Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 augustus 2017 tot 9 augustus 2017

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

De monniken van Sénanque

Zij stierven er snel en stil
en zonder overtollige reutel spoedden zij zich heen
van sterfplaats naar sterfplaats,
jaren ouder van jaren verlangen.

Als zonderlinge geliefden woonden zij in het landschap,
aan alle wensen der weelde ontwend,
zachtmoedig als wat niet meer wordt gevreesd.
Zij kenden geen verhuizen meer.

En wij, gekomen uit de oorden
van het roekeloos woekerend woord,
wisten tussen stof en steen en stilte
de ampere galm van hun stappen nog bewaard,

en zwegen, als voorgoed ontheemd,
in de leerzaamheid van zeldzame minnaars.
En van jaren verlangen
werden wij jaren en jaren ouder.

 

 

Album

Een klas met veel te hoge ramen.
De aarde hangt er zomaar aan de wand.
En tweeëndertig stijve meisjesrompen
zijn rij aan rij, in melkwit licht,
aan banken vastgeklonken.

De toekomst in hun ogen moet voorbij.
Men geeuwt er al verleden uit.
Maar één van hen, de mooiste, jij,
nog niet verlegen met haar leven,
is met de aarde iets van plan.

Ik wil haar schooljaar overdoen:
haar smoezen, fratsen, onvoldoendes,
haar appelflauwtes om een niets,
de droesem in een oude droom.
Wat onder ede werd verzwegen,
daar luistert nu geen mens meer naar.

 

 

Pronkstuk

's Nachts mompelen juwelen in hun slaap.
Zij fonkelen tot in hun dromen,
proberen zo vermaard te glanzen
als de tranen van een dame.

Dat komt, zij zijn soms zeer alleen,
gekluisterd in hun kist van nacht.
Zij willen jubelen in zilver,
in goud, briljant of diamant,

maar pralen slechts met wat zij missen:
een hals, een pols, een simpele pink.
O, ziek van heimwee naar knap vlees.
De nacht is lang. Wordt het ooit dag?

 

 2062376-4df2c50e86a235d9586d1d9612621892.jpeg
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Afrernoons

Summer is fading:
The leaves fall in ones and twos
From trees bordering
The new recreation ground.
In the hollows of afternoons
Young mothers assemble
At swing and sandpit
Setting free their children.

Behind them, at intervals,
Stand husbands in skilled trades,
An estateful of washing,
And the albums, lettered
Our Wedding, lying
Near the television:
Before them, the wind
Is ruining their courting-places

That are still courting-places
(But the lovers are all in school),
And their children, so intent on
Finding more unripe acorns,
Expect to be taken home.
Their beauty has thickened.
Something is pushing them
To the side of their own lives.

 

 

MCMXIV

Those long uneven lines
Standing as patiently
As if they were stretched outside
The Oval or Villa Park,
The crowns of hats, the sun
On moustached archaic faces
Grinning as if it were all
An August Bank Holiday lark;

And the shut shops, the bleached
Established names on the sunblinds,
The farthings and sovereigns,
And dark-clothed children at play
Called after kings and queens,
The tin advertisements
For cocoa and twist, and the pubs
Wide open all day;

And the countryside not caring:
The place-names all hazed over
With flowering grasses, and fields
Shadowing Domesday lines
Under wheat’s restless silence;
The differently-dressed servants
With tiny rooms in huge houses,
The dust behind limousines;

Never such innocence,
Never before or since,
As changed itself to past
Without a word – the men
Leaving the gardens tidy,
The thousands of marriages,
Lasting a little while longer:
Never such innocence again.

 

 2062376-0d0d93aee79f988862399b6824a242a3.jpg
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Portret door  Nick Cudworth, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Kouwenaar op dit blog.

 

Van eiland naar land

Varend van eiland naar land: een eenvoudig
tafereel van roestig wit ijzer, splijtend
beslagen groen water waar ik naar kijk

kijkend zeer goed bewust ben ik mij
van mijzelf
in dit hier en dit nu, beide
niet eeuwig maar toch duuzamer
dan bijvoorbeeld een woord: ik denk omdat
de dood onmerkbaar nabij is

en terwijl het strijkje valencia inzet
zie ik eensklaps loodrecht onder mij
een dood wit paard drijven
op zijn zijde

een dood wit paard
wij varen er voorbij
met ongelooflijke snelheid—

 

 

Een zonnige ochtend

De zon die hem wakker sloeg

volstaan zou te schrijven:
de hamer neerkomend op de domme
of achteloze vinger
ontketent een wereldoorlog

of beter: de eerste blinde schermutselingen
in het omstreden grensland: in het jonge zonlicht
gaat het oude weerlicht nog even
volledig verloren

de rest is pakpapier, houtwol
journalistiek, psychologie, voort-
planting, het uitstellen van zelfmoord
de romankunst, heldendom, lafheid, liefdes
als lieveheersbeestjes bijtend, als vliegen
wegvliegend naar ander aas

de rest is wat wij verdedigen
wat vernield wordt
de republiek of het koninkrijk
het dagelijks brood of althans
het gat in de maag
dit gedicht

 

 2062376-3147f3e3656a9708318f566aad96618e.jpg
Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 - 4 september 2014)

 

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook alle tags voor Henk Romijn Meijer op dit blog.

Uit:Gezelligheid kent geen tijd

“Hij vroeg me om vuur en terwijl ik naar lucifers zocht, zei hij, dat het land kapot ging. Hij riep het de lege straat in, bezield langs mij heenkijkend, een profeet zonder gehoor Hij boog zich over de brandende lucifer, hij bolde zijn handen er omheen, alsof er een sterke wind stond, en zoog lawaaierig aan de slordig gemaakte sigaret. Hoewel het gloeiend heet was, droeg hij een zwarte hoed, de uitgezakte resten van een net pak waarvan de kleur niet meer te herkennen viel, en daaroverheen een lange donkere soldatenjas, waaraan geen enkele knoop meer zat en die bij een uniform dat ik alleen kende uit filmjournalen van de Eerste Wereldoorlog gehoord moest hebben. Zodra de half doorweekte sigaret brandde, ging ik iets achteruit om zijn stank te vermijden. Ik knikte, het land ging naar de bliksem. Hij bedoelde dat het aan de emigranten ten onder ging. Ik had het hem meer horen verkondigen, tegen voorbijgangers, wandelaars en automobilisten die niet wilden stoppen om te luisteren. Hij was vrijwel onverstaanbaar, hij zei nooit meer dan één woord tegelijk, stotend en zwaaiend met zijn armen, maar hoewel zijn gezicht door de alcohol was weggevreten, stond hij altijd vast op zijn benen. ‘Ze sturen een zootje gajus uit Italië om hier de boel kaal te vreten,’ zei ik. Hij keek me doordringend aan. Ik zag dat hij hevig zweette, zijn gezicht glansde alsof het met vet was ingesmeerd. Ik dacht dat hij instemmend zou gaan schreeuwen, maar hij had me niet gevolgd en dacht blijkbaar allang weer aan iets anders. Ik hoorde hem iets over de wereldoorlog zeggen, maar kon hem niet verstaan. Zijn onderlip schoot plotseling uit, zijn gespleten voorhoofd trilde even van het denken, hij kneep zijn ogen dicht en zijn hand vond een platte fles in de binnenzak van de soldatenjas. Hij bood mij een teug van het theeachtig vocht. Ik schudde nee, dat het te vroeg was, en stak een sigaret achter zijn oor, wat hij ontspannen toeliet, als een patiënt die de dokter zonder angst laat begaan. Ik zag de kleine schaduwstreepjes die zijn baardharen op zijn kin wierpen. Ik wilde met een handdruk afscheid nemen, maar hij begreep me niet en riep me na. ‘Hey! Hey! Hey!’ Vanuit de kamer zag ik dat hij het park inliep. Een groepje kinderen kreeg hem in de gaten, ze dansten om hem heen en wuifden naar hem. Hij bleef staan, nam zijn hoed af en keek om zich heen, draaide een hele slag om, alsof hij niet kon geloven dat er nog ergens een plek vrij van kinderen was.”

 

 2062376-83e57c4352815c1ccc3f45690a9ad137.jpg
Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)
Begin jaren 1980


 

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook alle tags voor Linn Ullmann op dit blog.

Uit: De rustelozen (Vertaald door Lucy Pijttersen)

“Zien, herinneren, begrijpen. Alles hangt af van de plaats waar je staat. De eerste keer dat ik naar Hammars ging, was ik net een jaar oud en had geen idee van de grote, overweldigende liefde die me daar had gebracht.
Eigenlijk waren het drie liefdes.
Als er een telescoop bestond waarmee je in het verleden kon kijken, had ik kunnen zeggen: kijk, dat zijn wij, zo is het gebeurd. En elke keer dat we ons afvroegen of wat ik me herinnerde, of wat jij je herinnerde, wel klopte, of dat wat er gebeurde inderdaad was gebeurd, en of wij eigenlijk wel bestonden, hadden we samen kunnen kijken.
Ik tel, rangschik en catalogiseer. Ik zeg: Het waren drie liefdes. Nu ben ik even oud als mijn vader was toen ik werd geboren. Achtenveertig jaar. Mijn moeder was zevenentwintig, ze zag er toen veel ouder maar ook veel jonger uit dan haar leeftijd.
Ik weet niet welke van die drie liefdes er het eerst was. Maar ik begin met de liefde die in 1965 tussen mijn vader en mijn moeder opbloeide en die eindigde voordat ik oud genoeg was om me er iets van te kunnen herinneren.
Ik heb foto’s gezien, brieven gelezen en hen horen vertellen over de tijd dat ze bij elkaar waren, ik heb er anderen over horen vertellen, maar eerlijk gezegd is het onmogelijk veel van andermans leven te weten, vooral niet als het om dat van je ouders gaat en al helemaal niet als je ouders hun best hebben gedaan hun leven te veranderen in verhalen die ze vervolgens vertellen met een opmerkelijk talent zich niets van de waarheid aan te trekken.
De tweede liefde ligt in het verlengde van de eerste en gaat over de twee geliefden die ouders werden en het meisje dat hun dochter was. Ik hield onvoorwaardelijk van mijn vader en moeder, voor mij waren ze een vanzelfsprekendheid, zoals je de seizoenen een poosje als vanzelfsprekend beschouwt, of de dag, of de uren, de een was nacht en de ander dag, de een hield op waar de ander begon, ik was haar kind en ik was zijn kind, maar af en toe viel dat niet mee, omdat zíj namelijk ook kind wilden zijn.”
       

 2062376-f482d5c75eeb396bfaa0bbcdec755e74.jpg
Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

 

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook alle tags voor P. L. Travers op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit: Mary Poppins

"Michael, don't be naughty," said his Mother. Mary Poppins continued to regard the four children searchingly. Then, with a long, loud sniff that seemed to indicate that she had made up her mind, she said: "I'll take the position." "For all the world," as Mrs. Banks said to her husband later, "as though she were doing us a signal honour." "Perhaps she is," said Mr. Banks, putting his nose round the corner of the newspaper for a moment and then withdrawing it very quickly. When their Mother had gone, Jane and Michael edged towards Mary Poppins, who stood, still as a post, with her hands folded in front of her. "How did you come?" Jane asked. "It looked just as if the wind blew you here." "It did," said Mary Poppins briefly. And she proceeded to unwind her muffler from her neck and to take off her hat, which she hung on one of the bedposts.
As it did not seem as though Mary Poppins were going to say any more — though she sniffed a great deal — Jane, too, remained silent. But when she bent down to undo her bag, Michael could not restrain himself. "What a funny bag!" he said, pinching it with his fin-gers. "Carpet," said Mary Poppins, putting her key in the lock. "To carry carpets in, you mean?" "No. Made of." "Oh," said Michael. "I see." But he didn't — quite. By this time the bag was open, and Jane and Michael were more than surprised to find it was completely empty. "Why," said Jane, "there's nothing in it!" "What do you mean — nothing?" demanded Mary Poppins, drawing herself up and looking as though she had been insulted. "Nothing in it, did you say?" And with that she took out from the empty bag a starched white apron and tied it round her waist. Next she unpacked a large cake of Sunlight Soap, a toothbrush, a packet of hairpins, a bottle of scent, a small folding arm-chair and a box of throat lozenges. Jane and Michael stared. "But I saw," whispered Michael. "It was empty." "Hush!" said Jane, as Mary Poppins took out a large bottle labelled "One Tea-Spoon to be Taken at Bed-Time." A spoon wa“s attached to the neck of the bottle, and into this Mary Poppins poured a dark crimson fluid."

 

 2062376-ecc56ef89b813c1f8d71b6986357f2a6.jpg
P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)
Scene uit de film uit 1964 met o.a. Dick Van Dyke en Julie Andrews

 

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre Klossowski op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit:Nietzsche et le cercle vicieux

“Pour mieux comprendre ce que Nietzsche entend par son phantasme vaticinant des « Maîtres de la Terre », on aimerait savoir quels seront les « esclaves » de pareils maîtres.
La réponse à la seconde question, Nietzsche la semble donner lui-même lorsqu'il demande à son tour : « Où sont les maîtres pour lesquels travaillent tous ces esclaves ? » Ce qui veut dire que la société industrielle ne se conçoit pas sans une généralisation du caractère « fonctionnel », c'est-à-dire « productif »et, par conséquent, mercantile qu'elle exige de toutes les activités.
De cette façon, l'on peut circonscrire avec plus ou moins de précision le caractère de « maître ». Que ce caractère coïncide avec celui de l'adepte de la doctrine du Retour, n'est qu'un aspect de cette représentation de Nietzsche.
De prime abord, ce terme, emprunté à une quelconque hiérarchie, n'exprimerait, dans sa pensée, qu'une attitude de refus à l'égard d'une société fondée sur le travail et l'argent et enfin sur la production à outrance. Si l'on restait là, il s'agirait d'une protestation purement onirique, en rien différente des réactions du même ordre d'un Baudelaire, d'un Poe, d'un Flaubert et de beaucoup d'autres, - ces « décadents ».
Or, ce n'est nullement en tant qu'un rêveur révolté contre l'ordre existant de nos sociétés industrielles que Nietzsche mène son combat vaticinant [qui tient d'un délire prophétique NdIL]. Ses projets prennent leur point de départ dans le fait que l'économie moderne repose sur la science et ne peut se maintenir que par le science : donc il n'y a pas que les « puissances d'argent », les entreprises, et aujourd'hui leurs armées d'ingénieurs et de main-d'oeuvre, qualifiée ou non ; ces puissances ne développent leurs propres techniques au niveau de la production, qu'à partir des connaissances que requiert la manipulation des objets qu'elles produisent, des lois qui régissent les échanges de la consommation de ces produits."

 2062376-426578a1d29eec704c06969ed7dc9c50.jpg
Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)
 

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook alle tasgs voor Daniel Keyes op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

Uit: Flowers for Algernon

„April 8 – What a dope I am! I didn't even understand what she was talking about. I read the grammar book last night and it explains the whole thing. Then I saw it was the same way as Miss Kinnian was trying to tell me, but I didn't get it. I got up in the middle of the night and the whole thing straightened out in my mind. Miss Kinnian said that the TV working, just before I fell asleep and during the night, helped out. She said I reached a plateau. That's like the flat top of a hill. After I figured out how punctuation worked, I read over all my old progress reports from the beginning. Boy, did I have crazy spelling and punctuation! I told Miss Kinnian I ought to go over the pages and fix all the mistakes, but she said, 'No, Charlie, Professor Nemur wants them just as they are. That's why he lets you keep them alter they're photostated – to see your own progress. You're coming along fast, Charlie.' That made me feel good. After the Tesson I went down and played with Algernon. We don't race any more. April 10 – I feel sick. Not like for a doctor, but inside my chest it feels empty, like getting punched and a heartburn at the same time. I wasn't going to write about it, but I guess I got to, because it's important. Today was the first day I ever stayed home from work on purpose. Last night Joe Carp and Frank Reilly invited me to a party. There were lots of girls and Gimpy was there and Ernie too. I remembered how sick I got last time I drank too much, so I told Joe I didn't want to drink anything. He gave me a plain coke instead. It tasted funny, but I thought it was just a bad taste in my mouth. We had a lot of fun for a while. `Dance with Ellen,' Joe said. `She'll teach you the steps.' Then he winked at her like he had something in his eye. She said, `Why don't you leave him alone?' He slapped me on the back. 'This is Charlie Gordon, my buddy, my pal. He's no ordinary guy – he's been promoted to working on the dough-mixing machine. Ail I did was ask you to dance with him and give him a good time. What' s wrong with that?'

 

 2062376-612b232035679aa255e153e215c3039b.jpg
Daniel Keyes (9 augustus 1927 – 15 juni 2014)
Scene uit een toneelopvoering in Topeka, Kansas, 2012

 

 

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook alle tags voor Leonid Andreyev op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2010.

Uit: The Little Angel (Vertaald door W. H. Lowe)

“At times Sashka wished to give up what is called living: to cease to wash every morning in cold water, on which thin sheets of ice floated about; to go no more to the grammar school, and there to have to listen to every one scolding him; no more to experience the pain in the small of his back and indeed over his whole body when his mother made him kneel in the corner all the evening. But, since he was only thirteen years of age, and did not know all the means by which people abandon life at will, he continued to go to the grammar school and to kneel in the corner, and it seemed to him as if life would never end.
A year would go by, and another, and yet another, and still he would be going to school, and be made to kneel in the corner. And since Sashka possessed an indomitable and bold spirit, he could not supinely tolerate evil, and so found means to avenge himself on life. With this object in view he would thrash his companions, be rude to the Head, impertinent to the masters, and tell lies all day long to his teachers and to his mother--but to his father only he never lied. If in a fight he got his nose broken, he would purposely make the damage worse, and howl, without shedding a single tear, but so loudly that all who heard him were fain to stop their ears to keep out the disagreeable sound.
When he had howled as long as thought advisable, he would suddenly cease, and, putting out his tongue, draw in his copy-book a caricature of himself howling at an usher who pressed his fingers to his ears, while the victor stood trembling with fear. The whole copy-book was filled with caricatures, the one which most frequently occurred being that of a short stout woman beating a boy as thin as a lucifer-match with a rolling pin. Below in a large scrawling hand would be written the legend: "Beg my pardon, puppy!" and the reply, "Won't! blow'd if In do!"
Before Christmas Sashka was expelled from school, and when his mother attempted to thrash him, he bit her finger. This action gave him his bliberty. He left off washing in the morning, ran about all day bullying the other boys, and had but one fear, and that was hunger, for his mother entirely left off providing for him, so that he came to depend upon the pieces of bread and potatoes which his father secreted for him. On these conditions Sashka found existence tolerable."

 

 2062376-4d986ac082c418bf85dccf49b308fe5d.jpg
Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)
Portret door Valentin Serov, 1907

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Jan van Aken

De Nederlandse schrijver Jan van Aken werd geboren in Herwen-en-Aerdt op 9 augustus 1961. Hij) werkte eerst in de cultuursector en de automatisering en is tegenwoordig docent aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Hij debuteerde in 2000 met zijn historische roman “Het oog van de Basilisk”. Een jaar later verscheen “De valse dageraad”, waarvan meer dan 50.000 exemplaren over de toonbank gingen en dat ook vertaald werd naar het Duits en Oekraïens. Met zijn roman “De afvallige” (2013), werd Van Aken genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs.

Uit: Het oog van de Basilisk

“Gegroet, kyprianos, mijn oudste vriend,
Hij had iets weg van een landloper, de man die haveloos en hinkend het slingerpad naar mijn huis beklom. Ik sloeg een tijdje zijn vorderingen gade en zette toen de wijnbeker neer, om mijn vrouw ervan te weerhouden de honden op hem af te sturen. Zij is nogal voortvarend in het beschermen van mijn rust.
Twee slaven, aldus bevolen, renden heuvelafwaarts om de bezoeker te helpen die zich bekendmaakte als vertegenwoordiger van de Imperiale Postdienst. Zijn gezicht was een masker van modder, bloed en builen; zijn kleren hingen in rafels om hem heen. Men had hem paard en laarzen ontstolen en een flinke aframmeling gegeven, maar de brief die hij onder zijn mantel verborgen hield, was onbeschadigd.
Ik droeg mijn dienaren op de boodschapper te wassen en van voedsel en een schone tuniek te voorzien. Ik verzekerde hem dat ik een patrouille zou uitsturen om de daders te straffen, hoewel patrouille en roversbende waarschijnlijk één waren. Dat laatste vertelde ik hem natuurlijk niet.
Daarna zette ik mij neer in de schaduw van mijn geliefde olijfboom, met de brief, een papyrusrol die mij zwaar in de hand woog, en liet ik mijn beker bijvullen.
Een brief te ontvangen in deze tijden! Groot was mijn vreugde toen ik zag van wie hij kwam. Groter nog was mijn verbazing dat een brief, welke brief dan ook, zijn doel bereikt vandaag de dag. Als jij je niet vergist hebt in de datum, is hij drie maanden onderweg geweest. Maar vergeleken met de halve eeuw of meer dat wij elkaar niet hebben gezien, is dat natuurlijk niets.
Het is goed dat wij na vele jaren weer contact hebben, al word ik een beetje moe van je geklaag over die vulkaan. Heb jij je woonstede niet zelf uitgekozen? Als dat gerommel en die rookpluimen je zoveel angst aanjagen, dan moet je verhuizen, maar in jouw plaats zou ik me geen zorgen maken; Neapolis is geen Pompeï.
Je schrijft dat je een vrouw hebt, en kinderen; ik ben blij te horen dat zij het goed maken, misschien zal ik hen ooit ontmoeten. Ik zal met plezier een goed woordje doen voor je oudste zoon, al is mijn invloed in Rome, niet in de laatste plaats door de verslechterde verbindingen, tanende. Daarnaast ben ik mij na mijn zeventigste jaar geleidelijk gaan onttrekken aan mijn bestuurlijke verantwoordelijkheden. Maar jouw zoon een passende betrekking bezorgen, dat moet mij nog wel lukken.”

 2125030-3d313e9ae71874cd759bf3de1a6cc8d5.jpg
Jan van Aken (Herwen-en-Aerdt, 9 augustus 1961)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jostein Gaarder, Klaus Ebner, Birgit Vanderbeke, Gernot Wolfram, Hieronymus van Alphen, André Demedts, Sara Teasdale, Donald Davidson, Lotte Lentes

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook alle tags voor Jostein Gaarder op dit blog.

Uit: Ein treuer Freund (Vertaald door Gabriele Haefs)

„Gotland, Mai 2013
Liebe Agnes, erinnerst du dich: Ich hatte versprochen, dir zu schreiben. Jedenfalls wollte ich es versuchen.
Ich sitze hier auf einer Insel in der Ostsee, und auf einem kleinen Schreibtisch vor mir steht mein Laptop. In einer Zigarrenkiste daneben befindet sich alles, was ich an Gedächtnisstützen brauche.
Mein Hotelzimmer besitzt einen Boden aus Kieferndielen, und ich brauche neun Schritte, um es zu durchqueren, was ich mehrmals getan habe, bis ich wusste, wie ich meinen Bericht beginnen soll. Mitten im Raum steht eine Sitzgruppe aus zwei roten Sesseln, einem roten Sofa und einem Teakholztisch, und ich musste jedes Mal durch einen der zwei schmalen Korridore zwischen Tischkante und Polstermöbel hindurch.
Ich habe ein Eckzimmer und kann in zwei Richtungen aus dem Fenster schauen. Vom einen Fenster, dem nach Norden, sehe ich von oben auf die typische gepflasterte Straße einer alten Hansestadt, aus dem anderen, das nach Westen geht, blicke ich über Almedalen und weit hinaus aufs Meer. Es ist warm, und ich habe beide Fenster geöffnet.
Ich stand eine halbe Stunde am Fenster und beobachtete die Menschen, die unter mir durch die Straße gingen, die meisten in Röcken oder kurzen Hosen und lockeren, kurzärmeligen Blusen oder Hemden. Pfingsttouristen. Viele von ihnen sind paarweise unterwegs, oft Hand in Hand, manche auch in großen, lärmenden Gruppen.
Es ist ein Märchen, dass Jugendliche meh Krach machen als Leute meines Alters. Treten sie im Rudel auf und haben womöglich noch getrunken, können Menschen in mittleren Jahren ebenso laut sein wie Teenager. Man könnte auch sagen, ebenso menschlich.
Seht mich an! Hört mir zu! Amüsieren wir uns nicht königlich?
Wir wachsen aus unserer menschlichen Natur nicht heraus.
Wir wachsen mit ihr mit. Und wir wachsen in sie hinein.“

 

 2062115-417fdea1b4e89f4e157388deb7257381.jpg
Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Ebner op dit blog.

Uit: Alfred (In het Engels geschreven)

“There was an empty glass in the middle of the table. This glass belonged to Alfred. He was my first colleague.
At the age of fifteen I was offered a job in a bank for one month of my school vacation. Since I wanted to go for a trip to France I had to earn some money and so I took the job. The personnel manager led me into the record office situated in the building’s basement.
The record office housed thousands and thousands of files and folders and card-index boxes. To be frank, at the very first moment I knew that this job threatened to bury me under tons of paper.
And there was Alfred. He was my colleague. To be precise, he was my tutor. After the personnel manager had left the record office, Alfred grasped my arm, approached his face to mine and told me: »you take the phone, and I am the boss«.
Taking the phone became a very important part of my work. I had been engaged for finding the bank clerks\' files when they needed them in their offices. All of my activities followed the same pattern: the telephone rang and it was me who answered, one of the clerks ordered a file or even more than one and I had to go for the card-index boxes, to find the right index card, to take the file out of its folder and to send it to the clerk with a tiny special elevator.
Alfred was always sitting at his table. He had placed a glass just in front of him and from time to time he poured in some beer. Of course he also drank the beer but I never managed to see him doing so since I was heavily occupied running to and fro the record office.
Every day at four o\'clock Alfred stood up, stretched his arms right out and said: »I tell ya, this work is really getting to me ...«
Then he put on his shoes with a sigh and left the record office while leaving behind an empty glass in the middle of the table."

 

 2062115-b7c08630b44aded1699aed7babc96c57.jpg
Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

 

De Duitse schrijfster Birgit Vanderbeke werd geboren op 8 augustus 1956 in Dahme. Zie ook alle tags voor Birgit Vanderbeke op dit blog.

Uit: Die Frau mit dem Hund

„Clemens wollte sie von dem Dinner erst etwas sagen, wenn sie das Geschirr auch wirklich in den Händen hätte. Und beim Dinner würde sich zeigen, ob aus Clemens und ihr etwas werden könnte.
Im Treppenhaus nahm sie sich rasch die Angebotsinfos vom Super-K, von der Superette und dem Konsomarkt, die in drei Bündeln auf dem Boden lagen; die Schnüre waren schon aufgeschnitten und lagen daneben. Schlamperei, dachte Jule und hob sie auf, der neue Hausdienst war einfach nicht auf der Höhe.
Sie nahm zwei Stufen auf einmal, solche kleinen Übungen sind unerlässlich für eine gute Figur, und war außer Atem, als sie im obersten Stockwerk ankam und beinah über das formlose graue Bündel gestolpert wäre, das da mitten auf der Treppe abgelegt worden war.
Im nächsten Moment ging das Licht aus.
Jule Tenbrock stieg an dem Bündel vorbei die letzte Stufe hoch und suchte den Knopf neben ihrem Namensschild. Sie würde sich bei der Stiftung über den Hausdienst beschweren, der etwas unförmig Graues vor ihrer Tür abgeladen hatte, das hier ganz sicher nicht hingehörte. Es war stockfinster im Flur, der verdammte Lichtschalter war nicht zu finden, Jule konnte die Hand vor den Augen nicht erkennen. Aber sie konnte etwas riechen.
Und plötzlich war es aus mit der Ruhe im siebten Distrikt. Im Bruchteil einer Sekunde verflog Jules Unmut, ihr Ärger verwandelte sich in Herzrasen und blanke Panik.
Das Bündel roch eigenartig. Es roch lebendig und ganz eindeutig unsauber. Unhygienisch.
Der Lichtschalter war nicht dort, wo er hätte sein müssen, Jules Hand war nicht so ruhig, wie sie hätte sein müssen, und aus dem unhygienisch riechenden grauen Bündel kamen jetzt Töne. Etwas seufzte, schnaufte und röchelte unmenschlich aus dem Bündel heraus, es machte Töne, die Jule nicht kannte. Endlich wurde es wieder hell im Treppenhaus, Jule wollte nichts weiter, als in ihre Wohnung verschwinden und geschützt sein vor diesem keuchenden Ding auf der Treppe, sie wandte ihm den Rücken zu und versuchte, es einfach nicht gesehen zu haben, aber sie hatte es gesehen, bevor das Licht ausgegangen war, und in ihrem Rücken schnaufte es weiter.
Und dann fing es an zu sprechen.”

 

 2062115-b6fcc30f82e3736d0c087263b87095c6.jpg
Birgit Vanderbeke (Dahme, 8 augustus 1956)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Gernot Wolfram werd geboren op 8 augustus 1975 in Zittau. Zie ook alle tags voor Gernot Wolfram op dit blog.

Uit: Der Fremdländer

„Vielmehr berührte es mit seinen Klagen und wehmütigen Klängen bereits die Wüste und afrikanisches Land. Er wusste zwar nicht, wie afrikanische Musik klang, obgleich er Realist genug war, sich sicher zu sein, dass man beispielsweise in Nairobi die Bee Gees besser kannte als die Tanzrhythmen der alten Kriegsstämme, aber er war überzeugt, die Ingredienzien der Musik Afrikas als Ahnung in sich zu tragen.
Überhaupt – Afrika!
Über den Kontinent hatte er in seiner Jugend mindestens genauso viel gelesen wie über Deutschland. Das Land und der Kontinent erschienen ihm in ihrer Gegensätzlichkeit auf merkwürdige Weise vertraut und unheimlich zugleich.
Wenn ihn auch sonst kein Sender außerhalb Europas interessierte – er hatte das Gefühl, der Schritt seiner allabendlichen Suche über den Kontinent hinaus locke ihn in einen Kosmos der Stimmen, der ihn aufsaugte und seiner Konzentration ein jähes Ende bereitete –, bei Afrika machte er eine Ausnahme. Genau genommen war es sein heimlicher Vorsatz, einen afrikanischen Sender zu inden, der so unbekannt war und von so fernher sendete, dass er wirkliche Schätze in den Äther schickte.
L. glaubte, dass es in Afrika ein Radioprogramm geben müsse, das ähnlich wie ein Archiv funktioniert, in dem noch niemand aufgestöbert hatte, welche Genüsse es für den Geist bereithält. Er dachte an Rhythmen und Stimmen, die sich in ihrer Fremdartigkeit wie wertvolle Intarsien ins Gehör legten.
L. schätzte eine gewisse Gründlichkeit in allem, was er tat. Und er hielt es eben für eine Frage der gründlichen Suche, ob sich dieser erträumte Sender finden ließ oder nicht.
Radio Africa, Radio Zaire, Radio Uganda, Radio Kapstadt, alle möglichen Optionen gingen ihm durch den Kopf. Er hatte allerdings von der Funklandschaft des riesigen Kontinents keinerlei Ahnung.
Einmal, zu seinem siebzigsten Geburtstag, hatte ihm sein Bruder aus London ein englisches Buch geschickt, in dem Frequenzadressen der wichtigsten Sende auf den jeweiligen Kontinenten vermerkt waren.
Das war ein schrecklicher Moment, als L. dieses Geschenk auspackte.“

 

 2062115-975e6d2ef3bcc57811b694e0df5aab21.jpg
Gernot Wolfram (Zittau, 8 augustus 1975)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hieronymus van Alphen werd op 8 augustus 1746 geboren te Gouda. Zie ook alle tags voorHieronymus van Alphen op dit blog.

 

De kinderliefde

Mijn vader is mijn beste vrind.
Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.
'k Ontzie hem, zonder bang te vrezen.
En ga ik hupplend aan zijn zij,
Ook dan vermaakt en leert hij mij;
Er kan geen beter vader wezen!

Ik ben ook somtijds wel eens stout,
Maar als mijn ondeugd mij berouwt,
Dan wordt zijn vaderhart bewogen,
Dan spreekt zijn liefde geen verwijt,
Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt,
Dan zie ik tranen in zijn ogen.

Zou ik door ongehoorzaamheid,
Dan maken, dat mijn vader schreit;
Zou ik hem zuchten doen en klagen;
Neen, als mijn jonkheid iets misdoet,
Dan val ik aanstonds hem te voet,
En zal aan God vergeving vragen.

 

 

Alexis

Alexis heeft zijn zusje lief,
Wanneer ze in vrede leven;
Hij noemt haar zelfs zijn hartedief,
Als zij haar speelgoed hem wil geven.
Maar als zij iets, dat hem behaagt,
Voor haar om mee te spelen vraagt,
Dan wordt die liefde ras verminderd;
En als zij hem in 't doen van zijnen zin verhindert,
Dan haat hij bijkans haar geheel;
Ook is zij doorgaans hem te veel,
Wanneer zij boven hem door iemand wordt geprezen.

* * *

Een liefde die zo ras verkoelt,
Die slechts op eigen voordeel doelt,
Zou dat wel rechte liefde wezen?

 

 2062115-25dd4f64d10ce592bf9ded959047b795.jpg
Hieronymus van Alphen (8 augustus 1746 – 2 april 1803)
Fantasieweergave van de Goudse Markt, geschilderd door Willem Koekkoek, 2e helft 19e eeuw

 

 

De Vlaamse schrijver André Demedts werd geboren in Sint-Baafs-Vijve (Wielsbeke) op 8 augustus 1906. Zie ook alle tags voor André Demedts op dit blog.

 

Ik denk aan de velen

Ik denk aan de velen die sterven deze zomernamiddag
met het volle geweld van de zon over hun dood:
ogen vol tranen die ik zag,
en het laatste blinde tasten der handen, moe en rood.

Wie weet waarheen nu keren hun gedachten
en wie weet de nederlagen van hun leven?
en hoe zij hebben gedragen door dagen en nachten
de honger van hun hart.
Zij zijn tans de verwonnenen die sneven
en doordrenken met hun rood bloed
wat lelik was en hard.
Er is de huiver der eeuwigheid
om hunne hoofden
er zijn nog hun ogen die hebben geschreid
en hun armen die zich strekken naar de dood als naar elkander, de
verloofden.

Ik voel in mijn hart de haast van hun hart
het bloed te stuwen de laatste maal;
vanavond als zij zijn ingegaan
denk ik maar altijd dat ik eenzamer
door de velden dwaal...

 

  2062115-a537e79882a50695051bd83a0cae0ad0.jpg

André Demedts (8 augustus 1906 - 4 november 1992)

 

 

De Amerikaanse dichteres Sara Teasdale werd geboren op 8 augustus 1884 in St. Louis. Zie ook alle tags voor Sara Teasdale op dit blog.

 

Triolets

Before a lonely shrine
Of foam-born Aphrodite,
Ungarlanded of vine,
Undyed by dripping wine,
I brought green bay to twine,
And prayed to her, almighty, —
And lo, the prayer of mine
Was heard of Aphrodite.
I sang of answered prayer,
And now before the goddess,
The maids lay flowers rare,
And she has ceased to care
For bay that I might bear.
To heal my heart's distress,
My feet must wander where
There waits some lonelier goddess.

 

 

To Sappho I

Impassioned singer of the happy time.
When all the world was waking into morn,
And dew still glistened on the tangled thorn,
And lingered on the branches of the lime —
Oh peerless singer of the golden rhyme,
Happy wert thou to live ere doubt was born —
Before the joy of life was half out-worn,
And nymphs and satyrs vanished from your clime.
Then maidens bearing parsley in their hands
Wound thro' the groves to where the goddess stands,
And mariners might sail for unknown lands
Past sea-clasped islands veiled in mystery —
And Venus still was shining from the sea,
And Ceres had not lost Persephone.

 

 

To Sappho II

Your lines that linger for us down the years,
Like sparks that tell the glory of a flame,
Still keep alight the splendor of your name,
And living still, they sting us into tears.
Sole perfect singer that the world has heard,
Let fall from that far heaven of thine
One golden word.
Oh tell us we shall find beside the Nile,
Held fast in some Egyptian's dusty hand,
Deep covered by the centuries of sand,
The songs long written that were lost awhile
Sole perfect singer that the world has heard,
Let fall from that far heaven of thine
This golden word.

 

 2062115-ff5eec196275442c5f70a1f824f89e62.png
Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)
'Sappho and Erinna in a Garden at Mytilene' door Simeon Solomon, 1864

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist en literair criticus Donald Davidson werd geboren 8 augustus 1893 in Campbellsville, Giles County, Tennessee. Zie ook alle tags voor Donald Davidson op dit blog.

 

The Amulet

Thou twist of gold, woven so curiously,
Be filled with warmth and urgent tenderness,
And cool not on her throat’s white nakedness,
Like metal death, but burn insistently,
Reminding her of me!

To save her from the serpent’s little eye
I set a stone of blue chalcedony
Within a cunning loop—so it shall be
Aware and mindful when her lashes lie
Untaught of danger nigh.

To keep her from the dragon’s hungry tooth
In seven laps the quorls were subtly twined;
From seven rivers grains of gold were mined,
Hammered by black elves’ mauls, and tempered sooth
In hissing brews uncouth.

So lie within my satchel, Amulet,
With many another dull and boughten thing,
Till I am done with all my wandering
And fix thee pendant on the carcanet
Around her white neck set.

For I have graven some small incantation
In feathery lines upon this rounded wire—
King Solomon made such for his desire,
And Sheba’s throat was warm for subjugation
Hearing the King’s translation.

 

 2062115-7d9a33f3c557d84ade008bb07e9fb760.jpg
Donald Davidson (8 augustus 1893 - 25 april 1968)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Lotte Lentes werd geboren in Trier in 1990. Lentes studeerde Nederlands in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Lotte Lentes op dit blog. Zie ook alle tags voor Lotte Lentes op dit blog.

Uit: Walter

‘‘Zat u onder invloed in de rechtszaal?
’ Dat ook een hooggeplaatst persoon vatbaar was voor een verslaving, leek iedereen nog het meest te interesseren.
‘Natuurlijk niet,’ had Walter telkens stellig geantwoord. Tegelijkertijd had hij de keren voor zich gezien waarop de tremors het hem onmogelijk maakten zijn eigen befje om te knopen.
Aanvankelijk ging dat praten niet van harte, uiteindelijk verliet hij na vier maanden opgelucht en trots de kliniek, met behoud van zijn rechtelijke bevoegdheid en zijn vrouw. Op de wagon, zo noemden ze dat. Dertig jaar dronk hij geen druppel. Zijn vrouw dacht dat hij genezen was, totdat ze na al die tijd opnieuw lege flessen ontdekte. En eigenlijk was het niet eens zijn vrouw geweest, maar een jongen van de energiemaatschappij die met iets te veel enthousiasme het klemmende deurtje van de meterkast opentrok. Een stuk of tien lege flessen vielen op de vloer kapot.
Wodka; kleur- en geurloos.
In de periode daarna vond Walters vrouw nog veel meer flessen. Ze vond een onstuitbare hoeveelheid flessen. Ze vond flessen overal. In de kruipruimte, tussen de steunbalken, in het
plafond van de garage, op het badkamermeubel, in de schoorsteen, onder de grasmaaier,
achter het dressoir, in de dakgoot van het tuinhuis.
Toen Walter op een vrijdagochtend wankelend de trap afkwam, zag hij zijn vrouw midden in
de woonkamer de laatste hand leggen aan een keurig gerangschikte driehoek van lege flessen.
‘Een oude man beschuldig je niet zomaar,’ had ze gezegd, eerder begripvol dan verwijtend.
Walter gaf gelijk toe. Zijn tweede kliniekopname was binnen een week geregeld. Tot die tijd mocht hij nog.
Twee dagen voor vertrek donderde Walter van de trap en brak zijn
stuitje.
Van pijn was geen sprake. Hij sliep in de auto op weg naar het ziekenhuis en aan de balie
van de eerste hulp maakte hij grapjes. Hij had chronisch de hik.
De dokter, een afzichtelijke Latina met een scheef gebit, gaf hem na een moeizaam gesprek een rode zwemband mee.”

 

 2062115-83c9498bc45782e44a682c1b17f30088.jpg
Lotte Lentes (Trier, 1990)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:06 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten