Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 juni 2017 tot 30 juni 2017

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 2051351-5d7dca9fb8fb2d8cb2bd62e1bd02989f.jpg
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.

Uit: Unterleuten

„Ihre offenen Haare und das fließende Kleid schienen von Woodstock zu erzählen und weckten in Gerhard die Sehnsucht nach einer Epoche, die er verpasst hatte. Statt mit Blumen im Haar auf Sommerwiesen zu liegen, hatte er als junger Mensch in kommunistischen Arbeitskreisen gesessen und sich Sorgen um den Zustand der Welt gemacht. Die Frauen in seiner Umgebung waren nicht halb nackt und auf LSD, sondern steckten in dunklen Rollkragenpullovern, trugen Brillen und rauchten Kette, während sie über den Kapitalismus in seiner gegenwärtigen Endphase diskutierten. Vor der Kulisse dieser Erinnerung erschien Jule als Abgesandte aus einer anderen Welt.
Jetzt blickte er auf ihren gebeugten Nacken und die bebenden Schultern und wünschte, er könnte Hitze und Gestank einfach in sich einsaugen, alle Last auf sich nehmen, um Jule und Sophie zu befreien. Es war Hochsommer, 32 Grad im Schatten, und sie saßen seit vier Tagen eingesperrt im Haus, ohne Möglichkeit, in den Garten zu gehen oder auch nur ein Fenster zu öffnen. Nicht einmal bei Nacht konnten sie lüften, weil Schaller, den Jule nur noch »das Tier« nannte, die Feuer auch nach Sonnenuntergang nicht ausgehen ließ. Wenn Gerhard sich ausmalte, wie das Tier nachts alle zwei Stunden aus dem Bett kroch, um die Feuer in Gang zu halten, begannen seine Hände vor Hass zu zittern.
»Bald kommt die Mauer, Liebes.«
Seit das Tier auf dem Nachbargrundstück eine »Autowerkstatt« betrieb – ein Begriff, der sich angesichts von Schallers Müllhalde nur in Anführungszeichen denken ließ –, hörte sich Gerhard immer häufiger mit der Stimme eines Nahost-Diplomaten reden. Jule hob das verweinte Gesicht.
»Wann?«
»Sobald das Genehmigungsverfahren abgeschlossen ist.«
»Du meinst, wenn die Scheißämter zur Vernunft gekommen sind.« Jule wurde lauter. »Wenn sie einsehen, dass sie nicht dem Tier einen Schrottplatz erlauben und uns den Sichtschutz verbieten können!«

 

 2051351-205b6330d12a9b51d6f1029b91628bd1.jpg
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

Nothing Ends, Nothing Stays

Nothing ends
Nothing stays
Each end
Promises new beginning
And each beginning
Promises new end.

End of shore
Promises beginning of the sea
And beginning of the sea
Promises another shore.

Dawn of night
Promises beginning of new day
And beginning of new day
Promises another night.

Each fetus delivered
Promises beginning of new life
And beginning of each new life
Promises grave some day.

Nothing ends
Nothing stays
Each end
Promises new beginning
And each beginning
Promises new end.

 

 2051351-cd4b4184a07929badaad36a2c706eb03.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

 

The Spider in the Holiday House Motel

The spider's been here.

Quick as a will-o-the-wisp,
tiny as a flea the spider scaled-down,
her final reduction to an almost microbial being.

She climbed into bed,
read something in the open book
and carried off a line in her claws.

Spider in the motel where no one knows anything about anyone,
she, the indifferent one, knows it all
and carries her knowledge: where?

To the negligible part of night
under her dark dominion,
some high castle
or country store of harmless silk
that our poor provisional but necessary
eyes won't see - so the world can exist -
like her web.

Wrapped up in her own arrogance she goes by again.
She wipes out one line more,
ruins the meaning.
The spider is the miniaturisation of terror.

Push her away if you wish but don't kill her.
Now you know what the spider's trying to say.

 

Vertaald door Peter Boyle

 

 2051351-598f0bf332672c84de94c9d24eed9a67.jpg
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van AlgiersZie ook alle tags voor Assia Djebar op dit blog.

Uit: L'Amour, la fantasia

«Le correspondant mystérieux rappelle la cérémonie des prix qui s'est déroulée deux ou trois jours auparavant, dans la ville proche ; il m'a vue monter sur l'estrade. Je me souviens de l'avoir défié du regard à la sortie, dans les couloirs du lycée de garçons. Il propose cérémonieusement un échange de lettres « amicales ». Indécence de la demande aux yeux du père, comme si les préparatifs d'un rapt inévitable s'amorçaient dans cette invite. Les mots conventionnels et en langue française de l'étudiant en vacances se sont gonflés d'un désir imprévu, hyperbolique, simplement parce que le père a voulu les détruire. Les mois, les années suivantes, je me suis engloutie dans l'histoire d'amour, ou plutôt dans l'interdiction d'amour; l'intrigue s'est épanouie du fait même de la censure paternelle. Dans cette amorce d'éducation sentimentale, la correspondance secrète se fait en français : ainsi, cette langue que m'a donnée le père me devient entremetteuse et mon initiation, dès lors, se place sous un signe double, contradictoire...  A l'instar d'une héroïne de roman occidental, le défi juvénile m'a libérée du cercle que des chuchotements d'aïeules invisibles ont tracé autour de moi et en moi... Puis l'amour s'est transmué dans le tunnel du plaisir, argile conjugale. Lustration des sons d'enfance dans le souvenir; elle nous enveloppe jusqu'à la découverte de la sensualité dont la submersion peu à peu nous éblouit... Silencieuse, coupée des mots de ma mère par une mutilation de la mémoire, j'ai parcouru les eaux sombres du corridor en miraculée, sans en deviner les murailles. Choc des premiers mots révélés : la vérité a surgi d'une fracture de ma parole balbutiante. De quelle roche nocturne du plaisir suis-je parvenue à l'arracher? J'ai fait éclater l'espace en moi, un espace éperdu de cris sans voix, figés depuis longtemps dans une préhistoire de l'amour. Les mots une fois éclairés — ceux-là mêmes que le corps dévoilé découvre —, j'ai coupé les amarres.
Ma fillette me tenant la main, je suis partie à l'aube.»

 

 2051351-546b9f534d52bb7a406202c57931c33f.jpg
Assia Djebar (30 juni 1936 – 6 februari 2015)

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.

Uit: Reimer

“Zijn kreet werd gesmoord door het water. De plotselinge stilte die leek te zijn gevallen, was een zinsbegoocheling. Er was nog steeds het ritmische geknars van hout dat tegen hout aan wreef, het wrikken van de strakgespannen touwen, het trage voorwaartse plonzen van de scheepsboeg. Alles leek bevroren in de tijd, totdat de roep ‘Man overboord!’ over het dek echode en de bemanning in beweging kwam. De zeilen werden gereefd. Een van de sloepen zakte schokkerig aan de touwen via de katrollen naar beneden. De mannen handelden gericht maar ongehaast, bijna bedaard. Impulsieve acties leidden tot fouten en verspilling van kostbare tijd.
Net als de meeste andere opvarenden kon de man in de met lintenen strikken opgesierde chirurgijnsjas niet zwemmen, een tekortkoming die welbewust in stand werd gehouden door het scheepsvolk. De verdrinkingsdood was al gruwelijk genoeg zonder dat daar een vruchteloos gevecht met de golven aan voorafging.
Nadat Klaas Klaaszoon, bijgenaamd Klaas Kluns, met een voor hem ongebruikelijke behendigheid een van de enterhaken onder de gordel van de drenkeling had weten te schuiven en zijn dode gewicht samen met de anderen in de sloep hees, zag deze dat de chirurgijn nog ademde, hoewel hij er met zijn wasbleke gezicht en gesloten ogen uitzag als een lijk. Met zorg brachten de mannen hem terug aan boord.
Na dit korte intermezzo zeilde het Compagnieschip verder.
De indrukwekkende romp bewoog zich met logge volharding door de zachtjes wiegende zee. De bemanningsleden die dienst hadden, stelden de opnieuw gehesen zeilen steeds een fractie bij om zo veel mogelijk te profiteren van het flauwe briesje dat kwam opzetten. De jonge leerling-chirurgijn boog zich over het lichaam dat roerloos op het dek lag. Hij ontweek de blikken die hem werden toegeworpen, in het besef dat hij door de mannen werd gewogen en te licht bevonden, al volgden ze zijn aanwijzingen op zonder commentaar te leveren.”

 

 2051351-9569f547aec4ef0a8a4034727ec24fdb.jpg
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Zie ook alle tags voor Hendrik Jan Schimmel op dit blog.

Uit: Multatuli versus Droogstoppel, Slijmering en Co

“Indien gij u de ‘Story of Lefèvre’ of ‘de Story of la Roche’ herinnert, indien gij u ‘Hanna’ of ‘Blaauwbes, Blaauwbes’ van onzen te weinig gewaardeerden Potgieter kunt voor den geest roepen, indien gij, in één woord, alles genoten en in het geheugen bewaard hebt, wat de groote meesters der kunst om door de pen het hart te treffen, in het vak der naief-aandoenlijke novelle geleverd hebben, dan nog durf ik u met vertrouwen uitnoodigen, om in het zeventiende hoofdstuk van ‘Max Havelaar’ de geschiedenis van Saïdjah - de schrijver noemt ze ‘eene eentoonige geschiedenis’ - op te slaan, ten volle overtuigd dat zij de vergelijking kan doorstaan met het schoonste en beste wat uwe herinnering voor u kan doen opdagen. En wanneer gij na de lezing u gedrongen mogt gevoelen, om mijn oordeel in het gelijk te stellen, dan zult gij uwe bewondering voor den schrijver nog voelen klimmen, omdat hij zoozeer uwe sympathie heeft weten op te wekken, terwijl hij u verplaatste in eene wereld die u vreemd is, onder menschen die naauwelijks met ons van gelijke beweging zijn; omdat hij u in die vreemde wereld zoo heeft te huis gemaakt, en u die menschen heeft leeren liefhebben, die gij te naauwernood geleerd hadt onder de uitdrukking ‘uwe naasten’ te begrijpen.
‘Saïdjah's vader had een buffel waarmede hij zijn veld bewerkte. Toen die buffel hem afgenomen....’ - Multatuli verhaalt u niet dat die buffel hem afgenomen werd; dat is eene zaak die te zeer van zelve spreekt. Gelijk men niet zeggen zal: ‘Ik gebruikte het middagmaal en deed daarna een slaapje,’ maar ‘Toen ik het middagmaal gebruikt had, deed ik een slaapje’, zoo spreekt hij ook niet verhalenderwijze van de ontvreemding des buffels, alsof die iets bijzonders ware, neen hij zegt eenvoudig: ‘Toen die buffel hem was afgenomen door het Distriktshoofd van Parang Koedjang1, was hij zeer bedroefd en sprak geen woord, vele dagen lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en het was te vreezen, als men de sawah niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaijen zou voorbijgaan, en eindelijk dat er geene padie zou te snijden zijn, om die te bergen in den lombong2 van het huis.
Ik moet hierbij voor lezers, die wel Java, doch niet Bantam kennen, de opmerking maken dat in die Residentie persoonlijk grondeigendom bestaat, wat elders niet het geval is.”

 

 2051351-63bc295244a2dc9dfbeddc6356f618e6.jpg
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)

 

 

De Franse dichter, romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook alle tags voor Georges Duhamel op dit blog.

Uit: Le Désert de Bièvres

“Le chemin qui, venant de Jouy, longe le Val de Bièvres sur la rive gauche, est étroit et nonchalant. Il s'insinue, à flanc de colline, entre les murailles et les haies de riches propriétés bourgeoises. Parfois, à la faveur d'une venelle, d'une grille, d'un verger baîllant aux brises, l'œil s'échappe vers les collines boisées de la rive méridionale, et le voyageur, un instant, aperçoit le fond du val avec les prés et les jardins où la rivière se prélasse...
C'est là, s'il faut en croire la légende, que s'est exhalée, jadis, la tristesse d'Olympio. Le poète aurait peine à retrouver maintenant le silence de ses songeries. Pareils à des nids de frelons, les aérodromes installés sur les plateaux du voisinage lancent tout le jour dans le ciel des essaims de machines grondantes...
Mais le chemin qui court, au nord, entre les domaines bien clos, est encore à peu près tel qu'il apparaissait, par une assez triste soirée de janvier 1907, aux yeux de quatre jeunes gens qui se dirigeaient en causant tous ensemble, vers la petite ville de Bièvres.
... Ah ! Nous arrivons au village, comme la petite place est belle ! ... Par là, ça monte vers l'église. Ici, la route de Paris, c'est une route magnifique ! Elle s'élève doucement, doucement, jusqu'au plateau de Châtillon.
On découvre les vergers, le fort, les genêts jaunes au printemps, et, tout à coup, Paris, en bas, dans la plaine où le vent chasse toutes les fumées dans le même sens...
- Où nous emmènes-tu, Justin ? - ... "Par là, dit-il, on retourne vers la gare. Laissez-moi réfléchir une demi-seconde. Par là, c'est le vieux moulin..."

 

 2051351-9bd1d33ba5267910de1d8c45b169641c.jpg
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes op dit blog.

 

Let Dew The Flowers Fill

Let Dew The Flowers Fill ;
No need of fell despair,
Though to the grave you bear
One still of soul-but now too still,
One fair-but now too fair.
For, beneath your feet, the mound,
And the waves, that play around,
Have meaning in their grassy,
and their watery, smiles;
And, with a thousand sunny wiles,
Each says, as he reproves,
Death's arrow oft is Love's.

 

 

The Swallow Leaves Her Nest

The Swallow Leaves Her Nest
The soul my weary breast;
But therefore let the rain
On my grave
Fall pure; for why complain?
Since both will come again
O'er the wave.

The wind dead leaves and snow
Doth hurry to and fro;
And, once, a day shall break
O'er the wave,
When a storm of ghosts shall shake
The dead, until they wake
In the grave.

 

 2051351-b572d602967bfb759016ee441291bca2.jpg
Thomas Lovell Beddoes (30 juni 1803 – 26 januari 1849)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Dit alles brengt ons weer terug in de kleine kamer van het Parijse Hôtel d'Alsace op 30 november 1900. Robert Ross en Reggie Turner hadden de nacht in een andere kamer van het hotel doorgebracht, waar zij tot tweemaal toe door de wachthoudende ziekenbroeder werden gewaarschuwd dat het afgelopen was. Dat bleek beide keren nog niet het geval, maar om half zes 's ochtends begon het reutelen van de stervende, dat Robert Ross in een uitgebreide brief van twee weken later (14 december aan Wildes vriend More Adey) vergelijkt met ‘het afgrijselijke ronddraaien van een ijzeren slinger’. In zijn verslag van die dag laat Robert Ross trouwens geen onappetijtelijk detail van het sterfbed onvermeld. Reggie Turner heeft altijd een veel vrediger versie van Oscar Wildes stervensuren staande gehouden, die hij bovendien pas veel later en niet dan met kiesheid aan het papier toevertrouwde.
Een onverifieerbare maar hardnekkig anekdote wil dat de stervende dichter op 28 november nog klagend tegen het intens lelijke bloemetjesbehang had gegrapt: ‘Dit behang kost me mijn leven. Een van ons beiden moet vertrekken.’ Nu, twee dagen later, was onafwendbaar duidelijk dat het inderdaad de schrijver was die het onderspit zou delven. De Britse ambassade-arts Maurice à Court Tucker, die Wilde in de voorafgaande acht weken maar liefst 68 keer had bezocht en die op 10 oktober nog een ooroperatie bij hem had laten verrichten, had zijn patiënt reeds enkele dagen tevoren opgegeven. Zelfs het toedienen van opium en morfine was intussen gestaakt en ook aan de consumptie van champagne - blijkens de rekeningen van het Hotel d'Alsace: 54 flessen Pommery Extra Sec en één fles Moët et Chandon in de laatste twee maanden - was een eind gekomen. Ross en Turner doodden de tijd met het verscheuren van brieven. Er was geen directe familie te waarschuwen. Wildes echtgenote Constance was hem op 7 april 1898 reeds in de dood voorgegaan; in het voorjaar van 1899 had hij haar graf op de Genuese begraafplaats Staglieno nog bezocht. Zijn vader en moeder waren respectievelijk reeds in 1876 en in 1896 overleden, terwijl zijn broer Willie in 1899 was gestorven. Met de beide zonen van Oscar bestond geen contact, en lord Alfred Douglas was de vorige dag al telegrafisch op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Tussen 12.00 en 12.30 uur op die dertigste november lieten de beide vrienden hun wacht even beurtelings aan elkaar over om iets te eten te halen. Daarna zaten zij opnieuw gezamenlijk aan het sterfbed, in afwachting van het einde.”

 

 2051001-42faf6a81cc09cca2cbdc2e1dccbe6eb.jpg
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

 

Viertes kleines Nachtgedicht

Eins zwei drei vier fünf sechs sieben acht.
Hier beginnt es, mitten in der Nacht.
Eins zwei drei vier fünf sechs sieben — eins.
Frankfurt, Nordend, oberhalb des Mains.
Eins zwei drei vier fünf sechs sieben — zwei.
Es ist Nacht in Frankfurt, es ist drei.

Jemand sieht die Dinge wie sie sind.
Doch er sieht sie nicht, denn er ist blind.
Jemand hört: von oben fällt das Laub.
Doch er hört es nicht, denn er ist taub.
Jemand wird verschluckt von einem Tier.
Er bemerkt es nicht, es ist jetzt vier.

Eins zwei drei vier fünf sechs sieben acht.
Es ist fünf Uhr morgens, jemand lacht.

 

 

Der dunkle Boden der Wirklichkeit

Der Morgen kommt, cs kommt der Tag,
der Pförtner löscht das Lampenlicht,
der Bäcker reibt sich das Gesicht,
der Fleischer öffnet den Verschlag.

Die schwarze Nacht ist jetzt vorbei.
Der Gärtner gähnt, der Regen spritzt,
der Kaff« dampft, der Schaffner sitzt
am Tisch und ißt sein Frühstücksei.

Im Hintergrund rauscht der Verkehr.
Der Koch, der in die Tiefe steigt,
holt eine Wurst, der Dichter schweigt.
Der Wind ist schwach, das Meer ist leer.

Der Heizer raucht, der Makler pfeift,
der Ohrenarzt wird umgebracht,
die Sonne sticht, die Witwe lacht, d
er Kommissar wird eingeseift.

Dcr Schnee fällt weich, der Wind er weht.
Der Abend kommt, es kommt die Nacht.
Die Fenster werden zugemacht.
Es regnet und die Nacht vergeht.

 

 2051001-5aa518e4b4fc88cd4e48a7fb83d2eaee.jpg
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Statistik einer Nacht in unserer Straße (24. Dezember)

27 von 29 Vorgärten sehen dem Schneefall
guten Gewissens
gepflegt entgegen

15 Tannenbäume
unterstützen die Straßenbeleuchtung
In zwei Wohnungen
läuft noch der Spätfilm

Eine Handvoll Spätheimkehrer
von denen einer ein Taxi benutzt

5/8 Bewölkung, vereinzelte Windstöße aus Südwest
Für die Jahreszeit zu warm
(Weihnachtstauwetter)

Ein Hund schräg gegenüber
bellt ohne Pause
genau 47 Minuten

 

 

Duisburg, Binnenhafen

Die Kohlenschiffe liegen
leise schaukelnd, aber ruhig.
Die Dampfhämmer schweigen.
Rostige Verladekräne
besehen sich das Schauspiel
von oben.

Wenn jetzt noch eine Möwe
dicht über das von Sonne und Maschinenöl
glänzende Wasser hin-
glitte,

dann hätte keine Ansichtskarte eine Chance
gegen so viel Idylle.

 

 2051001-515669c3a469ca0f95c6bf10dd726f9c.JPG
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook alle tags voor Vasko Popa op dit blog.

 

Geeuw der geeuwen

Er was eens een geeuw
Niet onder het gehemelte niet onder de hoed
Niet in de mond of waar dan ook

Hij was groter dan alles
Groter dan zijn eigen grootte

Af en toe flitste
Duister zijn botte wanhopige duister
Uit wanhoop hier en daar op
Het deed ons denken aan sterren

Er was eens een geeuw
Saai zoals iedere geeuw
En hij duurt blijkbaar voort

 

 

Hemelring

Ring niemands ring
Hoe ben je verloren geraakt
Hoe ergens uit de hemel gevallen
Niet ergens maar overal

Waarom trouwde je zo snel
Je oude stokoude glans
met jouw jonge leegte

Ze zijn je allang vergeten
Net als hun huwelijksnacht

Je glans zuipt zich stomdronken
Je leegte is moddervet
Jij bent alweer verloren

Hier heb je mijn ringvinger
Maak het je gemakkelijk

 

Vertaald door Jana Beranová

 

 2051001-01df5ee0182910605243b993ebebc11a.JPG
Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)
Bordje op een huis in Belgrado waar Vasko Popa heeft gewoond.

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook alle tags voor Oriana Fallaci op dit blog.

Uit The Rage and The Pride

“And when, thinking me dead, they stuck me in the morgue, the cadavers I soon found around and on myself seemed like a deluge. Well, almost fifty thousand people worked in the two towers. And very few had time to evacuate. The elevators didn’t work any more, obviously, and to go down on foot from the highest floors would have taken an eternity. Flames permitting. We’ll never know the number of dead. (Forty thousand, fifty thousand?) The Americans will never tell, so as not to underline the intensity of this apocalypse. So as not to give satisfaction to Osama Bin Laden and encourage other apocalypses. And anyway the two abysses that absorbed those tens of thousands of creatures are too deep. At most the workers will unearth pieces of scattered members. A nose here, a finger there. Or else a kind of paste that seems like ground coffee but is actually organic material. The residue of bodies pulverized in a flash. Yesterday the mayor Guiliani sent more than ten thousand body bags. But they went unused.
What do I feel for the kamikazes who died with them? No respect. No pity. No, not even pity, I who always wind up giving in to pity. I’ve always disliked kamikazes, that is people who commit suicide in order to kill others. Starting with the Japanese ones from World War II. I never considered them Pietro Miccas who torch the powder and go up with the citadel in order to block the arrival of the enemy troops at Torino. I never considered them soldiers. Even less do I consider them martyrs or heroes, as Mr. Arafat, hollering and spitting saliva, described them to me in 1972. (Or when I interviewed him at Amman, where his marshalls were also training the Badder-Meinhof terrorists.) I just consider them vain. Vain people who instead of seeking glory in cinema or politics or sports seek it in the death of themselves and others. A death that, in place of an Oscar or a ministerial seat or a medal, will get them (they think) admiration. And, in the case of those who pray to Allah, a place in the paradise that the Koran speaks of: the paradise where heroes get to fuck houris. I’ll bet they’re even physically vain.”

 

 2051001-cd0d3e9a7cdcff3f610186c34f77b160.jpg
Oriana Fallaci (29 juni 1929 - 15 september 2006)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook alle tags voor Giacomo Leopardi op dit blog.

 

To Italy (1818) (Fragment)

And from my blood, a votive offering,
May flames of fire in every bosom spring!
Where are thy sons? The sound of arms I hear,
Of chariots, of voices, and of drums;
From foreign lands it comes,
For which thy children fight.
Oh, hearken, hearken, Italy! I see,--
Or is it but a dream?--
A wavering of horse and foot,
And smoke, and dust, and flashing swords,
That like the lightning gleam.
Art thou not comforted? Dost turn away
Thy eyes, in horror, from the doubtful fray?
Ye gods, ye gods. Oh, can it be?
The youth of Italy
Their hireling swords for other lands have bared!
Oh, wretched he in war who falls,
Not for his native shores,
His loving wife and children dear,
But, fighting for another's gain,
And by another's foe is slain!
Nor can he say, as his last breath he draws,
"My mother-land, beloved, ah see,
The life thou gav'st, I render back to thee!"
Oh fortunate and dear and blessed,
The ancient days, when rushed to death the brave,
In crowds, their country's life to save!
And you, forever glorious,
Thessalian straits,
Where Persia, Fate itself, could not withstand
The fiery zeal of that devoted band!
Do not the trees, the rocks, the waves,
The mountains, to each passer-by,
With low and plaintive voice tell
The wondrous tale of those who fell,
Heroes invincible who gave
Their lives, their Greece to save?

 

 2051001-2d933d5f6f38015edcca7b350d0d8fbf.png
Giacomo Leopardi (29 juni 1798 - 14 juni 1837)
Elio Germano als Giacomo Leopardi in de Italiaanse film “Il giovane favoloso”, 2014

 

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2010 en eveneens alle tags voor Antoine de Saint-Exupéry op dit blog.

Uit: De kleine prins (Vertaald door L. De Beaufort-Van Hamel)

“Zo was ik dan weer achter iets heel belangrijks gekomen: de planeet waar hij vandaan kwam, was niet veel groter dan een huis! Dat hoefde me ook niets te verbazen. Ik wist wel, dat er behalve de grote planeten zoals de Aarde, Jupiter, Mars en Venus, die namen hebben, nog honderden andere zijn soms zo klein, dat men ze zelfs met een telescoop moeilijk kan zien. Als een sterrenkundige er een ontdekt geeft hij hem een nummer bij wijze van naam. Hij noemt hem bijvoorbeeld asteroïde 325'. Ik heb reden te geloven dat de planeet waar het prinsje vandaan kwam de asteroîde B 612 was. Die is maar één keer met de telescoop gezien, in 1909 door een Turks sterrenkundige. Deze legde toen zijn ontdekking uitvoerig uit op een Internationaal Congres voor Sterrenkunde. Maar niemand geloofde hem, om zijn Turkse kleren. Zo zijn de grote mensen. Gelukkig voor de bekendheid van de asteroïde B 612 dwong een Turkse dictator zijn volk zich Europees te kleden. Er stond zelfs de doodstraf op, als men het niet deed. In 1920 hield de sterrenkundige zijn uitlegging nog eens, ditmaal in een keurig pak. En nu was iedereen het met hem eens. Al deze dingen over de asteroïde B 612 en over het nummer heb ik jullie verteld met het oog op de grote mensen. Grote mensen houden van cijfers. Wanneer je hun vertelt van een nieuwe vriend vragen ze nooit het belangrijkste. Ze zeggen nooit: 'Hoe klinkt zijn stem? Van welke spelletjes houdt hij het meest? Verzamelt hij vlinders?' Maar ze vragen: 'Hoe oud is hij? Hoeveel weegt hij? Hoeveel broertjes heeft hij? En hoeveel verdient zijn vader?' Dan pas vinden ze dat ze hem kennen. Als je tegen de grote mensen zegt: 'Ik heb een prachtig huis gezien van rose baksteen, met geraniums voor de ramen en duiven op het dak...' dan kunnen ze zich dat huis niet voorstellen. Je moet zeggen: 'Ik heb een huis van vijftigduizend gulden gezien' Dan roepen ze: 'Wat mooi!' En al net zo gaat het als je zegt: 'Het bewijs dat de kleine prins bestaan heeft, is dat hij er lief uitzag dat hij lachte en een schaap wilde hebben. Als je graag een schaap wilt hebben is dat het bewijs dat je bestaat.'

 

 2051001-4d728fe50eb119f8b97857f832b6a815.jpg
Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)
Cover 

 

 

De Vlaamse schrijver Anton "Tony" Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook alle tags voor Anton Bergman op dit blog.

Uit:Ernest Staas

‘‘Maar vriend Lefinaud,’ zeide mij eens een van hen, ‘ik ben wel driemaal misgeloopen, aleer uw huis te vinden. Wie hemel kan toch raden, dat gij hier ingekwartierd zijt?’
Die opmerking was een lichtstraal voor mij.
‘'s Anderendaags stonden al de vensters vol modeprentjes, en op mijn deur prijkte eene groote koperen plaat met de woorden “tailleur pour civil et militaire...” en sedert heb ik er nog veel in Duitsch en in het Engelsch doen bij schilderen,’ lachte de kleermaker.
‘Ik kan toch geen avocat pour civil et militaire aankondigen,’ deed ik opmerken.
‘Dat weet ik wel, mijnheer, zoo iets is goed voor onzen stiel. Een advocaat moet meer bescheiden handelen en eene plaat zou te veel in het oog geven. Maar, gij laat bij voorbeeld in kleine letterkens uwen naam rondom de bel of op den stijl der deur zetten, zoodat het meer den schijn heeft van eene terechtwijzing voor de personen, die zouden misloopen, dan van eenen oproep tot het publiek. Als mijnheer wil?...’
Ik maakte wel eenige tegenwerping, maar Monsieur Lefinaud vond, dat hij er mocht over heen stappen: en den volgenden morgen stond er rondom de huisbel in geschreven letterkens: Sonnez 2 fois pour M.E. Staas, avocat.
Het kon er geen twee uren opstaan, of ik hoorde de bel tweemaal overslaan, en aan den trap de stem van Lefinaud: ‘Pour Monsieur l'Avocat, au premier!’
Ik liep achter mijn bureau-ministre, sloeg een zwaarlijvig Romeinsch wetboek open, en zette mij de hand door de haren, die, verward en dooreengewerkt, van kommer en studie getuigden.
Een heer met eene groote brieventasch onder den arm, naderde met den hoed in de hand.
Ik lichtte mij half op uit den leunstoel, en verzocht mijnen bezoeker plaats te nemen en zijne zaak uit te leggen.”

 

 2051001-3f00af37ff40aeb3a34bfbbd778a25d7.png
Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)
Monument in Lier

 

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Zie ook alle tags voor Willibald Alexis op dit blog.

Uit: Canabis

“Die Erinnerungen aus meinen Kinderjahren reichen weit zurück. Ich habe keine frohe Jugendzeit verlebt; mitten aus dem Kreise meiner Kinderspiele wuchs mein Schicksal auf, und während ich noch zu spielen wähnte, hatte mich seine eiserne Hand gefaßt und den Knaben hinausgeschleudert aus dem Vaterhause in den Strudel des Lebens. Besonders deutlich entsinne ich auch eines Vorfalls aus meinem neunten Jahre, weil ich in dem an sich unbedeutenden Ereignis den ersten Quell zu der seltsamen Wendung meiner Lebensgeschichte suchen muß.
Als wäre es heute erst geschehen, so sehe ich noch die Straße, die Häuser, die Gesichter, die aus den Fenstern blickten, die rauchenden Schornsteine. – Es war eine der Straßen von Berlin, welche erst unter dem vorigen Regenten fertig gebaut wurden. Wir spielten Murmel, eine bei unserer Schuljugend von alters her beliebte Lustbarkeit. Auf das strengste wird der Spieler beobachtet und um den Gewinn einiger Kügelchen oft Angstschweiß vergossen. Es herrscht eine Totenstille, und erst wenn ein glücklicher Wurf entscheidet, bricht der langverhaltene Knabenjubel los, der sich dann nicht immer mit Schimpfreden begnügte. Nicht selten kam es zu jenen kleinen Kriegen, die alle Lustigkeit beenden und doch auch wieder die Würze derselben werden. Der Knabenhaß gegen einen langen Schlagetot, von dem ich oder mein Freund blaue Flecke aufzuweisen hatten, wurde mit Ernst gehegt. Ich hatte von meinem älteren Bruder die Lehre erhalten, nie etwas auf mir sitzenzulassen. »Wenn du einmal eine Memme warst, hören sie nie auf, dich zu necken!«, und ich fürchte, ich bin dieser Weisung zu sehr in meinem Leben gefolgt. Der lange Schlagetot bekam es zu seiner Zeit richtig wieder, doch zu unser beider Vorteil, denn Haß und Groll wurden mit den Schlägen ausgeschüttet, und wir waren desto bessere Freunde für eine andere Gelegenheit. Nur wer bei Lehrern oder Eltern angab, mit dem war kein Friede zu schließen nach unserem Völkerrecht.
So war auch diesmal Welt und Berlin, Schule und Straße über dem Spiel vergessen, und die Aufmerksamkeit auf die Murmel ließ uns übersehen, was dicht um uns vorging.
Aus allen Nachbarhäusern waren die Leute zusammengetreten, die Vorübergehenden stehengeblieben, und aus den geöffneten Fenstern blickten Hauben und Frisuren, wobei ich bemerken muß, daß Anno 1740 die Zahl der Müßiggänger sehr gering in Berlin war. Denn allzu gefährlich war es, dem alternden Könige zu begegnen, wenn ihn etwa die üble Laune trieb, einen, der ihm auffiel, heranzuwinken und ein Examen mit ihm anzustellen.“

 

 2051001-844e29c6cdeca1f9a509b010c4c4a9b5.png
Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten