Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 november 2016 tot 25 november 2016

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Abdelkader Benali, Arturo Pérez-Reverte, Alexis Wright, Ba Jin, Augusta de Wit

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: Magdalena

“Mijn moeder, Magdalena van der Giessen, werd geboren op 30 mei 1920 in Poeldijk, gemeente Monster. Zij was de eerste dochter van Arie Adriaan van der Giessen, geboren 1 augustus 1893 op Rozenburg en Magdalena de Winter, geboren 15 augustus 1896 in Hoek van Holland. Aan mijn moeder was een jongen voorafgegaan die op 8 augustus 1918 in Poeldijk werd geboren, en na mijn moeder volgden met mooie regelmatige afstanden van ongeveer twee jaar nog vijf jongens en twee meisjes. In een van haar wonderbaarlijke, meanderende monologen die mijn grootmoeder, zodra je in haar gezichtsveld verscheen, tegen je afstak, onthulde zij mij hoe zij voor elkaar had gekregen dat zij het kindertal had weten te beperken tot slechts negen stuks en hoe begrepen moest worden dat die negen elkaar met tussenpozen van twee jaar opvolgden.
'Ik wou dolgraag kinderen, en liefst meer dan een stuk of vier, maar ik wilde niet elk jaar bevallen, dat was me veel te zwaar, je doet er toch een stevig jasje van uit als je een kindje krijgt, dus hield ik elke baby zo lang mogelijk aan de borst, en zolang je een zuigmondje aan de tepel hebt, kan je man zo vurig zijn als een winterkoninkje in de rui, maar hoef je toch niet bang te zijn dat je weer in verwachting zult raken. Ik had Leen en Lena en Teun en Siem en Cor en Jan en Bep en Jaap nog wel langer aan de borst willen houden dan twee jaar, maar daar kreeg ik de kans niet voor, na twee jaar hielden ze op met drinken, behalve Aad, die heeft het gepresteerd om drie jaar te sabbelen, dus Jan is pas in f31 geboren, terwijl Aad van '28 was. En na Jaap was het afgelopen, toen kwam er gelukkig niks meer, hoewel ik toen nog maar net achtendertig was geworden. Ja. Mooi was het, alles bij elkaar, Leen van 1918, Lena van 1920, Teun van 1922, Siem van 1924, Cor van 1926, Aad van 1928, en dan opeens een gat van drie jaar, Jan van 1931, Bep van 1933 en Jaap van 1935. Goed gedaan, Lena de Winter, zeg ik dan maar tegen mezelf, want denk maar niet dat een ander mij de hoogte zal in steken, wat ook wel weer goed is, je zou maar groos kunnen worden, maar ik wou niet dezelfde weg op gaan als de twee vrouwen van mijn schoonvader, vadertje Leen van der Giessen.”

 

 1980546-847f12fa18d20cee442b71219adb53d6.jpg
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

“Ik liet haar voelen dat ik geen druk uitoefende op het glas, mijn vinger er net zo losjes op lag als de hare. Om haar te laten oefenen in de omgang met de onzichtbare aanwezigen, gaf ik haar de leiding en zei dat ze nu moest vragen met wie we te maken hadden. Het glas schoof kriskras langs het alfabet, warrig, incoherent, zonder een leesbare naam prijs te geven. Op de vraag of we met een man te maken hadden, schoot het naar de rechterhoek. Nee, dus. Met een blos van opwinding stelde ze vragen over haar vader, haar grootmoeder, onze toekomst. Wie het ook was die we buiten of binnen in ons aan de haak hadden geslagen, de antwoorden waren obsceen, somber en onheilspellend. De een of andere vloekende helleveeg schepte er duidelijk genoegen in mijn bruid af te blaffen, beet haar kortaf toe - sloerie, slet - dat de godverdomde doden lagen te rotten in hun graf, er niet meer van hen restte dan wat dorre knekels, en het niet lang zou duren - hongerige hoer - voordat de wormen ook aan haar vervloekte toekomst zouden vreten.
Het kostte ons een paar weken de brute initiatie van ons af te schudden, totdat we er steeds vaker om lachten, de draak staken met de grimmige gaste, en zij aangaf het weer eens te willen proberen. De tweede keer ging het beter, de keren daarna ook. We voerden geanimeerde gesprekken met verschillende geesten, deden ideeën op voor ons werk, noteerden zo nu en dan een fraaie zin of een halfbakken gedicht.
Ik weet niet meer precies wanneer hij opdook, maar degene die zich voorstelde als Pan werd een vaste bezoeker, jolig, plagerig, grof en nooit helemaal te vertrouwen. Ons huisgodje bleek een goklustige grapjas die beloofde ons rijk te zullen maken door de komende weken de juiste uitslagen van de voetbaltoto te voorspellen.”

 

 1980546-8f631be98395352b81e0189cd5d0c99b.jpg
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en tv-presentator Abdelkader Benali werd geboren in Ighazzazen, Marokko, op 25 november 1975. Zie ook alle tags voor Abdelkader Benali op dit blog.

 

Ideaal gedicht

Toegegeven: in dit gedicht staan alle
Poppetjes op hun plaats, rijmschema klopt
Dubbel- en binnenrijm, niks mis mee, ook
De metaforen staan als een huis, je ruikt

De doorlopende lijn naar M.N., en de nauwe
Gang van A., daar zijn deze verzen zeker schat
Plichtig aan. Het beeld van de man met de
Hamer die alles heel wil maken om het nieuwe

Af te breken door van klassieke akkoorden
Gebruik te maken. Het is gezien. Platgetreden
Is het pad nog niet, zet het af tegen de tijd
Het is goed zo, maar waarom verveel ik

Me er dan toch helemaal, hartstikke
Dood mee?

 

 

Zout

Wat zouden we zijn zonder jou? In ieder
geval niet het puntje van de tong, want
daar was jij al. Jij bent bedacht om in onze
wonden gewreven te worden. Jij stijgt ons

naar het hoofd. Kenners weten wat ik bedoel.
De zee zit barstensvol met jou, maar echt goed
smaak je op een eitje. Gebiologeerd kan ik naar
je kijken, het giftige witte landschap dat je vormt,

voor iedereen bereikbaar. Soms gooi ik je over mijn
schouders om
te zien waar je terecht zult komen. Jij bent
de Falstaff onder de snaken. Maar wij misbruiken
jou. Pleuren je overal maar op, alsof je geen prins

bent, maar kanonnenvoer. Alles smaakt goed door jou.
Wie jou niet waardeert, waardeert zichzelf niet.

 

 1980546-2deb589196ac409614f6bb8c9f0b6bf7.jpg
Abdelkader Benali (Ighazzazen, 25 november 1975)

 

 

De Spaanse schrijver Arturo Pérez-Reverte werd geboren op 25 november 1951 in Cartagena. Zie ook alle tags voor Arturo Pérez-Reverte op dit blog.

Uit: The Painter of Battles (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

“The cracks worried Faulques. Too soon, he told himself. And too many. They would not actually affect the future of his work—it was a work without a future from the minute he discovered the abandoned tower and conceived his plan—only the time he needed to execute it. With that in mind, he nervously passed the tips of his fingers over the crazing that fanned out across the part of the mural that was closest to being finished, over the black and red strokes that represented the asymmetrical, polyhedral backlighting of the walls of the ancient city burning in the distance—Bosch, Goya, and Dr. Atl, among others: the hand of man, nature, and destiny fused in the magma of a single horizon. There would be more cracks. These weren’t the first. The structural reinforcing of the tower, the plastering, the white acrylic primer, were not enough to counteract the deterioration of the three-hundred-year-old building, the damage that had been caused by harsh weather, erosion, and salt from the nearby sea while it was abandoned. It was also, in a certain way, a struggle against time; its tranquil passing could not disguise its inexorable victory. Although not even that, Faulques concluded with a familiar professional fatalism—he’d seen a few cracks in his lifetime—was of major importance.
The pain—a sharp stab in his side over his right hip—arrived every eight or ten hours with reliable punctuality, faithful to their tryst, though this time it came with no warning. Faulques held his breath and didn’t move, to allow time for the first whiplash of pain to end; then he picked up a jar from the table and swallowed two tablets with a sip of water. In recent weeks he’d had to double the dose. »

 

 1980546-62d43d25baf6d701913b98625bf4b756.jpg
Arturo Pérez-Reverte (Cartagena, 25 november 1951)

 

 

De Australische (Aboriginal) schrijfster Alexis Wright werd geboren op 25 November 1950 in de Gulf of Carpentaria. Zie ook alle tags voor Alexis Wright op dit blog.

Uit:The Swan Book

“No sound comes out of her mouth since she had decided not to speak, that it was not worth speaking. She would rather be silent since the last word she had spoken when scared out of her wits, the day when her tongue had screeched to a halt with dust flying everywhere, and was left screaming Ahhhhhh! through the bushland, when she fell down the hollow of the tree.”
(…)

“Swamp people were not ignorant of white people who, after all, had not turned up yesterday. Having lived it all, they claimed to have at least ten, or possibly more generations of knowledge, packed up tight in their mentality about white people doing good for them.”
(…)

She forgets to act when memories quickly regain control of her brain, and instead of fighting, she escapes with a flood of thoughts running back along the song-lines to the swamp, and the language inside her goes bolting down the tree with all the swans in the swamp following her.”
(…)

“The fiery woman worked her fingers to the bone to get into the girl’s brain, as though this was where one removed grime, salt, vegetation, blood of dead animals, lice, and whatever thoughts about having different origins she had brought into the house.”

 

 1980546-97c495975da026c15b503307502fbd63.jpg
Alexis Wright (Gulf of Carpentaria, 25 November 1950)

 

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu. Zie ook alle tags voor Ba Jin op dit blog.

Uit: When the Snow Melted (Vertaald door Tang Sheng)

“Bohe's tall, spare figure soon appeared outside the window. He walked slowly, his steps heavy. Since we had last met, only two or three days prior, the man seemed moodier than ever.
Having entered, he nodded to me and as was customary removed his coat. Then without a word he walked over to Jingfang. She remained in her seat, her face buried in her handkerchief. She knew he had come but ignored him.
He perched on the arm of her chair, touched her shoulder lovingly, and whispered, "Come home, Jingfang!" She did not answer. He begged her three times, his voice more and more tender, until she muttered an indistinct reply.
"Let's go home. Don't let's stay here to trouble Zisheng. It's my fault as usual." He stood up and gently took her arm, bending down at the same time to whisper into her ear.
I could see that I was superfluous and found some excuse to slip out. I don't know what they said to each other, but by the time I returned he had his arm around her and they were ready to leave. Both were smiling. It was the usual happy ending.
I sent them off with my blessing, thinking now they ought to be able to live in peace for a couple of days.
But that same evening Bohe turned up alone. It was getting late. Outside a wind had risen and unmelted snow lay in drifts against the walls. I had just finished reading a biography and, stirred by the book, was sitting alone staring at the lamp, dreaming of unattainable things. When the doorbell broke the silence, I had already heard Bohe's footsteps outside. As I went to let him in I wondered uneasily if they had quarreled again.”

 

 1980546-19625c4a83e459f286bf2d143804321d.jpg
Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005) 

 

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook alle tags voor Augusta de Wit op dit blog.

Uit:Orpheus in de dessa

“De vlossige purperwolkjes aan den zenith waren slechts een onmerkbare tint vuriger geworden dan hij ze straks boven de rivier had gezien; hij begreep hoe kort de gang door het bosch geweest was die hem zoo lang had geschenen. De landweg was vlakbij; bij oostewind moest de rook van de fabriek den plas dikwijls verdonkeren.
En niettemin was de plek eenzaam als het hart van een oerwoud.
De stilte beving hem. Hij stond zonder aan iets te denken toen, plotseling, van vlakbij die heldere hooge toon weer klonk die hem den vorigen nacht naar buiten had gelokt. En het deuntje van den onzichtbaren fluitspeler kwam aanscheren over den plas die even zeverde als onder de trilling van het geluid.
‘Bake! hé, Bake!’
De gedempte stem riep waarschuwend; hij keek om en zag tusschen de struiken aan den oever een gelig gezicht en een ineengedoken figuur; den Indo herkennend die boekhouder was aan de fabriek, ging hij naar hem toe.
‘Wat doe je daar?’
‘Sjt! laat hij je niet zien! - kom hier naast me, - zachtjes dan toch!’
Bake dook naast den jager neer.
‘Loer je op een hert?’
‘Op een leguaan’ fluisterde de Indo. ‘Ik kan hem niet onder schot krijgen, nu probeer ik het zóó.’

 

 1980546-c16e410c7664b038681cf5bad402a1a1.jpg
Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn blog van 25 november 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Jules Deelder, Wanda Reisel, Thomas Kohnstamm, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Het graf van Descartes

2
Sinds Descartes
wordt het denken
zwaar overschat

Denken is een ver
tra-gings-pro-ces
Het leggen van

noodverband na
bliksem- of bom-
inslag. Eerst

zie je een flits
Dan hoor je een
klap en dán be-

gint het denken
pas


 

Bij de dood van ome Cor

Ze zijn nu weer samen
de jongens van Deelder
Na Arie en Jaap
kwam Corrie het laatst

Ze hebben op elkaar gewacht
Arie en Jaap en die samen
weer op Corrie
die de jongste was

Nu lopen ze rond door
het Hiernamaals
en drinken een borreltje
op onze gezondheid

Ze lachen en praten en
hebben geen pijn en ze
laten ons weten: Het is
niet erg om dood te zijn

 

 

Zelfportret

Soms zie je je zitten.
Bleek en sereen.
Hier en/of ginder.
Alleen of alleen.

 

 1980191-66c28ed0e3c1a7c9770877cff51eaeb0.jpg
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wanda Reisel werd geboren in Willemstad (Curaçao) op 24 november 1955. Zie ook alle tags voor Wanda Reisel op dit blog.

Uit: Liefde tussen 5 en 7

“Samuel was veel te vroeg gestorven. Vincent wilde een dichter zijn die in wat hij schreef de indruk wekte voortdurend opgewonden te zijn, op zoek naar iets, inspiratie of een meisje, dwalend door de straten van de stad, een monoloog, meer voor de vogels dan voor mij. En Gilles, wat was er van hem geworden? Ik had die Franse blauwgrijze ogen nooit meer gezien. Leidde hij het leven waarvan hij had gedroomd? Had hij de wereldreis in zijn tweedehands deux-chevaux ooit gemaakt? Zijn brieven stonden vol plannen voor een leven met uitroeptekens, hij wilde een film maken, een weeshuis opzetten, lange reizen maken, een hut bouwen en over de oceaan uitkijken.
Veel passages draaiden behalve om liefde om de praktische onmogelijkheid ervan, elkaar niet kunnen zien, voor de een was de afstand te groot, de ander had te veel werk, of er was de vaste verkering die hij toch niet in de steek wilde laten.
Wat opviel aan die brieven was de volharding om ondanks de obstakels hun verlangen brandend te houden. Ze waren oprecht in het beschrijven van hun gevoel, het waren geen romantische leugens, dat raakte me.
De jongens schreven over zichzelf als mannen die iets groots teweeg gingen brengen in een wereld die hun allerlei opwindends beloofde. Maar eerst moesten ze hindernissen overwinnen, anders was er geen uitdaging. Er waren bergpassen te nemen, oceanen te overbruggen en het geld ervoor moest voorlopig met banale baantjes worden verdiend. Hun verlangen naar mij verplaatste zich per post, versierd met tekeningetjes of een meegestuurd droog herfstblad, een minuscuul bootje van papier, een kaart met een kitscherige afbeelding van twee geliefden. Ik koesterde me in die aandacht: kattebelletjes op viltjes uit cafés of kunstig gevouwen vellen waarop ze gedetailleerd verslag deden van een of ander avontuur, in een park of bij een tramhalte, waar ze mij in hun verbeelding zagen staan.
Ik was er nog helemaal niet aan toe om me vast te leggen. Ik laveerde tussen dat wat misschien zou gebeuren en de geheimzinnige glimlach waarmee ik van mijn brievenlover afscheid zou nemen. Ik speelde het ernstige spel en genoot van die levens die mijn wereld kwamen binnenglijden, de lakens van mijn bed omwoelden en dan weer in het niets verdwenen, hun afdruk in het matras achterlatend.”

 

 1980191-89fd767829ce76aee0f7b314cba0235c.png
Wanda Reisel (Willemstad, 24 november 1955)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Kohnstamm op dit blog.

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

“I continually revisit the words of some sociologist who I read in college. I think that it was Weber or Durkheim. Either is usually a fair guess. He believed that the modern mind is determined to expand its repertoire of experiences, and is bent on avoiding any specialization that threatens to interrupt the search for alternatives and novelty. Many people would call that approach to life a crisis, immaturity, or being out of touch with reality. It could also be called the New American Dream. Fuck the simple pursuit of financial stability. Here's to finding fulfillment in novelty, excitement, adventure, and autonomy.
Following the cue of one of our office team-building exercises, I come up with the following life goals and painstakingly write them out on Day-Glo yellow Post-it notes:
Ski the Andes Wake up naked
and from a rum
surf Sumatra. blackout
in rural Cuba.
Ride the roof Win or lose
of a bus through a bar fight
the Himalayan in a dusty
Foothills. border town.
Kick my mind Sleep with at
into the stratosphere least one woman
with ayahuasca (preferably more)
in the Amazon. from each continent.
One by one, I stick the notes around the edge of my computer monitor. All evenly spaced. They're not the clear career objectives of a John Roebling, but for me, they'll have to do.”

 

 1980191-1e09630e2e903008a2f2d61c5ceeb59a.jpg
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

De Jamaicaanse schrijver Marlon James werd geboren op 24 november 1970 in Kingston, Jamaica. Zie ook alle tags voor Marlon James op dit blog.

Uit A Brief History of Seven Killings

“Dead people never stop talking and sometimes the living hear. Sometimes he talks back if I catch him right as his eyes start to flicker in his sleep, talks until his wife slaps him. But I’d rather listen to the longer dead. I see men in split breeches and bloody longcoats and they talk, but blood comes out of their mouths and good heavens that slave rebellion was such ghastly business and that queen has of course been of bloody awful use ever since the West India Company began their rather shoddy decline compared to the East and why are there so many negroes taking to sleeping so unsoundly wherever they see fit and confound it all I seem to have misplaced the left half of my face. To be dead is to understand that dead is not gone, you’re in the flatness of the deadlands. Time doesn’t stop. You watch it move but you are still, like a painting with a Mona Lisa smile. In this space a three-hundred-year-old slit throat and two-minute-old crib death is the same.
If you don’t watch how you sleep, you’ll find yourself the way the living found you. Me, I’m lying on the floor, my head a smashed pumpkin with my right leg twisted behind the back and my two arms bent in a way that arms aren’t supposed to bend and from high up, from the balcony I look like a dead spider. I am up there and down here and from up there I see myself the way my killer saw me. The dead relive a motion, an action, a scream and they’re there again just like that, the train that never stopped running until it ran off the rails, the ledge from that building sixteen floors up, the car trunk that ran out of air. Rudeboys’ bodies bursting like pricked balloons, fifty-six bullets.
Nobody falls that way without being pushed. I know. And I know how it feels and looks, a body that falls fighting air all the way down, grabbing on to clumps of nothing and begging once, just once, just goddamn once, Jesus, you sniveling son of a mongrel bitch, just once that air gives a grip. And you land in a ditch five feet deep or a marble-tiled floor sixteen feet down, still fighting when the floor rises up and smashes into you because it got tired of waiting for blood. And we’re still dead but we wake up, me a crushed spider, him a burned cockroach. I have no memory of coffins.”

 

 1980191-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

Uit: Versöhnung und Groll (Vertaald door Kristof Magnusson)

„Als Döröur Kakali sich einige Jahre später durchgesetzt und in ganz Nordisland das Sagen hatte, machten wir allerdings die Erfahrung, dass er eigentlich ein recht feiner Kerl war. Er war immer freundlich zu mir, hielt seine schützende Hand über mich und behandelte meinen Bruder Asgrimur und mich mit Respekt. Das war alles andere als selbstverständlich. Im Laufe der Zeit konnte man sogar sagen, dass dieser großartige Mann so etwas wie unser Freund wurde. Es gab zwar jede Menge Gerede darüber, dass er nur nett zu uns war, weil er an unsere Schwester Kolfinna herankommen wollte, auf die es das halbe Land abgesehen hatte - doch auch wenn Þórður Kakali mit ihr später eine Tochter bekam, gebe ich auf solche Gerüchte nichts. Schließlich wissen alle, dass er es eingefädelt hatte, dass ich seine Nichte buriöur Sturludöttir heiraten konnte, meine hochwohlgeborene, willensstarke Frau, von der man sagt, sie könne so rau und auch so grausam sein wie das Meer. Im Laufe der Zeit lernte Þórður Kakali mich ebenso zu schätzen wie seine Blutsverwandten aus der Familie der Sturlungen, und als er dann zum König nach Norwegen musste, erwies er mir den Freundschaftsdienst, mich zu seinem Stellvertreter hier im Skagafiöröur zu emennen.
Bald nachdem er fort war, wurde mir allerdings klar, dass die Sturlungen mich nie für voll nehmen würden. Wenn ihr derzeitiges Oberhaupt, der Skalde Sturla Pordarson, sich mit den anderen Anführem zu Beratungen traf, holten sie mich nie dazu. Ich war wie ein Kuhfladen auf ihrem Weg. Wenn es mir gut ging, nahm ich mir immer wieder vor, mich nicht darum zu kümmem- sollten sie doch alleine ihre unausgegorcnen, verhängnisvollen Pläne schmieden.“

 

 1980191-59257f3a92dcefe729196e8cb062f830.jpg
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook alle tags voor Ahmadou Kourouma op dit blog.

Uit: Monnè: Schmach und Ärger (Vertaald door Vera Gärttling)

„Das Volk wurde aufgescheucht und auseinandergetrieben. Alle opferten. Überall, hinter

den Hütten, entlang der Pfade und Flüsse, am Fuße der Kapokbäume und der Berge. Auf den öffentlichen Plätzen und den Vorplätzen der Moscheen wurden Opfer dargebracht. Die Vögel tauchten wieder auf; das Gebrüll der wilden Tiere erklang drohend. Djigui hatte beschlossen, zu trotzen, herauszufordern. Er ignorierte die Tabus; das Gemetzel ging weiter … Nur einen Augenblick. Wie auf ein Zeichen hin stießen die Vögel herab und die wilden Tiere sprangen auf die Stadtmauer. Die verängstigten Opferpriester heulten auf und verbarrikadierten sich in ihren Hütten, um dem Tod zu entgehen. Dieses Mal war das aufgebrachte Universum endgültig aus den Fugen. Selbst die wilden Tiere der Nacht waren im hellen Sonnenschein herausgekommen.
Die Seher und die Marabuts wurden befragt. Das Urteil blieb dasselbe: Der Fortbestand der Dynastie war noch immer nicht gesichert.
Djigui wurde wütend – das geschah nur selten – und schwang sich auf sein Pferd; an der Spitze seines Gefolges durchstreifte er die Hauptstadt, holte die Einwohner aus den Hütten und ließ sie sich auf dem Vorplatz der großen Moschee und auf dem Marktplatz versammeln.
Mit den weisesten Marabuts schloss sich Djigui im Schiff der Moschee ein.
»Da sich die Geister der Ahnen als unfähig erweisen, uns zu geben, was wir wollen, bitten wir Allah darum. Ich befehle allen, zum Allmächtigen zu beten. Er wird den Fortbestand gewähren oder wir sterben alle im Gebet.«

 

 1980191-1d8bc9ce8974fba6ab8638e81e8677bb.jpg
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)
Cover Franse uitgave 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook alle tags voor Wen Yiduo op dit blog.

 

February Hut

Facing a screen of faint mountains and clear waters,
Perched on the edge of chessboard rice paddies,
A tile-roofed hut that watches the movements on the chessboard
Is clutched in the fist of little knolls.

A square pond asleep under the willows;
Clever swallows -- singing,
They found this spot, of all places, to listen to the echo
From the water's face to correct their own tunes.

Swallows! Did you heard that spell of cold rain last night?
A message from the west wind urges you to go home.
After this year, will it still be you
Who make annual return next year and the year after?
Ah, your little explosive sounds
Burst with what irrepressible ancient sorrows!
Pitiful birds, whom are you trying to tell?
Don't you know that this heart is also broken?


Vertaald door Catherine Yi-yu Cho Woo

 

 1980191-9810dccae283a08941d5071ee826cfe2.jpg
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)
Standbeeld in Shanghai

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook alle tags voor Laurence Sterne op dit blog.

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

„In the same village where my father and my mother dwelt, dwelt also athin, upright, motherly,

notable, good old body of a midwife, who with the help of a little plain good sense, and some years full employment in her business, in which she had all along trusted little to her own efforts, and a great deal to those of dame Nature,-had acquired, in her way, no small degree of reputation ’in the world :-,-by which word world, need I in this place inform your worship that I would be understood to mean no more of it than a small circle described upon the circle of the great world, of four English miles diameter, or thereabouts, of which the cottage where the good old woman lived is supposed to be the centre; -She had been left, itseems, a widow in great distress, with three or four small children, in her forty-seventh year; and as she was at that time a person of decent carriage, - grave deportment,- a woman moreover of few words, and withal an object of compassion,whose distress, and silence under it, called out the louder for a friendly lift,- the wife of the parson of the parish was touched with pity; and having often lamented an inconvenience to which her husband’s flock had for many years been exposed, inasmuch as there was no such thing as amidwife, of any kind or degree, to be got at, let the case have been ever so urgent, within less than six or seven long miles riding; which said seven long miles in dark nights and dismal roads, the country thereabouts being nothing but a deep clay, was almost equal to fourteen; and that in effect was sometimes next to having no midwife at all,‘it came into her head that it would be doing as seasonable a kindness to the whole parish as to the poor creature herself, to get her a little instructed in some of the plain principles of the business, in order to set her up in it.“

 

 1980191-65f74730248bce513d3c0bf83e42b6cf.jpg
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)
Steve Coogan en Rob Brydon in Tristram Shandy: A cock and bull story, een film uit 2006

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

Uit:Ook zij maakte het mee

“En weer gingen de dagen voorbij, en weer schalden de kranten van Duitse overwinningen.
"Het is toch allemaal bombast," zei Huug. "Je moet tussen de regels lezen, Lous. Wat daar staat is waar."
"Ja, en als je dat niet kunt," zuchtte Lous. Ze schoof haar eten op de vork van Adriaan. Ze had een lichtblauw jurkje aan, haar bruine haar glansde.
Het was al de vierde keer, dat zij at bij Adriaan en Huug. En verslag uitbracht van alles, wat in de afgelopen week was gebeurd.
"Wapens heb ik gebracht aan het adres, wat jij me opgegeven hebt, Huug. In Hilversum. Gewoon in mijn aktentas heb ik ze gehad. Tien keer ben ik met de wapens in mijn tas naar verschillende adressen geweest."
"Ja, dat heb ik gevaarlijk gevonden voor jou, Lousje. Jij staat nog altijd op de zwarte lijst, en als ze jou te pakken krijgen met wapens in je tas.... dat zou het einde zijn."
"Ja, dat weet ik wel." Even dat beeld van de weg, waar de jonge man gelegen had met zijn blonde pruik beslijkt, en het bloed, dat weg vloeide uit zijn borst. "Dat weet ik toch wel? Maar, jij zoudt me niet herkennen, als jij me op mijn expedities zag." Ze schoof opnieuw langzaam het eten op haar vork. "Ik zie er gewoonweg ontoonbaar uit in een ouwe jurk, en mijn haar strak in een knoedeltje weggestreken. En een grote uilebril op. Maar, dat is een zonnebril. Want ik bril niet," zei Lous trots.
"Heb ik het je niet gezegd," zei Huug. "Heb ik het je niet gezegd, dat Lous zich wel redden zal?" Hij legde even zijn hand op haar arm. "Onze dappere kameraad."
Waarom zegt hij nu niet: "Mijn dappere kameraad," dacht Lous. "En waarom wil ik altijd meer hebben, dan hij mij geven kan? Straks zal ik hem van Elly vertellen, het moet er toch eens van komen."

 

 1980191-93a369d786aa6e37f93cd4e399756ff1.jpg
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn blog van 24 november 2014 en ook mijn blog van 24 november 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten