1989 in de “Struve Gallery” in Chicago, waarmee hij internationale bekendheid verwierf. Ook in de Sovjet-Unie werden nu exposities van Prigovs werk georganiseerd en in 1993 ontving hij de Poesjkin-prijs. Als freelance schrijver bevond hij zich afwisselend in Rusland, de Verenigde Staten en Duitsland.

 

Uit: Difficult Childhood or 20 Dreadful Tales (Vertaald door Chris Mattison)

(1)
When I was young and played
violin amidst a great hall
a rat crept out from behind
and crawled up my pant leg
nibbling away at my trembling scrotum
until it had nibbled it completely away
and I played, played, played, and I played
in the midst of the enormous, dank
hall

 

(3)
A merry old woman who lived near by
Dropped everything and stopped in to visit
Sitting and laughing, forgetting everything
Her lower dentures flapping and flapping
The two of us laughing faintly and idiotically
I look — every tooth in her mouth
Brand-new
And mine — bare! And
bleeding incessantly as well


(9)
I remember, laying in bed sick
And a whitish light running to me
Cuddling up in my legs like it was playing
Like a thousand gentle squeezes
With such fervor
Passed through me and disappeared into my sole
I grasped it by the hair — ah!
But it had no hair
Everything fled through my sole

 

 2044552-1c2a3e2bb17aec0321817dab513965ce.jpg
Dmitri Prigov (5 november 1940 – 16 juli 2007)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten