Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 augustus 2017 tot 12 augustus 2017

Justus van Maurik, Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel, Stefano Benni, Marcellus Emants, Naoki Higashida

 

Dolce far niente

 

 2063165-b3674a2d78bb6f5463cc2d4e0be935b3.jpg
Amsterdam, Gemeentearchief vanaf Weesperzijde

 

Uit: Amsterdam bij dag en nacht

“Evenals 't licht zich 't allereerst aan den uitersten rand van den gezichteinder vertoont, zóó ontwaakt ook ‘het leven’, de bedrijvigheid het eerst aan den zoom der stad.'t Is nog donker op den Sloter- en Amstelveenschen weg en de Weesper- en Utrechtsche zijden dommelen in grauw en nevelig duister. Op Y en Amstel glinstert 't maanlicht nog over 't ijs of spiegelt in de wakken, maar van alle kanten komen reeds ‘de boeren’ naar Amsterdam; zij brengen voedsel naar de slapende stad; voor hen is 't reeds dag en werktijd.
Ziet! daar naderen ze van Sloten, uit de polders, van Ouwerkerk en van Amstelveen. Met wagens en karren komen ze aangereden, - de groenteboeren het eerst; zij brengen kool, wortelen, rapen en meer andere wintergroenten voor de groenmarkt en lokken de negotianten uit het warme bed, naar de Prinsengracht. Dáár komen de kinderen Israëls hun te gemoet; zij hebben den naam van ‘vroeg op te staan’ - maar ze doen 't ook in werkelijkheid. Als er wat te verdienen is zijn zij, met loffelijken ijver, bij de hand, vóór anderen; zij duwen hun handkar voort en - moeder de vrouw zit er in! Waarom zou ze niet rijden? 't Kost niets meer en straks zal ze nog genoeg moeten loopen, als ze haar groenten gaat uitventen, want ‘moeder’ loopt even hard met de savooie kool of rapen, als ‘vader’ met Hoornsche wortelen en uien.
Na de groenten, de melk.
De melkboeren komen iets later naar stad, maar toch zijn ze van vijf uur af al op weg, omdat tusschen vijf en zes uur de ‘tollen’ open zijn. Achter en naast elkander rijden ze voort tot aan het ‘Stuivertje,’ op den hoek van de Vondel- en Stadhouderskade; dáár wordt 's morgens vroeg en ook tegen den avond, de melkmarkt gehouden. Alles en iedereen is daar druk in de weer; vóór de klok zes uur heeft geslagen wordt in ‘het Stuivertje’ reeds geloofd en geboden, gebitterd en gegeten, gekibbeld en weer vrede gemaakt.
De opkoopers wachten in die herberg de boeren af en voorzien zich van de noodige hoeveelheid melk die zij, op hunne beurt weer, aan de ‘slijters’ over doen. Veel buiten-boeren gaan zelf met hun wagens de stad in en enkelen onder hen bedienen zelfs particulieren, die liever niet van de Amsterdamsche melk-inrichtingen koopen, omdat ‘hun boer’ geen duinwater in zijn melk doet. - Gelukkig dat de kikkersloten niet klappen!”

 

2063165-c7046f828a0ffd6087047ff4f95b2d12.jpg 
Justus van Maurik (16 augustus 1846 - 18 november 1904)
Amsterdam, Overtoom. Vanaf de Stadhouderskade tot ongeveer bij de Anna Vondelstraat werd de Overtoom tot oktober 1901 de Vondelkade genoemd. Justus van Maurik werd geboren in Amsterdam.

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Tagebücher

„St. Moritz, Donnerstag, den 20. VII 1950
Gut geschlafen wie auch K.. Bad und Theefrühstück. Ausbleiben von Post, scheinbares Versagen des Dolder-Concierge. Brief an Direktor Kraehenbühl. Unabhängig hiervon die Frage ob Franzl antworten wird. Das Waldhaus, wohin sein Brief gehen würde, schickt getreu. Er wird wohl nicht wissen anzufangen und in seinen Schriftzügen werden ja nicht seine Augen sein, la forza de suo bel viso. – Michelangelos Gedichte beschäftigen mich nachhaltig. Ich möchte darüber schreiben. Diese sinnlich-übersinnliche Liebeskrankheit, diese phantastische Aufgewühltheit, die immer das Verfallensein an das Schöne als Liebe zu Gott und dem Geistigen deutet, diese Kraßheit der Schilderung der eigenen Häßlichkeit, des eigenen Lebenselends halten mich gewaltig fest.

 2063165-c52a8e7f44b6a602f795fe231ebf91ce.jpg
Het landhuis in Bad Tölz, van 1909 tot 1917 in het bezit van de familie Mann

 

Das erotisch aushaltende Alter, das unbezähmbare Verfallensein an schöne Augen. – Das Wetter bedeckt und kühl. Kleine Heiz-Sonne im Zimmer – Schrieb etwas am Kapitel weiter. (Besteigung des Felsens). – Schöne Spaziergänge vormittags und gegen Abend mit K. .- Die Mäntel kamen gute englische Ware. – Sah Michelangelos Bekenntnisse weiter an in Gedanken an einen Aufsatz. – Geschichte der Päpste. – Ein paar Postkarten. Ausbleiben von Post, fast ganz, im Allgemeinen und im Besonderen. Wüsste der Junge in der weißen Jacke, wie ungeduldig ich bin, ein paar Worte von ihm in Händen zu haben, er würde sich etwas mehr beeilen! – Die Küche hier ist vorzüglich. – K. rief Frau Ninon Hesse an abends.“

 

 2063165-29f965ecaffa7f6763c78ce380f11ce8.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)
Hier in zijn werkkamer in Californië

 

 

De Duitse dichter en schrijver en germanist Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook alle tags voor Hans-Ulrich Treichel op dit blog en ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit: Anatolin

„Abfahrt Berlin Hauptbahnhof 12.37 Uhr. Ankunft Kutno 17.07 Uhr. Der Berlin-Warszawa-Expreß war reservierungspflichtig. Ich hatte einen Platz an der Abteiltür reserviert, da ich sowohl im Flugzeug als auch in der Bahn zu Beklemmungen neige, wenn ich nicht am Gang beziehungsweise an der Abteiltür sitze. Neben mir war zudem frei, so daß ich mich auf eine entspannte Reise freuen konnte. Mir gegenüber saß eine ältere, ganz in Schwarz gekleidete Dame und daneben ein junges, unübersehbar verliebtes Pärchen. Der junge Mann mit seinem strohig-blonden Haar, den vollen Lippen und melancholischen Augen gefiel mir. Und das Mädchen, das eine sehr tief sitzende Jeans, eine viel zu kurze Bluse und eine Perle im Bauchnabel trug, ebenfalls. Die beiden redeten unentwegt miteinander, allerdings auf polnisch, was ich schade fand, ich hätte sie gern ein wenig belauscht. Und wenn sie nicht redeten, dann küßten sie sich, was weder die ältere Dame noch mich störte. Im Gegenteil. Wäre ich der junge Mann gewesen, dann hätte ich das Mädchen auch geküßt. Ich fand es sehr anziehend, zumal sie mich beim Küssen einige Male durch den Vorhang ihrer brünetten Haare unverhohlen anschaute und anscheinend nichts dagegen hatte, daß ich den beiden bei ihren Zärtlichkeiten zusah.
Ich bemühte mich trotzdem, mich auf meine eigenen Angelegenheiten zu konzentrieren, und blätterte zuerst im Fahrplanheft, holte dann meine Lektüre aus der Tasche und breitete sie auf dem Sitz neben mir aus. Der Zug fuhr laut Plan über Frankfurt/Oder, Rzepin, Poznan und Konin nach Kutno. Konin kannte ich aus den Papieren meiner Eltern. Hier hatten sie im anuar 1945 ihr erstes Kind Günter auf der Flucht vor den Russen zurücklassen müssen, waren danach in einen Wald geflüchtet und schließlich für ein Jahr in einem polnischen Arbeitslager interniert worden.“

 

 2063165-970aada9cd774b651deacac433e4d556.jpg
Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

 

De Italiaanse schrijver, satiricus en journalist Stefano Benni werd geboren op 12 augustus 1947 in Bologna. Zie ook alle tags voor Stefano Benni op dit blogen ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit:The Story of First-Aid and Beauty Case (Vertaald door Chad Davidson Marella Morris)

"You do know how to drive a motorcycle, don't you?"
At that, First gave a real story-worthy smile, blasted a cloud of gasoline vapors and took off zigzagging down the wrong side of the road. Those who saw him that day said he was doing at least one-hundred and seventy-five an hour. The power of love! They heard the noise of that tornado that came through, but saw nothing more than the light from a shooting star. First took curves so tightly that instead of getting gnats in the face, he had to be careful of earthworms. And Beauty wasn't the slightest bit scared. On the contrary, she cried out in joy. It was then that First understood she was the love of his life.
When they arrived in front of Beauty's house, First reared up the motorcycle and Beauty flew off through the window, right into the living room armchair. Her mom saw her sitting there and said:
"Where were you? I didn’t even hear you come in!"
In that same moment, they heard First coming to a stop against the roll-up door of a filling station. He got up: the motorcycle had lost one wheel and the gastank. No big deal. He filled up his mouth with gas and left for home on one wheel spitting mouthfuls of gas every now and then into the carburator.
He stretched out on his bed and declared to four cockroaches: "I'm in love."
"And who with?" they asked.
"With Beauty Case."
"Hot chick," said the cockroaches in chorus (around those parts cockroaches spoke colorfully).
The next night, First and Beauty Case went out again together. After thirty seconds First asked if he could kiss her. Beauty Case gulped down her ice cream.
They began kissing at nine fifteen and according to various witnesses the first to take a breath was First at two in the morning”.

 

 2063165-40628ce0b4ef2e489518004aadffa7b9.jpg
Stefano Benni (Bologna,12 augustus 1947)

 

 

De Nederlandse schrijver Marcellus Emants werd op 12 augustus 1848 in Voorburg geboren. Zie ook alle tags voor Marcellus Emants op dit blog en ook mijn blog van 12 augustus 2010.

Uit: Inwijding.

“Nog nooit had Theodoor zo intens de gewaarwording gehad van heel, heel gelukkig te zijn. Een opwindende blijheid lag over zijn denken als kleurophelderend vernis over de verven van een schilderij en die blijheid doorzong zijn vertederd gevoelen als verre muziek het zachte suizen van een woud.
Het winnen van Tonia's liefde was een triomf voor hem geweest en zo machtig heerste in zijn gemoed het zaligend besef van dit triomferen, dat het al wat hij deed en ondervond doordrong. In de melancholicus wordt elke ervaring tot een leed, omdat hij zich er niet tegen opgewassen voelt; in Theodoor werden nu al de dingen van zijn leven tot genietingen, omdat hij zich steeds voelde zegevieren. In zijn dorste werkzaamheden had hij plezier; onder de hinderlikste wrijvingen van moeder en zuster kon hij blijmoedig blijven; opgeruimd voorkomend en zelfs deelnemend bewoog hij zich onder tijdgenoten op de soos of in deftiger gezelschap op viezietes, vergaderingen, dienees. Altoos en overal was 't hem, of hij een kostbaar kleinood met zich omdroeg, een kleinood, dat hij, onbespied en onvermoed door jaloers afkeurende blikken, in zich borg, een talisman, die hem onkwetsbaar zou maken voor de grievendste teleurstellingen van het leven en die elk maatschappelik sukses zou verhogen tot een dubbele zege.
En dit gevoel van gelukkig te zijn maakte hem gezond en krachtig tevens. Hij verbeeldde zich nu pas rustig aan zijn carrière te kunnen gaan arbeiden, wijl hij zich nu eerst niet anger hoefde te bekreunen om kwellende behoeften van lichaam en gemoed. Soms vroeg hij zich af, hoe 't mogelik was, dat hij zulk een heerlikheid had gevonden: een vrouw, die van hem hield, die zo gans en al naar zijn smaak was, die in geen enkel opzicht zijn vrijheid belemmerde, die hem nooit in opspraak zou brengen, die naar geen verandering haakte. En als hij zich dan bekennen moest, dat het toeval hem gediend had en hij met recht een geluksvogel mocht heten, dacht hij toch ook altijd weer met pedanterie aan zijn takt; want zonder die takt - daar twijfelde hij geen sekonde aan - zou zij nooit zo smoor verliefd op hem zijn geworden.”

 

 2063165-c68dbb5ef301d6f3d677879752ea175c.jpg
Marcellus Emants (12 augustus 1848 – 14 oktober 1923)
Cover

 

 

De Japanse dichter, romancier en essayist Naoki Higashida werd geboren op 12 augustus 1992 in Kimitsu. Zie ook alle tags voor Naoki Higashida op dit blog.

Uit:The Reason I Jump (Vertaald door David Mitchell)

“When you look at something, what do you see first?
So how do people with autism see the world, exactly? Us, and only us, can ever know the answer to that one! Sometimes I actually pity you for not being able to see the beauty of the world in the same way we do. Really, our vision of the world can be incredible, just incredible...You might reply, "But the eyes we all use to look at things work the same way, right?" Fair enough, you may be looking at the exact same things as us, but how we perceive them appears to be different. When you see an object, it seems that you see it as an entire thing first, and only afterwards do its details follow on. But for autistic people, the details jump straight out at us first of all, and then only gradually, detail by detail, does the whole image sort of float up into focus.
What part of the whole image captures our eyes first depends on a number of things. When a colour is vivid or a shape is eye-catching, then that's the detail that claims our attention, and then my heart kind of drowns in it, and we can't concentrate on anything else. Every single thing has its own unique beauty. People with autism get to cherish this beauty, as if it's a kind of blessing given to us. Wherever we go, whatever we do, we can never be completely lonely. We may look like we're not with anyone, but we're always in the company of friends”.

 

 2063165-5ac379c5f80b62a1c783ade92fa05f61.jpg
Naoki Higashida (Kimitsu, 12 augustus 1992)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2015 en ook mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:55 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Hugh MacDiarmid, Ernst Stadler, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus

 

Dolce far niente

 

 2062891-3c778b6766b7945fbfef1922a9c3bf95.jpg
Het Weteringcircuit in Amsterdam

 

Uit: De zwerftocht van Remco Campert (Ons Amsterdam, redactie Jojanneke Claassen en Jochem Brouwer)

“De AJP- puddingfabriek in de Huidekoperstraat, een van die twee straatjes langs Alhambra en uitkomend op de Nicolaas Witsenkade, lag tegenover ons huis op nummer 23. Als ik op mijn twaalfde, denk ik, tussen de middag uit school kwam, zaten de meisjes uit de fabriek altijd op onze stoep te zonnen. Van die brutale meiden met witte mutsjes en witte jassen. En daar moest ik dan tussendoor stappen. Voor de hoek was ik al bang en kwam ik de hoek om, dan zag ik… ja hoor. Mijn moeder had een engagement in Amsterdam en in verband daarmee verliet ik Den Haag, waar ik op 28 juli 1929 ben geboren. We woonden boven een oude paardenstal, die als fietsenstalling werd gebruikt en waar de NSB eenmaal per week liederen kwam zingen, maar het was een fijn buurtje. Schaatsen op de Nicolaas Witsenkade – daar heb ik nog een gedicht over gemaakt; dat ik samen met mijn vriendje een briefje van ƒ 25 op het ijs vind. En dan had je de resten van het Paleis van Volksvlijt op het Frederiksplein, waar de prachtige galerij nog van over was.
Ik heb even op het Frederiksplein op school gezeten, maar dat was echt heel kort. Daarna kwam het Amsterdams Lyceum op het Valeriusplein. Over de Weteringschans liep ik naar lijn 16 op het Weteringcircuit, die me keurig voor school afzette – áls ik instapte. Ik spijbelde nogal. Dan liep ik over de Weteringschans, twijfelend of ik wel of niet. Vaak sloeg ik resoluut rechtsaf, richting binnenstad.
Vooral de laatste maanden ging ik nauwelijks meer. Ik vond die school verschrikkelijk, helemaal toen ze me een klas terugzetten. Ik had er goeie vrienden, zoals Rudy Kousbroek, met wie ik in het Lyceum Café (op de hoek Okeghemstraat, het is nu een restaurant) rondhing. Niet voor pils of zo, want daar waren we nog niet aan toe. Voor de schoolkrant Halo, waar we aan meewerkten. Maar dat hele onderwijs… ik heb het examen niet eens gedaan. Ik heb me op school nooit op mijn gemak gevoeld”

 

 2062891-13f344c1bf03d7b0d93e5c4c6df26edb.jpg

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Remco Campert met zijn moeder in het Haagse Bos

 

 

De Schotse dichter Hugh MacDiarmid werd geboren op 11 augustus 1892 als Christopher Marray Grieve in Langholm. Zie ook alle tags voor Hugh MacDiarmid op dit blog.

 

Stony Limits (Fragment)
(In Memoriam: Charles Doughty, 1843-1926)

I know how on turning to noble hills
And stark deserts happily still preserved
For men whom no gregariousness fills
With the loneliness for which they are nerved
—The lonely at-one-ment with all worth while—
I can feel as if the landscape and I
Became each other and see my smile
In the corners of the vastest contours lie
And share the gladness and peace you knew,
—The supreme human serenity that was you!

I have seen Silence lift his head
And Song, like his double, lift yours,
And know, while nearly all that seems living is dead,
You were always consubstantial with all that endures.
Would it were on Earth! Not since Ezekiel has that faw sun ringed
A worthier head; red as Adam you stood
In the desert, the horizon with vultures black-winged,
And sang and died in this still greater solitude
Where I sit by your skull whose emptiness is worth
The sum of almost all the full heads now on Earth
—By your roomy skull where most men might well spend
Longer than you did in Arabia, friend!

 

 2062891-04bd0e32acffa2ec9e4d11e25a3ef350.jpg
Hugh MacDiarmid (11 augustus 1892 – 9 september 1978)
Portret door Alexander Moffat, 1978

 

 

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook alle tags voor Ernst Stadler op dit blog.

 

Baldur-Christus

Und wieder ward der zeugende Tropfen Bluts aus Baldurs Wundenmalen
Zu roter Blüte erlöst in der Seele eines Menschen.
Das war, als der südliche Mittag mit glühenden Lippen
Verdurstend an den Steppen sog von Palästina.
Heiß gärte ihr Blut, und von der trocknen Straße stieg
Ein Feueratem auf
Und wirbelte in braunen Flocken
Um sonnverbrannte, staubstarrende Gesichter,
Als sie ihn zum ersten Male sahen.
Der Sommerwind riß gierig Jubelrufe
Von ihrem Mund und schleifte sie die Gassen lang:
»Hosianna! Hosianna!«
Palmen schwankten und bunte Tücher,
Und ein Leuchten floß
Von ihm in alle Seelen
Und jauchzte durch die Welt . . .

Und es sank der Mittag hin, und das Lied verschwamm
In blauem Dämmern, das von den Bergen niederrollte.
Abendgluten rankten sich um Marmorsäulen,
Bluteten auf den weißgebauschten Mantel, zuckten
Um wutverzerrte, bleiche Züge,
Um geballte Fäuste,
Die sich empor warfen zur Terrasse, wo
Er träumend über ihre Häupter weg
Den Tag ins blaue Meer verklingen sah –
»Kreuzige ihn! Kreuzige ihn!«
Dumpfes Hämmern durch das schwüle Zwielicht.
Glühend starrt die Gier.
Die rostigen Nägel beißen sieh ins Fleisch.
Die Sehnen springen.
Dampfend quillt das Blut.
Ein Wimmern stirbt
Im trunknen Reigen, der von Blut und Gier berauscht
Das Kreuz umrast:
»Hilf dir, König der Juden!«

Und der Sturm stöhnt auf.
Schreiend verstiebt der Schwarm.
Falbe Blitze stechen nieder,
Rasen durch die Straßen der Stadt,
Die wie von schwarzer Asche verschüttet starrt,
Fern verdröhnend . . .
Dann weicher Regen . . .
Atmende Stille . . .
Die Palmen schauern sich
Den Rieseltau von feuchten Blättern.
Ein Windstoß reißt die Wolken auseinander . . .
Aus grauen Nebeln weiß
Der Mond.
Ein bleiches Leuchten rieselt den schwarzen Stamm hinab,
Der jäh sich auf reckt in die Nacht auf Golgatha.
Zittert auf geschlossnen Lidern
Und fahlen Wangen, über die
Vom Dornkranz, der mit Raubtierpranken
Sich tief ins Fleisch gekrallt,
Ein dünnes Rot hinsickert . . .
Dann wieder Nacht.
Und wieder stöhnt der Sturm . . .
Schwer sinkt ein schlaffes Haupt zur Brust herab.

 

 2062891-6c6ce2b0dcff2a0f7c32097df270215a.jpg
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

 

 

De Japanse schrijver Yoshikawa Eiji werd geboren op 11 augustus 1892 in de prefectuur Kanagawa. Zie ook alle tags voor Yoshikawa Eiji op dit blog.

Uit: Taiko (Vertaald door William Scott Wilson)

"It's my bee!" "It's mine!" "Liar!" Seven or eight young boys swept across the fields like a whirlwind, swinging sticks back and forth through the yellow mustard blossoms and pure-white radish flowers, looking for the bees with honey sacs, called Korean bees. Yaemon's son, Hiyoshi, was six years old, but his wrinkled face looked like a pickled plum. He was smaller than the other boys, but second to none among the village children when it came to pranks and wild behavior. "Fool!" he yelled as he was knocked down by a bigger boy while fighting over a bee. Before he could get to his feet, another boy stepped on him. Hiyoshi tripped him "The bee belongs to the one who caught it! If you catch it, it's your bee!" he said, nimbly jumping up and snatching a bee out of the air. "Yow! This one's mine!" Clutching the bee, Hiyoshi took another ten steps before opening his hand. Breaking off the head and the wings, he popped it into his mouth. The bee's stomach was a sac of sweet honey. To these children, who had never known the taste of sugar, it was a marvel that anything could taste so sweet. Squinting, Hiyoshi let the honey run down his throat and smacked his lips. The other children looked on, their mouths watering. "Monkey!" shouted a large boy nicknamed Ni'o, the only one for whom Hiyoshi was no match. Knowing this, the others joined in. "Baboon!" "Monkey!" "Monkey, monkey, monkey!" they chorused. Even Ofuku, the smallest boy, joined in. He was said to be eight years old, but he was not much bigger than the six-year-old Hiyoshi. He was much better looking, however; his complexion was fair, and his eyes and nose were nicely set in his face. As the child of a wealthy villager, Ofuku was the only one who wore a silk kimono. His real name was probably something like Fukutaro or Fukumatsu, but it had been shortened and prefaced with the letter o in imitation of a practice common among the sons of wealthy families. "You had to say it too, didn't you!" Hiyoshi said, glaring at Ofuku. He did not care when the other boys called him monkey, but Ofuku was different. "Have you forgotten that I'm the one who always sticks up for you, you spineless jellyfish!"

 

 2062891-7b8b4945d01535d95f4065d2e1f605ef.jpg
Yoshikawa Eiji (11 augustus 1892 – 7 september 1962)
Cover

 

 

De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932. Zie ook alle tags voor Fernando Arrabal op dit blog.

Uit: Viva la muerte

“La radio reposait sur l'ancienne table de nuit de grand-mère. Dans le tiroir de la table - où elle rangeait ses médailles, ses petits livres de messe, ses pastilles - tu mettais maintenant ton jeu de cartes, un grand agenda et des papiers. Dans le bas de la table de nuit - où grand-mère mettait son pot de chambre - tu rangeais maintenant le bottin.
(…)

Tante Clara m'a mis une serviette autour de chaque poignet, puis elle m'a ligoté encore avec une corde qu'elle a attaché de chaque côté du lit. Elle avait les mains froides. Moi, j'avais les yeux fermés; Quand je les ouvrais je voyais la lampe qui pendait du plafond.
Tante Clara ne m'a pas mis une serviette autour des chevilles. Elle me les a attachées avec une corde de chaque côté du lit. J'ai senti ses mains froides, mais je l'ai pas regardée.
Tante Clara m'a frappé avec la ceinture. Pour qu'on ne nous entende pas, je n'ai pas crié. Puis elle les a pris tous les deux dans ses mains froides. Je lui ai dit que ça, non. Tante Clara a dit que le Christ n'avait pas hésité à souffrir pour nous sauver. Elle me les a serrés petit à petit. Alors j'ai crié.
Tante Clara respirait comme lorsque je la fouettais. Puis j'ai senti qu'il se passait quelque chose de différent.
Quand tout a été terminé, tante Clara m'a dit que je devais aller me confesser tout de suite."

 

 2062891-eb0b994cb864d4e1ffef6224182c6b1e.jpg
Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)
Scene uit de gelijknamige film uit 1971

 

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Andre Dubus werd geboren op 11 augustus 1936 in Lake Charles, Louisiana. Zie ook alle tags voor Andre Dubus op dit blog.

Uit: Dancing After Hours

“He slipped into masturbation and nearly always, afterward, felt he was too old for this, too, and what he wiped from his hand onto the sheet was his dignity. But sometimes on long afternoons when he could think of nothing but Doreen Brodie, of phoning her and asking her for a date, of having dinner with her, of making love with her, and so falling in love with her, he resorted to the dry and heartless caress of his hand; then, his member spent and limp as his soul, he focused clearly on his life again, and he did not call Doreen. He had married friends and went to their homes for dinner, or joined them at bars, but mostly he was alone in his apartment. So working nights, which had been an intrusion on his marriages and an interference with his dating, became a blessing. He started reading history or philosophy during the day, going for long walks, and keeping a journal in spiral notebooks. He wrote every morning before breakfast: reflections on what he read, on people at the restaurant, sketches of the town and river and sky as he saw them on his walks. He wrote slowly, used a large dictionary, and took pleasure in precise nouns, verbs, and adjectives. He liked working with colors. He wrote nothing painful or erotic; he did not want his children to feel pity or shame when they went through his effects after his death. For a summer and fall, a winter and part of a spring, Lee Trambath lived like this, till an April morning when he woke to the sound and smell of rain. As he dressed he remembered that yesterday he had meant to buy coffee, but, drawn by sunshine and a salty breeze from the sea, he had walked along the river, instead of to the store. He wanted to write about rain, try to put its smell and sound on paper. »

 

 2062891-c0545efb715d01c3abad583c7b1a2c2f.jpg
Andre Dubus (11 augustus 1936 -  24 februari 1999)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2016 en ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:06 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten