Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 mei 2017 tot 15 mei 2017

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom, Michael Lentz, Max Frisch, Judith Hermann, Peter Shaffer

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Blauw en rood

Al liepen alle vrouwen nou
Op straat in blauwe japonnen,
Al liepen hun mannen ertussendoor
In rode pantalonnen:

Ik zag ze niet door 't luchteblauw,
Dat hemelse blauwe wonder;
Ik zag ze niet door 't pannenrood,
Waar 't stadsvolk wonet onder.

Met luchteblauw en pannenrood,
Was de wereld schoon beschilderd;
Maar door onze zonden zijn hier en daar
Die kleuren verweerd en verwilderd.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

10

Moeder van Smarten, zie mij aan, ik lijd...
Gij zaagt Hém hangen aan het hout, uw zoon,
Met bleek, bebloed gelaat en doornenkroon,
Die langzaam stierf in ongedeelden strijd.

En stil bleeft gij daar staan, alsof ge áltijd
Weer dacht dat Hij Góds Zoon was, en te schoon
Voor éengen dood, – en Hij hing dáar ten toon:
Uw kind, die Moeder veler smarten zijt.

Moeder van Smarten, zie mij aan, ik lijd...
Hef stil uw ogen op, van waar gij staat:
Ook ik, ik staar op ’t kruis, waar Eén aan sterft!

En ik, Moeder van Smarte! ook ik belijd
Hém als Gods Zoon, en ook mijn ziel vergaat
Van liefde, als de uwe, en lijdt als zij Hem derft.

 

 

De deizende sterren

De deizende sterren, zij tink'len
Hun vesper mij na, waar ik rijs,
Tot die tonen mijn voeten besprink'len
Op de trappen van 't zonnepaleis.

 

 2036859-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Portret door Jan Veth (1885) in het Rijksmuseum

 

 

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862. Zie ook alle tags voor Arthur Schnitzler op dit blog.

Uit: Leutnant Gustl

„Bravo, bravo! Jetzt wird's doch bald aus sein? – Ja, jetzt steht die ganze G'sellschaft da droben auf... sieht sehr gut aus – imposant! – Orgel auch?... Orgel hab' ich sehr gern... So, das laß' ich mir g'fall'n – sehr schön! Es ist wirklich wahr, man sollt' öfter in Konzerte gehen... Wunderschön ist's g'wesen, werd' ich dem Kopetzky sagen... Werd' ich ihn heut' im Kaffeehaus treffen? – Ah, ich hab' gar keine Lust, ins Kaffeehaus zu geh'n; hab' mich gestern so gegiftet! Hundertsechzig Gulden auf einem Sitz verspielt – zu dumm! Und wer hat alles gewonnen? Der Ballert, grad' der, der's nicht notwendig hat... Der Ballert ist eigentlich schuld, daß ich in das blöde Konzert hab' geh'n müssen... Na ja, sonst hätt' ich heut' wieder spielen können, vielleicht doch was zurückgewonnen. Aber es ist ganz gut, daß ich mir selber das Ehrenwort gegeben hab', einen Monat lang keine Karte anzurühren... Die Mama wird wieder ein G'sicht machen, wenn sie meinen Brief bekommt! –
Ah, sie soll zum Onkel geh'n, der hat Geld wie Mist; auf die paar hundert Gulden kommt's ihm nicht an. Wenn ich's nur durchsetzen könnt', daß er mir eine regelmäßige Sustentation gibt... aber nein, um jeden Kreuzer muß man extra betteln. Dann heißt's wieder: Im vorigen Jahr war die Ernte schlecht!... Ob ich heuer im Sommer wieder zum Onkel fahren soll auf vierzehn Tag'? Eigentlich langweilt man sich dort zum Sterben... Wenn ich die... wie hat sie nur geheißen?... Es ist merkwürdig, ich kann mir keinen Namen merken!... Ah, ja: Etelka!... Kein Wort deutsch hat sie verstanden, aber das war auch nicht notwendig... hab' gar nichts zu reden brauchen!... Ja, es wird ganz gut sein, vierzehn Tage Landluft und vierzehn Nächt' Etelka oder sonstwer... Aber acht Tag' sollt' ich doch auch wieder beim Papa und bei der Mama sein... Schlecht hat sie ausg'seh'n heuer zu Weihnachten... Na, jetzt wird die Kränkung schon überwunden sein. Ich an ihrer Stelle wär' froh, daß der Papa in Pension gegangen ist. – Und die Klara wird schon noch einen Mann kriegen... Der Onkel kann schon was hergeben... Achtundzwanzig Jahr', das ist doch nicht so alt... Die Steffi ist sicher nicht jünger... Aber es ist merkwürdig: die Frauenzimmer erhalten sich länger jung. Wenn man so bedenkt: die Maretti neulich in der ›Madame Sans-Gêne‹ – siebenunddreißig Jahr' ist sie sicher, und sieht aus... Na, ich hätt' nicht Nein g'sagt! – Schad', daß sie mich nicht g'fragt hat...“

 

 2036859-75f72c4474c2bbe647fb83c9af9b8e35.jpg
Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook alle tags voor Pem Sluijter op dit blog.

 

De binding

Ze hadden hem de explosieven-
gordel omgegespt. Voelden zich
geroepen brachten hem weg.
Halverwege zei hij ik wil niet dood.
Bleef daarbij. Zij keerden
op de weg die ze gekomen
waren. Ismaël die zichzelf
en Izaäk spaarde.
Zijn ouders zagen hem ontzet terug
van zijn gang naar de top van de berg.
Moria, lieten hem niet uit hun ogen.
Wachten tot de God van Abraham
in een offer voorziet.

 

 2036859-45cfac37fec51ec5a1ccb2c006d1855a.jpg
Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)
Het offeren van Izaäk door Juan de Valdés Leal, 1657-59

 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook alle tags voor W. J. M. Bronzwaer op dit blog

Uit:Lessen in Lyriek

“Men kan dit sonnet lezen als een vervulling van een opdracht, gesteld door een opdrachtgever aan de dichter, om hem met een zomerdag te vergelijken. De pragmatische situatie is dan overduidelijk; alleen is de instructie, net als bij Andreas Bumier, in de tekst van het gedicht opgenomen. Een tweede wezenskenmerk van de poëzie dat zich aan het voorbeeld uit Samuel laat aflezen is dat de poëzie een in taal uitgedrukte en tegelijk door de talige vorm beheerste emotie is. Zij is' uitdrukking en beheersing tegelijk van een emotionele impuls. In ons voorbeeld is de uitgedrukte emotie verre van enkelvoudig. Zij + BREMS, 133 behelst vreugde over het gunstige verloop van een veldslag tegen de vijandige Filistijnen, maar ook teleurstelling over het feit dat de gunstige uitslag niet aan de koning (Saul) maar aan de legeraanvoerder (David) te danken is, gepaard aan het besef dat Saul daardoor een slechte koning is. De complexiteit van deze emotie vindt haar weerspiegeling in de talige vorm van de poëtische uitdrukking, die als gevolg daarvan niet anders dan complex kán wezen. Het voorbeeld vertoont een voor het poëtisch taalgebruik uiterst karakteristieke tweeslag', waarvoor doorgaans de technische term parallellisme wordt gebruikt. De poëtische tekst valt in twee' delen uiteen, die in hun vormgeving parallel zijn aan elkaar en bovendien elkaars + paraiieiiisme betekenis medebepalen. Het eerste lid, 'Saul sloeg ze bij duizenden neer', zou op zichzelf niet als poëtisch herkenbaar zijn en het tweede lid, 'David sloeg ze bij tienduizenden neer', evenmin. Het effect dat ons hier van poëzie doet spreken komt pas tot stand als de twee leden tot elkaar in een relatie komen te staan, het moment waarop de 'tweeslag' wordt herkend. Op dat moment blijkt ook, dat de betekenis van de twee leden in hun relatie tot elkaar méér is dan de optelsom van de betekenis van de twee leden afzonderlijk. Dat blijkt als we ons realiseren dat het telwoord 'duizenden', waaraan we op zich de betekenis 'zeer veel' hechten, hier de betekenis 'zeer veel, maar minder dan mogelijk' krijgt en het krijgt die extra betekenis door de parallelstelling met 'tienduizenden'. Het woord 'duizenden' is dankzij de parallellistische vormgeving van de uitdrukking hier dus verrijkt met een surplus aan betekenis: het betekent niet meer alleen enthousiasme over een grote hoeveelheid, maar ook frustratie over een te kleine hoeveelheid. De complexiteit van de tot uitdrukking gebrachte emotie weerspiegelt zich met grote precisie in de voor de uitdrukking gebruikte taalvorm. Maar bovendien - en dat is misschien wel de best haalbare formulering waarin we het wezen van de poëzie kunnen verwoorden - krijgen de woorden in de poëzie een andere of een rijkere of een complexere betekenis dan die welke zij 'van huis uit', in de niet-poëtische of praktische taal, bezitten.”

 

 2036859-a0564bcfdbc77eac10af5e85abdcc0e6.JPG
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook alle tags voor Frits van Oostrom op dit blog.

Uit Mozes en de doortocht door de polder (Lezing)

“Maar het model van Philips is bepaald on-Nederlands. Zo’n schetterig “follow the leader” is veel meer iets Amerikaans, waarvan ons land heus wel een tik heeft meegekregen - en in de laatste decennia in toenemende mate - maar in wezen blijven wij het land van leiders zoals Drees en Zijlstra, regeerders in een rijtjeshuis, aartsvaders van consensuele evolutie. Het is heden ten dage mode – niet in de laatste plaats onder jonge mensen - om over dergelijk leiderschap te schamperen, waarmee vaak in dezelfde moeite door het hele poldermodel verketterd wordt. Maar het is wel onze diepste traditie, heeft ons gebracht waar we nu staan – en is misschien ook wel een heel erg goed concept.
En aangezien een Nederlander zoiets nooit van een landgenoot zal aannemen, ben ik zo vrij als kroongetuige hier twee gezaghebbende Amerikaanse stemmen op te voeren. In haar essay Mankind’s better moments (1980) behandelt Pulitzer Prize-winnares Barbara Tuchman drie fenomenen in de wereldgeschiedenis waarin de mensheid zich waarachtig groots betoonde. Tuchmans derde voorbeeld is de stichting van Amerika – hoe zou het ook anders kunnen, in een verhaal dat oorspronkelijk diende als Jefferson Lecture in Washington D.C.. Het tweede voorbeeld is: middeleeuwse kathedralen – en wie zich ooit rekenschap heeft gegeven van wat daar met beperkte technische middelen voor groots verricht werd, kan Barbara Tuchman alleen maar gelijk geven. En haar eerste voorbeeld uit de wereldgeschiedenis van de mensheid op haar best?”

 

 2036859-56f947c09c1fca818b790691f519d606.jpg
Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)
Cover 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

fast unverändert

Die Energiequelle des Hammerwerkes ist die Wasserkraft.
Ein oberschlächtiges Wasserrad überträgt
die Kraft auf riesige Hammerwelle.
Auf dieser sitzt ein Nockenring
der das Schwanzende des Hammerstieles nach unten drückt.

Dadurch wird der am anderen Ende
des Stieles aufgekeilte Hammerbär ausgehoben.
Der Hammerschwanz stößt an eine Stahlplatte
die ihn augenblicklich zurückfedern läßt
so daß der Kopf des Hammers auf den Amboß schlägt.
Dieser Vorgang wiederholt sich.

 

 

ich bin dein eingeschriebener text
und du sagst mich auf
und du veranderst mich

du schüttest mich aus ver
wackelst mich
verweigerst mich

ich bin wie du sagst

du reißt mich auf
und auseinander
und überfliegst mich

da kommt wenig
noch vor

ich bin andrang
der sich entwickelt
unter deinem blick
und verfliegt

ich bin staub und stempel
aber du bestäubst mich nicht

ich bin deine kennung
die vorkommene schrift
aber du liest mich nicht mehr

 

 2036859-45cfbde9ab3226ed64a21a3d1b3874e9.jpg
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook alle tags voor Max Frisch op dit blog.

Uit: Stiller

„Ich sitze in meiner Zelle, Blick gegen die Mauer, und sehe die Wüste. Beispielsweise die Wüste von Chihuahua. Ich sehe ihre grosse Öde voll blühender Farben, wo sonst nichts anderes mehr blüht, Farben des glühenden Mittags, Farben der Dämmerung, Farben der unsäglichen Nacht. Ich liebe die Wüste. Kein Vogel in der Luft, kein Wasser, das rinnt, kein Insekt, ringsum nichts als Stille, ringsum nichts als Sand und Sand und wieder Sand, der nicht glatt ist, sondern vom Winde gekämmt und gewellt, in der Sonne wie mattes Gold oder auch wie Knochenmehl, Mulden voll Schatten dazwischen, die bläulich sind wie diese Tinte, ja wie mit Tinte gefüllt, und nie eine Wolke, nie auch nur ein Dunst, nie das Geräusch eines fliehenden Tiers, nur da und dort die vereinzelten Kakteen, senkrecht, etwas wie Orgelpfeifen oder siebenarmige Leuchter, aber haushoch, Pflanzen, aber starr und reglos wie Architektur, nicht eigentlich grün, eher bräunlich wie Bernstein, solange die Sonne scheint, und schwarz wie Scherenschnitte vor blauer Nacht - all dies sehe ich mit offenen Augen, wenn ich es auch nie werde schildern können, traumlos und wach und wie jedesmal, wenn ich es sehe, betroffen von der Unwahrscheinlichkeit unseres Daseins. Wieviel Wüste es gibt auf diesem Gestirn, dessen Gäste wir sind, ich habe es nie vorher gewusst, nur gelesen; nie erfahren, wie sehr doch alles, wovon wir leben, Geschenk einer schmalen Oase ist, unwahrscheinlich wie die Gnade. Einmal, irgendwo unter der mörderischen Glut eines Mittags ohne jeglichen Wind, hielten wir an; es war die erste Zisterne seit Tagen, die erste Oase auf jener Fahrt. Ein paar Indianer kamen heran, um unser Vehikel zu besichtigen, wortlos und schüchtern. Wieder Kakteen, dazu ein paar verdörrte Agaven, ein paar serbelnde Palmen, das war die Oase.”

 

 2036859-c66ede72ef45243924c5b080e14d300f.jpg
Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991) 

 

 

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook alle tags voor Judith Hermann op dit blog.

Uit: Aller Liebe Anfang

„Sie sagt, ich habe Flugangst, ich ertrage das Fliegen nicht gut, kann ich neben Ihnen sitzen, könnte ich bitte einfach neben Ihnen sitzen bleiben.
Das ist die Wahrheit. Jasons Gesichtsausdruck verändert sich, er wird nicht unbedingt weich, aber er verändert sich. Er sagt, Sie brauchen keine Flugangst zu haben. Setzen Sie sich hin. Ich heiße Jason. Setzen Sie sich.
Das Flugzeug rollt über die Startbahn, beschleunigt, hebt ab und fliegt. Das Flugzeug fliegt hoch in den blassen, fernen Himmel, es bricht durch die Wolken, unter ihnen bleiben das Land, ein anderes, früheres Leben zurück. Jasons Hände sind dreckig und voller Farbe. Er dreht die rechte um und hält Stella seine offene Handfläche hin. Stella legt ihre linke Hand in seine, seine Hand ist rau und warm. Er zieht ihre Hand zu sich rüber, legt sie in seinen Schoß, schließt die Augen, dann schläft er ein. Später wird das ein Vorzeichen sein. Stella hätte damals schon verstehen können – sie hat Angst, und Jason schläft. Schläft, obwohl sie Angst hat. Aber er würde sagen, er habe geschlafen, damit sie sehen konnte, dass es unsinnig war, Angst zu haben. Sie hat das damals nicht verstanden.
Als das Flugzeug landet, macht er die Augen auf und lächelt. So sehr dunkle Augen, fast schwarz und im Ausdruck eigentlich abwesend. Aber er lächelt. Er sagt, sieh an, Stella, Sie haben es geschafft. Er nimmt jetzt ihre Hand in seine beiden Hände, und dann küsst er ihre Hand, den Handrücken, fest und sicher. Wollen wir uns wiedersehen, sagt Stella. Sehen wir uns wieder. Ja, sagt Jason, er sagt das, ohne nachzudenken — ja. Stella schreibt ihre Telefonnummer auf seine Bordkarte. Dann steht sie auf und flüchtet, sie steigt aus dem Flugzeug über die Metalltreppe zurück auf die Erde, ohne sich noch einmal umzusehen. Es ist kühl, es regnet. Unmöglich zu wissen, wie es weitergehen wird. Jason ruft drei Wochen später an. Stella fragt ihn nie, was er in diesen drei Wochen gemacht, worüber er eigentlich so lange nachgedacht hat, zu welchem Schluss er dann gekommen ist.“

 

 2036859-9362a53bd5168189e45133d85b041d1f.jpg
Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

 

De Britse toneelschrijver Peter Shaffer werd geboren op 15 mei 1926 in Liverpool.  Zie ook alle tags voor Peter Schaffer op dit blog.

Uit: Equus

„DYSART Me?
HESTHER I mean, to hospital.
DYSART Now look, Hesther. Before you say anything else, I can take no more patients at the moment. I can’t even cope with the ones I have.
HESTHER You must.
DYSART Why?
HESTHER Because most people ar going t be disgusted by the whole thing. Including doctors.
DYSART May I remind you I share this room wit tw highly competent psychiatrists?
HESTHER Bennett and Thoroughgood. They’ll be as shocked as the public.
DYSART That’s an absolutely unwarrantable statement.
HESTHER Oh, they’ll be cool and exact. And underneath they’ll be revolted, and immovably English. Just like my bench.
DYSART Well, what am I? Polynesian?
HESTHER You know exactly what I mean! ... (pause) Please, Martin. It’s vital. You’re this boy’s only chance.
DYSART Why? What’s he done? Dosed some little girl’s Pepsi with Spanish Fly? What could possibly throw your bench into two-hour convulsions?
HESTHER He blinded six horses with a metal spike.“

 

 2036859-a801c85481e63156aaa4b0d9c5b35475.jpg
Peter Shaffer (Liverpool 15, mei 1926)
Scene uit een opvoering in West Hartford Connecticut, 2010

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Mary Wortley Montagu

 

Rectificatie

De Engelse schrijfster Lady Mary Wortley Montagu werd geboren in Thoresby Hall, Nottinghamshire, op 15 mei 1689 en gedoopt op 26 mei 1689. Zie ook alle tags voor Mary Wortley Montagu op dit blog.

 

A Hymn To The Moon
Written in July, in an arbour

Thou silver deity of secret night,
Direct my footsteps through the woodland shade;
Thou conscious witness of unknown delight,
The Lover's guardian, and the Muse's aid!
By thy pale beams I solitary rove,
To thee my tender grief confide;
Serenely sweet you gild the silent grove,
My friend, my goddess, and my guide.
E'en thee, fair queen, from thy amazing height,
The charms of young Endymion drew;
Veil'd with the mantle of concealing night;
With all thy greatness and thy coldness too.

 

 

Advice

Cease, fond shepherd -- cease desiring
What you never must enjoy;
She derides your vain aspiring,
She to all your sex is coy.
Cunning Damon once pursu'd her,
Yet she never would incline;
Strephon too as vainly woo'd her,
Though his flocks are more than thine.
At Diana's shrine aloud,
By the zone around her waist,
Thrice she bow'd, and thrice she vow'd
Like the Goddess to be chaste.

 

 2040766-c3aae15c30cf6e5b8571be40553356c2.jpg
Mary Wortley Montagu (15 mei 1689 – 21 augustus 1762)
Lady Montagu in Turkse kleding door Jean-Étienne Liotard, ca. 1756



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Moeder (Gerrit Achterberg)

 

Bij Moederdag

 

 2036462-1cbb1d12bf7bacf431169a194f7a094d.jpg
Elisabeth und kleiner Walter door August Macke, 1912

 

 

Moeder

Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen:
zij moet de kamer doen; stof beeft;
dan dweilen, voor het eten zorgen,
zien wat van gisteren overbleef.

Ik ben in haar liefde geborgen,
die elk verraad der wereld overleefd:
wie ik ook werd, wij eten overmorgen
de koek die zij gebakken heeft.

Wanneer de zondagmorgen is ontloken
staat heel haar wezen in de blijde bloei,
waarin mijn wezen moet zijn aangebroken,

omdat ik dan niet meer gevoel
hoe door de dood is aangestoken,
wat bij een andere vrouw begon.

 

 2036462-086372d000a496196ddb1b2b463e4ddf.jpg
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Achterbergs moeder Pietje Achterberg - van de Meent

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Wilma Vermaat, Frans Bastiaanse

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ik zou je

Ik zou je als zaligheid
bestempelen
soms ben je hard

Ik zou je met lauweren
omhangen
je ogen spuien licht

Ik zou je met goed fatsoen
roerloos naast een ander leggen
het is vergeefse moeite

Bijna was ik doorgegaan
met wolken op je
hoofd te stapelen
van je lichaam
een vindplaats te maken
vol goud en zilverlingen
maar ook dat is vals bericht

Je bent het breviarium
van mijn langste dag
de gastheer aan mijn tafel
het transparante
in dit gedicht.

 

 

Wierook van vandaag

Als jij niet meer komt
ga ik je tegen
al moet het dan met huiver
van volslagen manke benen
ruimten vullen we op
met tijd die we hebben
verspeeld
de leegte van gisteren
met wierook van vandaag

terwijl de kievit in mijn
droom danst op de vijver
dragen ranonkels op
stijve stelen de stilte
uit het huis

hetgeen nog komen moet
hangt als een klepel
in mijn schaarse boom.

 

 2036458-f8014c419b542dd6bbb072eb57be24a9.jpg
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

Uit: Der Alltag der Welt

„Ich blättere durch das Album und hole ein zweites, ein drittes hervor, und ich entdecke nach dem Kind, das bereits mit seinem Hochmut zu experimentieren scheint, einen Jugendlichen, dessen Trotz etwas Abschätziges hat, und endlich den Erwachsenen in seiner Pose freundlicher Überlegenheit. Die drei, die sich sonst seltsam wenig ähneln, denn das Kind ist blond und kräftig, der Jugendliche schwarz gelockt und mager, und den Erwachsenen kann man geradezu dabei beobachten, wie er zulegt und frühzeitig ergraut – diese drei, die einander sonst nicht gleichen, sind unverkennbar ein- und derselbe in der Manier, wie sie sich erhobenen Hauptes zu präsentieren bemühen. Diese Haltung haben sie stets wie von selbst eingenommen, sie hat ihnen gutgetan, mir aber die Halswirbel abgeplattet und die verdammte cervikuläre Cephalea, den vom Nacken zur Schläfe schießenden Kopfschmerz, eingetragen (so geht diese Sprache, die jetzt die meine wird).
Mai 2011, 57. Geburtstag: Nicht mehr zurückschauen, dorthin, wo unablässig die Welt verschwindet, aus der ich gekommen bin, und in der großen Mühle gleichermaßen zermahlen wird, wofür wir uns begeistert haben und wogegen wir uns empörten? Gerade weil es anders kam, darf ich nicht vergessen, wovon ich geträumt habe, und erst recht nicht vergessen, wovon ich überzeugt war, dass ich mich niemals mit ihm abfinden werde.
Ich war eingenickt, zu Mittag, und als ich aus dem Dämmer erwachte, umschloss mich ein geradezu räumliches Gefühl der Glückseligkeit. Es hatte mit der Musik zu tun, die aus dem Radio kam und von der mir bewusst wurde, dass sie mich schon seit einigen Minuten durch den Halbschlaf geleitete. Ich lauschte den Tönen, einem tief und sordin gestimmten Streichinstrument, auf dem in einem leicht hallenden Raum Akkord auf Akkord gestrichen wurde, kein Cello und keine Bassgeige.“

 

 2036458-ad5e05e263b7ae0176b02dbffe3b4d0c.jpg
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)
 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

Uit:Artemis Fowl

“By midnight, Artemis had successfully fed his findings into the Macintosh. All he had to do now was press Decode. He did so. What emerged was a long, intricate string of meaningless gibberish.
A normal child would have abandoned the task long since. The average adult would probably have been reduced to slapping the keyboard. But not Artemis. This book was testing him, and he would not allow it to win.
The letters were right, he was certain of it. It was just the order that was wrong. Rubbing the sleep from his eyes, Artemis glared at the pages again. Each segment was bordered by a solid line. This could represent paragraphs or chapters, but they were not meant to be read in the usual left to right, top to bottom fashion.
Artemis experimented. He tried the Arabic right to left and the Chinese columns. Nothing worked. Then he noticed that each page had one thing in common - a central section. The other pictograms were arranged around this pivotal area. So, a central starting point, perhaps. But where to go from there? Artemis scanned the pages for some other common factor. After several minutes he found it. There was on each page a tiny spearhead in the corner of one section. Could this be an arrow? A direction? Go this way? So the theory would be, start in the middle then follow the arrow. Reading in spirals.
The computer program wasn't built to handle something like this, so Artemis had to improvise. With a craft knife and ruler, he dissected the first page of the Book and reassembled it in the traditional Western languages order - left to right, parallel rows. Then he rescanned the page and fed it through the modified Egyptian translator.
The computer hummed and whirred, converting all the information to binary."

 2036458-6b80ebc35d1291194da147d96c96a4e2.jpg
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook alle tags voor Gaby Hauptmann op dit blog.

Uit: Yachtfieber

„Marc drehte sich um. Das hätte er sich denken können, seine Tochter Kim und deren Freundin Alissa standen hinter ihm.
»Laß doch!« Kim warf ihm einen typischen Tochter-Vater­Blick zu: »Sei doch kein Spielverderber.«
Alissa blinzelte verschlafen zu dem Boot hinüber. »Gibt's 'ne Party?«
»Verschon mich bitte damit«, sagte Marc und drehte sich hilfesuchend nach Pia um. Sie hatte sich ein weißes Herren­hemd übergeworfen und kam heran.
»Das ist eine Überraschung«, sagte sie indifferent und reichte Franco ihre Hand, die er übersah.
Statt dessen zog er sie gleich in seine Arme, küßte sie rechts und links auf die Wange und grinste dabei Marc an. »Habt ihr wirklich geglaubt, ihr könntet euch vor der Welt ver­stecken?«
»Och ...« Marc tat unschuldig. »Und jetzt willst du dich mit deiner Bande hier bei uns einnisten?«
Franco lachte. »Ich wollte mal meinen Mädchen hier den berühmten Modedesigner aus Deutschland vorstellen«, sagte er laut, und leise fügte er mit Verschwörermiene hinzu: »Ein bißchen mit dir angeben, versteht sich ...«
»Das fehlt mir noch!« Marc schaute zu dem Rennboot, eine feuerrote Zigarre mit weißer Lederinnenausstattung. »Ein wenig dezenter hätte dir das Ding nicht gefallen?« fragte er rhetorisch.
»In meinem Alter doch nicht.« Franco zwinkerte ihm zu und machte eine Handbewegung zum Boot hin. Es war schon klar, was er meinte. Die beiden Mädchen, die er dabei­hatte, waren bildhübsch und Anfang Zwanzig, jede von ihnen sicherlich dreißig Jahre jünger als er selbst. Er fuhr sich mit seiner rechten Hand kurz durch sein gewelltes braunes Haar, das er aus der Stirn nach hinten gekämmt und nackenlang trug. »Die haben Spaß«, sagte er dazu, »und ich auch!«
In diesem Moment setzte die Musik wieder ein. Ein jun­ger Mann, der aus der Kajüte aufgetaucht war, hatte auf den Knopf gedrückt.
»Ich nicht.« Marc wandte sich ab. »Aber wenn du jetzt schon mal da bist, dann laß uns was trinken. Vielleicht finden wir ja ein lärmgeschütztes Eckchen ..."

 

 2036458-f896f0cb34c6c3866c6dc7d3ac4b3b71.png
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 

De Nederlandse schrijfster Willemina (Wilma) Vermaat werd geboren in Zetten op 14 mei 1873. Zie ook alle tags voor Wilma Vermaat op dit blog.

Uit: Moeder Stieneke

“De dokter wachtte hen.... het was hoog tijd. Het leven was nog niet gevloden, maar het doodszweet parelde den arme op het voorhoofd; het sterke roepen was gesmoord in het eindelijke breken van de laatste krachten; de dood zelf had mededoogen en draalde nog op den drempel eer hij door de poort ging met zijn droeven last.
De Dominé knielde bij den divan, waarop men den man in haast had neergelegd.
Stieneke hield zich op den achtergrond om niet te storen door haar vreemde tegenwoordigheid. Maar ze bad mee.... o, hoe ze meebad en onder 't bidden voelde, hoe de dood zijn mantel van stilte begon uit te plooien, om er dien eenzaam vertrekkenden mensch in te hullen. Het was een groot gebed in weinig woorden, zooals past bij een, voor wien de reistijd aangebroken is; en het werd nagestameld, maar zóó zwak, dat alleen God het nog kon verstaan.
Toen stond de Dominé op en legde zijn hand op het kille voorhoofd. ‘Nu kom Heere Jezus,’ zei hij zacht, ‘want bij U is vergeving.’
De oogen van den vertrekkende schenen zich vast te hechten in de zijne, voor een oogenblik,.... toen dekten de zware oogleden langzaam het gebroken licht.... hij was voorbij. -
Stil in de verbijstering van dit plotselinge gebeuren stonden ze een tijdlang bij den doode.
Edel was zijn voorhoofd, om den zwakken mond scheen een glimlach zijn lichte spel te spelen.... Stieneke bukte zich iets over den divan.... ‘Vader,’ zei ze haastig.... De dokter schudde het hoofd. Toen keerde Stieneke zich van het bed; die glimlach dreigde alles in haar te doen breken in wilde tranen. Om haar zelfbeheersching te herkrijgen keek ze de kamer rond, een ordelijke werkkamer, nu ontredderd door de komst van dien haastig-geroepen dood.”

 

 2036458-46fd1a1b995c4f16a80264d6b09f9c61.jpg
Wilma Vermaat (14 mei 1873 - 20 maart 1967)
Borstbeeld in Beekbergen

 

 

De Nederlandse dichter Wilhelm Ange François (Frans) Bastiaanse werd geboren in Utrecht op 14 mei 1868. Zie ook alle tags voor Frans Bastiaanse op dit blog.

 

Het kind

"Het schoonst geluk, dat gij mij ooit kunt geven
Zal wezen als eenmaal een nieuw gelaat,
Uit u en mij geboren bloeien gaat,
Maar toch het meest heeft van uw stralend leven;

En, zoals naar het gouden pracht-sieraad
Een kleiner wordt in fijner goud gedreven,
Zal 't flonkrend blond zijn voorhoofd-blank omgeven
Als 't graan, dat in de zon te gloeien staat."

Toen kuste ik om dat schone woord mijn lief,
Die om mijn hals de strelende armen hief
En 'k sprak: "ja! dat zal groot en heerlijk wezen,

Als ik u zien zal in hetzelfde kind,
Waarin gij mij opnieuw geboren vindt:
Twee-eenheid in één enig beeld te lezen."

 

 

Koekoek

Als de vroege koekoek roept
En de lijster, onder 't fluiten
Van de rode bessen snoept,
Loop ik ook mijn woning uit en
Fluit in zonnige' ochtend buiten,
Waar ik zoeter luiden zoek
Dan de lijsters kunnen fluiten,
Dan de koekoek roept: Koekóék!

Koekoek vroeg in 't koele bos,
Lijster in de groene struiken,
Roep de blauwe blinden los
Die een venster hóóg beluiken,
Waar de wingerd-ranken sluiken
Bleek van blaren, teer van tros,
Lijster in de groene struiken,
Koekoek roep de blinden los!

 

 2036458-e8766e19eb275b307e5611102162da0a.jpg
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:17 Reageer op dit bericht

Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh, Evelyn Sanders, Kasper Peters, Walter E. Richartz, Karin Struck

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook alle tags voor Dante Alighieri op dit blog.

Uit: Divina Comedia Canto I (Fragment)

Are aim’d at by this bow; but even those,
That have intelligence and love, are pierced.
That Providence, who so well orders all,
With her own light makes ever calm the Heaven,
In which the substance, that hath greatest speed,
Is turn’d: and thither now, as to our seat
Predestined, we are carried by the force
Of that strong cord, that never looses dart
But at fair aim and glad. Yet is it true,
That as, oft-times, but ill accords the form
To the design of art, through sluggishness
Or unreplying matter; so this course
Is sometimes quitted by the creature, who
Hath power, directed thus, to bend elsewhere;
As from a cloud the fire is seen to fall,
From its original impulse warp’d, to earth,
By vitious fondness. Thou no more admire
Thy soaring (if I rightly deem) that lapse
Of torrent downward from a mountain’s height.
There would in thee for wonder be more cause,
If, free of hindrance, thou hadst stay’d below,
As living fire unmoved upon the earth.”
So said, she turn’d toward the Heaven her face.
ALL ye, who in small bark have following sail’d,
Eager to listen, on the adventurous track
Of my proud keel, that singing cuts her way,
Backward return with speed, and your own shores
Revisit; nor put out to open sea,
Where losing me, perchance ye may remain
Bewilder’d in deep maze. The way I pass,
Ne’er yet was run: Minerva breathes the gale;
Apollo guides me; and another Nine,
To my rapt sight, the arctic beams reveal.

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 2036455-6a3efbb74c5f65b7993875fabfe936d6.jpg
Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)
Portret in de kathedraal van Orvieto

 

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs.Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

Holland Park Road

I don't know what's missing
but I'll see if I can find it
climbing up the hill it starts to rain
I still feel like walking
I'm not so good with talking
and I just ran out of pretty things to say

I'm thinking of the city
with it's arms around the river
with no end and no beginning
just like a chain of stars
and it's trying to tell me something
about the light between two lovers
the light that's on your face
all you have to do is
shine on for me
if you can't afford to sleep
I'll be the push that brings you back
it's Saturday and there's something in the air
I don't believe that we are lost

honey keep them coming
because I'm drinking through the morning
I got a million miles to go inside my head
and I hear a voice calling
from the other side of the ocean
and I swear I left my heart in her Venice bed

 

 2036455-24149dd3e365c31ffd14ffd55f4228b9.jpg
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn Zie ook alle tags voor Jens Sparschuh op dit blog.

Uit: Stinkstiefel

„Vier Marzipanhasen sitzen da - darunter ist übrigens ein etwas angestaubter Vorjahreshase, der sich ein ganzes Jahr lang erfolgreich hinter dem Flurschrank versteckt gehalten hatte. Drum herum liegen dreiundzwanzig kleine Ostereier in allen Farben und fünf große Schokoladenkugeln.
Außerdem hat Herr Dinkhübel noch gefunden: eine zerknickte Ansichtskarte aus Rom von Tante Paula; den blauen Socken, den er schon seit Weihnachten vermisste und der erstaunlicherweise ungewaschen im Fotobildband Die Welt ist schön als Lesezeichen steckte; drei entwertete Fahrscheine; eine Hand voll Staubflusen; ein angebissenes, steinhartes Stück Streuselkuchen.
Und dann noch etwas, und zwar hinter dem Kühlschrank: eine tote Maus. Ganz schöne Ausbeute diesmal!, denkt Herr Dinkhübel zufrieden. Und da er alleine wohnt, sagt ihm nun auch niemand: Iss doch nicht alles auf einmal, Felix!"
Also isst er alles auf einmal.
Er kann zwar schon nicht mehr, aber da sitzt noch ein Osterhase ziemlich kopflos herum... Nein, das sieht gar nicht schön aus. Also weg damit! Ordnung muss sein. Und mit einem tiefen Seufzer - oder ist das sein Bauch, der seufzt? - stopft sich Herr Dinkhübel den letzten Osterhasen hinein. Zwei Schokoladenkugeln kullern hinterher.
Sie plumpsen dumpf im Bauch auf, genauso wie die restlichen Ostereier... Bis alles alle ist.
Die graue Maus hat er natürlich nicht angerührt! Die liegt noch auf dem Tisch. Mucksmäuschenstill.
Er packt sie am Schwanz und lässt sie kopfschüttelnd in eine Tüte fallen. Ja, kleine Maus, für dich ist Ostern heute schon vorbei!
Morgen, wenn er seinen Osterspaziergang macht, wird er sie begraben. Im Hof. Beim Blumenbeet hinter den Mülltonnen.
Und was soll mit dem harten Kuchenstück geschehen? Hätte er doch einen Dackel! Oder wenigstens eine Frau.“

 

 2036455-a4fae0998e0885c0cae90ffa54cac63f.jpg
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Evelyn Sanders werd geboren op 14 mei 1934 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Evelyn Sanders op dit blog.

Uit: Schuld war nur die Badewanne

„Zwischendrin quäkt Katja: »Nun geh doch endlich ran, ich weiß ja, dass du da bist!« Kann sie überhaupt nicht! Sie hat jetzt im Hörsaal zu sein und sich mit den Werken von Pestalozzi und Frau Montessori herumzuschlagen. Angehende Lehrer müssen auch das lernen, was dank unzähliger Schulreformen und neuer psychologischer Erkenntnisse längst überholt ist. Endlich habe ich den Hörer in der Hand. »Wieso bist du nicht in der Uni?« »Weil die letzte Vorlesung mal wieder ausgefallen ist. Sitzt du?« Nein, ich sitze nicht. Den einzigen erreichbaren Stuhl hat Hund Otto belegt, der meine Aufforderung, den Platz zu räumen, stoisch ignoriert. Nicht umsonst ist er ein gebürtiger Bayer. Wahrscheinlich hat er es uns nie verziehen, dass er in einen preußischen Haushalt geraten ist. Notgedrungen lehne ich mich also gegen den Esstisch. »Ich bin darauf trainiert, Katastrophenmeldungen auch stehend entgegenzunehmen. Raus mit der Sprache, was ist passiert?« »Sei nicht immer so destruktiv«, kichert Katja, »freu dich lieber! Du wirst nämlich Oma!« »Bei wem? Etwa bei dir?« Katja ist Studentin im siebten Semester und sollte eigentlich hinreichend aufgeklärt sein. Außerdem nimmt sie die Pille. Sie wiegelt auch sofort ab. »Im Augenblick reichen mir die Kids, mit denen ich mich im Praktikum herumärgern muss. Nein, Vicky ist schwanger.« »Woher weißt du das?« »Sie hat es Steffi erzählt, und die hat mich gerade angerufen.« Die Kommunikation innerhalb unserer Familie klappt immer noch hervorragend. »Konnte sie sich das nicht früher überlegen?«, jammert Katja. »Ich habe doch meine Weihnachtsgeschenke schon alle zusammen. Was meinst du, ob ich ihr einen Gutschein für fünf Packungen Pampers schenke? Den brauche ich erst im Herbst einzulösen. Momentan bin ich nämlich total pleite.« Das ist sie meistens und nicht nur zwei Wochen vor Weihnachten. »Wann soll denn das Baby kommen?« »Na ja, September oder so. Ich nehme doch an, dass auch Engländerinnen die gleiche Tragezeit haben wie normale Frauen. Oder glaubst du, dass die später werfen?« »Vicky ist kein Elefant!« »Noch nicht«, gluckst Katja. »Ach ja, noch etwas: Du weißt natürlich nichts von dem Familienzuwachs. Vicky hat es Stefanie unter dem Siegel der Verschwiegenheit erzählt.« »Und deshalb hat sie dich auch gleich angerufen?«

 

 2036455-c386c225ba17f5ede6f9e6174e993e36.jpg
Evelyn Sanders (Berlijn, 14 mei 1934)
Berlijn. Aan de oever van de Spree in de Tiergarten

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter, schrijver, dramaturg en toneelspeler Kasper Peters werd geboren in Doetinchem in 1973. Zie ook alle tags voor Kasper Peters op dit blog.

 

een plein is een kamer

een plein is een kamer
zonder deuren

tussen het gevelbehang
openen zich straten
met mensen die je kent

het gaat niet om gebouwen
maar om de leegte
de plekken er tussenin

door tijd groeit ruimte
kamer wordt plein
plein wordt wijk
wijk wordt stad

ga op een dag naar buiten
kijk in een weiland
naar de stad waar je begon

trek de uren die je telde
van herinneringen af
en merk dat er veel overblijft

 

 2036455-cf83143c8b30649bb3839fa32e06617e.jpg
Kasper Peters (Doetinchem, 1973)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 14 mei 2016.

De Duitse schrijver en chemicus Walter E. Richartz werd op 14 mei 1927 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Walter E. Richartz op dit blog.

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow. Zie ook alle tags voor Karin Struck op dit blog.

Geschreven door Romenu om 12:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten