Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 mei 2017 tot 22 mei 2017

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Johannes R. Becher, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Robert Neumann, Catulle Mendès

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Adolf groet ’s morgens de dingen

Het spant erom, nu komt het erop aan, het is dus
nu of nooit.

Een klap in het gezicht van de goede smaak?
Een klap in het gezicht maar

nu is al te laat.

         Zoologischer Garten : brandbommen en kanisters fosfor
         wisten er wel raad mee.

         Apen zwierven door de stad, exotische vogels kozen
         schreeuwend het luchtruim. Leeuwen stikten
         en verkoolden in hun kooien.

         Krokodillenstaarten smaakten haast als kippenvlees.
         Berenham en berenworst: het bleken lekkernijen.

In de kamer die geen witte kamer is machinekamer is
valt lemmerhard het zomerlicht

valt op een stijf smetvrij katoenen hemd dat
vloekt bij vlekken rimpels kerven in
genadeloos blote nieuw

gebruinde huid.

 

Mowgli

Starend in de kleurige ogen
van de slang

die koud en glibberig
acht of negen maal zich
om zijn tengere lichaam
draait.

Zijn waarheid is verdampt
of smelt zoals cacaoboter
in de tropenzon

en buiten zich, verdwaasd
lacht hij ook nog daarbij

Geluk doorstroomt
zijn schaamte dat
hij is

 

2039298-d1e89c3da3d71022dd473098c37f13d2.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook alle tags voor Arthur Conan Doyle op dit blog.

Uit:The Return of Sherlock Holmes

"Well, I have fairly steady nerves, as you know, Mr. Holmes, but I give you my word, that I got a shake when I put my head into that little house. It was droning like a harmonium with the flies and bluebottles, and the floor and walls were like a slaughter-house. He had called it a cabin, and a cabin it was, sure enough, for you would have thought that you were in a ship. There was a bunk at one end, a sea-chest, maps and charts, a picture of the SEA UNICORN, a line of logbooks on a shelf, all exactly as one would expect to find it in a captain's room. And there, in the middle of it, was the man himself — his face twisted like a lost soul in torment, and his great brindled beard stuck upward in his agony. Right through his broad breast a steel harpoon had been driven, and it had sunk deep into the wood of the wall behind him. He was pinned like a beetle on a card. Of course, he was quite dead, and had been so from the instant that he had uttered that last yell of agony. "I know your methods, sir, and I applied them. Before I permitted anything to be moved, I examined most carefully the ground outside, and also the floor of the room. There were no footmarks." "Meaning that you saw none?" "I assure you, sir, that there were none." "My good Hopkins, I have investigated many crimes, but I have never yet seen one which was committed by a flying creature. As long as the criminal remains upon two legs so long must there be some indentation, some abrasion, some trifling displacement which can be detected by the scientific searcher. It is incredible that this blood-bespattered room contained no trace which could have aided us. I understand, however, from the inquest that there were some objects which you failed to overlook?" The young inspector winced at my companion's ironical comments. "I was a fool not to call you in at the time Mr. Holmes. However, that's past praying for now. Yes, there were several objects in the room which called for special attention. One was the harpoon with which the deed was committed. It had been snatched down from a rack on the wall. Two others remained there, and there was a vacant place for the third. On the stock was engraved `SS. SEA UNICORN, Dundee.' This seemed to establish that the crime had been done in a moment of fury, and that the murderer had seized the first weapon which came in his way. The fact that the crime was committed at two in the morning, and yet Peter Carey was fully dressed, suggested that he had an appointment with the murderer, which is borne out by the fact that a bottle of rum and two dirty glasses stood upon the table." "Yes," said Holmes; "I think that both inferences are permissible. Was there any other spirit but rum in the room?"

 

 2039298-fe374130e04b3282a402cabb8f3798c3.jpg
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)
Cover DVD

 

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

If The Sun Drowns

If the sun drowns in a sea of clouds
And extends a wave of darkness onto the world
And vision dies in the eyes of the vigilant
And the road is lost in lines and circles
O shrewd traveler in straight lines and in circles,
You have no guide but the eyes of speech

 

Contraband

Forbidden from travel
Forbidden from singing
Forbidden from speaking
Forbidden from longing
Forbidden from discontent
Forbidden from smiling

And every day with your love
That which is forbidden increases
And every day I love you
More than the before

My love, as if a vessel
Longing and imprisoned
With an informant in each corner
A police in every port
They forbid me if I
Feel some jealousy for you
Or if I fly to your embrace
Or if I sleep in your lap
And your heart like the spring
I return like an infant
Weeping from weaning

My love, as if city
Dressed up and unhappy
In every road a difficulty
And in every palace decoration
Forbidden from waking up
With your love, or sleeping with it
Forbidden from debate
Forbidden from silence
And every day with your love
That which is forbidden increases
And every day I love you
More than the before

 

 2039298-4a0ae0a287387f76520e71147ba34065.jpg
Ahmed Fouad Negm (22 mei 1929 – 3 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904 in Assen. Zie ook alle tags voor Anne de Vries op dit blog.

Uit:Bartje

“Vader steekt zijn blote, zwarte voeten door de gordijntjes, zit een poosje geeuwend op de plank en ploft op de vloer. Steunend en wankelend rekt hij zich. Dan komen zijn vuisten haast tot de zolderbalken.
Bartje zegt niets. Hij kauwt en hij kijkt maar. 's Morgens moet je een beetje oppassen met vader. Dan slaapt hij nog half, dan is hij bokkig. Maar als hij een pijp gerookt heeft, wordt het beter.
De pijp ligt gestopt op de schoorsteenmantel en lucifers zijn daar ook. Vader steekt op. Zwaar dampend en steunend brengt hij zijn onderkleren in orde en zit dan in een wolk zijn kousen aan te trekken. Dat is niet gek, dat hoort zo bij een vader.
Vader heeft haar op zijn benen, lange, zwarte. En als hij kwaad wordt, vloekt hij. En hij kan een wieg timmeren. Er zijn nòg een heleboel dingen, waarom je wel eerbied voor je vader moet hebben, maar deze drie behoren toch wel tot de voornaamste.
Bartje heeft geen haar op zijn benen en hij vloekt ook nooit. Vloeken mag niet, zegt moeder. En de juffrouw van de Zondagsschool zei het ook. Dan wordt de Lieve Heer kwaad op je, zei ze. En daarom doet Bartje het niet. Hij is veel te bang, dat de Lieve Heer kwaad op hem zal worden.
Vader geeft daar zo niet om, maar die is ook zo groot en zo sterk, die zal wel haast kunnen doen, wat hij wil. Grote mensen zijn niet zo erg bang voor den Lieven Heer.
Vloeken is op één na het vreselijkste, wat er is. Het vreselijkste is, als je je vader en moeder slaat. Dan groeit je handje boven je grafje uit, als je doodgaat en dan zwerft je zieltje 's nachts als een wit vlammetje over de hei. Bij het moerasje, waar Bartje een keer geweest is met Arie en Gert, om naar eendeeieren te zoeken, is het er vol van: blanke, wiegende pluimpjes op een dun groen stengeltje. 's Nachts zijn het dwaallichtjes, allemaal zieltjes van gestorven kindertjes. Maar de gestorven Bartje is er niet bij. Want Bartje is wel eens bij zijn grafje geweest: daar stond een half-verrot paaltje op, met een roestig ijzeren plaatje er aan en daar groeiden gras en paddestoelen. Er was geen handje. Die Bartje is zeker ook een oppassende en gehoorzame jongen geweest, net als hij. Die zal ook wel niet gevloekt hebben. Daarom praat moeder zeker nog zo vaak over hem. ‘Zo en zo oud was hij nou al geweest,’ zegt moeder dan, ‘een hele kerel was hij al geweest."

 

 2039298-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)
Jan Krol, Arend Kuik, and Jantje Weurding in Bartje (1972)

 

 

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. Zie ook alle tags voor Johannes R. Becher op dit blog en ook alle tags voor J. R. Becher.

 

Windflüchter
Bäume im Darß (Ahrenshoop)

Sie haben einen Grund noch, einen festen,
Und dennoch hält der Grund sie allzu fest.
Sie flüchten vor dem Wind mit allen Ästen
Und halten fest, hinauf bis zum Geäst.

Die Aste splittern in den Windgewittern,
Und aus der Tiefe schöpft der Wind das Meer.
Er schleudert Wogenberge, grau und schwer,
Daß auch die Stämme in den Wurzeln zittern.

Gestalten mit verkrüppelten Gelenken,
Nur in den Wurzeln regt sich noch ein Wille.
Das Meer, der Wind, die Wolken – eine Wucht,

Die Bäume scheinen sich noch zu verrenken,
Wenn Meer und Himmel atmen wieder Stille.
Sie sind noch in der Stille auf der Flucht.

 

 

Kinderschuhe aus Lublin (Fragment)

Ein Paar aus Samt, ein Paar aus Seiden,
und eines war bestickt sogar
mit Blumen, wie sie ziehn, die beiden,
sind sie ein schmuckes Hochzeitspaar.

Mit Bändchen, Schnallen und mit Spangen,
zwerghafte Wesen, federleicht -
und viel sind viel zu lang gegangen
und sind vom Regen durchgeweicht.

Man sieht die Mutter, auf den Armen
das Kind, vor einem Laden stehn:
"Die Schuhchen, die, die weichen, warmen,
ach Mutter, sind die Schuhchen schön!"

"Wie soll ich nur die Schuhchen zahlen.
Wo nehm das Geld ich dafür her...."
Es naht ein Paar von Holzsandalen,
es ist schon müd und schleppt sich schwer.


2039298-72eef5ea5b42e11824774f7bf7fa6e6f.jpg
Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958) 
Standbeeld in Berlijn

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook alle tags voor Kees Winkler op dit blog.

 

Poes Eefje weg

's Morgens heel vroeg liet ik hem uit
hij wandelde zijn gewone weggetje
door de tuin naar het hekje
ik heb hem nog nagekeken

Sindsdien is hij spoorloos
net of je kind vermist is
en toch verwacht je steeds
dat hij aan de achterdeur klauwt

Hij was gelukkig bij ons en wij met hem
de brokjes, het hart en de tuin
maakten zijn leven uit en ook
spinnend bij Judy op schoot

Misschien is hij wel dood

 

 2039298-2d2f2594fb1472c86f8f06272afac413.jpg
Kees Winkler (22 mei 1927 – 1 april 2004)
 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook alle tags voor Gérard de Nerval op dit blog.

Uit: Het treurige beroep van een schrijver (Vertaald door Edu Borger)

“Na een groot aantal edicten uitgevaardigd en menigmaal een beroep op de trouw van de goede stad Parijs gedaan te hebben verbaasden de beide gevangenen er zich ten slotte over dat zij geen enkele beroering onder het volk zagen gloren en altijd weer in dezelfde situatie ontwaakten. Spifame schreef dit geringe succes toe aan het scherpe toezicht van de ministers en Vignet aan de niet-aflatende haat van Mellin en du Bellay. De drukkerij werd voor een paar dagen gesloten, er werd over serieuzere oplossingen gepeinsd en er werden staatsgrepen overwogen. Die twee mannen, die er nooit over hadden gedacht om te vluchten om vrij te zijn, beraamden ten slotte het plan voor een ontsnapping die tot doel had de Parijzenaars de ogen te openen en hun minachting voor de Sophonisbe van Saint-Gelais en La Franciade van Ronsard op te wekken. Zij begonnen de tralies van onderen langzaam los te wrikken, waarbij ze al vorderend de sporen van hun arbeid lieten verdwijnen, en dat was des te gemakkelijker omdat zij als rustig, lankmoedig en tevreden met hun lot bekendstonden. Toen zij gereed waren met de voorbereidselen, werd de drukkerij wederom geopend. De vierregelige pamfletten, de opruiende proclamaties en de uitverkoren gedichten werden bij hun bagage gevoegd en nadat Spifame tegen middernacht een korte maar krachtige toespraak tot zijn vertrouweling had gehouden, knoopte deze laatste de lakens van de vorst aan een intact gebleven tralie vast, gleed er als eerste langs naar beneden en hielp kort hierna Spifame overeind, die zich op twee derde van de afdaling in het dichte gras had laten vallen, niet zonder een paar blauwe plekken op te lopen. Vignet vond in het donker al spoedig de oude muur waarachter zich het platteland uitstrekte; omdat hij behendiger was dan Spifame, slaagde hij erin op de muurkap te klimmen en stak vandaar zijn been uit naar zijn genadige heer, die zich er stevig aan optrok, waarbij hij met zijn voet steun vond op de restanten van de uit de muur losgewrikte stenen. Een moment later was de Rubicon overgestoken. Het was om en nabij drie uur in de ochtend toen onze twee in vrijheid verkerende helden een dichtbegroeide plek in een bos bereikten, waar zij zich lang voor speurders schuil konden houden; maar zij dachten er niet over heel nauwgezette voorzorgsmaatregelen te nemen, aangezien zij meenden dat ze alleen maar vrij hoefden te zijn om herkend te worden, de een door zijn onderdanen en de ander door zijn bewonderaars. Ze moesten natuurlijk wel wachten tot de poorten van Parijs geopend zouden worden, hetgeen niet vóór vijf uur 's ochtends gebeurde. De weg was al vol met boeren die hun voorraden naar de markt brachten.”

 

 2039298-abe83cfa564946441e10dec5c2ac0505.jpg
Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855) 
Monument in Othis

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Neumann werd geboren op 22 mei 1897 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Neumann op dit blog.

 

Mutteranruf
nach Hugo von Hofmannsthal

Und Kinder wachsen auf mit großen Augen
Und wissen schon von ihrem tiefsten Walten
Und wollen es schon daumenhaft besaugen.

Und Mütter gehn, und immer wieder halten
Und heben sie die drohbereite Geste
Und stehn erstarrt und drohn noch im Erkalten.

Und Dichter sind, und ihre Anapäpste
Sind wie die Neige tiefgesenkter Krüge
Und schmecken schal wie trübe Hefereste.

Und wiegen sich in ihrer samtnen Lüge
Und lieben Prunk, ein wenig überplundert,
Und spreizen sich in gestriger Genüge.

Und stehen bleich im lärmenden Jahrhundert
Und nehmen dankbar jegliche Beschau an.
Betroffen steht die Zeit: es bellt verwundert

Ein Bologneserhündchen einen Pfau an.

 

 2039298-5162e9b13afe1c176889bcbd2fd4d629.jpg
Robert Neumann (22 mei 1897 – 3 januari 1975)

  

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Catulle Mendès op dit blog.

 

Le marché de la Madeleine

Debout ! le soleil caresse nos draps.
Que ne suis-je né près de Mytilène !
Allons respirer l'odeur des cédrats
Au marché qu'on tient à la Madeleine.

J'ai rêvé d'un grand château dans la plaine.
Nous étions (hélas ! tu me comprendras !)
Moi, l'hôte d'un soir, vous, la châtelaine.
Debout ! le soleil caresse nos draps.

Nous voyagerons lorsque tu voudras !
Nous irons en Grèce, au pays d'Hélène
Dont les bras étaient moins beaux que tes bras.
Que ne suis-je né près de Mytilène !

En Chine où les tours sont de porcelaine,
Dans l'Inde où la noire a sous le madras
Des cheveux crépus comme de la laine,
Allons respirer l'odeur des cédrats.

Mais ce n'est qu'un rêve et tu t'en riras !
Allons acheter de la marjolaine,
De la marjolaine et des gobéas
Au marché qu'on tient à la Madeleine !

 

 2039298-173caf403fff90c4fc07604f7d04ef96.png
Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 februari 1909)

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Takis Würger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Takis Würger werd geboren in 1985 in Hohenhameln. Na zijn eindexamen gymnasium werkte hij als vrijwilliger in een ontwikkelingsproject in Peru. Hij werkte als vrijwilliger bij de Münchner Abendzeitung en bezocht de Henri Nannen School. Vervolgens ging hij naar het tijdschrift Der Spiegel, waar hij werkt op de afdeling samenleving. In 2014 studeerde hij een jaar aan het St. John's College, Cambridge Human, Social and Political Science. Würger maakte reportages voor Der Spiegel onder andere uit Afghanistan, Libië, Mexico en de Oekraïne. In 2012 werkte hij als Arthur F. Burns Fellow drie maanden bij de Amerikaanse krant The Austin Chronicle in Texas. Wùrger geeft een seminar reportages aan de Academie van de Beierse Pers. Wùrger heeft verschillende journalistieke prijzen gewonnen, waaronder de Duitse reporter prijs, de CNN Journalist Award en European Journalism Prize Writing for CEE. In 2010 werd hij bekroond door Medium Magazin als een van de "Top 30 Journalisten" (onder de 30); In 2017 werd hij onderscheiden met de Silberschweinpreis, de prijs voor deburanten van lit.Cologne voor zijn roman “Der Club”.

Uit: Der Club

„Im südlichen Niedersachsen liegt ein Wald, der Deister, darin stand ein Haus aus Sandstein, in dem früher der Förster gewohnt hatte und das durch eine Reihe von Zufällen und den Kredit einer Bank in den Besitz eines Ehepaares kam, das dort einzog, damit die Frau in Ruhe sterben konnte.
Sie hatte Krebs, Dutzende kleine Karzinome, die in ihrer Lunge saßen, als hätte jemand mit einer Schrotflinte hineingeschossen. Der Krebs war inoperabel, und die Ärzte sagten, sie wüssten nicht, wie viel Zeit der Frau bliebe, deshalb quittierte der Mann seine Arbeit als Architekt und blieb bei ihr. Als die Frau schwanger wurde, riet der Onkologe zur Abtreibung. Der Gynäkologe sagte, auch eine Frau mit Lungenkrebs könne gebären. Sie gebar einen kleinen, dünnen Säugling mit zarten Gliedern und vollem schwarzen Haar. Der Mann und die Frau pflanzten einen Kirschbaum hinter das Haus und nannten ihren Sohn Hans. Das war ich.
In meiner frühsten Erinnerung läuft meine Mutter mit nackten Füßen durch den Garten auf mich zu. Sie trägt ein gelbes Kleid aus Leinen und um den Hals eine Kette aus rotem Gold. Wenn ich an diese ersten Jahre meines Lebens zurueckdenke, ist immer später Sommer, und es kommt mir vor, als hätten meine Eltern viele Feste gefeiert, auf denen sie Bier aus braunen Flaschen tranken und wir Kinder Limonade, die Schwip Schwap hieß. An solchen Abenden schaute ich den anderen Kindern zu, wie sie Fangen spielten, ich fühlte mich beinahe wie ein normaler Junge, und es war, als sei der Schatten vom Gesicht meiner Mutter verschwunden, was vielleicht auch am Licht des Lagerfeuers lag.
Meistens beobachtete ich die anderen aus einer hinteren Ecke des Gartens, wo unser Pferd graste. Ich wollte es beschützen, weil ich wusste, dass es Angst vor Fremden hatte und nicht gestreichelt werden mochte. Es war ein Englisches Vollblut, das einmal ein Rennpferd gewesen war und das meine Mutter einem Pferdeschlachter abgekauft hatte. Wenn es einen Sattel sah, buckelte es. Als ich ein Kleinkind war, setzte meine Mutter mich auf den Rücken des Pferdes, später ritt ich mit ihm durch den Wald, ich hielt mich mit dem Druck meiner Schenkel fest. Nachts, wenn ich aus meinem Zimmer in den Garten schaute, hörte ich, wie meine Mutter mit dem Pferd sprach.
Meine Mutter kannte jedes Kraut im Wald. Wenn ich Halsschmerzen hatte, kochte sie mir einen Sirup aus Honig, Thymian und Zwiebeln, und die Schmerzen verschwanden. Einmal sagte ich ihr, dass ich mich vor der Dunkelheit fürchtete, sie nahm mich bei der Hand und wir gingen durch die Nacht in den Wald. Sie sagte, sie könne nicht leben, wenn sie daran dachte, dass ich mich fürchtete, was mich ein wenig be- unruhigte, da ich häufig Angst hatte. Oben auf dem Kammweg sprangen die Leuchtkäfer aus den Zweigen und setzten sich meiner Mutter auf die Arme.“

 

 2039291-5b0cc755c9904a5d054e01ce7b83b899.png
Takis Würger (Hohenhameln, 1985)

Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Gabriele Wohmann, Amy Waldman, Maria Semple, Urs Widmer, Emile Verhaeren, Robert Creeley, Alexander Pope, Tudor Arghezi, Suzanne Lilar

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Wachsfiguren

„- Ach so, Hase geht auch mit, sagte Lilia mit fallendem Ton.
- Natürlich geht das Häschen mit, rief Tante Else.
Hase stand in seiner gewohnten Abwehrhaltung mit so weit wie möglich weggedrehtem Gesicht. Er spürte Wärme, plötzlich dicht: Tante Else hatte sich neben ihn gekauert, ihre Arme waren zu eifrig.
- Heute geht es mit, nicht wahr, das Häschen, sagte Tante Else.
Es tat Hase leid um Lilia: sie hatte das neue Kleid an mit den roten und schwarzen Sprit­zern und sah so erwachsen aus. Sie konnte ihn nicht gebrauchen. Er sagte nichts, die Lippen ließen sich nicht bewegen, aber es tat ihm leid. Das wäre nicht der Sonntag, den sie mit diesem Kleid haben könnte.
Onkel Willi kam aus der Küche ins Vorzimmer und ließ die Tür offen, und der heiße Waschgeruch strömte herein. Onkel Willi roch festlich nach den Blumen und Kräutern seiner Rasierpaste. Sein speckiges Gesicht war nicht hart wie an Werktagen, sondern vom heißen Wasser aufgequollen und rot.
- Was macht der Hase für ein böses Gesicht, sagte er mit seiner Sonntagsstimme. Was macht er fürn böses Gesicht, wenn er mitgehn darf, he?
Hase gab sich Mühe, zu lächeln, aber das tat immer noch ein bißchen weh, fast zwei Jahre nach der Operation, die Oberlippe hatte nicht genug Platz, oder was war es sonst, auf jeden Fall fühlte er sich nicht wohl, wenn er lächeln mußte.
- Macht er ein böses Gesicht? rief Tante Else. Macht er denn eins?
- Na klar, sagte Onkel Willi, ich kann's nicht verstehn an so einem Tag, wo wir ihn mit­nehmen.
Hase spürte, daß er jetzt etwas unternehmen mußte - nie war ein Frieden stabil genug. Er stieß eine Folge bettelnder Laute aus, hob die Hände, zwang sich, den Kopf ganz ihnen allen zuzukehren, das Gesicht zu heben, zu zeigen. Böses Gesicht. Lächeln, schlimmer als Schmerz, Unbehagen wie Krankheit. Kleines schreckliches Gesicht, schartig verzerrt und riesig rot geflügelt von den Ohrschalen. Es tat ihm leid für Lilia, auch ein bißchen für Tante Else, und sogar für Onkel Willi, weil er so weich und sonn­täglich gestimmt war.
- Na laßt uns doch gehn, sagte Tante Else. Undankbare Kinder verdienen ja gar nicht, daß man sich so mit ihnen anstellt.
Es tat ihm leid um Lilias Kleid, weil alle Aufmerksamkeit unterwegs, im Omnibus und in der Vorhalle an der Kasse, wie immer auf ihn gezogen war. Häschen mit der Häschen­scharte, Mäuschen mit den Fledermäuschenohren. Es tat ihm so leid für Lilia. Wie hieß er eigentlich wirklich? Hatte er einen Namen? Wie die andern: Willi, Else, Lilia. Kein Gesicht, keinen Namen. Er lief hinter den ändern her mit gesenktem Kopf, fühlte sich schläfrig vor Kummer“.

 

 2038574-b16d090582c9bb6d751a2b2499b1b214.jpg
Gabriele Wohmann (21 mei 1932 – 22 juni 2015)
In 1969

 

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: The Submission

« The concept was simple: a walled, rectangular garden guided by rigorous geometry. At the center would be a raised pavilion meant for contemplation. Two broad, perpendicular canals quartered the six-acre space. Pathways within each quadrant imposed a grid on the trees, both living and steel, that were studded in orchard-like rows. A white pe-rimeter wall, twenty-seven feet high, enclosed the entire space. The vic-tims would be listed on the wall's interior, their names patterned to mimic the geometric cladding of the destroyed buildings. The steel trees reincarnated the buildings even more literally: they would be made from their salvaged scraps. Four drawings showed the Garden across the seasons. Claire's favor-ite was the chiaroscuro of winter. A snow shroud over the ground; leaf-less living trees gone to pewter; cast-steel trees glinting with the rose light of late afternoon; the onyx surfaces of the canals shining like crossed swords. Black letters scored on the white wall. Beauty wasn't a crime, but there was more than beauty here. Even Ariana conceded that the spar-tan steel trees were an unexpected touch—reminders that a garden, for all its reliance on nature, was man-made, perfect for a city in which plas-tic bags wafted along with birds and air-conditioner runoff mixed in with rain. Their forms would look organic, but they would resist a garden's seasonal ebb and flow. "The Void is too dark for us," Claire said now, as she had before. Us: the families of the dead. Only she, on the jury, stood for Us. She loathed the Void, the other finalist, Ariana's favorite, and Claire was sure the other families would, too. There was nothing void-like about it. A tow-ering black granite rectangle, some twelve stories high, centered in a huge oval pool, it came off in the drawings as a great gash against the sky. The names of the dead were to be carved onto its surface, which would re-flect into the water below. It mimicked the Vietnam Veterans Memorial but, to Claire, missed the point. Such abstraction worked when humans could lay their hands on it, draw near enough to alter the scale. But the names on the Void couldn't be reached or even seen properly. The only advantage the design had was height. Claire worried that some of the families—so lingoistic, so literal-minded—might see the Garden as con-ceding territory to America's enemies, even if that territory was air. "Gardens are fetishes of the European bourgeoisie," Ariana said, pointing to the dining-room walls, which were papered with a panorama of lush trees through which tiny, formally dressed men and women strolled. Ariana herself was, as usual, dressed entirely in a shade of gruel that she had patented in homage to and ridicule of Yves Klein's brilliant blue. The mockery of pretension, Claire decided, could also be pretentious. 'Aristocratic fetishes," the jury's lone historian corrected.”

 

 2038574-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en scenariste Maria Keogh Semple werd geboren op 21 mei 1964 in Santa Monica, Californië. Zie ook alle tags voor Maria Semple op dit blog.

Uit: Today Will Be Different

“I walked up the steps, between the thickset columns, and into the impressive foyer of the Galer Street School. It was underlit and cathedral cool. Framed photos told the story of the building’s transformation from a home for wayward girls to a single-family residence (!) to today’s ruinously expensive private school.
A little about the building’s restoration. On the floor, in wood inlay, because strait is the gate and narrow is the path which leadeth unto life and few there be that find it, dated to 1906. One hundred and fifty rubber molds were created for the intricate plaster work. Colorado alabaster was cut paper-thin for the clerestory. The mosaic of Christ teaching children to pray required flying in a seventy-year-old craftsman from Ravenna, Italy. When the restoration began in 2012, the big mystery was what had happened to the brass Art Deco chandelier from the early photos. It was found by the guys blowtorching blackberry vines out of the basement. Large blindfolded pigs were lowered in on ropes to chew the chandelier free.
How could I possibly know this? As I entered, the chic architect in charge of the restoration happened to be leading a tour.
On my way to the administration offices: “Eleanor!”
I turned. For the past month, the conference room had become auction central, abuzz with parent volunteers.
“You’re just the person we need!” said the woman, a young mom.
Me? I mouthed, pointing, confused.”

 

 2038574-f95f1b756e8f5fea6ce98723d10c8584.jpg
Maria Semple (Santa Monica, 21 mei 1964)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Widmer werd geboren op 21 mei 1938 in Basel. Zie ook alle tags voor Urs Widmer op dit blog.

Uit: TOP DOGS

„DEÉR Verstehe.
WRAGE Wir haben Partner in zweiundzwanzig Ländern und können unsere Klienten all over the world vermitteln. Nach allen Ländern der EU, Kenia, Mexiko, Japan. Just name it.
DEÉR Aha.
WRAGE Was alle Damen und Herren hier verbindet: Sie sind vom Verlust ihres Arbeitsplatzes betroffen und erwarten von uns eine optimale Unterstützung bei ihrer Karrierefortsetzung in einem anderen Unternehmen.
DEÉR nimmt die anderen wie neu wahr; als hätten sie die Lepra Die da, die stehen alle auf der Straße?
WRAGE Hier ist jeder in der gleichen Lage.
DEÉR Ja. Das kommt jetzt immer häufiger vor.
WRAGE Sehr gut! Was leistet unsere Organisation, und wie leistet sie es? Als wir vor zehn Jahren hier in der Schweiz unsere Tätigkeit aufnahmen, waren wir ein Nischenprodukt in einer intakten Arbeitswelt. Zwar war die Hochkonjunktur am Abklingen, darum ja unsere Anstrengungen, uns auch am Schweizer Markt zu positionieren, aber in den Köpfen des mittleren und höhern Kaders gab es noch kaum irgendwelche Gedanken an einen möglichen Verlust des Arbeitsplatzes.
DEÉR Ja, ja. Wir restrukturieren ja auch massiv. Grad nochmals tausendzweihundert Stellen abgebaut. Aber nicht in meinem Bereich. Das Catering ist stabil.
WRAGE Ja.
DEÉR Einzelne Fluktuationen allenfalls.
WRAGE Gut. - 1986 vermittelten wir ganze fünfzehn Herren! Waren bereits zwei Damen unter den Herren. Kleine Heiterkeit. Heute haben wir mehr als neunhundert Klientinnen und Klienten per annum, und wir haben unsre Tätigkeit auch auf nicht deutlich qualifizierte Arbeitsplätze aus dem untern Segment ausgedehnt. Wir bieten jetzt dreitägige Crash-Programme in Gruppen an, für eine erfolgreiche berufliche Neuorientierung auch im Low-salary-Bereich.
DEÉR Die da?”

 

 2038574-5e413398abfdbad3dd39ed79ac1f06c7.jpg
Urs Widmer (21 mei 1938 – 2 april 2014) 
Scene uit een opvoering in Lugano in 2014

 

 

De Vlaamse dichter Emile Verhaeren werd geboren in Sint Amands op 21 mei 1855. Zie ook mijn blog van 21 mei 2010 en eveneens alle tags voor Emile Verhaeren op dit blog.

 

L'heure mauvaise

Depuis ces temps troublés d'adieux et de retours
Et de soudaine lassitude
D'être celui qui va, cerné de solitude,
Mes jours toujours plus lourds s'en vontroulant leur cours.

J'avais foi dans ma tête; elle était ma hantise.
Et mon entêtement - haine et splendeur - vermeil,
Où s'allumait l'intérieur soleil,
Dardait contre le bloc de roc de la bêtise.

De vivre ainsi hautement, j'avais
Muette joie à me sentir et seul et triste,
Ne croyant plus qu'à ma perdurance d'artiste
Et à l'oeuvre que je rêvais.

Celle qui se levait tranquille et douce et bonne
Et s'en allait par de simples chemins,
Vers les foyers humains,
Où l'on pardonne.

Ah! comme il fut plombant ce soir d'opacité,
Quand mon âme minée infiniment de doutes,
En tout à coup d'arbre à terre barra mes routes
Et lézarda, craquement noir, ma volonté.

A tout jamais mortes, mes fermetés brandies!
Mespoings? flasques; mes yeux? fanés; mes orgueils? serfs;
Mon sang coulait péniblement jusqu'à mes nerfs
Et comme des suçoirs gluaient mes maladies.

Et maintenant que je m'en vais vers le hasard...
Dites, le voeu qu'en un lointain de sépulture,
Comme un marbre brûlé de gloire et de torture,
Rouge éternellement se crispera mon art!

 

 

Des soirs

I
Sur mes livres éteints, où comme en un miroir
J'ai reflété mon coeur lassé, mon coeur du soir,
Après un jour vécu sans gloire et sans vaillance,
Lampes immobiles, larmez, dans le silence,
Vos feux pour le sommeil qui vient, torpidement,
Clore mes yeux fanés et mon attristement;
Lampes, brûlez, durant des heures et des heures
Encor, inutiles pour tous, mais les meilleures
Pour le rêve veiller - dont mon esprit, hélas!
Au clair sonnant matin ne se souviendra pas.


II
Sous les vitres du hall nitreux que le froid fore
Et vrille et que de mats brouillards baignent de vair,
Un soir, en tout à coup de gel, s'ouvre l'hiver,
Dans le foyer, fourbi de naphte et de phosphore

Qui brûle: et le charbon pointu se mousse d'or
Et le posthume été dans l'or se réitère;
Il émeraude un bol, il enturquoise un verre
Et multiplie en chatons d'or son âme encor.

Par à travers ce feu qui le détruit, sa joie
Est de faire des fleurs parmi les lustres, vivre!
Et d'allumer sa mort comme une fête. Au loin,

Lorsque tonne l'autonne et que le vent disjoint
On serre en noeud ses poings et que gratte le givre...
O cette mort que l'on torture et qui flamboie!

 

 2038574-2bec2c435aa64d5e49b0aebb97875abf.png
Emile Verhaeren (21 mei 1855 - 27 november 1916)
Portret door Georges Tribout, 1907

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

The Whip

I spent a night turning in bed,
my love was a feather, a flat

sleeping thing. She was
very white

and quiet, and above us on
the roof, there was another woman I

also loved, had
addressed myself to in

a fit she
returned. That

encompasses it. But now I was
lonely, I yelled,

but what is that? Ugh,
she said, beside me, she put

her hand on
my back, for which act

I think to say this
wrongly.

 

 

After Lorca
for M. Marti

The church is a business, and the rich
are the business men.
When they pull on the bells, the
poor come piling in and when a poor man dies, he has a
wooden
cross, and they rush through the ceremony.

But when a rich man dies, they
drag out the Sacrament
and a golden Cross, and go doucement, doucement
to the cemetery.

And the poor love it
and think it's crazy.

 

 2038574-f9c18d84464e51305da04e1517a572a4.jpg
Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)
Portret door Francesco Clemente, 2001

 

 

De Engelse dichter Alexander Pope werd geboren in Londen op 21 mei 1688. Zie ook mijn blog van 21 mei 2010 en eveneens alle tags voor Alexander Pope op dit blog

 

The Rape of the Lock: Canto 1 (Fragment)

The graver prude sinks downward to a Gnome,
In search of mischief still on earth to roam.
The light coquettes in Sylphs aloft repair,
And sport and flutter in the fields of air.

Know further yet; whoever fair and chaste
Rejects mankind, is by some sylph embrac'd:
For spirits, freed from mortal laws, with ease
Assume what sexes and what shapes they please.
What guards the purity of melting maids,
In courtly balls, and midnight masquerades,
Safe from the treach'rous friend, the daring spark,
The glance by day, the whisper in the dark,
When kind occasion prompts their warm desires,
When music softens, and when dancing fires?
'Tis but their sylph, the wise celestials know,
Though honour is the word with men below.

Some nymphs there are, too conscious of their face,
For life predestin'd to the gnomes' embrace.
These swell their prospects and exalt their pride,
When offers are disdain'd, and love denied:
Then gay ideas crowd the vacant brain,
While peers, and dukes, and all their sweeping train,
And garters, stars, and coronets appear,
And in soft sounds 'Your Grace' salutes their ear.
'Tis these that early taint the female soul,
Instruct the eyes of young coquettes to roll,
Teach infant cheeks a bidden blush to know,
And little hearts to flutter at a beau.

 

 2038574-f6f44c8ed738b0b0f0f2e3ffa1117bbd.jpg
Alexander Pope (21 mei 1688 – 30 mei 1744)
Portret door Jean-Baptiste van Loo, ca. 1742

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Tudor Arghezi werd geboren op 21 mei 1880 in Boekarest. Zie ook alle tags voor Tudor Arghezi op dit blog.

 

Inscription On A Glass

Round crystal on velvet shade,
Serenity at my heart,
I created myself from sky-waters,
Froze under icicles of light.
I am born virgin in my place
Unceasingly as dew-pebbles,
Sparkling in my depths;
The more the less I hold.

But you won't know what and how many
Sources have filtered noiselessly through me.
And you don't know how many warm lips
Have sipped at my flashing lip.
They are here now in the air like leaves
When you try my untasted freshness;
Your mouth sipping new drops
Will kiss shadow lips in flight.

 

 

Morgenstimmung

Your song filtered into me
One afternoon
When the window of my barred soul
Flew open in the wind
Without my knowing I heard you singing.

Your song has filled the whole building
The drawers boxes rugs
Like sonorous lavender.
Look The bars have come loose
And the monastery lies open before me.

And it might perhaps have been nothing
Had you not undermined me
With your song and your little finger
That touches the blackbirds on the keys
Your whole being close by.

With a roar clouds collapse
Into the room of the closed universe.
The storm brought cranes Bees leaves...
My beams Are flimsy as petals.
Why did you sing?

Why did I hear you?
We have crumbled into completeness
Cloudlike under the skies.
I came from above You from below.

 

Vertaald door Michael Impey and Brian Swann

 

 2038574-11d64c8b729e1a26b812ea6a7803d38f.jpg
Tudor Arghezi (21 mei 1880 – 14 juli 1967)
Tudor Arghezi’s oude woonhuis, nu museum in Boekarest

 

 

De Vlaamse schrijfster Suzanne Lilar werd geboren als Suzanne Verbist in Gent op 21 mei 1901. Zie ook alle tags voor Suzanne Lilar op dit blog.

Uit: Une enfance gantoise

« Mais qu'était-ce que ce néerlandais auquel on reprochait en même temps de n'être qu'un grossier dialecte et d'avoir été créé artificiellement par une clique d'intellectuels, dont tantôt on blâmait la mollesse (la « bouillie flamande »), tantôt la rudesse (le parler, c'était « croasser », « mâcher des clous », « broyer des cailloux ») ? Un langage dont les lettres de noblesse remontaient au Mie siècle et qui avait été celui de nos trouvères, de nos satiriques, de nos grands poètes mystiques et métaphysiques, Hadewijch, Beatrix, Ruusbroec. C'était la langue de Rubens, celle de sa correspondance (sauf le cas où son destinataire ne l'entendant point, le peintre usait de l'italien ou du français), celle de la chanson populaire miraculeusement conservée, celle enfin qu'en même temps que le français on apprenait en classe - à condition bien entendu de s'y prêter. Car dans certaines écoles, notamment l'Institut de Kerckhove fréquenté par les filles de la grande bourgeoisie, une consigne circulait à l'intention des nouvelles : « On ne fait pas le devoir de flamand. » Humiliée mais résignée la maîtresse de néerlandais s'inclinait. Bannie des salons, proscrite des universités et des prétoires, si peu tolérée au Parlement qu'on faisait le vide autour des députés qui avaient l'inconvenance de s'en servir, cette langue bafouée savait se ménager des revanches. Soit qu'elle fût plus que le français propice à l'effusion, soit que les remous de l'émotion fissent affleurer quelque mémoire ancestrale, on la voyait remonter dans les gros mots de la colère ou les diminutifs de la tendresse et même, plus tragiquement, dans la débâcle de l'agonie. Ainsi arrivait-il qu'ayant vécu en français, l'on mourût en flamand. Ce fut le cas de ma mère qui, peut-être pour l'avoir renié durant sa vie, se remit à parler flamand sur son lit de mort, avec précipitation et comme pour rattraper le temps perdu. Il faut dire qu'en reniant le néerlandais, Maman rompait avec une tradition familiale de bilinguisme, ses parents et grands-parents ayant servi avec équanimité les deux langues (ainsi qu'en témoignent divers documents et mémoires d'Edmond De Busscher, mon arrière-grand-père l'archiviste). En même temps - par dévotion amoureuse à un mari que quelques années de jeunesse vécues en France avaient orienté définitivement vers ce côté -, elle trahissait un peu son père qui se flattait de descendre des Artevelde, adversaires farouches du parti français. »

 

 2038574-b791ba35924a871531788618e15562cb.jpg
Suzanne Lilar (21 mei 1901 - 12 december 1992)
Cover

Geschreven door Romenu om 09:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten