Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 november 2017 tot 16 november 2017

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: De liefde schuilt in een doublet van hazen

‘Ik ben dan ook altijd op de vlucht, ook!’ riep de haas Leendert ineens uit. Waar hij nu weer voor weggelopen was, wist hij niet eens meer. Hij draafde maar. Hij had dat weglopen al van zijn eerste jeugd af gehad. In het begin was het natuurlijk speelsheid geweest, want toen vond hij iedere gelegenheid om het op een hollen te zetten, schitterend. Maar zo speels was hij nu niet meer en af en toe schemerde hem wel iets, dat hij wel wat veel wegliep voor een haas die het leven aan kan; althans aan zou moeten kunnen. Hij had echter niemand om mee van gedachten te wisselen over al die dingen, want ook van andere hazen was hij altijd weggevlucht.
Als je wegloopt, dacht Leendert, kom je ergens anders. Maar voor mij maakt het niets uit, of ik hier ben of ergens anders. Leendert keek om zich heen en overwoog of dit nu bijvoorbeeld een plaats was, om steeds naar terug te keren. Hij zat midden in een weiland en het regende. Een mistroostige en langdurige najaarsplensbui. Het gras lag plat en het was zo doornat, dat iedereen er wel verdrietig van moest worden. Nu viel er een druppel midden in een oog van Leendert en dat bracht hem opnieuw in draf. Hij rende zonder op te kijken het hele weiland door en kwam tot stilstand voor een vrij brede vaart. Hij was er al eens eerder geweest en wist wat hem wachtte. De regen maakte belletjes in het water. Hij had er al twee keer naar gekeken en het was een van de weinige dingen waar hij niet voor wegliep. Sterker: hij kon er niet vandaan komen!
Eerst keek hij er alleen een tijd lang naar en vervolgens begon hij te luisteren naar het geluid. Aanvankelijk ruiste al dat water alleen maar en kreeg men de indruk van een onbeschrijfelijke natheid; maar als men er zich in verdiepte, ging het rinkelen. Van heel laag tot heel hoog en Leendert kreeg daar rillingen van. Niet van de vochtigheid of van de kou, maar in het bijzonder van dat rinkelen. Die rillingen begonnen langs zijn rug, liepen dan door zijn achterpoten, sprongen vandaar in de voorpoten en kwamen uiteindelijk in zijn borst terecht, rondom het hart en dan moest Leendert ineens naar adem snakken. Vervolgens ontspande alles zich weer iets, tot de rillingen opnieuw optraden in zijn rug en wederom hun kringloop maakten. Leendert dacht af en toe: ik zou wel willen, dat het iets anders en iets meer werd dan rillen, maar dat werd het nooit. Wanneer de belletjes kleiner werden en de regen ophield, verviel hij tot besluiteloosheid.
Hij keek voorzichtig om en kroop langzaam van de rand van het water weer omhoog naar de wei. En dan ging hij weg, maar niet zoals anders met grote vluchtsprongen, maar juist vreemd traag. Zo traag, dat het wel leek of hij met het optillen van een poot wachtte tot de vorige secuur op de aarde stond, omdat hij daar anders wel eens naast zou kunnen stappen. Op die manier kroop hij heel bekommerd voort, maar het was wel een manier van lopen, die uitdrukking gaf aan de stemming die bellen in het water wekten.”

 

 2092828-7a7bd56043f7fd23e7c37ba15a157fe2.jpg
Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

A Wake for Okigbo

For whom are we searching?
For whom are we searching?
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

Has he gone for firewood, let him return.
Has he gone to fetch water, let him return.
Has he gone to the marketplace, let him return.
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

For whom are we searching?
For whom are we searching?
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

Has he gone for firewood, may Ugboko not take him.
Has he gone to the stream, may Iyi not swallow him!
Has he gone to the market, then keep from him you
           Tumult of the marketplace!
Has he gone to battle,
           Please Ogbonuke step aside for him!
For Okigbo we are searching!
                                                            Nzomalizo!

They bring home a dance, who is to dance it for us?
They bring home a war, who will fight it for us?
The one we call repeatedly,
           there’s something he alone can do
It is Okigbo we are calling!
                                                            Nzomalizo!

Witness the dance, how it arrives
The war, how it has broken out
But the caller of the dance is nowhere to be found
The brave one in battle is nowhere in sight!
Do you not see now that whom we call again
And again, there is something he alone can do?
It is Okigbo we are calling!
                                                            Nzomalizo!

The dance ends abruptly
The spirit dancers fold their dance and depart in midday
Rain soaks the stalwart, soaks the two-sided drum!
The flute is broken that elevates the spirit
The music pot shattered that accompanies the leg in
           its measure
Brave one of my blood!
Brave one of Igbo land!
Brave one in the middle of so much blood!
Owner of riches in the dwelling place of spirit
Okigbo is the one I am calling!
                                                            Nzomalizo!

 

 2092828-8c8bdc79755079e87f2fb97d380af469.jpg
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

Uit: Der Doppelgänger (Vertaald doorMarianne Gareis)

„Für den Berichterstatter oder den Erzähler, denn höchstwahrscheinlich bevorzugt man eine Figur mit akademischen Siegel, wäre es an diesem Punkt ein Leichtes zu schreiben, auf dem Heimweg des Geschichtenerzählers durch die Stadt, bis hin zu seiner Wohnung, ereignete sich nichts. Als wären sie eine Art Zeitmaschine, werden diese vier Worte, es ereignete sich nichts, überwiegend in Situationen eingesetzt, in denen professionelle Skrupel es nicht zu lassen, eine Rauferei auf der Straße oder einen Verkehrsunfall zu erfinden, deren einziger Zweck es wäre, Lücken in der Handlung zu füllen, wo doch die Dringlichkeit besteht, zur nächsten Episode zu gelangen, oder vielleicht ungewiss ist, was mit den Gedanken, welche die Figur selbst hervorbringt, zu machen sei, vor allem dann, wenn diese nichts mit den Lebensumständen zu tun haben, in denen sie entscheiden und handeln soll. Genau in einer solchen Lage befand sich unser Lehrer und frischgebackener Videoliebhaber Tertuliano Maximo Afonso, als er im Auto nach Hause fuhr. Es ist wahr, dass er nachdachte, viel sogar und intensiv, doch seine Gedanken waren so weit entfernt von all dem, was er in den letzten vierundzwanzig Stunden durchlebt hatte, dass die Geschichte, die zu erzählen wir uns vorgenommen haben, unweigerlich eine andere würde, wollten wir seine Gedanken in unsere Erzählung aufnehmen. Dies könnte sich natürlich lohnen, oder besser gesagt, es würde sich wahrscheinlich lohnen, denn schließlich wissen wir alles über Tertuliano Maximo Afonsos Gedanken, doch das hieße, alle bisher unternommenen Anstrengungen, diese fünfzig kompakten, mühsam erarbeiteten Seiten, für null und nichtig zu erklären und an den Anfang zurückzukehren, zur ironischen, trotzigen ersten Seite, und eine bereits geleistete anständige Arbeit eines riskanten Abenteuers wegen, das nicht nur neu und anders, sondern auch höchst gefährlich wäre, auf Spiel zu setzen, denn dazu würden uns die Gedanken Tertuliano Maximo Afonsos ohne Zweifel bringen. Begnügen wir uns also mit dem Spatz in der Hand und verzichten wir auf die Taube auf dem Dach. Für mehr bleibt auch keine Zeit. Tertuliano Maximo Afonso hat soeben sein Auto eingeparkt, legt die kurze Entfernung bis zu seinem Haus zurück, in der einen Hand die Aktentasche, in der anderen die Plastiktüte, was geht ihm wohl durch den Kopf, natürlich rechnet er sich aus, wie viele Videos er bis zum Schlafengehen sichten kann, ein heikles Wort, das hat man nun davon, wenn man sich für Nebendarsteller interessiert, wäre der Typ ein Star, erschiene er gleich auf den ersten Bildern.“

 

 2092828-3d53001fbd9210f1d2875110e83b8049.jpg
 José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)
Standbeeld in Conil de la Frontera

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

Uit: Mijn betere ik

“In 1977 kwam de ziekte die ik onder de leden had tot een diagnose: multiple sclerose. Terug uit het ziekenhuis bleek ik in zoverre hulpbehoevend dat ik iemand nodig had om de boodschappen voor mij te doen. Aan een bouwvakker die ik kende, vroeg ik of hij iemand wist die dat zou kunnen doen (pas later zou ik de meer geijkte wegen leren kennen) en die stuurde iemand die tamelijk aangeschoten bij mij op de stoep verscheen. Hij zei dat hij 'Simon' kende. Ik dacht dat hij de winkel van Simon de Wit bedoelde, maar hij bedoelde Simon Carmiggelt, die hij trouwens helemaal niet kende maar alleen noemde omdat hij wilde aangeven dat hij in de literaire wereld thuis was. Stof voor een stukje. Ik schreef het op 10 december 1977. Het heette `Simon' en ik nam het later op in de bundel Ieder woelt hier om verandering. Onopzettelijk, maar toch, heb ik hem met dat stukje naar mij toe geschreven. Want hij belde mij op en vroeg: 'Maar wat heb je eigenlijk?' Ik zal daar wel iets sombers over gezegd hebben, in elk geval zei hij: 'Ik kom zaterdagmiddag bij je langs.' En dat deed hij en we praatten in de grote achterkamer van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Ik zat op het bed dat daar stond — in al mijn kamers hebben altijd bedden gestaan want een bank vond ik in die tijd nog 'burgerlijk', ik had er trouwens geen geld voor — en hij zat op een stoel tegenover mij. Tegen het eind van zijn bezoek, ik moest al een taxi voor hem bellen, kwam hij naast me zitten. Ik schoof een eindje op, uit beleefdheid, maar dat was niet de bedoeling want hij begon aan een lange zoen. (Kus, zei hij.) Ik was in eerste instantie stomverbaasd.
(...)

Peter Vos woonde in die tijd op de onderste verdieping van mijn huis op de Oudezijds Voorburgwal. Hij probeerde op te houden met drinken en had het daar erg moeilijk mee. 'Als we nou eens Simon Carmiggelt hier vragen, die is ook opgehouden met drinken, die weet er misschien iets op,' stelde ik voor. Peter, die een even kinderlijke vereerder van de schrijver was als ik, verwachtte daar veel van, ik belde dus op en Simon kwam. We ontvingen hem met thee en toast met zalm. We waren alle drie verheugd, maar toen het Grote Advies moest komen zei Simon: `Ja jochie, als je op wilt houden met drinken, zit er niets anders op dan niet meer drinken.'

 

 2092828-4735ab0d73222a4b6b8bc79769ab70d6.jpg
Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

Incubus (Fragment)

Younger and given to daydreams, she imagined
trading bodies with someone, a best friend,
the boy she had a crush on. But the fact
was more fantastic, a fairy-tale adventure
where the wolf wins, and hides in the girl's red hood.
How it happens she doesn't really remember,
drifting off with a vague sense of being
drawn out through a single point of her skin,
like a bedsheet threaded through a needle's eye,
and bundled into a body that must be his.

Sometimes she startles, as on the verge of sleep
you can feel yourself fall backward over a brink,
and snaps her eyelids open, to catch herself
slipping out of the bed, her legs swinging
over the edge, and feels the sudden sick
split-screen impression of being for a second
both she and her.
What he does with her
while she's asleep, she never really knows,
flickers, only, conducted back in dreams:
Walking in neighborhoods she doesn't know
and wouldn't go to, overpasses, ragweed,
cars dry-docked on cinderblocks, wolf-whistles,
wanting to run away and yet her steps
planted sure and defiant. Performing tasks
too odd to recognize and too mundane
to have made up, like fixing a green salad
with the sunflower seeds and peppers that she hates,
pouring on twice the oil and vinegar
that she would like, and being unable to stop.

Her hands feel but are somehow not her own,
running over the racks of stacked fabric
in a clothing store, stroking the slick silk,
teased cotton and polar fleece, as if her fingers
each were a tongue tasting the knits and weaves.
Harmless enough.

 

 2092828-bc1419e93444f784d633e741320fd05a.jpg
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

Uit: I Can’t Believe You Just Said That“In 2015, after 27-year-old Omar Hussain left his job at a Morrisons supermarket in Buckinghamshire and fled the United Kingdom to join the radical terrorist jihadist group ISIS, he was extraordinarily disappointed to find out how rude they all were.
We all get annoyed at our colleagues from time to time, but for Omar Hussain the everyday rudeness displayed by those simultane­ously plotting to bring down the very tenets of Western civilisation was a step too far.
In a blog he wrote in his first few months in the desert, he complained in no uncertain terms about the ‘bad manners’ of his fellow radicalised death-cult militants.
Under a series of numbered headings on Tumblr, the bearded and bespectacled Hussain launched a blistering attack on Arab administrative skills.
‘There is no queue in any of their offices,’ wrote the furious Briton. ‘You could be waiting in line for half an hour and then another Arab would come and push in the queue and go straight in.’
When serving his peers dinner after a long day of terrorist training in the desert, Omar was shocked to be ‘pounced upon by everyone in the room. I therefore refused to give anyone food until every single one of them was sitting down in their seats. Unfortu­nately, I had to treat them like primary school students.’
Poor Omar just hadn’t known what he was letting himself in for. In subsequent blogs and tweets, you can tell he was becoming withdrawn. He talks of loneliness; he has trouble peeling potatoes; he spends his free time trying to find chocolates or feeding a local cat called Lucy.
What Omar perceived as the rudeness of others really affected him: this kind of behaviour was not what he signed up to ISIS for, and it was wearing him down.
It only got worse.
‘In the West, it is common knowledge to walk out of a room wearing the same pair of shoes that you wore while entering the room. Nay, it is common sense!’ he wrote at one point, and you know someone’s annoyed when they use words like nay. ‘However, here in Sham, our Syrian brothers [. . .] believe that everyone can wear each other’s footwear. Sometimes you would enter a building and when leaving, you would see the person with your shoes walking 100 yards ahead of you and it can be quite irritating.’


2092828-4a054440107b590fe29e6debb6b0572f.jpg
Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

Uit: Jan van Eyck

“Plinius de Oudere verhaalt de volgende anekdote over de beide meest befaamde schilders uit de Griekse Oudheid, Parrhasius en Zeuxis. De twee gingen een wedstrijd aan. Zeuxis gaf een tros druiven zo bedriegelijk juist weer dat de vogels er gretig op af kwamen. Parrhasius kwam aan met een leeg doek, dat evenwel niet echt was, maar geschilderd; Zeuxis, overmoedig geworden door de vergissing van de vogels, vroeg hem, toch eindelijk dat doek eens op te lichten en zijn schilderij te laten zien. Toen hij zijn blunder had bemerkt, gaf hij zich ruiterlijk gewonnen: hij had vogels beetgehad, maar Parrhasius hem, de kunstenaar (Nat. hist. xxxv 3).
Plinius' eeuwenlang herhaalde anekdote herinnert er ons aan, dat de bewondering van de gewone man zich altijd het eerste richt op de bedrieglijk echte nabootsing. Dat geldt voor u en voor mij; dat gold ondanks alles ook voor de onverbeterlijk heroïserende en naar ideale normen stylerende mensen van de Renaissance; dat gold blijkbaar zelfs voor die aartsslimmerikken, de oude Atheners: dat hun Plato die kant van de kunst minachtte, ontging de gewone man ten enen male.
Weinigen hebben oog voor een majestueuze, sterke compositie; iedereen heeft oog voor verbluffend knappe details; vooral als het er veel zijn, en prachtige: ‘je kijkt je ogen uit’, en het is ‘net echt’. In dat opzicht zijn wij allen kleine kinderen; ook de snobs staan even naïef naar het Altaar van het Lam te kijken als de Vlaamse dorpsmensen die na de Gentse Floralia het altaar van de Van Eycks met open monden en verrukte ogen, soms voor de zoveelste maal, aanstaren. Dat schouderophalen over ouderwetse virtuositeit, en die voorkeur voor brutale stilering (tot kubistische misvorming of tot het bijna-niets toe), als het geen mode is, dan raakt het in de richting van een soort schizoïde, koppige aanstellerij.”

 

 2092828-c3bfa88358f1f2b06bd489fe09a3e453.jpg
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
Het Lam Gods door Jan van Eyck, 1432

 

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

A Ship Comes In

Can the bard descry a schooner
scudding landward, sails expanded?
Hear what's said beside the cod-stacks?
See the merchants strut like peacocks?
'Shorebound breezes shove the weary
ship along! The boys are thronging!
Packs of people crowd the sidewalks!
Perky shop-clerks stop and goggle!'

 

 

Quatrains

Ah, who mourns an Icelander,
all alone and dying?
Earth will clasp his corpse to her
and kiss it where it's lying.

Such is my lot, my lonely doom.
Life would have brimmed with pleasure
had I known her better whom
I hunger for and treasure.

May your mornings all be gay!
May your nights bring gladness!
Here, this dark December day,
I dwell in exile sadness.

Look! the sun is circling north,
soon it will shine above you!
Would that I once more might set forth,
with one more chance to love you!

 

 2092828-fcee303dc957621f58dda040aad5763b.jpg
Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)
Standbeeld in Reykjavík

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Der Ältere

Am Fenster die Nacht, die ich nicht fortblasen kann.
Mein Rücken atmet; irgendwo im Norden, achtzig Kilometer
von hier, schläft der Bruder, von Geburt an der ältere.
In seinem dritten Haus ist er dicker geworden.
In seinem Garten blüht der schönste Oleander.
Einmal sah ich ihn schlafen wie ein sattes Baby.
Er lag auf einer Pritsche neben mir, dem Studenten;
hatte die erste Frau und ihr Haus verlassen.

 

 

Der Zauber

Schneeluft. Die roten Dächer leuchten
von der gelben Sonne; am Himmel stehn
die grauen Wolken in dem stillen Blau.
Was sich an Farbe sammelt, strahlt hervor
und tönt mit einem Sägekreischen überland.
Der Rauch aus jedem Schornstein steigt
schnurgerade hoch, und höher; wenn er an
graue Wolken stößt, wird's wieder schneien.

 

 

Nach dem Sommer

Im Windschatten der Westwand standen wir.
Sie war braun in ihrem schwarzen Blumenkleid.
Erklärte mir sehr lange einen kurzen Brief.
Es kamen ihre Freunde, meine Freunde.
Ein Dampfzug stampfte durch die weite Kurve.
Hinter der Schranke wartete ein fremder Herr mit Hund
und sah auf uns wie wir auf ihn.
Als er verschwunden war, streichelte ich ihre Haut.

 

 2092828-10647e79c818885c636bea67a297ad6c.png
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)
Gieboldehausen

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2008, mijn blog van 16 november 2007 en ook mijn blog van 16 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Clemens J. Setz, Jan Terlouw, Wolf Biermann, Ted Berrigan, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Marianne Moore

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit: Söhne und Planeten

„Ein grauhaariger Mann stand klatschend in der Herrengasse. Obwohl es leicht regnete und viele Passanten Schirme wie buntfarbige Sprechblasen über ihren Köpfen spazieren trugen, schaute der Mann in den Himmel und spendete ihm Beifall. Die meisten Menschen wichen der seltsamen Er-scheinung aus. Viele wurden auch langsamer, als sie näher kamen, und suchten nach einer Sammel-büchse oder einem Hut, in die man Münzen werfen konnte. Aber da es nichts dergleichen gab, blieb ihnen nur übrig anzunehmen, dass der Mann ein Verrückter war. Ein Kind, das an der Hand seiner Mutter ging, begann ebenfalls zu klatschen, als es den Mami bemerkte. Die Mutter griff so-fort ein und bog die Hände des Kindes wieder auseinander. Dabei fiel ihr der Schirm auf den Boden.
René Templ trat versehentlich auf den Schirm, stolperte und stieß gegen die Einkaufstasche der Frau. Er entschuldigte sich und hob das Ding auf, putzte es umständlich ab und gab es ihr zurück. Tempi schaute ihr nach, als sie die Straßenseite wechselte. Der Schirm hatte ein wenig an Symmetrie eingebüßt tmd eierte, wenn man ihn drehte. Nichts bleibt fib: lange Zeit unversehrt. Das Bild in Natalies Wohnung war aus dem Rahmen gefallen und sie hatten es gemeinsam wieder an seine Stelle gehängt. Das hatte zwei Stunden gedauert. Danach war nur mehr Zeit für eine kurze Umarmung geblieben. Er hatte seine Hose anbehalten. Ein merkwürdiges Bild: Ein endloser Raum, angefiillt mit den immer gleichen geometrischen Figuren. Würfel, miteinander verbunden durch längliche Quader.
Der Weg nach Hause Nute ihn jeden Tag durch die Innere Stadt. Er liebte diesen Stadtteil, weil er sehr weit von seiner Wohnadresse entfernt lag. Wenn er von dieser wohltuenden Ferne wieder ge-nug hatte, fuhr er mit der Straßenbahnlinie 7 bis zur Eggenberger Allee. Hier, versteckt zwischen zwei imposanten Mehrfamilienhäusern, wohnte er in einem kompakten, aber immerhin zweistöcki-gen Haus. In der kleinen Auffahrt stand eine alte, rostige Wäschestange, auf der sein Sohn früher geturnt hatte. Jetzt freilich ging das nicht mehr. Den Garten ließ er, so gut es ging, verwildern. Ein Vogelhäuschen gab es dort, das er nicht gebaut hatte. Am Haus selbst hatte er kaum jemals etwas reparieren müssen. Und in einem dicken Zementblock eingemauert kauerte ein Gartengrill, den er noch nie verwendet hatte. Sein Leben hier war das des fantasielosen Nachmieters. Spuren hinterließ Ren6 Templ nur in seinem Arbeitszimmer, und auch da nur in kleinen überschau-baren Ausmaßen. Er tippte auf der Schreibmaschine seine handtellergroßen Geschichten, die er dann anschließend in stundenlanger Arbeit revidierte oder in ausfiihrlichen Selbstgesprächen kom-mentierte. An Programme zur Textverarbeitung und deren unberechenbares Verhalten hatte er sich nie gewöhnen können. Vom Fenster aus sah man direkt auf die Allee.“

 

 2092532-94a4b4a9d6c0405f2afebadc6db05e17.jpg
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

Uit: Briefgeheim

Ik ga naar huis,’ zei Eva.
‘Zie ik je morgen nog?’
‘Kom je bij ons?’
‘Ja, da’s goed.’
Eva groette mevrouw Smit en liep opgewekt naar huis.
Maar toen ze thuiskwam merkte ze direct dat het mis was.
Moeder stond te strijken. Hield ze de bout iets te stijf vast? In ieder geval had ze haar uitgelubberde blauwe vest aan, met nergens iets vrolijks. En ze zei iets te gewoon: ‘Dag Eva’. Niet ‘hallo,’ of ‘ben je daar eindelijk eens!’ Ze konden Eva niks wijsmaken. Als er ruzie was verraadde het
huis dat op honderd kleine maniertjes. Vaders hoedje hing niet aan de kapstok. Hij droeg het haast nooit, maar altijd als hij kwaad het huis uitliep zette hij dat met een nijdig gebaar op zijn hoofd. Er stonden geen gebruikte theespullen – blijkbaar hadden ze niet even samen wat gedronken.
O nee, ze was er zeker van, al probeerde haar moeder ook heel normaal te doen, er was beslist hooglopende ruzie geweest. Dat kon weer een leuk weekendje worden. Eva wist precies hoe het zou zijn. Zwijgen tegen elkaar, zwijgen tot het leek of de kamer boordevol beton zat. En als ze elkaar
iets moesten zeggen, dan ging dat via háár.”

 

 2092532-b21a8ca9652f90a24f80d64d9809da0c.jpg
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)
Affiche voor de gelijknamige film uit 2010

 

 

De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.

 

Die Stasi-Ballade (Fragment)

1
Menschlich fühl ich mich verbunden
mit den armen Stasi-Hunden
die bei Schnee und Regengüssen
mühsam auf mich achten müssen
die ein Mikrophon einbauten
um zu hören all die lauten
Lieder, Witze, leisen Flüche
auf dem Clo und in der Küche
– Brüder von der Sicherheit
ihr allein kennt all mein Leid
Ihr allein könnt Zeugnis geben
wie mein ganzes Menschenstreben
leidenschaft lich zart und wild
unsrer großen Sache gilt
Worte, die sonst wärn verscholln
bannt ihr fest auf Tonbandrolln
und ich weiß ja: Hin und wieder
singt im Bett ihr meine Lieder
– dankbar rechne ich euchs an:
die Stasi ist mein Ecker
die Stasi ist mein Ecker
die Stasi ist mein Eckermann


2
Komm ich nachts alleine mal
müd aus meinem Bierlokal
und es würden mir aufl auern
irgendwelche groben Bauern
die mich aus was weiß ich für
Gründen schnappten vor der Tür
– sowas wäre ausgeschlossen
denn die grauen Kampfgenossen
von der Stasi würden – wetten?! –
mich vor Mord und Diebstahl retten
denn die westlichen Gazetten
würden solch Verbrechen – wetten?! –
Ulbricht in die Schuhe schieben
(was sie ja besonders lieben!)
dabei sind wir Kommunisten
wirklich keine Anarchisten
Terror (individueller)
ist nach Marx ein grober Feller
die Stasi ist, was will ich mehr
mein getreuer Leibwäch
mein getreuer Leibwäch
mein getreuer Leibwächter

 

 2092532-32e76b3af6116a66ac64aa539cf5cd37.jpg
Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)
Hier in 1977 met een van zijn kinderen 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

The Sonnets: II

Dear Margie, hello. It is 5:15 a.m

dear Berrigan. He died
Back to books. I read
It's 8:30 p.m. in New York and I've been running around
             all day
old come-all-ye's streel into the streets. Yes, it is now,
How Much Longer Shall I Be Able To Inhabit the Divine
and the day a bright gray turning green
feminine marvelous and tough
watching the sun come up over the Navy Yard
to write scotch-tape body in a notebook
had 17 and 1/2 milligrams
Dear Margie, hello. It is 5:15 a.m.
fucked til 7 now she's late to work and I'm
18 so why are my hands shaking I should know better

 

 

The Sonnets: XV

In Joe Brainard's collage its white arrow
He is not in it, the hungry dead doctor.
Of Marilyn Monroe, her white teeth white-
I am truly horribly upset because Marilyn
and ate King Korn popcorn,' he wrote in his
of glass in Joe Brainard's collage
Doctor, but they say 'I LOVE YOU'
and the sonnet is not dead.
takes the eyes away from the gray words,
Diary. The black heart inside the fifteen pieces
Monroe died, so I went to a matinee B-movie
washed by Joe's throbbing hands. 'Today
What is in it is sixteen ripped pictures
does not point to William Carlos Wiliams.

 

 2092532-96cd0138a9e8bdd24a6e4b190ce88c9f.jpg
Ted Berrigan (15 november 1934 - 4 juli 1983)

 

 

De Britse dichter en schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook alle tags voor J. G. Ballard op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2010.

Uit: Crash

“In his vision of a car crash with the actress, Vaughan was obsessed by many wounds and impacts–by the dying chromium and collapsing bulkheads of their two cars meeting head-on in complex collisions endlessly repeated in slow-motion films, by the identical wounds inflicted on their bodies, by the image of windshield glass frosting around her face as she broke its tinted surface like a death-born Aphrodite, by the compound fractures of their thighs impacted against their handbrake mountings, ban above all by the wounds to their genitalia, her uterus pierced by the heraldic beak of the manufacturer’s medallion, his semen emptying across the luminescent dials that registered forever the last temperature and the fuel levels of the engine.
It was only at these times, as he described this last crash to me, that Vaughan was calm. He talked of these wounds and collisions with the erotic tenderness of a long-separated lover. Searching through the photographs in his apartment, he half turned towards me, so that his heavy groin quieted me with its profile of an almost erect penis. He knew that as long as he provoked me with his own sex, which he used casually as if he might discard it for ever at any moment, I would never leave him.
Ten days ago, as he stole my car from the garage of my apartment house, Vaughan hurtled up the concrete ramp, an ugly machine sprung from a trap. Yesterday his body lay under the police arc-lights at the foot of the flyover, veiled by a delicate lacework of blood. The broken postures of his legs and arms, the bloody geometry of his face, seemed to parody the photographs of crash injuries that covered the walls of his apartment. I looked down for the last time at his huge groin, engorged with blood. Twenty yards away, illuminated by the revolving lamps, the actress hovered on the arm of her chauffeur. Vaughan had dreamed of dying at the moment of her orgasm.”

 

 2092532-c65f9f72d7086a12ca22aca6a10c5627.jpg
J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook alle tags voor Gerhart Hauptmann op dit blog.

Uit: Fuhrmann Henschel

“Erster Akt
Ein Bauernzimmer, Kellerwohnung im Hotel »Zum grauen Schwan«. Durch zwei links hochgelegene Fenster fällt das Dämmerlicht eines Winterspätnachmittags. Unter den Fenstern steht ein Bett aus weichem, gelbpoliertem Holz, darin Frau Henschel krank liegt. Sie ist eine Frau von etwa sechsunddreißig Jahren. Nahe dem Bett die Wiege mit ihrem halbjährigen Töchterchen. Ein zweites Bett an der Hinterwand, die gleich den übrigen blau getüncht und gegen die Decke mit einem dunklen Streifen abgesetzt ist. Rechts vorn ein großer brauner Kachelofen mit Ofenbank. In der geräumigen »Helle«, dem Raum zwischen Ofen und Wand, ist viel kleingehacktes Brennholz aufgestapelt. Die Wand rechts enthält eine kleine Tür zur Kammer. Hanne Schäl, junge stramme Magd, ist in voller Beschäftigung; sie hat die Holzlatschen beiseite gestellt und läuft in den dicken blauen Strümpfen herum. Sie schiebt einen eisernen Topf, in dem etwas kocht, aus dem Röhr und wieder hinein. Kochlöffel, Quirl, Durchschlagsiebe liegen auf der Bank; ein großer, irdener, bauchiger Krug, der in einen Flaschenhals ausläuft und verstöpselt ist; der Bornkrug steht auch darunter. – Hannes Röcke sind in einen Wulst gerafft, ihr Mieder ist schwärzlichgrau, die nervigen Arme trägt sie bloß. – Um den Ofen herum läuft oben eine vierkantige Stange; lange, sogenannte Jagdstrümpfe sind über sie zum Trocknen aufgehängt, außerdem Windeln, Lederhosen mit Bändchen und ein Paar Wasserstiefel. Rechts davon eine Lade und ein Schrank; alte, bunte schlesische Stücke. Durch die offene Tür der Hinterwand sieht man in einen dunklen, breiten Kellergang und gegenüber auf eine Glastür mit bunten Scheiben; hinter ihr eine Holztreppe nach oben. Auf dieser Treppe brennt immer eine Gasflamme, so daß die Scheiben durchleuchtet sind. Es ist Mitte Februar und im Freien stürmisch.
Franz, ein junger Kerl in einfacher Kutscherlivree, zum Ausfahren fertig, guckt herein.
Franz. Hanne!
Hanne. Nu?
Franz. Schläft de Henscheln?
Hanne. Was denn sonste? Mach bloß nich Lärm.
Franz. Die Tieren schlagen woll genung im Hause! Wenn se dadavon nich ufwacht –! Ich fahr' nach Waldenburg mit'm Kutschwagen.
Hanne. Wer fährt denn mitte?
Franz. De Madam; einkoofen zum Geburtstag.
Hanne. Wer hat denn Geburtstag?
Franz. Karlchen!“

 2092532-2c4f74bba6ac5ed128a9256ca08f102f.jpg
Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946) 
Scene uit de gelijknamige film uit 1956

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Liane Dirks op dit blog.

Uit:Der Koch der Königin

„Es konnte eine Mango sein, oder eine sich rot öffnende Bananenblüte, es konnte ein schillernder, frisch aus dem Meer gezogener Snapper sein, der kraftvoll auf den Tisch schlug und in der LUft nach Wasser schnappte. Es konnte das Meer selber sein oder eine Handvoll Sand, der Anblick des Vulkans vor dem Abendhimmel oder das Gesicht eines Bettlers, der keineswegs blind war, sondern Sterne trug, wo andere ihre Augen haben.
Andres hatte nichts Geringeres als die Schönheit entdeckt, den Kern der Schönheit, die Essenz. Sie war es, nach der er sich sein Leben lang gesehnt hatte.
Das Mangel hatte ihn süchtig gemacht, die Fülle riss ihm zu sehr am Herzen. Es war das Maß, auf das es ankam, endlich hatte er es verstanden. Und das Mädchen hatte es. Es hatte genau das richtige Maß.
(…)

Wer war der Mann auf dem Schiff, der sich aus irgendeinem Grund in den Kopf gesetzt hatte, den Rest seines Lebens damit zu verbringen, in einer etwas besseren Kaschemme im Dschungel einer asiatischen Großstadt immer herrlicheres Essen zu kochen und sein Lebenswerk damit zu krönen, an einem zufälligen Tag für zufällige Gäste das denkbar beste, köstlichste, gesündeste, beglückendste Mahl der Welt zu bereiten?
Wann nimmt solch eine Idee Gestalt an, und wann will sie die Welt gestalten?
Und was muss zuvor geschehen?
Könnte man nicht auf einfacherem Weg, sozusagen auf gutem Weg, zu solchen Heldentaten kommen? Muss es immer der Weg durch Leid und Prüfung sein?
Müssen die Irrwege allesamt begangen werden, um irgendwann in der Mitte seines eigenen Labyrinthes anzukommen?“


 2092532-5a14d195661c06837c8168e0c91685b9.jpg
Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)
Cover 

 

 

De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

Uit: Les décombres

« Cette cohue était enchevêtrée roue à roue, trente voitures de front pressées sur la chaussée, débordant sur les trottoirs, d’autres convois venait de droite et de gauche s’emboutir stupidement les uns dans les autres, stoppés à perte de vue dans un grouillement de visages hagards, de poings brandis, d’uniformes débraillés, de têtes platinées, de blouses multicolores, dans un vacarme de vociférations, de trompes, de moteur vrombissants, de gendarmes épouvantés, battant des bras au milieu du flot d’injures que vomissaient sous leur quatre et cinq galons d’innombrables officiers émergeant jusqu’au ceinturon des portières. Au beau milieu de cette folie, un char de combat, serré de toutes parts, toupillait sous ses chenilles, un lieutenant jailli de la tourelle gesticulait comme un sémaphore, jurant qu’il allait charger et tout défoncer.
Quelqu’un cria : « Des avions ! ». Les écailles de tôle du monstrueux serpent s’entrechoquèrent dans un fracas accru : « Mais avancez, avancez, sacré nom de Dieu ! On va être mitraillé sur place ». Chacun était prêt dans l’instant à écraser les femmes, à réduire les enfants en bouillie, à déchiqueter sa propre mère pour s’échapper. L’orgueilleux Paris, tordu d’immonde coliques, fuyait au hasard en se conchiant.
Notre colonne, forte des priorités militaires, parvint à se dégager en arrachant des radiateurs, en crevant des pneus, en aplatissant des ailes. Sur la route d'Orléans, le flot s'écoulait à perte de vue. Des centaines et des centaines de voitures déferlaient, emportant des officiers de toutes armes et de tous grades, des feuilles de chêne, des feuilles de lierre, des foudres, des grenades, des croissants, des amiraux, des généraux, des frégatons, des colonels, des lieutenants de vingt-cinq ans, des aviateurs, tous les bureaux, tous les ministères, tous les services de Paris qui détalaient en abandonnant leurs archives et leurs cartes ; des états-majors qui avaient plié bagages en laissant au fond de quelque grange, avec leurs godillots ou deux vélos pour dix hommes, leurs secrétaires, leurs téléphonistes, leurs plantons ; des super-intendants dont les magasins géants étaient demeurés portes béantes, livrés au sac de la populace dans des villes que les Allemands n'atteindraient peut-être pas avant huit jours ; des officiers de troupe aussi, reconnaissables à leurs écussons, dont les dépôts regorgeant d'hommes, les régiments de pionniers, les parcs de voitures, les postes d'essence, les batteries antiaériennes, déménageraient comme ils le pourraient, sans véhicules, sans vivres, sans argent, sous les bombes et sous la conduite d'un adjudant déboussolé ou d'un aspirant imberbe promu depuis quinze jours ; des médecins aussi, et encore des médecins, aux képis amarante, plus scandaleux encore que tous les autres, ayant lâché les malades, les blessés, les hôpitaux remplis de souffrances, d'agonies, de plaies qui allaient pourrir, de membres qui se gangrèneraient, beaucoup de ces misérables ayant levé le camp avec les voitures de la Croix-Rouge aux brancards vides. "

 

 2092532-511c90241ef843fa3b291595c405a13f.jpg
Lucien Rebatet (15 november 1903 - 24 augustus 1972)
Collage door Javier Muñoz, 2012

 

 

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook alle tags voor Marianne Moore op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2009.

 

To A Giraffe

If it is unpermissible, in fact fatal
to be personal and desirable

to be literal—detrimental as well
if the eye is not innocent—does it mean that

one can live only on top leaves that are small
reachable only by a beast that is tall?—

of which the giraffe is the best example—
the unconversational animal.

When plagued by the psychological,
a creature can be unbearable

that could have been irresistible;
or to be exact, exceptional

since less conversational
than some emotionally-tied-in-knots animal

   After all
   consolations of the metaphysical
   can be profound. In Homer, existence

  is flawed; transcendence, conditional;
  "the journey from sin to redemption, perpetual.

 

 

A Jelly-Fish

Visible, invisible,
   a fluctuating charm
an amber-tinctured amethyst
   inhabits it, your arm
approaches and it opens
   and it closes; you had meant
to catch it and it quivers;
   you abandon your intent.

 

 2092532-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 november 2008, mijn blog van 15 november 2007 en ook mijn blog van 15 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Susanne Fröhlich

De Duitse schrijfster en journaliste Susanne Fröhlich werd geboren op 15 november 1962 in Frankfurt am Main als dochter van een notaris. Fröh;ich deed in in 1982 eindexamen aan de Schillerschule Frankfurt. Na het afbreken van haar rechtenstudies (4 semesters) en vrijwilligerswerk debuteerde maakte Fröhlich in 1984 bij de Hessischer Rundfunk (radio). Van 1988 tot zomer 2007 presenteerde zij het Ausgehspiel in hr3. Op tv presenteerde zij „Allein oder Fröhlich“, „Vorsicht Fröhlich“, „Fröhlich bei Nacht“ en „Wir vier“. Ondertussen heeft Fröhlich verschillende boeken gepubliceerd waarvan in totaal meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Haar eerste roman “Frisch gepresst” ging over een vrouw genaamd Andrea Schnidt, die moeder wordt. Het boek werd in 2012 verfilmd. Andere delen uit deze serie zijn: “Frisch gemacht”, “Familienpackung”, “Treuepunkte”, “Lieblingstücke” en “Lackschaden”. In haar boek ”Jeder Fisch ist schön, wenn er an der Angel hängt“ richt zij zich tot vrouwelijke singles. In haar roman “Der Tag, an dem Vater das Baby fallen ließ” smijt de moeder van de overleden baby de vader eruit en begint een lesbische relatie met de werkster. Het grootste succes van Susanne Fröhlich tot nu toe is “Moppel-Ich”, een handleiding die op een humoristische manier omgaat met gewichtsproblemen. Dit boek werd ook verfilmd voor de televisie.

Uit: Lieblingsstücke

»Jesus ist hier bei uns in Eschborn«, ruft die Stimme ekstatisch. Jesus ist in Eschbom. Das wäre, wenn es tatsächlich stimmt, ein ziemlicher Knaller. Ich meine, ich möchte Je-sus nicht zu nahe treten, aber warum um alles in der Welt sollte er nach Esdlorn kommen? Ein Mann wie Jesus hat doch wirklich andere Möglichkeiten. Wozu ist er schließ. lieh Jesus? Was nützt einem so eine Funktion, Beruf wäre wohl die unpassende Bezeichnung, wenn man dann doch in Eschborn rumhängen muss? Und noch dazu bei die-sem Schmuddelwetter. Da wäre es doch bestimmt auf den Malediven oder den Seychellen netter. Wärmer allemal. Die Strände, die Palmen. das türkisfarbene Wasser, nette Cocktails, all das sollte Jesus ja wohl bekannt sein. Und an-sonsten, falls ihm das Rumliegen am Strand nicht so gefällt, viele Männer langweilen sich da ja schnell mal, und Jesus ist ja nun eindeutig ein Mann, gibt es auch noch Städte wie New York, Rom, Venedig oder Paris. Internationale Metropolen. Und wenn es denn unbedingt Deutschland sein muss, würde ich an Jesus' Stelle doch lieber mal nach Berlin. Für Jesus würde sich der Wowereit sicherlich einen Abend frei nehmen. Dass eale Wahl angeblich ausgerech-net auf Eachborn fällt, genauer gesagt aufs Gewerbegebiet Eschborn Süd, spricht entweder für seine Leidensfähigkeit (die ja weitreichend bekannt ist) oder auch nur dafür, dass er entweder keinen Geschmack oder keine Ahnung hat. Beides aber sollte man von Jesus doch erwarten können. »Jesus ist in F.schhorn und sagt uns hallo«, wiederholt die Stimme noch aufgeregter die gewagte These, und weil das so dermaßen bekloppt ist und alle trotzdem so irrsin-nig bewegt sind, nutze ich diesen Moment, nehme meine Tasche und meine Decke und verlasse so unauffällig wie möglich den zugigen kleinen Raum über der örtlichen Mehrzweckhalle. Vielleicht hat Jesus ja Lust mitzukom-men. Ich kann mir nur sehr schwer vorstellen, dass er an dieser Veranstaltung hier Spaß hat. Ich jedenfalls nicht. überhaupt nicht, und deshalb muss ich hier weg. Annabelle kommt mir hinterher. »Wo willst du denn hin?«, fragt sie entsetzt, »das Semi-nar geht doch noch den ganzen Tag!« »Ich bitte dich«, sage ich, »was soll denn nach Jesus noch kommen?«, und hoffe, dass sie den Scherz kapiert. Tut sie aber nicht. »Hast du ihn auch gesehen?«, will sie ernsthaft wissen, und ich weiß wirklich nicht, wie diese Frau meine Freun-din sein kann. So viel habe selbst ich verstanden. Beim Channcling spricht man durch andere. Also Jesus durch unsere Semi-narleiterin Asmara. Deshalb kann man ihn auch definitiv nicht sehen, höchstens hören. Annabelle, meine Freundin, ist, unter uns gesagt, nicht das hellste Licht, aber dafür eine absolut hartnäckige Person. Immerhin hat sie mich zu diesem bescheuerten Seminar überredet. »Charmeling mit Asmara« nennt sich diese dubiose Veranstaltung, zu der man nur eine warme Decke, etwas zu essen und die Teilnahmegebühr von zweihundertneunzig Euro mitbringen muss.“

 

 2154705-3f06e9261bd790f77b0d333d00572e8a.jpg
Susanne Fröhlich (Frankfurt am Main, 15 november 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten