Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 november 2017 tot 24 november 2017

Jules Deelder, Wanda Reisel, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Thomas Kohnstamm, Wen Yiduo, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Eden

Het leven in de Hof van Eden
was te mooi om waar te wezen

De zon kwam op de zon ging onder
De tijd was nog niet uitgevonden

Er was hemel er was aarde
Er was lucht en er was water

In het bos de wilde beesten
Er was Adam er was Eva

Ze leefden met elkaar in vrede
Zonder doel en zonder reden

Ze kenden oorzaak noch gevolg
Er was toekomst noch verleden

Ze waren en dat was genoeg
Te zijn zonder het te weten

 

 

Jazzverleden

De jazz stamt van de negers
De negers in Amerika

De negers in Amerika
stammen van huisuit uit Afrika

Ze werden door ons Hollanders
met schepen naar de States gebracht

En bepaalde niet eerste klas
maar als beesten vastgeketend in

stinkende ruimen opeengepakt
om aan de overkant - zo

ze nog leefden - als slaven
te worden verpatst

Een zwarte smet op ons verleden
maar hadden we ze niet gebracht

hadden we nou geen jazz gehad
en dat zou nog erger geweest wezen

 

 

Vogelperspectief

Ik droomde dat het oorlog was
Ik doolde door verkoolde straten
in een regen van granaten

Rook verduisterde de dag
In de Maas kookte het water
Ik beklom de Euromast

Rondom stond de stad in brand
Godallemachtig! Vanuit de lucht
gezien was zo’n oorlog prachtig! 

 

 2095073-66c28ed0e3c1a7c9770877cff51eaeb0.jpg
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wanda Reisel werd geboren in Willemstad (Curaçao) op 24 november 1955. Zie ook alle tags voor Wanda Reisel op dit blog.

Uit:Een eigentijdse hel

“De ondergang van de familie Boslowits heeft een familie die Boslowits heet tot onderwerp en gaat over het lijden van de mens en de onkenbaarheid van zijn lot. Het stelt de ultieme vraag: als er een eigentijdse hel op aarde is, waarom zou een mens dan nog blijven leven? Waar is de rechtvaardiging voor dit alles? Waar het antwoord erop? Waar is God, waar is de uitgang, waar is een verlossing van deze kwelling? In de dood, in niets anders dan de dood.
Gerard Reves persoonlijke thematiek is al in dit vroege verhaal uit 1946 compleet en puntgaaf aanwezig. Hij en dit verhaal pasten misschien wel bij toeval in de tijdgeest van net na de oorlog. Bepalender voor zijn blik is mijns inziens zijn vroeg in zijn jeugd geopenbaarde of misschien zelfs aangeboren depressiviteit geweest. Maar dit terzijde.
De naam Boslowits komt als joodse naam in Nederland en de wereld weinig voor. Op internet is nauwelijks iets te vinden, vier namen in het New Yorkse telefoonboek. In De taal der liefde is sprake van de naam Osnowitz. Ook al een naam die weinig voorkomt. Moskowicz kennen we wel. Of bij de overweging van de historicus Presser - leraar en vriend van Gerard en Karel - om zijn kroniek van de Jodenvervolging Ondergang te noemen bij de titel van de novelle een rol heeft gespeeld, is mij niet bekend. Mijn vermoeden is overigens, dat de naam Boslowits een woordspeling van ‘Bolsjewist’ is.
Dat het hier om een seculiere, joodse, communistische familie gaat mag je aannemen. Met de mensen uit dat milieu waren de ouders Van het Reve veelal bevriend. Niet zelden waren, zeker in Amsterdam en in die tijd, joden ook communist, als deel van hun emancipatie- en gelijkheidsstreven. Gerard (of Simon) van het Reve heeft door dat nabije contact hun ondergang in de Tweede Wereldoorlog dan ook met andere ogen en van dichterbij gadegeslagen dan veel andere niet-joden. Dat maakt zijn blik bijzonder en authentiek.
Niets is wat het lijkt in dit verhaal waarvan de anekdote bekend is: de 23-jarige schrijver Simon volgt een afsplitsing van zichzelf - Simontje geheten - die tussen zijn zevende en negentiende jaar een familie Boslowits gekend heeft en oor- en ooggetuige van de sluipende ondergang van deze familie in de oorlog is geweest.”

 

 2095073-ccbbcee9f02297092d58a6bc8dc7821b.jpg
Wanda Reisel (Willemstad, 24 november 1955)

 

 

De Jamaicaanse schrijver Marlon James werd geboren op 24 november 1970 in Kingston, Jamaica. Zie ook alle tags voor Marlon James op dit blog.

Uit: The Book of Night Women

“People think blood red, but blood don’t got no colour. Not when blood wash the floor she lying on as she scream for that son of a bitch to come, the lone baby of 1785. Not when the baby wash in crimson and squealing like it just depart heaven to come to hell, another place of red. Not when the midwife know that the mother shed too much blood, and she who don’t reach fourteen birthday yet speak curse ’pon the chile and the papa, and then she drop down dead like old horse. Not when blood spurt from the skin, or spring from the axe, the cat- o’-nine, the whip, the cane and the blackjack and every day in slave life is a day that colour red. It soon come to pass when red no different from white or blue or black or nothing. Two black legs spread wide and a mother mouth screaming. A weak womb done kill one life to birth another. A black baby wiggling in blood on the floor with skin darker than midnight but the greenest eyes anybody ever done see. I goin’ call her Lilith. You can call her what they call her.
Two thing you should know if you want to know her. As soon as Lilith born the womens regard her with fear and trembling because of them green eyes that light up the room, but not like sunlight. Nobody did want the young’un and the overseer Jack Wilkins had to make special arrangement for a niggerwoman to take care of the child, for the mens and womens did content to just leave her in the bush and make the land take her back. Another thing. Girl like Lilith don’t born with green eye because God feel to be extra kind to nigger girl. This much was for sure, Lilith be the only girl to grow up in a hut calling a woman mother and a man father but she didn’t look like neither.
That woman. That girl. People recall when she was still a little pickney on the Montpelier Estate, them few years when a nigger not black, playing rounders with boys. She swing the club, clap the ball clear ’cross the field and make one run to all four base and beat the boys but couldn’t understand when the wet nurse slap her and say that a good girl was supposed to make manchild win. Lilith cuss and ask if manchild can’t win if girl don’t lose and she get another slap. Some take as sign when at seven Lilith tell them same boys that is ’cause they have worm between them legs why they can’t run fast like she and the girl get a swift kick from a passing niggerwoman who tell her that there be a grave already dug for the uppity.”

 

 2095073-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

Uit: Die Sturlungen (Vertaald door Kristof Magnusson)

“Als mein Sohn Sturla geboren wurde, wussten wir sofort, dass kein gewöhnlicher Mensch auf die Welt gekommen war. Denn genau in der Nacht, als meine Frau Halldóra niederkam, war meiner Mutter, die sich in einem ganz anderen Teil des Landes aufhielt, im Traum ein Bote der höheren Mächte erschienen. Und dieser Bote hatte ihr gesagt, sie habe gerade einen Enkel bekommen, der den Namen Kampfstark tragen würde. Meine Mutter war zu dieser Zeit bei meinem Bruder Snorri im Borgarfjord. Snorri schickte sofort einen Mann los, der uns von ihrem Traum berichtete, und als ich diese Nachricht hörte, besah ich mir noch einmal meinen neugeborenen Sohn. Normalerweise hielt ich mich von kleinen Kindern lieber fern – doch bei ihm war das anders. Ich spürte sofort, dass diesem Jungen eine glanzvolle Zukunft bevorstand. Ich sah es ihm einfach an, sein Gesicht strahlte eine Gelassenheit und innere Ruhe aus, wie ich sie bei einem Neugeborenen noch nie gesehen hatte. Je klarer der Blick seiner himmelblauen Augen in den nächsten Wochen und Monaten wurde, desto mehr verstärkte sich dieser Eindruck, und als er anfing zu sprechen, überraschte mich sofort, wie wortgewandt mein Junge war und wie schnell er lernte.
Meine Frau Halldóra freute sich, dass mir so viel an meinem Sohn lag – schließlich hatte sie sich oft genug darüber beschwert, dass ich mich zu wenig um Tumi kümmerte, unseren Erstgeborenen, der vor einem Jahr zur Welt gekommen war.
In den nächsten Jahren sollten den beiden noch einige Söhne und Töchter folgen. Eine Kinderschar, die vor meinen Augen manchmal zu einer einzigen lärmenden Horde verschwamm – auch wenn ich natürlich genau wusste, wer von ihnen wer war: Da waren Kolbeinn und Kakali, doch vor allem war da meine Tochter Steinvör, aus der bestimmt einmal eine starke, durchsetzungsfähige Frau werden würde – für Steinvör konnte ich mich fast ebenso sehr begeistern wie für Sturla. Meine Frau Halldóra fand das ehrlich gesagt nicht immer gut.“

 

 2095073-59257f3a92dcefe729196e8cb062f830.jpg
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook alle tags voor Ahmadou Kourouma op dit blog.

Uit: Monnè: Schmach und Ärger (Vertaald door Vera Gärttling)

„Alle beteten. Den ganzen Tag, die ganze Nacht. Einige Augenblicke vor dem ersten Hahnenschrei hörten Djigui und mehrere weise Marabuts ganz deutlich: »Der Fortbestand ist gesichert... gesichert für die Dynastie der Keita. Sie wird über Soba regieren, solange noch eine einzige Hütte der Stadt aufrecht steht... gesichert... aufrecht... aufrecht. Gesichert... eine Hütte aufrecht steht.«
Triumphierend trat Djigui heraus, um dem Volk zu verkünden, dass das Gebet erhört worden war. Majestätisch schwang er sich auf sein Pferd – die Schergen folgten ihm. Er durchquerte die Stadt, warf sich hin und versank in einen Schlaf, der zwei Tage und zwei Nächte dauerte. Das war nicht zu viel für einen Mann, der einem unüberwindlichen Schicksal versprochen worden war und der gerade zum ersten Mal sein Geschick berichtigt hatte.
»Djigui! Djigui Keita, König von Soba, das Land, das Ihr erbt, ist ein vollendetes Werk. Es bleibt kein einziges monnè«, hatten die Griots am Tag seiner Krönung gesungen.
Djigui hatte ihnen geglaubt. In den ersten Tagen seiner Herrschaft hatte er eigentlich nichts getan, außer eine große Zahl Jungfrauen zu ehelichen – er war der Schönste und der Stärkste. Sich von den Speichelleckern und Griots feiern zu lassen – er war der Größte. Seine Sklaven zu Schergen und gedungenen Mördern zu machen – er war der Klügste im ganzen Manding. Wie jeder junge Malinke-Fürst war er auf die Jagd gegangen. Im Busch sah man oft, dass er noch vor den Hunden beim erlegten Wild eintraf. Dies waren die einzigen Verrichtungen, mit denen er sich beschäftigt hatte. Er, unser König, hatte regiert, ohne die Opfergaben und Almosen zu segnen, die in seinem Namen an die Armen verteilt wurden. Ohne ein einziges Urteil der verlogenen Richter aufzuheben. Er hatte gelebt, ohne die Weisen und Opferpriester zu konsultieren. Ohne fünfmal am Tag zu beten. Ohne die Geister der Ahnen zu ehren.
Zum Glück für das Schicksal des Manding und für das unsere – Allah sei dafür gelobt – war Djigui aus gutem Lehm geformt, aus gesegnetem Lehm. Schnell war er dieses frivolen Lebens überdrüssig geworden, das des Königs eines Landes nicht würdig war, welches von Allah so sehr geliebt wurde wie das unsrige.“

 

 2095073-1d8bc9ce8974fba6ab8638e81e8677bb.jpg
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Kohnstamm op dit blog.

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

“I never planned to end up here. After college, I traveled, stum-bled my way through graduate school, and tried to discover what my life was about. While I was busy figuring out nothing, or at least nothing that advanced my career or future, my friends moved to the Bay Area, got entry-level jobs with no real work responsibilities for $75K per year, acquired hundreds of thousands' worth of stock options, and attended ridiculous site launch parties on the tab of venture capitalists. If you weren't involved with a pre-Initial Public Offering startup or the fi-nancing behind a pre-IPO startup, you were wasting the great-est economic opportunity since buying stock on margin or selling junk bonds. It was the dawn of a new era. Technology was guaranteed to unchain us from traditional work roles, from the stuffy ex-pectations heaped upon us by past generations. We would be able to create the careers and lifestyles of our choosing. Busi-ness was organized around foosball tables and paintball out-ings. Deep house music went practically mainstream in SF, LA, and NYC. Ecstasy and hydroponics powered the irrational exuberance and infectious hedonism. Imagination was the only limiting factor. The good times were poised to endure so long as the optimism and energy of our generation endured—faith in the potential and inherent goodness of technology would fill in the gaps. We were to change the course of history. It was the '60s love generation redux, but with vague political goals, lu-crative day jobs, and expensive sneakers. I bided my time on the periphery of this wanton excess, while I did an esoteric advanced degree in Latin American Studies, followed by the world's shortest PhD in the depart-ment of Social Policy, whatever that is. I lasted through orien-tation and two classes in the PhD program before deciding to flee. At that point, being an escape artist was not only low risk, it was encouraged. The other side held the offer of consulting gigs, website positions, and stock options as far as the eye could see. For some reason, the good times did not last forever. By the time that I entered the job market, Bush had hi-jacked the White House, the economy had nosedived, planes had hit the Twin Towers, and hiring was frozen.”

 

2095073-1e09630e2e903008a2f2d61c5ceeb59a.jpg
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook alle tags voor Wen Yiduo op dit blog.

 

Retrospection

Nine-year life at Qinghua --
When I look back --
Within miles of desert under an autumnal night,
Appears like a firefly;
The more you look at it, the brighter it gets.
All around is darkness, confusing, unfathomable, bleak.
This was spring's end when red fades but green prospers:
Now by the lotus pond --
Under the heavy silence pressing on the water
The surface could not even make wrinkles --
Complete dead quietude!
Suddenly the spirit of silence retreated,
The mirror shattered,
All began to breathe.
Look! The sun's smiling flames -- a spear of golden light,
Filtering though the leaves,
Fell on my forehead.
Now Xihe* has put a crown on me,
I am the king of the entire universe!


* De wagenmenner van de zon.

 

Vertaald door Gloria Rogers

 

 2095073-f5312c9880802c267abb7ed3d1c4422e.jpg
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)
Monument in Xishui

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook alle tags voor Laurence Sterne op dit blog.

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

“As no woman thereabouts was better qualified to execute the plan she had formed than herself, the Gentle∣woman very charitably undertook it; and having great influence over the female part of the parish, she found no difficulty in effecting it to the utmost of her wishes. In truth, the parson join'd his interest with his wife's in the whole affair; and in order to do things as they should be, and give the poor soul as good a title by law to practise, as his wife had given by institution,—he chearfully paid the fees for the ordinaries licence himself, amounting, in the whole, to the sum of eighteen shillings and fourpence; so that, betwixt them both, the good woman was fully invested in the real and corpo∣ral possession of her office, together with all its rights, members, and appurtenances whatsoever.
These last words, you must know, were not according to the old form in which such licences, faculties, and powers usually ran, which in like cases had here∣tofore been granted to the sisterhood. But it was according to a neat Formula of Didius his own devising, who having a particular turn for taking to pieces, and new framing over again, all kind of instruments in that way, not only hit upon this dainty amendment, but coax'd many of the old licensed matrons in the neighbourhood, to open their faculties afresh, in order to have this whim-wham of his inserted.
I own I never could envy Didius in these kinds of fancies of his:—But every man to his own taste.—Did not Dr. Ku∣nastrokius, that great man, at his leisure hours, take the greatest delight imagina∣ble in combing of asses tails, and plucking the dead hairs out with his teeth, though he had tweezers always in his pocket? Nay, if you come to that, Sir, have not the wisest of men in all ages, not except∣ing Solomon himself,—have they not had their HOBBY-HORSES;—their running horses,—their coins and their cockle-shells, their drums and their trumpets, their fiddles, their pallets,—their mag∣gots and their butterflies?—and so long as a man rides his HOBBY-HORSE peace∣ably and quietly along the King's high∣way, and neither compels you or me to get up behind him,—pray, Sir, what have either you or I to do with it?”

 

 2095073-65f74730248bce513d3c0bf83e42b6cf.jpg
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)
A Scene from Tristram Shandy - Uncle Toby and the Widow Wadman door Charles Robert Leslie, 1829–30

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

Uit: Ook zij maakte het mee

“Toen Adriaan afwaste in dat popperige keukentje, dat zijn home rijk was, en toen Huug en Lous beiden aan een kant van het potkacheltje zaten, dat nu, begin juni, niet meer brandde, zei Lous opeens: "Ik moet je altijd nog wat vertellen, Huug. Van je nichtje Elly van Lohuizen."
"O, ja? Wat dan?"
"Toen jij gevangen genomen was, twee weken was je gevangen misschien, toen kreeg ik een brief van je nichtje."
"En, wat schreef zij?" Nee, zijn gezicht bleef onbewogen.
"Ze schreef mij, dat ze me dringend spreken moest, en of ik gauw kon komen."
"En?"
"Ja, toen ben ik er de volgende dag heen gegaan. Haar vader had ook al gehoord, dat jij gevangen genomen was. En hij verbood haar om jou, in deze omstandigheden te schrijven."
"Zo," zei Huug.
"En ze had net een lange brief voor jou klaar. Maar ik heb haar ook gezegd, dat ze die brief niet mocht verzenden, omdat ik in de Euterpestraat had gehoord, dat al jouw brieven geopend werden."
"Zo," zei Huug.
"Ja, en daarom heb jij vermoedelijk niets meer van haar gehoord."
"Ik heb wèl wat van haar gehoord," zei Huug. "Ze heeft mij tòch in de Euterpestraat geschreven."
Punt. Uit. Lous draaide haar armband om en om. Nu wist ze niets meer te zeggen. Als Huug nou maar praatte, als hij in vredesnaam maar sprak van zijn gevoelens voor Elly, voor Hon. Maar Huug zat nadenkend over zijn pijp heen te staren, en Lous van Maanen bestond natuurlijk helemaal niet meer.
"Was zij nog onhebbelijk tegen jou?" vroeg hij opeens...”

 

 2095073-c0a24b74149fe35e232e72ee99d165c7.gif
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn blog van 24 november 2014 en ook mijn blog van 24 november 2013 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 november 2008, mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 24 november 2006.

Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

Paul Celan, Marcel Beyer, Max Goldt, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel, Sait Faik Abasıyanık, Nirad C. Chaudhuri, Jeroen Olyslaegers

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

Brandmal

Wir schliefen nicht mehr, denn wir lagen im Uhrwerk der Schwermut
und bogen die Zeiger wie Ruten,
und sie schnellten zurück und peitschten die Zeit bis aufs Blut,
und du redetest wachsenden Dämmer,
und zwölfmal sagte ich du zur Nacht deiner Worte,
und sie tat sich auf und blieb offen,
und ich legt ihr ein Aug in den Schoß und flocht dir das andre ins Haar
und schlang zwischen beide die Zündschnur, die offene Ader -
und ein junger Blitz schwamm heran.

 

 

Dein Hinübersein

Dein
Hinübersein heute Nacht.
Mit Worten holt ich dich wieder, da bist du,
alles ist wahr und ein Warten
auf Wahres.

Es klettert die Bohne vor
unserm Fenster: denk
wer neben uns aufwächst und
ihr zusieht.

Gott, das lasen wir, ist
ein Teil und ein zweiter, zerstreuter:
im Tod
all der Gemähten
wächst er sich zu.

Dorthin
führt uns der Blick,
mit dieser
Hälfte
haben wir Umgang.

 

 

Ook hedenavond

Voller,
daar sneeuw ook op deze
door zonnen doorzwommen zee viel,
bloeit het ijs in de korven
die je draagt naar de stad.
Zand
eis je ervoor,
want de laatste
roos thuis
wil ook hedenavond gespijsd zijn
uit zacht ruisend uur.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2094816-16af420a5058074f3fe0d29b1cb7082e.jpg
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)
Monument in Czernowitz

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook alle tags voor Marcel Beyer op dit blog.

Uit:Kaltenburg

“Ludwig Kaltenburg wartet bis zu seinem Tod im Februar 1989 auf die Rückkehr der Dohlen. Besuchern gegenüber äußert er sich noch in seinem letzten Winter zuversichtlich, eines Tages werde ein Paar dieser von ihm geliebten, von ihm bewunderten weißäugigen Krähenvögel den Kamin im Arbeitszimmer als Nistplatz wählen und mit seiner Brut eine neue Dohlenkolonie ins Leben rufen. »Ich weiß, sie werden erst in einigen Monaten mit dem Nestbau beginnen«, erklärt er Weggefährten, Schülern oderJournalisten, die von Wien eine knappe Autostunde durch die niederösterreichische Schneelandschaft gefahren sind.
Ihm stehe die Zukunft vor Augen. In eine Wolldecke gehüllt, sitzt der große Zoologe Ludwig Kaltenburg am Fenster, das Karomuster und das volle weiße Haar, er hört nur noch sehr schlecht, seine Geistesgegenwart aber hat nicht gelitten.
»Die Vögel fliehen den Rauch«, sagt er, darum halte er es nicht für ratsam, den Ofen in dem kleinen Anbau vom frühen Morgen bis in die Abendstunden brennen zu lassen. Der späte Kaltenburg wird von mehreren elektrischen Heizöfchen eingerahmt. Er ist gelöster Stimmung. »Die jungen Dohlen werden ohne mich zurechtkommen müssen, dessen bin ich mir durchaus bewußt.«
Ehe die Gäste höflich protestieren können, der hochverehrte Herr Professor werde sie am Ende alle überleben, schildert Kaltenburg den Abstieg einer sogenannten Kamindohle zu ihrem in völliger Dunkelheit liegenden Nest.
Der Vogel springt nach einigem Zögern und Herumlaufen mit dem Schnabel voran in den Eingang der künstlichen Höhle, vollführt eineDrehung, findet mit abgespreizten Flügeln am rauhen Kamingemäuer Halt, streckt die Beine aus und stützt sich mit den Krallen ab. Dann geht es vorsichtig, man könnte sagen: Schritt für Schritt, hinunter in die Tiefe, zwei Meter oder mehr. Das laute Poltern, Rasseln, Schleifen. Momentaufnahmen dieser viele Male am Tag wiederholten Prozedur vermitteln den Eindruck, die Dohle stürze hilflos aus großer Höhe herab, aber das Gegenteil ist der Fall, jede Bewegung zeugt von überlegtem Vorgehen und äußerster Geschicklichkeit.“

 

 2094816-11a16d0edf9bc88524c335bf775ea3c7.jpg
Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver en muzikant Max Goldt (pseudoniem van Matthias Ernst) werd geboren op 23 november 1958 in Weende (nu Göttingen). Zie ook alle tags voor Max Goldt op dit blog.

Uit: Vom Zauber des seitlich dran Vorbeigehens

„Ja, wenn du etwas spitzfi ndiger wärst, könntest du die Kleinheit meiner Pfeffermühle ebensogut auch kritisieren», habe ich geantwortet. «Wo alle Welt mit Riesendildos pfeffert, ist es ein Einfaches, sich abzugrenzen, indem man sich bescheiden gibt. Understatement ist letztlich nur eine kenntnisreichere Form von Prahlerei. So ganz ohne allerdings ist meine Pfeffermühle sowieso nicht: Sie hat immerhin ein Mahlwerk von Peugeot.»
«Von Peugeot? Der Autofi rma? Na, warum nicht! Yamaha produziert ja auch Motorräder und Klaviere, und die Peugeot-Chefs werden sich eben gedacht haben, wenn mal wieder eine Ölkrise kommt, dann haben wir noch ein zweites Standbein, denn wenn die Leute nicht Auto fahren, sitzen sie zu Hause, und wonach gelüstet ihnen dort? Nach dem Pfeffern ihrer Speisen und Getränke.»
Ich erwähnte daraufhin, daß man auch Dinge aus dem Non-Food-Bereich pfeffern könne, und erzählte eine Geschichte, die sich vor einigen Jahren in Österreich zugetragen haben soll. Ein dort ansässiger Fakir beabsichtigte, um in die Medien zu kommen, im Auto von Salzburg nach Wien zu fahren, und zwar auf Glasscherben sitzend und, natürlich, mit blankem Po. Um die Medienleute noch mehr anzustacheln, hatte er angekündigt, die Scherben mit Gift zu beträufeln, doch diese Form der Reizsteigerung wurde seitens des als Sponsor auftretenden Autoherstellers abgelehnt. Da hat der Fakir die Scherben halt gepfeffert. Zusätzlichen Pfi ff hätte die Story nun gewiß, wenn es sich bei dem keine Bedenken gegen das Pfeffern der Scherben hegenden Autohersteller um Peugeot gehandelt hätte, aber leider ist nicht überliefert, welche Firma es war. Du sagtest dann, die Geschichte hätte ich schon einmal erzählt, und ich meinte, mein Gott ja, wenn man sich so lange kennt …
Wir gingen nun rüber ins Wohnzimmer, wo uns das Pfeffermühlenthema zwar aus den Augen, aber nicht aus dem Sinn kam. Wir erörterten also noch eine Weile die möglichen historischen Wurzeln des sonderbaren Mühlenwachstums; mit der Begründung indes, auch die Menschen würden ja immer größer werden unddaher entsprechend größere Küchenwerkzeuge benötigen, konnten wir uns nicht zufriedengeben. Schließlich seien Muskatreiben und Eierstecher bisher nicht auf Theaterrequisitengröße angeschwollen; die einzigen Gerätschaften, bei denen sich eine ähnliche Entwicklung wie bei Pfeffermühlen abzeichne, seien vielmehr Korkenzieher, da gebe es auch immer unhandlichere und kompliziertere Modelle.“

 

 2094816-eb045f07321bd895939dd16ee46a9afd.jpg
Max Goldt (Weende, 23 november 1958)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook alle tags voor Jennifer Michael Hecht op dit blog.

 

Split

We speak of rebellion when the kid
is a hellion and the folks are as mild
as a spoon.

Likewise Republicans
born of freethinking lesbians

seem like reactors, turncoats
on how they were raised.
Let me offer another
concatenation
of this explanation. Think of your mother

as one discrete corner
of a person with a multiple
mental disorder.
You're one of the others. One that split off.

Not a turncoat then, but the expression
of what was suppressed. This same woman,
your mother, who wants to help others,

also likes life as a racket
where the best finagler wins.

For reasons we do not fully assemble,
she cannot voice this redder side
of her nature, and the voicing of it,
that is you.

You are not teaching the former
generation.

Their frenzied distaste in certain directions
was the cue you used

to decipher the code
of just how you were not to do
as you were being told.

 2094816-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg
Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Zie ook alle tags voor Sipko Melissen op dit blog.

Uit:De huid van Michelangelo

“De enorme drommen bezoekers die de Sixtijnse Kapel met gefluister en geschuifel vulden, konden niet verhinderen dat ik mij dichter bij Michelangelo voelde dan ooit. Hij stond naast mij en samen keken we naar het plafond waar de twintig atletische dromers platonische kanttekeningen zetten bij het scheppingsverhaal uit Genesis. Om de zoveel tijd maande een stem uit een luidspreker tot een stilte die in overeenstemming was met de waardigheid van deze kapel. Even dempten de stemmen om niet veel later in groepjes die rond een gids cirkelden weer op te laaien.
De Michelangelo die bij mij in de buurt bleef was niet de jongeman die in de kracht van zijn leven zijn visie op de geboorte van het heelal had vormgegeven. Hij heeft zojuist op de wand achter het hoogaltaar, het Laatste Oordeel beëindigd. Ik vroeg hem uitleg noch bevestiging van wat ik dacht. Ik keek op mijn manier en aan het eind van de ochtend had ik de indruk dat ik zijn zegen kreeg.
Het fresco, dat met de restauratie zijn oorspronkelijke kleuren had teruggekregen, leek niet het werk van mensenhanden, maar de uitbarsting van een vulkaan, een veelkleurig vuurwerk van mensenfiguren. Van de bijna vierhonderd lichamen die in het drama van het Laatste Oordeel een rol spelen, was ik geïnteresseerd in slechts een paar. Het viel mij hier in de kapel pas op hoe centraal de plaats was van de huid die door Bartholomeus werd opgehouden. Het was of het Laatste Oordeel niet alleen draaide om de wedergekeerde Christus, maar evenzeer om de huid waarin Michelangelo zichzelf heeft afgebeeld. Volgens de legende zou Bartholomeus, die een van de apostelen was, tijdens een zendingstocht in Armenië levend zijn gevild. Maar de krachtige Bartholomeus die levensgroot is afgebeeld, lijkt in niets op de verrimpelde huid die hij ophoudt. Hij is niet erg onder de indruk van de Heer van het universum. Verontwaardigd houdt hij Christus het mes voor waarmee de brute handeling wed verricht, alsof hij Hem ter verantwoording roept. Bartholomeus komt op voor de huid van een ander. Waarom heef Michelangelo zich juist zó afgebeeld, als een neerhangend vel, en waarom heeft hij zijn door de tijd gehavende huid zo centraal gesteld? Misschien schoven twee verhalen over elkaar heen en wisten de gidsen die over de wederkomst vertelden, van het ene verhaal alles en van het andere verhaal niets”

 

 2094816-0de4b24af8821e0a05181c972eb4bbe5.jpg
Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Zie ook alle tags voor Henri Borel op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Compunctio

“In Roermond stapte hij uit, en bleef even rondkijken aan het station, zich oriënteerend. Een geruisch van rokken achter hem deed hem opschrikken.
De non schreed langzaam aan hem voorbij, in een zéér zachten gang, de oogen voor zich uitstarend, zonder hem te zien, als in een droom. Zorgvuldig hield zij de blanke leliën tegen haar borst, ze met een arm beschuttend, voor den wind. Als witte wonderen van blankheid bloeiden ze tegen haar sombere, zwarte gewaad. - Zij ging door de menschen in het station, als een bovennatuurlijke verschijning, in een eigen licht.... En weêr meende zijn ziel haar te herkennen, maar vaag, vaag, en het bewustzijn er van nevelde dra weer weg....
Dáár stond hij nu, op een heel oude, bekende plek. - Hier was hij nu ééns weggestoomd, naar Leiden, en had hij een stuk van zijn leven achtergelaten, dat wèg was gedoezeld in zijn later denken. En ineens, met een schok, was het nu terug. O! Het nu stevig aan te grijpen, als een hoûvast....
Kijk, wat een bekende gezichten daar. Dat was Reuvers, Sjang van zijn voornaam, en die andere, wel dat was Stielen. - Hoe menig ‘schöpke’ bier had hij niet met hen gedronken bij Kleu! En hij voelde of hij weer hecht in het verleden zou terug zijn als ze hem herkenden en groetten.
Maar zij keken onverschillig langs hem heen en misten hem blijkbaar niet meer.
Toen voelde hij, dat het onherroepelijk weg was, en het toch nooit helpen zou, of hij al terug kwam in zijn vroegere omgeving. - Het was veel te ver alles, en hij was er uit, voor goed.
Moedeloos liep hij het station uit, en kwam op het plein. Dààr, voor hem, bewoog heel zacht de zwarte gestalte van de non, dragend de witte leliën, die over haar arm neerhingen.
En die kuische maagden-figuur, zoo zacht schrijdend voor hem uit, kreeg een wonderbare, bovennatuurlijke beteekenis voor hem. Het was hem of zij naar hem was uitgezonden om hem te openbaren iets wat zijn ziel behoefde om niet onder te gaan in het duister, waarin zijn leven rondtastte.
Er wás dan toch reinheid, er wás dan toch iets buiten het vuil en de modder, waarin hij dreigde te stikken....
Zonder te weten waaròm volgde hij haar, de Hamstraat door, en kwam weldra dichterbij.
Twee oude vrouwtjes, die van den anderen kant der straat kwamen, keken haar eerbiedig na, en wezen elkaar bewonderend de blanke leliën.
‘Voor haar Bruigom’ zei de een.
‘Voor Onzen Lieven Heere Jezus Christus’ zei de ander.”

 

 2094816-7a588aa5ff148e9c02a0b481330ab773.jpg
Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)
In 1902

 

 

De Turkse schrijver Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook alle tags voor Sait Faik Abasıyanık op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Hisht, Hisht!... (Vertaald door Ufuk Özdağ)

“All of a sudden, a man and a woman appeared ahead of me. They asked for the road to Kalpazankaya.2 “You’re right on it,” I replied. It seemed as though the road moved . . . as though they didn’t walk. They became distant to me in a matter of steps. I noticed the priest’s son lying facedown among the sheep. From his face rose a creature, silly and like a freckled rooster. He wiped saliva from his mouth. He grabbed the lamb by its legs. He fell with the lamb. He kissed the lamb on its nose. He stared about with an ugly, silly, jerk-off’s face. Now I was in a flower field. It was, no doubt, some kind of bird that kept saying “hisht hisht” to me. Y’see, there certainly are birds like that. They do not go “chirp chirp”; they go “hisht hisht.” A bird it was, a bird.
A man was spading the ground. He was stepping on the metal of the spade, and was tilling the soil, reddish in color, upside down.
“Hello there, my fellow friend!” he said.
“Ooo! Hello!” I replied.
He became absorbed in his work again. “Hisht hisht,” I went. He paid no attention. I said “hisht” one more time. Still nothing. Faster and faster, “hisht hisht hisht!”
“I beg your pardon,” he said.
“Didn’t say a word,” I said.
He put his little finger into his ear. He scratched. He pulled his finger out and examined it. He pretended to wipe it on the grip of the spade.
“Hisht hisht!” I said.
He lifted his head up to the sky. He gazed at the birds. He gazed at the sea. He turned and gazed suspiciously at me.
“Say, how’re the artichokes coming up this season?” I said.
“Not well,” he replied.“

 2094816-e872b6cfcd517bf57507fa5105f9a974.jpg
Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)
Adapazarı

 

 

De Bengaals-Indische schrijver Nirad C. Chaudhuri werd geboren op 23 november 1897 in Kishoreganj. Zie ook alle tags voor Nirad C. Chaudhuri op dit blog.

Uit: A Passage to England

“Even those who have forgotten their Christian eschatology have kept up the habit of mind fostered by it. So they can use up the material world, bear to see all its iron, coal and oil being exhausted, and even take pride in squandering the cosmos with rakish self-indulgence. But we who believe in rebirth have to consider the unborn, who will be our-selves. Therefore we look upon the world as a property entailed in our favour for all time, and prefer to la it lie fallow for fear of disinheriting ourselves. I think this is also at the bottom of the Hindu habit of hoarding money and the Hindu moral commandment: 'Thou shalt not spend more than a quarter of thine income.' We deny ourselves every comfort, contemptuously rejecting the Western notion of improving the standard of living, in order to lay by and leave a fortune at death, so that we may not be poor in future births. We cannot indeed guarantee that we shall inherit our own wealth, but by making the saving habit universal we can at least ensure that everyone will come into some kind of inheritance. This is our way of creating a Welfare State. So I am inclined to think that this notion that a Hindu considers the world to be an illusion, in so far as it has not been foisted on us by Vedantizing Occidentals, is only an antidote devised by the Hindu moralists to cure us of our desperate clinging to things mundane. But once in my life, though a Hindu, I did have a feeling that the world was a phantom. That was when I was in England. Yet it had not begun so. From the morning when we had taken off from Rome, all Europe was unfolding below me like a map, an enormous relief map. One of the advantages of air travel is that it simplifies a man's introduction to a new country by giving him a bird's-eye view of it, presenting it very much as it exists in a geography book. As the aeroplane flew over Rome the city's well-known land-marks flashed past one after another: the Pyramid of Cestius, the Colosseum, the Forum, the Capitol, the Piazza del Popolc>, the Pincio, the Villa Borghese, St Peter's. I could even see the Ponte Milvio, where the Cross had won its greatest secular victory, the only victory that was military. All these I could identify from map-knowledge. A little later I saw a lake, which I took for Lake Trashnene, and I remarked to the fellow-passenger in the next seat. an English accountant practising in Hong Kong.“

 

 2094816-3af2f1e6050bb41baa85102fadba36d4.jpg
Nirad C. Chaudhuri (23 november 1897 – 1 augustus 1999)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver en columnist Jeroen Olyslaegers werd geboren in Mortsel in 1967. Zie ook alle tags voor Jeroen Olyslaegers op dit blog. Zie ook alle tags voor Jeroen Olyslaegers op dit blog.

Uit: WIL

“Voor mij ligt het Stadspark te blinken in wit. Ik wacht en sluit even mijn ogen. Het gele licht op straat wordt blauw, zo blauw als het geverfde glas van de voormalige gaslantaarns. Beeld u een stad in met nauwelijks licht. Flauw blauw licht op straat uit schrik voor het vuur dat uit de hemel zou kunnen vallen. Wie van ons het geluk had over een zaklantaarn te beschikken tijdens de nachtdienst beschouwde licht als een privilege waar geen Duitser zaken mee had, oorlog of niet. Het was immers al donker genoeg. Ik kan mij herinneren dat de Duitsers razend waren omdat ze dat maar niet onder controle kregen. Ze moesten dreigen met zotte geldboetes en uiteindelijk de doodstraf vooraleer de stadsbewoners wat minder nonchalant met hun licht omsprongen. Ik heb Feldgendarmen in een colère zien schieten omdat wij onze lantaarns gebruikten zonder afscherming. Sabotage! En dit... en dat. Op het bureel keek onze adjunct ons aan: 'Allez, gasten... serieus blijven.' Geen reprimande, we moesten serieus blijven en dat was het. Soit, het Stadspark dat baadt in flauw blauw licht, daar waren we. Maar ik sla rechts af. Ik stap traag de Quellinstraat in. Uw overgrootvader ziet geen etalages meer. Ik bezie de stad zoals ze echt is, als een bloot vrouwmens met om haar schouders wit bont, een van wie de ene dokter na de andere chirurg niet met zijn poten kan afblijven; een nieuwe boezem, dan weer een ander gezicht. Prachtige gebouwen zijn hier tegen de grond gegaan, kantoorgebouwen zijn er voor in de plaats gekomen. Wist ge dat er een grand hotel was op de hoek van De Keyserlei, vlak bij de opera? Gebouwd door een Duitser, nog voor de oorlog van veertien-achttien. Ooit nog iets geleerd op school over Peter Benoît? Waarschijnlijk niet, en dat hoeft ook niet wat mij betreft. Vroeger leerden ze u namen en jaartallen, nu doen ze of dat een vergissing was. Maar geen kat, vroeger of nu, geeft u de pets rond uw oren die geschiedenis echt is.De smeerlapperij is dat het nooit stopt, nooit echt. Het gaat altijd door. Peter Benoît is een straatnaam geworden. Toen ik in de schoolbanken zat moesten we bijna op de knieën voor hem. 'Hij leerde ons volk zingen.' Een echte held dus. Een beeld van deze ooit aanbeden toondichter stond recht tegenover het operagebouw, omgeven door wat de mensen van vroeger het zwemdok van Camille noemden, genaamd naar een burgemeester waar gij zeker nog nooit van gehoord hebt en die ik eigenlijk zelf nog slechts vaag herinner.”

 

 2094816-12b963849dcd461b11465b6e081d0a8c.jpg
Jeroen Olyslaegers (Mortsel, 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn blog van 23 november 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 23 november 2008, mijn blog van 23 november 2007 en ook mijn blog van 23 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten