Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 januari 2017 tot 28 januari 2017

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Domme Julia

domme julia
wat heb je gedaan
je grote oogjes uitgedoofd
je keeltje gestikt
je navel doorboord
je vingers verknipt
je lijfje vermoord
door domme domme gedachten
ik ben hier
wil je dat ik naar jou toe
wil je dat ik opgestegen kom
om je verder te duwen
om je mee te trekken
om je te helpen
om samen te leren vliegen
zonder los te laten
om samen te klinken
twee kamers van hetzelfde hart
ik kom eraan liefste
ik trek mijn zware vleugels aan
en stijg
en stijg
en onderweg zal ik voor jou de sterren tellen
en planeten
water zal sprenkelen uit mijn tenen
tien tenen bewaar ik voor jou
en uit mijn hielen allebei spuit lichtblauw gas
om hoger te geraken tot bij jou
vuil sijpelt uit mijn beide ogen
over mijn beide wangen
en allebei mijn handen vullen zich ermee
en gieten het uit
ver onder mij
dood vuil over dode aarde
ik kom eraan
ik versnel
ik ben al in donkere luchten en roep om jou
ik zie hoe sterren achter mij steken blijven
en langzaam doven
terwijl ik vuur uit mijn duizenden haren pers
dunne buizen over mijn gehele lijf
mijn hoofd brandt voor jou
mijn handen zijn tien pennen van stralend vuur
ik stijg op eigen kracht
dit is niet meer naar boven
ik kom eraan
mijn lichaam smelt
mijn botten ontploffen als hete lucht ontploft uit een moeras
ik straal
voel hoe mijn lichaam barst en knalt
mijn aderen slagaderen capillairen
nerven van licht gestold in licht voor jou
ik ben voor jou veranderd
ik zoek je
ik verlicht je van binnen
ik zoek de randen van je holle lijf
ik zoek je vingers
tien vingers voor mij
ik brand
ik ben hel lichtend in je
voel je mij
ik kom eraan liefste
ik kom eraan

 

 2002380-78507b773d5aadcce319f79afc802ccf.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

Ik herinner me niets

Ik herinner me niets
en zelfs dat niet,
zelfs niet de wereld
en zoals ik de wereld
niets meer te zeggen heb
heeft de wereld mij
op zijn beurt niets meer te zeggen
en toch blijven woorden uit mij stromen
even nutteloos en even belachelijk.
Vergeet die woorden nu
onmiddellijk.
Ik wil door niemand herinnerd worden.
Zelfs niet door mijzelf.

 

 

Uren waren we aan het klimmen

Je vingertoppen op je gezicht en daarna in je ooghoeken
om het vel vaster aan te drukken,

is dat jouw manier van denken?
Wat een prachtige, stille plek.

Hoe moet het verder, denk je. In de vallei klopt ochtendmist
zich boven de rivier op. Verlangen

in iets te verdwijnen
wat er altijd zal zijn.

Het gras is hier zo anders.
Hoe moet het verder met ons? fluister je.

Bloemen met verglaasde kelken.
Ik ga met gespreide armen op sterrenmos liggen.

Hoe zou jij dat noemen, verlangen naar iets moois?
Je schudt je hoofd. Naar iets wat er altijd zal zijn, fluister je.
droom je weg, je pink streelt je mond en ergens

moeten nu verdrietige vormen ontstaan
van glimlach, magnolia, halsbandparkiet. Onverwoestbaar

vanzelfsprekend en onzinnig tegelijk
lijkt de vallei van hierboven.

 

 2002380-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

woher diese beilhoffnung

woher diese beilhoffnung
auf fleisch
das der fessel aufwärts
steigt
ist es die geometrie
der fasern
die äderung
das messer an der sehne
hier löst sich das fleisch
leicht
die zunge ist auch nur ein muskel
zum schreien
überflüssig

 

 

urin urin

urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen
riechst du das nicht
urin urin
und du kriechst
mit dem feuerzeug
auf und ab
dein glück fiel
in eine der fugen
ein krumen in stanniol
woher nimmst du
diese nacht
dein synapsenfeuer
urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen

 

 2002380-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)
Erfurt

 

 

De Nederlandse schrijver, historicus en jurist Thierry Baudet werd geboren in Heemstede op 28 januari 1983. Zie ook alle tags voor Thierry Baudet op dit blog.

Uit:Voorwaardelijke liefde

- ‘Nog op kantoor?’
‘Ze moest iets afmaken,’ knikte ze. ‘Maar ze kon bijna weg.’ Ze legde haar telefoon omgekeerd op tafel. Kon goed nieuws zijn. Wat langer de tijd met z’n tweeën. ‘We zien haar wel verschijnen.’ Ik fronste mijn wenkbrauwen als Marlon Brando in The Godfather. Komt nonchalant over. Je bent een man, je ziet de wereld aan je voorbij trekken. Ik wenkte de ober en bestelde witte wijn.
‘Weet je Gregor, als ik zie wat voor uren Tessa maakt...’ Madelon rechtte haar rug, haar borsten kwamen wat naar voren. ‘Heerlijk gewoon om nog even student te zijn!’ ‘Je eigen tijd indelen, geen anderen die je agenda bepalen!’ Ze kon doen wat ze wilde, ‘in de ochtend wat langer blijven liggen, met mensen afspreken voor de lunch’ en terwijl ze aan haar scriptie werkte in de ub was dit café haar tweede huiskamer geworden. Ze keek me weer aan. ‘Kun jij je agenda eigenlijk zelf bepalen? Hoe is het in Utrecht?’
- ‘Goed. Erg leuk...’ Ik haalde even adem. ‘Ik kan veel thuis werken, maar Amsterdam-Utrecht is ook goed te doen. De universiteit ligt alleen zo ver uit het centrum. Elke keer die volle bus naar de Uithof...’
‘Je deed onderzoek naar de evolutiepsychologie, toch?’ zei Madelon. ‘We zijn dieren...’ Ze keek me samenzweerderig aan.
- ‘We zijn alles door elkaar,’ lachte ik zo ontspannen mogelijk. ‘Maar wat willen we zijn?’
Een fles en twee glazen kwamen op tafel. De ober haalde een kurkentrekker tevoorschijn en pakte de fles weer op. Ontkurken, inschenken, eerste slok. Wanneer hadden we elkaar voor het laatst gezien?
- ‘Ja, wanneer?’ Madelon draaide met haar ogen. ‘Een paar jaar geleden? Time flies! Heb je Tess in de tussentijd nog gesproken?’

 

 2002380-4c4c564e5a3a0a16ed7e149c9cbc75ea.jpg
Thierry Baudet (Heemstede, 28 januari 1983)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

Sehnsucht

Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.
Wir beide leben in der gleichen Stadt,
Doch unsre Wege kreuzen sich nicht oft.

Und wie der Herbst und dieser Morgen kam
Erschien in hohem Maß mir sonderbar.
Ein trüb verhangner Himmel ohne Störche,
Kein Regenbogen zwischen starken Schauern.

Warum wohl kommt das alte Wort des Heraklit
Mir ausgerechnet heute in den Sinn:
„Den Wachenden ist eine Welt gemeinsam,
Doch jeder Schlafende hat eine Welt für sich.“

In welchen Traum sind wir so tief versunken,
Daß wir daraus nicht mehr erwachen können?
Die Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.

 

 

Wenn meine Erinnerung

Wenn meine Erinnerung, die müde, dann
Wie eine Straßenbahn zu später Mitternacht
Nur noch an wichtigen Stationen hält:
Dich werd ich nicht vergessen!

Erinnern werd ich mich
Des Abends, unendlich schweigsam, deiner Augen,
Des Schluchzens, das erstickt auf meine Schulter sank
Wie fester Schnee.

Nun ist der Abschied da,
Ich gehe fort, und weit.
So ist es oft, nur dass
Des Nachts sich einmal Finger
Mit deinem Haar verflechten,
Die längsten Finger, meine, kilometerlang.

 

Vertaald door Joachim Röhm

 

 2002380-d19f2a6ecda31cd7df30f86329a86338.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten, David Lodge

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

Vers voor de jonge monnik
Aan Pieter en Christine van der Meer de Waleheren.

De meiavond is in de boomgaard gegleden
waar hij de stammen omhelst,
de kruinen vastmeert in aandachtigheid.
Over het gras en de boterbloemen die slapen gaan
- wind-vermoeide kinderen -
in verre blinkende transen, diep heiligdom van de vliedende dag,
kom ik tot U, Heilige Vader Benedictus,
zooals ik U ken uit de verhalen van moeder
en de Vijf schitterende Wonden geslagen in mijn kindsheid.

De doornen dragen bloemkladden uw vlees
vurig-bedropte hagedoorn: het opstandige bloed geperst uit uw witheid
- de roodborstjes schreiden om U in het hout! -
O de wierook van uw gekastijde lichaam
in het midden der heilige zusteren,
de vlam van uw woord
als een Godslamp onder hen.
Het Monasterium blauw op de berg
en de witte duiven
die komen pikken uit uw handen!

Een lieve kameraad, een verre onbekende broeder
legt heden zijn hoofd in uw schoot.
Zo komen er velen en altijd weer:
de rinkelende wereld hebben zij gelaten
voor de stille sneeuw waarin uw voeten staan,
de glinsterende gletsjer Gods,
en de nijpende wind der Armoede
die de mantels vreet van het lijf.

Dat hun naaktheid worde gekleed
met de warme wol van het Lam,
Zijn gulpend bloed tot een lafenis
aan de lippen van hen
die het leven hebben aanvaard van het blad,
dat zich verdorren laat in onderworpenheid
- doorruisend de morgenden en de nachten -
en met zijn broeders te gronde gaat
voor de eeuwige terugkeer van Uw lenten,
Uw veropenbaarde majesteit, Heer,
in groen en gewas over de aarde!

 

 2002376-7b36cc2fdc3a9c049e6c8590289b04d1.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Martí op dit blog.

 

I wish to leave the world

I wish to leave the world
By its natural door;
In my tomb of green leaves
They are to carry me to die.
Do not put me in the dark
To die like a traitor;
I am good, and like a good thing
I will die with my face to the sun

 

 

I'm So Frightfully Unhappy

I'm so frightfully unhappy,
I feel, oh stars, I am dying!:
I want to live, and I'm sighing
A beauteous woman to see.

Like a helmet, her headdress
A beautiful face protects:
Her black hair the light reflects
Like the sword of Damascus.

What of that one?… Well, find all
The world's gall, and then enmesh,
Cover it in so much flesh,
And you have a soul that's all gall!

Well, this one?… What a disgrace!
The creature red slippers wears,
Paints her lips red if she cares,
And puts on a barnished face.

The sorrowful soul then screamed:
Damn you, woman, twice damn you!'
I know not which of the two
The more accursed should be deemed!

 

 2002376-bb0d5311a48d4d6f6ffdf7c962844454.jpg
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)
Portret door Rene Mederos, z.j.

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook alle tags voor Miguel Barnet op dit blog.

Uit: Biography of a Runaway Slave (Vertaald door W. Nick Hil)

“Runaways, there weren’t many. People were afraid of the woods. They said that if some slaves escaped, they would be caught anyway. But for me that idea went around in my head more than any other. I always had the fantasy that I would enjoy being in the forest. And I knew that working in the fields was like living in hell. You couldn’t do anything on your own. Everything depended on the master’s orders.
One day I began to watch the overseer. I had already been studying him. That dog got stuck in my eyes, and I couldn’t get him out. I think he was a Spaniard. I remember that he was tall and never took his hat off. All the blacks had respect for him because one of the whippings he gave could strip the skin off of just about anybody. The thing is, one day I was riled up, and I don’t know what got into me, but I was mad, and just seeing him set me off.
I whistled at him from a distance, and he looked around and then turned his back. That’s when I picked up a rock and threw it at his head. I know it hit him because he shouted for someone to grab me. But he never saw me again because that day I made it into the woods.
I traveled many days without any clear direction. I was sort of lost. I had never left the plantation. I walked uphill and downhill, all around. I know I got to a farm near Siguanea, where I had no choice but to camp. My feet were full of blisters and my hands were swollen. I camped under a tree. I stayed there no more than four or five days. All I had to do was hear the first human voice close by, and I would take off fast. It would have been real shitty if you got caught right after escaping.“


2002376-57d928d9f78a54c861f3167fa349e684.jpg
Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook alle tags voor Hermann Kesten op dit blog.

Uit:Dichter im Café

„Ich habe einen guten Teil meines Lebens im Kaffeehaus verbracht, und ich bedauere es nicht. Das Kaffeehaus ist ein Wartesaal der Poesie. Das Beste am Kaffeehaus ist sein unverbindlicher Charakter. Da bin ich in einer Gesellschaft, und keiner kennt mich. Man redet, und ich brauche nicht zuzuhören. Ich sehe einen nach dem andern an und erkenne alle. Für mich agieren sie wie Komödianten. Wenn mir der erste Beste missfällt, greife ich nach meinem Hut und gehe ins nächste Kaffeehaus.
Zuweilen statte ich mir selber einen Besuch im Kaffeehaus ab. Manchmal gehe ich in ein halbes Dutzend Kaffeehäuser, ehe ich mich finde. Ringsum sind Spiegel mit zahlreichen gespiegelten Spiegeln, ich nicke meinem Bilde zu und sage: Guten Abend, alter Freund!
Wenn ich in Laune bin, ziehe ich mein altes Schulheft und einen Bleistift aus der Tasche, beginne zu schreiben und vergesse alle, die Kellner, die Gäste und mich. Das Kaffeehaus wird mein Parnass. Ich bin Apoll. Ich schlage die Leier.
Oft leiht mir das Kaffeehaus eine geheime Unabhängigkeit. Ich bin der Fremde in einer Stadt, wo jeder jeden kennt. Ich bin der Gast an einem Ort, wo jeder andre zu Hause ist.
Für wenig Geld setze ich mich an einen Tisch, der mir nicht gehört, neben fremde Menschen, die nichts mit mir verbindet, ich nehme einen Schluck oder esse einen Bissen und beobachte das leidenschaftliche Getümmel auf den Straßen und den Gesichtern. Ich sehe in einer Stunde ein
Dutzend Komödien und höre ein Echo von Tragödien, die keiner schreibt.
Ein großer Teil des Lebens hat Platz im Kaffeehaus, von der Liebe zum Tod, vom Spiel zum Geschäft, nur leiht das Café dem großen Publikum die falsche Leichtigkeit eines Balletts. Die meisten Leute gehn ins Café wie auf Urlaub vom täglichen Leben.“

 

 2002376-e91145745b987306f78e257868038f9e.jpg
Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)
Standbeeld bij de stadsbibliotheek van Neurenberg

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook alle tags voor David Lodge op dit blog.

Uit:Changing Places

“All I'm saying is that there is a generation gap, and I think it revolves around this public/private thing. Our generation -- we subscribe to the old liberal doctrine of the inviolate self. I'ts the great tradition of realistic fiction, it's what novels are all about. the private life in the foreground, history a distant rumble of gunfire, somewhere offstage. In Jane Austen not even a rumble. Well, the novel is dying, and us with it. No wonder I could never get anything out of my novel-writing class at Euphoric State. It's an unnatural medium for their experience. Those kids...are living a film, not a novel.”
(…)

“Life was transparent, literature opaque. Life was open, literature a closed system. Life was composed of things, literature of words. Life was what it appeared to be: if you were afraid your plane would crash it was about death, if you were trying to get a girl into bed it was about sex. Literature was never about what it appeared to be about, though in the case of the novel cosiderable ingenuity and perception were needed to crack the code of realistic illusion, which was why he had been professionally attracted to the genre (even the dumbest critic understood that Hamlet wasn't about how the guy wanted to kill his uncle, or the Ancient Mariner about cruelty to animals, but it was surprising how many people thought Jane Austen's novels were about finding Mr Right).”

 

 2002376-c067b87c6382bf8c8c820b934e9ffb19.jpg
David Lodge (Londen, 28 januari 1935) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:25 Reageer op dit bericht

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook ook alle tags voor Manfred Jendryschik op dit blog.

 

Vorm Bahnhof

Iduna / Nova, e’plus – Wahnsinn! Super!
Und Völckers King & Co., ja: Wir vermieten im Alleingang, das
heißt: selbst. Der Krane Glieder greifen in die Nacht
daneben, die Ellenbogenkugellager grellbeleuchtet
(ein großer Glanz von innen). Und aus dem Rohbau
stolpert seine Herrlichkeit Methusalem, der Veteran
des Alkohols, und wirft die Arme auf gleich einer Menschheit
mit einer Kurzhaardame schlurfend die Geleise, worauf
sich Monds Geschling getreu bescheidet, spiegelnd (es
kommt die 11 nun, wie gerufen), so
Leipzigs Pflastermitte mit dem Kosmos knüpfend.

 

 

Für William C.W.*

Der Tisch der Stuhl das Bett der Schrank
das Fenster klein die Herde Blumen
und die Lampe im August ein Blitz
das steht für Sie bereit Herr Williams
der Nagel in der Wand für Ihren Hut
(daneben dieses Bild das machte einer sich
für uns] das Wasserglas und Whisky
Brot das Messer Zigaretten auch
der Türspalt für den Neugierwind:
hier sind vier Wände also die ich geben kann:
das andre Zimmer brauch ich selbst
mit Tisch Stuhl Bett und Ihnen nebenan.

 

* William Carlos Williams

 

 2002371-9f5ed1a439250aa1f38e212a101f3ed4.jpg
Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook alle tags voor Mo Rocca op dit blog.

Uit: All the Presidents' Pets

“But like it or not, Phil was my cameraman, and I needed his cooperation if I was ever going to prove that I was worthy of a meatier assignment. I picked up a copy of the Washington Post I’d been keeping behind the counter. “Hey, Phil, did you know that Amtrak requested $1.82 billion in federal assistance last year?”
Phil didn’t hear me. He was polishing off a pack of peanut M&M’s and staring at the café car TV, which was tuned to CNN.
Earlier that day, President Bush had once again dropped his dog Barney, this time at a gathering of Hispanic businesswomen. (It had happened once before, at an airfield in Waco.) It didn’t seem like a particularly remarkable event—and playing it over and over didn’t make it more so. In fact the only thing that was remotely interesting was the split-second startled look on Bush’s face before he dropped the Scottie. But Phil didn’t notice that.
“Poor doggie,” he whimpered. I tried again to get his attention.
“So anyway, Amtrak requested over $1.8 billion and yet its on-time record continued to decline.”
“And?” Phil snapped without looking at me.
“And that’s pretty outrageous,” I said defensively. “This is the story we should look into.” Phil finally turned to me with a look one-quarter compassionate, three-quarters belittling that read, “You sad deluded clown. You really think they want you to be a real reporter?” But before I could respond, a woman’s voice piped in.
“And yet it’s still faster than the shuttle door to door. How are you, cutie?” My cover was blown, by none other than CBS’s Lesley Stahl, a former network “colleague.”
“Hey, Les,” I said, forcing a casual smile, then remembering it was no use pretending I wasn’t embarrassed. I was wearing a fake mustache."

 

 2002371-b207b19788c966b1db060cd153910fd8.jpg
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Hermann Peter Piwitt op dit bog.

Uit: Die Gärten im März

„Daß ich mir so was doch verkneifen solle, sagte Zange, solche Unternehmen, solche Gefühle. Daß es geradezu unsolidarisch sei, sich an so was zu verzetteln, wo sie selbst oft nicht wüßten, wo die Zeit hernehmen für die Sache. Nein, er sagt nicht bloß >unsolidarisch<, er sagt >objektiv unsolidarisch<, die Chance läßt er mir, mich subjektiv im Recht zu fühlen, - ehrlich, was ich mir davon verspräche? Ponto: ein hoffnungsloser Fall, wem der denn nun wohl nütze, was denn daran wohl noch zu beweisen sei?
Wirklich, ein privatistischer Luxus, sagt Lea.
Immerhin, sage ich, wir waren Freunde.
Gut, sagt Zange, aber ob ich denn wirklich glaubte, daß das ausreiche, daß das irgend jemanden interessiere, wo doch die großen Themen auf der Straße lägen. Löhne, Preise, Mieten, Wohnraumvernichtung Der drohende Abriß der Häuser hier, sagt Zange.
Ja, wen ich überhaupt damit erreichen wolle, sagt Lea.
Ich weiß es nicht, sage ich. Ich weiß nur, daß ich es zu Ende schreiben muß.
Da stehen sie, die beiden, schon in Mänteln. Sind eben aufgestanden, wollen gehen,nun, dann gehen wir wohl besser, da ist ja dann alles gesagt, sagt er, steht auf und schlüpft.“

 2002371-4aa2e5695b65b4f074cab550a3c17b5f.jpg
Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)
Cover

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook alle tags voor Colette op dit blog.

Uit: La vagabonde

"Oh, je peux chercher partout, dans les coins, et sous le lit, il n’y a personne ici, personne que moi. Le grand miroir de ma chambre ne me renvoie plus l’image maquillée d’une bohémienne pour music-hall, il ne reflète… que moi.
Me voilà donc, telle que je suis. Je n’échapperai pas, ce soir, à la rencontre du long miroir, au soliloque cent fois esquivé, accepté, fui, repris et rompu… Hélas, je sens d’avance la vanité de toute dispersion. Ce soir, je n’aurai pas sommeil, et le charme du livre, -oh ! le livre nouveau, le livre tout frais dont le parfum d’encre humide et de papier neuf évoque celui de la houille, des locomotives, des départs !- le charme du livre ne me détournera pas de moi…
Me voilà donc, telle que je suis ! Seule, seule, et pour la vie entière sans doute. Déjà seule ! C’est bien tôt. J’ai franchi, sans m’en croire humiliée, la trentaine ; car ce visage-ci, le mien, ne vaut que par l’expression qui l’anime, et la couleur du regard, et le sourire défiant qui s’y joue, ce que Marinetti appelle ma gaiezza volpina… Renard sans malice, qu’une poule aurait su prendre ! Renard sans convoitise, qui ne se souvient que du piège et de la cage… Renard gai, oui, mais parce que les coins de sa bouche et de ses yeux dessinent un sourire involontaire… Renard las d’avoir dansé, captif, au son de la musique…
C’est pourtant vrai que je ressemble à un renard ! Mais un joli renard fin, ce n’est pas laid, n’est-ce pas ?… Brague dit aussi que j’ai l’air d’un rat, quand je mets ma bouche en pointe, en clignant des paupières pour y voir mieux… Il n’y a pas de quoi me fâcher.
Ah, que je n’aime pas me voir cette bouche découragée et ces épaules veules, et tout ce corps morne qui se repose de travers, sur une seule jambe… Voilà des cheveux pleureurs, défrisés, qu’il faut tout à l’heure brosser longtemps pour leur rendre leur couleur de castor brillant. Voilà des yeux qui gardent un cerne de crayon bleu, et des ongles où le rouge a laissé une ligne douteuse… Je ne m’en tirerai pas à moins de cinquante bonnes minutes de bain et de pansage…"

 

 2002371-8b1df131da2fe5a64f6915789bdf52c8.jpg
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook alle tags voor Christian Felix Weiße opdit blog.

 

Der bescheidne Schäfer

Mein Schäfer, ach! der ist bescheiden!
Er liebt mich, zärtlich liebt er mich!
Der Innbegriff von seinen Freuden,
Sagt er mir öfters, sey nur ich:
Doch bleibt er allezeit bescheiden.

Jüngst ließ die Mutter uns alleine;
Was denkst du, ist alsdenn geschehn?
Da stand er starr, gleich einem Steine,
Guckt in den Hut, und wolte gehn,
Und ach! wir waren ganz alleine!

 

 

An den Schlaf

Komm, süsser Schlaf, erquicke mich!
mein muedes Auge sehnet sich
Der Ruhe zu geniessen,
Komm, sanft es zuzuschliessen.

Wie aber, Freund, o schlössest Du
Von nun an es auf ewig zu,
und diese Augenlider
Sähn nie den Morgen wieder?

So weiss ich, daß ein schöner Licht
Einst meinen Schlummer unterbricht,
Das ewig, ewig glänzet,
Und keine Nacht begrenzet.

 

2002371-2b694c72989a439f1d48ad7964065c4c.jpg
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)
Annaberg

Geschreven door Romenu om 12:24 Reageer op dit bericht

Ethan Mordden, Rudolf Geel, Lewis Carroll, Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, Neel Doff, Samuel Foote, Eliette Abécassis, Mordecai Richler

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog.

Uit: Some Men are Lookers

“Dennis Savage faced him down.
Virgil was watching them, and Cosgrove was watching Virgil.
"Maybe you could think about it," Virgil said suddenly to Dennis Savage, "and maybe you would change your mind."
"And maybe I won't."
Lionel nodded and left.
After closing the door, Virgil stood in thought, his back to us; Dennis Savage nudged me with a glance, indicating his lover. We all know one another so well that we sometimes operate like a mime troupe, entirely in visuals.
"Can I show my movie now?" Cosgrove asked. "It's the first videotape that I really made myself."
"I helped him," said Virgil, still at the door.
"Virgil always helps me."
"I'm not sitting through another Friday the 13th sequel," said Dennis Savage, "I'll tell you that."
"It's The Lost Boys."
"Are you undergoing a mystical out-of-life experience with that door," Dennis Savage asked Virgil, who hadn't yet moved, "or would you like to join us on the couch?"
Virgil coolly came over, sitting on the far side of the couch from Dennis Savage.
"Hey!"
"Easy," I said.
"Well, what's he supposed to be, my eighth cousin thrice removed? Come over here, you."
"Cosgrove," said Virgil, staying put, "it's movie time."
"Were they misunderstood cuties," Cosgrove cried, jumping up to make his presentation, "or mean ghouls? A magical club, or killers on the loose?"
"Let's skip the trailer," said Dennis Savage. "Just run the film."
"This is becoming a very snarky apartment," said Virgil.
Dennis Savage leaned over me and asked Virgil, "How come I don't know what that word means?"
"Virgil and Cosgrove Productions present," Cosgrove began, with a—at any rate trying to—flourish, and onto the television screen came the credits of Pee-wee's Big Adventure.
"Sure," said Dennis Savage. "The three things I most wanted to do tonight were go to the dentist for an emergency root canal, trade fashion tips with Prince, and see Pee-wee's Big Adventure. That's one down."

 

 2002143-0eb62c179db44a7089b86d8d407cc462.jpg
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Zie ook alle tags voor Rudolf Geel op dit blog.

Uit: De voeten van Petrus

“1
God, zegt men, na vier jaar terug in Rome op het Forum Romanum. Er is hier ook werkelijk niets veranderd.
En het lijkt zelfs of de steenmassa's nog zijn toegenomen.
Op de Palatijn blijkt dat laatste overigens niet juist: naast de Casa di Livia is een zona periculosa waar een nieuw brok oudheid zichtbaar wordt gemaakt.
Terugkeer naar de eerste waarneming: terwijl ik ouder word, theoretisch verder af moet raken van deze geschiedenis, kom ik er desondanks dichterbij. Er is wel iets veranderd. Het zal nog generaties lang dichterbij komen. Als nu een generatie x, na ons, ertoe mocht komen om ons uit te graven (want wie weet of wij niet onder steen bedolven zullen raken), zal hem dan een zelfde geluksgevoel bevangen? Een soort heimwee, een snipper van het onbereikbare in handen te hebben? De eeuwige tijd één brokstuk te slim af te zijn?
Overstekend naar het Colosseum word ik bijna door een Amerikaan overreden. Ik tik op mijn hoofd. Hij wuift. Zo gaat het, en niet anders, in Vietnam. Ook binnen de geschiedenis raakt men zijn heden niet kwijt.

2
Wanneer de eerste gladiator de arena betreedt en Gaius en Marcella op hun plaatsen zitten, tegenover de ereloge der Caesars, verflauwt het beeld.
De zon doet hier zijn intrede, de grond verzakt, de kelders komen bloot te liggen en weldra groeit er weelderig gras tussen de fundamenten. En kijk hoe de wilde dieren er uitzien: het zijn katten, wat zeg ik, wilde katten, en moedige mannen buigen zich voorover om de kleintjes te grijpen, zoals eens moedige mannen zich vooroverbogen om de wanhopigen, de onverschilligen, de geldduivels en arme donders te zien vechten.
Men kon een tentdak uitspreiden over het Colosseum. Hoe clownesk zullen sommigen zich gedragen hebben, terwijl de leeuwen grommend op hen afkwamen.”

 

 2002143-c853e8a8251087f9dc9db12ed87e441e.jpg
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)
Het beeld van Petrus door Arnolfo di Cambio in de Sint-Pietersbasiliek

 

 

De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury geboren. Zie ook alle tags voor Lewis Caroll op dit blog.

Uit: Alice in Wonderland

“As she said this she looked down at her hands, and was surprised to see that she had put on one of the Rabbit's little white kid gloves while she was talking. `How can I have done that?' she thought. `I must be growing small again.' She got up and went to the table to measure herself by it, and found that, as nearly as she could guess, she was now about two feet high, and was going on shrinking rapidly: she soon found out that the cause of this was the fan she was holding, and she dropped it hastily, just in time to avoid shrinking away altogether.
`That was a narrow escape!' said Alice, a good deal frightened at the sudden change, but very glad to find herself still in existence; `and now for the garden!' and she ran with all speed back to the little door: but, alas! the little door was shut again, and the little golden key was lying on the glass table as before, `and things are worse than ever,' thought the poor child, `for I never was so small as this before, never! And I declare it's too bad, that it is!'
As she said these words her foot slipped, and in another moment, splash! she was up to her chin in salt water. Her first idea was that she had somehow fallen into the sea, `and in that case I can go back by railway,' she said to herself. (Alice had been to the seaside once in her life, and had come to the general conclusion, that wherever you go to on the English coast you find a number of bathing machines in the sea, some children digging in the sand with wooden spades, then a row of lodging houses, and behind them a railway station.) However, she soon made out that she was in the pool of tears which she had wept when she was nine feet high.
`I wish I hadn't cried so much!' said Alice, as she swam about, trying to find her way out. `I shall be punished for it now, I suppose, by being drowned in my own tears! That will be a queer thing, to be sure! However, everything is queer to-day.'
Just then she heard something splashing about in the pool a little way off, and she swam nearer to make out what it was: at first she thought it must be a walrus or hippopotamus, but then she remembered how small she was now, and she soon made out that it was only a mouse that had slipped in like herself.”

 

 2002143-4331289e1c6a982d437d428269cd9450.jpg
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
Scene uit de film “Alice Through the Looking Glass” met Johnny Depp en Mia Wasikowska, 2016

 

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Der Wanderer

„Bedächtig, die Flinten auf der Schulter, schritten wir, der alte Heger und ich, durch den Urwald, welcher in schweren, dunklen Massen am Fuße unseres Gebirges lagert, und seine Riesenglieder weithin in die Ebene streckt. Der Abend ließ das scheinbar unbegrenzte Gebiet schwarzen jungfräulichen Nadelholzes noch finsterer und schweigender als sonst erscheinen; weithin war keine Stimme eines Lebenden, kein Laut, kein Rauschen eines Wipfels zu vernehmen, und weithin kein Licht außer von Zeit zu Zeit ein blasses mattgoldenes Netz, das die scheidende Sonne über Moos und Kräuter gespannt hatte.
Der Himmel, wolkenlos, blaßblau wurde nur in einzelnen Stücken zwischen den unbeweglichen, ehrwürdigen Fichtenhäuptern sichtbar. Ein schwerer Geruch feuchter Fäulniß schwebte in den riesigen Nadeln und Halmen, nicht einmal unter unsern Füßen knisterte es. Wir gingen auf einem weichen nachgiebigen Teppich. Manchmal erblickte man eines jener verwitterten grün überzogenen Felsstücke, wie sie an dem Abhange der Karpathen tief in die Wälder und sogar bis in die getreidegelbe Fläche hinab zerstreut sind; stumme Zeugen jener halbvergessenen Zeit, wo ein großes Meer seine Fluthen gegen die zackigen Ufer unseres Gebirges trieb, und als sollte es uns an jene feierlich monotonen Schöpfungstage mahnen, erhob sich plötzlich ein starker Wind, und jagte seine unsichtbaren Wellen brausend durch die schweren Wipfel, die zitternden grünen Nadeln, die tausend und tausend Gräser und Kräuter, welche sich demüthig vor ihm neigten.
Der alte Heger blieb stehen, strich sich das weiße Haar zusammen, das die wilde strömende Luft verwirrt hatte, und lächelte. Ueber uns im blauen Aether schwebte ein Adler.
Der Alte legte die Hand über die Augen, zog die schweren Brauen zusammen und blickte auf ihn.
»Wollen Sie ihn schießen?« sprach er gedehnt.
»Wie wäre es möglich,« entgegnete ich.
»Der Sturm treibt ihn herab,« murmelte der Alte, ohne seine Stellung zu verändern. Wirklich wuchs der schwarze, geflügelte Punkt über uns von Sekunde zu Sekunde, schon sah ich sein Gefieder glänzen. Wir näherten uns einer Lichtung, welche von düsteren Fichten umsäumt war, zwischen denen einzelne weiße Birken, wie Gerippe eines anatomischen Museums standen, und hie und da rothe Vogelbeeren glühten.“

 

 2002143-8584cb2ff41ed68912f7cb2908a6848b.jpg
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)
Standbeeld in Lviv, Oekraïne

 

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Benjamin von Stuckrad-Barre op dit blog.

Uit: Panikherz

„Wir haben einen Hut auf. Udo konnte sich nicht entscheiden, welchen er mitnimmt, hatte keine Hutschachtel griflbereit, also war für den Zweithut die sicherste Beförderungsart: mein Kopf.
Seit einer Stunde stehen wir in der Warteschlange vor den Einreiseschaltem des Flughafens von Los Angeles, und je näher wir den grimmig schauenden Uniforrnierten in ihren Glaskästen kommen, desto nervöser werde ich.Wie sie bundertmal zwischen Pass und Einreiseschaltern hin und her schauen, in ihren Computer gucken, unfreundliche Generalverdachtsfragen stellen, Fingerabdrücke nehmen, Fotos von einem machen, schrecklich. Land of the free - aber wirklich erst, wenn man drin ist.
Wir sind Touristen. Das ist ganz wichtig. Holiday, vacation! Urlaub, Urlaub, Urlaub. Davon darf man nicht abweichen. Egal, mit welchen Trickfragen sie kommen - Urlaub.
Ich habe zur Sicherheit auch Udos ESTA-Nummer auf einem Klebezettel in meiner Reiseunterlagenklarsichtfolie, Udo hat seinen Reisepass schon aufgeklappt in der Hand, er glaubt, dass es ganz schnell geht. Wie immer, wenn wir zusammen reisen, nehme ich ihm kurz Pass und Ausweis ab und freue mich an den dort festgehaltenen Staatsbürgerfakten: Udo Gerhard Lindenberg. Gerhard! Wohnsitz: Hotel Atlantic.
Ein Schalter wird frei, und der Uniformierte in dem uns barsch (»Next!«) zugewiesenen Glaskasten hat besonders schlechte Laune. Natürlich sind wir rein äußerlich ein seltsames Paar, nicht unbedingt Leute, die man ohne Nachfragen durchwinkt: Udo in engen Nadelstreifenhosen, mit Nietengürtel und auf neongrünen Socken, er hatte keine Lust mehr auf Schuhe nach dem langen Flug, dazu eine Art Kapitänsuniformjacke und einen braunen Hut, ich mit Matrosenhemdund Jogginghose, Udos Zweithut auf dem Kopf, einem Tropenhut.“

 

 2002143-d24912dcef7a7e529e5a7c2115b0480d.jpg
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)
Hier met Udo Lindenberg (rechts )

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook alle tags voor Neel Doff op dit blog.

Uit: Keetje Tippel

“Toen we waren opgestaan, bleek de hele straat in opschudding te wezen, want door de overstroming stonden alle kelders blank en hoewel dat voor de bewoners niets nieuws meer was, krioelden ze overal rond om te zien hoe hoog het water stond en hoe men het van kelder tot kelder de baas wou worden. Moeder was te opgewonden om iets te ondernemen, ze stuurde ons niet naar school en maakte geen eten. Mina en ik volgden haar van de ene kelder naar de andere, maar zij stuurde ons al gauw naar huis terug om op de kleintjes te letten.
Wij ploeterden een tijdje in het water rond. Toen bond Hein een touwtje aan 'n stok, bevestigde er een haakje aan dat hij van 'n haarspeld had gemaakt en zittend op een stoel begon hij in het slikwater te vissen. Dirk schoof op z'n achterste over de loopplanken en haalde met zijn handen, die blauw zagen van de kou, een nest dode muisjes op, door het water vanonder de kast vandaan gespoeld. Hij vond ook nog een halfdode rat, en almaar op z'n billetjes langs de planken schuifelend toonde hij ons vol trots het dier dat nog ademde. Toen gleed Dirk het water in; ik kon hem niet tegenhouden, hij was te zwaar... Dus ging ik op zoek naar moeder die nog langs de kelders rondtrok om er kommetjes koffie te drinken, en die met tegenzin meeging om Dirk uit het water te sjorren.
Hein en hij begonnen te beven over hun hele lijf. Moeder stopte ze in bed, waar ze blauw van de opkomende koorts heen en weer rolden. Zelf nu ook koortsig, begon ik te huilen: moeder legde me bij de jongens, wierp wat kleren over ons heen en tegen elkaar aangedrukt lagen wij gedrieën te klappertanden. De koorts schokte door ons lijf en we rilden alsof er rijen mieren door onze aderen trokken. Zo wachtten wij op de hete koorts, die pas in de namiddag opkwam. Toen wisselde onze kleur eerst langzaam van blauw naar roze, en vervolgens naar vuurrood; wij gooiden het dek van ons af, sloegen onze armen om ons heen, duwden ons van elkaar af en spreidden de benen om wat koelte te krijgen, terwijl we hijgden van dorst. Moeder, die in haar ene hand een kaars hield om de donkere bedstee wat te verlichten, gaf ons met de andere wat water.”

 

 2002143-76efa62f9500fc38711e9d294b1af99d.jpg
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942) 
Cover DVD 

 

 

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall. Zie ook alle tags voor Samuel Foote op dit blog.

Uit: The Lame Lover

“SERJEANT. Then what does me A, but sets up the alibi C, to defeat the affidavit of B.—You take me.
CHARLOT. Clearly.
SERJEANT. So far you see then the ballance is even.
CHARLOT. True.
SERJEANT. But then to turn the scale, child, against A, in favour of B, they produce the circumstance D, viz. B's watch found in the pocket of A; upon which, the testimony of C being contradicted by B,—no, by D,—why then A, that is to say C,—no D,—joining B, they convict C,—no, no, A,—against the affidavit of C.—So this being pretty clear, child, I leave the application to you.
CHARLOT. Very obliging, Sir. But suppose now, Sir, it should appear that the attention of Sir Luke Limp is directed to some other object, would not that induce you to—
SERJEANT. Other object! Where?
CHARLOT. In this very house.
SERJEANT. Here! why the girl is non compos; there's nobody here, child, but a parcel of Abigals.
CHARLOT. No, Sir?
SERJEANT. No.
CHARLOT. Yes, Sir, one person else.
SERJEANT. Who is that?
CHARLOT. But remember, Sir, my accusation is confined to Sir Luke.
SERJEANT. Well, well.
CHARLOT. Suppose then, Sir, those powerful charms which made a conquest of you, may have extended their empire over the heart of Sir Luke?”

 

 2002143-baf56355be9e04629d9380b3e46ca40d.jpg
Samuel Foote (27 januari 1720 - 21 oktober 1777)
Cover e-book

 

 

De Franse schrijfster Eliette Abécassis werd geboren op 27 januari 1969 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Eliette Abécassis op dit blog.

Uit:Un heureux événement

“Léa m’enseignait le sourire. Elle se réveillait en souriant, et souriait dans son sommeil. Sourire, mystère du sourire, fraternité de l’enfant qui naît.
Il a beaucoup à nous apprendre, ce mystère du visage humain, ce sourire du bébé comme quintessence de l’autre, mais oui, c’est possible, il existe une communication, l’intersubjectivité existe, et je me dis que les philosophes se sont trompés parce qu’ils n’avaient pas de bébé, Socrate, Kant, Sartre, personne n’avait eu de bébé pour comprendre la vie, l’altérité, l’amour, la haine, la folie, la perte du réel, et comment bien souvent – Rousseau, lui, savait – le sentiment premier de l’homme c’est la pitié.
Lorsqu’elle pleurait, lorsqu’elle était en demande, lorsqu’elle était loin de moi et moi loin d’elle, j’avais pitié de Léa. C’est beau la pitié. Non, ce n’est pas le premier stade de l’humanité, c’est peut-être instinctif mais c’est le plus sacré des sentiments, celui qui fait qu’on s’arrête et qu’on regarde, qu’on ressent ce que l’autre ressent, sa souffrance, son attente, son espérance, et que par une sainte inclination, on se penche vers lui pour lui tendre la main, on l’invite en son sein. C’est originel et c’est profond, c’est humain. Le lait maternel et le sein, c’est cette générosité-là. La pitié, la pitié filiale.”

 

 2002143-34c384600c4be4cb76624420acc99f51.jpg
Eliette Abécassis (Straatsburg, 27 januari 1969)

 

 

De Canadese Schrijver Mordecai Richler werd geboren op 27 januari 1931 in Montreal. Zie ook alle tags voor Mordecai Richler op dit blog.

Uit: Barney's version

“I understand why our most perspicacious men of letters object to the current trend in biography, its mean practitioners revelling in the carve-up of genius. But the truth is, nothing delights me more than a biography of one of the truly great that proves he or she was an absolute shit. I’m a sucker for studies of those who, in the words of that friend of Auden’s (not MacNeice, not Isherwood, the other guy) “…travelled a short while toward the sun/And left vivid air signed with honour.” But took no prisoners en route, now the facts are known. Say, the story of T.S. Eliot having his first wife locked up in the bin, possibly because she had written some of his best lines. Or a book that delivers the dirt on Thomas Jefferson, who kept slaves and provided the prettiest one with an unacknowledged child. (“How is it,” asked Dr. Johnson, “that we hear the loudest yelps for liberty amongst the drivers of the negroes?”) Or reveals that Martin Luther King was a plagiarist and a compulsive fucker of white women. Or that Admiral Byrd, one of my boyhood heroes, was actually a smooth-talking liar, a terrible navigator, an air traveller so frightened of flying that he was frequently drunk while others did the piloting, and a man who never hesitated to take unearned credit. Or tells how F.D.R. cheated on Eleanor. Or that J.F.K. didn’t really write Profiles in Courage. Or how Bobby Clarke slashed Kharlamov across the ankles, taking out the better player in that first thriller of a hockey series against the incredible Russians. Or that Dylan Thomas was a shnorrer born. Or that Sigmund Freud faked some of his case notes. I could go on, but I think you get the idea. »

 

 2002143-b07b3460ff25ba58984af1623eabd9af.jpg
Mordecai Richler (27 januari 1931 – 3 juli 2001)
Scene uit de film “ Barney's version“ uit 2010 met Paul Giamatti (Barney) en Scott Speedman (Boogie)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

VSB poëzieprijs voor Hannah van Binsbergen

 

VSB poëzieprijs voor Hannah van Binsbergen

De Nederlandse dichteres Hannah van Binsbergen heeft donderdag de VSB Poëzieprijs gewonnen, de prijs voor de beste dichtbundel. Van Binsbergen krijgt de prijs voor haar debuutbundel “Kwaad gesternte”. Hannah van Binsbergen werd geboren in 1993. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Van Binsbergen schreef o.a. al voor Trouw en De Groene Amsterdammer. Haar eerste gedichten publiceerde zij op het internettijdschrift Samplekanon en zij schrijft ook voor  Tirade en dw B. In 2016 debuteerde zij met de bundel “Kwaad gesternte”, die haar meteen een nominatie voor de VSB Poëzieprijs 2017 opleverde.

Uit: Kwaad gesternte

 

Nu iedereen met me meekijkt kan ik eindelijk beginnen
te groeien naar de markt. Ze weten allemaal waar ik mee bezig
ben en vinden het niks: de tijd dat de postbode de arme
burger achternazat, de tijd dat de goede postbode
symbool stond voor de dood, hebben we toegestaan
te transformeren tot de nadagen van een hippe planeet.
Ik hoef mijzelf niet meer te dwingen een gezicht op te
zetten om naar buiten te gaan. Al mijn gezichten zijn bekend,
gezien in medische catalogi, besproken in ondergrondse
correspondenties, beproefd in het gebruik. Ik wil eruit
maar nergens ben ik veilig, mijn geweten is iets lichts
geworden nu ik mijzelf altijd moet zien en zien hoe ik door
iedereen gezien word. Sinds de tijd dat de ptt het embleem
was van de dood is veel vergeten dat herinnerd had moeten
blijven, nu te lezen in de levende archieven verspreid over
Europa. Ik steek mijn hand door de brievenbus, voel voor het eerst
het afscheid van mijn onverstuurde brieven.

 

 

Vroeger had ik iets

het was niet groot maar groot genoeg om niet verwacht te worden
het was taai en zorgde dat ik met een schoon geweten
die rooie op zijn bek kon slaan
niemand die het zag
hij zou het nooit vertellen en niemand zou mij ooit geloven
(zo onwaarschijnlijk was het niet, ik was een half hoofd groter
en duizend keer slechter opgevoed)

ik kies julia
ik kies ervoor om op te staan om 9 uur hoewel ik weet dat dat niet
enkel in mijn handen ligt
mijn voorkeur hebben mannen die op apen lijken boven
mannen die op honden lijken
ik kies ervoor om terug te gaan naar voorhistorische debatten
ik kies de dood die mij voorspeld is door een sticker
te aanvaarden met een beetje waardigheid
ik kies ervoor om daarna op te staan om 9 uur hoewel ik weet dat dat
niet enkel in mijn handen ligt

het was mijn eerste vuistgevecht
een dag tevoren had ik wel een jongen voor zijn scheen geschopt
ik was niet trots
nu wel

ik kijk hem aan – het is nu zes jaar later –
en zie dat hij het meer verdient dan ooit maar vroeger had ik iets
wat net buiten mijn handen lag en dingen voor me deed die niemand zag

 

 

 2002031-1379bbe13545dcde44f133d144fdbd2b.jpg
Hannah van Binsbergen (1993)

Geschreven door Romenu om 08:56 Reageer op dit bericht

Arie van der Krogt

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler, zanger en liedjesschrijver Arie van der Krogt werd geboren in Zoeterwoude op 27 januari 1952. In Rotterdam is Van der Krogt stedenbouwkundige bij de gemeente en hij staat daar bekend als een zanger die op een kritische manier liedjes maakt over de stad. Zo bezingt hij op zijn tweede cd, “Zouwe de touwe ’t houwe” uit 1997, onder meer het Rotterdamse Schouwburgplein. Zijn liedteksten zijn in 2007 in boekvorm verschenen bij uitgeverij Ad. Donker, onder de titel “Rotterdam van feest tot feest”. Als dichter vestigde hij de aandacht op zich met zijn vertaling van Shakespeares sonnetten en de liefdesonnetten van Christina Rossetti. Hij vertaalde ook gedichten van de Engelse metafysche dichter George Herbert, die werden uitgegeven door "de Zaak Akkerman" onder de titel “De God van Herbert”.

 

Het allermooiste plekje

Ik zou haast niet kunnen zeggen
wat de mooiste plekjes zijn
Want een schilderij van Mondriaan
heeft toch ook geen mooiste lijn;
Toch is er een heel mooi plekje
waar ik uren zitten kan
't is mijn favoriete plekje
in het hart van Rotterdam

't Is het allermooist plekje van de stad
in de winkel van Van Gennep op de trap

Want je kan daar heerlijk zitten
met je rug tegen de muur
en omgeven door de schrijvers
van de wereldliteratuur;
Al die prachtige verhalen
in die boeken op een rij
Het is een soort Martyrium
en de hoofdpersoon ben jij

't Is het allermooiste plekje van de stad
bij Maria en Andrea op de trap

Als je daar een uur blijft zitten
trekt de hele stad voorbij,
altijd vragend weer naar boeken,
altijd bezig als een bij;
"Heeft u boeken over paarden"
"Nee, die hebben wij hier niet
Moet u maar bij Donner vragen"
Ja, zo gaat die zaak failliet

Staat de hele zaak vol boeken
vragen ze om een cd
want ......leuke vlotte liedjes
ja, daar haal je omzet mee;
"Wilt u hem laten signeren",
hoor ik om de haverklap,
"want de zanger van de liedjes
zit toevallig op de trap"

't Is het allermooiste plekje van de stad
bij Maria en Andrea op de trap

En ik kan je wel vertellen
waar ik 't meeste van geniet
Van de koffie van Louise
en de kopjes van Piet

 

 2111379-93f19e8473eb5dbf1ca0116f1d8d4b77.jpg
Arie van der Krogt (Zoeterwoude, 27 januari 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Harvey Shapiro

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Hij sprak jiddisch. Toen hij een jongen was, verhuisde zijn familie naar Manhattan en later naar Long Island. Hij studeerde aan de Yale University maar ging tijdens WO II in dienst bij de luchtmacht. Hij vloog 35 missies over Europa als een B-17 schutter en ontving het Distinguished Flying Cross. Hij keerde terug naar Yale en behaalde in 1947 een bachelorgraad in Engels en een masters in de Amerikaanse literatuur aan Columbia University in 1948. Shapiro doceerde de eerste helft van de jaren 1950 Engels aan Cornell University en Bard College. Hij werd vervolgens assistent redacteur bij Commentary magazine, poëzieredacteur bij The Village Voice en fictie editor bij The New Yorker voordat hij in 1957 bij de New York Times werd aangesteld. Hij werkte daar in diverse redactionele posities – bij The New York Times Magazine, The New York Times Book Review (van 1975 tot 1983) en ook als plaatsvervangend redacteur van het tijdschrift. Misschien was de meest opmerkelijke prestatie bij The New York Times er een die niet in het blad terecht kwam. Toen hij in 1962 had gelezen dat Dr. Martin Luther King, Jr. in de gevangenis was gezet belde hij de stichting van King, de Southern Christian Leadership Conference, en stelde voor om de volgende keer dat King in de gevangenis werd gezet, een brief te schrijven, die hij dan zou publiceren. Deze brief werd, nadat King in april 1963 voor de campagne van Birmingham gearresteerd werd, de “Letter from Birmingham Jail”, De superieuren van Shapiro lieten niet toe dat de brief in The New York Times gedrukt werd, maar de brief werd wel elders 50 keer gedrukt, in 325 edities, inclusief Dr. King's eigen boek “Why We Can’t Wait.” Shapiro bleef poëzie schrijven terwijl hij werkzaam was als redacteur en publiceerde een dozijn boeken, zoals “The Eye” (1953), “The Light Holds” (1984) en “National Cold Storage Company” (1988). Hij heeft ook een anthologie getiteld “Poets of World War II” geredigeerd. Sapiro’s poëzie vertoont vaak een subtiel gevoel voor humor.

 

Key West

At the corner of Simonton and Amelia
there is a small junkyard that is
as beautiful to me as the deep
blue sea stretching from here to Cuba.
It has an arching tree over it
and its shards of old cars, tractors,
boating gear shine in the tropic sun
but with an American splendor
like rolling waves of grain. How odd
to have been taught to respond to
junk by my culture, and with
a patriotic fervor, so that the colors
red, white, and blue blaze through the rust.

 

The Mother of Invention

On my desk are the bills from the living
and in my sleep are the bills from the dead.

“Emptiness is the mother of invention”
says my fortune cookie. July 23, 2010.
Brooklyn. I walk in the slow rain,
never less accomplished, never happier.

Why should I doubt the world has meaning
when even in myself I see mysterious purposes.

A crow drops down for a moment,
black, rabbinical garb, croaking Kaddish.

 

 2081278-d3549c829936a1d827cac603dcc49273.jpg
Harvey Shapiro (27 januari 1924 - 7 januari 2013)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Paolo Cognetti

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Op zijn 18e jaar begon hij te schrijven. Hij studeerde eerst wiskunde en Amerikaanse literatuur, studies die hij echter niet af maakte. in 1999 studeerde hij af aan de Civica Scuola di Cinema « Luchino Visconti » in Milaan. Vervolgens richtte hij zich op het maken van sociale, politieke en literaire documentaires. Hij debuteerde als schrijver in 2003 met het verhaal “Fare ordine”, waarvoor hij de Premio Subway-Letteratura literatuurprijs ontving. In de daarop volgende jaren volgden twee bundels met korte verhalen “Manuale per ragazze di successo” (2004) en “Una cosa piccola che sta per esplodere” (2007) en de "roman van korte verhalen" “Sofia si veste sempre di nero” (Sofia draagt altijd zwart, 2012). Na een reeks documentaires over de Amerikaanse literatuur (Scrivere/New York, 2004) publiceerde hij in 2010 “New York è una finestra senza tende”, gevolgd in 2014 door “Tutte le mie preghiere guardano verso ovest”, twee persoonlijke gidsen voor de stad New York. Een andere passie van Cognetti zijn de bergen, waar hij een paar maanden per jaar in eenzaamheid in doorbrengt. In deze tijden van afzondering ontstond in 2013 een dagboek, “Il ragazzo selvatico” (De wilde jongen). In 2014 verscheen “A pesca nelle pozze più profonde”, een meditatie over de kunst van het schrijven van korte verhalen. In 2016 Einaudi kwam zijn eerste roman in de strikte zin van het woord uit: “Le otto montagne” (De acht bergen), al in 30 landen verkocht vóór de publicatie. Hij ontving er in 2017 de prestigieuz Premio Strega voor.

Uit: Acht Berge (Vertaald door Christiane Burkhardt)

“Mein Vater ging auf seine Art in die Berge: Er war weniger ein Mann der Meditation als ein Dickkopf und Draufgänger. Er begann den Aufstieg, ohne seine Kräfte einzuteilen, stets im Wettlauf gegen irgendwen oder was, und wenn ihm ein Weg zu lang war, nahm er die direkte Abkürzung. Bei ihm war es verbten zu rasten, verboten über Hunger, Kälte oder Erschöpfung zu klagen, dafür durfte man ein schönes Lied singen, besonders bei Gewitter oder dichtem Nebel. Und sich laut johlend die Schneefelder hinabstürzen.
Meine Mutter, die ihn schon von klein auf kannte, erzählte, dass er schon damals auf niemanden warten wollte, so wild war er darauf, jeden einzuholen, den er vor sich hatte. Deshalb musste man gut zu Fuß sein, um in den Augen meines Vaters Gnade zu finden. Mit einem Lachen gab sie mir zu verstehen, dass sie ihn so erobert hatte. Später zog sie es vor, keine Wettläufe mehr zu veranstalten, sondern sich auf einer Wiese niederzulassen, die Füße in einen kalten Wildbach zu hängen oder Kräuter und Blumen zu bestimmen. Auch auf dem Gipfel bewunderte sie am liebsten die Kuppen in der Ferne, dachte an die Berge ihrer Jugend zurück und versuchte sich daran zu erinnern, wann sie mit wem wo gewesen war, während mein Vater in diesem Moment nichts als Ernüchterung empfand und nur noch nach Hause wollte.
Zwei unterschiedliche Reaktionen auf dasselbe Heimweh vermutlich. Meine Eltern waren mit Anfang dreißig in die Stadt gezogen, fort aus dem ländlichen Veneto, wo meine Muttergeboren und mein Vater als Kriegswaise aufgewachsen war.
Ihre ersten Berge, ihre erste große Liebe, waren die Dolomitengewesen. Sie erwähnten sie manchmal in ihren Gesprächen, als ich noch zu klein war, ihnen zu folgen, aber manche Worte ragten eindeutig heraus, weil sie sonorer, gewichtiger waren: Rosengarten, Langkofel, Tofana, Marmolada. Es genügte, dass mein Vater einen dieser Namen nannte, und die Augen meiner Mutter begannen zu leuchten.
Das waren die Orte, an denen sie sich verliebt hatten, wie auch ich irgendwann begriff. Ein Pfarrer hatte sie in jungen Jahren mit dorthin genommen, derselbe, der sie später auch
traute: am Fuß der Drei Zinnen, dort vor der kleinen Kirche, eines Morgens im Herbst. Diese Hochzeit im Hochgebirge war der Gründungsmythos unserer Familie – boykottiert von den Eltern meiner Mutter, ohne dass ich gewusst hätte, warum, gefeiert im Kreis weniger Freunde, mit Anoraks statt Hochzeitsgewändern und mit einem Bett in der Auronzohütte in ihrer ersten Nacht als Mann und Frau. Auf den Felsbändern der Großen Zinne glitzerte bereits Schnee. Es war ein Samstag im Oktober ’71, das Ende der Klettersaison – damals, aber auch noch für viele Jahre danach: Wenig später verfrachteten sie die ledernen Bergstiefel, die Kniebundhosen, ihren schwangeren Bauch und seinen Arbeitsvertrag ins Auto und zogen nach Mailand.“

 

 2076914-c38b4c6a248044e19b87bd60f718d725.jpg
Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten