Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juni 2017 tot 1 juli 2017

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Het juiste moment

Als een massa zwaar lijkt, zegt Verlinde
komt dat doordat het universum zich verzet
tegen het optillen ervan. Toch wordt de tafel
opgetild, meer leeg dan vol en komt weer
op zijn pootjes terecht, licht wankelend.

Wat is het probleem als iets altijd heeft bestaan?
Drijven de sterren als schuim op de golven
van een donkere zee? Zijn wij gekomen
juist op het moment dat wij vluchtende
sterrenstelsels nog kunnen zien?

 

 

Onze wereld

Waarheid is een vermoeden
een besluit met rode ogen
welke tegendruk niet uitsluit
maar atomen samenperst tot
bleke kernen die passen in een
gedeelde levensvorm

wij zijn twee knikkers
wij kunnen niet dichter bij elkaar
dan tegen elkaar aan,
de grondstof voor een botsende fysica
van aantrekkingskracht tot afstoting
waarbinnen een waarheid
wordt samengesteld

krijgen dwazen een plaats
kunnen windmolens in reuzen veranderen

ik sta hier, als deze,
onze wereld niet is waar is ze dan wel?

 

 2051514-f052eab13c3a7411f0cd7741b6853efb.jpg
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Uit: O teder lied. Bij Rainer Maria Rilkes Nieuwe gedichten

“Ze zeggen wel eens dat dat wat je nodig hebt, vanzelf naar je toe komt: zo werd ik al jong door Rilke gegrepen, en hij blijft me levenslang vergezellen. Ik ontdekte de kwaliteiten van Michael Jackson pas toen hij overleden was, al had ik die rotmuziek natuurlijk mijn leven lang wel gehoord. Nu pas keek ik, luisterde ik, zag het moderne sprookje dat Jackson was, en verbond dat met de in zijn tijd even innig geliefde Rilke, die even hysterisch aanbeden werd.
Vanwege die boekenkast kwam ik, naast het ooit van de lyrischabstracte Peter geleende exemplaar, in het bezit van een eerdere vertaling van Malte, ditmaal getiteld Het dagboek van Malte Laurids Brigge, nota bene van de grote dichter Dirk Adrianus Michel Binnendijk. Zijn vertaling stelde mij nogal teleur: ik vond de muziek van de latere vertaling van Lukkenaer er niet in terug. En toen ik voor dit nawoord mijn geliefde Duineser Elegien, Rilke’s laatste meesterwerk, opzocht in mijn intuïtief geordende boekenkast, kon ik het boek natuurlijk nergens meer vinden. Het móét ergens liggen. Ik weet het nog goed: de vertaling van professor W. Bronzwaer, gevat in een goor, roze linnen boekje, vrij smal, wat nog benadrukt wordt door de paarse band die verticaal over het omslag loopt, het omslag met een grote koffievlek, die in een onhandige poging hem weg te vegen juist werd uitgewreven. Een boek dat ik kort na die rampzalige vakantie moet hebben aangeschaft.
Toen ik dat boek dus niet terug kon vinden, bestelde ik een nieuwe uitgave, in weer een nieuwe vertaling, nu van Atze van Wieren, die bij lange na de schoonheid van de vertaling van Bronzwaer niet haalt.”

 

 2051514-96d46b4448549f9560b684ee6470b14b.jpg
F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

 

Brand

Nietsvermoedend zeurt
mijn diepgang voort
balancerend geurt
mijn oppervlakte, gloort
ginder spookt verlangen
naar het onbekende grote.

Wist ‘k maar waar het zich ontblootte
in zonneschijn en juub’lend denken
aan kreeg’lend vallen en weer opstaan
zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken
laat ik maar een eindje verder gaan…

En plots: Daar vat ik vlam,
mijn leven en welzijn explodeert
ik sta in brand, ik wordt begeerd…
door jou, die in mijn leven kwam
maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?

Immers, alles wat begint zal tot as vergaan
maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…
Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor.

 

 2051514-74397367988cc71730f539b5b9b8c6bb.jpg
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)
Gedichten van Wilhelmina Kuttje sr. (alias Schippers) werden voorgedragen in zijn radioshow Ronflonflon

 

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Das Büro 1: Direktor Beerta (Vertaald door Gerd Busse)

“Tag, Herr Beerta«, sagte er.
Herr Beerta stand in der halb geöffneten Tür und blickte ihn unbewegt an, als kämen sie ungelegen. Dann spitzte er die Lippen undnickte kurz. »Tag, Maarten.« Er zwinkerte, ein nervöser Tick.
»Das ist Nicolien«, sagte Maarten.
Herr Beerta nickte ein weiteres Mal und reichte ihr die Hand.
»T-tag,
Frau Koning.« Beim T stotterte er kurz. Er richtete sich auf, schien für einen kurzen Moment zu zögern und trat dann zur Seite.
»Kommt rein.«
»Wir kommen doch nicht ungelegen?«, fragte Maarten,während Beerta die Tür hinter ihnen schloss.
»Ihr kommt nicht ungelegen«, antwortete Beerta kurz angebunden.
»Ich gehe mal vor.«
Beertas Zimmer wurde von einer Stehlampe mit rot geblümtem Pergamentschirm sowie einer kleineren Lampe auf dem Kaminsims erleuchtet, deren roter Schirm am unteren Rand mit Perlenschn
üren verziert war. Im Schein der Stehlampe standen ein Sessel und ein Hocker, auf dem eine aufgeschlagene Zeitung lag. Das Licht reichte bis zum unteren Rand der schweren, dunklen Vorhänge, die den Raum vom Fußboden bis zur Decke von der Außenwelt abtrennten. Die seitlichen Wände sowie die Flächen beiderseits der Schiebetür standen voll mit Büchern, in tiefen, braunen Regalen, die ebenfalls bis zur Decke reichten und halb im Dunkeln lagen.
»Setzt euch«, sagte Beerta.
Sie setzten sich auf ein Sofa, das ein wenig schräg in einer Ecke des Raumes stand, während Beerta ihnen gegenüber in einem Sessel außer halb des Lichtscheins Platz nahm. Von der Stelle, an der Maarten saß, konnte er im vorderen Zimmer einen großen Tisch erkennen, vollgestapelt mit Büchern, zwischen denen eine von einer Schreibtischlampe beleuchtete Schreibmaschine stand. In der Mas
chine steckte ein Blatt Papier, daneben lag ein aufgeschlagenes Buch.“

 

 2051514-e255c0908361b6fc8f67b6cf21cafb57.jpg
J. J. Voskuil (1 juli 1926 - 1 mei 2008)
De kamer van Maarten 

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Verdacht

“Tess bergt haar camera op. ‘Het staat erop, jongens! We gaan het zo bekijken. Bij jou thuis, hè?’ Ze kijkt Victor aan.
‘Yes!’ zegt Victor. ‘Ik woon het dichtstbij.’
‘Ik moet eerst de hond even uitlaten en daarna kom ik.’ Rachel springt op haar fi ets. ‘Wachten met kijken tot ik er ben, hè?’ zegt ze. ‘Tess!’ roept Rachel. ‘Kijk eens wat eraan komt? Voor je wedstrijd.’
Ze wijst in de richting van de juwelierswinkel. Tess grist de camera uit haar tas, rent ernaartoe en neemt een paar foto’s van een fietser die drie hondjes met strikjes voor in haar bak heeft.
‘Waar is dat nou weer voor?’ vraagt Brahim. ‘Alsof die stomme opdracht voor school niet genoeg is.’
‘Vorige keer heeft Tess ook meegedaan met een wedstrijd en toen heeft ze wel mooi haar fi lmcamera gewonnen,’ zegt Victor. ‘Hebbes!’ Tess stopt haar camera opnieuw in haar fi etstas en rijdt weg
‘Volgens mij hebben we superopnames gemaakt,’ zegt Victor even later op zijn kamer. ‘Wedden dat we een goed cijfer scoren?’
‘Laat zien die beelden!’ zegt Brahim.
‘We mogen pas kijken als Rachel er is,’ zegt Tess.
‘Rachel deed het geweldig!’ Victor stelt de laptop vast in.
‘Als we dan toch niks mogen zien, ga ik even chillen, dan kunnen jullie zoenen.’ Brahim laat zich op de kussens vallen die op de grond liggen.
‘Ik zet mijn muziek op, dan hoor ik jullie niet smakken.’

 2051514-4783265353103395f503ae6434e0f5af.jpg
Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

A Poem about Baseballs

for years the scenes bustled
through him as he dreamed he was
alive. then he felt real, and slammed

awake in the wet sheets screaming
too fast, everything moves
too fast, and the edges of things
are gone. four blocks away

a baseball was a dot against
the sky, and he thought, my
glove is too big, i will

drop the ball and it will be
a home run. the snow falls
too fast from the clouds,
and night is dropped and

snatched back like a huge
joke. is that the ball, or is
it just a bird, and the ball is
somewhere else, and i will
miss it? and the edges are gone, my

hands melt into the walls, my
hands do not end where the wall
begins. should i move
forward, or back, or will the ball

come right to me? i know i will
miss, because i always miss when it
takes so long. the wall has no
surface, no edge, the wall

fades into the air and the air is
my hand, and i am the wall. my
arm is the syringe and thus i

become the nurse, i am you,
nurse. if he gets
around the bases before the
ball comes down, is it a home

run, even if i catch it? if we could
slow down, and stop, we
would be one fused mass careening
at too great a speed through
the emptiness. if i catch

the ball, our side will
be up, and i will have to bat,
and i might strike out.

 

 2051514-5937c69c417e013b1675b9308d0e0cf4.jpg
Denis Johnson (München, 1 juli 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:38 Reageer op dit bericht

Hans Bender, George Sand, Juan Carlos Onetti, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Zie ook alle tags voor Hans Bender op dit blog.

 

Vierzeiler

Vertraute Wörter, Rhythmen, Reime,
vier Zeilen, leicht zu verstehn.
Schön, meine Freundinnen und Freunde
bei der Lektüre lächeln zu sehn.

 

Im Louvre

An vielen Bildern geht er vorüber –
doch eben bleibt er stehen,
Fragonards Die Badenden
lang und lüstern anzusehen.

 

Wie es kommen wird

Bei mir behalten?
Oder weitersagen?
Du wirst alt sein
Und wie Hiob klagen.

 

 2051511-27659ab431b276bc02bdd2f31ca0972c.jpg
Hans Bender (1 juli 1919 – 28 mei 2015)
Portret door  Eva Zippel, 2000

 

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook mijn blog van 1 juli 2010 en eveneens alle tags voor George Sand op dit blog.

 

À Aurore

La nature est tout ce qu’on voit,
Tout ce qu’on veut, tout ce qu’on aime.
Tout ce qu’on sait, tout ce qu’on croit,
Tout ce que l’on sent en soi-même.

Elle est belle pour qui la voit,
Elle est bonne à celui qui l’aime,
Elle est juste quand on y croit
Et qu’on la respecte en soi-même.

Regarde le ciel, il te voit,
Embrasse la terre, elle t’aime.
La vérité c’est ce qu’on croit
En la nature c’est toi-même.

 

 

Chatterton

Quand vous aurez prouvé, messieurs du journalisme,
Que Chatterton eut tort de mourir ignoré,
Qu’au Théâtre-Français on l’a défiguré,
Quand vous aurez crié sept fois à l’athéisme,

Sept fois au contresens et sept fois au sophisme,
Vous n’aurez pas prouvé que je n’ai pas pleuré.
Et si mes pleurs ont tort devant le pédantisme,
Savez-vous, moucherons, ce que je vous dirai ?

Je vous dirai : » Sachez que les larmes humaines
Ressemblent en grandeur aux flots de l’Océan ;
On n’en fait rien de bon en les analysant ;

Quand vous en puiseriez deux tonnes toutes pleines,
En les faisant sécher, vous n’en aurez demain
Qu’un méchant grain de sel dans le creux de la main.

 

 2051511-d1b56659306ac42b88d0e04c1f3504ee.jpg
George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Portret door Thomas Sully, 1826

 

 

De Urugayaanse schrijver Juan Carlos Onetti werd geboren op 1 juli 1909 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Juan Carlos Onetti op dit blog.

Uit: Für diese Nacht (Vertaald door Svenja Becker)

„Die Frau hatte ihre Frisur vor dem Spiegel des Kleiderschranks geordnet, ließ den Arm sinken, querte mit kurzen klackenden Schritten auf den hochhackigen neuen Schuhen das Schlafzimmer, strich den Unterrock über den zusammengepreßten Schenkeln glatt und hob das Kleid aus dunkler Seide an, schaute vom Bett aus, ein Knie auf die Matratze gestützt; wieder ihr kleiner, in Unterwäsche gehüllter Körper im Schrankspiegel, und sie lächelte sich zu und dachte: ›Das bin ich, das bin ich. Die dort mit den weißen, nackten Armen bin ich mit den hochgewölbten Brüsten und meinem parfümierten Körper.‹
»Das bin ich«, flüsterte sie, begriff aber nicht ganz, daß sie selbst es war, die dort wieder eine Nacht im Spiegel zubrachte, wartend; und während sie hin und her ging, Schritte und Drehungen ausführte in der nicht endenden Aufgabe, sich anzukleiden, mit der Puderquaste ihr Dekolleté zu streicheln und sich mit dem Zerstäuber Brüste, beide Seiten am Hals und die noch kindliche Haut in den Mulden hinter ihren Ohren zu parfümieren, kreiste ihr Lauschen fortwährend um die eichenfarben gebeizte Tür wie ein Scheinwerfer, der suchend über die Tür glitt und rings um die Tür, näher jetzt, schon über den quadratischen Teppich zwischen Tür und Bett, den Tisch, die Frisierkommode, und auch jenseits der Tür rastlos in den Geräuschen der Nacht im Innenhof suchte, in der Nacht auf der Straße, und erneut auf die Geräusche rings um die Tür achtete, sie untersuchte, und sie richtete ihr Gehör wie einen grellen Scheinwerfer auf jedes kleine oder große Geräusch, um es fast sofort, traurig, mit einer leichten Regung der Befangenheit in ihrem Körper zu verwerfen.
Schon angetan mit ihrem dunklen Kleid für die Nacht, betrachtete sie sich wieder im Spiegel, betrachtete ihre Zähne, die Augen, das Rosa ihrer Wangen; sie drehte die Hände mit ihren Ringen und den Spitzenbündchen, die ihre Handgelenke verdeckten, und ging, jetzt aller Ausflüchte bar, zum Tisch, um sich unter das vom Lampenschirm gedämpfte Licht zu setzen, und bewegte die gealterten Hände und blassen Erinnerungen, bis die erste Bö der gestorbenen Nacht aufkam und ihr die grauen Strähnen über Schläfen und Hinterkopf wehte, aus einer Ferne voller Hufgetrappel, Detonationen, Schreie und dem gleichmäßigen Vibrieren der Motoren.“

 

 2051511-f37dbd5f7df11b473b86b62faeeb5ecb.jpg
Juan Carlos Onetti (1 juli 1909 – 30 mei 1994)
Hier met de dichteres Idea Vilariño

 

 

De Duitse schrijver en natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in Ober-Ramstadt bij Darmstadt op 1 juli 1742. Zie ook alle tags voor Georg Christoph Lichtenberg op dit blog.

Uit: »Sudelbuch« B

„Beobachtungen zur Erläuterung der Geschichte des Geists dieses Jahrhunderts. Die Geschichte eines Jahrhunderts ist aus den Geschichten der einzelnen Jahre zusammengesetzt. Den Geist eines Jahrhunderts zu schildern kann man nicht die Geister der hundert einzelnen Jahre zusammenflicken, unterdessen ist es dem der ihn entwerfen will allemal nützlich auch die letzteren zu kennen, sie können ihm immer neue Punkte darbieten seine steten Linien dadurch zu ziehen.

*

Der Pöbel ruiniert sich durch das Fleisch das wider den Geist, und der Gelehrte durch den Geist dem zu sehr wider den Leib gelüstet.

*

Diese Frau war mit einer Zunge schon eine Fama, was würde sie erst getan haben, wenn sie tausendzüngig gewesen wäre.

*

Wir haben heutzutage eine ganze Menge sogenannter feiner Köpfe (nicht großer Geister). Es sind aber dieses nicht sowohl Leute, die groß in der ganzen Anlage ihres Geistes und zwar ursprünglich sind, sondern bei den meisten ist die Feinheit eine Schwächlichkeit, Hypochondrie, eine kränkliche Empfindlichkeit. Ein solcher Gelehrter ist zu feinen Bemerkungen aufgelegter als andere Menschen, stiftet aber in dem Reich der Gelehrsamkeit selten so viel Nutzen, glaubt viel ausrichten zu können, wenn er nur erst wollte, will aber niemals. Diese Leute bilden sich leicht nach allem wenn sie lauter Gutes lesen, so schreiben sie ziemlich gut, sie sind aber allzeit weit entfernt von der sicheren Richtigkeit der Alten, deren Genie der gesunden und festen Reife einer Frucht und nicht der welken wurmstichigen, wiewohl oft schönfarbigen einiger Neueren gleicht.“

 

 2051511-97e6f5dfc70c462e28c430243a9124ce.jpg
Georg Christoph Lichtenberg (1 juli 1742 - 24 februari 1799)
Monument in Göttingen

 

 

De Belgische pater en schrijver Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922. Zie ook alle tags voor Phil Bosmans op dit blog.

 

Als je geen raad meer weet

Als je geen raad meer weet en je diep ongelukkig voelt,
Denk dan even terug aan de mooie dagen
Dat je lachte en danste.
Dat je tegen iedereen vrolijk was als een kind zonder zorgen.
Vergeet de mooie dagen niet
Als de horizon, zover je kunt kijken donker blijft
Zonder een teken van licht.
Als je hart vol verdriet is en misschien vol bitterheid
Als schijnbaar alle hoop op nieuwe vreugde en geluk verdwenen is.
Zoek dan toch zorgvuldig in je herinnering,
Ik vraag het je , de mooie dagen.
De dagen dat alles goed was, geen wolkje aan de hemel
Toen je er nog was, bij ons, waar jij je thuis voelde
Vergeet de mooie dagen niet.
Want als je ze vergeet komen ze nooit meer terug.
Neem jezelf opnieuw helemaal in handen
Vul je hoofd met blijde gedachten
Je hart met tederheid en liefde
Want dat komt alles weer goed.

 

 2051511-5c25fee6396675633d2cfb0f98eed044.jpg
Phil Bosmans (1 juli 1922 – 17 januari 2012)

 

 

De Zwitserse schrijver Heinrich Wiesner werd op 1 juli 1925 in Zeglingen geboren. Zie ook alle tags voor Heinrich Wiesner op dit blog.

Uit:Lakonische Zeilen

“Die Jugend von heute ist morgen die Jugend von gestern, welche die Jugend von übermorgen nicht mehr versteht.“

*

„Der Nonkonformist schreibt links. Und lebt rechts.“

*

„Die Revolution fand nicht statt. Die Müllabfuhr war in den Ausstand getreten.“

*

„Wo das Tragen von Waffen zur Tradition gehört, löst man Proble-me durch Erschießen.“

 

 2051511-d7cd734c1f91fc05646129e6c99951f7.jpg
Heinrich Wiesner (Zeglingen, 1 juli 1925)

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Alun Lewis

De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zijn vader en moeder werkten allebei in het onderwijs en hij had een jongere zus, Mair en twee broers. Tegen de tijd dat hij een beurs won voor de Cowbridge Grammar School, was hij al geïnteresseerd in schrijven. Hij ging verder studeren aan de Aberystwyth University en de University of Manchester. Hoewel hij in Zuid-Wales werd geboren, schreef hij alleen in het Engels. Lewis was niet succesvol als journalist en verdiende in plaats daarvan zijn brood als vervangend leraar. Hij ontmoette de dichter Lynette Roberts (wiens gedicht "Llanybri" een uitnodiging voor hem vormde om haar thuis te bezoeken), maar ze was getrouwd met een andere dichter, Keidrych Rhys. In 1939 ontmoette Lewis Gweno Ellis, een lerares, met wie hij op 5 juli 1941 trouwde. Na het uitbreken van WO II trad Lewis eerst toe tot de Royal Engineers van het Britse leger, omdat hij een pacifist was die de nederlaag van het fascisme wilde helpen bevorderen en vocht desondanks later in een infanteriebataljon. In 1941 werkte hij samen met de kunstenaars John Petts en Brenda Chamberlain aan de "Caseg broadsheets". Zijn eerste gepubliceerde boek was de poëziebundel “Raider's Dawn and other poems” (1942) , gevolgd door een bundel korte verhalen “The Last Inspection” (1942). In 1942 werd hij met de South Wales Borderers.naar Indiagezonden. Lewis stierf op 5 maart 1944 in Birma, waar gestreden werd tegen de Japanners. Hij werd in zijn hoofd geschoten, na het scheren en wassen, bij de latrines van de officieren, met zijn revolver in zijn hand, en stierf zes uur later aan de wond. Ondanks dat het een geval van zelfmoord was, concludeerde het leger na een onderzoek dat hij was gestruikeld en dat het een ongeluk was. Lewis’ tweede gedichtenbundel “Ha!Ha! among the trumpets. Poems in transit” werd gepubliceerd in 1945, en zijn “Letters from India” in 1946.

 

All day it has rained

All day it has rained, and we on the edge of the moors
Have sprawled in our bell-tents, moody and dull as boors,
Groundsheets and blankets spread on the muddy ground
And from the first grey wakening we have found

No refuge from the skirmishing fine rain
And the wind that made the canvas heave and flap
And the taut wet guy-ropes ravel out and snap,
All day the rain has glided, wave and mist and dream,
Drenching the gorse and heather, a gossamer stream
Too light to stir the acorns that suddenly
Snatched from their cups by the wild south-westerly
Pattered against the tent and our upturned dreaming faces.
And we stretched out, unbuttoning our braces,
Smoking a Woodbine, darning dirty socks,
Reading the Sunday papers – I saw a fox
And mentioned it in the note I scribbled home;

And we talked of girls and dropping bombs on Rome,
And thought of the quiet dead and the loud celebrities
Exhorting us to slaughter, and the herded refugees;
-Yet thought softly, morosely of them, and as indifferently
As of ourselves or those whom we
For years have loved, and will again
Tomorrow maybe love; but now it is the rain
Possesses us entirely, the twilight and the rain.

And I can remember nothing dearer or more to my heart
Than the children I watched in the woods on Saturday
Shaking down burning chestnuts for the schoolyard’s merry play
Or the shaggy patient dog who followed me
By Sheet and Steep and up the wooded scree
To the Shoulder o’ Mutton where Edward Thomas brooded long
On death and beauty – till a bullet stopped his song.

 

 2101081-9af64a152816fa7580b9b945a4332f0a.jpg
Alun Lewis (1 juli 1915 - 5 maart 1944)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 2051351-5d7dca9fb8fb2d8cb2bd62e1bd02989f.jpg
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.

Uit: Unterleuten

„Ihre offenen Haare und das fließende Kleid schienen von Woodstock zu erzählen und weckten in Gerhard die Sehnsucht nach einer Epoche, die er verpasst hatte. Statt mit Blumen im Haar auf Sommerwiesen zu liegen, hatte er als junger Mensch in kommunistischen Arbeitskreisen gesessen und sich Sorgen um den Zustand der Welt gemacht. Die Frauen in seiner Umgebung waren nicht halb nackt und auf LSD, sondern steckten in dunklen Rollkragenpullovern, trugen Brillen und rauchten Kette, während sie über den Kapitalismus in seiner gegenwärtigen Endphase diskutierten. Vor der Kulisse dieser Erinnerung erschien Jule als Abgesandte aus einer anderen Welt.
Jetzt blickte er auf ihren gebeugten Nacken und die bebenden Schultern und wünschte, er könnte Hitze und Gestank einfach in sich einsaugen, alle Last auf sich nehmen, um Jule und Sophie zu befreien. Es war Hochsommer, 32 Grad im Schatten, und sie saßen seit vier Tagen eingesperrt im Haus, ohne Möglichkeit, in den Garten zu gehen oder auch nur ein Fenster zu öffnen. Nicht einmal bei Nacht konnten sie lüften, weil Schaller, den Jule nur noch »das Tier« nannte, die Feuer auch nach Sonnenuntergang nicht ausgehen ließ. Wenn Gerhard sich ausmalte, wie das Tier nachts alle zwei Stunden aus dem Bett kroch, um die Feuer in Gang zu halten, begannen seine Hände vor Hass zu zittern.
»Bald kommt die Mauer, Liebes.«
Seit das Tier auf dem Nachbargrundstück eine »Autowerkstatt« betrieb – ein Begriff, der sich angesichts von Schallers Müllhalde nur in Anführungszeichen denken ließ –, hörte sich Gerhard immer häufiger mit der Stimme eines Nahost-Diplomaten reden. Jule hob das verweinte Gesicht.
»Wann?«
»Sobald das Genehmigungsverfahren abgeschlossen ist.«
»Du meinst, wenn die Scheißämter zur Vernunft gekommen sind.« Jule wurde lauter. »Wenn sie einsehen, dass sie nicht dem Tier einen Schrottplatz erlauben und uns den Sichtschutz verbieten können!«

 

 2051351-205b6330d12a9b51d6f1029b91628bd1.jpg
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

Nothing Ends, Nothing Stays

Nothing ends
Nothing stays
Each end
Promises new beginning
And each beginning
Promises new end.

End of shore
Promises beginning of the sea
And beginning of the sea
Promises another shore.

Dawn of night
Promises beginning of new day
And beginning of new day
Promises another night.

Each fetus delivered
Promises beginning of new life
And beginning of each new life
Promises grave some day.

Nothing ends
Nothing stays
Each end
Promises new beginning
And each beginning
Promises new end.

 

 2051351-cd4b4184a07929badaad36a2c706eb03.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

 

The Spider in the Holiday House Motel

The spider's been here.

Quick as a will-o-the-wisp,
tiny as a flea the spider scaled-down,
her final reduction to an almost microbial being.

She climbed into bed,
read something in the open book
and carried off a line in her claws.

Spider in the motel where no one knows anything about anyone,
she, the indifferent one, knows it all
and carries her knowledge: where?

To the negligible part of night
under her dark dominion,
some high castle
or country store of harmless silk
that our poor provisional but necessary
eyes won't see - so the world can exist -
like her web.

Wrapped up in her own arrogance she goes by again.
She wipes out one line more,
ruins the meaning.
The spider is the miniaturisation of terror.

Push her away if you wish but don't kill her.
Now you know what the spider's trying to say.

 

Vertaald door Peter Boyle

 

 2051351-598f0bf332672c84de94c9d24eed9a67.jpg
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van AlgiersZie ook alle tags voor Assia Djebar op dit blog.

Uit: L'Amour, la fantasia

«Le correspondant mystérieux rappelle la cérémonie des prix qui s'est déroulée deux ou trois jours auparavant, dans la ville proche ; il m'a vue monter sur l'estrade. Je me souviens de l'avoir défié du regard à la sortie, dans les couloirs du lycée de garçons. Il propose cérémonieusement un échange de lettres « amicales ». Indécence de la demande aux yeux du père, comme si les préparatifs d'un rapt inévitable s'amorçaient dans cette invite. Les mots conventionnels et en langue française de l'étudiant en vacances se sont gonflés d'un désir imprévu, hyperbolique, simplement parce que le père a voulu les détruire. Les mois, les années suivantes, je me suis engloutie dans l'histoire d'amour, ou plutôt dans l'interdiction d'amour; l'intrigue s'est épanouie du fait même de la censure paternelle. Dans cette amorce d'éducation sentimentale, la correspondance secrète se fait en français : ainsi, cette langue que m'a donnée le père me devient entremetteuse et mon initiation, dès lors, se place sous un signe double, contradictoire...  A l'instar d'une héroïne de roman occidental, le défi juvénile m'a libérée du cercle que des chuchotements d'aïeules invisibles ont tracé autour de moi et en moi... Puis l'amour s'est transmué dans le tunnel du plaisir, argile conjugale. Lustration des sons d'enfance dans le souvenir; elle nous enveloppe jusqu'à la découverte de la sensualité dont la submersion peu à peu nous éblouit... Silencieuse, coupée des mots de ma mère par une mutilation de la mémoire, j'ai parcouru les eaux sombres du corridor en miraculée, sans en deviner les murailles. Choc des premiers mots révélés : la vérité a surgi d'une fracture de ma parole balbutiante. De quelle roche nocturne du plaisir suis-je parvenue à l'arracher? J'ai fait éclater l'espace en moi, un espace éperdu de cris sans voix, figés depuis longtemps dans une préhistoire de l'amour. Les mots une fois éclairés — ceux-là mêmes que le corps dévoilé découvre —, j'ai coupé les amarres.
Ma fillette me tenant la main, je suis partie à l'aube.»

 

 2051351-546b9f534d52bb7a406202c57931c33f.jpg
Assia Djebar (30 juni 1936 – 6 februari 2015)

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.

Uit: Reimer

“Zijn kreet werd gesmoord door het water. De plotselinge stilte die leek te zijn gevallen, was een zinsbegoocheling. Er was nog steeds het ritmische geknars van hout dat tegen hout aan wreef, het wrikken van de strakgespannen touwen, het trage voorwaartse plonzen van de scheepsboeg. Alles leek bevroren in de tijd, totdat de roep ‘Man overboord!’ over het dek echode en de bemanning in beweging kwam. De zeilen werden gereefd. Een van de sloepen zakte schokkerig aan de touwen via de katrollen naar beneden. De mannen handelden gericht maar ongehaast, bijna bedaard. Impulsieve acties leidden tot fouten en verspilling van kostbare tijd.
Net als de meeste andere opvarenden kon de man in de met lintenen strikken opgesierde chirurgijnsjas niet zwemmen, een tekortkoming die welbewust in stand werd gehouden door het scheepsvolk. De verdrinkingsdood was al gruwelijk genoeg zonder dat daar een vruchteloos gevecht met de golven aan voorafging.
Nadat Klaas Klaaszoon, bijgenaamd Klaas Kluns, met een voor hem ongebruikelijke behendigheid een van de enterhaken onder de gordel van de drenkeling had weten te schuiven en zijn dode gewicht samen met de anderen in de sloep hees, zag deze dat de chirurgijn nog ademde, hoewel hij er met zijn wasbleke gezicht en gesloten ogen uitzag als een lijk. Met zorg brachten de mannen hem terug aan boord.
Na dit korte intermezzo zeilde het Compagnieschip verder.
De indrukwekkende romp bewoog zich met logge volharding door de zachtjes wiegende zee. De bemanningsleden die dienst hadden, stelden de opnieuw gehesen zeilen steeds een fractie bij om zo veel mogelijk te profiteren van het flauwe briesje dat kwam opzetten. De jonge leerling-chirurgijn boog zich over het lichaam dat roerloos op het dek lag. Hij ontweek de blikken die hem werden toegeworpen, in het besef dat hij door de mannen werd gewogen en te licht bevonden, al volgden ze zijn aanwijzingen op zonder commentaar te leveren.”

 

 2051351-9569f547aec4ef0a8a4034727ec24fdb.jpg
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Zie ook alle tags voor Hendrik Jan Schimmel op dit blog.

Uit: Multatuli versus Droogstoppel, Slijmering en Co

“Indien gij u de ‘Story of Lefèvre’ of ‘de Story of la Roche’ herinnert, indien gij u ‘Hanna’ of ‘Blaauwbes, Blaauwbes’ van onzen te weinig gewaardeerden Potgieter kunt voor den geest roepen, indien gij, in één woord, alles genoten en in het geheugen bewaard hebt, wat de groote meesters der kunst om door de pen het hart te treffen, in het vak der naief-aandoenlijke novelle geleverd hebben, dan nog durf ik u met vertrouwen uitnoodigen, om in het zeventiende hoofdstuk van ‘Max Havelaar’ de geschiedenis van Saïdjah - de schrijver noemt ze ‘eene eentoonige geschiedenis’ - op te slaan, ten volle overtuigd dat zij de vergelijking kan doorstaan met het schoonste en beste wat uwe herinnering voor u kan doen opdagen. En wanneer gij na de lezing u gedrongen mogt gevoelen, om mijn oordeel in het gelijk te stellen, dan zult gij uwe bewondering voor den schrijver nog voelen klimmen, omdat hij zoozeer uwe sympathie heeft weten op te wekken, terwijl hij u verplaatste in eene wereld die u vreemd is, onder menschen die naauwelijks met ons van gelijke beweging zijn; omdat hij u in die vreemde wereld zoo heeft te huis gemaakt, en u die menschen heeft leeren liefhebben, die gij te naauwernood geleerd hadt onder de uitdrukking ‘uwe naasten’ te begrijpen.
‘Saïdjah's vader had een buffel waarmede hij zijn veld bewerkte. Toen die buffel hem afgenomen....’ - Multatuli verhaalt u niet dat die buffel hem afgenomen werd; dat is eene zaak die te zeer van zelve spreekt. Gelijk men niet zeggen zal: ‘Ik gebruikte het middagmaal en deed daarna een slaapje,’ maar ‘Toen ik het middagmaal gebruikt had, deed ik een slaapje’, zoo spreekt hij ook niet verhalenderwijze van de ontvreemding des buffels, alsof die iets bijzonders ware, neen hij zegt eenvoudig: ‘Toen die buffel hem was afgenomen door het Distriktshoofd van Parang Koedjang1, was hij zeer bedroefd en sprak geen woord, vele dagen lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en het was te vreezen, als men de sawah niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaijen zou voorbijgaan, en eindelijk dat er geene padie zou te snijden zijn, om die te bergen in den lombong2 van het huis.
Ik moet hierbij voor lezers, die wel Java, doch niet Bantam kennen, de opmerking maken dat in die Residentie persoonlijk grondeigendom bestaat, wat elders niet het geval is.”

 

 2051351-63bc295244a2dc9dfbeddc6356f618e6.jpg
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)

 

 

De Franse dichter, romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook alle tags voor Georges Duhamel op dit blog.

Uit: Le Désert de Bièvres

“Le chemin qui, venant de Jouy, longe le Val de Bièvres sur la rive gauche, est étroit et nonchalant. Il s'insinue, à flanc de colline, entre les murailles et les haies de riches propriétés bourgeoises. Parfois, à la faveur d'une venelle, d'une grille, d'un verger baîllant aux brises, l'œil s'échappe vers les collines boisées de la rive méridionale, et le voyageur, un instant, aperçoit le fond du val avec les prés et les jardins où la rivière se prélasse...
C'est là, s'il faut en croire la légende, que s'est exhalée, jadis, la tristesse d'Olympio. Le poète aurait peine à retrouver maintenant le silence de ses songeries. Pareils à des nids de frelons, les aérodromes installés sur les plateaux du voisinage lancent tout le jour dans le ciel des essaims de machines grondantes...
Mais le chemin qui court, au nord, entre les domaines bien clos, est encore à peu près tel qu'il apparaissait, par une assez triste soirée de janvier 1907, aux yeux de quatre jeunes gens qui se dirigeaient en causant tous ensemble, vers la petite ville de Bièvres.
... Ah ! Nous arrivons au village, comme la petite place est belle ! ... Par là, ça monte vers l'église. Ici, la route de Paris, c'est une route magnifique ! Elle s'élève doucement, doucement, jusqu'au plateau de Châtillon.
On découvre les vergers, le fort, les genêts jaunes au printemps, et, tout à coup, Paris, en bas, dans la plaine où le vent chasse toutes les fumées dans le même sens...
- Où nous emmènes-tu, Justin ? - ... "Par là, dit-il, on retourne vers la gare. Laissez-moi réfléchir une demi-seconde. Par là, c'est le vieux moulin..."

 

 2051351-9bd1d33ba5267910de1d8c45b169641c.jpg
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes op dit blog.

 

Let Dew The Flowers Fill

Let Dew The Flowers Fill ;
No need of fell despair,
Though to the grave you bear
One still of soul-but now too still,
One fair-but now too fair.
For, beneath your feet, the mound,
And the waves, that play around,
Have meaning in their grassy,
and their watery, smiles;
And, with a thousand sunny wiles,
Each says, as he reproves,
Death's arrow oft is Love's.

 

 

The Swallow Leaves Her Nest

The Swallow Leaves Her Nest
The soul my weary breast;
But therefore let the rain
On my grave
Fall pure; for why complain?
Since both will come again
O'er the wave.

The wind dead leaves and snow
Doth hurry to and fro;
And, once, a day shall break
O'er the wave,
When a storm of ghosts shall shake
The dead, until they wake
In the grave.

 

 2051351-b572d602967bfb759016ee441291bca2.jpg
Thomas Lovell Beddoes (30 juni 1803 – 26 januari 1849)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten