Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 november 2017 tot 12 november 2017

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)

 

2091440-52b4401855a1b454c0e756fc5c6dc272.jpg
De Cijnspenning door Peter Paul Rubens, ca. 1612

 

 

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
Evang.: Vom Zinsgroschen

Gebt Gott sein Recht und gebt's dem Kaiser auch!
Sein Odem ist's, der um den Obern schwebet,
Aus Hochmut nicht; in Eigenwillen hebet
Nicht eure Rechte gen den heil'gen Brauch.
Doch Gott und Welt im Streit: da, Brüder, gebet
Nicht mehr auf Kaiserwort als Dunst und Rauch.
Er ist der Oberste, dem alle Macht
Zusammen bricht, wie dürres Reisig kracht.

Den Eltern gib und gib auch Gott sein Recht!
O weh des Tiefgesunknen, dem verloren
Der frömmste Trieb, Jedwedem angeboren,
Den Freisten stempelnd zum beglückten Knecht.
Doch stell' den Wächter an der Ehrfurcht Toren
Und halte das Gewissen rein und echt;
Er ist der Vater, dem du Seel' und Leib
Verschuldest, mehr als irgend Mann und Weib.

Den Gatten lieb' und denk' an Gott dabei!
Er gab den Segen dir, als am Altare
Den Eid du sprachst, gewaltig bis zur Bahre
In Fesseln legend deine Lieb' und Treu'.
Doch wird die Liebe Torheit, o dann wahre,
O halte deine tiefsten Gluten frei!
Er ist es, dem du einer Flamme Zoll
Mußt zahlen, die kein Mensch empfangen soll.

An deine Kinder hänge nur dein Herz,
In deren Adern rollt dein eignes Leben;
Das Gottesbild, in deine Hand gegeben,
Es nicht zu lieben, wäre herber Schmerz.
Doch siehst du zwischen Glück und Schuld es schweben,
Wend' deine Augen, stoß es niederwärts;
Er, über tausend Kinder lieb und hehr,
Er sieht dir nach, ist deine Seele schwer.

Und auch dem Freunde halte Treue fest,
Mit der die Ehre innig sich verbunden,
Ein irdisch Gut, was Gnade doch gefunden,
So lang es nicht die Hand der Tugend läßt.
Doch nahen glänzender Versuchung Stunden,
Dann aller Erdenrücksicht gib den Rest
Und klammre an den Einen dich, der dann
Dir mehr als Freund und Ehre geben kann.

So biete Jedem, was sein Recht begehrt,
Und nimm von Jedem, was du darfst empfangen;
Dein Herz, es mag an zarten Banden hangen,
Die Gottes Huld so gnadenvoll gewährt;
Doch drüber wie ein Glutstern das Verlangen
Nach Einem leuchte, irdisch unversehrt,
Nach Einem, ohne den dein Herz so warm
Ewig verlassen bliebe doch und arm.

 

 2091440-62db35f3f35d426ce448fb2f1c4c8293.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hüllshoff, het geboortehuis van de dichteres tijdens een tuinbeurs.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:09 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Dit buikje is niet van het bier...
mijn leven is een leugen en ik ben een leugenaar want het door mij geschrevene is de waarheid niet

dit buikje is niet van het bier maar van de beelden
die ik te gulzig heb opgeslokt er valt niet van poëzie
te leven de mens maakt muziek zij weet hoe dat moet
jeroen brouwers schrijft een boek hij weet hoe dat moet
ik weet niet zoveel ik snap niets van de grote verdwijntruc
en dat is op dit moment erg vervelend de kamer is gevuld

op een dag - die dag hoeft nooit te komen -
zal ik hem vragen iets voor mij te doen

wat aftrekbaar is van de belasting want zelfstandig zijn is hip
kinderwensen bootmissers en trouwperikelen het bezoek
is immers dertig plus mijn demonen zijn leeftijdsloos

ik zal hem een aanbod doen dat hij niet kan weigeren

laat ik even mijn ogen sluiten en daarna drie keer met mijn ogen
knipperen
dan verdwijnt het bezoek vanzelf

 

 

Zo zitten we weer...

zo zitten we weer hele dagen in de tuin naar de vogels te kijken en
's avonds
vallen we in slaap voor de televisie

sinds die nacht toen alle doden ontwaakten uit hun graven het gedoe
dat dat opleverde mag als bekend worden verondersteld zeker
met een stel van die hufters die ineens weer terug waren

hoe dood je iets dat al dood is en dan die allesoverheersende geur van
verrotting

ik was immers gelukkig toen ik jullie ineens weer zag
er waren nog zoveel onafgemaakte onbesproken zaken
hoewel het er nu gek genoeg weer niet van komt

de meeste vogels trekken reeds naar het zuiden

 

 2091429-ab5330557dcc0a227a820795e70464d9.jpg
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

De Vlaamse schrijfster Lize Spit werd geboren in Viersel op 12 november 1988. Zie ook alle tags voor Lize Spit op dit blog.

Uit: Het smelt

“Ik klim de smalle, losstaande ladder op. Eenmaal boven zie ik meteen het muffe gordijntje, de ingang van het kamp dat we twee jaar geleden bouwden. Voor we begonnen met de balen te stapelen, hadden we een heel plan getekend. Het werd een kamp in de vorm van een slakkenhuis, in het midden een hol. Er moesten drie gangen omheen worden gebouwd, waarvan twee doodlopende. Daarin hingen we plakkerige vliegenvangers op, om indringers te vatten. Dit alles bouwen besloeg meerdere zomerdagen. Toen het klaar was hebben we hier één keer de nacht doorgebracht. Het is een goed teken dat Pim dit hol niet heeft afgebroken.
Ergens binnen in de stapels stro klinken gedempte stemmetjes, onverstaanbaar. Ik kruip onder het gordijntje door. De gang waarin ik terechtkom is smaller, donkerder en muffer dan ik had verwacht, maar misschien ben ik gewoon breder. Ik kan er nog net op handen en knieën door kruipen. Hoe dichter ik naar de kern toe beweeg, vanwaar de stemmen komen, hoe moeilijker het wordt te ademen. Vlak voor het einde van de gang, tegen het hol aan, zit een dikke spleet tussen twee balen. Er valt een streep licht door. Hier hoor ik Laurens plots klaar en duidelijk.
'Agnes is die met het oké lichaam. Maar haar kop is zo verschrikkelijk lelijk. En bij Kim is het net omgekeerd. Die heeft wel een oké kop, maar tussen ons gezegd en gezwegen, zij is een pannenlat.' Waarschijnlijk vroeg Pim hem tussen twee meisjes een zeer hypothetische keuze te maken.
'Wist je dat de mossels van meisjes zout proeven?' zegt Pim.
'En hoe weet jij dat dan?'
'Vergelijk het met een slokje zeewater. Soms eerder de Noordzee. Soms Atlantische oceaan.'
Zowel Pim als Laurens hebben nog nooit in de Atlantische oceaan gezwommen. Dat weet ik zeker. We zijn alle drie nooit verder dan Nederland of Frankrijk gereisd, dat was waar we ooit fier over waren, dat we door dat gebrek aan kennis de klascomputer mochten gebruiken om foto's op te zoeken.”

 2091429-a5e59a83890742f9b613aec17a36b9fd.png
Lize Spit (Viersel, 12 november 1988)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin werd geboren op 12 november 1936 in Juneau, Alaska. Zie ook alle tags voor Lucia Berlin op dit blog.

Uit:Handleiding voor poetsvrouwen (Vertaald door Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker)

“Op een gegeven moment ging ik door hem ook zelf naar mijn handen kijken. Ik zag hem half grijnzen toen hij me daarop betrapte. Voor het eerst kruisten onze blikken elkaar in de spiegel, onder DE MACHINES NIET TE VOL LADEN. Er straalde paniek uit mijn ogen. Ik keek in mijn eigen ogen en weer omlaag naar mijn handen. Afgrijselijke ouderdomsvlekken, twee littekens. Onindiaanse, zenuwachtige, eenzame handen. Ik zag kinderen en mannen en tuinen in mijn handen. Zijn handen lagen die dag (de dag dat ik naar de mijne keek) elk op een strakblauw dijbeen. Meestal trilden ze hevig en liet hij ze gewoon trillen op zijn schoot, maar die dag hield hij ze stil. De inspanning die het hem kostte om ze niet te laten trillen maakte zijn adobekleurige knokkels wit. De enige keer dat ik buiten de wasserette met mevrouw Armitage had gepraat was toen haar wc overstroomde en het water via de kroonluchter op mijn verdieping naar beneden kwam. Het licht bleef gewoon branden terwijl het water er regenbogen in spetterde. Ze greep mijn arm met haar klamme, stervende hand en zei: 'Is het geen wonder?' Hij heette Tony. Hij was een Jicarilla Apache uit het noorden. Toen ik hem een keer bij het binnenkomen nog niet had gezien, wist ik dat het zijn slanke hand was op mijn schouder. Hij gaf me drie muntstukken. Ik begreep het niet, had bijna dank je wel gezegd, maar zag toen dat hij de bibberaties had en de drogers niet kon bedienen. Nuchter valt dat al niet mee. Je moet de knop met je ene hand omdraaien, het muntstuk met de andere erin doen, het vakje met de munt naar beneden duwen en dan de knop terugdraaien voor de volgende munt.”

 

 2091429-2bc37750a9e9f7fe54303e1f9490e2ac.jpg
Lucia Berlin (12 november 1936 - 12 november 2004)

 

 

De Duitse schrijver, illustrator, radiopresentator en muzikant Frank Witzel werd geboren op 12 november 1955 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Frank Witzel op dit blog.

Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969

„Aber was komisch ist, dass die unseren Namen sagen, also den Namen für unsere Gruppe, Rote Armee Fraktion, obwohl der noch gar nicht richtig feststeht, weil wir eigentlich noch mal abstimmen wollen, weil Claudia den nicht so gut findet, ihr allerdings auch nichts anderes eingefallen ist, weshalb sie gesagt hat, dass wir vielleicht gar keinen Namen bräuchten, weil wir schließlich keine Kinder sind, die einen Club gründen, was auch stimmt, obwohl es schon besser ist, einen Namen zu haben, besonders wenn noch andere dazukommen. Trotzdem frage ich mich, woher die das in den Nachrichten wissen, weil wir niemandem was gesagt haben, also, ich auch nicht, nicht mal Achim.
Und Claudia würde garantiert nichts sagen, weil sie auch in der Basisgruppe ist, und da dürfen sie wirklich nie verraten, was sie da besprechen, und bei Bernd ist es ohnehin klar, weil der manchmal schon nervt mit seiner Geheimniskrämerei. Aber der Michael Reese, der hält sich immer verdächtig nah bei uns auf, weil er aufschnappen will, über was wir re-den und was wir gut finden, damit er das nachmachen kann. Aber gerade weil wir das wissen, weil das außerdem nervt, diese Nachmacherei, passen wir bei ihm besonders auf, und in der Schule reden wir über so Sachen sowieso nicht, das haben wir vorher ausgemacht, auch nicht in der Pause. Wenn was ist, dann sagen wir einfach, heute Mittag an der Lohmühle oder irgendwo anders, oder wenn’s ganz dringend ist, dann auf dem Nachhauseweg am Sportplatz, aber auch da passen wir immer höllisch auf, weil da manchmal auch Lehrer sind. Aber beim Reese weiß man nie, und Bernd meint auch, dass der uns vielleicht richtig hinterherspioniert und in der kleinen Pause, wenn wir im Fahrradkeller kurz eine rauchen, zurück in den Klassenraum geht und unsere Ranzen durchwühlt, weshalb wir nie was Verdächtiges in der Klasse lassen, sondern alles immer im Parka haben. Reese liest auch Landserheftchen und hat als Einziger eine Frisur, wo die Haare mit Pomade nach hinten gekämmt werden.
Damit sieht er richtig spießig aus, aber beim Sport, wenn er durchgeschwitzt ist und die Haare nach vorn fallen, gehen sie über sein ganzes Gesicht, so lang sind die. Und dann in der einen großen Pause, als wir Boxschläge immer nur markiert und knapp vorm Gesicht abgebremst haben, hat er Bernd direkt auf die Nase gedroschen und behauptet, er hätte sich verschätzt, aber vielleicht war das damals schon Absicht, vielleicht ist er wirklich hinter uns her und will sich rächen, weil wir uns immer über ihn lustig machen, denn er wird immer so schnell rot und lässt dann jedes Mal einen Stift auf den Boden fallen und bückt sich und hebt ihn auf, damit es so aussieht, als wäre ihm bloß vom Bücken das Blut in den Kopf gestiegen.“

 

 2091429-959ca07509a1e2d928262f881a227cae.jpg
Frank Witzel (Wiesbaden, 12 november 1955)

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

Uit: Gevecht tegen het zuur (Maandag)

“'t Gebeurde op een novemberochtend. Jaren van gezelligheid (een sluipende gezelligheid met de daarbij horende drankjes) braken me op. Ik schudde mijn katterig hoofd en moeizaam kwam ik tot het inzicht dat ik moest stoppen met dat ritueel. Mijn studie van het caféleven was me uit de hand gelopen.
Rond 1970 begon het. In bierhuizen, knijpjes, waar het vrije woord levendig werd gebruikt, verschansten we ons. Een stelletje rotlachers en dromers... Goochelend met woorden charmeerden we, als we de kans kregen, nieuwsgierige meisjes die naar het 'vrijgevochtene' lonkten. De drank had nog een erotische impact. Toch sneller dan je verwachtte werd de gezelligheid in die kringetjes een verlammende aangelegenheid. Ik had al 's eerder opgemerkt: altijd dezelfde koppen in de kroeg, niet te vergeten je eigen blaséje kop. Gevolg: conflicten vanwege de schijnrelaties - iedereen denkt iedereen te kennen, wat achterklap oplevert die niet onderdoet voor het geouwehoer in, laten we zeggen, een doorsnee straatje.
Hoewel, dat was het verraderlijke: telkens keerde het gevoel terug dat je sublieme ogenblikken beleefde. Vooral in het holst van de nacht. Je rookt een pijpje, je drinkt een glaasje, grootse werken zweven voor je geest, je zal de wereld versteld doen staan, maar o wee, de volgende ochtend heb je weer 't zuur.
`Gedaan met het gezellige doorzakken,' mompelde ik op die koude novemberdag in '74. Met krakende pas naderde ik het Roelof Hartplein terwijl een sneeuwbui me tot op het bot verkleumde. Ik vroeg me af wat ik de afgelopen nacht had aangericht. Iemand vermoord? Dodelijke beledigingen? Uitgesloten... deze keer was ik van hot naar haar in een auto vervoerd en uiteindelijk lag ik in een bovenhuis, ergens achter het Concertgebouw, op een stretchbed te ronken. Vaag herinnerde ik me nog een gillende vrouw in het trapportaal en Rijk de Gooyer, zingend op de wc.
Merkwaardig... liep daar toevallig niet De Gooyer, aan de overkant van het Roelof Hartplein? Ik zag hem op z'n rug. Onmiskenbaar de gestalte van onze komiek; misschien dat-ie me kon opvrolijken.”

 

 2091429-69c231bed510ae9fd050e33be5e025fb.jpg
Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

De Uruguayaanse dichteres, schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

 

Astonishment (Fragment)

Teach me – you say, from your avid twenty-one years
believing still that one can teach something

and I, who passed sixty
look at you with love
that is, with farawayness,
(all love is love of differences
the empty space between two bodies
the empty space between two minds
the horrible presentiment of not dying in twos)

I teach you, gently, some quote from Goethe
(Stay instant! You are so beautiful!)
or from Kafka (once there was, there was once
a mermaid that did not sing)

while the night slowly slides into dawn
through this window
that you love so much
because its nocturnal lights
conceal the true city

and actually we could be in any place
these lights could be those of New York,
Broadway Avenue, those of Berlin, Konstanzerstrasse,
those of Buenos Aires, calle Corrientes
and I withhold from you the only thing that I truly know:
poet is one who feels that life is not natural
that it is astonishment
discovery revelation
that it is not normal to be alive

it is not natural to be twenty-one years of age
nor be more than sixty

it is not normal to have walked at three in the morning
along the old bridge of Córdoba, Spain, under the yellow
light of its streetlamps

-three in the morning-
not in Oliva nor in Seville.

 

Vertaald door Diana Decker

 

 2091429-031d488aa846c32b832071ff2f4fbb38.jpg
Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

Uit: How I was arrested at Occupy Wall Street

“I thanked him, returned to the protesters, and said: "The permit allows us to walk on the other side of the street if we don't block access. I am now going to walk on the public sidewalk and not block it. It is legal to do so. Please join me if you wish." My partner and I then returned to the event-side sidewalk and began to walk peacefully arm in arm, while about 30 or 40 people walked with us in single file, not blocking access.
Then a phalanx of perhaps 40 white-shirted senior officers descended out of seemingly nowhere and, with a megaphone (which was supposedly illegal for citizens to use), one said: "You are unlawfully creating a disruption. You are ordered to disperse." I approached him peacefully, slowly, gently and respectfully and said: "I am confused. I was told that the permit in question allows us to walk if we don't block pedestrian access and as you see we are complying with the permit."
He gave me a look of pure hate. "Are you going to back down?" he shouted. I stood, immobilised, for a moment. "Are you getting out of my way?" I did not even make a conscious decision not to "fall back" – I simply couldn't even will myself to do so, because I knew that he was not giving a lawful order and that if I stepped aside it would be not because of the law, which I was following, but as a capitulation to sheer force. In that moment's hesitation, he said, "OK," gestured, and my partner and I were surrounded by about 20 officers who pulled our hands behind our backs and cuffed us with plastic handcuffs.”

 

 2091429-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

De Engelse dichter, singer-songwriter, Anglicaans priester en academicus Ayodeji Malcolm Guite werd geboren op 12 november 1957 in Ibadan in Nigeria. Zie ook alle tags voor Malcolm Guite op dit blog.

 

A Sonnet for St. Francis

‘Francis rebuild my church which, as you see
Is falling into ruin.’ From the cross
Your saviour spoke to you and speaks to us
Again through you. Undoing set you free,
Loosened the traps of trappings, cast away
The trammelling of all that costly cloth
We wind our saviour in. At break of day
He set aside his grave-clothes. Your new birth
Came like a daybreak too, naked and true
To poverty and to the gospel call,
You woke to Christ and Christ awoke in you
And set to work through all your love and skill
To make our ruin good, to bless and heal
To wake the Christ in us and make us whole.

 

 

Patrick

Six years a slave, and then you slipped the yoke,
Till Christ recalled you, through your captors cries!
Patrick, you had the courage to turn back,
With open love to your old enemies,
Serving them now in Christ, not in their chains,
Bringing the freedom He gave you to share.
You heard the voice of Ireland, in your veins
Her passion and compassion burned like fire.

Now you rejoice amidst the three-in-one,
Refreshed in love and blessing all you knew,
Look back on us and bless us, Ireland’s son,
And plant the staff of prayer in all we do:
A gospel seed that flowers in belief,
A greening glory, coming into leaf.

 

 2091429-7b027947c0002586f9c51e5849e1b209.jpg
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:54 Reageer op dit bericht

Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

Uit: Spuren im Sand

»Ja ... und die Tochter ... ?« »Die ...«, sagte meine Mutter, »... die hatte zu viel Wasser geschluckt, und Richard hat sie rausgeholt.« »Na, nun werdet ihr ja reich werden.« »Einen Taler hat er bekommen«, sagte meine Mutter, zuckte die Schultern und stellte das Bügeleisen auf einen Teller. »Ach Rosa«, begann sie wieder, »jetzt bin ich mal wieder soweit.« »Was ist denn?« »Na ja, du weißt doch, die Männer lassen einen nicht in Ruh'.« »Was«, sagte die hochgeschnürte Rosa, »schon wieder? Seit wann denn?« »Im dritten Monat«, sagte meine Mutter. So erfuhr ich, dass es einen Großherzog von Mecklenburg gab, dessen Tochter mein Vater für drei Mark gerettet hatte, dass die Männer die Frauen nicht in Ruhe lassen und dass man im dritten Monat sein konnte. Jene hochgeschnürte Frau namens Rosa hieß School mit Nachnamen, und ihr Mann Heinrich hatte nicht weit von uns einen Kolonialwarenladen und fast eben so viel Söhne und Töchter wie mein Vater. Der Ort lag am Meer, in einer weitgeschwungenen Bucht, mit Steilküsten, Buchen- und Tannenwäldern, und einer, wie im Badeprospekt stand, ozonreichen Luft. Es war ein kleiner Ort, mit etwa 500 Einwohnern, und seine Häuser, am Strand noch drei- und vierstöckig, wurden etwa einen Kilometer landeinwärts immer kleiner, bis hin zu den armseligen Hütten der Fischer. Die Sozialdemokratie, damals noch eine revolutionäre Partei, war noch nicht bis ans Meer gedrungen. Mein Vater war noch stolz darauf, herrschaftlicher Diener auf einem Gut in Hinterpommern gewesen zu sein, und meine Mutter wusch mit Hingabe die Unterwäsche der Baroninnen und Komtessen, die im Sommer kamen, um sich unter der Aufsicht meines Vaters und seiner Kollegen ins salzhaltige Ostseewasser zu begeben. Damals gab es noch keine Strandkörbe, sondern nur Badehütten, und der Strand war deshalb nur spärlich beflaggt. Aber auf den drei Bädern —schlossähnlichen Bretterbauten mit Zinnen und Türmen — wehte die schwarzweißrote Flagge und die Reichskriegsflagge. Sie kündeten von der kaiserlichen Macht und von der Ruhe und Ordnung im Lande, und oft kam es mir vor, als ständen sie ebenso wachssteif im Wind wie der Schnurrbart meines Vaters, der jeden Morgen vor dem Spiegel balsamiert und hochgezwirbelt wurde. An jenem Nachmittag nun, an dem ich erfahren hatte, dass man im dritten Monat sein konnte und dass der Großherzog von Mecklenburg meinem Vater einen Taler für die Errettung aus Badenot gegeben hatte, erschien auch unser Gemeindevorsteher, ein ehemaliger Offizier niederen Ranges, und gratulierte meinem Vater, der dabei verlegen an seinen Schnurrbartenden zupfte.“

 

 2091417-0e00eaeb225890c809f31d6392e82a47.jpg
Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

 

De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook alle tags voor Michael Ende op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Der Spiegel im Spiegel

„Habe ich schon erwähnt, daß das Haus leer ist? Ich meine vollkommen leer. Zum Schlafen rollt Hor sich in einer Ecke zusammen, oder er legt sich nieder, wo er eben ist, auch mitten in einem Saal, wenn dessen Wände zu fern sind. Nahrungssorgen hat Hor nicht. Die Substanz, aus der Wände und Säulen bestehen, ist eßbar — für ihn jedenfalls. Sie besteht aus einer gelblichen, ein wenig transparenten Masse, deren Genuß Hunger und Durst sehr schnell stillt. Außerdem sind Hors Bedürfnisse in dieser Hinsicht gering.
Das Verrinnen der Zeit bedeutet ihm nichts. Er hat keine Möglichkeit, sie zu messen, außer am Schlag seines Herzens. Aber der ist sehr unterschiedlich. Tage und Nächte kennt Hor nicht, ein immer gleiches Dämmerlicht umgibt ihn.
Wenn er nicht schläft, so zieht er umher, doch verfolgt er kein Ziel. Es ist einfach ein Drang, ein Bedürfnis, dessen Befriedigung ihm Vergnügen bereitet. Dabei widerfährt es ihm nur selten, daß er in einen Raum gelangt, den er wiederzuerkennen vermeint, der ihm bekannt scheint, als sei er vor undenklichen Zeiten schon einmal in ihm gewesen. Andererseits lassen ihn oft untrügliche Zeichen darauf schließen, daß er an einer Stelle vorüberkommt, an der er schon einmal war — eine angebissene Mauerecke zum Beispiel oder ein Haufen eingetrockneter Exkremente. Der Raum selbst ist Hor allerdings so fremd wie jeder andere. Vielleicht verändern sich die Räume in Hors Abwesenheit, wachsen, dehnen sich oder schrumpfen. Vielleicht ist es sogar Hors Durchgang, der solche Veränderungen hervorruft, doch liebt er diesen Gedanken nicht. Daß außer Hor noch jemand das Haus bewohnt, halte ich für ausgeschlossen. Freilich, bei der unvorstellbaren Weitläufigkeit des Baues gibt es dafür keine Beweise. Es ist ebensowenig unmöglich wie wahrscheinlich.
Viele Zimmer haben Fenster, doch öffnen sich diese nur jeweils wiederum auf andere, meist größere Räumlichkeiten.
Obwohl die Erfahrung ihn bisher niemals anderes gelehrt hat, bewegt Hor bisweilen die Vorstellung, einmal an eine letzte, äußerste Wand zu gelangen, deren Fenster den Ausblick auf etwas gänzlich anderes gewähren. Hor kann nicht sagen, was das sein sollte, aber er gibt sich manchmal langen Erwägungen darüber hin.“

 

 2091417-767537ca9b0575fdb0c2d68fb696a157.jpg
Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)

 

 

De Franse schrijver en filosoof Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook alle tags voor Roland Barthes op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit:La chambre claire: Note sur la photographie

« Au fond – ou à la limite – pour bien voir une photo, il vaut mieux lever la tête ou fermer les yeux. « La condition préalable à l’image, c’est la vue », disait Janouch à Kafka. Et Kafka souriait et répondait : « On photographie des choses pour se les chasser de l’esprit. Mes histoires sont une façon de fermer les yeux. »La photographie doit être silencieuse (il y a des photos tonitruantes, je ne les aime pas) : ce n’est pas une question de « discrétion », mais de musique. La subjectivité absolue ne s’atteint que dans un état, un effort de silence (fermer les yeux, c’est faire parler l’image dans le silence). La photo me touche si je la retire de son bla-bla ordinaire : (…) ne rien dire, fermer les yeux, laisser le détail remonter seul à la conscience affective.
(…)

On dit souvent que ce sont les peintres qui ont inventé la Photographie (en lui transmettant le cadrage, la perspective albertinienne et l’optique de la camera obscura). Je dis : non, ce sont les chimistes. Car le noème « Ca a été » n’a été possible que du jour où une circonstance scientifique (la découverte de la sensibilité à la lumière des halogénures d’argent) a permis de capter et d’imprimer directement les rayons lumineux émis par un objet directement éclairé. La photo est littéralement une émanation du référent. D’un corps réel, qui était là, sont parties des radiations qui viennent me toucher, moi qui suis ici ; peu importe la durée de la transmission ; la photo de l’être disparu vient me toucher comme les rayons différés d’une étoile. Une sorte de lien ombilical relie le corps de la chose photographiée à mon regard : la lumière, quoique impalpable, est bien ici un milieu charnel, une peau que je partage avec celui ou celle qui a été photographié."

 

 2091417-93c4e544a29a784a3e4bb1414db45ab5.jpg
Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook alle tags voor Jacobus Bellamy op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Roosje (Fragment)
Een vertelling

Daar was, in Zeeland, eens een man,
hij had een aardig kind,
een meisje, dat van iedereen
om 't zeerste werd bemind.

De man, gelijk men denken kan,
was groots op zulk een schat;
temeer daar hij zijn lieve vrouw
daar bij verloren had.

Wat nam hij Roosje menigmaal
al zuchtende in zijn arm
en kuste met een tranend oog
haar rode kaakjes warm!

Dan zei die tedere, goede man:
‘Gij hebt geen moeder meer!’
‘Ja wel!’ zei dan het zoete kind,
‘bij onze lieve Heer!

Dit hebt gij immers zelf gezegd?
Maar, waarom ging zij heen?
Zij had mij niet zo lief als gij,
want zij liet ons alleen!’

De vader sprak geen enkel woord
maar kuste 't kleine wicht;
en onder 't kussen dekte een stroom
van tranen zijn gezicht.

 

 2091417-fbde05eee0e3fbc6ff0d5fc286997efc.gif
Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Abraham Jan Daniël van Oosten werd geboren op 12 november 1898 in Delft. Zie ook alle tags voor A.J.D. van Oosten op dit blog.

 

September

September zingt, groot koninklijk prinses
in droomend woud Haar zachte weemoed-zangen.
Naar wondre sprookjes-wijs, weerloos gevangen
in bangen ban van Herfst, barsch Haar voogdes

Heel 't bosch, besierd met late bloem en bes
aan brandend brem, doortrilt 't ontrust verlangen
met zoete stem, vol levens lichte drangen -
omboeid in hul van booze toovenares.

Die zomer dort, en zon al matter taant.
Al luister dooft, àl loover sleurt te gronde.
Al bloeiend schoon in vale verven bluscht.

O dat Haar Ridder, door de dreven gaand
van ban en boei Haar ééns verlossen konde
en duurzaam tot jaars Edelvrouwe kust'!

 

 

Drama bij den slootkant

De hoeve-hond bij nacht, betwistte mij de plank,
wie sterk als hij is, hoeft geen mensch te vreezen,
maar giftig spek zou hem te machtig wezen
zoo heb 'k hem tot mijn overtocht genezen,
bij 't eerste haangekraai gaf hij den laatsten jank.

 

 2091417-5131a95a2939b26bfac958e58ae2910b.jpg
A.J.D. van Oosten (12 november 1898 – 23 januari 1969)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Hermann Busse werd geboren op 12 november 1872, waarschijnlijk in Lindenstadt bij Birnbaum in Posen. Zie ook alle tags voor Carl Busse op dit blog.

 

Auf der Reise

Das kann nicht anders werden,
Wir alle wandern ja,
Sind Gäste nur auf Erden
Und für die Reise da.

So laß das Glück denn treiben,
Das ist nun einerlei,
Wir dürfen doch nicht bleiben
Und gehn uns stumm vorbei.

Und wandern müd' und leise,
Am Schuh zerreißt das Band,
Und suchen auf der Reise
Das große Vaterland.

Ich hört' ein Lied verwehen,
Das klang und rauschte so,
Ich hab das Glück gesehen,
Weiß aber nicht mehr, wo.

 

 

Rote Husaren

Rings in rundblühenden Schaaren
Steht roter Wiesenklee,
Es traben rote Husaren
Auf entfernter Chaussee.

Leuchtende Sonnenkronen
Glühn über Land und Luft,
Es reiten die beiden Schwadronen.
In lauter Glanz und Duft.

Die schmetternden Fanfaren
Durchklingen die Sommerruh,
Die roten Königshusaren
Reiten immerzu ...

 

 2091417-59261ef17a0dfcc3cc2d9a59dde6bf70.jpg
Carl Busse (12 november 1872 - 3 december 1918)

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook alle tags voor Oskar Panizza op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Das Liebeskonzil

„Sie haben alle den in tiefer Meditation begriffenen Dichter erblickt, der, im Hintergrunde vorüberwandelnd, eben an ihnen vorbeischreiten will.

Direktor He, Freund, Ihr kommt wohl Grade vom Parnass?
Ich seh's am Schritt, ich seh's an Eurer Miene;
Die Stirne ernst gesenkt, die Wimper nass –
Ihr spracht gewiss mit Klio, Euphrosyne –
Und hier der Stil, die Rolle – ohne Spass,
Ihr schreibt ja sonst doch für die deutsche Bühne –
Darf ich erfahren, was in Eurem Busen
Erweckt die wechselvollen, keuschen Musen? –
Dichter trocken
Ich komm' vom Bräuhaus grad – Ihr Herrn, verzeiht!
Es ist das sonst nicht meine Lieblingsstätte;
Weit lieber weilt' ich in der Einsamkeit,
Wo sich mein Geist wohl reich befruchtet hätte –
Nur um 'nen Stoff zu suchen, wie's gebeut
Die Mode jetzt, trank ich dort um die Wette –
Doch mitten aus der dampferfüllten Stelle
Trieb's mich im Geiste fort zu Himmel, Hölle...
Was um mich herging, nicht vernahm's mein Ohr,
Entrückt war ich in weltentfernte Weiten,
Nur dumpf vernahm ich der Berauschten Chor,
Dieweil ich kniete vor Drei-Einigkeiten...“

 

 2091417-b915acb12182863b1641101ce54ae26c.jpg
Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)
Cover

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

 

Love opened a mortal wound

Love opened a mortal wound.
In agony, I worked the blade
to make it deeper. Please,
I begged, let death come quick.

Wild, distracted, sick,
I counted, counted
all the ways love hurt me.
One life, I thought--a thousand deaths.

Blow after blow, my heart
couldn’t survive this beating.
Then--how can I explain it?

I came to my senses. I said,
Why do I suffer? What lover
ever had so much pleasure?

 

Vertaald door Joan Larkin en Jaime Manrique

 

 2091417-7dd7b29595a1d8b3a8630328d9e072c1.jpg
Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)
Standbeeld in Parque de Tlaxco, Tlaxcala, Mexico

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:51 Reageer op dit bericht

St. Martin and the Beggar (Thom Gunn)

 

Bij Sint Maarten

 

 2091116-1cbeecc9dc6ddd8d3e7c8b7787e4e83e.jpg
St. Martinszug vor dem Düsseldorfer Rathaus door Heinrich Hermanns, 1905

 

 

St. Martin and the Beggar

Martin sat young upon his bed
A budding cenobite,
Said ‘though I hold the principles
Of Christian life be right,
I cannot grow from them alone,
I must go out to fight.’

He traveled hard, he traveled far,
The light began to fail.
‘Is not this act of mine,’ he said,
‘A cowardly betrayal,
Should I not peg my nature down
With a religious nail?’

Wind scudded on the marshland,
And, dangling at his side,
His sword soon clattered under hail:
What could he do but ride?—
There was not shelter for a dog,
The garrison far ahead.

A ship that moves on darkness
He rode across the plain,
When a brawny beggar started up
Who pulled at his rein
And leant dripping with sweat and water
Upon the horse’s mane.

He glared into Martin’s eyes
With eyes more wild than bold;
His hair sent rivers down his spine;
Like a fowl packed to be sold
His flesh was grey. Martin said—
‘What, naked in this cold?

‘I have no food to give you,
Money would be a joke.’
Pulling his new sword form the sheath
He took his soldier’s cloak
And cut it in two equal parts
With a single stroke.

Grabbing one to his shoulders,
Pinning it with his chin,
The beggar dived into the dark,
And soaking to the skin
Martin went on slowly
Until he reached an inn.

One candle on the wooden table,
The food and drink were poor,
The woman hobbled off, he ate,
Then casually before
The table stood the beggar as
If he had used the door.

Now dry for hair and flesh had been
By warm airs fanned,
Still bare but round each muscled thigh
A single golden band,
His eyes now wild with love, he held
The half cloak in his hand.

‘You recognised the human need
Included yours, because
You did not hesitate, my saint,
To cut your cloak across;
But never since that moment
Did you regret the loss.

‘My enemies would have turned away,
My holy toadies would
Have given all the cloak and frozen
Conscious that they were good.
But you, being a saint of men,
Gave only what you could.’

St Martin stretched his hand out
To offer from his plate,
But the beggar vanished, thinking food
Like cloaks is needles weight.
Pondering on the matter,
St. Martin bent and ate.

 

 2091116-44ea6424edd2a63960e7e3654597fac5.jpg
Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)
St. George's church in Gravesend, de geboorteplaats van Thom Gunn

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Zungenwerk

Dein seltsamer, stockender Singsang,
jahrzehntelang fortgesetzt,
und der Singsang des Andern –
Flüstern, Summen, Keuchen, Stammeln –
wirre Wirbelstürme im Luftmeer:

Der gewandteste unter den Muskeln,
die Zunge allein – denke dir
eine einsame Zunge,
die sich vor dir auf dem Teller windet –,
die Zunge allein tut es nicht.

Seufzen, Murmeln, Schreien und Radebrechen –
»Qui la sua voce soave«, »Zu Befehl«,
»London Interbank Offered Rate«,
oder Verwickelteres
wie Koran oder Kosmologie:

Da geht es nicht ab ohne Blasebalg,
Ansatzrohr, Resonanzhöhlen;
da werden Knorpel gedreht, gekippt;
Deckel heben und senken,
Öffner und Schließer

spannen sich und erschlaffen,
Fasern, Membranen werden erregt,
immer so fort, innen,
im Andern, arbeitet es,
es arbeitet, innen, in dir:

eine Polsterpfeife, ein Zungenwerk,
unberechenbar, schwer verständlich,
ein chaotischer Oszillator,
immer so fort, bis ihr versteht,
oder bis euch die Luft ausgeht.

 

 

Für Karajan und andere

Drei Männer in steifen Hüten
vor dem Kiewer Hauptbahnhof –
Posaune, Ziehharmonika, Saxophon –

im Dunst der Oktobernacht,
die zwischen zwei Zügen zaudert,
zwischen Katastrophe und Katastrophe:

vor Ermüdeten spielen sie, die voll Andacht
in ihre warmen Piroggen beißen
und warten, warten

ergreifende Melodien, abgetragen
wie ihre Jacken und speckig
wie ihre Hüte, und wenn Sie da

fröstelnd gestanden wären unter Trinkern,
Veteranen, Taschendieben,
Sie hätten mir recht gegeben:

Salzburg, Bayreuth und die Scala
haben dem Bahnhof von Kiew
wenig, sehr wenig voraus.

 

 2091111-a4dc10e79afb86523d9fbfb1191ba37e.jpg
Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

 

TANZ

der tod liest zeitung am straßenrand,
dem toten bettler deckt sie das gesicht.
er hebt sein glas mit sicherer hand,
der tod auf den feldern, der tod im gedicht.

bürst ihm die kleider, leck ihm die schuh,
dein leben lang diene ihm gut.
nimm den talmiglanz der moscheen dazu,
er leuchte dir bei ebbe im blut.

schwing die ketten, sklave, beim totentanz,
das passende musikinstrument…
durch unser fleisch zieht sich byzanz,
mal als Europa, mal als Orient.

 

Vertaald door Werner Söllner

 

 

Exil

Les pommes de terre ont fleuri en Marmatie
et c'est maintenant que vous prenez le chemin du sud
quand le ciel bat la campagne éperdu
quand se confondent les pleurs et le pays?

Vous inventerez la douleur comme une terre
vous trouverez peut-être une tombe plus chaude
nous déterrons, nous déterrons les pommes d'émeraude,
ces pierres précieuses mes pauvres pommes de terre.

Quel dieu conservé dans les saumures divines
viendra encore nous ramasser tous à nouveau ?
Chez nous chez vous on pleure près des tombeaux
chez vous chez nous une histoire se termine.

 

Vertaald door Sanda Stolojan

 

2091111-9184f94f10c351c1a7a581e18c97f0ce.jpg
Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Carlos Fuentes overleed op de 15e mei van dit jaar. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

Uit: Inez (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

“When the crystal seal began, first very low, very distantly, barely in a whisper, to sing, when the center of its circumference vibrated like a magical little bell, invisible, born of the very heart of the crystal -- its exaltation and its soul -- the old man felt first a shiver of forgotten pleasure run down his spine, then an unwanted rush of saliva, the uncontrollable drool of a mouth fitted with yellowed dentures, and then, as if gaze were allied to taste, he lost command of his tear ducts, and he told himself that old men should disguise their ridiculous tendency to weep at the least excuse, should cover it with the pious veil of a senility -- lamentable, but worthy of respect -- that tends to dribble like a wineskin run through too often by the swords of time.
He then took the crystal seal in his fist, as if to choke it as he would an annoying little gerbil, extinguishing the voice beginning to issue from its transparency, though he was fearful of snapping the seal's fragility in his grip, for he was still strong -- even if stringy and strung out -- accustomed to directing, cuing without a baton, with the pure flourish of a long-fingered bare hand, as eloquent for the full orchestra as for a violin or piano or cello solo, and stronger than the fragile bâton he had always scorned because, he said, it's nothing but a little stick, a stage prop that hinders rather than favors the flow of nervous energy that streams from my black curling locks, from my clear brow bursting with the light of Mozart, Bach, Berlioz, as if they, Mozart, Bach, Berlioz, they alone, were inscribing the score upon that brow, and from my eyebrows, beetling but separated by the sensitive, anguished space between them that they -- the orchestra -- perceive as my fragility, my guilt, and my punishment for being not Mozart or Bach or Berlioz but, rather, the simple transmitter, the conduit: the conductor so filled with energy, yes, but so fragile, too, so fearful of being the first to fail, to betray the work, he who has no right to err, but he who -- despite appearances, despite a hiss from the audience or a silent recrimination from the orchestra or an attack from the press or a temperamental scene with the soprano or a gesture of disdain from the soloist or the scornful vanity of a tenor or the buffoonery of a bass -- least deserves a critic harsher on himself than he himself, Gabriel Atlan-Ferrara.”

 

 2091111-43e3b6a6b315e91e3305289fdc38d8ce.jpg
Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

 

 

De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en eveneens allle tags voor Nilgün Yerli op dit blog.

Uit: Ruimte voor Service (Column)

“Als ik de winkel binnenkom, is de dame geïrriteerd want ze is aan het stofzuigen en ik stap precies op het plekje dat ze net heeft gezogen.
‘Ik zoek een sjaal,’ vraag ik, ‘kunt u mij helpen?’
‘Ik ben aan het stofzuigen, vraagt u maar aan mijn collega,’ zegt ze vriendelijk.
Ergens achterin zie ik een andere dame. Ik vraag haar: ‘Kunt u mij helpen?’
‘Ik ben even koffie aan het zetten, vraagt u maar aan mijn collega,’ zegt ze vriendelijk.
Maar ik ben uitgecollegaat… Er werken maar twee mensen in de zaak.
‘Ik ga weer want er is niemand die mij kan helpen,’ zeg ik bij vertrek tegen de dame die stofzuigt. Ze maakt een gebaar dat ze me niet kan horen vanwege het geluid van de stofzuiger
Het was 17.20 uur.
Nu ben ik veertig en het zal misschien klinken als ouderdomsgezeur, maar vroeger, toen ik als studente in winkels werkte, gingen om 18.00 uur de winkels dicht en waren wij nog aan het schoonmaken en de kassa tellen.
Maar nu begint men daarmee om 17.00 uur, zodat ze om 18.00 uur de deur van de winkel kunnen sluiten en buiten staan.
Zijn dit bezuinigingen, of is het verloedering van de service of nog erger: het krimpen van de economie?
Vrienden die bij mij op bezoek komen uit Istanbul of London kijken hun ogen uit, ‘niemand wil iets verkopen het gaat hier te goed’, de winkelier heeft een attitude van graag of niet, zeggen ze dan.”

 2091111-95762d922e82b15dc819069f9990915a.jpg
Nilgün Yerli (Kirsehir, 11 november 1969)

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook alle tags voor Luigi Malerba op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

“Toen ik wakker werd, was mijn kussen doorweekt. Dat was bij mijn weten nog nooit gebeurd. Er is niets aan te doen, sinds de dag dat ik mij in het grijs kleed, is ook mijn leven grijs geworden, en wat nog erger is, ik begin mijn neerslachtigheid, mijn droefheid te koesteren en ik krijg nu ook angstaanvallen, net als al mijn vriendinnen. Ik zou dolgraag naar een psychoanalist gaan, maar eerst moet ik een nieuw contract hebben, want ze zeggen dat dat verschrikkelijk duur is.
Wanneer niemand me uitnodigt naar een restaurant, maak ik thuis iets klaar voor mij alleen. Gisteren barstte ik tijdens het eten van mijn spaghetti plots uit in een huilbui, de tranen vielen als regendruppels in mijn bord. Wanneer ik begin te huilen kan dat tellen. Op zeker ogenblik echter besloot ik te reageren, ik nam me voor iets te doen, in opstand te komen tegen de schooiers die mij in deze toestand hadden gebracht. Ik nam de telefoon en belde naar de boekhouder van die snoepgoedfirma, een kennis van mij, hoewel ik nooit met hem naar bed ben geweest. Ik zei hem dat ik in de maand dat ik voor hen had gewerkt, 500.000 lire had uitgegeven, alleen aan huur, telefoon en taxi. Plus het voorschot voor de kleurentelevisie, 100.000. Ze hadden mijn 800.000 lire betaald min de voorheffing, en daarvan had ik er 600.000 uitgegeven. Als zij denken dat ik een maand lang werk voor minder dan 200.000 lire, vergissen ze zich. De boekhouder zei niets, het was duidelijk dat hij niet wist wat te antwoorden. Daarna probeerde hij me ervan te overtuigen dat de uitgaven voor huur, telefoon en taxi, en ook die voor de kleurentelevisie, helemaal niets te maken hebben met het loon dat ik voor mijn diensten heb ontvangen. Voor uw diensten, zei hij, de idioot. Volgens sommige mensen zijn actrices allemaal sletten. Ik zei hem dat hij het nooit meer in zijn hoofd moest halen mij over diensten te spreken. Hij verontschuldigde zich en ging verder met te zeggen dat ze me goed betaald hadden en dat 800.000 lire een goede verdienste was. Alsof hij, als boekhouder, niet wist dat je je verdienste berekent door de uitgaven af te trekken van de inkomsten. Wie heeft het geld voor de huur, de telefoon en de kleurentelevisie uitgegeven, zei ik, jullie of ik? En de taxi? En het restaurant? Moet iemand die werkt volgens jullie niet meer eten? En hij zei, u mag niet vergeten dat de firma niet al uw kosten op zich kan nemen, en u mag niet vergeten dat een telefoonrekening drie maanden omvat. Ja, maar de rekening heb ik betaald terwijl ik voor jullie werkte. Hij was uit zijn lood geslagen, mijn redenering sloot als een bus. Ik weet hoe je balansen maakt, zei ik, al ben ik dan geen boekhouder. Hij begon te lachen aan de telefoon en zei dat ik geen firma ben, maar een gewoon meisje.”

 

 2091111-e4731bce8d4a2cca6ff6cb96cb93ca69.jpg
Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 november 2008, mijn blog van 11 november 2007 en ook mijn blog van 11 november 2006.

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Christina Guirlande, Andreas Reimann, Kurt Vonnegut, Noah Gordon, Louis de Bougainville

De Belgische dichteres en schrijfster Christina Guirlande werd als Godelieve De Beule geboren te Moerzeke bij Dendermonde op 11 november 1938. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Guirlande op dit blog.

 

Oude boom

Er werd een boom geslacht. Hij kende mij
al jaren. De zijne waren uitgeteld in
ringen van zijn zieke stam. Men vond
dat het nu tijd was voor de bijl. Zijn bast
liet los als huid, zijn binnenste vermolmd

en uitgevreten, maar in zijn hoofd
woonden nog vogels als gehaaide krakers,
pronkten nog takken met het groen
van malachiet. De boom verdedigde zich
niet, hij kreunde zacht tussen de slagen door.

Nu warm ik mij behaaglijk aan zijn dood,
gooi brokken van zijn leven in het vuur,
vergeet het uur. Wat weten wij over
het wrang verdriet van bomen.

 

 

Zekerheid

Je weet het wel, alles gaat over: het nieuwe,
het doodgewone, de oude en verse pijn,

het zwijgen, het praten, het vrezen,
de rede, de roep van het bloed,

de stilstand, het nu en het later,
de groei, net het hoofd boven water,

ontgoocheling, overmoed, schaarste
en overvloed, de valstrik verbittering,

de honger, verzadiging, grimassen
van zuur of de glimlach van zoet,

het gaat over, omdat het moet.

 

 2091108-2708c6de0e259accd1ba4a5f5f7c1cb9.jpg
Christina Guirlande (Moerzeke, 11 november 1938)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Andreas Reimann werd geboren in Leipzig op 11 november 1946. Zie ook alle tags voor Andrea Reimann op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Inventarverzeichnis

Der schreibtisch, weiß, vom radio verwaltet,
der bauch vom tisch. Papier ist ausgefaltet,
die messinghände spreizen ihre flammen
und vögel, blau, die von den fischen stammen,
ziehn dünne fäden zwischen meinen wänden.
Die hohen blumen wolln den trübsinn pfänden.
Der tonbandrollen dunkle jahresringe,
die unbenutzte, schlecht geknüpfte schlinge,
die ton-oblaten, die im spitzlicht kreisen
und briefe, die mir meinen wert beweisen,
die alten gläser wie genußversprecher,
der bodensatz im schmalen silberbecher,
das aufgewölkte heu, die lederjacke,
im ofenloch die mondsteinfarbne schlacke,
die dunklen socken und berühmte rosen,
die hellen laken und die engen hosen,
die schmetterlinge mit den schwarzen lettern
sind eingestallt auf den erblaßten brettern.
Ihr braunen schuhe, ihr geschickt genähten:
werd ich in euch das herkunftsland betreten?
Von solchen dingen laß ich mich begleiten.
Ein hühnergott bewahrt vor bitterkeiten.
O schreibtisch, weiß, vom radio verwaltet!
Ihr dinge all, die ihr, erhaltend, haltet!
Wenn einer seins allein nicht tragen kann,
sei festgestellt: der mann kam endlich an.

 

 2091108-8341e75cd2159b20bc6b61e3e946e49f.jpg
Andreas Reimann (Leipzig, 11 november 1946)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijver en schilder Kurt Vonnegut werd op 11 november 1922 geboren in Indianapolis. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Kurt Vonnegut op dit blog.

Uit: Timequake

“I taught how to be sociable with ink on paper. I told my students that when they were writing they should be good dates on blind dates, should show strangers good times. Alternatively, they should run really nice whorehouses, come one, come all, although they were in fact working in perfect solitude. I said I expected them to do this with nothing but idiosyncratic arrangements in horizontal lines of twenty-six phonetic symbols, ten numbers, and maybe eight punctuation marks, because it wasn't anything that hadn't been done before.
In 1996, with movies and TV doing such good jobs of holding the attention of literates and illiterates alike, I have to question the value of my very strange, when you think about it, charm school. There is this: Attempted seductions with nothing but words on paper are so cheap for would-be ink-stained Don Juans or Cleopatras!They don't have to get a bankable actor or actress to commit to the project, and then a bankable director, and so on, and then raise millions and millions of buckareenies from manic-depressive experts on what most people want.
Still and all, why bother? Here's my answer: Many people need desperately to receive this message: "I feel and think much as you do, care about many of the things you care about, although most people don't care about them. You are not alone.”
(...)

“It was all here for me, just as it has all been here for you, the best and the worst of Western Civilization, if you cared to pay attention: music, finance, government, architecture, law and sculpture and painting, history and medicine and athletics and every sort of science, and books, books, books, and teachers and role models.
People so smart you can’t believe it, and people so dumb you can’t believe it. People so nice you can’t believe it, and people so mean you can’t believe it.”

 

 2091108-9d1c0810723f927d62e2a99d7fa2b1c7.jpg
Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Noah Gordon werd geboren op 11 november 1926 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Noag Gordon op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

Uit: The Physician

“These were Rob J.'s last safe and secure moments of blessed innocence, but in his ignorance he considered it hardship to be forced to remain near his father's house with his brothers and his sister. This early in the spring, the sun rode low enough to send warm licks under the eaves of the thatched roof, and he sprawled on the rough stone stoop outside the front door, enjoying the coziness. A woman was picking her way over the broken surface of Carpenter's Street. The street needed repair, as did most of the small frame workingmen's houses thrown up carelessly by skilled artisans who earned their living erecting solid homes for those richer and more fortunate.
He was shelling a basket of early peas and trying to keep his eyes on the younger children, his responsibility when Mam was away. William Stewart, six, and Anne Mary, four, were grubbing in the dirt at the side of the house and playing secret giggly games. Jonathan Carter, eighteen months old, lay on a lambskin, papped, burped, and gurgling with content. Samuel Edward, who was seven, had given Rob J. the slip. Somehow crafty Samuel always managed to melt away instead of sharing work, and Rob was keeping an eye out for him, feeling wrathful. He split the green pods one after another and scraped the peas from the waxy seedcase with his thumb the way Mam did, not pausing as he noted the woman coming directly to him.
Stays in her stained bodice raised her bosom so that sometimes when she moved there was a glimpse of rouged nipple, and her fleshy face was garish with cosmetics. Rob J. was only nine years old but a child of London knew a trollop.
"Here now. This Nathanael Cole's house?"
He studied her resentfully, for it wasn't the first time tarts had come to their door seeking his father. "Who wants to learn?" he said roughly, glad his Da was out seeking work and she had missed him, glad his Mam was out delivering embroidery and was spared embarrassment.
"His wife needs him. She sent me."
"What do you mean, needs him?" The competent young hands stopped shelling peas.
The whore regarded him coolly, having caught his opinion of her in his tone and manner. "She your mother?"

 

 2091108-64ff20c50d00e22b830e951af8759674.jpg
Noah Gordon (Worcester, 11 november 1926)

 

 

De Franse schrijver, ontdekkingsreiziger, wereldreiziger en militair Louis Antoine de Bougainville werd geboren in Parijs op 11 november 1729. Zie ook alle tags voor Louis de Bougainville op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

Uit: Voyage autour du monde

« L'amiral Roggewin repassa en Hollande de sa personne sur les vaisseaux de la Compagnie, et arriva au Texel le 11 juillet 1723, six cent quatre-vingts jours après son départ du même lieu.
Le goût des grandes navigations paraissait entièrement éteint, lorsque en 1741 l'amiral Anson fit autour du globe le voyage dont l'excellente relation est entre les mains de tout le monde, et qui n'a rien ajouté à lagéographie.
Depuis ce voyage de l'amiral Anson, il ne s'en est point fait de grand pendant plus de vingt années.
L'esprit de découverte a semblé récemment se ranimer.
Le commodore Byron part des Dunes le 20 juin 1764, traverse le détroit de Magellan, découvre quelques îles dans la mer du Sud, faisant sa route presque au nord-ouest, arrive à Batavia le 28 novembre 1765, au Cap le 24 février 1766 et le 9 mai aux Dunes, six cent quatre-vingt-huit jours après son départ.
Deux mois après le retour du commodore Byron, le capitaine Wallis part d'Angleterre avec les vaisseaux le Deflin et le Swallow, il traverse le détroit de Magellan, est séparé du Swallow, que commandait le capitaine Carteret, au débouquement dans la mer du Sud; il y découvre une île environ par le dix-huitième parallèle à peu près en août 1767; il remonte vers la ligne, passe entre les Terres des Papous, arrive à Batavia en janvier 1768, relâche au cap de Bonne-Espérance, et enfin rentre en Angleterre au mois de mai de la même année.
Son compagnon Carteret, après avoir essuyé beaucoup de misères dans la mer du Sud, arrive à Macassar au mois de mars 1768, avec perte de presque tout son équipage, à Batavia le 15 septembre, au cap de Bonne Espérance à la fin de décembre. On verra que je l'ai rencontré à la mer le 18 février 1769, environ par les onze degrés de latitude septentrionale. Il n'est arrivé en Angleterre qu'au mois de juin."

 

 2091108-ab47a1809c2c1223135e067347fe8c82.jpg
Louis de Bougainville (11 november 1729 - 20 augustus 1811)
Cover

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 november 2008, mijn blog van 11 november 2007 en ook mijn blog van 11 november 2006.

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

William Matthews

De Amerikaanse dichter en essayist William Procter Matthews III werd geboren op 11 november 1942 in Cincinnati, Ohio. Matthews bezocht de Berkshire School en behaalde later een bachelordiploma aan de Yale University en een master aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Naast zijn functie als writer-in-residence aan het Emerson College in Boston, bekleedde Matthews verschillende academische functies bij instellingen zoals de Cornell University, de University of Washington in Seattle, de University of Colorado in Boulder en de University of Iowa. Hij was president van Associated Writing Programs en van de Poetry Society of America. Op het moment van zijn overlijden was hij hoogleraar Engels en directeur van het programma voor creatief schrijven aan het City College van New York. Aan het City College van New York is een lezingenreeks naar hem vernoemd.
Tijdens zijn 27 jaar als auteur ontving Matthews beurzen van de Guggenheim Foundation en de National Endowment for the Arts. In 1980 was Matthews poet in residence in The Frost Place in Franconia, New Hampshire, en in 1997 ontving hij de Ruth Lilly Poetry Prize. Matthews publiceerde 11 poëziebundels, waaronder “Time & Money”,waarvoor hij in 1996 de National Book Critics Circle Award. Er werden twee postume collecties uitgegeven: “Search Party: Collected Poems” en “After All: Last Poems”.

 

The Cloister

The last light of a July evening drained
into the streets below: My love and I had hard
things to say and hear, and we sat over
wine, faltering, picking our words carefully.

The afternoon before I had lain across
my bed and my cat leapt up to lie
alongside me, purring and slowly
growing dozy. By this ritual I could

clear some clutter from my baroque brain.
And into that brief vacancy the image
of a horse cantered, coming straight to me,
and I knew it brought hard talk and hurt

and fear. How did we do? A medium job,
which is well above average. But because
she had opened her heart to me as far
as she did, I saw her fierce privacy,

like a gnarled, luxuriant tree all hung
with disappointments, and I knew
that to love her I must love the tree
and the nothing it cares for me.

 

 

On A Diet

Eat all you want but don’t swallow it.
—Archie Moore

The ruth of soups and balm of sauces
I renounce equally. What Rorschach saw
in ink I find in the buttery frizzle
in the sauté pan, and I leave it behind,
and the sweet peat-smoke tang of bananas,
and cream in clots, and chocolate. I give
away the satisfactions of food and take
desire for food: I’ll be travelling light

to the heaven of revisions. Why be
adipose: an expense, etc.,
in a waste, etc.? Something like
the body of the poet’s work, with its
pale shadows, begins to pare and replace
the poet’s body, and isn’t it time?

 

 2159407-81b286aacec5e54e5dd731a5982db6d2.jpg
William Matthews (11 november 1942 - 12 november 1997)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten