Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 februari 2017 tot 5 februari 2017

Geert Buelens, William S. Burroughs, Ruth Lasters, Joris-Karl Huysmans, Terézia Mora, Philip Weiss, Luc Indestege, Rikkert Zuiderveld, Laurens Hoevenaren

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Einde van de horizon (Klassenstrijd)

En toen
in de winter van de schemering
werden we ingehaald door de geschiedenis

Het schuim ging plots rotten
het platte bleek in schuifjes
onderverdeeld en niet langer
stonden we naast elkaar
te blinken

Zo voelt het
pletten van de tijd

het rustig voortschokkelen
komt aan zijn eind
Al wat we zien

is ongewis

 

 

Landkaartverkleining (Systeemcrisis)

Je was er even uit
toen het land vervaarlijk ging
verzakken

Daar was bewust op aangestuurd, natuurlijk
we kennen wie daarop uitwas
allen liefhebbers van
de grootheid van ons volk
ook als het daarvoor
kleiner moet worden gemaakt

Nooit kreunde het onder de hitte
zelden leek het voldaan met zichzelf
een groot gevoel van gemis
ging ervan uit
door geen frituur op te vullen
door geen president te redden
door geen seismische schok te verschuiven

 

 2005216-00229d99cf39a065cbfd926db66988bc.png
Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Cold Lost Marbles

my ice skates on a wall
lustre of stumps washes his lavander horizon
he's got a handsome face of a lousy kid
rooming-houses dirty fingers
whistled in the shadow
"Wait for me at the detour."
river… snow… some one vague faded in a mirror
filigree of trade winds
clouds white as lace circling the pepper trees
the film is finished
memory died when their photos weather-worn points of
polluted water under the trees in the mist shadow of
boys by the daybreak in the peony fields cold lost
marbles in the room carnations three ampoules of
morphine little blue-eyes-twilight grins between his
legs yellow fingers blue stars erect boys of sleep
have frozen dreams for I am a teenager pass it on
flesh and bones withheld too long yes sir oui oui
Crapps' last map… lake… a canoe… rose tornado in
the harvest brass echo tropical jeers from Panama
City night fences dead fingers you are in your own body
around and maybe a boy skin spreads to something
else on Long Island the dogs are quiet.

 2005216-c9e18393e82945caa928e7a891478d36.jpg
William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)
Hier met Mick Jagger

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Ruth Lasters werd geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Zie ook alle tags voor Ruth Lasters op dit blog.

 

Karper

Dat niemand ooit de hele vorming van een ijsvlakte zag,
echt elke tel van hoe een vijver tot betreedbaarheid

stolt. Allicht is daar geen enkele totaalgetuige van, nu en
vroeger niet. Dat zekere raakpunt met

mensen uit eerdere tijden maakt hen plots nabij, alsof ze door
de troebele ijsspiegel naar mij kijken. Vooral in het midden

bij de vastgevroren karper in het wak als een tijdgat, waardoor zij
wel de troost lijken te seinen dat zij uitgerekend nu

met ongeveer evenveel ontbreken, aan de andere zijde zijn als wij
zenuwcellen hebben, als zit er in ons hoofd

van elk van wie hier is geweest
de felste sprankel.

 

Kralen

Cornflakesgeknisper: gefluister
van lichtjaren ver weerklinkend door
melk. Je armband die stukspringt. Kralen

tot stilstand op acht, vijf, vier centimeter
van de jam en nooit stel je de vraag hoe ze
ochtend na ochtend op exact dezelfde plaats

hoe dat in godsnaam. Je hoeft het je maar één keer
af te vragen en de dag begint, een andere, waar ik in
wakker word, de mogelijkheid tot jou voorgoed belet

de jam wegwerp

 

 2005216-b206b0548286d36420b8d518e69ce3ec.jpg
Ruth Lasters (Antwerpen, 5 februari 1979)

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles-Marie-Georges Huysmans werd geboren op 5 februari 1848 in Parijs. Zie ook alle tags voor Joris-Karl Huysmans op dit blog.

Uit: À Rebours

« Là, en faisant saler l'eau de sa baignoire et en y mêlant, suivant la formule du Codex, du sulfate de soude, de l'hydrochlorate de magnésie et de chaux ; en tirant d'une boîte soigneusement fermée par un pas de vis, une pelote de ficelle ou un tout petit morceau de câble qu'on est allé exprès chercher dans l'une de ces grandes corderies dont les vastes magasins et les sous-sols soufflent des odeurs de marée et de port ; en aspirant ces parfums que doit conserver encore cette ficelle ou ce bout de câble ; en consultant une exacte photographie du casino et en lisant ardemment le guide Joanne décrivant les beautés dela plage où l'on veut être ; en se laissant enfin bercer par les vagues que soulève, dans la baignoire, le remous des bateaux-mouches rasant le ponton des bains ; en écoutant enfin les plaintes du vent engouffré sous les arches et le bruit sourd des omnibus roulant, à deux pas, au-dessus de vous, sur le pont Royal, l’illusion dela mer est indéniable, impérieuse, sûre.
Le tout est de savoir s'y prendre, de savoir concentrer son esprit sur un seul point, de savoir s'abstraire suffisamment pour amener l'hallucination et pouvoir substituer le rêve dela réalité àla réalité même.
Au reste, l'artifice paraissait à des Esseintes la marque distinctive du géniede l’homme.
Comme il le disait, la nature a fait son temps ; elle a définitivement lassé, par la dégoûtante uniformité de ses paysages et de ses ciels, I'attentive patience des raffinés. Au fond, quelle platitude de spécialiste confinée dans sa partie, quelle petitesse de boutiquière tenant tel article à l'exclusion de tout autre, quel monotone magasin de prairies et d'arbres, quelle banale agence de montagnes et de mers.
Il n'est, d'ailleurs, aucune de ses inventions réputée si subtile ou si grandiose que le génie humain ne puisse créer ; aucune forêt de Fontainebleau, aucun clair de lune que des décors inondés de jets électriques ne produisent ; aucune cascade que I'hydraulique n'imite à s'y méprendre aucun roc que le carton-pâte ne s'assimile ; aucune fleur que de spécieux taffetas et de délicats papiers peints n'égalent."

 2005216-eb50a0a47c94d8cbc7150a9385e19ba5.jpg
Joris-Karl Huysmans (5 februari 1848 – 12 mei 1907)
Cover

 

 

De Hongaarse, Duitstalige, schrijfster en vertaalster Terézia Mora werd geboren op 5 februari 1971 in Sopron. Zie ook alle tags voor Terézia Mora op dit blog.

Uit: Day in Day Out (Vertaald door Michael Henry Heim)

« Height: approximately . . . (very tall). Weight: approximately . . . (very light). Arms, legs, torso, head: slender. Skin: white. Hair: black. Face: elongated. Cheeks: elongated. Eyes: small. Lachrymal sacs: incipient. Forehead: high. Hairline: heart-shaped. Eyebrow, left: drooping. Eyebrow, right: rising. A face that had grown increasingly asymmetrical with the years, the right side alert, the left side asleep. Not a bad-looking man. But good...that's something else again. A number of older, healing wounds plus a half dozen fresh ones. Yet apart from all that:
Something is different now, thought his wife Mercedes when she was summoned to the hospital. Though maybe it's just that I'm seeing him asleep for the first time.
Not quite, said the doctor. We've put him into an artificial coma. Until we know what's happening with his brain.
And since it was classified as a violent crime...no one, no matter how skillful, could work himself into that position...they had been asking questions. When the last time was the wife had seen the husband.
Mercedes looked long and hard at the face.
I nearly said, Now that I think of it: never.
But instead she said, The last time was . . . It was at the divorce. "

 

 2005216-2e2dece330c6adb9b2caf54b03bb464f.jpg
Terézia Mora (Sopron, 5 februari 1971)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren op 5 februari 1982 in Wenen. Zie ook alle tags voor Philip Weiss op dit blog.

Uit: Blätterliebe

„Die Nachtschicht­schwester überreichte dem Tagschichtarzt Kaffee und Lächeln, wandte sich um, wünschte gute Besserung, man weiß nicht ob an ihn gerichtet oder an mich. Sie schaute noch über die Schulter hinter sich und zwinkerte zu mir hin mit dem linken Auge, zwinkerte zu ihm hin mit dem rechten und verschwand. Der Arzt nippte an der Tasse und hierzu hob sich die Nasenspitze. Alter? fragte er dann mit hoher Stimme und ich sagte dreiunddreißig. Dreiunddreißig, sagte er und trat an mich heran. Er tastete, drückte und schüttelte dann den Kopf. Ich knöpfte das Sakko auf, knöpfte auch beinahe die Weste auf, doch der Arzt meinte, dass es so wohl gehe. Er tastete wieder, tastete an der Weste entlang, drückte in die Magengrube. Hier? fragte er und ich machte Laute. Aha, sagte der Arzt zufrieden und lächelte.
Sie können sich jetzt niederlegen, sagte er und ich legte mich auf die Krankenhausliege. Es werde wohl nichts allzu Bösartiges sein, ich könne also beruhigt sein, es werde eher kein Magengeschwür sein, ein Magendurch­bruch sei unwahrscheinlich, sagte der Arzt und ich lag reglos auf der Krankenhausliege. Ein Herzinfarkt sei ausgeschlossen, es werde wohl tatsächlich der Magen sein, doch wohl eher kein Geschwür, so sagte er, er habe schon alles erlebt, und ich machte kaum hörbare Laute. Ich sei wohl – das sei das Wahrscheinlichste – sensibel, ich sei eben empfindlich, sagte der Arzt zu mir, ja, das müsse es wohl sein, ich sei sensibel, aber das sei gut, das müsse ich sein, das sei wichtig, wolle ich Künstler sein, das sei gut so und noch lange kein Magengeschwür. Der Arzt lachte. Ich solle also erst einmal beruhigt sein. Ich solle mich nicht weiter sorgen, auch wenn ich mich im Allgemeinen schnell sorge, wenn ich also eine sogenannte sensible Natur sei, was an sich ja gut sei, wolle ich Künstler sein, an dieser Stelle jedoch weniger, sagte der Arzt.“

 2005216-597639a84f8ed197cba2d22196b02b5f.jpg
Philip Weiss (Wenen, 5 februari 1982)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Indestege werd geboren in Zonhoven op 5 februari 1901. Zie ook alle tags voor Luc Indestege op dit blog.

 

Vers

Gij die mij in den wind en het water
met de liederen sust uit een voorbijen tijd,
talm nog een wijle, want vroeger of later
vindt gij mij tot de terugreis bereid.

Dan gaat de tocht door de scheemrige wolken,
hoog boven het water en den wind,
de droomen die onzen geest bevolken
zijn dof geworden en blind.

Maar het eeuwig lied blijve ik hooren
hoog boven de wolken en den wind,
tot ik u onvergeten, onverloren
in uw eeuwigen luister hervind.

 2005216-7ce3e72722bbcaee8fda29561aa804ef.jpg
Luc Indestege (5 februari 1901 - 11 juli 1974)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Rikkert Zuiderveld werd geboren in Groningen op 5 februari 1947. Zie ook alle tags voor Rikket Zuiderveld op dit blog.

 

Dakloos dromen

Geef mij geen boom. Maar vlecht mij van de twijgen
een mandje. Geef mij prijs aan de rivier
en vaar mij naar een wereld, ver van hier,
een plek waar kou noch honger mij bedreigen.

Geef mij geen boom, maar zaag mij van de stam
een voerbak. Leg mij in het stro te rusten.
(Daar kwam een moeder die mijn voorhoofd kuste,
zo stil. Alsof ik net ter wereld kwam.)

Bouw mij een nest, een herberg, tederheid.
Verberg mij in de plooien van de tijd.
Zo zit ik maar een beetje weg te dromen

in mijn kartonnen schuilplaats op de stoep.
Totdat de wijzen uit het oosten komen
met witbrood en een beker erwtensoep.

 

 2005216-65e270c6847c746d3a9f259b2bbc60db.png
Rikkert Zuiderveld (Groningen, 5 februari 1947)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Laurens Hoevenaren uit Brummen werd geboren in 1960. Zie ook alle tags voor Laurens Hoevenaren op dit blog.

 

Hoe ver is veilig hier vandaan?

De ijsvogel die dagelijks bij het ven
zich horen liet, was bij het eerst gerucht
van staal in blauw gevlogen,
ver voor kanon en lijkenlucht
en lang voordat wij onze vlucht
naar elders overwogen.

Was het voor vluchten niet te vroeg?
Op welk moment besluit je om te gaan,
hoe ver van vaders huis
moeten de bommen vallen?

We moesten gaan, er werd met scherp geschoten,
geen tijd voor koffers of voor eten.
We zeiden tot het jongste kind
dat het vakantie is en wie niet weg is wordt gezien
en baden dat hij alles zou vergeten
tot waar we veilig waren.

Hij zei: ‘Ze zien de vogels en de hemel niet
zolang ze helmen dragen.’
Na vele uren kon hij niet meer staan,
we droegen hem. Zijn laatste woorden:
‘Hoe ver is veilig hier vandaan?’

 

 2005216-6db3a2ec1a5009a4011782af9595e873.jpg
Laurens Hoevenaren (Brummen, 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:29 Reageer op dit bericht

Reto Finger, Clara Müller – Jahnke, Johan Ludvig Runeberg, Henriette Hardenberg, Albert Paris Gütersloh, Madame de Sévigné, Honorat de Bueil, Sandra Paretti, Rudolf Lorenzen

De Zwitserse schrijver Reto Finger werd geboren op 5 februari 1972 in Bern. Zie ook alle tags voor Reto Finger op dit blog.

Uit: Kaltes Land

„PFARRER Ein Licht ist das.
Als würde Macolvi den Petrus würgen.
Ich habe dem Sigrist gesagt, dass es schneien wird.
Wie das ausschaut im Frühling, wenn die Gräber nicht eingewintert waren.
VATER Nein-
PFARRER Um deins brauchst du dir keine Sorgen zu machen. Da habe ich ein Auge drauf.
VATER Solange der Föhn so drückt, schneit es nicht, Herr Pfarrer.
PFARRER Schickst mir die Hanna rauf, wir legen ein paar Tannäste darauf.
VATER Ich sollte es ihr sagen.
PFARRER Die Hanna und ich werden das Grab herrichten, dass es eine Freude sein wird.
VATER Ich sollte es ihr sagen, der Mutter.
PFARRER Fünf, sechs Äste legen wir drauf.
VATER Das mit dem Melk.
Ich sollte es ihr sagen.
PFARRER Die einzige Weißtanne auf dem ganzen Friedhof. Das wird ein Schauen, dass der Kathrin das Herz aufgeht.
VATER Sie glaubt noch immer, der Bub sei an Schwermut gestorben.
PFARRER „Folge mir und lass die Toten die Toten begraben.“
VATER Ich habe den Melk klettern sehen. Ich sage Ihnen, wie eine Gämse ist er die Felswand hoch
PFARRER Der Melk war schwermütig.
VATER Es gibt keine schwermütigen Gämsen_ Herrgott noch mal.
Dass der Tag, an dem der Melk gestorben isL‚ in diesem Jahr auf den Totensonntag fällt und die Mutter noch immer glaubt, er sei an Schwermut gestorben, und mit mir zum Friedhof will, das ist des Teufels später Spott.“

 

 2005208-a9baeab4760f81ae6ca77a6cabe66241.jpg
Reto Finger (Bern, 5 februari 1972)
Scene uit een uitoering in Hittisau, 2016

 

 

De Duitse dichteres, journaliste en activiste voor vrouwenrechten Clara Müller-Jahnke werd geboren op 5 februari 1860 in Lenzen. Zie ook alle tags voor Clara Müller–Jahnke op dit blog.

 

Novembertag

Geht ein sonnenloser Tag
wiederum zur Neige,
und der graue Nebel tropft
durch die kahlen Zweige.

Leise atmend ruht die See,
müde, traumumsponnen . . .
eine Woge, schaumgekrönt,
ist im Sand zerronnen.

 

 

Eisnacht

Wie in Seide ein Königskind
schläft die Erde in lauter Schnee,
blauer Mondscheinzauber spinnt
schimmernd über der See.

Aus den Wassern der Raureif steigt,
Büsche und Bäume atmen kaum:
durch die Nacht, die erschauernd schweigt,
schreitet ein glitzernder Traum.

 

 2005208-68c125dd55986afc957809c0a83f6671.jpg
Clara Müller - Jahnke (5 februari 1860 - 4 november 1905)
Grafsteen in Berlijn-Wilhelmshagen

 

 

De Fins-Zweedse dichter en schrijver Johan Ludvig Runeberg werd geboren op 5 februari 1804 in Jakobstad. Zie ook alle tags voor Johan Ludvig Runeberg op dit blog.

Uit: Sven Duva (Fragment, vertaald door Judy Moffett)

The aged sergeant smiled a smile full of contemptuous doubt:
"You rascal, take a gun and be a soldier? Oh, get out!"
"Well,"said the lad, "I make a botch of all I take in hand;
Perhaps I'll find it easier to die for king and land."

Old Duva was surprised and touched, a tear rolled down his face;
And Sven - he shouldered knapsack for the first recruiting-place.
Full size they found him; brisk and strong; 't was all they asked, and he
Became forthwith a raw recruit in Duncker's company.

And now came Duva's time to drill and go through exercise,
To watch was a wondrous sight; he drilled in curious wise.
The corporal might shout and laugh, might laugh and shout his best,
The new recruit went on alike for earnest or for jest.

When all the rest were tired out, he never seemed to fret.
He tramped until the ground would quake, and marched till all a-sweat;
But when the order came to turn, 't was his unhappy lot,
To face to right or face to left, whichever he should not.

Then he was tought to "shoulder arms," and tought to "ground arms," too.
"Present arms,""lend bayonets," - all these they thought he knew;
When "Should arms!" was called, he'd "lend bayonets" maybe,
At "Ground arms!" up his gun went to his shoulder instantly.

 

 2005208-5f125adbe8d5587acf5845a703fb43c0.jpg
Johan Ludvig Runeberg (5 februari 1804 – 6 mei 1877)
In 1858

 

 

De Duitse dichteres Henriette Hardenberg werd geboren op 5 februari 1894 in Berlijn als Margarete Rosenberg. Zie ook alle tags voor Henriette Hardenberg op dit blog.

 

Wir werden

Wir werden herrlich aus Wunsch nach Freiheit.
Der Körper dehnt sich,
Dieses Zerrende nach geahnten Formen
Gibt ihm Überspannung.
Schwere Hüften schauern sich zu langem Wuchse.
Im Straffen beben wir vor innerem Gefühl —
Wir sind so schön im Sehnen, daß wir sterben könnten.

 

 

Die Alte

Wie ein zu loses Gewand,
In gekräuselten Falten,
Umhüllt die magere Haut
Das schöne, alte Gesicht,
Von schmalen Knochen gehalten,
Wie eine wertvolle Schale.
Trübe Augen sind bedeckt
Von müdeschweren Lidern.

Doch in die Wucht hassvollen Zerstörens
Einer sorgenvollen, dunklen Zeit
Mischen sich die hellen Bilder,
Mit dem Licht der eigenen Jugend,
Dessen deutlich zarter Glanz
Tröstend das Alter bekränzt.

 

 2005208-02782e031461d836b11cee3139cb1db9.png
Henriette Hardenberg (5 februari 1894 – 26 oktober 1993)
Op 95-jarige leeftijd 

 

 

De Oostenrijkse schilder en schrijver Albert Paris Gütersloh (eig. Albert Conrad Kiehtreiber) werd geboren op 5 februari 1887 in Wenen.. Zie ook alle tags voorAlbert Paris Gütersloh op dit blog.

Uit:Die Fabel von der Freundschaft

„Als er diese Rede, die man wie nur wenige Reden eine Rede nennen kann, und eine recht kunstvolle obendrein, und ohne Stecken gehalten hatte, so, als würde er sie, wie die Mechtild die ihre, von einem mit allem Vorbedacht verfassten Blaue abgelesen haben -
er, von dem wir nicht einmal wissen, ob er des Lesens und Schreibens kundig gewesen ist -, drehte er jach sich um, nicht aber wie ein Mensch, der unhöflich sein will, sondern wie eine mechanische Figur, die von einem Bolzen in Boden und Leib bewegt wird, und schritt, wie eine solche Figur, schwer und breit austretend, und wie mit Metallenem klirrend, obwohl er weder Panzer, noch Schwert, noch Kette trug, über den Hof, dessen Fliesen im selben Augenblick wie noch einmal gefegt, ja mit fressender Säure gewaschen schienen, durch den Menschenkreis, der zu zwei Mauern zerwich, in denen das Leben erstarrt stand, wie die Fischwelt erstarrt gestanden sein wird in den Wassern des Roren Meeres, als die Israeliter es durchzogen haben, zum Turm, in dem er verschwand, ohne das Türchen zu öffnen, das von selbsr sich öffnete, entweder weil es an jenem Mechanismus teilhatte, oder wie just ein Wind dagegen fuhr, welches Türchen dann der Schmied schloß mit seiner rußigen Arme mächtigen Riegeln.“

 

 2005208-93408b02aa8c4e2b8e914e96915cd271.jpg
Albert Paris Gütersloh (5 februari 1887 – 16 mei 1973)
Portret door  Egon Schiele, 1918

 

 

De Franse schrijfster Madame de Sévigné werd op 5 februari 1626 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Madame de Sévigné op dit blog.

Uit: Lettres (A Madame De Grignan)

« Paris, mercredi 16 mars 1672
Vous me demandez, ma chère enfant, si j’aime toujours bien la vie. Je vous avoue que j’y trouve des chagrins cuisants ; mais je suis encore plus dégoûtée de la mort : je me trouve si malheureuse d’avoir à finir tout ceci par elle que si je pouvais retourner en arrière je ne demanderais pas mieux. Je me trouve dans un engagement qui m’embarrasse : je suis embarquée dans la vie sans mon consentement ; il faut que j’en sorte, cela m’assomme ; et comment en sortirai-je ? Par où ? Par quelle porte ? Quand sera-ce ? En quelle disposition ? Souffrirai-je mille et mille douleurs, qui me feront mourir désespérée ? Aurai-je un transport au cerveau ? Mourrai-je d’un accident ? Comment serai-je avec Dieu ? Qu’aurai-je à lui présenter ? La crainte, la nécessité feront-elles mon retour vers lui ? N’aurai-je aucun autre sentiment que celui de la peur ? Que puis-je espérer ? Suis-je digne du paradis ? Suis-je digne de l’enfer ? Quelle alternative ! Quel embarras ! Rien n’est si fou que de mettre son salut dans l’incertitude ; mais rien n’est si naturel, et la sotte vie que je mène est la chose du monde la plus aisée à comprendre. Je m’abîme dans ces pensées, et je trouve la mort si terrible que je hais plus la vie parce qu’elle m’y mène que par les épines qui s’y rencontrent. Vous me direz que je veux vivre éternellement. Point du tout ; mais si on m’avait demandé mon avis, j’aurais bien aimé à mourir entre les bras de ma nourrice : cela m’aurait ôté bien des ennuis et m’aurait donné le ciel bien sûrement et bien aisément ; mais parlons d’autre chose."

 

 2005208-03c9a9aa0a4cf99384e553c4eca657c0.jpg
Madame de Sévigné (5 februari 1626 – 18 april 1696)
Cover 

 

 

De Franse dichter en toneelschrijver Honorat de Bueil, seigneur de Racan werd geboren op kasteel La Roche-Racan op 5 februari 1589. Zie ook alle tags voor Honorat de Bueil op dit blog.

 

La venue du Printemps (Fragment)

Ces belles fleurs que Nature
Dans les campagnes produit
Brillent parmi la verdure
Comme des astres la nuit :
L'Aurore, qui dans son âme
Brûle d'une douce flamme,
Laissant au lit endormi
Son vieux mari, froid et pâle,
Désormais est matinale
Pour aller voir son ami.

Termes, de qui le mérite
Ne se peut trop estimer,
La belle saison invite
Chacun au plaisir d'aimer
La jeunesse de l'année
Soudain se voit terminée,
Après le chaud véhément
Revient l'extrême froidure,
Et rien au monde ne dure
Qu'un éternel changement.

Leurs courses entresuivies
Vont comme un flux et reflux,
Mais le printemps de nos vies
Passe et ne retourne plus,
Tout le soin des Destinées
Est de guider nos journées
Pas à pas vers le tombeau,
Et sans respecter personne,
Le Temps de sa faux moissonne
Ce que l'homme a de plus beau.

Tes louanges immortelles
Ni tes aimables appas
Qui te font chérir des belles
Ne t'en garantiront pas :
Crois-moi, tant que Dieu t'octroie
Cet âge comblé de joie
Qui s'enfuit de jour en jour,
Jouis du temps qu'il te donne,
Et ne crois pas en automne
Cueillir les fruits de l'amour.

 

 2005208-90a61881bc0fb9768e8612df290d030c.jpg
Honorat de Bueil (5 februari 1589 – 21 januari 1670)
Standbeeld in Saint-Paterne Racan

 

 

De Duitse schrijfster Sandra Paretti (eig. Irmgard Schneeberger) werd geboren op 5 februari 1935 in Regensburg. Zie ook alle tags voor Sandra Paretti op dit blog.

Uit: Der Winter der ein Sommer war

„Die hessischen Bauern, die zum Gut Haynau unterwegs waren, hatten die Festung Ziegenhain im Rücken. Einer hinter dem anderen schritten sie über die Wiese dahin. Ein paar Meter weiter lief die Straße, aber sie blieben auf der Wiese, um ihre Schuhe nicht mit Staub zu beschmutzen. Sie trugen ihren Sonntagsstaat, den dunklen Rock mit den massiven Bleiknöpfen, das schwarze Halstuch und den breit aufgekrempten schwarzen Hut. In der Ferne konnten sie bereits das steinerne Einfahrtstor von Gut Haynau sehen.
Es war so groß, dass auch hochbeladene Heuwagen ohne Schwierigkeiten durchkamen. In den Fackelhaltern steckten noch die Ährensträuße vom Erntefest; von jedem Pachthof einer. Im Lauf der Jahre waren immer mehr Höfe verpachtet worden; es war nur eine Frage der Zeit, bis auch die letzten freien Bauern, die auf eigenem Grund wirtschafteten, bei Gottfried Haynau so viel Schulden hatten, dass ihre Höfe an ihn fielen.
Vor dem Tor angelangt, nahmen die Bauern die Hüte vom Kopf. Vor ihnen dehnte sich die von Eichen flankierte Auffahrt. Zu beiden Seiten, etwas zurückgesetzt, zogen sich die Wirtschaftshöfe hin. Am Ende der Auffahrt, dort, wo das Herbstlaub der Bäume sich mit dem Licht zu goldenem Dunst verwob, lag das Herrenhaus, ein lang gestreckter Parterrebau mit einstöckigem Mitteltrakt. Die Fenster funkelten in der Sonne.
Die Bauern lauschten auf die Geräusche, die aus den Wirtschaftshöfen drangen, ein Gemisch aus Kinderstimmen, Hühnergackern und dem hellen Klang des Dengelhammers. Nichts war hier anders als bei ihnen zu Hause. Ihre Beklommenheit kam ihnen plötzlich töricht vor. Es war ein herrlicher Tag, und etwas von seinem Glanz teilte sich auch den Männern mit, weitete ihnen die Brust, ließ sie den Kopf höher tragen und leichter ausschreiten. Auch das, was sie hergeführt hatte, erschien ihnen nicht mehr so aussichtslos; sie hatten nicht mehr das Gefühl, Bittsteller zu sein, die unverrichteter Dinge wieder weggeschickt würden.“

 

 2005208-93558f46623a327ea3d42b85715cc2ca.jpg
Sandra Paretti (5 februari 1935 – 13 maart 1994)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Rudolf Lorenzen werd geboren op 5 februari 1922 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Rudolf Lorenzen op dit blog.

Uit: Alles andere als ein Held

„Robert wunderte sich über diesen Schmuck, denn Fräulein Tredup war Ringführerin im BDM, und solcher Tändelschmuck pafète nicht zu ihr; aufgekrempten schwarzen Hut. In der Ferne konnten sie bereits das steinerne Einfahrtstor von Gut Haynau sehen.
Es war so groß, dass auch hochbeladene Heuwagen ohne Schwierigkeiten durchkamen. In den Fackelhaltern steckten noch die Ährensträuße vom Erntefest; von jedem Pachthof einer. Im Lauf der Jahre waren immer mehr Höfe verpachtet worden; es war nur eine Frage der Zeit, bis auch die letzten freien Bauern, die auf eigenem Grund wirtschafteten, bei Gottfried Haynau so viel Schulden hatten, dass ihre Höfe an ihn fielen.
Vor dem Tor angelangt, nahmen die Bauern die Hüte vom Kopf. Vor ihnen dehnte sich die von Eichen flankierte Auffahrt. Zu beiden Seiten, etwas zurückgesetzt, zogen sich die Wirtschaftshöfe hin. Am Ende der Auffahrt, dort, wo das Herbstlaub der Bäume sich mit dem Licht zu goldenem Dunst verwob, lag das Herrenhaus, ein lang gestreckter Parterrebau mit einstöckigem Mitteltrakt. Die Fenster funkelten in der Sonne.
Die Bauern lauschten auf die Geräusche, die aus den Wirtschaftshöfen drangen, ein Gemisch aus Kinderstimmen, Hühnergackern und dem hellen Klang des Dengelhammers. Nichts war hier anders als bei ihnen zu Hause. Ihre Beklommenheit kam ihnen plötzlich töricht vor. Es war ein herrlicher Tag, und etwas von seinem Glanz teilte sich auch den Männern mit, weitete ihnen die Brust, ließ sie den Kopf höher tragen und leichter ausschreiten. Auch das, was sie hergeführt hatte, erschien ihnen nicht mehr so aussichtslos; sie hatten nicht mehr das Gefühl, Bittsteller zu sein, die unverrichteter Dinge wieder weggeschickt würden.“

 

 2005208-79de79bbbe966302408227b146118e33.jpg
Rudolf Lorenzen (5 februari 1922 – 27 november 2013)

Geschreven door Romenu om 12:28 Reageer op dit bericht

Jan Prins

De Nederlandse dichter en vertaler Jan Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp) werd geboren in Rotterdam op 5 februari 1876. Literair-historisch wordt hij gesitueerd in de kring rond het tijdschrift De Beweging van Albert Verwey. Het was echter in het tijdschrift De XXe eeuw dat Prins in 1903 als dichter debuteerde. Zijn eerste poëziebundel Tochten verscheen acht jaar later, in 1911. Daarin staat zijn bekendste gedicht, 'De bruid', waarvan de eerste en de laatste strofe worden afgesloten met de vaak geciteerde regels "De bruigom is de lentezon / en Holland is de bruid". In 1896 werd Prins benoemd tot marine-officier tot hij in 1924 om gezondheidsredenen werd afgekeurd voor actieve dienst. Zijn zeereizen hadden hem toen al verschillende malen naar Nederlands-Indië gebracht. Zijn indrukken over dit land en zijn bevolking legde hij vast in een aantal verzen die nog tijdens zijn leven werden verzameld onder de titel Indische gedichten (1932). Prins maakte zich ook verdienstelijk als literair vertaler. Hij vertaalde onder meer de fabels van Jean de La Fontaine en toneelstukken van Racine en Molière. Op latere leeftijd volgde hij privélessen Grieks bij P.C. Boutens (1926) en ging hij ook klassieke teksten vertalen, waaronder Plato’s Timaeus (1937). Prins heeft in zijn poëzie meermaals zijn liefde betuigd voor zijn geboortestad Rotterdam. Deze gedichten werden in 1946 door Alfred Kossmann bijeengebracht en van een korte inleiding voorzien in de bundel “De stad waar men is kind geweest”.

 

De bruid

De lucht, over de jonge dag,
Was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
In weide en veld gestrooid.
De torenklok zong, wat ze kon,
De vlaggen staken uit:
De bruigom was de lentezon
En Holland was de bruid.

Ze was des morgens opgestaan,
Een ranke, frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan
van dunne dauwigheid.
Ze stak zich van de perenboom
De bloesem in het haar,
Die witter dan een winterdroom
Is, - wonder, wonderbaar.

Ze deed een gladde gordel om
Van zilverig allooi,
Van zuivre waterglans, - wat glom
Die ronde gordel mooi!
Toen hechtte ze als een donzen vacht
Aan haar satijnen kleed
De schuimrand die de zee haar bracht.
Toen was de bruid gereed.

Een ooievaar trad op de deel,
Gewichtig, met zijn stok.
De merel was in zwart fluweel,
De zwaluw kwam in rok.
Toen keken, daar 't zó prachtig was -
En Holland is de bruid, -
De madeliefjes in het gras
Haar gouden oogjes uit.

De bruigom is een edel man,
De bruid is jong en sterk.
Daar komen schone kinders van
En blijdschap bij het werk.
De bruid, - waar zag men weker leest,
Een vriendelijker mond, -
De bruid, - die maakten zeewind meest
En ruimte zo gezond.

Nu komt ze met haar lief gezicht
De bruigom tegemoet.
Wat is de hemel wijd, - en licht,
Wat is het leven goed!
De wereld is een wonderbron
Van telkens nieuw geluid.
De bruigom is de lentezon
en Holland is de bruid.

 

 

Geboortestad

Is dit mijn stad? De welvaart is voorbij,
De schepen liggen rottend in de haven
En door het touwwerk vliegen zwarte raven:
Het is gedaan met vloot en visscherij.
Waar is het volk van dit verloopen tij?
Men zag het vroeger langs de kaden draven,
Het is vergeten nu of reeds begraven,
Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.
Voorgoed gedaan? Vergeefs gekalefaterd?
Daar ligt een schip, waarop ‘Vertrouwen’ staat,
Ik zie een jongen, turend over 't water.
Vertrouw, mijn stad: nòg stroomt de Maas voorbij
En dit is sterker dan uw averij:
De trek naar zee, een jongensdroom voor later.

 

 2075301-a33368380890bb152317a0d6108afbf0.jpg
Jan Prins (5 februari 1876 – 9 februari 1948)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Robert Coover, Stewart O'Nan, Louis Ferron, Werner Schwab, Norman Ohler, Luuk Imhann, Else Kemps

De Amerikaanse schrijver Robert Coover werd geboren op 4 februari 1932 in Charles City, Iowa. Zie ook alle tags voor Robert Coover op dit blog.

 

Uit: The Babysitter

“His little hand. clutching the bar of soap, lathers shyly a narrow space between her shoulderblades. She is doubled forward against her knees, buried in rich suds, peeking at him over the edge of her shoulder. The soap slithers out of his grip and plunks into the water. “I... I dropped the soap,‘ he whispers. She: ‘Find it.‘

***

‘I dream of Jeannie with the light brown pubic hair!‘ ‘Harry! Stop that! You're drunk!‘ But they're laughing. they're all laughing, damn! he's feeling pretty goddamn good at that. and now he just knows he needs that aspirin. Watching her there, her thighs spread for him, on the couch, in the tub. hell, on the kitchen table for that matter. he tees off on Number Nine. and - _whap_ swats his host's wife on the bottom. ‘Hole in one!’ he shouts. “Harry? Why can't his goddamn wife Dolly ever get happy-drunk instead of sour-drunk all the time? ‘Gonna be tough Sunday. old buddy!’ ‘You're pretty tough right now, Harry,‘ says his host.

***

The babysitter lunges forward, grabs the boy by the arms and hauls him off the couch, pulling two cushions with him, and drags him towards the bathroom. He lashes out, knocking over an endtable full of magazines and ashtrays. ~You leave my brother alone!‘ Bitsy cries and grabs the sitter around the waist. Jimmy jumps on her and down they all go. On the silent screen. there's a fade-in to a dark passageway in an old apartment building in some foreign country. She kicks out and somebody falls between her legs. Somebody else is sitting on her face. ‘Jimmyl Stop that!‘ the babysitter laughs. her voice muffled.“

 

 2004760-ec3f60fb32a221615329300a26b29946.jpg
Robert Coover (Charles City, 4 februari 1932)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stewart O'Nan werd geboren op 4 februari 1961 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stewart O’Nan op dit blog.

Uit:West of Sunset

“That spring he holed up in the Smokies, in a tired resort hotel by the asylum so he could be closer to her. A bout of pneu- monia over Christmas  had provoked  a flare-up of his TB, and he was still recovering. The mountain air was supposed to help. Days he wrote in his bathrobe, drinking Coca-Cola to keep himself going, holding off on the gin till nightfall—a small point of pride—sipping on the dark verandah as couples strolled among the fireflies rising from the golf course. Outside of town, Highland Hospital  crowned  the  ridgeline,  a  spired  Gothic  palace  in  the clouds worthy of a bewitched princess. He couldn’t afford it, as he couldn’t afford the other private clinics they’d tried, but he pleaded poverty and hashed out a discount with the trustees, begging the money from his agent—an onerous form of credit, borrowing against stories he’d yet to imagine.
He had no choice. At Pratt they left her too much alone. She’d strangled herself with a ripped pillowcase, nearly succeeding, the livid band across her windpipe a reminder. One night while she was strapped to her bed, the Archangel Michael appeared, glow- ing, and told her the world would end unless she could move the seven nations to repent. She took to wearing white and memoriz-ing the Bible. In her paintings the faceless damned writhed in fire.
At Highland her new doctor believed in diet and exercise. No cigarettes, no sweets. Every day the patients hiked a prescribed distance, sturdy nurses spurring them on like coaches. She lost weight, her skin tented over her cheekbones, her nose a blade, re- calling that awful year in Paris she whittled her body down trying to remake herself for the ballet. Yet not manic, not frenzied like then, her knees bruised black, feet cracked from practice. After her insulin treatments she was calm, subdued by sheer lack of energy. Instead of sinners she painted flowers, big blowzy blooms just as corrupt. She could sleep now, she said, a mercy he envied. Her cur- sive returned, neat lines running like waves down the page in- stead of the bunched, slanted hand he’d come to dread.”

 

 2004760-da9690adafa92b307502c4711b588cda.jpg
Stewart O'Nan (Pittsburgh, 4 februari 1961)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Louis Ferron werd op 4 februari 1942 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Louis Ferron op dit blog.

Uit: De Keisnijder van Fichtenwald

“Wel, mijn beste kameraad, dan weet je maar meteen watje aan zo’n fijne ethicus hebt.
Als vriend, en volstrekt buiten de hiërarchie om, vraag ik me af, of jij wel op de hoogte bent geweest van Raschkes benoeming. De man schijnt niet in staat te zijn zijn ethiek in overeenstemming te brengen met de loyaliteit die wij in de huidige situatie toch mogen verwachten. Het gaat immers niet alleen om de vijand van buiten, het gaat ook om de kliek rond de Dikke die meent met zijn wapen een machtspositie in te nemen.
Trek, beste Heinrich, daar maar je conclusies uit. Laat me je ten slotte adviseren je onlangs met mevrouw Zelewski gelegde contacten warm te houden. Zij heeft, op haar unieke manier, veel oog voor de zaak en zal zeker niet nalaten onze ideële en financiële belangen duchtig bij haar echtgenoot aan te bevelen. .. wat jou, Friedolien?’ onderbrak hij zijn dictaat met een stralende glimlach in mijn richting.
‘O, ongetwijfeld, dokter,’ stemde ik in. ‘lrmgard, ik bedoel, mevrouw Zelewski is zeker een vrouw met bepaalde gevoelens ten opzichte van wat u de zaak noemt.’
De brief maakte me argwanend, maar het stond me niet geheel duidelijk voor ogen waar mijn argwaan op moest slaan. Op ]ankowsky die, naar ik meende te begrijpen, bepaalde menselijke verhoudingen uitspeelde? Of op Irmgard wier gevoelens voor Heinrich vertaalbaar bleken in aan haar man afgedwongen diensten aan de wetenschap?
Jankowsky zat glunderend achter zijn bureau. Hij had zijn doktersjas losgeknoopt en zijn duimen achter zijn koppel gehaakt. Hij wekte een innig vergenoegde indruk en vroeg me de brief nog eens langzaam en met vermelding van punten en komma’s voor te lezen. Ik deed dit naar beste vermogen, al bleef ik zo nu en dan haken achter woorden die me niet goed over de lippen wilden. ]ankowsky keek me op die momenten onderzoekend aan, zodat ik nog erger begon te hakkelen en het einde van de brief ten slotte maar afraffelde om te voorkomen dat ik allerlei woorden, ja zelfs hele zinnen van eigen makelij tussen de door hem gedicteerde zou vlechten.”

 

 2004760-4b8c32f79024a0680a84266997e2b1ef.jpg
Louis Ferron (4 februari 1942 – 26 augustus 2005)

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver Werner Schwab werd geboren in Graz op 4 februari 1958. Zie ook alle tags voor Werner Schwab op dit blog.

Uit: Die Präsidentinnen

„„ERNA stellt sich vor dem Spiegel auf.
Die Pelzhaube, die habe ich aufgefunden vor einem Jahr bei der Mülldeponie. Da darf aber jetzt niemand glauben, daß die Haube jemand einfach so weggeschmissen hat, da ist sie viel zu wertvoll. Da haben sicher nur so böse junge Menschen der Haube einen Streich gespielt.
Sie kehrt dem Spiegel den Rücken und setzt sich.
Aber was glaubst du, wie dreckig die Pelzhaube am Anfang war. Dreieinhalb Stunden hab ich mich geplagt, bevor ich die Haube der Polizei ausgeliefert habe.
GRETE macht Anstalten, den Pelz der Haube mit zwei Fingern zu prüfen.
ERNA bückt sich, um GRETES Vorhaben zu erleichtern.
Und jetzt, nach einem Jahr, hat sich wirklich niemand gemeldet wegen der Haube. Und da war auf dem Fundamt so ein netter Polizist, der hat gesagt zu mir: Sie sind eine einfache Frau, weil Sie ehrlich sind. Legen Sie sich diese Haube da unter den Weihnachtsbaum, damit Sie auch einmal eine kleine
Freude haben können... Ich gönne meinem Leben ja wirklich nicht viel, aber da hab ich mich echt gefreut.
GRETE So eine große Sparsamkeit solltest du auch wieder nicht betreiben, Erna, weil so ein geringes Geld hast du ja auch wieder nicht. Und das Leben geht dann auch schneller an einem vorüber, als man sich das ausdenken kann.
ERNA Jetzt hab ich mir ja den Fernseher geleistet, auch wenn der Fernseher ein gebrauchter Fernseher ist. Der ist das einzige, was ich mir im Leben geleistet habe für meine Leistung. Sonst aber habe ich mir im Leben alles vom Mund abgespart, auch mein Kind, den Herrmann. Wenn man das Sparen gut versteht, dann kann man sich das Leben auch viel besser einteilen. Man kann überall  sparen. Statt einen Kaffeefilter, zum Beispiel, kann man auch ein Klopapier nehmen, und statt einem Klopapier kann man auch ein Zeitungspapier benützen, das man ja aufsammeln kann im Stiegenhaus, dort wo das Papier ist für die Altpapiersammlung... Und ich für meinen Teil, ich erspar mir den Kaffee  ja überhaupt, weil zum Glück vertrag ich einen Kaffee ja gar nicht. Aber der Herrmann frißt seine Leberkässemmel ja nicht, wenn er sie nicht mit einem schwarzen Kaffee hinunterlassen kann, wie er sagt. Als ob die Leberkässemmel ein menschlicher Stuhl wär und sein Bauch der Abort.“

 

 2004760-2a88941e929c2f5308f63e464875114f.jpg
Werner Schwab (4 februari 1958 - 1 januari 1994)
Scene uit een opvoering in Aken, 2012

 

 

De Duitse schrijver en journalist Norman Ohler werd geboren op 4 februari 1970 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Norman Ohler op dit blog.

Uit: Blitzed

“National Socialism was toxic, in the truest sense of the word. It gave the world a chemical legacy that still atïects us today: a poison that refuses to disappear. On one hand, the Nazis presented themselves as clean-cut and enforced a strict, ideologically underpinned anti-drug policy with propagandistic pomp and draconian punishments. In spite of this, a particularly potent and perfidious substance became a popular product under Hitler. This drug carved out a great career for itself all over the German Reich, and later in the occupied countries of Europe. Under the trademark ‘Pervitin', this little pill became the accepted Volksdroge. or ‘people’s drug“, and was on sale in every chemist ’s shop. It wasn‘t until 1939 that its use was restricted by making Pervitin prescription-only, and the pill was not subjected to regulation until the Reich Opium Law in 1941.
Its active ingredient, methamphetamine, is now either illegal or strictly regulated, but, with the number of consumers currently at over 100 million and rising, it counts today as our most popular poison. Produced in hidden labs by chemical amateurs, usually in adulterated form, this substance has come to be known as ‘crystal meth‘. Usually ingested nasally in high doses, the crystalline form of this so-called horror drug has gained unimaginable popularity all over Europe, with an exponential number of first-time users. This upper, with its dangerously powerful kick, is used as a party drug, for boosting performance in the workplace, in oflices, even in parliaments and at universities. It banishes both sleep and hunger while promising euphoria, but in the form of crystal meth, it is a potentially destructive and highly addictive substance. Hardly anyone knows about its rise in Nazi Germany.“

 

 2004760-ab7c1d4bba9143bc8245dcedaf840913.jpg
Norman Ohler (Zweibrücken, 4 februari 1970)]

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en theatermaker Luuk Imhann werd geboren in Monster in 1986. Zie ook alle tags voor Luuk Imhann op dit blog.

Uit: Paradijs

“De eilanders denken dat de Berg leeft. De grote klomp aarde ademt, zo hebben ze ons verteld. Hij voelt dat we over zijn oppervlakte door het regenwoud lopen en hij houdt ons in de gaten. Twee gidsen, Osu en Yong, leiden de weg en vertellen over inheemse mythen: oerwezens gemaakt van schaduwen, kannibalistische gebruiken en hypnotiserende dieren.
Ze denken dat de Mount Kinabalu denkt zoals wij allemaal en ze proberen er continu voor te zorgen op goede voet met de Berg en diens flora en fauna te staan. Bij het kampvuur lachen we om deze verhalen. De vier biologen praten over legendes in andere delen van de wereld. Ik zou me beter voelen als me niet telkens werd verteld dat ik moest oppassen bij elke stap die ik zet, dat een onzichtbare kracht over ons regeert, maar ik bepaal hier niets en de gidsen kennen deze plek als hun broekzak. Ik probeer er niet te veel op te letten. We zijn op dag twaalf van een expeditie die in totaal dertig dagen in beslag moet nemen, telkens heen en terug van het kamp naar de uithoeken van de Kinabalu. Ik zal op zoek gaan naar mezelf in dit regenwoud. Als ik terugkom moet ik een ander mens zijn, me niet meer zo laten leiden door de meningen van anderen, met name die van mijn vader.
Ik krab aan mijn baard van twaalf dagen, aangezien de leider van de biologen, Konraad Golding, me heeft verzocht me niet te scheren. Er schuilt gevaar in hygiëne. Wonden van het scheren kunnen voor infecties zorgen en dan is de bewoonde wereld ver weg. Zeep kan dieren lokken. Zeep kan dieren wegjagen. Mijn baard is lang en rood, mijn haar plakt aan mijn gezicht – zoals bij iedereen hier – en ik voel me vies. De lucht is zo vochtig dat je zou kunnen zeggen dat we hier continu douchen, maar ik begin zo langzamerhand echt te verlangen naar een stuk zeep.
Ieder in de groep heeft zijn eigen agenda. Elke bioloog zoekt naar iets anders. De insecten waar Lilith Pallas naar zoekt verschillen van de plantensoorten waar Olav Bartlot ons voortdurend mee confronteert. Er wordt veel gewezen en er vallen veel Latijnse namen; aan dat spelletje doe ik niet mee. Het lijkt een wedstrijd, ik heb het gevoel dat er gewed wordt om flessen wijn die pas overhandigd worden als we terug zijn.”

 

 2004760-6fa61812f4a4c7bf18e3ecbaaf1f3d63.jpg
Luuk Imhann (Monster, 1986)

 

 

De Nederlandse dichteres Else Kemps werd geboren in Malden in 1995. Zie ook alle tags voor Else Kemps op dit blog.

 

De overblijfkinderen

dit is wanneer een kind het toppunt van verveling bereikt:
zodra het te oud is voor vingerverven
en te jong om dat woord dubbelzinnig te noemen

we worden stuurser, zo stuurs
dat we in stuitligging elkaars strot uitkwamen

wij, dat wil zeggen: het meisje
dat van de inhoud van haar neusgaten huizen bouwt
maar dan net niet genoeg overhoudt voor een bed
de jongen die zijn kwijl in zijn mond centrifugeert
en er boterhammen mee belegt

ik snijd een prittstift in partjes en voer hem aan de klassenhamster
juf verbiedt de vingerverf in verband met kans op kanker
maar staat zichzelf nog altijd toe
van onze namen verkleinwoorden te maken

op een dag slaat mijn autistische klasgenoot een ruit in met een hamer
wij zijn aanhangers van conciërgefilosofie: onkwetsbaarheid is een kwestie
van dubbelglas plaatsen

 

 2004760-683fba7dd310e7d8d2b6a5b614fbb000.jpg
Else Kemps (Malden, 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:39 Reageer op dit bericht

Alfred Andersch, Grigore Vieru, E. J. Pratt, Georg Brandes, Jacques Prévert, Jean Richepin, Carl Michael Bellman

De Duitse schrijver Alfred Andersch werd geboren op 4 februari 1914 in München. Zie ook alle tags voor Alfred Andersch op dit blog.

Uit:Der Vater eines Mörders

“Nur bei dem Zusammenstoß mit Konrad Greiff ist er aus den Pantinen gekippt, dachte Franz. Wenn sie in den Pausen oder auf dem Schulweg über Kandlbinders Vorsicht sprachen, was nicht häufig vorkam, denn dieser Lehrer nötigte ihnen wenig Interesse ab, gab es immer einen, der achselzuckend bemerkte: »Der will sich bloß aus allem raushalten.«
Der Rex hatte sich der Klasse zugewendet, er trug eine Brille mit dünnem Goldrand, hinter der blaue Augen scharf beobachteten, das Gold und das Blau ergaben zusammen etwas Funkelndes, Lebendiges und jetzt ins Gütige Gewandtes, anscheinend herzlich Geneigtes in einem hell geröteten Gesicht unter glatten weißen Haaren, aber Franz hatte sofort den Eindruck, daß der Rex, obwohl er sich ein wohlwollendes Aussehen geben konnte, nicht harmlos war; seiner Freundlichkeit war bestimmt nicht zu trauen, nicht einmal jetzt, als er, jovial und wohlbeleibt, auf die in drei Doppelreihen vor ihm sitzenden Schüler blickte.
»So, so«, sagte er, »das ist also meine Untertertia B! Ich freue mich, euch zu sehen.«
Er ist wirklich ein Rex, dachte Franz, nicht bloß ein Mann, dessen Titel man im Wittelsbacher Gymnasium auf dieses Wort abgekürzt hatte. Auch in den anderen Münchner Gymnasien wurden die Oberstudiendirektoren Rexe genannt, aber Franz glaubte nicht, daß die meisten von ihnen wie Könige aussahen. Der da schon. Hellgrau und weiß – über dem Hemd lag, tadellos, eine glänzend blaue Krawatte –, mit diesem an den Ecken abgerundeten Visier aus Gold und Blau im Gesicht, stand er vor dem Hintergrund der großen Schultafel, und weder Kandlbinder noch die Schüler schienen Anstoß daran zu nehmen, daß er die Klasse mit dem besitzanzeigenden Fürwort bedachte. Bin ich der Einzige, fragte Franz sich, dem es auffällt, daß er uns so anredet, als gehörten wir ihm?"

 

 2004751-fc05e2c09475a980c86f2514b5a849fe.jpg
Alfred Andersch (4 februari 1914 – 21 februari 1980)
Scene uit de gelijknamige Duitse film uit 1985 

 

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

Ars Poetica

At dawn, I march ahead
Holding in my arms
The white wreath
Of mother's hair.
After me, it's you, beloved,
Holding in your bosom
The ardent wreath
Of your tear.

At the hind, comes Death.
He carries the scarlet wreath
Of my blood -
He, who never gives anything
Back.

And we all keep marching ahead
Illuminated
By an incomprehensible feeling
Of joy.

 

Vertaald door Paul Abucean

 

 

In deiner Sprache

In gleicher Sprache
Weinen alle Menschen,
In gleicher Sprache
Lacht die ganze Welt,
Aber nur in deiner Sprache,
Man kann den Schmerz lieb lindern,
Und deine Freude
In Gesang verändern.

In deiner Sprache,
Sehnst du dich nach Mutter,
Der Wein wird edler Wein,
Auch Essen lecker ist.
Und nur in deiner Sprache,
Allein du lachen darfst
Und nur in deiner Sprache
Aus Weinen dich ausruhen kannst…

Wenn du nicht weinen
Und nicht lachen kannst,
Wenn du nicht singen,
Und nicht streicheln darfst,
Mit deinem Land,
Mit deinem Himmel vor,
Du schweigst vor allem
In deiner Sprache auch.

Vertaald door Ion Margineanu

 

 2004751-a98554cf6acabd113828fabd45275fc6.jpg
Grigore Vieru (4 februari 1935 - 18 januari 2009)
Cover

 

 

De Canadese dichter E. J. Pratt werd op 4 februari 1882 geboren in Western Bay, Newfoundland. Zie ook alle tags voor E. J. Pratt op dit blog.

 

The Truant (Fragment)

Pulled forward with his neck awry,
The little fellow six feet short,
Aware he was about to die,
Committed grave contempt of court
By answering with a flinchless stare
Tile Awful Presence seated there.

The ALL HIGH swore until his face was black.
He called him a coprophagite,
A genus homo, egomaniac,
Third cousin to the family of worms,
A sporozoan from the ooze of night,
Spawn of a spavined troglodyte:
He swore by all the catalogue of terms
Known since the slang of carboniferous Time.
He said that he could trace him back
To pollywogs and earwigs in the slime.
And in his shrillest tenor he began
Reciting his indictment of the man,
Until he closed upon this capital crime —
'You are accused of staging out of key,
(A foul unmitigated dissonance)
Of shuffling in the measures of the dance,
Then walking out with that defiant, free
Toss of your head, banging the doors,
Leaving a stench upon the jacinth floors.
You have fallen like a curse
On the mechanics of my Universe.

'Herewith I measure out your penalty —
Hearken while you hear, look while you see:
I send you now upon your homeward route
Where you shall find
Humiliation for your pride of mind.
I shall make deaf the ear, and dim the eye,
Put palsy in your touch, make mute
Your speech, intoxicate your cells and dry
Your blood and marrow, shoot
Arthritic needles through your cartilage,
And having parched you with old age,
I'll pass you wormwise through the mire;
And when your rebel will
Is mouldered, all desire
Shrivelled, all your concepts broken,
Backward in dust I'll blow you till
You join my spiral festival of fire.
Go, Master of the Revels — I have spoken.'

 

 2004751-1858ffc12007440a7394c12943c0040e.JPG
E. J. Pratt (4 februari 1882 – 26 april 1964)

 

 

De Deense schrijver, criticus en filosoof Georg Brandes werd geboren op 4 februari 1842 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Georg Brandes op dit blog.

Uit: Recollections Of My Childhood And Youth

“The trying moment of the day was when he had to go to bed. His parents were extraordinarily prejudiced about bedtime, just when he was enjoying himself most. When visitors had arrived and conversation was well started--none the less interesting to him because he understood scarcely half of what was said--it was: "Now, to bed!"
But there were happy moments after he was in bed, too. When Mother came in and said prayers with him, and he lay there safely fenced in by the tall trellis-work, each bar of which, with its little outward bend in the middle, his fingers knew so well, it was impossible to fall out through them. It was very pleasant, the little bed with its railing, and he slept in it as he has never slept since.
It was nice, too, to lie on his back in bed and watch his parents getting ready to go to the theatre, Father in a shining white shirt and with his curly hair beautifully parted on one side Mother with a crepe shawl over her silk dress, and light gloves that smelled inviting as she came up to say goodnight and good-bye.
I was always hearing that I was pale and thin and small. That was the impression I made on everyone. Nearly thirty years afterwards an observant person remarked to me: "The peculiarity about your face is its intense paleness." Consequently I looked darker than I was; my brown hair was called black.
Pale and thin, with thick brown hair, difficult hair. That was what the hairdresser said--Mr. Alibert, who called Father Erre: "Good-morning, Erre," "Good-bye, Erre." And all his assistants, though as Danish as they could be, tried to say the same.
Difficult hair! "There is a little round place on his crown where the hair will stand up, if he does not wear it rather long," said Mr. Alibert.
I was forever hearing that I was pale and small, pale in particular.
Strangers would look at me and say: "He is rather pale." Others remarked in joke: "He looks rather green in the face." And so soon as they began talking about me the word "thin" would be uttered.”

 2004751-9623aa9de2eedf72930236dcee82964d.jpg
Georg Brandes (4 februari 1842 – 19 februari 1927)
Portret door Max Liebermann, 1902

 

 

De Franse dichter Jacques Prévert werd geboren in Neuilly-sur-Seine op 4 februari 1900. Zie ook alle tags voor Jacques Prévert op dit blog.

 

Presque

A Fontainebleau
Devant l'hôtel de l'Aigle Noir
Il y a un taureau sculpté par Rosa Bonheur
Un peu plus loin tout autour
Il y a la forêt
Et un peu plus loin encore
Joli corps
Il y a encore la forêt
Et le malheur
Et tout à côté le bonheur
Le bonheur avec les yeux cernés
Le bonheur avec des aiguilles de pin dans le dos
Le bonheur qui ne pense à rien
Le bonheur comme le taureau
Sculpté par Rosa Bonheur
Et puis le malheur
Le malheur avec une montre en or
Avec un train à prendre
Le malheur qui pense à tout ...
A tout
A tout ... à tout ... à tout ...
Et à tout
Et qui gagne "presque" à tous les coups
Presque

 

 

Chanson de l'oiseleur

L'oiseau qui vole si doucement
L'oiseau rouge et tiède comme le sang
L'oiseau si tendre l'oiseau moqueur
L'oiseau qui soudain prend peur
L'oiseau qui soudain se cogne
L'oiseau qui voudrait s'enfuir
L'oiseau seul et affolé
L'oiseau qui voudrait vivre
L'oiseau qui voudrait chanter
L'oiseau qui voudrait crier
L'oiseau rouge et tiède comme le sang
L'oiseau qui vole si doucement
C'est ton coeur jolie enfant
Ton coeur qui bat de l'aile si tristement
Contre ton sein si dur si blanc

 

 2004751-5fa825a14bae2bd7152e0c5b9de8969b.jpg
Jacques Prévert (4 februari 1900 – 11 april 1973)
Portret door Mario 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Richepin werd geboren op 4 februari 1849 in Médéa, Algerije. Zie ook alle tags voor Jean Richepin op dit blog.

 

Ballade du rôdeur des champs

Nul ne peut dire où je juche :
Je n’ai ni lit ni hamac.
Je ne connais d’autre huche
Si ce n’est mon estomac.
Mais j’ai planté mon bivac
Dans le pays de maraude,
Où sans lois, sans droits, sans trac,
Je suis le bon gueux qui rôde.

Le loup poursuivi débuche.
Quand la faim me poursuit, crac !
Aux œufs je tends une embûche :
Les poules font cotcodac
Et pondent dans mon bissac.
Puis dans une cave en fraude
Je bois vin, cidre ou cognac.
Je suis le bon gueux qui rôde.

Quand j’ai sifflé litre ou cruche,
Ma cervelle est en mic-mac ;
Bourdonnant comme une ruche,
Mon sang fait tic-tac tic-tac.
Alors je descends au bac
Où chante quelque faraude
Qui me prend pour son verrac.
Je suis le bon gueux qui rôde.

Envoi

Prince au cul bleu comme un lac,
Cogne dont l’œil me taraude,
Pique des deux, va ! Clic, clac !
Je suis le bon gueux qui rôde.

 

 

La flûte

Je n’étais qu’une plante inutile, un roseau.
Aussi je végétais, si frêle, qu’un oiseau
En se posant sur moi pouvait briser ma vie.
Maintenant je suis flûte et l’on me porte envie.
Car un vieux vagabond, voyant que je pleurais,
Un matin en passant m’arracha du marais,
De mon coeur, qu’il vida, fit un tuyau sonore,
Le mit sécher un an, puis, le perçant encore,
Il y fixa la gamme avec huit trous égaux ;
Et depuis, quand sa lèvre aux souffles musicaux
Éveille les chansons au creux de mon silence,
Je tressaille, je vibre, et la note s’élance ;
Le chapelet des sons va s’égrenant dans l’air ;
On dirait le babil d’une source au flot clair ;
Et dans ce flot chantant qu’un vague écho répète
Je sais noyer le coeur de l’homme et de la bête.

 

 2004751-eaf82f98432d27ef8a68afab083676d6.jpg
Jean Richepin (4 februari 1849 – 12 december 1926)
In 1893 gefotografeerd door Dornac

 

 

De Zweedse Rokoko-dichter en componist Carl Michael Bellman werd geboren op 4 februari 1740 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Carl Michael Bellman op dit blog.

 

Cradle-Song For My Son Carl

Little Carl, sleep soft and sweet:
Thou'lt soon enough be waking;
Soon enough ill days thou'lt meet,
Their bitterness partaking.
Earth's an isle with grief o'ercast;
Breathe our best, death comes at last,
We but dust forsaking.

Once, where flowed a peaceful brook
Through a rye-field's stubble,
Stood a little boy to look
At himself; his double.
Sweet the picture was to see;
All at once it ceased to be;
Vanished like a bubble!

And thus it is with life, my pet,
And thus the years go flying;
Live we wisely, gaily, yet
There's no escape from dying.
Little Carl on this must muse
When the blossoms bright he views
On spring's bosom lying.

Slumber, little friend so wee;
Joy thy joy is bringing.
Clipped from paper thou shalt see
A sleigh, and horses springing;
Then a house of cards so tall
We will build and see it fall,
And little songs be singing.

 

 2004751-3373e85ed1ee25d25b8f1f0d704be8e8.jpg
Carl Michael Bellman (4 februari 1740 – 11 februari 1795)
Portret door Pehr Hilleström, 1781 (mogelijk 1790)

Geschreven door Romenu om 11:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten