Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 augustus 2017 tot 25 augustus 2017

Martin Amis, Kees Stip, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder, Thea Astley

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Het interessegebied (Vertaald door Janneke van der Meulen)

“Ik was niet onbekend met de bliksemflits; ik was niet onbekend met de donderslag. Benijdenswaardig ervaren in deze zaken, was ik niet onbekend met de wolkbreuk – de wolkbreuk, en daarna de zonneschijn en de regenboog.
Ze kwam terug uit de oude stad met haar twee dochters, en ze bevonden zich al een flink eind binnen het Interessegebied. Een lange laan – haast wel een zuilengang – strekte zich uitnodigend voor hen uit, omzoomd door esdoorns, waarvan de takken en het gelobde loof zich hoog in de lucht met elkaar verstrengelden. Een namiddag hartje zomer, met miniem glinsterende muggen... Mijn notitieboekje lag opengeslagen op een boomstronk, en een lichte bries neusde nieuwsgierig door de bladzijden.
Lang, breedgebouwd, welgevuld en toch lichtvoetig, in een geschulpte, enkellange witte jurk, met een zachtgele strohoed met een zwart lint op en zwaaiend met een strooien tas (de meisjes, eveneens in het wit, droegen ook een strohoed en een strooien tas), bewoog ze zich in en uit vlagen donzige, geelbruine, leeuwachtige warmte. Ze lachte – hoofd in de nek, gespannen hals. Parallel aan haar hield ik gelijke tred, in mijn sobere tweed jasje en gekeperde pantalon, met mijn klembord en vulpen.
Nu stak het drietal de oprit van de manege over. Terwijl haar kinderen plagerig om haar heen dartelden, passeerde ze de decoratieve windmolen, de meiboom, de galg met drie wielen, het trekpaard dat losjes was vastgemaakt aan de ijzeren waterpomp, en liep toen verder.
Het Ka Zet in, Ka Zet I in.
Er gebeurde iets bij die eerste aanblik. Bliksem, donder, wolkbreuk, zonneschijn, regenboog – de meteorologie van de eerste aanblik.
Haar naam was Hannah – mevrouw Hannah Doll.
In de officiersclub, gezeten op een paardenharen sofa, omringd door bronzen paardentuig en paardenprenten en onder het genot van ersatzkoffie (koffie voor paarden) zei ik tegen Boris Eltz, met wie ik al mijn leven lang bevriend was: ‘Heel even was ik weer jong. Het leek wel liefde.’

 

 2067376-c50550490304fdefec3674a830f6805c.jpg
Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

 

 

De Nederlandse Cornelis Jan (Kees) Stip werd geboren in Veenendaal op 25 augustus 1913. Zie ook alle tags voor Kees Stip op dit blog.

 

De kersenpluk

De ladder stijgt omhoog in het azuur
en gaat meteen al in het groen verloren.
Meikersen in je mond en aan je oren
en in de emmer, pluk maar, pluk het uur

en pluk de dag waarop je vantevoren
de zon hebt zien verrijzen en rood vuur
uitgieten op het groen van de natuur
waartoe je nu ook zelf schijnt te behoren.

Het eten is de volgende etappe.
Durf ik wel dat kersrode kersenpaar
onder dat zwarte springerige haar
brutaalweg van het oortje af te happen?
Geduld, geduld, het lieve leven roept.
Mijn laatste oortje is nog niet versnoept.

 

 

Er was een bij te ’s-Gravenhage

Er was een bij te 's-Gravenhage
die antwoord wist op alle vragen.
Toen men hem moeielijk genoeg
‘Wat was was eer was was was?’ vroeg,
werd hij de winnaar van de quiz
met ‘Eer was was was was was is.’

 

 

Op een kat

'Ik zie,' zo sprak een kat uit Heeze
'bij voorkeur mooie Siamesen.'
Een tweede kat, een Yperse,
sprak daarop snel: 'Ik Cyperse.'
Toen sprak een kat uit Groenekan:
'En waarmee cypert u ze dan?'

 

 2067376-4f871497dd4200cf5dbc065e8b9f93a3.jpg
Kees Stip (25 augustus 1913 – 27 juni 2001)

 

 

De Britse schrijver Howard Jacobson werd geboren op 25 augustus 1942 in Manchester. Zie ook alle tags voor Howard Jacobson op dit blog.

Uit: The Finkler Question

“In reality there had even been children.
But beyond the reality something beckoned.
On a school holiday in Barcelona he paid a gypsy fortune-teller to read his hand.
"I see a woman," she told him.
Treslove was excited. "Is she beautiful?"
"To me, no," the gypsy told him. "But to youe_SLps maybe. I also see danger."
Treslove was more excited still. "How will I know when I have met her?"
"You will know."
"Does she have a name?"
"As a rule, names are extra," the gypsy said, bending back his thumb. "But I will make an exception for you because you are young. I see a Juno – do you know a Juno?"
She pronounced it "Huno". But only when she remembered.
Treslove closed one eye. Juno? Did he know a Juno? Did anyone know a Juno? No, sorry, no, he didn't. But he knew a June.
"No, no, bigger than June." She seemed annoyed with him for not being able to do bigger than June. "Judy Julies Judith. Do you know a Judith?"
Hudith.
Treslove shook his head. But he liked the sound of it – Julian and Judith. Hulian and Hudith Treslove.
"Well, she's waiting for you, this Julie or Judith or Juno I do still see a Juno."
Treslove closed his other eye. Juno, Junos
"How long will she wait?" he asked.
"As long as it takes you to find her."
Treslove imagined himself looking, searching the seven seas. "You said you see danger. How is she dangerous?"

 

 2067376-f123dfab8029270a43455410d6608e43.jpg
Howard Jacobson (Manchester, 25 augustus 1942)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

 

Sitting Outside at the End of Autumn

Three years ago, in the afternoons,
I used to sit back here and try
To answer the simple arithmetic of my life,
But never could figure it—
This object and that object
Never contained the landscape
nor all of its implications,
This tree and that shrub
Never completely satisfied the sum or quotient
I took from or carried to,
nor do they do so now,
Though I'm back here again, looking to calculate,
Looking to see what adds up.

Everything comes from something,
only something comes from nothing,
Lao Tzu says, more or less.
Eminently sensible, I say,
Rubbing this tiny snail shell between my thumb and two fingers.
Delicate as an earring,
it carries its emptiness like a child
It would be rid of.
I rub it clockwise and counterclockwise, hoping for anything
Resplendent in its vocabulary or disguise—
But one and one make nothing, he adds,
endless and everywhere,
The shadow that everything casts.

 

 

Spider Crystal Ascension

The spider, juiced crystal and Milky Way, drifts on his web through the night sky
And looks down, waiting for us to ascend ...

At dawn he is still there, invisible, short of breath, mending his net.

All morning we look for the white face to rise from the lake like a tiny star.
And when it does, we lie back in our watery hair and rock.

 

 2067376-358749a8b357061172554b19ecbd5c78.jpg
Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

 

De Duitse schrijver Maxim Biller werd geboren op 25 augustus 1960 in Praag. Zie ook alle tags voor Maxim Biller op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Die Tochter

„Als Motti Wind nach zehn langen, bedrückenden Jahren seine Tochter Nurit wiedersah, hatte sie fast gar nichts an. Ihre dunkle Windjacke, die weiße Bluse und die Jeans lagen neben ihr auf dem großen Hotelbett, das mit einer schweren roten Decke bezogen war. Sie hatte bereits ihre Socken abgestreift und die beiden gelben Spangen aus dem Haar gelöst, sodass es nun über ihre nackten Schultern fiel und ihren hohen Brustansatz bedeckte. Während sie das orangefarbene Bikinioberteil, das vorne zusammengebunden war, vorsichtig aufzuschnüren begann, überlegte Motti kurz, ob es nicht besser wäre aufzuhören, aber dann dachte er, dass es ohnehin keine Rolle spielte, ob er weitermachte oder nicht. Ihre großen, mädchenhaften Brüste wirkten wie angeschwollen, man sah ihnen an, dass sie gerade erst gewachsen waren.“
(…)

„Also sprach er zu sich selbst: Ich werde sie retten vor ihr und vor mir [...] Und sie sprach in ihrem fünften Lenz noch nicht einmal die Sprache ihres Volks. Und weil also in all den Wochen und Monaten und Jahren nichts geschehen war, wurde Mordechais Angst groß, dass es nichts und niemanden über und unter ihm gab, nicht links und nicht rechts und auch nicht hinter der orangegelben Sonne und der weißen Scheibe des Monds, und darum sah er, dass er allein etwas tun müsse [...] nahm er Nurit bei der Hand und führte sie wie eine Schlafwandlerin zum Fenster im Wohnzimmer, und dort hob er sie auf die Fensterbank, und er zeigte hinaus und redete eine Weile so auf sie ein wie eh [...] doch sie blieb stumm und stumpf wie immer [...] Dann erst öffnete er das Fenster [...] Und so lockerte er den Griff seiner Finger, denn er wollte ihr gut, und dann ließ er sie ganz los, worauf sie nun allein am Rand des Abgrunds stand, aber sie schwankte nicht, sie verharrte eine lange Weile vollkommen still, und endlich, ohne dass er sie berührt oder gestoßen oder es ihr befohlen hätte, begann sie zu fallen.“

 

 2067376-733903ab5d56842915e23a32538f9d6b.jpg
Maxim Biller (Praag, 25 augustus 1960)
Cover

 

 

De Engelse schrijver Frederick Forsyth werd geboren in Ashford, Kent, op 25 augustus 1938. Zie ook alle tags voor Frederick Forsyth op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: De onderhandelaar (Vertaald door Hugo en Nienke Kuipers)

“November 1989
De winter kwam vroeg dat jaar. Al in het eind van november joegen de eerste ijzige voorboden, voortgedreven door een scherpe wind uit de steppen in het noordoosten, over de daken van de Moskouse huizen. Het hoofdkwartier van de Russische generale staf was gevestigd op Froenzestraat 19, een grijs gebouw uit de jaren dertig met een veel nieuwer, acht verdiepingen tellend bijgebouw aan de overkant van de straat. Voor zijn raam op de bovenste verdieping van het oude gebouw stond de Russische chef-staf naar de ijzige neerslag te kijken. Zijn stemming was even somber als de naderende winter. Maarschalk Ivan K. Kozlov was zevenenzestig, twee jaar boven de officiële pensioengerechtigde leeftijd, maar zoals in alle andere landen vonden ook in de Sovjet-Unie degenen die de regels opstelden, dat ze er zelf niet aan gebonden waren. In het begin van het jaar was hij tot verbazing van velen in militaire kringen de oude maarschalk Achromejev opgevolgd. De twee mannen verschilden als water en vuur. Terwijl Achromejev een kleine broodmagere intellectueel was geweest, was de witharige Kozlov een bulderende reus van een vent, een soldaat in het kwadraat, zoon, kleinzoon en neef van soldaten. Voor zijn promotie was hij de derde plaatsvervangend chef-staf geweest, maar om hem voor de opvolging in aanmerking te laten komen waren de nummers een en twee geruisloos met pensioen gestuurd. Iedereen wist waarom juist hij tot chef-staf was benoemd. Van 1987 tot 1989 had hij discreet en bekwaam leiding gegeven aan de Russische terugtrekking uit Afghanistan, een operatie die zonder schandalen, grote nederlagen of (en dat was het belangrijkste) gezichtsverlies tot een goed eind was gebracht, hoewel de wolven van Allah het hele eind tot aan de Salang-pas naar de hielen van de Russen hadden gehapt. De operatie had hem veel prestige opgeleverd en hem onder de aandacht van de secretaris-generaal gebracht.”

 

 2067376-13935686f803ce976e1b63f17f8db207.jpg
Frederick Forsyth (Ashford, 25 augustus 1938)

 

 

De Faeröerse schrijver Jógvan Isaksen werd geboren op 25 augustus 1950 in 25/08/1950 in Tórshavn, Faröer Eilanden. Zie ook alle tags voor Jógvan Isaksen op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Option Färöer (Vertaald door Christel Hildebrandt)

„Wer ist Heindrik«, fragte er ungeduldig.
Zur Hölle mit Birgir. Sicher hatte er alles durcheinandergebracht.
»Das weiß ich nicht. Mir ist nur gesagt worden, wenn ich reinwollte, sollte ich von Heindrik grüßen.«
»So einen Quatsch wie Codeworte benutzen wir nicht.«
Er wollte die Tür schließen, aber ich fragte schnell: »Und wie komme ich dann rein?«
Er hielt die Tür einen Spalt offen: »Du musst Mitglied sein, wie überall. Das kostet tausend Kronen.«
Während ich noch überlegte, was ich machen sollte, erklang eine höhnische Stimme hinter dem Dickbauch.
»Lass ihn rein. Glaubst du, ein armer Schmierfink kann eure Preise bezahlen?«
Ein blonder Kopf mit Kassenbrille erschien hinter der Schulter des Türstehers. Es war Jákup Petersen, der Freund des verstorbenen Christian Joensen.
»Ja, ja, ist in Ordnung«, murmelte der Türwächter und trat zur Seite, damit ich in den schmalen Flur kommen konnte. Danach robbe er seitwärts an mir vorbei und öffnete die Tür zum Lokal, aus dem der Lärm drang. Die stakkatoartige Einleitung zu Paint it Black begann:
I see a red door and
I want it painted black ...
Die Tür wurde geschlossen und es war wieder möglich, sich zu unterhalten.
»Wer hat dir erzählt, dass du von Heindrik grüßen solltest? Es ist mindestens ei halbes Jahr her, seit sie damit Schluss gemacht haben.« Jákup Petersen sah mich misstrauisch an.
»Ein alter Freund«, antwortete ich. »Aber das ist ja uch egal. Was machst du hier?«
»Die gleiche Frage könnte ich dir stellen. Ich hätte nicht gedacht, dass ein anständiger Mann, der mit einer Polizistin zusammen ist, an so einen Ort kommt. Du kannst froh sein, dass er keine Ahnung hat, wer du bist.“

 

 2067376-88d2f32aca164afa35daecccf55565a7.jpeg
Jógvan Isaksen (Tórshavn, 25. augustus 1950)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, theoloog en cultuur-filosoof Johann Gottfried von Herder werd geboren in Mohrungen op 25 augustus 1744. Zie ook alle tags voor Gottfried von Herder op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

 

Schlaf und Tod - ein Abendsegen

Komm, o Du des Todes Bild,
Sanfter Schlaf und breite
Dein Gefieder über mich!
Süßen Schlummers Beute
Ist doch das ganze Leben!
Ist Traumwerk eitler Phantasie,
Die - ach, bald auch welket sie!
Sinkt mattem Schlummer zu!
In sanfter Ohnmacht Ruh
Schwimmen, schwinden hin der Seele Bilder!
Wie dämmernder Quell,
Alle Lebenswogen!
Wird´s mir, wird es auch so sein
Im Todeschlummer?

Wie von später, ferner Zeit
Kommen dunkle Träume
Matt zurück! In neue Welt
Schatten Jugendbäume
Die stille Seel´hinüber!
Ist´s immer nicht dieselbe Welt,
Die dem Schlummertraum gefällt?
Wird´s ewig auch so sein?
Wirst, erster Jugend Pein,
Pein und Wonne, Du mir wiederkommen?
Zwar matter und spät,
Spät und doch dieselbe?
Schöpfer! ahnet mir ein Traum
Selbst Ewigkeiten?

Sanfter Schlaf, der Dich erfand,
Birgt auch diese Sorgen!
Grauer Schleier hüllet sie.
Und am schönen Morgen
Ist selbst der Schlafgedanke
Wie Traum! schon Traum mein Schlafgebet,
Das - Du weißt es, was? - erfleht!
Zu wiegen mich in Schlaf,
Zu wähnen noch im schlaf
Theure, ferne Lebensfreunde - Schirme,
Beschirme sie, Gott!
Schlaf und Lebenswachen
Sendetst Du der Menschenzeit,
Ja, Alles Träume!


2067376-d54c505a13249ad99af218e45e62f168.jpg

Johann Gottfried von Herder (25 augustus 1744 – 18 december 1803)
Borstbeeld door Alexander Trippel, 1790

 

 

De Australische schrijfster Thea Astley werd geboren op 25 augustus 1925 in Brisbane. Zie ook alle tags voor Thea Astley op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Girl with a Monkey

“The whole street, swayed into a multicoloured pastiche of shirts, dresses, trees and motors, and figures coalesced into one huge, threatening shape that bore down upon her, now numb with fright and shock. She stood paralysed, stripped of all defence, the people silent mouthing shapes moving by, the island gardens hundreds of miles away.... `Elsie!' The ballet of heads swung in their direction and a few laughed as they stared....
Thankfully they plunged into the wood-panelled gloom of the drink-parlour which, though very small, was still escape. So they sat at the table that was farthest from the door, and the glass surface with its dried rings gave back from baize depths the frightened features of one and the angry embarrassment of the other. Phantom doubles . . . Elsie's mind divided nostalgically into two polished floors across one of which staggered Jon, drunk as a lord, and on the other trod Harry searching the walls for a corner to sit and talk. Like partners in some grotesque measure the two figures advanced retrospectively through their races. »
(…)

`Well, to be utterly truthful, there is someone else'. Hearing the cliché, he thought, 0 God I've caught it from Santa! But he was to develop a natural taste for the device and the self-exoneration for use now was the first step towards the lush journalistic pastures where they grew thick as daisies. 'No, no', he explained, brimming with utter truth, glowing with candour, 'no, not since. Before. Someone I've known for years . oh, you see how it is— ...' `Yes', Enid nodded glumly, not seeing at all. A flicker of intelligent resentment at having been used raised a lightning weal in an atmosphere of duplicity for an instant. 'But all those times—' she began to protest... . `Oh, Enid! I know. Don't make me feel a bigger bastard than I am. I know. Don't hurt me like this. Surely you don't deliberately reproach me to hurt? If the positions were reversed, do you think I would do it to you?' She did, but did not say so ... she was hurt and intolerant (so he thought) and ran from him through rainstorms of weeping into a clear dry limitless landscape none of the light romances had even suggested, while George walked quickly to the Dominion and gulped a double whisky. His man-of-the-world was shaken up but practically took his mind off the matter by re-reading the typescript of an article he was drafting on shire improvements. . . . It was amazing how quickly he put her pain out of his mind. There was a sort of mental washing of the hands, a trembling cadence of a sigh and another double Scotch. That night as he drew back the coverlet on his bed, an unusual disquiet trickled coldly over his heart. Kneeling beside his book-table and clasping his hands, he sought comfort with eyes squeezed tight. `Please God', he prayed, 'make her happy. . . . Without me', he added thoughtfully.“

 

 2067376-092bbcce030c26ccd8cd86e7158dcc68.jpg
Thea Astley (25 augustus 1925 – 17 augustus 2004)

 

 

Zie voor nog meerschrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:19 Reageer op dit bericht

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit:The Fault in Our Stars

“Late in the winter of my seventeenth year, my mother decided I was depressed, presumably because I rarely left the house, spent quite a lot of time in bed, read the same book over and over, ate infrequently, and devoted quite a bit of my abundant free time to thinking about death.
Whenever you read a cancer booklet or website or whatever, they always list depression among the side effects of cancer. But, in fact, depression is not a side effect of cancer. Depression is a side effect of dying. (Cancer is also a side effect of dying. Almost everything is, really.) But my mom believed I required treatment, so she took me to see my Regular Doctor Jim, who agreed that I was veritably swimming in a paralyzing and totally clinical depression, and that therefore my meds should be adjusted and also I should attend a weekly Support Group.
This Support Group featured a rotating cast of characters in various states of tumor-driven unwellness. Why did the cast rotate? A side effect of dying.
The Support Group, of course, was depressing as hell. It met every Wednesday in the basement of a stone-walled Episcopal church shaped like a cross. We all sat in a circle right in the middle of the cross, where the two boards would have met, where the heart of Jesus would have been.
I noticed this because Patrick, the Support Group Leader and only person over eighteen in the room, talked about the heart of Jesus every freaking meeting, all about how we, as young cancer survivors, were sitting right in Christ’s very sacred heart and whatever.
So here’s how it went in God’s heart: The six or seven or ten of us walked/wheeled in, grazed at a decrepit selection of cookies and lemonade, sat down in the Circle of Trust, and listened to Patrick recount for the thousandth time his depressingly miserable life story—how he had cancer in his balls and they thought he was going to die but he didn’t die and now here he is, a full-grown adult in a church basement in the 137th nicest city in America, divorced, addicted to video games, mostly friendless, eking out a meager living by exploiting his cancertastic past, slowly working his way toward a master’s degree that will not improve his career prospects, waiting, as we all do, for the sword of Damocles to give him the relief that he escaped lo those many years ago when cancer took both of his nuts but spared what only the most generous soul would call his life.
AND YOU TOO MIGHT BE SO LUCKY!
Then we introduced ourselves: Name. Age. Diagnosis. And how we’re doing today. I’m Hazel, I’d say when they’d get to me. Sixteen. Thyroid originally but with an impressive and long-settled satellite colony in my lungs. And I’m doing okay.”

 

 2067168-052c9566b02e2a970778a6fe3df2840c.jpg
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

 

 

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer) werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P op dit blog.

 

Balladette

Het moet niet altijd iets bijzonders zijn
Niet elke keer dat spitse, dat coquette
Leun rustig achterover in uw stoel:
Vandaag een welgeschapen balladette

Geschikt voor pleinterras, boudoir, woestijn...
En niet verkrijgbaar op muziekcassette
Verpozing, zeker, maar geen dolle boel
Vandaag een welgeschapen balladette

Ze hadden me gevraagd om een kwatrijn
Waartegen mijn geweten zich verzette
(Geweten? Laat ons zeggen, eergevoel)
Vandaag een welgeschapen balladette

O lezer/lezeres, nu ik verdwijn -
Besef hoe goed ik het met u bedoel
Vandaag een welgeschapen balladette

 

 

De vader van mijn moeder keerde weer

De vader van mijn moeder keerde weer
Van vreemde namen op de wereldkaart
Bepakt, gebruind, vermoeid (dat zag men wel)
En hoeveel goud was eigen haard niet waard!

't Gezin zat juist aan 't middagmaal terneer
Het kind sprong op. De ega sprak bedaard
‘Zo, ben je daar, Henri?’ (De tafelschel)
En hoeveel goud was eigen haard niet waard

‘François, nog een couvert hier voor mijnheer’
(Het feit is al geruime tijd verjaard
Ik heb 't gehoord zoals ik het vertel)
En hoeveel goud was eigen haard niet waard?

Hij was beroemd, bekwaam, een man van eer
Zij dirigeerde 't huiselijk bestel
En hoe! Veel goud was eigen haard niet waard

 

 

De Aarde is een welvoorziene dis

De Aarde is een welvoorziene dis
En ieder krijgt te weinig of te veel
Maar iemand moet de rekening betalen
Het leven is nog steeds geen pijp kaneel

We leren allemaal geschiedenis
De vork zit blijkbaar ergens in de steel
Maar waar de steel is, kan geen mens bepalen
Het leven is nog steeds geen pijp kaneel

We zijn 't erover eens, er is iets mis
En soms grijpt ons de onmacht naar de keel
Wat is het nut van strijd, van idealen?
Het leven is nog steeds geen pijp kaneel

Bedenk ook, wat een treurig werk dit is
Het schrijven dus van zulke lulverhalen
Het leven is nog steeds geen pijp kaneel

 

 2067168-e2f0c1903d8d04d5a95938ac6114f171.jpg
Drs. P (24 augustus 1919 – 13 juni 2015)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marion Bloem op dit blog.

Uit:Haar goede hand

“Haar oudste zus, Yola, bemoeide zich er niet mee, evenmin als Boelé, maar zij mocht Han helpen omdat Hon van haar was. Zij noemde hem zo sinds ze had leren praten. Het was geen afkorting, geen verbastering. Ze wist niet beter of dat was de naam van haar eerste hond. Iedereen was zijn vorige vergeten. Han groef een kuil vlak bij de wc van de bediendes. 'Daar liggen er nog twee,' had hij gezegd, 'honden gaan eerder dood dan mensen.' Raymond was een lopende baby. Hij dacht nog dat je dood was als je in de modder viel en je ogen dichthield. En hij dacht dat dood iets was waaruit je even later op kon staan alsof er niets gebeurd was. Haar broertje was schattig, zoals wanneer hij balanceerde terwijl hij met de aan elkaar gebonden bamboestokken in haar richting wees. Hij porde ermee in haar buik.
Ze weet zeker dat ze bij aankomst Tante en Oom met haar goede hand had begroet. Al herinnert ze zich niet hoe ze na de lange treinreis het tuinpad van Tantes erf op liepen. Als het toen niet gelukt was om haar rechterhand omhoog te brengen, hadden ze het immers meteen gemerkt. Wanneer de arm haar in de steek begon te laten, is voor haar een raadsel. Misschien logeerden ze al twee handen bij Tante, misschien pas zes vingers. Wie nog niet naar school gaat, begrijpt niks van tijd. Voor een kind duurt plezier altijd te kort, verveling te lang, en angst lijkt nooit te stoppen. Angst beklijft. Naderhand vertelde niemand haar de details. Mammie zeker niet. Pappie ook weinig. Yola en Han wel een beetje. Op hun manier. Zij waren net zo goed kinderen. Ook Yola, al moest ze op hen passen. Het kan zijn dat het geen echte herinnering is en dat ze heeft onthouden wat haar oudste broer en grote zus er naderhand over hebben verteld, maar dat denkt ze niet. Het is of haar arm weer net zo wordt als toen en steeds minder kan. Schrijven lukt nauwelijks nog. Over haar handtekening doet ze lang. Gelukkig hoeft ze die niet vaak meer te zetten. Haar kinderen regelen wat zij niet meer kan doen. Toch blijft ze de hand gebruiken. Ze geeft niet op. Als ze van buiten komt, door winterse vorst, herfstkou, lentebuien, zomerse kilte, is de hand tot niets in staat. Ze wrijft de kou eraf, houdt hem onder de warme kraan totdat er weer leven in haar vingers komt. Ze begreep niet waarom ze door haar familie alleen werd gelaten. Haar moeder, met de baby op de arm, kwam geen stap dichterbij. Dat vind je gek als je een peuter bent. Daar blijf je later altijd aan denken. Haar vader mocht wel naast haar liggen. Af en toe. Tante had Pappie een Theresiabeeldje meegegeven. Dat had ze naast zich, in haar bed. Ze heeft het nog steeds. Het is een paar keer gelijmd. Het kwam op 24 december 1950 gebroken uit de scheepskoffer.”

 

 2067168-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver en rapper Pepijn Lanen werd geboren in Utrecht op 4 augustus 1982. Zie ook alle tags voor Pepijn Lanen op dit blog.

Uit: Sjeumig

“En om het allemaal af te maken was in de verte heel zachtjes maar duidelijk het piepen en knarsen van een huifkar te horen, getrokken door een lomp boerenpaard. Het was de symbolische huifkar van een vergeten afspraak. Na nog een minuut of tien over straat slenteren als een menselijke wijnvlek in het witte damast van het leven viel het hem eindelijk allemaal te binnen. ‘CONJO’ schreeuwde hij zowel in het Spaans als in het Nederlands.
Hij keek uit het raam van de taxi naar de voorbij glijdende gevels die op een speelse manier modern en klassiek met elkaar afwisselden. In zijn hoofd woedde een wervelstorm van tijdstippen, adressen, mensen om teleur te stellen en dingen om niet te vergeten. Hij had zich verdwaald gewaand in een stadsdeel uit de jaren tachtig tot er ineens uit het niks een onooglijke taxi van de elektrische variant was opgedoemd, waar hij zich nog net niet op had geworpen. De meter stond vooralsnog op zevenentwintig euro en een slordige vijfendertig centen. Op dit moment was het olijke tweetal, bestaande uit hemzelf en de taxichauffeur met psoriasis, nog steeds onderweg om zijn laptop op te halen bij zijn atelier. De honger vrat hem van binnenuit op en de kater vervloekte hem voor het tot tweemaal toe afslaan van een gebakken ei. In zijn portemonnee woonde helaas nog maar één briefje van vijftig euro, en daarbij had de chauffeur met het huidprobleem eerder nogal nors en negatief gegromd bij de notie dat hij niet direct naar de bestemming van zijn afspraak bliefde te gaan, maar dit via een stopplek op de locatie van zijn creativiteitsbunker wenste te doen.
De meter stond inmiddels op een bescheiden zesenveertig euro met een verwaarloosbaar aantal centen achter de komma. Het ritje had zich ontwikkeld tot een expeditie de treurnis in, zo leek het. Niet alleen wilde hij gillend alle haren uit zijn hoofd trekken en zijn ogen eruit krabben vanwege de stress en de vijfenveertig minuten die hij inmiddels te laat was; maar ook maakte het urbane landschap een dusdanig deprimerende indruk op hem dat hij zijn ziel in brand wenste te steken met wasbenzine, zodat het vuur hem van binnenuit zou kunnen verteren. De plaats van afspreken was op een dreef dan wel een kade, waar zowel hij als zijn roodgevlekte mobiele metgezel nog nooit van gehoord had. Van tijd tot tijd draaide de chauffeur zich om en wees naar wat façades die opgetrokken waren in een ‘leuke’ niet-leuke klassieke stijl. Vaak stelde de chauffeur hier ook nog een vraag bij, die hij dan niet goed kon verstaan.”

 2067168-fddb5338d12512656e99353ab8057767.jpg
Pepijn Lanen (Utrecht, 4 augustus 1982)

 

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: The Liar

"Yes," said Adrian. "You still haven't told me who killed Moltaj." "The Hungarians have a wonderful word," said Trefusis. "It is puszipajtds and means roughly 'someone you know well enough to kiss in the street.' They are a demonstrative and affectionate people, the Hungarians, and enthusiastic social kissers. 'Do you know young Adrian?' you might ask and they might reply, 'I know him, but we're not exactly puszipajtas.'" "I have no doubt whatever in my mind," said Adrian, "that all this is leading somewhere." "A few weeks ago Bela's grandson arrived in England. He is a chess player of some renown, having achieved grandmaster status at last year's Olympiad in Buenos Aires. No doubt you followed his excellent match against Bent Larsen?" "No," said Adrian. "I missed his match against Bent Larsen and somehow his matches against Queer Karpov and Faggoty Smyslov and Poofy Petrosian also managed to pass me by." "Tish and hiccups. Bent is a perfectly common Danish Christian name and it would do you no harm, Master Healey, to acquire a little more patience." "I'm sorry, Donald, but you do talk around a subject so."
"Would you have said that?" Trefusis sounded surprised. "I would." "I will then straight to the heart of the matter hie me. Stefan, the grandson of Bela, came to England a fortnight ago to play in the tournament at Hastings. I received a message to meet him in a park at Cambridge. Parker's Piece to be exact. It was ten o'clock of a fine June night. That is not extraneous colour, I mention the evening to give you the idea that it was light, you understand?" Adrian nodded. "I walked to the rendezvous point. I saw Stefan by an elm tree clutching a briefcase and looking anxious. My specifying that the tree was an elm," said Trefusis, "is of no consequence and was added, like this explanation of it, simply to vex you. The mention of the lad's anxiety, however, has a bearing. The existence of the briefcase is likewise germane." "Right." "As I approached, he pointed to a small shed or hut-like building behind him and disappeared into it. I followed him." "Ah! Don't tell me . . . the small shed or hut-like building was in fact a gentlemen's lavatory?"

 

 2067168-d6f6e8b26d28a6b2dd54b80ce48d5335.jpg
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jorge Luis Borges op dit blog.

Uit:The Aleph (Vertaald door Andrew Hurley)

 “At the end of one corridor, a not unforeseen wall blocked my path— and a distant light fell upon me. I raised my dazzled eyes; above, vertiginously high above, I saw a circle of sky so blue it was almost purple. The metal treads of a stairway led up the wall. Weariness made my muscles slack, but I climbed the stairs, only pausing from time to time to sob clumsily with joy. Little by little I began to discern friezes and the capitals of columns, triangular pediments and vaults, confused glories carved in granite and marble. Thus it was that I was led to ascend from the blind realm of black and intertwining labyrinths into the brilliant City. At the end of one corridor, a not unforeseen wall blocked my path— and a distant light fell upon me. I raised my dazzled eyes; above, vertiginously high above, I saw a circle of sky so blue it was almost purple. The metal treads of a stairway led up the wall. Weariness made my muscles slack, but I climbed the stairs, only pausing from time to time to sob clumsily with joy. Little by little I began to discern friezes and the capitals of columns, triangular pediments and vaults, confused glories carved in granite and marble. Thus it was that I was led to ascend from the blind realm of black and intertwining labyrinths into the brilliant City. I emerged into a kind of small plaza—a courtyard might better describe it. It was surrounded by a single building, of irregular angles and varying heights. It was to this heterogeneous building that the many cupolas and columns belonged. More than any other feature of that incredible monument, I was arrested by the great antiquity of its construction. I felt that it had existed before humankind, before the world itself. Its patent antiquity (though somehow terrible to the eyes) seemed to accord with the labor of immortal artificers. Cautiously at first, with indifference as time went on, desperately toward the end, I wandered the staircases and inlaid floors of that labyrinthine palace. (I discovered afterward that the width and height of the treads on the staircases were not constant; it was this that explained the extraordinary weariness I felt.) This palace is the work of the gods, was my first thought. I explored the uninhabited spaces, and I corrected myself: The gods that built this place have died. Then I reflected upon its peculiarities, and told myself: The gods that built this place were mad. I said this, I know, n a tone of incomprehensible reproof that verged upon remorse—with more intellectual horror than sensory fear. The impression of great antiquity was joined by others: the impression of endlessness, the sensation of oppressiveness and horror, the sensation of complex irrationality. I had made my way through a dark maze, but it was the bright City of the Immortals that terrified and repelled me. A maze is a house built purposely to confuse men; its architecture, prodigal in symmetries, is made to serve that purpose. In the palace that I imperfectly explored, the architecture had no purpose. There were corridors that led nowhere, unreachably high windows, grandly dramatic doors that opened onto monklike cells or empty shafts, incredible upside-down staircases with upside-down treads and balustrades. Other staircases, clinging airily to the side of a monumental wall, petered out after two or three landings, in the high gloom of the cupolas, arriving nowhere.”

 

 2067168-8ad0364db5b9783f43134a61e686812b.jpg
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)
Portret door Goncalo Viana

 

 

De Engelse schrijfster A. S. Byatt werd geboren als Antonia Susan Drabble op 24 augustus 1936 in Sheffield. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. S. Byatt op dit blog.

Uit: The Biographer’s Tale

“I made my decision, abruptly, in the middle of one of Gareth Butcher's famous theoretical seminars. He was quoting Empedocles, in his plangent, airy voice. "Here sprang up many faces without necks, arms wandered without shoulders, unattached, and eyes strayed alone, in need of foreheads." He frequently quoted Empedocles, usually this passage. We were discussing, not for the first time, Lacan's theory of morcellement, the dismemberment of the imagined body. There were twelve postgraduates, including myself, and Professor Ormerod Goode. It was a sunny day and the windows were very dirty. I was looking at the windows, and I thought, I'm not going to go on with this anymore. Just like that. It was May 8th 1994. I know that, because my mother had been buried the week before, and I'd missed the seminar on Frankenstein.
I don't think my mother's death had anything to do with my decision, though as I set it down, I see it might be construed that way. It's odd that I can't remember what text we were supposed to be studying on that last day. We'd been doing a lot of not-too-long texts written by women. And also quite a lot of Freud-we'd deconstructed the Wolf Man, and Dora. The fact that I can't remember, though a little humiliating, is symptomatic of the "reasons" for my abrupt decision. All the seminars, in fact, had a fatal family likeness. They were repetitive in the extreme. We found the same clefts and crevices, transgressions and disintegrations, lures and deceptions beneath, no matter what surface we were scrying. I thought, next we will go on to the phantasmagoria of Bosch, and, in his incantatory way, Butcher obliged. I went on looking at the filthy window above his head, and I thought, I must have things.
I know a dirty window is an ancient, well-worn trope for intellectual dissatisfaction and scholarly blindness. The thing is, that the thing was also there. A real, very dirty window, shutting out the sun. A thing.
I was sitting next to Ormerod Goode. Ormerod Goode and Gareth Butcher were joint Heads of Department that year, and Goode, for reasons never made explicit, made it his business to be present at Butcher's seminars. This attention was not reciprocated, possibly because Goode was an Anglo-Saxon and Ancient Norse expert, specialising in place-names. »

 

 2067168-31d04f1ecb651c7fa78d9a83e723f966.jpg
A. S. Byatt (Sheffield, 24 augustus 1936)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

eNDe IV

östwestlicher die wahn
machs gut mit spekulatius
machs gut mit kohlenanzünder dem weissen
machs gut mit erika love again
machs gut schöne grosse blonde leere
rin machs gut ödipus
machs gut unten spiegelverkehrt
eine nuance zu concafé machs gut
augenblicklich signiert machs gut ein
tv zwei
die macht sie fördert frauenliteratur unter dem aspekt
steigt laicht das bewusstsein ein frontstaat zu sein
machs gut im aquarium
sitzen immer die anderen machs gut
amnestie für die angebrochene
packung kekse marke favorit

 

 2067168-875038b2516f6c136a62e535e621c974.jpg
Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

 

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johan Fabricius op dit blog.

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

“Peter Hajo bleef rustig. ‘Van wie is die emmer?’ vroeg hij.
‘Van mij,’ zei Padde. ‘En dit ene net is ook van mij.’
‘Top. Leg de rest neer. Een bijl hebben we niet nodig, want ik heb er nog een bijt.’
Padde ontdeed zich van twee netten die hem nog over de schouder hingen en gaf de bijl aan Lange Leen.
‘Laat ze maar lopen, jongens!’ zei deze.
‘Wedden, dat er in de hele Karperkuil geen onnozel botje zwemt?’ vroeg Padde, terwijl hij met Hajo meeliep.
‘Wacht even!’ riepen toen Schouwen Doedes en nog een paar jongens. ‘Wij gaan ook mee!’
‘Als je 't maar laat,’ dreigde Hajo. ‘Nou heb ik jullie niet meer nodig.’
Hajo en Padde liepen de Korenmarkt over en daarna de Veermanskade langs met de hoge pakhuizen en deftige patriciërswoningen. Juist wilden ze bij de Hoofdtoren rechts afslaan, de Italiaanse zeedijk op, toen een Friese tjalk de haven kwam binnenzeilen. Haastig liepen ze toe om hem te helpen vastleggen. Het scheelde maar een haartje of Padde werd door het touw in het water getrokken, wat hij nog slechts kon voorkomen door aan boord te springen, waar hij voor de voeten van een gezelschap deftige heren terechtkwam. Verlegen krabbelde hij overeind.
De heren lachten en gingen aan wal. Hajo groette hen vol ontzag.
‘Wie waren dat?’ vroeg hij aan schipper Blok, de eigenaar van de tjalk.
‘Wel,’ zei Blok, ‘die met die baard, da's schipper Bontekoe.’
‘Natuurlijk. Maar de anderen?’
‘Die bennen alle vijf van de Oostindische Compagnie. Die magere is uit Enkhuizen, en die dikke met z'n wijde handschoenen komt uit Zeeland. Ik heb ze met de Hoornse Zon?,’ Blok wees op z'n tjalk, ‘naar Texel moeten brengen en weer halen ook. Daar leidt de Nieuw-Hoorn, weet je?’
‘De Nieuw-Hoorn?’
‘De schuit van schipper Bontekoe, die naar Oostinje gaat. Je zou 'm es moeten zien. Tweehonderd koppen aan boord!’
Hajo keek peinzend de deftig geklede heren na, die juist een ogenblik stilstonden voor Bontekoes woonhuis op de Veermanskade. ‘Zeg, Blok,’ vroeg hij, ‘wijs me eens hoe groot de Nieuw-Hoorn is.’

7nbsp;

 2067168-83630fc5b49c0717da4cc65682beceed.jpg
Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
Scene uit de gelijknamige film uit 2007 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Robert Herrick

De Engelse dichter en priester Robert Herrick werd geboren in Londen en gedoopt op 24 augustus 1591. Herrick kwam ter wereld in het Londense Cheapside als zevende kind van een goudsmid. Zijn vader overleed toen Robert een jaar oud was als gevolg van een val uit het raam. In 1607 ging hij in de leer bij zijn oom William Herrick, die ook goudsmid was. Zes jaar later, op 22-jarige leeftijd, besloot hij alsnog te gaan studeren. In 1620 studeerde hij af van Trinity Hall, Universiteit van Cambridge, en keerde hij terug naar Londen, waar hij kennismaakte met onder meer Ben Jonson, van wie hij een groot bewonderaar (en navolger) was. In deze periode werd hij ook bekend als dichter, hoewel hij nog niet publiceerde. Ergens tussen 1623 en 1625 werd hij geestelijke en vergezelde George Villiers als kapelaan tijdens diens slecht afgelopen expeditie naar het Île de Ré. In 1629 schonk Karel I hem een positie als priester in Dean Prior in het diocees Exeter. Hier leidde hij 18 jaar lang een rustig bestaan en schreef hij zijn beste werk. Toen hij echter weigerde de Solemn League and Covenant te onderschrijven, die een verdere hervorming van de kerk op presbyteriaanse grondslag beoogde, verloor hij zijn positie. Hij keerde weer terug naar Londen, waar hij door familieleden werd onderhouden en zich bezighield met de voorbereiding van zijn eerste publicatie. In 1662, na het herstel van het koningschap kreeg hij op verzoek zijn positie terug van Karel II. Robert Herrick bracht de rest van zijn leven door in zijn parochie, waar hij in 1674 op 83-jarige leeftijd overleed. Hij is altijd ongetrouwd gebleven. Enkele gedichten van Herrick verschenen verspreid tijdens zijn eerste periode in Devon, maar in 1648 verscheen zijn belangrijkste werk onder the titel “Hesperides; or the Works both Human and Divine of Robert Herrick Esq”., opgedragen aan de Prince of Wales. Naast zijn wereldse poëzie is hierin vervat een verzameling religieuze gedichten onder de aparte titel Noble Numbers. Herricks werk raakte lange tijd in de vergetelheid, maar de belangstelling ervoor nam weer toe, toen in 1823 zijn complete werk opnieuw verscheen.

 

To The Virgins, Make Much Of Time

Gather ye rose-buds while ye may:
Old Time is still a-flying;
And this same flower that smiles to-day,
To-morrow will be dying.

The glorious lamp of heaven, the Sun,
The higher he's a-getting,
The sooner will his race be run,
And nearer he's to setting.

That age is best, which is the first,
When youth and blood are warmer;
But being spent, the worse, and worst
Times, still succeed the former.

- Then be not coy, but use your time,
And while ye may, go marry;
For having lost but once your prime,
You may for ever tarry.

 

A Hymn To Love

I will confess
With cheerfulness,
Love is a thing so likes me,
That, let her lay
On me all day,
I'll kiss the hand that strikes me.

I will not, I,
Now blubb'ring cry,
It, ah! too late repents me
That I did fall
To love at all--
Since love so much contents me.

No, no, I'll be
In fetters free;
While others they sit wringing
Their hands for pain,
I'll entertain
The wounds of love with singing.

With flowers and wine,
And cakes divine,
To strike me I will tempt thee;
Which done, no more
I'll come before
Thee and thine altars empty.

 2118092-2aa79bde15a833fc98a68bce766c8b33.jpg
Robert Herrick (24 augustus 1591 – 15 oktober 1674)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ali Smith

De Schotse schrijfster en journaliste Ali Smith werd geboren op 24 augustus 1962 in Inverness in een arbeidersgezin. Van 1967 tot 1974 bezocht zij de basisschool St. Joseph en vervolgens tot 1980 de Inverness High School. Zij studeerde 1980 tot 1985 Engelse taal en letterkunde aan de Universiteit van Aberdeen. In 1984 won zij de Memorial Bobby Aitken Memorialprijs voor poëzie in 1984. Van 1985 tot 1990 studeerde zij aan Newham College, Cambridge voor een doctoraat in Amerikaans en Iers modernisme. Tijdens haar tijd in Cambridge begon ze te schrijven en daardoor behaalde zij haar doctoraat uiteindelijk niet. Smith verhuisde in 1990 van Cambridge naar Edinburgh en werkte als docente Schotse, Engelse en Amerikaanse literatuur aan de Universiteit van Strathclyde. Zij verliet de universiteit in 1992 omdat ze aan het chronische vermoeidheidssyndroom leed. Ze keerde terug naar Cambridge om te herstellen. Als jonge vrouw had Smith verschillende deeltijdbaantjes, waaronder een serveerster, schoonmaakster van sla, VVV-assistente, receptioniste bij BBC Highland en reclame copywriter. Tijdens het studeren voor haar PhD in Cambridge schreef Smith verschillende toneelstukken die op Edinburgh Festival Fringe en Cambridge Footlights werden opgevoerd. Na enige tijd in Schotland, keerde ze terug naar Cambridge om zich te concentreren op haar schrijfwerk, met name korte verhalen en als freelance recensent voor The Scotsman. In 1995 publiceerde ze haar eerste boek, “Free Love and Other Stories”, een verzameling van 12 kortverhalen waarmee zij de Saltire First Book of the Year Award en de Schotse Arts Council Book Award won. Smith schrijft verder artikelen voor The Guardian, The Scotsman, New Statesman en The Times Literary Supplement.

Uit: How to be both

„Consider this moral conundrum for a moment, George’s mother says to George who’s sitting in the front passenger seat.
Not says. Said. 
George’s mother is dead.
What moral conundrum? George says.
The passenger seat in the hire car is strange, being on the side the driver’s seat is on at home. This must be a bit like driving is, except without the actual, you know, driving.
Okay. You’re an artist, her mother says.
Am I? George says.
Since when? And is that a moral conundrum? 
Ha ha, her mother says. Humour me. Imagine it. You’re an artist.
This conversation is happening last May, when George’s mother is still alive, obviously. She’s been dead since September. Now it’s January, to be more precise it’s just past midnight on New Year’s Eve, which means it has just become the year after the year in which George’s mother died.
George’s father is out. It is better than him being at home, standing maudlin in the kitchen or going round the house switching things off and on. Henry is asleep. She just went in and checked on him; he was dead to the world, though not as dead as the word dead literally means when it means, you know, dead.
This will be the first year her mother hasn’t been alive since the year her mother was born. That is so obvious that it is stupid even to think it and yet so terrible that you can’t not think it. Both at once.
Anyway George is spending the first minutes of the new year looking up the lyrics of an old song. Let’s Twist Again. Lyrics by Kal Mann. The words are pretty bad. Let’s twist again like we did last summer. Let’s twist again like we did last year. Then there’s a really bad rhyme, a rhyme that isn’t, properly speaking, even a rhyme.
Do you remember when
Things were really hummin’. 
Hummin’ doesn’t rhyme with summer, the line doesn’t end in a question mark, and is it meant to mean, literally, do you remember that time when things smelt really bad? 
Then Let’s twist again, twisting time is here. Or, as all the sites say, twistin’ time.” 

 2084070-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Ali Smith (Inverness, 24 augustus 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten