Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 november 2017 tot 1 december 2017

Pierre Kemp, Arthur Sze, Natasza Tardio, Daniel Pennac, Tahar Ben Jelloun, Billy Childish, Ernst Toller, Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov

De Nederlandse dichter en schilder Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.

 

Geruis

De wind is een ding
en de bladeren zijn een ander.
Ze ruisen onderling
al lang samen met elkander.
Ik sta daarbij en luister mij niet moe.
Soms schijnt me alles vaag, soms alles klaar.
En als ik even mijn hoed af doe,
is muziek een beweging door het haar.

 

 

Zingende daad

De kinderen zingen naar een daad.
Zij gaan op de zon af vanuit hun straat
en stormen langs de ladders van het licht
naar boven! Midden in mijn klein gedicht
hoor ik dit aan en vraag het groen:
of ook ík een zingende daad zal doen?
Zeker, wuiven de bomen met hun vlag:
kinderen en dichters zijn eenzelfde slag,
dat alles kan en alles mag.
Daar valt de wind uit zijn goedgeluimde lach
in de bladeren en heel de wereld staat
eerst nu vol zingende overdaad!

 

 

Eenzaamheid

De lucht is zo lila en lauw
om de rose bloemen bij de molen.
Het water ernaast stapt grauw
geruist in de schoepen met vloeiende zolen.
Het is er om in 't grijs gereed te staan
en maar in en uit de kamers te gaan.

 

 2097650-5d035b613e46ea8e5adf35ed3e17dea8.jpg
Pierre Kemp (1 december 1886 - 21 juli 1967)
Fourrures door Pierre Kemp, 1929

 

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze op dit blog.

 

Het geschenk

De stukjes van deze legpuzzel vormen
straks het gouden gezicht van Toetanchamon,

maar momenteel zijn het vlekjes
kleur verspreid over de vloer.

Deze momenten van bewustzijn
hebben geen puzzelpasvorm – hartslag

van een vliegende zwaluw – sporen
van een rode lynx op het Windsorpad,

voorgevoel dat vreugde schuilgaat in
een lucifer, in zonnebloemstengels uitrukken,

een urn leegschudden vanaf een brug
zodat de asresten een wolk vormen.

De stukjes van een leven blijven uiteindelijk
stukjes. Niemand kan papyrus herstellen

als het eenmaal vlam heeft gevat;
maar voordat de agapanthus bloeit,

voordat het lichaam verschroeit, uitwist
het bewustzijn, heb je tijd

om te puzzelen, schommelen, slingeren, brassen
huppelen, doedelen, klagen, gloeien.

 

Vertaald door K. Michel

 

 

Morning Antlers

Redwinged blackbirds in the cattail pond—
today I kicked and flipped a wing
in the sand and saw it was a sheared
off flicker’s. Yesterday’s rain has left

snow on Tesuque Peak, and the river
will widen then dwindle. We step
into a house and notice antlers mounted
on the wall behind us; a ten-day-old child

looks, nurses, and sleeps; his mother
smiles but says she cries then cries
as emptiness brims up and over.
And as actions are rooted in feelings,

I see how picking spinach in a field
blossoms the picker, how a thoughtless act
shears a wing. As we walk out
to the car, the daylight is brighter

than we knew. We do not believe
flames shoot out of a cauldron of days
but, looking at the horizon, see
flames leap and crown from tree to tree.

 

 2097650-a67660ba619072e45c3ee213995dfccf.jpg
Arthur Sze (New York,1 december 1950)

 

 

De Nederlandse schrijfster Natasza Tardio werd geboren in Assendelft op 1 december 1969. Zie ook alle tags voor Natasza Tardio op dit blog.

Uit: Meedogenloos

“Mo! Moooo!’ Telkens voel ik hoe mensen tegen me aan botsen.
Een elleboog verdwijnt diep in mijn ribben en met moeite blijf ik overeind. Ik moet doorgaan, kan nu niet stoppen, en ik duw mensen die in de weg staan opzij. Ik negeer de boze en verbaasde blikken en met mijn hand in mijn zij ren ik verder. Waar gaat hij heen? Dit is niet wat we hadden afgesproken. Waarom doet hij dit?
Dan zie ik hem eindelijk in de verte stilstaan en opgelucht haal ik adem. Het is nog niet te laat. Ik kan hem nog ompraten, zorgen dat hij zich aan de afspraken houdt. Want daar gaat het om. Je houden aan je afspraken en nakomen wat je hebt beloofd. Iets anders is er niet. Ik heb hem dat nu al duizend keer gezegd, maar sinds ons vertrek uit Nederland lijkt het wel of hij is veranderd. Elke dag een beetje meer. Van de sterke, betrouwbare jongen die ik leerde kennen in iemand die ik niet meer ken. Iemand die ik ook niet wil kennen. Een onbetrouwbare loser.
Wanneer ik dichterbij kom ziet Mo me staan. Een wijde jas om zijn magere lichaam. Handen in zijn zakken. Het gevaar verhullend. Ik weet wat hij verbergt, en het jaagt me angst aan. Dit is nooit de bedoeling geweest. We hadden zulke mooie toekomstplannen.
Op zo’n tien meter afstand blijf ik staan. Onze ogen ontmoeten elkaar.
Zijn bijzondere, verschillend gekleurde ogen schitteren. De ogen waar ik ooit verliefd op werd. Maar liefde bestaat niet. Niet hier in elk geval.
Zonder iets te zeggen blijf ik hem aanstaren, alsof mijn blik kan hypnotiseren, en een fractie van een seconde zie ik de oude Mo terug. De jongen die ooit een goed mens was, iemand die mee wilde helpen om dingen te veranderen, zodat alles beter werd.
Terwijl allerlei gedachten door mijn hoofd flitsen, zie ik hoe zijn blik verandert. De hardheid keert weer terug en het moment is voorbij.
Zwijgend en vastberaden schudt hij zijn hoofd. Hij wil niet luisteren; hij blijft bij zijn besluit. Het is duidelijk. Ik heb geen keuze.”

 2097650-c1151967f419e65cdf87f235ca56c8c5.jpg
Natasza Tardio (Assendelft, 1 december 1969)

 

 

De Franse schrijver Daniel Pennac werd geboren in Casablanca op 1 december 1944. Zie ook alle tags voor Daniel Pennac op dit blog.

Uit: Chagrin d'école

« Ou, en septembre 1968, ma licence de lettres enfin en poche : — Il t'aura fallu une révolution pour la licence, doit-on craindre une guerre mondiale pour l'agrégation ? Cela dit sans méchanceté particulière. C'était notre forme de connivence. Nous avons assez vite choisi de sourire, mon père et moi. Mais revenons à mes débuts. Dernier-né d'une fratrie de quatre, j'étais un cas d'espèce. Mes parents n'avaient pas eu l'occasion de s'entraîner avec mes aînés, dont la scolarité, pour n'être pas exceptionnellement brillante, s'était déroulée sans heurt. J'étais un objet de stupeur, et de stupeur constante car les années passaient sans apporter la moindre amélioration à mon état d'hébétude scolaire. « Les bras m'en tombent », « Je n'en reviens pas », me sont des exclamations familières, associées à des regards d'adulte où je vois bien que mon incapacité à assimiler quoi que ce soit creuse un abîme d'incrédulité. Apparemment, tout le monde comprenait plus vite que moi. — Tu es complètement bouché ! Un après-midi de l'année du bac (une des années du bac), mon père me donnant un cours de trigonométrie dans la pièce qui nous servait de bibliothèque, notre chien se coucha en douce sur le lit, derrière nous. Repéré, il fut sèchement viré : — Dehors, le chien, dans ton fauteuil ! Cinq minutes plus tard, le chien était de nouveau sur le lit. Il avait juste pris le soin d'aller chercher la vieille couverture qui protégeait son fauteuil et de se coucher sur elle. Admiration générale, bien sûr, et justifiée : qu'un animal pût associer une interdiction à l'idée abstraite de propreté et en tirer la conclusion qu'il fallait faire son lit pour jouir de la compagnie des maîtres, chapeau, évidemment, un authentique raisonnement! Ce fut un sujet de conversation familiale qui traversa les âges. Personnellement, j'en tirai l'enseignement que même le chien de la maison pigeait plus vite que moi. Je crois bien lui avoir murmuré à l'oreille : — Demain, c'est toi qui vas au bahut, lèche-cul. »

 

 2097650-6ed14388e1a5e60edd0f66ba0eb20bd7.jpg
Daniel Pennac (Casablanca, 1 december 1944)
Cover

 

 

De Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist Tahar Ben Jelloun werd geboren in Fez op 1 december 1944. Zie ook alle tags voor Tahar Ben Jelloun op dit blog.

Uit: L'ablation

« Depuis que je ne baise plus. je me sens plus libre et j'aime de plus en plus les femmes. Je les aime mieux et plus qu'avant parce que le sentiment de liberté me donne des ailes, de l'humour et de la légèreté. Je les trouve belles, spirituelles, certaines plus mer- veilleuses que d'autres. J'en suis fou. Je pense à elles tout le temps et ne comprends pas pourquoi elles ne sont pas plus sensibles à ma disponibilité. Pourtant, si elles savaient, si elles pouvaient imaginer que je suis capable de les aimer comme on aime dans une his-toire romantique. ou dans un bon mélo. Ah, si elles devinaient ce que je suis prêt à faire pour les célé-brer, les honorer, leur donner du plaisir, des orgasmes fabuleux que j'irais chercher loin, au fond de leur âme. dans les plis de leur inconscient. Fini l'égofsme masculin. fini les petits trucs pour ne pas perdre la face. Je n'ai plus de face. C'est bien commode. Je me dévoue entièrement à ellesje sais comment combler leur désir, comment le marier à toutes les audaces. la folie. J'ai un don maintenant : je perce, e dévoile, je découvre et je comprends ce qui se cache derrière les apparences que les femmes exposent par peur, par timidité ou par hypocrisie. Mon instinct me mène vers vous. ô femmes que j'aime et que j'attends avec patience, impatience, avec joie, folie, obsession. Chaque rencontre avec vous est tan feu d'artifice qui m'aveugle. me donne ivresse et légèreté. Je vole. je chante (mal mais je m'améliore). je ris, je danse, je cotan et je miens vers vous les bras ouverts. Champagne clans les coupes et dans l'air, dans la musique et dans les fleurs. Tout est champagne, tout est lumière. Tout pétille à la moindre étincelle. Plus besoin de tomber dans un sommeil profond pour rêver. Il me suffit de tendre la main vers vous. Les draps en soie ne sont plus nécessaires. L'amour n'a pas besoin de décor. Ou alors un décor grandiose comme ceux qu'Alexandre Tramer fabriquait pour des films de légende.
Depuis que je ne fais plus l'amour, je me contente de mes souvenirs. Je suis plein de souvenirs. Dès qu'on me touche, ils surgissent de partout. comme des impacts sur une cible se démultipliant à l'infini. Ils se bousculent dans ma tête, dans mon sang, dans mes paroles."

 

 2097650-36012c6705cd1edc9c8d9edb4177a172.png
Tahar Ben Jelloun (Fez, 1 december 1944)
Cover 

 

 

De Britse dichter, schrijver, schilder, zanger en producer Billy Childish (echte naam William Charlie Mand) werd geboren op 1 december 1959 in Chatham, Kent. Zie ook alle tags voor Billy Childish op dit blog.

 

i am the strange hero of hunger (fragment)

i am
the hero of all my my favorite novels
i live in them
and they
live in me
i am arturo bandini
on angels flight
swearing at a butiful dark haired girl
in tattered shoes
i am rodya
guilty of a terrible and senceless murder
on the streets of st petersburg
i am the strange hero of hunger
starving to spite myself in chrisitiana
i am john nagel
tormentor of the midget
and suiside
i am ishmail
knocker off of tall hats

i am every novelist
and
every charicter ever dreamed
i am everyone of my favorite artists
and
i feel myself not one jot less
but equell to all of them
turner
munch
holbine
and
hokusi

 

 2097650-9fbfd9fd4946aba4547f53ef5ce6081d.jpg
Billy Childish (Kent, 1 december 1959)
 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Toller werd geboren op 1 december 1893 in Samotschin (tegenwoordig Szamocin). Zie ook alle tags voor Ernst Toller op dit blog.

Uit: Hoppla, wir leben!

“Eva Berg. Was?
Karl Thomas. Nein, nicht zusammenrücken. Die Glotzaugen am Spion ... Wir fliehen.
Albert Kroll. Blaue Bohnen gefällig?
Karl Thomas. Seht das Fenster. Der Kalk an den Eisen ist losgebröckelt.
Albert Kroll. Ja, wirklich.
Karl Thomas. Sitzt das große Kalkstück nicht künstlich fest? ...
Albert Kroll. Bestimmt.
Karl Thomas. Seht ihr?
Eva Berg. Ja. Ja. Kinder zum Tollwerden.
Frau Meller. Ja. Wahrhaftig.
Wilhelm Kilman. Da wollte mal einer von draußen die Bude anspucken ... War kurz vorm Ziel ... Na, ich weiß nicht.
Frau Meiler (zu Wilhelm Kilman). Was, Bangbüchs?
Wilhelm Kilman. Ja, aber ...
Karl Thomas. Was gibst da aber?
Albert Kroll. Ihr wißt, daß ich nicht leichtsinnig bin. Doch es ist Nacht. Wie spät?
Karl Thomas. Eben hat's vier Uhr geschlagen.
Albert Kroll. Dann haben die Wachen gewechselt. Wir liegen im ersten Stock. Bleiben wir, können wir uns im Massengrab guten Morgen sagen. Fliehen wir, steht's zehn zu hundert. Und stünde es eins zu hundert, wir müßten's wagen.“

 

 2097650-361b300cfd8a80595563ba593e8eb9ee.jpg
Ernst Toller (1 december 1893 – 22 mei 1939)
Affiche voor een opvoering in Gießen, 2017

 

 

De Hongaarse dichter Mihály Vörösmarty werd geboren op 1 december 1800 in Puszta-Nyék. Zie ook alle tags voor Mihály Vörösmarty op dit blog.

 

Appeal (Fragment)

In spite of long calamity
and centuries of strife,
our strength, though weakened, is not spent;
our country still has life.

To you, O nations of the world,
we call with passioned breath:
"Should not a thousand years of pain
bring liberty—or death?"

It cannot be that all in vain
so many hearts have bled,
that haggard from heroic breasts
so many souls have fled!

It cannot be that mind and strength
and consecrated will
are wasted in a hopeless cause
beneath a curse of ill!

There yet shall come, if come there must,
that better, fairer day
for which a myriad thousand lips
in fervent yearning pray.

Or there shall come, if come there must,
a death of fortitude;
and round about our graves shall stand
a nation washed in blood.

 

 2097650-72849c9d3ddc2fcee54e122a1134f851.jpg
Mihály Vörösmarty (1 december 1800 – 19 november 1855)
Gedenkplaat in Székesfehérvár, waar Vörösmarty vijf jaar naar school ging, voordat hij ging studeren.

 

 

De Russische dichter en schrijver Valery Bryusov werd geboren op 1 december 1873 in Moskou. Zie ook alle tags voor Valery Bryusov op dit blog.

 

Three Apples

Three apples -- sagas' favorite selection,
Three symbols of rebellion on the earth,
In endless gardens of imagination,
They burn and shudder in illusions' breath.

Oh, you, an apple -- the first peoples' lure,
You took the Eden's light of those two,
You sent on heads of people the Lord's fury,
But this was a revolt against taboo.

The apple-witness of the Tell's perfection --
The song of freedom flew above the earth;
First arrow, he'd sent to his creation,
Born second one, that carried tyrants' death.

And that third one -- the Newton's apple, gold,
In its right time, it played its last accord,
And mind embraced the substance of the law,
That moves the earth, the heaven and the world.

That apple had returned to people Eden,
Made equal all -- a muster and a slave,
It opened roads to the treasures hidden,
To make us fighters, ever strong and brave.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

Einer Zufälligen

Im verlebten Aug, dem starren
Lächeln such ich oft die Züge,
Derer, die - kein Maß galt - liebten
Bis zum Irrwahn, bis zur Lüge,

Les in falschen Zärtlichkeiten,
Müdender Bewegung Bahnen
Wie in eines Traumbuchs Seiten
Von der Sehnsucht, der vertanen.

Hinter Gleichmut, Ödnis, Leere
Spür ich fern der Lüge Mauern
Noch der Wollustnächte Schwere
Und im Schlafe selbst ein Schauern.

Keines Zufalls Stimme, liebe
Ich die Gier des Tods, der Keimnis
Und im Schlaf voll fad-geübter
Zärtlichkeit noch das Geheimnis.

 

Vertaald door Uwe Grüning

 

 2097650-46b0a6f2a86f06876e8e5de517c56bc2.jpg
Valery Bryusov (1 december 1873 - 9 oktober 1924)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e december ook mijn blog van 1 december 2016.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 1 december 2008 en ook mijn blog van 1 december 2007 en mijn blog van 1 december 2006.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies acht jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden. Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.

 

 2097646-dc20375ebe377f891310370a4d6a860c.jpg
Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)

 

 

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Voor degene in een schuilhoek achter glas
Voor degene met de dichtbeslagen ramen
Voor degene die dacht dat-ie alleen was
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met `t dichtgeslagen boek
Voor degene met de snelvergeten namen
Voor degene die `t vruchteloze zoeken
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met de slapeloze nacht
Voor degene die `t geluk niet kan beamen
Voor degene die niets doet, die alleen maar wacht
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met z`n mateloze trots
In z`n risicoloze hoge toren
Op z`n risicoloze hoge rots
Moet nu weten, zo zijn we niet geboren

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met `t open gezicht
Voor degene met `t naakte lichaam
Voor degene in `t witte licht
Voor degene die weet, we komen samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Niet zonder ons






Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Rex Stout

De Amerikaanse schrijver Rex Stout werd geboren op 1 december 1886 in Noblesville, Indiana, maar groeide op met zijn acht broers en zussen in Kansas in een Quaker-gezin. Na universitaire studies aan de Universiteit van Kansas, diende hij twee jaar bij de marine, op het jacht van president Roosevelt. In de jaren 1910 verdiende hij de kost door een reeks kleine klusjes uit te voeren: meer dan dertig in slechts vier jaar tijd. Hij begon onder meer met zijn literaire carrière, artikelen schrijven, liefdesverhalen en zelfs een reeks soap-romans voor populaire tijdschriften. Zijn uitvinding van een ingenieus schoolspaarsysteem leverde hem snel genoeg geld op om naar Europa te reizen. Het was tijdens een verblijf in Parijs dat hij zijn eerste roman schreef: “How Like a God” (1929). Deze kreeg een goede pers. Drie andere romans zouden volgen, waarvan er een, “Forest Fire”, als “gay novel’ gekarakteriseerd wordt. De literaire carrière van Rex Stout was op de goede weg, maar de Grote Depressie raakte hem hard: zijn spaarsysteem stortte in elkaar en hij verloor al zijn fortuin. Terug in Amerika hield Stout zich bezig met de bewegingen van links en extreem links. Hij was ook een sterke voorstander van de New Deal. Tegelijkertijd lanceerde hij de politieliteratuur. In zijn eerste roman, “Fer-de-lance”, introduceerde hij voor de eerste keer detective Nero Wolfe, een zwaarlijvig intellectueel en liefhebber van orchideeën, en Archie Goodwin, een jonge veld onderzoeker. Vanaf 1938 bleef hij één boek per jaar over Nero Wolfe schrijven, tot aan zijn dood in 1975, behalve tijdens WO II. Stout was een van de vele Amerikaanse schrijvers die nauwlettend in de gaten werd gehouden door de FBI van J. Edgar Hoover. Hoover beschouwde hem als een vijand van het bureau en als een communist of als een instrument van communistisch gedomineerde groepen. In latere jaren vervreemde Stout enkele lezers met zijn agressieve houding ten opzichte van de Vietnamoorlog en met zijn minachting voor het communisme uitgedrukt in sommige van zijn boeken.

Uit: Forest Fire

“His mind would not work; his head hurt.  There was nothing to give.  He was Stan Durham, that was all, Stan Durham acting like a goddam fool, trying to get ideas in his head where they did not belong.  Where was there anything in him to feed a friend on?  What was there about him for a friend to know or care about:  He was a man who knew how to work and make other men work; and not only was that all he knew, it was all he was.  And all he cared to be.  A man, like a horse, must be true to his breed whether he wants to or not.  He had said to Harry, a man lives lonely, but that was not true of all men.  Harry would never live lonely, he was not born for it.  The laugh in his blue eyes, the life in his smooth skin, the way he put his hand on your arm or your knee, the free careless words that flowed from his tongue—all those were for others, for men and women, for friendships and close feelings.  Only an hour ago, walking across the meadow toward the box-car where the train would stop, Stan had seen him cup his hand under Elsie’s elbow to steer her around a gopher hole, and had felt a sudden sharp constriction in his breast and an idiotic impulse to ask his wife if she had forgotten how to walk.  But she had not invited the gesture; it had been Harry’s.  He would put his hand that way on anyone; had, doubtless, on hundreds, girls, boys, men, women; would, on hundreds more.  If he took a friend, if ever he reserved any look of his eyes or touch of his hands for just one, not to be shared, he was not likely to pick on Stan Durham for it.  Stan Durham had nothing to offer…”

 

 2144008-f4715d4652d6a0756f2383f7a58142bf.jpg
Rex Stout (1 december 1886 - 27 oktober 1975)
In 1931

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dennis Gaens, Christophe Vekeman, James Worthy, Y.M. Dangre, Reinier de Rooie, David Nicholls, Yasmine Allas, Jan G. Elburg, Jesús Carrasco

De Nederlandse dichter Dennis Gaens werd geboren in Susteren op 30 november 1982. Zie ook alle tags voor Dennis Gaens op dit blog.

 

met vertrouwen, vrienden en hamers

Komende zomer doen we dat anders.

De dresscode: kleren die kapot kunnen, stevige schoenen, vieze handen
en een riem waaraan een hamer hangt. We halen hout (massaal en in alle
maten), klimmen in ladders en leggen verlengkabels van de radio's naar de
aggregaten. Gesprekken staken we tot 's avonds - met je mond vol spijkers
is het lastig praten.

Die drie maanden vallen we samen met de splinters in onze vingers, de
schaafwonden op onze schenen, de blaren op onze handen en een handvol
gebroken benen - met alles op onze namen na.

Dit ding gaat groot worden.

Wat het ook wordt - als het af is, klimmen we erin, trekken kratten bier
omhoog met touwen, kijken omlaag en zullen zien dat het goed is.

Als wij het niet doen, doet niemand het.

 

 

bezet gebied

onze benen over de rand van het perron geklemd
kijken we langs het spoor dat van elke bestemming
een verdwijnpunt langs een vluchtlijn maakt

kijken in de trein naar een dwarsdoorsnede
van steden die als kralen aan het spoor
worden geregen totdat de knoop compleet is

komen overal langs iets ander glas in hetzelfde beton
spiegels voor wolkenkrabbers en kranen
een enkele helikopter en een blauwdruk voor later

leven in steden gegijzeld door morgen
elke bouwgrond bezet gebied
prikkeldraad de rode lijn

lopen over ruitjespapier en rijden over
steeds nog niet gesleten asfalt
eeuwig onslijtbaar asfalt

en wij met onze benen geklemd om de rand van het perron
zoeken ons verdwijnpunt langs een vluchtlijn
en praten van bestemming

 

 2097305-f5042431a5cf6875c31bd4a7bb0487ce.jpg
Dennis Gaens (Susteren, 30 november 1982)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Zie ook alle tags voor Christophe Vekeman op dit blog.

 

De vreemdeling

1
Het was ochtend toen hij arriveerde
Wij namen beleefd de hoed af en groetten
Het was de allereerste keer
Dat wij iemand als hij ontmoetten

We wilden weten wat hij wenste te drinken
Konden wij hem plezieren met dit of met dat?
De moed begon ons algauw in de schoenen te zinken
Toen hij ons vertelde dat hij geen behoeftes had

Het was middag en wijzelf waren de radeloosheid nabij
Hij zat daar maar te zitten en te zwijgen, uren-, urenlang
De school was dicht die dag, alle kinderen waren vrij
En stonden buiten op hun tenen door de bewasemde ruiten te gluren, nieuwsgierig en bang

Wij wilden actie ondernemen en we staken de koppen bijeen
Elkeen was het erover eens dat er iets moest gebeuren
Maar hoe wij ook zochten, we vonden geen oplossing, neen
En al onze dorpsgenoten vergrendelden ondertussen hun ramen en deuren

De avond viel, de zon, zij vluchtte, maar de man bleef zitten, pontificaal
Velen van ons planden om zich van het leven te beroven
Zij bakten eieren en vlees: hun laatste avondmaal
Sommigen bekeerden zich en begonnen eensklaps in God te geloven

Mijn eigen vrouw, bijvoorbeeld: ik zweer het, ik vergeet nooit meer
Hoe zij de armen hief en bad en met een grafstem zei:
'Ik heb getracht om U te dienen Heer,
Maar het is niet gelukt. Straf mij!'

De nacht was diep en donker, zonder sterren aan het firmament
Omdat de man niet sliep, was geen van ons in staat in slaap te geraken
Wij wachtten angstig wakend af, ons lot vooralsnog onbekend
Uitsluitend zij die waren gestorven, hoefden zich niet langer zorgen te maken

's Ochtends echter begonnen wij luid te lachen en druk te praten
Zijn stoel stond leeg en wij voelden ons onoverwinnelijk plots, en onkwetsbaar
Hoe blij waren wij allen dat hij had verkozen ons achter te laten
Ten prooi aan onszelf, ten prooi aan elkaar

 

 2097305-6044b5fdb3fe37f4fd5fad718c1b6337.jpg
Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)

 

 

De Nederlandse schrijver James Worthy werd geboren in Amsterdam op 30 november 1980. Zie ook alle tags voor James Worthy op dit blog.

Uit: Zwarte Sylvester

`Dus u trof mevrouw Slootweg op 8 juni aan' Hangend in de appelboom van opa Opperman? En u hebt ons pas op de 22e gebeld? Waarom zo laat?' vroeg een agent.
`Ik wilde afscheid nemen. Ze had vrede gevonden in die boom, zoveel vrede dat ik soms dacht dat ze weer wakker zou worden. Dat haar oude lichaam open zou scheuren als een cocon en dat er een nieuwe Charlotte tevoorschijn zou komen.'
`En die blauwe plekken?' De agent wees naar het beurse middenrif van Lotje. 'Hebt u daar iets mee te maken?'
`Ik was boos. Zou u niet boos zijn? We hebben een zoon, we hebben een hypotheek, we hadden een toekomst. Ja, ik ben verantwoordelijk voor die blauwe plekken. Ik ben een alleenstaande vader in een veel te duur huis. En hebt u haar afscheidsbriefje al gelezen? "Duizendmaal sorry, maar ik moest dit doen"? Mevrouw Slootweg had recht op die tikken. Ons gezin zat in een rijdende auto, een rijdende auto naar een gelukkige bestemming. Mevrouw Slootweg moest zo nodig uit een rijdende auto springen.'
`En uw zoon? Sylvester? Hoe gaat het met Sylvester?'
`Sylvester is mijn alles. Syl komt helemaal niets tekort. Ja, een moeder. Gisteren sprak hij zijn eerste woordje. Die jongen komt er wel. We gaan het niet makkelijk krijgen, maar we heten niet voor niets Opperman van achteren.'
`Wat was zijn eerste woordje?' vroeg de agent terwijl hij de lege pillendoosjes in een plastic zakje deponeerde.
`Kent u 'De wilde zwanen" van Hans Christian Andersen? Dat is zijn favoriete sprookje.' Rufus pakte het sprookjesboek erbij en begon voor te lezen. "Wij broers," zei de oudste, "vliegen als wilde zwanen zolang de zon aan de hemel staat; zodra ze onder is worden we weer mens; daarom moeten we bij zonsondergang ervoor oppassen dat we grond onder de voeten krijgen; want als we dan hoog in de
wolken zouden vliegen, zouden we ook, als mensen, in de diepte storten." Als ik het woord "zwaan" uitspreek begint mijn zoon te lachen. Sylvester is net één, en zijn eerste woordje is dus "swaaht". Hij probeert "zwaan" te zeggen, maar het klinkt als zwart.”

 

 2097305-fd70adc900fab3a8eebc99ffa8d4b591.jpg
James Worthy (Amsterdam, 30 november 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Y.M. (Yannick) Dangre werd op 30 november 1987 geboren in Kapellen. Zie ook alle tags voor Y.M. Dangre op dit blog.

Uit: Vulkaanbreuk

“Ze sloeg haar armen om het potige lijf heen, want zelfs voor liefde in ongezonde, wild romantische hoeveelheden zei je 'dank u wel'. Zulke amoureuze gulzigaards moest je juist geduldig leren matigen, zoals je een hond trainde om met steeds schameler porties tevreden te zijn. Tot haar verbazing liet de hond al snel los. Robert porde haar aan om te vertrekken, om zeker tijdig terug te zijn vanavond, voor Amedeo: de zoon met de bespottelijke naam, die iedereen meteen aan Mozart linkte, aan Roberts passie voor klassieke muziek, aan zijn indrukwekkende cd-collectie die in de woonkamer stond te glimmen in enkele getrapte rekken, volgestouwd met voornamelijk hooggestemde negentiende eeuwers, Beethoven — waarschijnlijk had de jongen nog geluk dat hij niet Ludwig heette; de zoon door wie Robert halsoverkop weer naar Italië moest, naar het huis van zijn stukgelopen huwelijk — tot de dood u scheidt — en gezinsleven; de zoon zonder moeder, want haar auto en leven had ze aan diggelen gereden, waarna vruchteloze reanimatiepogingen volgden op de snelweg, in het ziekenhuis vol behulpzame verpleegsters, vol doktershanden, die het leven enkel sneller uit Amedeo's moeder hadden geknepen. Dat zei Robert haar dezelfde avond nog, aan de telefoon, met een snik en zelfmedelijden in zijn stemgeluid terwijl ze hem, half tegen haar zin, aan de andere kant van de lijn volpompte met troostwoordjes. Wat erg voor de jongen. Arme spruit. Moederloze stumperd, zo alleen nu naast zijn dode mammie in de kliniek. Zou hij veel van zijn mammie gehouden hebben? Haar keel werd droog. Ze voelde woede opkomen. Fragmenten van een nooit ophoudende, voortgalopperende beeldenstroom drongen zich op, vulden haar hersens met witheid. De witheid van ziekenhuisbedden. Van Papa. Van haar moeder die hem haatte. Goed dat je morgenochtend de eerste vlucht pakt. Of ze meeging.”

 

 2097305-3b8ce5dbce43b26f2958036c81e884cf.jpg
Y.M. Dangre (Kapellen, 30 november 1987)

 

 

De Nederlandse dichter Reinier de Rooie werd geboren op 30 november 1961 in Hengelo. Zie ook alle tags voor Reinier de Rooie op dit blog.

 

Hiephiep

Tussentijds staat men hier bij een denkbeeld van poort.
Uitvlucht voor wie wereld wil, thuiskomst
In pace en peace, hoewel soms dan hormonen
Na marktbezoek of ketelgelap, boeren c.q. beren
Denk dan eens aan weleer die dagen van ’11:
Omgeven door landelijk liederlijk breekbaar
Riep de Tijdgeest ‘vooruit hup en hopsa’.
Plant dan maar eens een boom en zie om!

’t Was in het herfsttij van Britain…

Langs karrensporen vleide zich steen.
Aan het vuur werd het ijzer gekromd.
Niemand ontkwam aan de stoomloc.
Socialisme schokte met schouder.
Industriëlen kozen ei, zagen ruimte,
Namen het dorp alsleidraad.
Kinderen ademden groen.

Hoe nu nu alles is anders en om?
Ook vandaag schijnt magnifiek de zon!
Neem een duik in het spetterend zwembad.
Doe uw schoenen uit doe uw angsten uit
En dans op de tafel wat de pot schaft.
Ruim alles nadien in gemoedsrust en
Droom van een wereld als hier maar alom.

 

 2097305-4971ade53f24185d4284d2c80e57b421.jpg
Reinier de Rooie (Hengelo, 30 november 1961)

 

 

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook alle tags voor David Nicholls op dit blog.

Uit: Us

“Last summer, a short time before my son was due to leave home for college, my wife woke me the middle of the night.
At first I thought she was shaking me because of burglars. Since moving to the country my wife had developed a tendency to jerk awake at every creak and groan and rustle. I’d try to reassure her. It’s the radiators, I’d say; it’s the joists contracting or expanding; it’s foxes. Yes, foxes taking the laptop, she’d say, foxes taking the keys to the car, and we’d lie and listen some more. There was always the ‘panic button’ by the side of our bed, but I could never imagine pressing it incase the alarm disturbed someone – say, a burglar for instance.
I am not a particularly courageous man, not physically imposing, but on this particular night I noted the time – a little after four – sighed, yawned and went downstairs. I stepped over our useless dog, padded from room to room, checked windows and doors then climbed the stairs once more.
‘Everything’s fine,’ I said. ‘Probably just air in the water pipes.’
‘What are you talking about?’ said Connie, sitting up now.
‘It’s fine. No sign of burglars.’
‘I didn’t say anything about burglars. I said I think our marriage has run its course. Douglas, I think I want to leave you.’
I sat for a moment on the edge of our bed.
‘Well at least it’s not burglars,’ I said, though neither of us smiled and we did not get back to sleep that night.”
 

 2097305-e6fbd498e68d31f6aa59ba90e0b47690.jpg
David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

 

 

De Nederlandse schrijfster en actrice Yasmine Allas werd geboren op 30 november 1967 in Mogadishu in Somalië. Zie ook alle tags voor Yasmine Allas op dit blog.

Uit: A Handed-Down History (Een nagelaten verhaal, vertaald doorJoni Zwart)

“Two days later, towards the end of the morning, Zeyneb’s father was waiting for her and the Stranger on the veranda.
Normally she would have given her father a warm embrace and quickly breathed in his scent but now, for the first time in her life, she hesitated.
‘Abo, iska waran? Father, how are you?’ was all she could say.
Diiriye nodded, brief and stiffly.
Then the Stranger and he shook hands. Brief and stiffly.
Maryam’s most beautiful carpets were spread out on the wooden floor of the
reception room.
The classic rose shades delighted the eye; the blue, brighter than the sky of Hardu, was a joy to see, and the mysterious purple was an invitation to look deeper and read the story that was woven in the fabric. An invitation to discover the long-legged orange birds that prodded the tall bilious-green grass with hooked beaks, or the snakes showing their forked tongue to children at play in the arbours. The carpets were a feast for the eye, an enticement to the imagination. Maryam only brought them out on religious feast days - and for distinguished visitors of course.
Today the two oldest of the Three Lucifers were seated on those carpets, to one side of the room, stiff legs folded beneath their sarongs. On the other side sat Guuleed.
The eldest Lucifer, a cross-eyed looking man with ash-coloured, tightly curled hair, beckoned Zeyneb and the Stranger, inviting them to take their place on the carpets opposite.
While Maryam poured out sweet ginger tea, Zeyneb managed to whisper to the Stranger: ‘The situation is different from what I had expected. The best thing would be to give them the marriage certificate right away. Trust me.’

 

 2097305-c4eb367067160d3909d9f935aaea9611.jpg
Yasmine Allas (Mogadishu, 30 november 1967)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook alle tags voor Jan G. Elburg op dit blog en de overige tags voor Jan G. Elburg.

 

Serenade voor Lena

Weemoedig minnelied in drie accoorden:
Een vrouwenbeeld, een dichter en de maan,
Dat sinds de hand de snaren leerde slaan
De samenslaap van de gelieven stoorde.

En zwichtte zij ooit die zijn klachten hoorde,
Als wist zij hem in 't foltervuur te staan,
Ter dood gezengd en hulploos wrikkend aan
De blauwe pijl die hem het hart doorboorde?

Zij neuriet wel zijn lied maar weet geen woorden;
Zij neemt tot sieraad de vergoten traan,
Maar stuurt den zanger bij haar poort vandaan

Langs eeuwenoude kronkelwegen door de
Verlatenheid , waar mijl na mijl ontspoorde
Gedichten tussen wingerdblad vergaan.

 

 

Het vers

Dit noemt men vers, maar onverstoord
Blijf ik tussen de regels zingen:
De dichter die mij aangeboord
Heeft, wil, door eigen durf bekoord,
Om naar de eeuwigheid te dingen,
Mijn klanken naar zijn woorden dwingen.
Het lijkt er op, maar onverstoord
Blijf ik tussen de regels zingen.

Zou 'k mij verminkt en halfvermoord
Tot dwaze bochten moeten wringen
In 't eigenwijs, onwillig woord?
Ha, alle woorden staan op springen
En ik blijf zingen, onverstoord.

 

*

Wat een landschap voor lange stelten.
De vlakte heeft,
uit plooien, zich bevuild
met puntpoep, keutels van sintels.

Slim heiligdom van een doos:
bebrilde ramen.
En de zwarte slagroom
van de schaduw,
de zware.

Wat een landschap
om over de schreef van de horizon
te gaan.

 

 2097305-a356f19d5227639c6e5961190d7fc2a1.jpg
Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

 

De Spaanse schrijver Jesús Carrasco werd geboren in Badajoz, Extremadura, op 30 november 1972. Zie ook alle tags voor Jesús Carrasco op dit blog.

Uit: De vlucht (Vertaald door Arie van der Wal)

“De honden liepen met hem mee aan een gerafeld touw om hun nek. Het was pijnlijk om te zien hoe de man zich voortbewoog in zijn lompe apparaat, en hij had zich altijd afgevraagd waarom hij de dieren die kar niet liet trekken. Op school zeiden ze dat als een van de beesten hem niet langer beviel, hij het ophing aan een olijfboom. In zijn korte leven had hij al tientallen honden in een of andere afgelegen boom zien bungelen. Huidzakken vol ontwrichte botten als reusachtige ingesponnen poppen.
Hij merkte dat de mannen al dichtbij waren en maakte zich gereed om doodstil te blijven liggen. Hij hoorde hoe zijn naam zich vermenigvuldigde tussen de bomen als druppels op het wateroppervlak. Weggedoken in zijn schuilplaats bedacht hij dat dit misschien zijn hele beloning zou zijn: horen hoe ze hem bij het aanbreken van de ochtend keer op keer riepen tussen de olijfbomen. Hij herkende de stem van de kastelein en die van een van de ezeldrijvers die de zomer in het dorp doorbrachten. En hoewel hij ze niet kon horen, nam hij aan dat ook de stemmen van de postbode en de mandenmaker erbij waren. Hij ervoer een onverwacht leedvermaak, vochtig en warm, op de bodem van zijn kuil. Een soort doffe, kinderlijke opgewondenheid die hem kippenvel bezorgde. Hij vroeg zich af of ze op dezelfde manier naar zijn broer zouden zoeken, of híj zoveel mannen op de been zou kunnen brengen voor een speurtocht. Bij dat koor van stemmen had hij het gevoel dat hij misschien een vorm van gemeenschapszin had losgemaakt, en heel even trok zijn wrok zich terug tot ergens diep in zijn maag. Hij had de mannen van het dorp om zich heen verzameld, al die sterke, gebruinde armen die voren trokken in het land en zorgden voor het graan in de platte broden. Hij had iets teweeggebracht. Hij dacht dat de noodzaak om die groep mensen bijeen te brengen oude vijanden mogelijk had gedwongen de mouwen op te stropen en schouder aan schouder naar hem op zoek te gaan. Hij vroeg zich af of er over een paar jaar of over een paar weken iets zou overblijven van dat moment. Of het een gespreksonderwerp zou zijn bij het uitgaan van de mis of in de kroeg. Toen dacht hij aan zijn vader en hij stelde zich voor hoe hij links en rechts uitleg gaf. Hij zag hem, zoals zo vaak, hulpeloosheid veinzen, waarbij hij iedereen probeerde te laten geloven dat de jongen, terwijl hij achter een jonge patrijs aan rende, vast en zeker in een beerput gevallen was.”

 

 2097305-f36412a97f7f741d8195e9be436df3e7.jpg
Jesús Carrasco (Badajoz, 30 november 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e november ook mijn blog van 30 november 2016 en ook mijn blog van 30 november 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2008 deel 2, en ook mijn blog van 30 november 2007 en mijn blog van 30 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:11 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten