Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 november 2017 tot 28 november 2017

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok, Rita Mae Brown

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Brief achtentwintig

Als ik zwijg kan ik u horen. Wat ik hoor
legt mij het zwijgen op. Wat ik verzwijgen moet

hoor ik met mijn ziel vol tanden aan.
Als ik u uitspreek scheuren de talen mij open

–dus ik zwijg en ik slaap
in het voorhoofd van uw nacht.

Blijf, trek het laken der firmamenten
niet van mij af. Laat uw naakte hemel

en diens hemisferen als een dakloos
raadsel op mijn ogen rusten.

Leg een vinger op mijn lippen Liefste.
Uit één vinger valt men niet.

 

 

Gebed
(Hadewijchvariatie)

Ik vrees dat ik te licht word en teveel
voel dat ik barst hier (in mijn hoofd het uitbreekt,
geen woord volstaat). Ik ben de veer

het buigzaam schreeuwen (in uw vel - syllaben).
Ik ben de vlekken die ik tel

als jamben troubadoursmuziek maar ik wil
de schuimende muil zijn van de gargouille de water-
spuwende draak (lief) wanneer het op uw

gewelven regent en de verdoemden (de versteenden)
in het westportaal zich warmen

aan de troost van uw hel.

 

 

Uiteindelijk reinigt alles zich, altijd

Uiteindelijk reinigt alles zich, altijd. Waarom
anders heft het huis zijn goten hoog op zinken

pijpen rank als libellenpoten
langs de gevels, om dorstig te wachten

tot de wolken splijten ? Het dak
wordt dak wanneer het regent.

Veld van glinstering. De pannen blozen
nu de pijpen gulzig slikken.

Langs rozen, langs leipeer
en klimop omlaag. Tot ergens,

onder de keukenvloer, een maag
de vangst opslaat.

Voor ons, voor later.

 

 2096711-f54ad23435e5f91d02502caa561660b0.jpg
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)
In 2014

 

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook ale tags voor Alberto Moravia op dit blog.

Uit:Two Friends (Vertaald door Marina Harss)

“He had no precise vocation, only a certain intellectual attitude toward life and a facility for writing; he was poor, and his dreams for the future were vast but vague. Youth did not inspire in him the same joyful, fulfilling vigor felt by Maurizio; if anything, his youth inspired a continual discomfort and struggle between contradictory emotions and purposes. He was extremely serious and felt seriously about everything he did, read, loved, discussed, or experienced. And yet he was not able to free himself — despite all his seriousness — from a constant feeling of insecurity and impotence, in other words from what is usually referred to as an inferiority complex. This complex had many elements, all of which seemed to converge toward something that he was unable to identify but was obscurely aware of. He felt socially inferior to Maurizio and Maurizio's circle; he felt inferior to the women he pursued; and he felt inferior to so-called men of action. To Sergio, action required innumerable profound, subtle reflections which usually resulted in inaction, out of fear or shyness. Instinctively, he sought an explanation for his frame of mind, but he might never have pinpointed it if Maurizio had not revealed it to him by chance, with cruel carelessness. It was a few years after their break. Because they Wed in the same city, they often crossed paths. Whenever this happened, Sergio was stone-faced, embarrassed, filled with unspoken reproaches 166 and a feeling of irritated impotence mixed with a secret attraction. Maurizio — to whom Sergio was simply one acquaintance among many — treated him with the jovial, indulgent condescension one affects with old schoolmates with whom one has lost touch. During these casual encounters, he would greet Sergio with jokes and quick repartee, aggravating his friend's sense of inferiority and ill-concealed rivalry. These meetings, which usually took place on the street or in ofés or other public pbces, were always very brief. After inquiring about work and life, Maurizio would depart with a joke and a smile, leaving Sergio to feel unhappy and wonder in vain why, given that there was no longer real friendship between them, he even bothered to stop and talk to Maurizio. On one of these occasions, Maurcio was sitting in his car, parked on an elegant street. As Sergio — gloomy and sloppily dressed — walked toward him along the sidewalk, Maurizio called out casually: "Well, how is the intellectual doing today? What have you been up to?" The word "intellectual" had an unpleasant ring to it, but in some strange way Sergio knew it to be tinged with truth. He heard himself say. almost resentfully: "Who are you callina an intellectual?"

 

 2096711-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)
Cover Italiaanse uitgave

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook alle tags voor Hugo Pos op dit blog.

Uit: In triplo

“Het enige detail dat me van deze wandeltocht is bijgebleven is de ontmoeting met een spraakzame marskramer, die tot mijn verbazing Rothschild heette en zich zorgen maakte over de toekomst van de joden in Duitsland. Dat was ongewoon, joodse jongens als we alle vijf waren, klonk het in onze oren toch schromelijk overdreven, Hitler was toen nog een grote onbekende. Voor het overige was het een genoeglijke, zorgeloze tocht. 's Avonds, als ik mij los kon maken van het communale gezang, kon een verlaten pleintje mij in een romantische stemming brengen. Hiervan getuigt dit:

De maan
een kerkje
en een oude man
mooi is de maan
mooi is het kerkje
mooi is de oude man
mooier nog is de schoonheid
van maan, kerkje en oude man.

Deze regels heb ik voor me gehouden. Waarom ik ze onthouden heb zou ik niet kunnen zeggen. Nu ik ze opschrijf en erover nadenk zie ik er een aanloop in tot een samenvattend, kosmologisch denken dat verder reikt dan één en één is twee. Ik was in die tijd in de ban van J.C. van Schagens pantheïstische Narrenwijsheid. De regels ‘Ik had God en de wereld lief. Toen sprong mijn bretel los.’ verbraken voor mij het ingedamde van de poëzie. Ze hebben mij bovendien op het spoor gebracht van een levensopvatting die me erg aansprak. Nog altijd citeer ik te pas en te onpas zijn: ‘Ik ga maar en ben.’ In Leiden zal ik voor het studentenweekblad Virtus geregeld verzen inzenden.”

 

 2096711-3256a14baec748409ffd0a847a03023e.jpg
Hugo Pos (28 november 1913 - 11 november 2000)
Paramaribo

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Stefan Zweig op dit blog.

Uit: Die Welt von Gestern. Erinnerungen eines Europäers

„Ihre Lebensform scheint mir dermaßen typisch für das sogenannte »gute jüdische Bürgertum«, das der Wiener Kultur so wesentliche Werte gegeben hat und zum Dank dafür völlig ausgerottet wurde, daß ich mit dem Bericht ihres gemächlichen und lautlosen Daseins eigentlich etwas Unpersönliches erzähle: so wie meine Eltern haben zehntausend oder zwanzigtausend Familien in Wien gelebt in jenem Jahrhundert der gesicherten Werte. Die Familie meines Vaters stammte aus Mähren. In kleinen ländlichen Orten lebten dort die jüdischen Gemeinden in bestem Einvernehmen mit der Bauernschaft und dem Kleinbürgertum; so fehlte ihnen völlig die Gedrücktheit und anderseits die geschmeidig vordrängende Ungeduld der galizischen. der östlichen Juden. Stark und kräftig durch das Leben auf dem Lande, schritten sie sicher und ruhig ihren Weg wie die Bauern ihrer Heimat über das Feld. Früh vom orthodox Religiösen emanzipiert, waren sie leidenschaftliche Anhänger der Zeitreligion des »Fortschritts« und stellten in der politischen Ära des Liberalismus die geachtetsten Abgeordneten im Parlament. Wenn sie aus ihrer Heimat nach Wien übersiedelten, paßten sie sich mit erstaunlicher Geschwindigkeit der höheren Kultursphäre an, und ihr persönlicher Aufstieg verband sich organisch dem allgemeinen Aufschwung der Zeit. Auch in dieser Form des Übergangs war unsere Familie durchaus typisch. Mein Großvater väterlicherseits hatte Manufakturwaren vertrieben. Dann begann in der zweiten Hälfte des Jahrhunderts die industrielle Konjunktur in Österreich. Die aus England importierten mechanischen Webstühle und Spinnmaschinen brachten durch Rationierung eine ungeheure Verbilligung gegenüber der altgeübten Handweberei, und mit ihrer kommerziellen Beobachtungsgabe, ihrem internationalen Überblick waren es die jüdischen Kaufleute, die als erste in Österreich die Notwendigkeit und Ergiebigkeit einer Umstellung auf industrielle Produktion erkannten.“

 

 2096711-43646c7d2d78bc17821475650e3a8860.png
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942) 
Cover

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Sherko Fatah op dit blog.

Uit: Das Dunkle Schiff

„Halb zum Bildschirm blickend, der über ihren Köpfen hing, halb seiner Familie zugewandt, stets recht schweigsam, ohne dabei stumpf zu wirken, so begegnete ihm Kerim in seinen Erinnerungen.
Sein Vater betrieb ein kleines Restaurant, fast schon außerhalb ihrer Stadt gelegen. Es war nicht mehr als eine Hütte, vollgestellt mit hölzernen Bänken und Stühlen, das Dach hatte an einer Stelle ein großes Loch, behelfsweise mit einer Matte bedeckt. Im Laufe der Zeit war diese Matte verwittert und ließ, vor allem in den frühen Abendstunden, Strahlen eines, wie Kerim es empfand, lieblichen Lichtes in die Hütte fallen. Aber niemand außer ihm bemerkte das.
Die meisten der Gäste waren Durchreisende, die auf ihrem Weg durch den gebirgigen Norden des Landes eine Rast einlegten. Das Gasthaus lag ganz in der Nähe einer der großen Überlandstraßen, auf denen man das gesamte Land durchfahren konnte. Kerim erinnerte sich an den gelblichbraunen Raum, an das Stimmengewirr und an die Rauchschwaden über den Köpfen der Gäste. In der Nähe der Matte füllte der Rauch die einfallenden Lichtstrahlen, als wären sie gläserne Gefäße. Kerims Mutter war sehr unzufrieden darüber, dass das Loch im Dach nie fachmännisch ausgebessert wurde. Doch ihr Mann fand dazu keine Zeit. Sein Leben wurde bestimmt vom Zubereiten des Essens. Solange Kerim ihn kannte, war das Essen das einzige, was ihn ernsthaft beschäftigte.
Bevor er zur Schule aufbrach, musste Kerim bereits arbeiten. Er hatte die kleine Küche vorzubereiten, die sich in einem Anbau der Hütte befand. Der Tag begann um vier Uhr morgens, denn um diese Stunde fanden sich die Taxifahrer ein. Sie waren immer unterwegs und zahlten im Gasthaus Sonderpreise, dafür übernahmen sie ab und an Lieferungen für Kerims Vater. Um diese frühe Morgenstunde gab es nur Brühe oder Innereien am Spieß. Das war so üblich; später am Tag hatten die Gäste die Wahl zwischen Huhn oder Hammel und der dazugehörigen Brühe. Dazu gab es immer Reis, der in einem riesigen schwarzen Kessel in Unmengen gekocht wurde. Das regelmäßige Umrühren und schließlich das Ausleeren und Wiederbefüllen überließ sein Vater gänzlich Kerim, später auch die Sorge um die Gasflaschen, die ein schweigsamer Mann regelmäßig auf einem Holzkarren vorbeibrachte.
Das war ein wenig teurer als sie selbst im Laden abzuholen, doch dafür schloss er sie gleich an und überprüfte die Dichtung mit einem Streichholz. Kerim kannte diesen Mann sein ganzes Leben lang, ohne je mehr als ein paar Sätze mit ihm gesprochen zu haben.“

 

 2096711-01ac4d4e6abcd53d4f24e87fc1db2937.jpg
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Philippe Sollers op dit blog.

Uit: Lettres à Dominique Rolin 1958-1980

“Le Martray, 22 mars 1967).
Mon amour, cette fois je souligne l’expression trois fois —mon amour— pour qu’il soit bien inscrit que l’écriture que je t’adresse n’est rien à côté de cela où nous sommes pris tous les deux (les moments où je t’ai vue, ces derniers jours, dépassent toute description). Je me répète sans cesse que « tu seras la seule à me défendre », et je crois que c’est vrai. Tout cela est à la fois dérisoire et « intéressant » (terrible).
J’ai en toi une confiance absolue.
Sans cesse, je me reproche de ne pas avoir assez marqué tout ce que je te dois (de liberté, de courage). L’expérience en cours le prouve encore mille fois plus. Quand je te dis « sans toi, c’est la nuit », cela veut dire que tu es du côté de ce que je peux ramasser de force et de clarté dans les signes écrits, du côté où je garde le contact avec la « totalité ». Il y a là quelque chose de très dérobé (ce que l’on peut appeler « sacré »). Étrange, étrange.
Tout est simultanément présent (Venise, Barcelone, nos corps, la proximité fluide, suspendue, sans insistance, de chaque espace) — et rien ne peut arriver à cette présence. Je suis à chaque instant pulvérisé par cette présence (ton visage dans la vitre du train). Je t’aime de façon incroyable, incompréhensible et directe (au point de pouvoir réellement en mourir).
Ce que j’ai à faire et à vivre m’échappe sans doute en partie ; il fallait probablement redescendre dans de vieilles histoires d’enfance, m’enfoncer à nouveau — cette fois avec les yeux ouverts, pas en rêve — dans de vieilles traces qui doivent être effacées.Sois avec moi, tu ne peux pas ne pas être avec moi.
Je t’aime (à chaque seconde ta main passe sur moi et me sauve).
J’aime ta vie.”

 2096711-e716424951ca02a1e185f550de1b74d2.jpg
Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

 

The Grey Monk

'I die, I die!' the Mother said,
'My children die for lack of bread.
What more has the merciless Tyrant said?'
The Monk sat down on the stony bed.

The blood red ran from the Grey Monk's side,
His hands and feet were wounded wide,
His body bent, his arms and knees
Like to the roots of ancient trees.

His eye was dry; no tear could flow:
A hollow groan first spoke his woe.
He trembled and shudder'd upon the bed;
At length with a feeble cry he said:

'When God commanded this hand to write
In the studious hours of deep midnight,
He told me the writing I wrote should prove
The bane of all that on Earth I lov'd.

My Brother starv'd between two walls,
His Children's cry my soul appalls;
I mock'd at the rack and griding chain,
My bent body mocks their torturing pain.

Thy father drew his sword in the North,
With his thousands strong he marched forth;
Thy Brother has arm'd himself in steel
To avenge the wrongs thy Children feel.

But vain the Sword and vain the Bow,
They never can work War's overthrow.
The Hermit's prayer and the Widow's tear
Alone can free the World from fear.

For a Tear is an intellectual thing,
And a Sigh is the sword of an Angel King,
And the bitter groan of the Martyr's woe
Is an arrow from the Almighty's bow.

The hand of Vengeance found the bed
To which the Purple Tyrant fled;
The iron hand crush'd the Tyrant's head
And became a Tyrant in his stead.'

 

 2096711-d5c56ecace2c7ff00b7588799383770c.jpg
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Ezekiel door William Blake, 1794 (kopergravure)

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook alle tags voor Alexander Blok op dit blog.

 

In the sea of high grass

In the sea of high grass you'll be sunk with your head,
In the house - with peace come along…
She'll embrace with her arms, veil around with her plait.
"Hi, my prince," she will say, slim and strong.

She will tell you again, "Here are charms of the rose,
Here the dodder was waving his curls.
What the news have you brought, in what lands have been lost?
Who dislikes us, who likes, who sends curse? "

As before you forget that the days go ahead,
As before you excuse loft and wrong,
And you see as the clouds at distance are spread,
And you hear the villages' song.

For the far lands your heart will bemoan its plea,
To the battle will call and entice,
She will say, "Farewell. And again come to me. "…
And again bells sing songs behind grass.

 

 

I slow was losing

I slow was losing my poor mind
By doors of her, with whom I’m crazy.
A day was followed by a night,
Just making my great thirst more blazing.

And I was crying, tired with
My love, was deafening my moans;
And it was doubling in a mist –
The mad thought with its low goals

It was invading the dead lull
Of my poor heart, creasy, already,
And flooded my spring with the dull
Wave, that is soundless and blackened

A day was followed by a night,
Was cooling o’er a grave my soul.
I slow was losing my poor mind
At thinking coldly of my sole.

 

 

I seek salvation

I seek salvation.
My fires blaze on mountains’ far heights –
The realm of night is in a glare.
But brighter blaze my spiritual sight
And You’re afar – but are you real there?
I seek salvation.

The starry choir sings solemnly in skies,
I’m cursed for good by every generation.
For you lights my bonfire on the heights.
You’re conjuration.
I seek salvation.

The tired choir of stars calms down, yet.
Night goes away with apprehension.
There You descent from far hills in sunset.
I craved for you. To you my spirit’s spread.
You’re my salvation!

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 2096711-6fc7950c72dcdb76db6eba5eecbfc713.jpg
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)
Standbeeld in Moskou

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rita Mae Brown werd geboren in Hanover, Pennsylvania op 28 november 1944. Zie ook alle tags voor Rita Mae Brown op dit blog.

Uit: Rubyfruit Jungle

"You shamed me in front of all the neighbors, and I've got a good mind to throw you outa this house. You and your high and mighty ways, sailing in the house and out the house as you damn well please. You reading them books and puttin' on airs. You're a fine one to be snotty. Miss Ups, out there in the woods playing with his old dong. Well, I got news for you, you little shitass, you think you're so smart. You ain't so fine as you think you are, and you ain't mine neither. And I don't want you now that I know what you're about. Wanna know who you are, smartypants? You're Ruby Drollinger's bastard, that's who you are. Now let's see you put your nose in the air."
"Who's Ruby Drollinger?"
"Your real mother, that's who and she was a slut, you hear me, Miss Molly? A common, dirty slut who'd lay with a dog if it shook its ass right."
"I don't care. It makes no difference where I came from.
I'm here, ain't I?"
"It makes all the difference in the world. Them that's born in wedlock are blessed by the Lord. Them that's born out of wedlock are cursed as bastards. So there."
"I don't care."
"Well, you oughta care, you horse's ass. Just see how far all your pretty ways and books get you when you go out and people find out you're a bastard. And you act like one Blood's thicker than water and yours tells. Bullheaded like Ruby and out there in the woods jerking off that Detwiler idiot. Bastard!"
Carrie was red in the face and her veins were popping out of her neck. She looked like a one-woman horror movie and she was thumping the table and thumping me. She grabbed me by the shoulders and shook me like a dog shakes a rag doll. "Snot-nosed, bitch of a bastard. Living in my house, under my roof. You'd be dead in that orphanage if I hadn't gotten you out and nursed you round the clock. You come here and eat the food, keep me runnin' after you and then go out and shame me. You better straighten up, girl, or I'11 throw you back where you came from -- the gutter.”

 

 2096711-ee4f9ad1a3a02e259515b95934cebe2f.jpg
Rita Mae Brown (Hanover, 28 november 1944)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november mijn blog van 28 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2008, mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Navid Kermani, Nicole Brossard, Han Kang, Philippe Delerm, James Agee, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Jacques Godbout, Klara Blum

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Große Liebe

„Das erste Mal hat er mit fünfzehn geliebt und seither nie wieder so groß. Sie war die Schönste auf dem Schulhof, stand in der Raucherecke oft nur zwei oder drei Schritte entfernt, ohne ihn zu beachten. Weil den Schülern der unteren Klassen verboten war, sich zu den Rauchern zu stellen, geschweige denn selbst eine Zigarette anzuzünden, verhielt er sich so unauffällig wie möglich, verhielt sich zwischen den breiteren Rücken wie ein blinder Passagier still. Den Kopf hob er nur an, um kurz nach den Lehrern, noch kürzer nach ihr zu schielen, die unnahbar für ihn stets den Mittelpunkt ihres Grüppchens zu bilden schien. Sowenig Hoffnung er sich machte, ihre Gunst je selbst zu erlangen, brachte ihn die Sorge dennoch um den Verstand, sie könne einem der Abiturienten, die sie umringten, mehr als nur wohlwollen. Zur Beruhigung redete er sich ein, daß sie ihre offenbar ansteckende Heiterkeit und ihre zweifellos erlesenen Worte gerecht mal diesem, mal jenem zudachte.
Im Blick behielt der Junge dabei stets die Finger der Abiturienten, ob sie nicht heimlich die Hände der Schönsten berührten, ihren Rücken, gar ihren Po.
Zugleich erwartete er bang, daß jemand sich umdrehte, um zu fragen, was er in der Raucherecke suchte. Mehrfach hatten ihn die Lehrer bereits vertrieben, deren ärgerlicher oder auch nur erstaunter Blick genügte, damit er sich verzog. Die Peinlichkeit ersparte er sich lieber, vor den Augen der Schönsten aus dem Pulk gezogen und zu den Gleichaltrigen verwiesen zu werden. Peinlich war dem Jungen seine Lage schon genug, da er sich einbildete, daß alle Raucher ihn beäugten, in jeder Sekunde ihn, obwohl sie ihm doch – aber hier setzte der logische Schluß aus – ihre Rücken zuwandten.“

 

 2096345-431204ac7ea2bf906ec0a545e109d487.jpg
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

 

Towns without water

at the hour of brief morning desires
a drop of water and its light
later to counter the dust
we looked for a blade of grass, a bush
any trace
of a time liquid and bowed to the hour
the dream thirsting inside us

 

Vertaald door Sylvain Gallais en Cynthia Hogue

 

 

Au Présent des Veines

1.
une dérive d'intuitions l'enchaînement rapide de la mort et de la vie la beauté du site

2.
surtout ne pas faire semblant que le monde s'est arrêté vlan flèche au liane humaniste surtout regarder empiéter sur la blessure une dernière description œuvre
d'art ou rien du tout

3.
se tenir inutilement mouillée près de la violence la réalité ou la vérité les mâchoires pleines d'énergie je crois qu'il faut des mots simples marcher
longuement la nuit écouter le son de l'eau qui persiste raccourci fiévreux dans l'universel

4.
un soir d'été à une autre femme
je dis toucher n'abolit pas la distance
tout est pratiquement réel
plus personne n'arrive à marcher dans l'absolu
je dis toucher ou caresser à quia

 

 2096345-1494b1de2aab18a06534694bd4a47dc4.jpg
Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

 

De Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang werd geboren op 27 november 1970 in Gwangju, in de provincie Zuid-Cholla. Zie ook alle tags voor Han Kang op dit blog.

Uit: Wit (Vertaald uit het Engels, door Marijke Versluys)

“Bij elk woord dat ik noteerde sloeg er een golf van onrust door me heen. Ik voelde dat ik dit boek móést schrijven, dat ik erdoor zou veranderen, dat het ook zelf zou veranderen, en wel in een soort witte zalf die op een zwelling wordt aangebracht, een verband dat op een wond wordt gelegd. Dat had ik nodig.
Toen ik een paar dagen later mijn blik nog eens over het lijstje liet gaan, begon ik me evenwel af te vragen waarom ik hier eigenlijk aan begon, wat het zou betekenen die woorden in de ziel te kijken.
Als ik de woorden in mezelf filter, klinken er beverige zinnen op, wat doet denken aan het vreemde, treurige gesnerp dat een strijkstok aan een metalen snaar ontlokt. Zou ik mezelf, gesluierd in wit verband, tussen die zinnen kunnen verstoppen?
Dat was zo’n moeilijke vraag dat ik het lijstje liet zoals het was en er verder niets meer mee deed. In augustus vertrok ik naar het buitenland, naar dit land waar ik nog nooit was geweest; ik huurde tijdelijk een flatje in de hoofdstad en wende eraan mijn dagen in deze vreemde omgeving te slijten. Een kleine twee maanden later, toen het op een avond voor het eerst bijtend koud was, kreeg ik migraine – een pijnlijk bekend verschijnsel. Ik nam een paar pillen in met warm water, en realiseerde me (heel kalm) dat ik me onmogelijk zou kunnen verstoppen.
Er zijn momenten dat ik me scherp bewust ben van het verstrijken van de tijd, vooral als ik ergens pijn heb. De migraines zijn begonnen toen ik een jaar of twaalf, dertien was; ze overvallen me onaangekondigd, vergezeld van heftige buikkrampen die het dagelijks leven een halt toeroepen. Zelfs het kleinste karweitje blijft liggen terwijl ik me louter concentreer op het verduren van de pijn: de afzonderlijke druppels van de tijd voelen als messcherpe edelstenen die langs mijn vingertoppen schampen. Eén keer diep inademen, en dan neemt dat nieuwe levensmoment de vorm aan van een parel bloed. Zelfs wanneer ik me weer in het dagelijks ritme heb gevoegd en de ene dag naadloos versmelt met de volgende, blijft die gewaarwording op dat plekje altijd met ingehouden adem wachten.
Elk moment is een sprong van een onzichtbaar klif, waarop de scherpe randen van de tijd voortdurend worden bijgeslepen. Onze voeten maken zich los van de stevige ondergrond van heel ons leven tot dan toe, en we zetten die hachelijke stap in het ongewisse. Niet omdat we zo bijzonder moedig zijn, maar omdat het de enige weg is. Nu, op dit moment, stroomt die duizelingwekkende prikkeling door me heen. En ik stap roekeloos de tijd in die ik nog niet heb geleefd, het boek in dat ik nog niet heb geschreven.”

 

 2096345-4fbce986e18d9d0b942722fb42d776bb.jpg
Han Kang (Gwangju, 27 november 1970)

 

 

De Franse schrijver Philippe Delerm werd geboren op 27 november 1950 in Auvers-sur-Oise. Zie ook alle tags voor Philippe Delerm op dit blog.

Uit:C'est bien

« Pas tous les jours ; parfois on préfère être seul, dans sa chambre. Mais certains soirs d'hiver, par exemple, quand il fait déjà nuit dehors, juste après le goûter. Sur la toile cirée, on installe le désordre des cahiers, des crayons de couleur, des gommes et des bouquins. Les devoirs traînent un peu. On a commencé par le plus dur, le problème de maths, mais la troisième question est difficile. Avec un doigt, on suit le dessin de la toile cirée : il y a des carreaux rouges et à côté des petits carreaux bleus qui représentent des moulins de Hollande. Ce serait bien d'aller là-bas, très loin, au nord. On reviendrait de l'école en patins à glace. - Dépêche-toi un peu I Après, tu seras débarrassé, tu pourras lire, ou jouer. Maman dit des petites phrases comme ça, de temps en temps, entre un navet et une carotte à éplucher - on lui a déjà mangé deux carottes crues et elle a fait semblant de se fâcher. Mais on n'a pas vraiment envie d'être débarrassé. Il fait si bon dans la cuisine, et puis il y a ces odeurs qui se mélangent : l'orange du goûter, les légumes de la soupe... Tant pis pour les maths. On y reviendra plus tard. On attaque la leçon d'histoire. Noblesse, clergé, tiers état. Les mots coulent bien. Sur le dessin, la Bastille n'est pas si terrible. Par contre, au Jeu de paume, tous les hommes noirs et gris ont des yeux farouches, et la scène est plutôt lugubre. - Allons, tu dois la savoir, maintenant I le t'interroge. - Attends encore un peu I On s'en fiche, des états généraux. Ce qui est bien, c'est de rester sur l'image en rêvant vaguement à l'ambiance de cette époque-là. Pourquoi faut-il qu'on cuise les navets ? Pourquoi faut-il apprendre les révolutions ? On prend une gousse d'ail. La peau fripée mauve, rose et blanche tombe sur le livre, légère. On ne sait plus vraiment quelle heure il peut être. Le dîner est encore loin. Dans la maison, il y a une agitation tranquille, des petites phrases sur la journée : -Tu as vu... ? On n'écoute pas vraiment ce que les parents disent. On n'apprend pas vraiment ses leçons. On se sent un peu flottant, comme si on n'existait plus, comme si on devenait la toile cirée, les légumes de la soupe, le livre d'histoire - comme si on devenait un soir d'hiver à la maison. C'est bien, dans les cuisines.”

 

 2096345-b9fa3584b931ccf1ec9f3f669ccdbdda.jpg
Philippe Delerm (Auvers-sur-Oise, 27 november 1950)

 

 

De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909. Zie ook alle tags voor James Agee op dit blog.

 

How Many Little Children Sleep

How many little children sleep
To wake, like you, only to weep?
How many others play who will
Like you, and all men, weep and kill?

And many parents watch and say,
Where they weep, where they play,
“By all we love, by all we know,
It never shall befall them so.”

But in each one the terror grows
By all he loves, by all he knows,
“Soon they must weep; soon they shall kill.
No one wills it, but all will.”

But in each one the terror moves
By all he knows, by all he loves,
“Soon they will weep, soon they will kill.
No one wills it, but all will.”

 

 

Sonnet I

So it begins. Adam is in his earth.
Tempted, and fallen, and his doom made sure
Oh, in the very instant of his birth:
Whose deathly nature must all things endure.
The hungers of his flesh, and mind, and heart,
That governed him when he was in the womb,
Those ravenings multiply in every part:
And shall release him only to the tomb.
Meantime he works the earth, and builds up nations,
And trades, and wars, and learns, and worships chance,
And looks to God, and weaves the generations
Which shall his many hungerings advance
When he is sunken dead among the sins.
Adam is in the earth. So it begins.

 

 2096345-d4ad75fd555a62a3c484be976be25955.png
James Agee (27 november 1909 - 16 mei 1955)

 

 

De Nederlandse schrijver, priester en archivaris Joannes Josephus (Jozef) Habets werd geboren in Oirsbeek op 27 november 1829. Zie ook alle tags voor Jos. Habets op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Een liedeken van de Bockenrijders uit het jaar 1743. (Fragment)

‘T is wonderdat de goede Godt,
Het soe langh heeft verdraegen
Dat hij ons niet tot schanden spot
Ter dood al heeft verslaegen.
Omdatwij sijn soo boes van aert,
En menigh mensch hebben vermoert,
Int midden van de nachte
Als niemant op ons dachte.

Van vrijroeff en dieverijen
Men salt u gaen verbreijen,
Geschiedt int landt van alle heeren,
Kombt luijster met begeeren,
Wat daer is geschied all op die Baen
Een compagnie van meer dan honderd man,
Die meijste daervan gevangen,
Die anderen werden ook al banghe.

Ick sallt vertoenen heel onversoembt
En duijdelijck hier gaen noemen,
Wat daer is geschied van dorp tot dorp.
Wil klaerlijck gaen verthoenen,
Die daer mit kommen op de Baen.
Vier aeffdoeder wij gevonden haen;
Die Onderbenck doen ter handen
Sijn ook een deel in banden.

 

 2096345-663a89e67555778fa4bc218028027063.JPG
Jos. Habets (27 november 1829 - 22 juni 1893)
Beeld van een bokkenrijder in Sint Joost

 

 

De Duitse dichter, schrijver en diplomaat Friedrich Ludwig Rudolf Freiherr von Canitz werd geboren op 27 november 1654 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Friedrich von Canitz op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Eitelkeit des Zeitlichen

Es eilet unsre Zeit, als wie ein Spiel, dahin,
Die Stunden und der Tag, der Monat und die Jahre
Begleiten insgesammt uns zu der Todten-Bahre;
Und ich weiß heute nicht, ob ich noch Morgen bin.
Was nützt dir die Gestalt? Was nützt dein hoher Sinn,
Der nicht an schlechtem Gut sich suchet zu ergötzen?
Bestricket ihn der Tod nicht auch mit seinen Netzen?
Ein Lacken und ein Bret ist endlich der Gewinn.
Spiel noch so lang und gut die Rolle hier auf Erden,
Der Schau-Platz muß einmahl doch zugezogen werden.

 

 

Als den Albend vorher, am Buß-Tage, drey Maßkirte Damen sich bey Hofe eingefunden

Als gestern unsre Stadt, wie ehmahls Ninive,
Im Sack und Asche lag, und ihre Fasten hielte,
Geschah es, bey der Nacht, daß, zwischen Ach und Weh,
Das schon betrübte Volck ein neues Schrecken fühlte;
Drey Maßken liessen sich in fremdem Zierath sehn,
Ich weiß nicht, ob sie uns vielleicht zum Trost erschienen.
Sie sahen denen gleich, die hin zum Paris gehn,
Durch seinen Richter-Spruch den Apffel zu verdienen.
Propheten, die ihr sonst die Geister prüfen könnt,
Und ob es solche sind, die Gott den Herren loben,
Ihr, die ihr jedes Ding bey seinem Nahmen nennt,
Sagt, kamen diese drey von unten oder oben?

 

 2096345-a8b3e81bad5d648b5ff1bc0c4bb8d339.jpg
Friedrich von Canitz (27 november 1654 - 11 augustus 1699)
Landgoed Blumberg rond 1860, vanaf 1861 in het bezit van Friedrich von Canitz.

 

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook alle tags voor Jacques Godbout op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

Uit: Le tour du jardin

« Les grands défis démocratiques sont derrière nous : les gouvernements, interreliés par la mondialisation des flux financiers, sont désormais plus ou moins impuissants. Un gouvernement démocratiquement élu ne peut garantir à ses citoyens le filet social ou l’environnement sain promis que si l’équilibre de son budget le permet, or cet équilibre dépend de l’univers financier international, en bonne partie gangrené par les mafias et les conglomérats financiers, à l’abri de tout contrôle. La liberté réelle d’agir pour le peuple par le peuple s’est lentement évaporée.
Le XIXe siècle a inventé la démocratie, je ne sais quel nom on donnera à cette postdémocratie qui s’installe présentement. Hier, dans une agglomération, les villageois étaient libres de leurs mouvements et de leur pensée, mais ils demeuraient solidaires, on savait ce que chacun mangeait et buvait, si celui-ci allait à la messe, qui avait une maîtresse, qui accumulait un magot, quelle était son allégeance politique, à quelle publication l’un ou l’autre s’abonnait. La postière, le boucher, le curé, le notaire, les vieilles filles derrière les rideaux tirés, les lignes téléphoniques doubles et le reste étaient le Facebook de la petite société. Or on pouvait s’en échapper, partir en ville, retrouver la liberté dans l’anonymat.
Cet exil n’est plus possible dans le village global. La toile d’araignée du système marchand vous englue et vous tient prisonnier. Les voisins qui, dans le système rural, vous espionnaient vous suivent sur votre page Facebook. Les gouvernements qui espionnent vos communications, cartes à puce et réseaux sociaux sont vos nouveaux tuteurs."

 2096345-2e2a0f71f4b01195234976a759ba20a5.jpg
Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

 

 

De Duitstalige, joodse, Oostenrijkse, Russische en Chinese dichteres en schrijfster Klara Blum werd geboren op 27 november 1904 in Czernowitz in de Bukowina. Zie ook alle tags voor Klara Blum op dit blog.

Uit: Der Hirte und die Weberin

„Welche Sprache möchten Sie erlernen", fragte Hanna auf Chinesisch.
„In welcher Sprache hat Marx geschrieben?", lautete die schüchterne Gegenfrage.
Nach einigem Hin und Her fand Hanna heraus, daß Karl Marx gemeint war.
Ihr neuer Schüler hieß Tschien Chao-Tjen und zählte siebenundvierzig Jahre. Sein Chef, ein Kapitalist allerkleinsten Formats, war sogar der Vetter des Neffen seines Schwiegervaters, aber das nützte ihm nichts. Er verdiente, in Hirse gerechnet, um die Hälfte mehr als vor der Befreiung, also auch jetzt noch wenig genug. Immerhin: er konnte sich schon ein bißchen Privatunterricht leisten.
Zweimal wöchentlich kam er bescheiden und verlegen zur Türe herein und suchte umständlich nach einem schicklichen Platz für seinen breiten Strohhut. Dann öffnete er sein Bündelehen und nahm Geld, Lehrbuch und Heft heraus. Um nichts in der Welt wollte er sich setzen, bevor Hanna saß. Für jede Stunde bereitete er Fragen vor und lernte mir verblüffender Auffassungsgabe. Sein Heft hatte er mit hübschen farbigen Tinten symmetrisch in kleine Rubriken geteilt. In die eine schrieb er das deutsche Wort, in die andere die chinesische Transkription, in die dritte die chinesische Bedeutung. Es machte Hanna große Freude, ihn zu unterrichten, aber eine Lösung ihrer Existenzfrage war das nicht, und wenn sie noch zwanzig solcher Schüler gehabt hätte.
Und dann: sie war doch nicht unter Lebensgefahr zu den Kommunisten übergelaufen, um abseits zu stehen, abseits von jeder Arbeitsgemeinschaft, abseits vom Strom der Ereignisse, abseits von den Kampfgefährten Nju-Langs.
Sie ging in die Redaktion der Morgenblütenzeitung, der Volkszeitung, des Demokratischen Frauenblattes,', aber nirgends wurde sie vorgelassen.
Eines Abends, von ihren vergeblichen Wegen heimkehrend, überwältigte sie eine plötzliche Vorstellung: Durch diese Straßen bin ich schon einmal gegangen, vor diesen Türen bin ich schon einmal gestanden.“

 2096345-74bee5a1755fc5ed1f1f843aaae9ef45.jpg
Klara Blum (27 november 1904 - 4 mei 1971)
Cover

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 27 november 2008, mijn blog van 27 november 2007 en ook mijn blog van 27 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Saskia Goldschmidt

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse schrijfster Saskia Goldschmidt werd geboren in Amsterdam in 1954. Voordat zij zich fulltime op het schrijven stortte, was ze dertig jaar lang theatermaker, producente en docente. Ze werkte intensief samen met verschillende jeugdtheatergezelschappen. Ook was ze projectmanager bij het Tropenmuseum Junior, waar ze drie jaar een uitwisselingsproject tussen kinderen uit Amsterdam en Teheran leidde. Twintig jaar werkte ze als trainingsactrice en co-trainer voor verschillende organisaties, maar in hoofdzaak voor het AMC. Ze gaf communicatietrainingen aan specialisten en verpleegkundigen. Goldschmidt debuteerde in 2011 met “Verplicht gelukkig, portret van een familie”, een boek waarin ze onderzoekt hoe trauma’s van ouders, behept met overlevingsschuld, worden doorgegeven aan de naoorlogse generatie. Daarna had Goldschmidt de smaak te pakken en anderhalf jaar later volgde haar eerste roman “De Hormoonfabriek”. Het boek stond op de Longlist voor de Libris Literatuurprijs en werd genomineerd voor de Euregioprijs. Vertalingen verschenen in Amerika, Duitsland, Frankrijk, Zuid-Afrika, Engeland, Turkije en Bulgarije. Samen met radiomaker en scenarioschrijver Peter te Nuyl schreef Goldschmidt het scenario voor de gelijknamige twaalf en een half uur durende podcast die op Radio 1 werd uitgezonden. Filmtalents, de productiemaatschappij van Jaques Audiard, nam een optie op de filmrechten. In 2015 verscheen “De Voddenkoningin”.

Uit: De hormoonfabriek

“Iedere dag zak ik verder weg in de somberheid die veel van mijn geleefde tijd gekenmerkt heeft. Ik ken ze goed, de dagen waarop het voelt als of je met je poten in een stroperige,
smerige smurrie staat en iedere beweging te veel energie kost. De uren dat je bewegingloos op bed ligt, omdat je gevangen zit in een cocon van vreugdeloosheid. Daaruit kun je de wereld bezien: de zon die gewoon opkomt alsof haar licht van het grootste belang is. Mizie die de kamer binnenkomt met haar vreugdeloze glimlach. Het rennen van de mensen die zich op straat van hot naar her haasten, alsof door hun handelen de wereld ook maar een greintje beter of slechter wordt. Ja, die illusie heb ik ook gehad, decennialang. Ach, wat heb ik geloofd dat ik ertoe deed, dat ik met mijn capaciteiten, mijn doorzettingsvermogen, mijn intelligentie de wereld tot een betere plek zou maken. En ja, ik heb mijn voetafdruk gezet. Maar of daarmee de wereld geholpen is? De regen schuwen en in de sloot vallen, meer doen we niet, niemand van ons.
Vroeger wist ik, zelfs in de somberste dagen van vreugdeloosheid, dat ik vanuit mijn cocon weer de wereld in zou stappen om deel te nemen aan de strijd. En slecht deed ik dat niet, ik behoorde tot de winnaars. Sinds Darwin weten we dat het erom gaat te eten of gegeten te worden. Ik heb actief meegedaan. Maar uiteindelijk heeft al die activiteit me slechts één besef gebracht en dat is dat het er niet toe doet. Of je een winnaar of verliezer bent, dader of slachtoffer, het maakt geen moer uit.
Nu weet ik dat ik de cocon nooit meer uitkom. Dit is het eindpunt, het godvergeten laatste hoofdstuk. En wat verlang ik ernaar om deze hele bende de rug toe te keren, de laatste zucht te slaken. Laat het maar afgelopen zijn, het is al zo lang de hoogste tijd!
Maar de dood is hardvochtig en grijpt bij voorkeur malse hapjes. Het jeugdige overmoedige haantje dat op zijn brommer stapt en zich te pletter rijdt tegen een vrachtauto, de dikke big in haar volautomatische karretje dat het af laat weten midden op de spoorweg, de jonge moeders die met
vreugde hun broedsel op de wereld hebben geworpen en pas na de pijn van de weeën beseffen wat voor brok kwetsbaarheid ze op aarde geschopt hebben. In de bloei van het leven, zo heeft hij ze graag.
Maar een oude, taaie, uitgedoofde man als ik, die laat hij het liefst liggen. De tijd van het creperen eindeloos uitsmerend.
Ik ben nog volledig in het bezit van mijn verstandelijke vermogens, die als in een slechte witz ieder lichamelijk verval registreren. Dat verdomde lichaam, slaaf van niet te beheersen driften. De ene na de andere functie valt uit, als bij een rat waarop de werking van een stof wordt getest tot hij uiteindelijk amechtig hijgend in zijn kooitje neerligt. De pijn neemt toe en de verlossing van de slaap is steeds minder beschikbaar.”

 2187653-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Saskia Goldschmidt (Amsterdam, 1954)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten