Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 november 2017 tot 22 november 2017

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Christian Filips, Suresh en Jyoti Guptara, Viktor Pelevin, Endre Ady, William Kotzwinkle, Elisabeth Maria Post

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

Uit: Si le grain ne meur

« Je naquis le 22 novembre 1869. Mes parents occupaient alors, rue de Médicis, un appartement au quatrième ou cinquième étage, qu'ils quittèrent quelques années plus tard, et dont je n'ai pas gardé souvenir. Je revois pourtant le balcon ; ou plutôt ce qu'on voyait du balcon : la place à vol d'oiseau et le jet d'eau de son bassin — ou, plus précisément encore, je revois les dragons de papier, découpés par mon père, que nous lancions du haut de ce balcon, et qu'emportait le vent, par-dessus le bassin de la place, jusqu'au jardin du Luxembourg où les hautes branches des marronniers les accrochaient. Je revois aussi une assez grande table, celle de la salle à manger sans doute, recouverte d'un tapis bas tombant ; au-dessous de quoi je me glissais avec le fils de la concierge, un bambin de mon âge qui venait parfois me retrouver. — Qu'est-ce que vous fabriquez là-dessous ? criait ma bonne. — Rien. Nous jouons. Et l'on agitait bruyamment quelques jouets qu'on avait emportés pour la frime. En vérité nous nous amusions autrement : l'un près de l'autre, mais non l'un avec l'autre pourtant, nous avions ce que j'ai su plus tard qu'on appelait « de mauvaises habitudes ». Qui de nous deux en avait instruit l'autre ? et de qui le premier les tenait-il ? Je ne sais. Il faut bien admettre qu'un enfant parfois à nouveau les invente. Pour moi je ne puis dire si quelqu'un m'enseigna ou comment je découvris le plaisir ; mais, aussi loin que ma mémoire remonte en arrière, il est là. Je sais de reste le tort que je me fais en racontant ceci et ce qui va suivre ; je pressens le parti qu'on en pourra tirer contre moi. Mais mon récit n'a raison d'être que véridique. Mettons que c'est par pénitence que je l'écris. A cet âge innocent où l'on voudrait que toute l'âme ne soit que transparence, tendresse et pureté, je ne revois en moi qu'ombre, laideur, sournoiserie. On m'emmenait au Luxembourg ; mais je me refusais à jouer avec les autres enfants ; je restais à l'écart, maussadement, près de ma bonne ; je considérais les jeux des autres enfants. Ils faisaient, à l'aide de seaux, des rangées de jolis pâtés de sable... Soudain, à un moment que ma bonne tournait la tête, je m'élançais et piétinais tous les pâtés. »

 

 2094537-12fc66f02e0eeb57ea67fc8aaca2fa69.jpg
André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)
André Gide et ses amis au Café maure de l'exposition universelle de 1900 door Jacques-Émile Blanche. Gide rechts, met hoed.

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster George Eliot werd geboren op 22 november 1819 in Nuneaton in Warwickshire. Zie ook alle tags voor George Eliot op dit blog.

Uit: Romola

“More than three centuries and a half ago, in the mid spring-time of 1492, we are sure that the angel of the dawn, as he travelled with broad slow wing from the Levant to the Pillars of Hercules, and from the summits of the Caucasus across all the snowy Alpine ridges to the dark nakedness of the Western isles, saw nearly the same outline of firm land and unstable sea--saw the same great mountain shadows on the same valleys as he has seen to-day--saw olive mounts, and pine forests, and the broad plains green with young corn or rain-freshened grass--saw the domes and spires of cities rising by the river-sides or mingled with the sedge-like masts on the many-curved sea-coast, in the same spots where they rise to-day. And as the faint light of his course pierced into the dwellings of men, it fell, as now, on the rosy warmth of nestling children; on the haggard waking of sorrow and sickness; on the hasty uprising of the hard-handed labourer; and on the late sleep of the night-student, who had been questioning the stars or the sages, or his own soul, for that hidden knowledge which would break through the barrier of man's brief life, and show its dark path, that seemed to bend no whither, to be an arc in an immeasurable circle of light and glory.
The great river-courses which have shaped the lives of men have hardly changed; and those other streams, the life-currents that ebb and flow in human hearts, pulsate to the same great needs, the same great loves and terrors. As our thought follows close in the slow wake of the dawn, we are impressed with the broad sameness of the human lot, which never alters in the main headings of its history--hunger and labour, seed-time and harvest, love and death.”

 

 2094537-14961b8ed6a9fa209d818cf5eb9c545b.jpg
George Eliot (22 november 1819 – 22 december 1880)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

Uit:Suburbane horror

“Er is een zwart-witfoto waarop mijn broer en ik, kleuters in identieke winterjassen, op een besneeuwde en bevroren zandvlakte staan. Samen met mijn moeder kijken we in een grote langwerpige kuil van anderhalve meter diep. Op de bodem daarvan steken paaltjes omhoog waarlangs bleke latten zijn getimmerd. In die kuil, zo vertelde mijn vader, die ons verzocht in de kuil te wijzen - wat we zo te zien lichtelijk verbaasd deden terwijl hij afdrukte -, zou het nieuwe huis komen.
Een jaar later trokken we in het huis in de buitenwijk van een middelgrote provinciestad. Alles was nieuw. Toen bij ons binnen het linoleum gelegd was, de meubels hun plaats hadden gevonden en de futuristische kolenhaard met de indrukwekkende naam Bronco Pascha loeide, reed er een bulldozer door de blubber die onze achtertuin zou worden. Het winkelcentrum was nog in aanbouw. Noodwinkels bereikten we over plankieren die wiebelden op de modder. In zijstraten werd nog volop gebouwd, aan nog meer huizen en lage flats. De boompjes waren schriel, de struiken onooglijk, maar aan alles was gedacht. Je kon goed merken dat we woonden in de degelijke uitvoering van een tot in de puntjes uitgestippeld en doorgerekend bouwplan. Ik zou er blijven wonen, naar school gaan en zien hoe de plantsoenen weelderiger en de bomen iets dikker werden totdat ik ging studeren.
Ik wil maar zeggen: aan het woord is geen stadsrat en al evenmin een dorpeling. Zoals de meerderheid van de naoorlogse bevolking in dit land ben ik opgegroeid in wat een buitenwijk heette, de Nederlandse variant van suburbia. En al de vriendjes die ik had woonden in zulke buurten. Geplande nieuwe woonomgevingen voor modale huizenbezitters in tijden van groeiende welvaart.
Uit eigen ervaring kan ik vaststellen dat het mogelijk is in zo'n omgeving prettig te wonen en zorgeloos op te groeien. Daarover gaat het hier niet. Hier gaat het om de verschrikkingen. Alle woonomgevingen kennen hun verschrikkingen. De paleizen en landhuizen van de rijken bieden naast ruimte, luxe en verfijning de beruchte kilte en eenzaamheid. Traditionele volksbuurten in grote steden gelden als warm en levendig op het verstikkende af, maar zijn overbevolkt, oncomfortabel en vaak ronduit deprimerend. In dorpen en op het platteland woont men in ruimte en rust, maar in betrekkelijke afzondering van de wereld en in een al te nauw contact met traditionele zeden en gewoontes, en onvermurwbare sociale verbanden, die een stille wreedheid aan den dag kunnen leggen.”

 

 2094537-4af28bb9bf9502994124cd4b5fa7a484.jpg
Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957) 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

ein weißer Schnürsenkel-

Blitz jetzt. Das ist
Mamas Hand, wie sie knotet! –

Verknoten beibringt mir
ihm beibringen will: sie
sitzt ihrem Sohn gegenüber
bindet die Senkel,
                      so, beide Hände
Hände beide linksrum in der Schlaufe
weiß sie
            – wierum? sorum? Löffelstil

gleich selber, nein hierum!
nicht mehr –

ach spiegelverkehrt,
                             Mutter Gottes!
Bald schnüren wir ihn
Bald er uns

 

 

… Schlaf

ein Gletscher, jahrtausendealt
meine Hand.

Und in ihr ein Ziehn ... wohin?

Halt! Da-Greift etwas
das

fühlt sich an

wie jeder
wie peitschendes
Leder wie Schnee

 

 2094537-cd4666cc3dfe609a894eace1ce80f5b9.jpg
Christian Filips (Osthofen 22 november 1981)

 

 

De Brits-Indische schrijverstweeling Suresh en Jyoti Guptara werd geboren op 22 november 1988 in Frimley, Hants in het zuidoosten van Engeland. Zie ook alle tags voor Suresh en Jyoti Guptara op dit blog.

Uit: Calaspia, Das Erbe der Apheristen (Vertaald door Frank Böhmert)

„Der mächtigste Mann Calaspias, der Imperator der Nu-mcnii, war nur ein Mensch und daher den Mächten, die sich seiner bedienten, hoffnungslos unterlegen. Er wusste nicht einmal von der längst verlorenen Schlacht. Ihn hielten persönliche Probleme im Griff. Seit geraumer Zeit hatte er sich mir Mitteln getröstet, die seinem Geisteszustand mehr schadeten als seiner Scharzkammer. Und nun, da sich die Nationen seines vermeindichen Hoheitsbereichs auf den Krieg vorbereiteten, ging der Imperator im Thronsaal in die Knie. «Seid gegrüßt, allmächtiger Herrscher!», stammelte er dem eigenen Thron entgegen. Dort saß kein Herrscher, dort lagen nur der prachtvolle Umhang. das Zepter und die Krone Ca-laspias. «Was darf ich für meinen Lehnsherrn tun?» Aurgelmir verneigte sich schwerfällig und verschüttete da-bei etwas von seinem Getränk. Seine Kleider sahen aus, als ob er blutete. «Euer Wunsch ist mir Befehl, Herr.» Er verharrte einen Moment in der Verbeugung, dann stand er auf und schüttelte sich, als ob er eben erst erwacht wäre. Er schaute sich um und stellte fest, dass er allein war. Er schien vergessen zu haben, womit er sich gerade beschäftigt hatte —und warum. Ziellos trottete cr durch den Saal, beugte sich über einen goldenen Schmuckgegenstand, um ihn zu inspizieren, und stieß mit der Nase daran. Er zuckte zurück und trottete wei-ter. Als Nächstes versuchte er, an einem Wandteppich hoch-zuklettern wie an einem Baum. Wenige Zentimeter über dem Marmorboden heulte er wie eine Urwaldbestie, dann fiel der Wandteppich herunter und beendete das Spektakel mit einem lauten Rums. Aurgelmir hatte einige Mühe, sich wieder aus dem Tep-pich zu befreien. Keuchend stand er auf und schnupperte.”

 

 2094537-4f5c7b45691c53373623a5eec4376a2d.jpg
Suresh en Jyoti Guptara (Frimley, 22 november 1988)

  

 

De Russische schrijver Viktor Pelevin werd geboren op 22 november 1962 in Moskou. Zie ook alle tags voor Viktor Pelevin op dit blog.

Uit:The Sacred Book of the Werewolf (Vertaald door Andrew Bromfield)

““But the most terrible thing was that the shame didn't simply sear my heart, it also mingled into a single whole with the pleasure I was getting from what was going on.
It was something quite unimaginable - truly beyond good and evil. It was then that I finally understood the fatal abysses trodden by De Sade and Sacher-Masoch, who I had always thought absurdly pompous. No, they weren't absurd at all - they simply hadn't been able to find the right words to convey the true nature of their nightmares.
And I knew why - there were no such words in any human language.
'Stop,' I whispered through my tears.
But in heart I didn't know what I wanted - for him to stop or to carry on.
I couldn't hold back any longer and I started crying. But they were tears of pleasure, a monstrous, shameful pleasure that was too enthralling to be abandoned voluntarily.”
(…)

“Democracy, liberalism--those are just words on a signpost, she was right about that. But the reality is more like the microflora in your guts. In the West, all your microbes balance each other out, it's taken centuries for you to reach that stage. They all quietly get on with generating hydrogen sulphide and keep their mouths shut. Everything's fine-tuned, like a watch, the total balance and self-regulation of the digestive system, and above it--the corporate media, moistening it all with fresh saliva every day. That kind of organism is called the open society--why the hell should it close down, it can close down anyone else it wants with a couple of air strikes. The question is, how do you arrive at this condition? What they taught us to do was to swallow salmonella with no antibodies to fight it, or other microbes to keep it in check at all. Not surprisingly we developed such a bad case of diarrhea that three hundred billion bucks had drained out before we even began to understand what was going on.”

 

 2094537-a5465fb0930822211c9e66aa86dfa0d1.jpg
Viktor Pelevin (Moskou, 22 november 1962)
Cover 

 

 

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva. Zie ook alle tags voor Endre Ady op dit blog en ook mijn blog van 22 november 2010.

 

Memory Of A Summer Night

An angry angel hurled from the heavenly height
Drumroll alarms onto the sombre earth,
Hundreds of stars burnt out their light,
Hundreds of young brains were overturned,
Hundreds of veils were torn, defiled:
It was a curious,
Curious summer night.

Our old beehives burst into flame,
Our loveliest filly broke her leg,
I dreamt that the dead came back to light.
Our faithful dog, Burkus, disappeared,
Our good servant Meg, mute all these years,
Shrilled sudden chants of a savage rite:
It was a curious,
Curious summer night.

The worthless were swaggering bravely,
Fancy robbers went out to rob,
And true-hearted men had to hide:
It was a curious,
Curious summer night.

We gathered that man was imperfect,
Tight-fisted when sharing his love,
But still, it just couldn't be right,
The live and the dead on the turning wheel:
Has man ever been a punier mite,
And the Moon in a more mocking mood
Than on that terrible night?
It was a curious,
Curious summer night.

And horror leaned over the spirits
with malevolent, gloating delight:
The secrets of every forefather
Dwelt deep in the souls of the sons.
And Thought, the proud servant of Man,
Inebriated, went out to lead
His blood-shedding, dreadful Wedding Feast.
That lad was lowly, lame, contrite:
It was a curious,
Curious summer night.

I know I believed that on that night
Some neglected God would soon alight
To take me and deliver me to death,
But I am still alive, though different,
Transfigured by that shattering event,
And as I am waiting for a God,
I remember that terror-haunted,
Devastating, world-burying night:
It was a curious,
Curious summer night.

 

 2094537-b22b6364a8829af9a4831a6949c2b352.jpg
Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)
Standbeeld in Debrecen

 

 

De Amerikaanse schrijver William Kotzwinkle werd geboren op 22 november 1943 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor William Kotzwinkle op dit blog.

Uit: E.T. The Extra-Terrestrial

“The spaceship floated gently, anchored by a beam of lavender light to the earth below. Were someone to come upon this landing site, they might, for a moment, think that a gigantic old Christmas tree ornament had fallen from the night sky -- for the Ship was round, reflective, and inscribed with a delicate gothic design. Its mellow radiance, the scattering of something like diamond dust on its hull, would make one look again for the ornamental hook at its point, by which it had hung in a far-off galaxy. But there was no one nearby, and the Ship had landed purposefully, the intelligence commanding it beyond navigational error. Yet an error was about to be made... The hatch was open, the crew out and about, probing the earth with strangely shaped tools, like little old elves caring for their misty, moonlit gardens. When here and there the mist parted and the pastel light from the Ship's hull fell upon them, it was clear they weren't elves, but creatures more scientifically minded, for they were taking samples -- of flowers, moss, shrubs, saplings. Yet their misshapen heads, their drooping arms and roly-poly, sawed-off torsos would make one think of elfland, and the tenderness they showed the plants might add to this impression -- were someone of Earth nearby to observe it, but no one was, and the elfin botanists from space were free to work in peace. Even so, they started in fear when a bat twittered by, or an owl hooted, or a dog barked in the distance. Then their breathing quickened and a mistlike camouflage surrounded them, flowing from their fingertips and from their long toes; then they would be hard indeed to discover; then a solitary walker in the moonlight might pass by the misty patch, never knowing a crew from ancient space huddled there. The spaceship was another matter. Enormous Victorian Christmas tree ornaments don't fall to the earth with great frequency. Their presence is felt -- by radar, by military intuition, by other scanning devices -- and this gigantic bauble had been detected. It was too big to be missed; no protective fog could completely cover it, on earth, or swinging in the tree of night.”

 

 2094537-b9edef77db2843c8ad839160c69ca48f.jpeg
William Kotzwinkle (Scranton, 22 november 1943)
Scene uit de film van Steven Spielberg uit 1982 

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Elisabeth Maria Post werd geboren in Utrecht op 22 november 1755. Zie ook alle tags voor Elisabeth Maria Post op dit blog.

Uit: Het land, in brieven

“Mijne vriendschap, waardste Eufrozyne kan u niet gelukkiger maken, dan ik mij door de uwe gevoel. Word dus in u zelf gewaar, dat ge mij doet genieten. Lieve vriendin van mijne jeugd! gij zijt mij een edel Gods geschenk. Welke tedere aandoeningen worden door u verlevendigd, die werkeloos in mij sluimerden, of niet dan afgestorvene vrienden ten voorwerp hadden! Welk eene vrolijkheid spreidt deze gedagten op mijn toekomstig lot: ‘Nu heb ik die vriendin, naar welke ik jaren lang vrugteloos zogt, - gevonden! Harmonisch gevoel boeit onze zielen aan elkander. De gedagten mijner eenzaamheid zal ik aan den boezem mijne Eufrozyne ontlasten; geen onheil zal mij doen weenen, of hare getrouwe ziel zal er in deelen; in hare vreugd zal ik vrolijk zijn; daar ik hulp behoef zal zij gereed zijn! de Godsvrugt, ons beide even dierbaar, zal onze banden versterken en ons doen ijveren om elkander op het pad der deugd voorbij te streven! dan eens zal hare vurigheid, mijne laauwheid verdrijven; dan eens mijn ernst, hare standvastigheid verdubbelen! - Zoo zullen de gelukkige jaren onzer jeugd ongemerkt als dagen voorbij gaan. - Zoo zal de langdurige kennis en ondervinding van elkanders karakter, in de rijper jaren des ouderdoms, onze trouw onverbrekelijk maken. - Zoo zal Eufrozyne's laatste zugt mij, of de mijne haar zegenen; - zoo ik haar overleve, dan zal ik, in de uitkomst van haar lot, een beeld van het mijne zien. Dikwils zal dan haar graf mijne zugten hooren: en haar zerk de kenmerken dragen, dat het overblijfzel, het welk hij bedekt, mij dierbaar was.”

 

 2094537-6062afa8d63b7ff27fcb0fe683a70369.JPG
Elisabeth Maria Post (22 november 1755 - 3 juli 1812)
Het Drostehuis in Amerongen, waar de schrijfster van 1775 tot 1788 woonde.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 november 2008, mijn blog van 22 november 2007 en ook mijn blog van 22 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Margriet de Moor, Gerard Koolschijn, Isaac Bashevis Singer, Wouter Steyaert, Marilyn French, Freya North, Carl-Henning Wijkmark, Voltaire, Garth Risk Hallberg

De Nederlandse schrijfster Margriet de Moor werd als Margaretha Maria Antonetta Neefjes op 21 november 1941 in Noordwijk geboren. Zie ook alle tags voor Margriet de Moor op dit blog.

Uit:Van vogels en mensen

“Op een vroege juni-ochtend komt hij thuis. Hij rijdt de straat in. Vredige stilte, zij het bedrieglijk. De auto’s staan nog allemaal onder de meidoorns langs de stoepranden geparkeerd. De jonge bomen bloeien. Witroze bloemetjes.
Het is even na zessen. In deze straat, de Mozartstraat te Schalkwijk, zal het dagelijks leven op zijn vroegst pas over een half uur beginnen. Schalkwijk is een tussen weilanden en water gelegen dorp, het heeft een middeleeuws verleden maar hoort tegenwoordig tot de gemeente Haarlem.
Als hij uitstapt valt het uitzinnige kabaal van de vogels in de meidoorns hem niet speciaal op. Dit gejubel is hem vertrouwd. Rinus Caspers, van huis uit hovenier, werkt als vogelverjager op de luchthaven, zo’n kilometer of tien verderop. Een onverstoorbare, vriendelijke man. Gewend solitair te werken en nooit te beroerd om een nachtdienst van een collega over te nemen. Alleen-zijn, ’s nachts onder de sterrenhemel of onder een pak regenwolken, hij zou niet weten wat daar voor eenzaams aan is.
Hij steekt de straat over naar de nieuwbouwwoning, een tussenhuis van vier-onder-een-kap, waar hij met zijn vrouw en zoon woont. Zodoende vallen de in neutrale kleding gestoken man en vrouw op de voorbank van een Volkswagen hem net zomin op als het vogelgetsjilp. De twee hebben dienst. Straks zullen ze zo netjes mogelijk een arrestatie verrichten, op zichzelf niets bijzonders, alleen is het dit keer een vrouw. Ook niet echt ongehoord in hun vak.
Hij duwt de voordeur achter zich dicht. De hond, een bordercollie, staat dan al intens zijn laarzen en broek te besnuffelen. Het dier dat deze keer niet mee mocht naar de vliegtuigen wil zich op de hoogte stellen. De opgaande zon schijnt door het zijraam van de erker via de huiskamer het halletje in. Rinus hangt zijn jekker tussen de jassen en sjaals van Marie Lina, zijn vrouw, en zijn zoon Olivier. Hij gaat ervan uit dat de twee nog een lekker uurtje mogen blijven liggen, warm in hun slaapgeur, van niets wetend.
‘Naar je mand,’ beveelt hij zachtjes de collie.
Hij trekt zijn laarzen uit en brengt ze via de keuken naar de achterplaats om ze later op de dag met de tuinslang schoon te spuiten.”

 

 2094275-0b3cb5514fe20d98bcfee4625f4a1919.jpg
Margriet de Moor (Noordwijk, 21 november 1941)

 

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Gerard Koolschijn werd op 21 november 1945 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Koolschijn op dit blog.

Uit: Geen sterveling weet

“Waarom? Een kindervraag. De wereldwijzen vragen hóé. Ik heb een hekel aan hoe.
Bij gebrek aan beter zoek je het antwoord bij je ouders. Zelf na-der je de dood, maar nog steeds graafje met groeiend onbegrip rond in je jeugd. Ergens in een la liggen twee pakketten met geslachtslijsten. De eeuwen schieten voorbij. Schippers, zadelmakers, geesteszieken. Katwijk, Zwartsluis, Memmelshofen. Ga vijftien moeders terug en het is Tachtigjarige Oorlog. Tienduizenden mannen en vrouwen hebben sindsdien, gretig, onverschillig, krampachtig, aan je totstandkoming bijgedragen. De laatste twee zijn dichtbij, maar dat maakt ze nog niet begrijpelijker.
Toen mijn vader zo oud was geworden dat trots, of schaamte, hem niet langer belette de waarheid te spreken - toen hij murw was en zijn behoefte aan vertrouwelijkheid bewees dat hij het leven voelde verdwijnen - ontviel hem dat hij een fout had gemaakt, die ene keer, in de oorlog, voor haar deur op de Conradkade, waar zij hem smeekte haar niet in de steek te laten.
Wie weet geen plein of straat waar hij anders had moeten beslissen?
Bij het bladeren door de familiealbums groeit behalve het onbegrip ook hor medelijden.
Daar poseert het meisje dat in handen van mijn vader zou vallen nog in een matrozenpakje met haar moeder en twee broertjes in de stammenwirwar van een ontwortelde voorwereldlijke boom op Sumatra. Boven het gezin staat wijdbeens haar vader, met een ge-weer over de schouder waarmee hij eigenhandig tijgers schoot, stoer groetend met zijn tropenhelm. In de smetteloos witte gezelschappen voor watervallen, naast triomfbogen of bij het treintje dat de oogst door de plantage reed staan haar vader en moeder zelden naast elkaar. Zij hadden elkaar aan boord getroffen. Hij keerde terug van een vergeefse zoektocht naar een Hollandse bruid. Zij was op weg naar een koloniaal verpleegstersleven. Op zijn tweede aanzoek was zij ingegaan, op voorwaarde dat ze nooit zou hoeven koken. Wat stond haar allemaal te wachten, dat meisje met een strik in het haar aan de hoge lessenaar in de kamer, in een schoolklasje van drie, met de voetjes op een taboeret, dat stipje op het weidse, glooi-ende veld rond het hooggelegen plantershuis!”

 

 2094275-9c3fcd23a2f0d761f3b8e3a323d53f81.jpg
Gerard Koolschijn (Den Haag, 21 november 1945)
Den Haag, Uitzicht vanaf de toren van de Grote Kerk 

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

Uit: He Wants Forgiveness From Her

“The door opened and into the room came a fashionable, beardless young man wearing a stovepipe hat and a short jacket. He seemed to be in his late thirties. His appearance and manner of dress, indeed his entire bearing, radiated importance—that of a doctor, a lawyer, or, at the very least, an accountant. Especially authoritative were his pince-nez, which sat low down on his nose and were fastened to the buttonhole in his lapel by a thin black cord. "Well, what's the good word?" my father said. The young man spoke half shyly and hesitantly. He began with these words: "Rabbi, you're going to laugh ..." It turned out that some twelve years before, the young man had been the fiance of a respectable Warsaw girl. Then he met another girl and married her. People warned him that when someone breaks off an engagement, a letter of forgiveness is required from the other party. But he was in love with his new wife and was ashamed to return to the first one to request the letter. He was especially ashamed before his in-laws. In short, he went off to live with the second girl, moved to another city, and hoped that time would smooth everything over. So a match dissolves, big deal! However, bad luck tagged after the young man. He opened a shop, but it failed. He established a factory: that, too, did not succeed. His wife had one child, a second child, a third child, but all of them died. The young man was not religious; still, these misfortunes reminded him of the wrong that he had done to his first fiancée. He began to ponder this, and started dreaming about it at night. Before long he became obsessed with the thought that he would have no respite until he got a pardon from his former fiancee, who he heard had married. The news prompted him to leave his business and come to Warsaw, where he discovered that his former fiancee lived in our—that is my father's—district. That is why he had come to ask my father's assistance in getting a letter of forgiveness.
Father heard him out before saying, "Yes, it's true. When a person is wronged, repentance is of no avail. One must request forgiveness."
Father then sent me to bring the man's former fiancée to the courtroom.
Since she lived on Khlodna Street, the young man gave me money for the round trip on the droshky. It was weird sitting in a droshky without packages. The boys outside gaped in wonder. The shopkeepers, men and women, laughed and wagged a warning forefinger at me. I leaned my head against the side of the droshky and felt the springs swaying under me. I was so light I was afraid I might fall out. Nevertheless, I felt comfortable riding in the droshky.“

 

 2094275-9905f0703930270e1a51bf64e9c8400a.jpg
Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

 


De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Marilyn French werd geboren op 21 november 1929 in New York. Zie ook alle tags voor Marilyn French op dit blog.

Uit: A Season in Hell: A Memoir

“As we discussed his treatment, I thought about my friend Sibyl Claiborne. I had flown up to New York in February to appear on a PEN panel on Taboos in Literature, which she chaired. Sibyl had seen her oncologist that same day and, in quiet distress, told me she had been diagnosed with cancer of the lung. The doctors at NYU Hospital told her it was tiny, smaller than a quarter, and that she had a good prognosis. As she recounted this, a pang of dread struck me, hard, like a gong in my chest. I began to say that I, too, had cancer, but I stopped myself in time. I didn't have cancer. Why did I feel that I did? Since the fall of 1991, I had had an intermittent consciousness of—or had been inventing—a deep-seated malaise in my body. In November I had had a flu that hung on for months, then turned into a cold, which as late as March had not yet gone away. I told myself my dread at hearing Sibyl's news was just empathy.
Maybe I wanted to share her grief, since I was so fond of her and regretted the sorrow she bore—her husband had died a couple of years earlier and her only child, a son, had died of AIDS the year before. She had no family left; she had only her close friend Grace Paley.
Maybe what was driving me was guilt at the fact that I was still smoking. I had been smoking since I was fifteen, since the night of the junior prom in the Café Rouge of the old Hotel Pennsylvania. I was an instant addict, moving swiftly up to a pack a day forty-six years ago. For years, doctors and friends urged me to quit, but I rationalized.
There was no cancer on either side of my family, and beyond that, I couldn't believe that an activity I enjoyed so much could harm me. My brilliant uncle Henry (who also smoked and drank) regularly told me stories of relatives of his (always men) who had smoked two packs of cigarettes and drunk a fifth of bourbon every day until they died at ninety-four. I counted on being like them.”

 

 2094275-419601e8f8c5c11ae924a176dca36733.jpg
Marilyn French (21 november 1929 – 2 mei 2009)
Cover

 

 

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2010.

Uit: The Way Back Home

„To Oriana, it seemed so small. So ridiculously and unnervingly small that she felt compelled to rub her eyes. It had to be an illusion — the truer, more sensible, more realistic proportions would surely be reinstated after a good blink. But there it was still, nestled in a fold of land which looked soft enough to be made of fabric. Like biscuit crumbs in a scrunched napkin, there was the small town outside which she'd grown up. She pulled the hire car in to the verge. She didn't want to get out, she wanted to avoid familiar smells that might make it seem real. She didn't want to hear anything that might say well! welcome back, duck. She wanted to believe that she had no history with this mini place and no need of it. It looked silly, being so small. Not worth a detour. Certainly not worth a visit. Not worthy, even, of a drive right through. This wasn't Lilliput. This wasn't romantic. This was Nowhere.
Nowhere, also known as Blenthrop, Derbyshire. The worst thing about this bastard place striking Oriana as being so small was that it made the rest of the world feel so vast. And suddenly she felt isolated, acutely alone and terrifyingly far away from the place she'd called home for so many years, the place she'd left only the previous day. God Bless America, she said under her breath though she knew she'd never go back.
Driving to her mother's house was easier because she'd never lived there. There was little to recognize, nothing to flinch at; she was unknown and that was preferable to intrusive welcomes and waves, however warm and well meaning Blenthrop folk might be. The further she drove from her childhood home, the longer the space she could finally create between her ears and her shoulders. As she relaxed a little, the car seat felt more comfortable and her headache lifted. Really, jet lag had nothing to do with the tension and now that the anxiety had dissipated, Oriana let the genuine tiredness billow over her the way her mother used to waft her duvet when she was a little girl, giggling in bed waiting for it to land."

 

 2094275-5b4de2ae1a769bfc74b38b3b8b44a842.jpg
Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent op 21 november 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

Jeuk

Mijn meisje heeft schurft, maar
dat geeft niet. Neen, ik denk niet

dat het geeft, want het belet me
niet haar graag te zien. Haar zo
graag te zien dat ik haar bijna kus

met een befdoekje. Ik sta op
en ga slapen met een borstel
in de hand – je zou ervan schrikken

hoe weinig ik daarmee inzit.

Mijn meisje pelt af, maar dat geeft
niet. Neen. Dat geeft in de verste
verte niet.

Soms zie ik haar krabben en denk
‘Jij moet jeuk hebben meisje’, ik
probeer haar dan te troosten.

 

 2094275-f6bb2ade4bc71ce73361c74ee7b82e20.jpg
Wouter Steyaert (Gent, 21 november 1982)
Gent

 

 

De Zweedse schrijver Carl-Henning Wijkmark werd geboren op 21 november 1934 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Carl-Henning Wijkmark op dit blog.

Uit: Nahende Nacht (Vertaald door Paul Berf)

„Wegen eines unbedachten Worts irgendeiner Schwester bildeten wir uns ein, er käme aus Mittelamerika - fälschlicherweise, wie sich herausstellen sollte - und nannten ihn deshalb Montezuma, schon bald abgekürzt zu Monte. Seine Verborgenheit und noch mehr sein Schweigen beschäftigten uns sehr - er stöhnte und schnarchte nicht und wir konnten ihn nicht essen hören, da er am Tropf hing. In den Nächten wurde dieses Schweigen im Verborgenen so mächtig, dass es die Dunkelheit erfüllte, und wir fragten uns, ob er noch lebte.
Das Eigenartige an Monte war, dass er solch eine starke Präsenz hatte, obwohl wir ihn weder sehen noch hören konnten. Aber vielleicht war das auch gar nicht so eigenartig. In unserem todgeweihten Zustand waren wir besonders empfänglich dafür, was sich auf der anderen Seite des Vorhangs verbarg, und die Autorität seines Schweigens wurde durch unsere Furcht vor dem endgültigen Schweigen verstärkt. Es entstand ein Spannungsfeld um die abgeschirmte Ecke, und Monte bekam unausgesprochen die Rolle einer verborgenen, einer abgewandten Gottheit. Es lag in der Luft; ich merkte zudem, dass die Sache für keinen von uns nur ein Spiel war. Vor allem Börje war tief berührt. Der diskrete Kult bekam darüber hinaus eine Art Vermittler oder Propheten, als sich zweimal ein Besucher - offenbar ein Landsmann - einstellte. Es war ein hagerer, recht großer, junger Mann, der in unseren Augen indianisch aussah. Er hatte einen großen Rucksack aus braunem Leder dabei, dem er etwas entnahm, was mir kleine Holzfiguren zu sein schienen. Er verschwand mit ihnen hinter dem Vorhang, kehrte jedoch augenblicklich wieder zurück, trat rückwärts heraus, als wollte er dem Kranken nicht den Rücken zukehren, und seine Hände waren leer.“

 

 2094275-280092620ce4ab4051d2b57084b0f16d.jpg
Carl-Henning Wijkmark (Stockholm, 21 november 1934)

 

 

De Franse schrijver Voltaire, (pseudoniem van François-Marie Arouet)werd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor Voltaire op dit blog.

 

Sonnet

Il n'est mortel qui ne forme des voeux :
L'un de Voisin convoite la puissance ;
L'autre voudrait engloutir la finance
Qu'accumula le beau-père d'Évreux.

Vers les quinze ans, un mignon de couchette
Demande à Dieu ce visage imposteur,
Minois friand, cuisse ronde et douillette
Du beau de Gesvre, ami du promoteur.

Roy versifie, et veut suivre Pindare ;
Du Bousset chante, et veut passer Lambert.
En de tels voeux mon esprit ne s'égare :

Je ne demande au grand dieu Jupiter
Que l'estomac du marquis de La Fare,
Et les c...ons de monsieur d'Aremberg.

 

 

A Mademoiselle de Guise

Vous possédez fort inutilement
Esprit, beauté, grâce, vertu, franchise ;
Qu'y manque-t-il ? quelqu'un qui vous le dise
Et quelque ami dont on en dise autant.

 

 

Épigramme sur Gresset

Certain cafard, jadis jésuite,
Plat écrivain, depuis deux jours
Ose gloser sur ma conduite,
Sur mes vers, et sur mes amours :

En bon chrétien je lui fais grâce,
Chaque pédant peut critiquer mes vers ;
Mais sur l'amour jamais un fils d'Ignace
Ne glosera que de travers.

 

 2094275-cb4f945b890f8f829a55ee2bad2cb08f.PNG
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)
Die Tafelrunde in Sanssouci door Adolph von Menzel, 1850. Derde van links, in de paarse jas, zit Voltaire; naast hem in het rode uniform Christoph Ludwig von Stille, dan Frederik de Grote. De andere gasten zijn Giacomo Casanova, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, La Mettrie, James Francis Edward & George Keith, Friedrich Rudolf von Rothenburg en Francesco Algarotti.

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren in Louisiana in november 1978 en groeide op in Noord-Carolina. Zie ook alle tags voor Garth Risk Hallberg op dit blog.

Uit: City on Fire

“Was it the cardigan he was allergic to? Its lurid flamestitch pattern seemed to fill the room. And right then, in that moment of weak-ness, was when the doctor pounced. "Charlie, what do you remember about your father?" All of Charlie's beautiful rope-a-dope had deserted him. "You make it sound like he died thirty years ago." "This is what we call an evasion, Charlie." "'What if I just said fuck you? Would that be an evasion?" "It makes you angry when I ask about your father?" "Is our fifty minutes up?" "We've got another half-hour." Charlie resolved to sit there silently with his arms crossed for the remainder of the session, but after a couple of minutes, Dr. Altschul offered to pro-rate. He seemed to feel a little had, but probably this, too, was a ploy. They obviously trained them not to have feelings. As Charlie rose to open the door, the doctor told him that his "home-work" this week was to think about it. A red-haired lady out on the waiting-room couch looked up, curious; Think about what? He had an urge to grab the magazine from her hands and rip it in two. Instead, he said something a girl at school had said to him once: "Take a picture, it'll last longer." And fled through the narrow basement door, grazing his head on the overhang.
It was midday now, the air hotter and stiller than it had been when he went in. The lime-green pelt of pollen on the cars boxing in Mom's wagon let you know they hadn't been driven in a while.
Nor had the street been swept; rotten mulberries from the trees littered the asphalt like dog shit. Charlie kept walking. As the blocks piled up between him and the grief counselor's office, his indignation ripened into something almost like pleasure. Messiness, death, righteous anger: this was Charlie's world. It pleased him that the berries were spoiling and the brownstones were falling apart and the plastic window of a convertible he passed was slashed, wires spilling from its dashboard where the radio had been. It was Dr. Altschul who was the freak, hunkered in his anal little cave, trying to sell Charlie on a world that made sense. It was Dr. Bruce Altschul who was in denial.
On Bleecker Street, a speaker out front of a record store blasted Jamaican music. He saw two leather-jacketed boys, one black, one white, loitering inside between deep bins of LPs. Charlie's normal move would have been to hurry past, but the bright, clear flame of defiance was still lit; woe betide anyone who tried to fuck with him now Not that the boys even saw him come in. They were not so much loitering, actually, as pretending to loiter, while a person he hadn't noticed snapped pictures from across the store.”

 

 2094275-c2de0d8cdfd1764e3ebe1e5a667a7741.jpg
Garth Risk Hallberg (Louisiana, november 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 november 2008, mijn blog van 21 november 2007 en ook mijn blog van 21 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:06 Reageer op dit bericht

P. A. de Génestet

De Nederlandse dichter en theoloog Petrus Augustus de Génestet werd geboren in Amsterdam op 21 november 1829. De Génestet verloor zijn ouders op jeugdige leeftijd, waarna hij werd opgenomen in het gezin van zijn oom en voogd, de schilder Jan Adam Kruseman. Aan het Amsterdamse Atheneum en het Seminarium der Remonstrantse Broederschap vormde hij zich tot predikant. In maart 1852 werd hij dominee te Moordrecht en in december van datzelfde jaar in Delft, de stad waar ook nu nog de, naar hem vernoemde, Genestetkerk staat. In hetzelfde jaar trad hij in Bloemendaal in het huwelijk met Henriette Bienfait. Ze kregen samen vier kinderen. In 1859 stierven zijn vrouw en een kind, beiden aan tbc, en moest hij wegens zijn zwakke gezondheid ontslag nemen als predikant. Hij vestigde zich toen in Amsterdam, maar hij bracht de zomers grotendeels door in Bloemendaal. Reeds twee jaar later, in 1861, overleed ook hij in Rozendaal aan de gevolgen van tbc. De Génestet was populair, wat vooral te danken was aan zijn humoristische en ontroerende gedichten die toegankelijk zijn voor een breed publiek. Maar ook godsdienst was een belangrijk thema in zijn gedichten. De Génestet was vrijzinnig-protestant, maar hij neemt even scherp stelling tegen de oppervlakkige vrijzinnigheid als tegen de steile onverdraagzaamheid. Samen met Nicolaas Beets wordt hij gezien als een deel van de Nederlandse navolging van het Byronisme. In zijn korte leven - De Génestet werd slechts 31 - heeft hij slechts een beperkt aantal gedichten kunnen schrijven. Deze werden na zijn dood gebundeld uitgeven onder de titel "Dichtwerken".

 

Liefde

Die ik het meest heb lief gehad, -
't Was niet de slanke Bruid, met wie 'k in 't zoeter leven,
Mocht dwalen op het duin en droomen in de dreven,
Wier hand my leidde op 't rozenpad;

't Was niet de jonge en teedre vrouw,
Die, goede genius, mijn hart, mijn huis bewaakte,
Die my het leven, ach, zoo licht en lieflyk maakte,
Met al den rijkdom harer trouw!

"Zoo was 't de moeder van uw kroost,
Die u, gelukkige, voor 't offer veler smarte,
Deed smaken, onvermengd, het reinst geluk van 't harte,
Des levens liefelyksten troost?"

Neen! - die ik 't meest heb lief gehad,
Dat was mijn kranke; 't was de moede, de uitgeteerde,
Van wie ik leven beide en hopend sterven leerde,
Toen 'k weenend aan haar sponde zat.

 

 

In de bibliotheek van een liefhebber

Geleerdheid grijnst van alle kanten
Hier door een stemmig donker heen:
Ach! met de eerwaarde folianten
In perkament, als achtbre tanten,
Ben ik, zo jong, niet graag alleen.

Hu! ijzegrimmige kwartijnen,
Gij staart mij zo verschriklijk aan,
Als waar' hij erger dan profaan,
Die aan uw saaien schuifgordijnen
Zijn wufte handschoen durfde slaan.

't Is boek van onderen tot boven!
Hier groeien boeken uit de grond;
Ai help! Ik voel mij zo bestoven,
Als relden al die filosofen
Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte,
Bouwde eens aan Babels toren mee;
Hier hebt gij de oudheid, stof op snee!
En - hoe ik van die titlen schrikte -
Verwarring is hier 't groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken,
Ik heb geen moed en geen pleizier;
Het is of gij uit alle hoeken:
Mij toebromt, o pedante boeken:
'Gij zijt geen boek, wat doet gij hier?'

Hoor! De oude grenen kasten kraken,
De meester komt... het vunze stof
Dampt naar de zoldring duf en dof!
Ik mag mij uit de voeten maken,
Ik voel een bitse schouderklop,
Ik zie twee opgesperde kaken...
De boekeneter eet mij op!

 

 2191864-2cc4ed370611b17a0ce591f2c07a69fa.jpg
P. A. de Génestet (21 november 1829 – 2 juli 1861)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten