Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 november 2017 tot 18 november 2017

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Eugenio Montejo

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

Uit:Don Bovary

“Op de vraag wat een grootse roman zo groots maakt zijn veel kleine antwoorden gegeven. Een grootse roman wil je telkens weer herlezen. Een grootse roman geeft zichzelf nooit helemaal prijs. Over een grootse roman raak je nooit uitgepraat. En, uit de dossiermappen van de leesbevordering: een grootse roman verrijkt je leven.
Het is allemaal even waar als weinigzeggend en afgesleten. En dan nog: ik ken mensen - schrijvers vooral, en ook een bepaald soort criticus - die juist over apert slechte romans nooit uitgepraat raken; de grootse laten ze bij voorkeur onbesproken omdat dan onvermijdelijk hun eigen kleinheid aan het licht komt. En verleidt een grootse roman inderdaad altijd tot herlezen? Achttien jaar geleden las ik Moby Dick. Ja ja, onovertroffen, natuurlijk, natuurlijk - maar nóg een keer lezen, integraal? In vergelijking met Oorlog en vrede wordt Tolstojs novelle De dood van Ivan Iljitsj beschouwd als een wat kleinere prestatie, en niet alleen voor wat betreft omvang. Kan zijn. Ivan Iljitsj heb ik vier of vijf keer gelezen, en ik zal het blijven herlezen.
Een secundair kenmerk van de ‘grootse roman, is dat er in de loop van de tijd een onuitputtelijk aantal interpretaties op is losgelaten. Van een afstand lijken grootse romans in dat opzicht soms op hologrammen, op te vullen met de meest spectaculaire en elkaar tegensprekende duidingen. In het voorjaar van 2002 gaven honderd schrijvers, onder wie Milan Kundera, Salman Rushdie, V.S. Naipaul en Nadine Gordimer, antwoord op de vraag wat de beste en grootste roman aller tijden is. Don Quichot van Cervantes kwam met grote meerderheid van stemmen als eerste uit de bus. In Vrij Nederland stond eens een opmerkelijk stuk over de manieren waarop ieder tijdvak zich zijn eigen Don Quichot had toegeëigend. Wij dachten altijd dat Don Quichot een echte picareske is, een schelmenroman die is opgebouwd uit een carrousel van vertellingen en avonturen van twee hartveroverende antihelden, de onfortuinlijke ridder Quichote en zijn trouwe metgezel Sancho Panza. Maar zo eenvoudig is het kennelijk niet. Aan het einde van de zeventiende eeuw gold de waardering voor Don Quichot inderdaad de hilarische enormiteiten, de dwaasheid en de spot. In Engeland mocht het boek gedurende een groot deel van de zeventiende eeuw niet worden verspreid, omdat van alle grappen en grollen in Don Quichot geen moreel zuivere boodschap uitging. Na opheffing van het verbod kregen Britse lezers echter vooral oog voor de ernst achter de satire, de tragedie achter de picareske. Weer later groeide Don Quichot uit tot het beslissende boek voor satirici als Alexander Pope, Henry Fielding en Laurence Sterne.”

 

 2093264-cd1bb81315976117875a696908a5dc88.jpg
Joost Zwagerman (18 november 1963 - 8 september 2015)

 

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog

 

Wonderbaarlijk buigt zich over water

Wonderbaarlijk buigt zich over water,
zij kent mij niet

het is zomer, de zon schijnt, hommels gonzen, krekels tsjirpen
en de wind gaat liggen, uitgelaten, maar voorzichtig,
allemaal voor haar

zij ziet zichzelf
en denkt dat ik dat ben, ik, ik

zij raakt met haar lippen het water aan

zij wil geen ander zijn,
zij houdt van mij.

 

 

Lange tijd

Lange tijd gaat het goed,
stromen de rivieren vriendelijk naar zee,
bloeien de bloemen,
dartelen de vlinders,
slapen de filosofen in de brede schaduw van het dualisme,
geven mensen elkaar gelijk,
is het leven zacht en grootmoedig,
fluisteren meisjes in een oor:

'Laten we..enzovoort,
o laten we altijd...enzovoort...'

Heel lang gaat het goed,
onwaarschijnlijk lang gaat het onwaarschijnlijk goed.
Het gaat nog altijd goed,

zelfs nu gaat het nog goed
en nu.

 

 

Een gesprek

'Waar zullen wij afscheid nemen?'
'In de regen.'
'Zullen wij schuilen?'
'Nee!'
'Hoe zullen wij ons voelen?'
'Ziek, vals en verlegen.'
'Wat zullen wij zeggen?'
'Wij zullen het niet weten.'
'Wat zullen wij denken?'
'Was het maar gisteren, morgen of nooit.'
'Zal een van ons gelijk hebben?'
'Geen van ons zal gelijk hebben.'
'Zullen wij elk een andere kant uitgaan?'
'Wij zullen elk een andere kant uitgaan.'
'Zullen wij omkijken?'
'Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken.'

Zo spraken zij met elkaar, telkens weer opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

 

 2093264-905952403c6654331bec72e80a7b35d8.jpg
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

 

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

 

Op puntlassen gaan

Beste,

Graag zou ik me inschrijven voor de cursus puntlassen
U weet, ik ben niet geschikt voor puntlassen
Ik ben te klein en te magertjes voor puntlassen
Toch zou ik me graag willen inschrijven voor de cursus puntlassen

En er zitten ook heus voordelen aan mij
Zo kan ik het inschrijfgeld makkelijk betalen
Ik bulk zogezegd van de centen
Tevens ben ik een geïnteresseerde leerling, het gaat mij
puur en alleen om het puntlassen
Niemand hoeft mij tijdens de lessen af te trekken
Aan sociale contacten geen gebrek

Toch zou ik mij graag inschrijven voor de cursus puntlassen
Ik ben namelijk erg begeesterd door het idee van puntlassen
Ik kan mij volledig verliezen in het puntlassen
U kunt rekenen op mijn ongebreidelde inzet tijden de cursus puntlassen.

 

 

Gedicht voor Rafael 'Aartsengel' Mendez

Een koperen instrument bespeelt men
Nooit met een brokkelige mond. Dat was les één.

Rafael. Exporteer je Mexicaanse paters en nonnen
En predik met je vibratostem de laatste revolutie.
Draai met je cornet de kleine revolutie af,
Voor generaals die geen naam bezitten.

Ach, Rafael. Schone Rafael. Leer mij toch hoe je met
Een zilveren snor verdriet kan hameren.
Hoe je professioneel bidden moet
En waar de zon voor staat.

God heeft ons al genezen.
Rafael.

Wou je ons wat zeggen Rafael?
Ga jij over de geest van mijn mensen met
Een geslepen metalen tong?
Geluid is toch maar lucht
die zich dood gooit tegen trommelvlies?

Sorry meneer Mendez,
Niemand heeft je taaltje verstaan.

Een goede muzikant verkoopt zijn huis,
Huurt een vrouw, huurt zijn kinderen in de stad waar hij slaapt en
Heeft geen woord meer over zichzelf te zeggen.
Dat was les twee.

 

 2093264-8820de907df951bb507b057ce49e26b8.jpg
Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Thomas Möhlmann werd geboren in Baarn op18 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Möhlmann op dit blog.

 

Hotel Momo (Leesscène)

Hoeveel appels duurt het voor je er genoeg van hebt gehad, gek
genoeg vergeet ik steeds weer wat ik lees, elke avond
vertelt een gast in de lounge dezelfde grap aan zijn gezel:
het lachen is smakelijk, duurt telkens drie minuten.

Zou ik hardop de lemma's langs moeten gaan
en zien of je oplicht bij bepaalde woorden?

We weten het aantal intussen nauwkeurig, de laatste die we
samen aten liet een smaak van as en maden na en sindsdien

verslind ik beschrijvingen, voor wie niet geaaid wordt
krijgt het werkwoord aaien een haast magische lading.

Als we niet zo moe waren, viel het te proberen: nog één keer
elkaar volledig afmatten en dan eindelijk slapen, dromen
van appels.

 

 

We zullen

Zeker, mijn liefste, ze zullen, maar wij zullen meer, ze
zullen zullen, maar met speels gemak zullen we meer

wat ze ook zullen: ze maken geen enkele kans want wij
zullen meer, we leven allemaal niet meer dan gemiddeld

tachtig jaar, zij niet en wij niet maar zie maar mijn liefste
wat wij uit die zeg veertig jaar nog kunnen peuren terwijl

zij, ach ze zullen maar en zullen, geef ze honderd jaar voor
mijn part en nog zullen ze niet meer dan wat ze zelf zullen

alle vogels die hun vleugels uitslaan, tegelijk, niet om te willen
vliegen maar uit pure schrik, ze zullen net als wij mijn lief

maar voor het zover is, zullen we, zullen wij, wat we zouden
in die hele rij van gezegende jaren die we nog hebben, zullen we.

 

 2093264-ccb26f4bae1dfcf11d7f320ba92ecf7c.gif
Thomas Möhlmann (Baarn, 18 november 1975)

 

 

De Nederladse schrijfster Pauline Genee werd geboren op 18 november 1968 in Heemskerk. Zie ook alle tags voor Pauline Genee op dit blog.

Uit: Duel met paard

“Schillings had gezegd: je moet gewoon denken dat je daar alleen staat. Net als op al die andere dagen. Juist. Het zou precies zijn als die talloze andere weken, maanden, jaren, als op die honderden ochtenden dat hij in alle rust aan zijn kleine revolutie had gewerkt. Goed. Het was een gewone doordeweekse dag. Hij en het paard. Anders niets.
Hij ademde in en keerde zich weer naar het publiek.
Buurvrouw Piehl, zag hij, was gebleven. In een hoekje had ze een tafeltje opgesteld en daarop koffie en lebkuchen uitgestald. Schillings stond bovenop de ijzeren trap en gaf het teken.
*
Vier jaar eerder, in de zomer van 1900, had Von Osten het paard in Voronezj gekocht. De fokkers van de Khrenov-stoeterij hadden het dier uitbundig geprezen om zijn mooie korte stap, stuwende draf en krachtige knieactie; loftuitingen waarnaar de oude man beleefd had geluisterd maar die hem maar weinig leken te interesseren. Hij verzocht een moment met het dier alleen. Met zijn grote werkhanden tastte hij over de schedel, minutenlang, als een arts die met de vingertoppen een zwelling in kaart brengt. Daarna betaalde hij zonder morren de vraagprijs: twee lichtroze biljetten van vijfhonderd roebel met een afbeelding van Peter de Grote.
Terug in Berlijn liet hij het paard wennen aan een karig menu van louter oud hooi. Aanvullende lekkernijen waren te verdienen door de bevelen van de nieuwe meester minutieus op te volgen. Vrijwel meteen was toen op de binnenplaats het grote telraam verschenen, tegen de muur van de houten stal en recht voor de neus van het nieuwe paard, dat na een eerste naamloze week uiteindelijk toch weer Hans werd genoemd.
De lessen begonnen. Van achter hun ramen op de verdieping keken de bewoners toe hoe de oude man dagen, weken, maanden achtereen in lange sessies de gekleurde bollen van het telraam in nieuwe combinaties verschoof, daarbij steeds het bijpassende cijfer scanderend. Ze keken elkaar stilzwijgend aan; was hun huisbaas gek geworden?
‘Het gaat er om,’ had hij Frau Piehl uitgelegd, ‘dat Hans nu eerst gebarentaal leert.’

 

 2093264-9b48d2322eb4e92438bd1d26b0efff57.jpg
Pauline Genee (Heemskerk, 18 november 1968)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren in München als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. Zie ook alle tags voor Klaus Mann op dit blog.

Uit: Mephisto

»In einem der westdeutschen Industriezentren sollen neulich über achthundert Ar-beiter verurteilt worden sein, alle zu hohen Zuchthausstrafen, und das im Laufe eines to einzigen Prozesses.« »Nach meinen Informationen sind es nur fünfhundert gewesen; über hundert andere hat man erst gar nicht abgeurteilt, sondern heimlich umbringen lassen, ihrer Gesinnung wegen.« »Sind die Löhne wirklich so entsetzlich schlecht?« 15 »Miserabel. Dabei fallen sie noch - und die Preise steigen.« »Die Dekorierung des Opernhauses für heute abend soll 60.000 Mark gekostet haben. Dazu kommen mindestens noch 40.000 Mark andere Spesen - nicht mit-gerechnet die Unkosten, die es der öffentlichen Kasse gemacht hat, das Opernhaus, wegen der Vorbereitungen für den Ball, fünf Tage lang geschlossen zu halten.« 20 »Eine nette kleine Geburtstagsfeier.« »Ekelhaft, daß man den Rummel mitmachen muß.« Die beiden ausländischen jungen Diplomaten verneigten sich, auf den Gesich-tern das liebenswürdigste Lächeln, vor einem Offizier in großer Uniform, der hinter seinem Monokel einen mißtrauischen Blick auf sie geworfen hatte. »Die ganze hohe Generalität ist da.« Sie sprachen erst wieder, als sie die große Uniform außer Hörweite wußten. »Aber sie sind alle für den Frieden begeistert,« fügte der andere boshaft hinzu. »Wie lange noch?« fragte fröhlich lächelnd der Erste, wobei er eine kleine Dame von der japanischen j Botschaft begrüßte, die am Arm eines hünenhaften Marineof- 10 30 fiziers klein und zierlich einherschritt. »Wir müssen auf alles gefaßt sein.« Ein Herr vom Auswärtigen Amt gesellte sich zu den beiden jungen Botschaftsat- taches, die sofort dazu übergingen. Pracht und Schönheit der Saaldekoration zu prei-sen. »la, der Herr Ministerpräsident hat Freude an diesen Dingen.« sagte, etwas ver-legen, der Herr vom Auswärtigen Amt. - »Aber es ist alles geschmackvoll,« versi-cherten die beiden jungen Diplomaten. beinah im gleichen Atem. - »Gewiß,« sprach gequält der Herr aus der Wilhelmstraße. - »Eine so prachtvolle Veranstaltung kann man heute nirgends als in Berlin finden,« sagte einer der beiden Ausländer noch. Der Herr vom Außenministerium zögerte eine Sekunde lang, ehe er sich zu einem höfli-chen Lächeln entschloß. Es entstand eine Gesprächspause. Die drei Herren blickten um sich und lausch-ten dem festlichen Lärm.“

 

 2093264-64ff53fb8e3660f64c72c96184474ec2.jpg
Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1981

 

 

De Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook alle tags voor Eugenio Montejo op dit blog.

 

The table

       What can a table do by itself
against the roundness of the earth?
It already has enough to do allowing nothing to tumble,
allowing the chairs to converse softly
and in turn to come together on time.

      If time blunts the knives,
dismisses and brings diners,
varies the topics, the words,
what can the pain of its wood do?

      What can it do about the cost of things,
about the atheism of the supper,
of the last supper?

      If the wine is spilt, if bread is wanting
and people grow absent,
what can it do but remain motionless, rooted
between hunger and the hours,
with what intervenes though it should wish?

 

Vertaald door John Lyons

 

 

Vögel ohne Vögel

Nein, natürlich keine unerfahrenen Vögel
mit dem Gesang des Anfängers, unbeständig oder falsch.
– Andere Klänge und andere Schwingen.
Ich spreche vom gesamten Schubert in schweifenden Flügen,
von einem Ausbruch, im Gezwitscher gehört,
das hinaufsteigt
Oktave um Oktave.
Spreche von Vögeln ohne Ich, ganz ohne Schnabel,
himmelblau und ohne Beine,
Vögel, die einfach nur Musik sind
im höchsten Aufstieg der Lüfte.
Nein, natürlich keine Vogeltenöre,
dicke, lügenhafte, mit schweren Federn,
sondern Pfeile, die sich von einer Partitur lösen
und himmelwärts steigen oder darüber hinaus, ohne Pause
das Herz dessen betören, der zuhört
und dankbar verstummt …
– Glauben Sie mir. Ich spreche von reinen Klängen,
von Vögeln ohne Vögel.

 

Vertaald door Helwig Brunner und Susana Romano-Sued

 

 2093264-5e65363becc72691245e71b6aef77c15.jpg
Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008, mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2006.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Margaret Atwood, Seán Mac Falls, Jaap Meijer, Richard Dehmel, William Gilbert, Hans Reimann, Mireille Cottenjé

De Canadese schrijfster Margaret Atwood werd geboren in Ottawa op 18 november 1939. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2010.

Uit:The Edible Woman

“I know I was all right on Friday when I got up; if anything I was feeling more stolid than usual. When I went out to the kitchen to get breakfast Ainsley was there, moping: she said she had been to a bad party the night before. She swore there had been nothing but dentistry students, which depressed her so much she had consoled herself by getting drunk.
 “You have no idea how soggy it is,” she said, “having to go through twenty conversations about the insides of peoples’ mouths. The most reaction I got out of them was when I described an abscess I once had. They positively drooled. And most men look at something besides your teeth, for god’s sake.”
 She had a hangover, which put me in a cheerful mood – it made me feel so healthy – and I poured her a glass of tomato juice and briskly fixed her an Alka- Seltzer, listening and making sympathetic noises while she complained.
 “As if I didn’t get enough of that at work,” she said.
Ainsley has a job as a tester of defective electric toothbrushes for an electric toothbrush company: a temporary job. What she is waiting for is an opening in one of those little art galleries, even though they don’t pay well: she wants to meet the artists. Last year, she told me, it was actors, but then she actually met some. “It’s an absolute fixation. I expect they all carry those bent mirrors around in their coat pockets and peer into their own mouths every time they go to the john to make sure they’re still cavity- free.” She ran one hand reflectively through her hair, which is long and red, or rather auburn. “Could you imagine kissing one? He’d say ‘Open wide’ beforehand. They’re so bloody one- track.”
 “It must have been awful,” I said, refilling her glass. “Couldn’t you have changed the topic?”
Ainsley raised her almost non- existent eyebrows, which hadn’t been coloured in yet that morning. “Of course not,” she said. “I pretended to be terribly interested. And naturally I didn’t let on what my job was: those professional men get so huffy if you know anything about their subject. You know, like Peter.”
Ainsley tends to make jabs at Peter, especially when she isn’t feeling well. I was magnanimous and didn’t respond. “You’d better eat something before you go to work,” I said, “it’s better when you’ve got something on your stomach.”

 

 2093258-2498e898945ade9afc3eee0750ec1387.jpg
Margaret Atwood (Ottawa, 18 november 1939)

 

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

Uit: iKu (Samen met David Coleridge Ryan)

 

I have traveled long, alone –
In each turning, still, I see her
Face and the dark mountain valley,
In the last light of the fading day.

 

The ruddy footworn path is wild and long,
Tracing down all of my woodland years,
Shorter in front, longer behind, fading song,
Was its form cut by me or the grazing deer?

 

I row beneath you on the ancient lake,
Before sun arrives and after he is gone,
I will still be rowing even in my dreams,
Great yellow hills, my work is never done.

 

 2093258-7901fa9daa79130bd950482834cac9ee.png
Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)
Schilderij door David Coleridge Ryan bij het laatste van bovenstaande gedichten

 

 

De dichter en historicus Jakob (Jaap) Meijer (pseudoniem Saul van Messel) werd geboren in Winschoten op 18 november 1912. Zie ook alle tags voor Jaap Meijer op dit weblog.

 

nota

tijdens de nacht
presenteerde mijn droom
de rekening
aan een verleden

dat niet wilde
betalen omdat
het nog altijd niet
was verteerd

 

 

toegift vooraf

in de tulpstraat
ontmoette ik
28 apri11942
een joodse jongen
die één dag
voordat het officieel
in de dagbladen
werd verplicht gesteld
al een jodenster droeg

hij ging er
geen uur later
de gaskamer om in

 

 2093258-83e57c4352815c1ccc3f45690a9ad137.jpg
Jaap Meijer (18 november 1912 - 9 juli 1993)
Hier met echtgenote Liesje

 

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Zie ook alle tags voor Richard Dehmel op dit blog.

 

Der Letzte Traum
Zum Gedenken an Detlev v. Liliencron

Es war am sechsten Abend, und Gott sprach:
Alles ist gut geworden. Alles. Nur
der Mensch: was ist der Mensch? Er träumt wie Ich.
Er möchte ewig leben, ewig träumen.
Wenn ich nur schlafen könnte ! endlich schlafen ! -

Es war am sechsten Abend, und ein Dichter
sprach auf dem Sterbebettt: Was ist der Mensch?
Er hielt die Hand des liebsten Freunds umklammert,
er wollt ihn ansehn mit den Schöpferaugen,
sie irrten durch ihn hin wie Säuglingsaugen
durch eine fremde, unerschöpflich fremde,
traumvolle Welt - er stammelte:

Sechs Tage keinen Schlaf. Nur Träume. Hörst du ?
Alles war gut. Nur Ich - was ist mit mir ?
Ich seh da immer Menschenschaaren ziehn -
da an der Wand - Heerschaaren - Kriegerschaaren -
von Land zu Land mit mir - Erobererschaaren -
von Stern zu Stern - zur Schlacht - Schlachtopferschaaren -
im Traum - sie opfern sich für Gott hin - hörst du?
die ganze Welt hin - sich hin - mich hin - Gott! -
Wenn ich nur endlich schlafen könnte - schlafen - -

 

 

Äonische Stunde
Alfred Mombert zu Ehren

Du himmlischer Zecher!
Noch einen Tropfen Schwermut in meinem Glase,
noch eine Träne wild in meinem Herzen,
glühte, glänzte,
doch du sangst, du sangest -
es rauschte ein Meer durch uferlose Weiten,
in unsrer Nähe wogten gespiegelte Sterne,
Geister tanzten über dem Erdball,
hoch auf quoll der Tropfen in meinem Glase,
eine Lichtflut -
und hell in deine
fiel die Träne aus meinem Herzen.

 

 2093258-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
Portret door Max Liebermann, 1909

 

 

De Engelse toneelschrijver, librettist en illustrator Sir William Schwenck Gilbert werd geboren in Londen op 18 november 1836. Zie ook alle tags voor William Gilbert op dit blog.

 

The British Tar

A British tar is a soaring soul,
As free as a mountain bird,
His energetic fist should be ready to resist
A dictatorial word.
His nose should pant and his lip should curl,
His cheeks should flame and his brow should furl,
His bosom should heave and his heart should glow,
And his fist be ever ready for a knock-down blow.

His eyes should flash with an inborn fire,
His brow with scorn be rung;
He never should bow down to a domineering frown,
Or the tang of a tyrant tongue.
His foot should stamp and his throat should growl,
His hair should twirl and his face should scowl;
His eyes should flash and his breast protrude,
And this should be his customary attitude!

 

 

Uit: The Yeomen of the Guard (Komische opera van Gilbert en Sullivan)

A laughing boy but yesterday,

A laughing boy but yesterday,
A merry urchin blithe and gay,
Whose joyous shout came ringing out
Unchecked by care or sorrow.
Today a warrior all sunbrown,
When deeds of soldierly renown
Are now the boast of London town,
A veteran tomorrow, today a warrior,
A veteran tomorrow!

When at my Leonard's deeds sublime,
A soldier's pulse beats double time,
And brave hearts thrill as brave hearts will
At tales of martial glory.
I burn with flush of pride and joy,
A pride unbittered by alloy,
To find my boy, my darling boy,
The theme of song and story,
To find my darling boy
The theme of song and story!
To find my boy, my darling boy,
The theme of song and story!

 

 2093258-700990222d2dc124a71bcf6f6b1df04c.jpg
William S. Gilbert (18 november 1836 – 29 mei 1911)
Scene uit een opvoering van “The Yeomen of the Guard” in San Francisco, 2011

 

 

De Duitse schrijver en satircus Albert Johannes (Hans) Reimann werd geboren op 18 november 1889 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Hans Reimann op dit blog.

Uit: Joachim Ringelnatz

“Das erste Mal sah ich ihn im jahre 1911 bei der Kati Kobus.
Da trug er einige von den Gedichten vor, die nachmals unter dem Titel: ,Die Schnupftabakdose' bei Piper gesammelt erschienen und von Seewald (der sich seiner Mitarbeit an meggendörflichen Unternehmungen keineswegs zu schämen braucht) illustriert waren, jetzunder aber vergriffen sind. Ringelnatz war in jenen praehistorischen Zeiten ein simpler Hans Bötticher und arbeitete als solcher gelegentlich am holdselig entschlafenen ‘März' und am ,Simplicissimus' 'mit. Unter seinem stillos bürgerlichen Namen erschien übrigens (bei Albert Langen) das überaus wertvolle Buch: ,Ein jeder lebts'. Und Niemand kennts.
Das zweite Mal sah ich ihn im jahre 1920 bei der firma ,Schall und Rauch', die damals noch in Literatur machte. Ringelnatz war unheimlicher geworden, echter, proletischer, knacklger.
Er trug seine Turngedichte vor. "Deutsche frau' schmetterte er, ohne eigentlich zu schmettern; denn er hatte - wie stets - einen Wunderlieblichen in der Krone, "deutsche Frau, dich ruft' der Barrn. Denn dies trauliche Geländer fördert nicht nur Hirn und Harn, sondern auch die Muskelbänder, Unterleib und Oberlippe. Sollst, das Hüftgelenk zu stählen, dich im Knickstütz ihm vernlählen. Deutsches Weib, komm, kippe, kippe!" Und dazu demonstrierte er an einem Miniatur-Barren die Ziele und Zwecke seiner an lahns Geist geschulten Turn-Lyrik.
Das dritte Mal sah ich ihn im Herbt 1921 in einem leipziger Cabaret. Als ich eintrat, sagte er eben monologisierend und in Würdigung seiner eignen Produktion: ,)Oottverdammich, das reimt sich ja garnich !" Er sagte das auf Sächsisch und mit einem Ton in der Stimme, den kein Unsachse jemals zu imitieren imstande sein wird. Mein Herz schlug bis hinauf in die Ganglien.
Wie? Ringelnatz, dieses prächtige fossil, wäre ein Landsmann? Wir sahen uns infolgedessen öfter. Mein Blut hatte ein sicheres Ohr bekundet, gewissermaßen. Ja, Ringelnatz, das internationale Urviech, hatte in Leipzig ob der Bleisse die Schule besucht ("besucht", hahahahah!) und war mit vielerlei Wurzeln im Sächsischen "verankert". Es konnte' nicht anders sein. So schritten keine berlinischen füße, so ragte keine pommersche Nase, so tremolierte kein bayrisches Organ, so schlabberte kein rheinländisches Maulwerk.”

 2093258-8341e75cd2159b20bc6b61e3e946e49f.jpg
Hans Reimann (18 november 1889 – 13 juni 1969)

 

 

De Belgische schrijfster Mireille Cottenjé werd geboren in Moeskroen op 18 november 1933. Zie voor onderstaande schrijvers ook alle tags voor Mireille Cottenjé op dit blog.

Uit:De bevalling

“Ik had het gekoesterd als een wolvin haar wollige welp, het diep in mijn schoot gedragen, mijn kostbaar geheim. Ik zou het hem als een trofee aanbieden, triomfantelijk, juichend, en hij zou van ontroering geen woord kunnen uitbrengen…
– Geen narcose ! zei ik bits.
De spuit bleef onbeweeglijk, vlak bij mijn arm. Een vragende blik in de ogen – oude ogen met wallen en ceel rimpels omheen – boven het witte masker.
– Ik wil hem voelen uitrukken, zeg ik.
De dokter geeft de spuit terug aan de verpleegster.
– Hoe kun je ’t zo haten, zegt hij.
Hém haat ik, van hém wil ik af, moet ik af. Hij is een kankergezwel dat in mijn lijf vreet, me uitholt, me doodt. Ik wil niet kapot, ik gun het hem niet.
– Sonde, zegt de arts.
Koud staal dringt mijn lichaam binnen. Ik klem mijn tanden opeen, concentreer me met de hele inzet van mijn wil op de vlijmende pijn, vecht tegen het wee gevoel in mijn maag, tegen de vlucht van mijn bewustzijn…
…
– Ze is bewusteloos, zegt een vrouw.
– Niet waar, mompel ik, en open mijn ogen tegen het verblindend licht. Ik voel me open scheuren. Een verdomde pijn. De laatste pijn, die ik voor jou doorsta. Laat straks dat wurm van jou op sterk water zetten, en bied het je nieuwe grote liefde als zegeteken aan.”

 

 2093258-18308984458b4af4a6e33159218ade17.jpg
Mireille Cottenjé (18 november 1933 - 9 januari 2006)

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008, mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2006.

Geschreven door Romenu om 11:51 Reageer op dit bericht

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman, Max Barthel

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Aan de beurs van Amsterdam

Doorluchtig koopslot, meesterstuk
Van KEIZER, die ons Koopgeluk
Aan uw gerief zo dier verplichte,
Wat geest heeft uwe naam bedocht?
Spruit die van ’t veld, dat Dido kocht,
Toen zij haar hof en Koopstad stichtte?

Of heeft de Beurs die naam Gebaard,
De Beurs, die ’t geld met zorg bewaart?
Zo blijf de Zedigheid bevolen:
Want schepen brieven, geld en goed,
En Beursgeloof is eb en vloed.
De Beurs wordt om haar geld bestolen:

En wat ’s een geldeloze Beurs?
Een koopmans gasthuis vol getreurs.
De Beurs heeft ook haar Martelaren.
De winst verandert met de wind.
D’een mist het geen een ander vindt.
‘T is kunst te winnen en bewaren.

Uw wissel draaft vast op en neer.
Dat postpaard maakt wel knecht van heer,
En Reinout kan het schaars berijden.
Het slaat dan voor dan achter uit,
En van ter zijde; en wordt gestuit
Met smert; dies pas zijn hoef te mijden.

Verzekert gij het zeegevaar;
Wat borg zal uw verzekeraar
Verzeekren van uw scha te boeten,
Daar ’t grimmelt van onzekerheên?
De terling geeft u zes, of een …
Wie weet wat kans u zal gemoeten?

Daar nu de zuil ’t gewelfsel stut,
Dook eertijds, in zijn rieten hut
De visser, die met list van fuiken
De gauwste Amstelvis bedroog
Daar Koopliên, onder uwe boog,
Nu zon, nu regenbui ontduiken.

Mistrouw dan vrij uw Koopfortuin.
Carthago leit bestulpt met puin,
En waar is Tyrus? waar de muren
Van Sidon, en zijn koopmansstraat?
Het Beursgeluk dat komt, en gaat.
‘T geluk kan zelden steen verduren.

 

 

Laat zestig winters
P.C. Hooft begroet zijn vriend Vos(sius) door woorden van Vondel te citeren:

'laat zestig winters vrij dat Vossenhoofd besneeuwen,
nog grijzer is het brein, dan 't grijze haar op 't hoofd,
dat brein draagt heugnis van meer dan vijftig eeuwen,
en al haar de wetenschap, in boeken afgesloofd,
Sandrart, beschans hem niet met boeken of met blaêren,
al wat in boeken steekt, is in dat hoofd gevaren.'

 

 

 2093066-3db8cd2e8148d723daa3e9c376447ecf.jpg
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Borstbeeld in Apeldoorn

 

 

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: Niemand uit België

“Dat is in orde
'Dat is in orde, meneer Blancke, u heeft dat zeer goed begrepen.'
Blancke zei dank u, kwam overeind uit het formicastoeltje en verliet het bureau van professor Koornhert.
In de gang snelde Zeger Boon, de eerste van het rijtje studenten dat op hun beurt zat te wachten, hem tegemoet.
'En?'
'Hastings,' zei Blancke.
'Jezus,' zei Boon.
Het klonk als een rijmpje — spontaan bedacht, en net ernaast, zoals vaker in zijn liedjes. Goed/roes. Hou van jou/heb het koud.
'Hastings, Jezus.' Het coupletje nog een keer herhalend keerde Boon zich naar de deur, zijn blik op de zoemer gevestigd waarmee Koornhert hem naar binnen zou sommeren, en trok zijn stropdas wat strakker aan. De vleugel van een min of meer witte hemdsboord floepte omhoog, als een vlagje waarmee hij alvast om een staakt-het-vuren vroeg. Blancke duwde alles weer in de juiste
plooi.
'Geen paniek,' zei hij, 'hij vraagt nooit tweemaal hetzelfde.'
'Ik panikeer niet,' zei Boon, zweet parelend op zijn bovenlip.
Hij leek een andere persoon, totaal niet te vereenzelvigen met de rebel die Blancke tijdens het jaar aan het werk had gezien.
De zoemer ging, als een nijdige hommel, en joeg de laatste kleur uit Boons wangen. 'Hastings,' zei hij nog eens. Blancke gaf hem een bemoedigende tik tegen de schouder, opende de deur voor hem en toen ze weer dichtklapte, bleef hij achter in een mengeling van shag- en zweetaroma's.”

 

 2093066-2c0d51398056a80b15b4163b71a21945.jpg
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

 

De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog enook mijn blog van 17 november 2009.

Uit: Les Disparus de Saint-Agil

« — Et voilà! déclara le voyageur. — Voilà, quoi? — Voilà! J'ai exécuté le programme. J'ai fait tout ça! — A propos! s'exclama Lepicq. Nous diras-tu pourquoi tu t'es enfui de Saint-Agit sans me prévenir, en m'y lais-sant seul? Tu n'avais pas l'excuse de t'être vu enlevé et séquestré, toi... — Well! C'est tout simple. Je croyais que notre ami le romancier avait réellement gagné les Etats. Je me suis dit: « Il n'a envoyé qu'une carte postale. Well! moi aussi, je ferai! Je prendrai ma revenge. » Et j'ai fait! J'ai expédié le câble! Aussi laconique, mais encore plus américain! Ainsi, cher vieux Lepicq, toutes tes déductions sur ma dis-parition étaient fausses. Et dis-moi, à présent: qu'as-tu fait depuis? — Suivi ma voie, moi aussi! Je suis avocat et détective. L'aventure de Martin squelette aura été ma première affaire! — Détective! Wonderful! L'Agence Pinkerton... Le Jules Huret... vous vous rappelez? Un damné vieux farceur, ce Jules Huret. Et comment va le business? — Heu!... fit Lepicq. Par ces temps de crise... — Une question, dit le romancier. — Je t'en prie. — D'où diable t'est venue l'idée de déterrer, la semaine dernière, la classe que nous avions enterrée en 1914? — Justement... commença Lepicq avec vivacité. Mais il n'acheva pas sa phrase. — Le culte du souvenir? — Pas précisément... Un peu embarrassé, l'avocat hésitait. Il se décida:
— Je voulais retrouver les noms des anciens condisci-ples, que j'avais à peu près tous oubliés — à l'exception des vôtres, naturellement. Après ce tourbillon de la guerre qui avait séparé tant d'êtres... Je ne savais même pas si tu étais encore vivant, vieux romancier! Mon intention était de me livrer à des recherches concernant certains de nos camarades de jadis. Quelques-uns pouvaient avoir fait brillamment leur chemin et être en état de me confier une affaire, par exemple… — Je comprends! Mais pourquoi ne pas aller deman-der directement ces renseignements à l'actuel directeur de Saint-Agit? Tu sais que c'est Mirambeau. Enfin... celui que j'appelle Mirambeau dans mon roman. L'OEuf, quoi! L'ani-mal a fait toute la guerre sans une égratignure. Et tu l'aimais bien... — Précisément... Je l'ai vu, d'ailleurs, et c'est lui qui m'a dit que je te trouverais ici... Seulement... je ne l'ai vu qu'après avoir déterré la classe... Avant, cela m'aurait gêné.. »

 

 2093066-b6894b179d44cbba6c74cb03b8bbbdff.jpg
Pierre Véry (17 november 1900 -  12 oktober 1960)

 

 

De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

Uit: Will This Do? An Autobiography

"She hoped that publication of the fuller version, in book form, might undo some of the damage, but never lived to see it. She was not convinced by my arguments, that the diaries were thoroughly en­joyable and interesting and worth publishing. Like many of the upper class, she had a hatred for publicity, but also a passion for selling things. Any crooked timber merchant who came to the door could persuade her to sell him an avenue of mature oak trees at £15 a tree. On this occasion - offered a large sum for her hus­band’s Diaries - it got the better of her once again, but she was protected from severe criticism by meeting only her family, most of whom were quite pleased by it all. It was the only controversial thing she ever did, apart from marrying Evelyn Waugh thirty-six years earlier.
Her politics, in so far as she concerned herself with politics, were those of the populist right. She mistrusted do-goodism, while being profoundly convinced that the working classes were justi­fied in any demands they cared to make. As a woman who had lived all her life in large country mansions, she felt a distinct sym­pathy for the rumbles of the indigenous urban proletariat against Commonwealth immigration. 'All I mind about these people,’ she explained once, looking out of the window at her acres of park­land, 'is that they come over here and take our jobs.’ She, who had never had a job in her life, felt instinctive sympathy for those who wanted one, perhaps.
This may seem a slightly sour picture but I am not sure that her life - in the twenty years of her youth, the twenty-nine years of her marriage, or the seven years of her widowhood - was a particu­larly happy one. When she decided she was poor, she took to an indescribably nasty sherry-type beverage from Cyprus. Only she and one of her sisters were able to drink it. I think it may have con­tained some toxic substance as it destroyed her sense of balance, while Gabriel, her sister, was similarly affected. During Lent, when she restricted herself to one glass a day, she found a re­ceptacle which others might have identified as an exceptionally large flower vase. But it saw her through."

 

 2093066-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg
Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)
Cover

 

 

De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

 

Finally I’m Talking

Yona, shalom,
this time I’m the one who’s talking
and you won’t interrupt anymore.
Now, God help us, you’re in the ranks of the holy and pure.
Who would’ve believed you’d come to this,
that you’d finally calm down.
And what a riot you stirred up when you took your leave,
each man suddenly at his brother’s throat. Hitting, spitting,
and instead of you, they hung on the wall
two drawings, that’s all,
to help us recall.
And they called you holy and their faces grew pale,
and they called you defiled and oh how they sighed,
and they cried Holy Holy, whore whore,
and lots...

 

Vertaald door Chana Bloch en Ariel Bloch

 

 

An Unsatisfactory Answer to The Question

What do you think of the murder of the Prime Minister?
Yes, what do you think of the murder
of the Prime Minister?
And what do you feel?
Are you in shock
or depressed?
A question was asked.
And do you stutter
or are you unsure of what will happen,
or do you speak with such bewilderment
because of the future or the present—
A question was asked.
And perhaps you feel stupid
or without a point of view?
Answer.
And I reply:
All that you say is right
and you are a dear person.
And I want to add one more thing:
The Prime minister died a happy man.
Peace to the dust of the Prime Minister
Husband and father and something more:
the son of Red Rosa.

 

Vertaald door Karen Alkalay-Gut

 

 2093066-367d7aa64d32a4f359a750a949d380d7.jpg
Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

Uit: Becoming the Third Wave

“The backlash against U.S. women is real. As the misconception of equality between the sexes becomes more ubiquitous, so does the attempt to restrict the boundaries of women’s personal and political power. Thomas’ confirmation, the ultimate rally of support for the male paradigm of harassment, sends a clear message to women: “Shut up! Even if you speak, we will not listen.”
I will not be silenced.
I acknowledge the fact that we live under siege. I intend to fight back. I have uncovered and unleashed more repressed anger than I thought possible. For the umpteenth time in my 22 years, I have been radicalized, politicized, shaker) awake. I have come to voice again, and this time my voice is not conciliatory.
The night after Thomas’s confirmation I ask the man I am intimate with what he thinks of the whole mess. His concern is primarily with Thomas’ propensity to demolish civil rights and opportunities for people of color. I launch into a tirade. “When will progressive black men prioritize my rights and well-being? When will they stop talking so damn much about ‘the race’ as if it revolved exclusively around them?” He tells me I wear my emotions on my sleeve. I scream “I need to know, are you with me or are you going to help them try to destroy me?”
A week later I am on a train to New York. A beautiful mother and daughter, both wearing green outfits, sit across the aisle from me. The little girl has tightly plaited braids. Her brown skin is glowing and smooth, her eyes bright as she chatters happily while looking out the window. Two men get on the train and sit directly behind me, shaking my seat as they thud into place. I bury myself in The Sound and the Fu7y. Loudly they begin to talk about women.
“Man, I fucked that bitch all night and then I never called her again.” “Man, there’s lots of girlies over there, you know that ho, live over there by Tyrone’, Well, I snatched that shit up.”
The mother moves closer to her now quiet daughter. Looking at her small back I can see that she is listening to the men. I am thinking of how I can transform the situation, of all the people in the car whose silence makes us complicit.”

 

 2093066-5b79d2b44f0e0fe0c512a01de14f79ab.JPG
Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

Uit: Erfenis (Vertaald door J. Meerman, F. Cnossen, E. van Rijsewijk en G. Beelen)

“In den beginne waren er draken: trots, fel en onafhankelijk. Hun schubben leken op edelstenen, en iedereen die ernaar keek, werd door wanhoop gegrepen, want hun schoonheid was groot en angstaanjagend. En ongetelde eeuwen lang bewoonden ze als enigen het land Alagaësia. Toen schiep de god Helzvog de stoere en geharde dwergen uit het steen van de Hadaracwoestijn. En deze twee volkeren vochten menige oorlog. Daarna zeilden de elfen over de zilveren zee naar Alagaësia. Ook zij streden tegen de draken. Maar de elfen waren sterker dan de dwergen en zouden de draken hebben uitgeroeid, zoals ook de draken de elfen hadden kunnen uitroeien. Daarom kwam tussen de draken en de elfen een wapenstilstand en verdrag tot stand. In het kader van dit bondgenootschap schiepen ze de Drakenrijders, die in Alagaësia duizenden jaren lang de vrede handhaafden. Ook de mensen voeren naar Alagaësia. Evenals de gehoornde Urgals. En de Ra'zac, die de jagers van het donker en de eters van mensenvlees zijn. En de mensen sloten zich bij het pact met de draken aan. Toen stond de jonge Drakenrijder Galbatorix tegen zijn eigen soort op. Hij maakte de zwarte draak Shruikan tot slaaf en haalde dertien andere Rijders over om hem te volgen. Die dertien heetten de Meinedigen. Galbatorix en de Meinedigen roeiden de Rijders uit, legden hun stad op het eiland Vroengard in de as en doodden elke draak die niet de hunne was. Er waren toen nog drie eieren over: het ene rood, het andere blauw en het derde groen. En uit elke draak bij wie dat kon, haalden ze het hart van harten — het eldunarf — dat de macht en de geest van een draak bevat, los van hun lichaam.”

 

 2093066-f059f83d11810644be5ed977e46998e8.jpg
Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)
Cover

 

 

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861 in Morpeth, Ontario. Zie ook alle tags voor Archibald Lampman op dit blog.

 

A Thunderstorm

A moment the wild swallows like a flight
Of withered gust-caught leaves, serenely high,
Toss in the windrack up the muttering sky.
The leaves hang still. Above the weird twilight,
The hurrying centres of the storm unite
And spreading with huge trunk and rolling fringe,
Each wheeled upon its own tremendous hinge,
Tower darkening on. And now from heaven's height,
With the long roar of elm-trees swept and swayed,
And pelted waters, on the vanished plain
Plunges the blast. Behind the wild white flash
That splits abroad the pealing thunder-crash,
Over bleared fields and gardens disarrayed,
Column on column comes the drenching rain.

 

 

Winter-Thought

The wind-swayed daisies, that on every side
Throng the wide fields in whispering companies,
Serene and gently smiling like the eyes
Of tender children long beatified,
The delicate thought-wrapped buttercups that glide
Like sparks of fire above the wavering grass,
And swing and toss with all the airs that pass,
Yet seem so peaceful, so preoccupied;

These are the emblems of pure pleasures flown,
I scarce can think of pleasure without these.
Even to dream of them is to disown
The cold forlorn midwinter reveries,
Lulled with the perfume of old hopes new-blown,
No longer dreams, but dear realities.

 

 2093066-9843b76147326aafa011135ba20bc567.png
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook alle tags voor Max Barthel op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2010.

Uit:Aufstieg der Begabten

“Der Himmel scheint in einer kleinen Stadt der Erde viel näher zu sein als in Berlin, und wenn diese kleine Stadt in der Nähe des Bodensees liegt, kommt der Himmel an den schönen Sommertagen bis auf die Erde und berührt die Wälder, Hügel und Wiesen, glüht in den Blumen und leuchtet im nahen See und in den fernen, wildgezackten Bergen der Schweiz. Das Leben geht seinen gelassenen Gang, und auch der Briefträger Hull in jener kleinen Stadt ging seinen gelassenen Gang. Jeden Tag wanderte er durch die Straßen, ein Bote des Schicksals, und verteilte Licht und Schatten, Freude und Leid. Hull war ein stolzer Mann, er kannte die Welt und hatte viele Freunde, aber sein größter Stolz war seine Tochter Marianne. Sie war schön und in ihrer strahlenden Gesundheit wie eine kleine Madonna anzusehen.
Hull war ein stolzer Träumer. Seine Frau war gestorben, aber sie schien in ewiger Jugend in ihrer Tochter auferstanden zu sein. In seinen früheren Jahren hatte Hull als Matrose die Meere befahren und viele Andenken von seinen Reisen mitgebracht. Und wenn der Vater von den fremden Ländern erzählte, da war es, als ob die Stube gläserne Wände hätte. Die Lackarbeiten, die Holzschnitzereien und Matten belebten sich und waren mehr als Kulisse schöner Berichte. Die schwäbische Sommersonne erfüllte das Zimmer und rückte Amerika, Australien und Asien in ihre Glut. Und wenn der Vater als Bote des Schicksals seine Post verteilte, stand Marianne bei den fremden Gegenständen und hörte die Stimmen fremder Länder und Meere. Ihre Kinderseele war aufrührerisch, ihre kleinen Gedanken jagten in die Welt und suchten das Abenteuer. Vor allen schönen Dingen liebte sie einen kleinen chinesischen Gott, sie nannte ihn: Herr Du. Der Vater, der die Liebe des Kindes sah, schenkte ihr den steinernen Götzen. Damals war sie dreizehn Jahre alt. Die Puppen liebte sie nicht mehr, sie trieb sich mit den Jungens im nahen Wald und manchmal auch am See herum, sie konnte schwimmen, laufen und klettern wie ein Junge. Ihre blonden Haare flogen um das erhitzte Gesicht wie eine Flamme.“

 

 2093066-e152c85ab4bc8b2178dda56b1e1b9066.jpg
Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)
Cover

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 november 2008, mijn blog van 17 november 2007 en ook mijn blog van 17 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Jelko Arts

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Jelko Arts werd geboren in Den Bosch in 1991. Hij studeerde Nederlandse Taal en Cultuur en Letterkunde in Nijmegen, en behaalde een masters in Literair bedrijf. Zijn teksten verschenen onder andere in De Titaan, Trouw en De Gelderlander. Hij stond als performer op festivals als de Zwarte Cross, Opiums Torenkamerfestival, Onbederf’lijk Vers en de Vierdaagse feesten. Hij is oprichter en programmamaker bij Boek op de Bank en geeft les en workshops. Hij is onder agentschap bij de fijne mensen van De Nieuwe Oost (voorheen Literair Productiehuis Wintertuin). In de zomer van 2016 vertrok Jelko met deBuren naar Parijs, om daar twee weken te wonen en te werken. In 2016/2017 was hij onderdeel van het Slow Writing Lab, het talentprogramma van het Nederlands Letterenfonds. Arts is de eerste helft van schrijversduo Arts & Lentes.

Uit: Opstijgen

“Ik krijg mijn Boeing 757 niet voorbij de zoldertrap,’ zeg ik. Het is zondagochtend, ik sta op straat, bij de voordeur van de buurman, die in zijn ogen wrijft.
‘Sorry?’ zegt hij.
‘Ik woon hiernaast, ik zit verlegen om een beetje hulp, mijn Boeing is te zwaar om in mijn eentje door het trapgat te dragen,’ zeg ik. De buurman krabt aan zijn stoppels. 
‘Het is zondagochtend,’ zegt hij. ‘Dat maakt op zich niet uit, maar is het dringend?’              
‘Ja, nogal,’ zeg ik. ‘Ik vertrek zo naar een clubdag voor vliegtuigfanaten en ik wil mijn Boeing vanmiddag graag tentoonstellen.’
‘Een Boeing? Je bedoelt het vliegtuig?’ vraagt hij.
‘Ja, een model. Hij staat op zolder en nu moet hij naar mijn auto worden getild. Normaal gesproken zou ik mijn zus bellen, maar zij gaat op zondagochtend altijd naar onze ouders. En de kans dat ze wil komen helpen is trouwens minimaal: ik ben nogal tegen haar uitgevallen na een ongelukje met een Concorde.’
‘Wauw,’ zegt de buurman lachend. Hij trekt heel kort een wenkbrauw op. Hij is een jaar of veertig denk ik, hij heeft een gezin en een BMW. We knikken vaak, als hij ’s avonds thuiskomt en ik toevallig net de gordijnen dicht trek. Ik sta er nu pas bij stil dat we elkaar misschien niet goed genoeg kennen. Ik sta hier nogal plompverloren. De buurman gaapt.
‘Sorry,’ zeg ik daarom. ‘Ik wil je natuurlijk niet lastig vallen, misschien lukt het me wel alleen.’
‘Nee joh,’ zegt hij, ‘Ik ga even met mijn vrouw overleggen.’ 
Hij verdwijnt de woonkamer in. Ik blijf achter en ik probeer vooral niet teveel naar binnen te kijken. Gestoord worden op je rustige zondagochtend is al genoeg inbreuk op je privacy, dus kijk ik gewoon maar even naar de lucht. Als de buurman terugkomt heeft hij een colbertje over zijn pyjamashirt aangetrokken. Hij zegt: ‘Ze willen straks nog wel naar oma, maar ik kan best even komen helpen.’

 

 2093063-700cbc284175833bdea758ca04e91d76.jpg
Jelko Arts (Den Bosch, 1991)

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten