Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 december 2017 tot 11 december 2017

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Helene Uri, Birago Diop, Janko Ferk

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Ein fast perfektes Wunder (Vertaald door Marja Pflug)

“Am späten Nachmittag des 18. November 2015 gab es im gesamten Stadtgebiet von Fayence, Däpartement Var, Region Provence-Alpes-Cöte d'Azur, einen Blackout, der sich auf den ganzen öffentlichen Verkehr, die Telekommunikation, die Radio- und Fernsehsender, die Konservierung der Lebensmittel, die Sicherheitssysteme, Computernetz-werke und verschiedenste kommerzielle Unternehmen aus-wirkte, einschließlich der Eisdiele La Merzwille Imparfaite am Anfang der gepflasterten Gasse, die in Stufen von der Rue Saint-Clair zum Marktplatz vor der Kirche hinunter-rührt. Kurz davor war Milena Migliari, die Eisfrau, aus ihrer Ladentür getreten und dachte gerade, dass man nicht in den Kalender zu schauen brauchte, um zu merken, dass die Touristensaison längst vorbei war. Man musste nur spüren, wie unbewegt die Luft war, in der man noch den Nach-hall des spätsommerlichen Gelächters, die Rufe, die Blicke, das Rascheln, das Trippeln, das Klicken der Handys wahr-zunehmen meinte. Ein Blick auf die Hauptstraße um die Ecke genügte: Nur wenige Autos kamen durch den Torbo-gen des Rathauses mit der kursiven Aufschrift Höreidetülle, den blassblauen Fensterläden, den Töpfen mit welkenden Hängegeranien, der Flagge Frankreichs und der Europäischen Union, fuhren an den Schaufenstern von Restaurants, Bäckereien und Immobilienbüros vorbei und weiter berg-auf, nach Mons oder Tourrettes oder Callian oder wer weiß wohin. Es herrschte eine unbestimmte Kälte, in die sich noch ein schwaches, laues Lüftchen mischte; der Himmel war von kraftlosem Blau, das scheinbar dem Grau nicht weichen wollte. In der allgemeinen Stille vernahm man das Gehämmer eines Arbeiters, der in einer der Gassen weiter unten zugange war, und die Musik aus dem Radio in Milena Migliaris Werkstatt. Plötzlich gingen in der Eisdiele die Lichter aus, das Radio verstummte, nur die fernen Hammerschläge blieben übrig. Milena Migliari sah sich um, ging wieder hinein, wechselte einen erstaunten Blick mit ihrer Assistentin Guadalupe hinter der Theke und lief in die Werkstatt: Auch das hyp-notische, beruhigende Brummen der Kühlapparate war ver-schwunden. Sie eilte wieder hinaus, bog um die Ecke an der Hauptstraße und merkte nach wenigen Schritten, dass der Strom im ganzen Ort ausgefallen war. Eis tendiert naturgemäß zum Schmelzen, auch wenn es einige Zeit dauert, bis wirklich nichts mehr zu retten ist. Und Instabilität hat Milena Migliari schon immer eine Mischung aus Angst und Faszination eingeflößt: Mag sein, dass das auch mit ihrer persönlichen Geschichte zusammen-hängt, wie Viviane behauptet, damit, dass sie keinen soliden Familienhintergrund hat, sich nie irgendwo verwurzelt ge-fühlt hat.“

 

 2100492-2cd4e97db15dd19e73feaee4a9ac5d8f.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

Uit:Midaq Alley (Vertaald door Trevor Le Gassick)

“Many things combine to show that Midaq Alley is one of the gems of times gone by and that it once shone forth like a flashing star in the history of Cairo. Which Cairo do I mean? That of the Fatimids, the Mamlukes or the Sultans? Only God and the archaeologists know the answer to that, but in any case, the alley is certainly an ancient relic and a precious one. How could it be otherwise with its stone-paved surface leading directly to the historic Sanadiqiya Street. And then there is its coffeeshop known as "Kirsha's". Its walls decorated with multicolored arabesques, now crumbling, give off strong odors from the medicines of olden times, smells which have now become the spices and folk-cures of today and tomorrow ...
Although Midaq Alley lives in almost complete isolation from all surrounding activity, it clamors with a distinctive and personal life of its own. Fundamentally and basically, its roots connect with life as a whole and yet, at the same time, it retains a number of the secrets of a world now past.
The sun began to set and Midaq Alley was veiled in the brown hues of the glow. The darkness was all the greater because it was enclosed like a trap between three walls. It rose unevenly from Sanadiqiya Street. One of its sides consisted of a shop, a café and a bakery, the other of another shop and an office. It ends abruptly, just as its ancient glory did, with two adjoining houses, each of three storeys.
The noises of daytime life had quieted now and those of the evening began to be heard, a whisper here and a whisper there: "Good evening, everyone." "Come on in; it's time for the evening get-together." "Wake up, Uncle Kamil and close your shop!" "Change the water in the hookah, Sanker!" "Put out the oven, Jaada!" "This hashish hurts my chest." "If we've been suffering terrors of blackouts and air-raids for five years it's only due to our own wickedness!'

 

 2100492-ecb587b26f3e3fc1c4a9cf32c6f8a5e7.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit:Een sierlijke duik

“Sinds het einde van de zomer kom ik aan de kost als naaktmodel en dat is geen luizenbaantje. Zo'n vijfentwintig uur per week trek ik mijn kleren uit, klim op een podium of een oud matras en geef, beschenen door lekker grote of piepkleine kacheltjes, leerlingen en docenten van twee kunstscholen waar voor hun geld met mijn lichaam, dat zich naar hartelust door de ruimte kromt. Het is een curieuze overgang, van het ene moment op het andere ben ik bloot en elastisch, als een mond die gekke bekken begint te trekken, bijna dwangmatig, om lusteloze aanstaande kunstenaars, die de slaap nog niet uit hebben en maar wat voor zich uit staan te kijken, wakker te schudden en aan het lachen te maken. Aan het eind van de dag zit mijn portemonnee vol opgevouwen bankbiljetten, en daarmee doe ik dan mijn inkopen. Ik houd van de eenvoud van die transactie, god, wat zou de wereld er anders uitzien als werken daarop neerkwam: je levert een dienst en daarna kun je een maaltijd, een krant en een fles wijn kopen, en eventueel je winterjas naar de stomerij brengen. Mijn leven heeft dus een opmerkelijke wending genomen, die ik nog niet goed in haar volle omvang kan vatten. Meer dan twintig jaar heb ik op school gezeten, met de grootst mogelijke tegenzin, iedere dag weer. Ik was dan ook dolblij toen ik eindelijk niet meer hoefde, nooit heb ik de school ook maar een seconde gemist. Nu ga ik dan opnieuw naar school, met de grootst mogelijke tegenzin en toch genietend zoals ik maar zelden heb genoten. Dat is minder gek dan het klinkt, door me dag na dag uit te kleden en aan ieders blikken uit te leveren herhaal ik eenentwintig jaren van uitlevering en tegenzin, ik herhaal ze en geef tegelijkertijd mijn commentaar. Dat bezorgt me een sensatie van vreugde, soms. Onderweg begint het al. Ik wil niet, zeg ik zachtjes kreunend tegen mezelf, ik wil niet, maar je hoeft niet zo heel goed te kijken om te zien dat ik, tegenstribbelend, wel degelijk wil. Alles wat me altijd heeft getergd is er weer, zometeen: de damp van fletse kinderen, die ondanks hun mooie gezichten lelijk zijn, omdat ze niets uitstralen, alsof er in hun binnenste geen gloed is en ze, dicht tegen elkaar aan gedrukt, afwachten of iemand ze misschien die gloed zal komen brengen; er zijn de blikken, vaag-geïnteresseerd, verholen monsterend, neutraal; de opflikkerende angst, zodra we met ons allen in het klaslokaal zitten opgesloten en er geen ontsnappen meer aan is; de hunkering naar een gezicht met heldere ogen die me heel even bemoedigend omhullen - en me weer vrijlaten: toe maar, je kunt het wel.”

 

 2100492-88d52d39009b602bcedb5ee734265251.jpg
Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en graficus Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen werd geboren in Vlissingen op 11 december 1891. Zie ook alle tags voor J.C. van Schagen op dit blog.

 

Leven

Het is een avond, jaren en jaren geleden - hij is een jongen nog - in Maastricht. Hij is in een oude kerk, er is dienst en hij staart in het licht. Ver en hoog zingt een stem, ver en hoog is het licht, misschien is het een droom geweest, de tijd is weg in zijn herinnering. In zijn herinnering is het alles zeer ver en licht en het is niet voorbij, het is, hoog en eeuwig en onschendbaar veilig, in een vreemde, gelukkige wereld, sterk en helder en onzegbaar ver en tegelijk is het bij hem, zooals zijn moeder bij hem is, nu en altijd en overal, waar hij gaat, en er is een komen, ieder oogenblik, een komen, hij weet niet wat - maar het is jong en zingend en het komt, ééns, - het is beloofd. Het is daar vóór hem, hoog en licht en volstrekt, en het heeft geen duur en geen perken. Dan is daar een donkere vrouw, zij knielt en groet en gaat dan heen; ze is arm en grof. Iemand achter hem zegt: ‘Maria’ - dan stort het alles weg in een afgrond van wit licht. Daarna weet hij alleen nog van een onbedaarlijk snikken, ergens op een donker trottoir, achter een fabriek. Er was een blinde muur.
Het was een zomeravond in de Kempen. Hij was hongerig en doodmoe; hij had uren en uren geloopen in een onbekend land, het was een eenzame streek. Hij klopte aan de deur van een boerenwoning; een vrouw deed open en hij vroeg, of hij daar slapen mocht. De vrouw begreep hem niet en gaf hem een aalmoes. Toen heeft hij het hoofd gebogen; hij heeft zeer diep het hoofd gebogen, hij heeft het geld genomen en is weggegaan.
Dien nacht ging hij langs witte wegen en zijn vrijheid was volkomen, voor de eerste maal.
Het was in het oude land, de akkers waren zwart en wintersch al in den laten herfstnamiddag, aan den boschrand stond een lichte nevel. Achter grijze wolkbanken schoof langzaam de bleek oranje zon weg en de schaarsche geluiden, het zachte gaan van zijn voeten op het stille pad, het blaffen van een hond op een verre hoeve, de vreemde schreeuw van een laten vogel, gingen snel en met een matten galm verloren in de dichte nevelstilte. Af en toe, uit de verte, was een zwak geratel hoorbaar, van een wagen, ergens op den straatweg.
Dien middag wist hij, dat hij, ééns, van alle menschen weg zou gaan.

 

 2100492-632815d91170eac9bc681d744eddcc25.jpg
J.C. van Schagen (11 december 1891 - 17 april 1985)
Een winterse boulevard in Vlissingen

 

 

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010 en ook alle tags voor Paul Rigolle op dit blog.

 

Stuk

Het lijkt niet veel voor wie uit de steden komt.
Leeuweriken, en ergens ook een man die naar
de dieren schreeuwt. Je kijkt je ogen uit op het niets
dat hard en groen over de velden hangt. Je staart
je blind op de horizon die niets meer kan zijn dan
een dunne, rechte lijn die enkel in het hoofd bestaat.

Alsof het een streep was onder de tijd die jou hier
heeft uitgezet. Alsof je eindelijk geworden bent
wat je al die tijd wou zijn. Iemand die
aan een einder staat en weet: Het is het kijken naar.
Het is het buiten staan, waaraan jij moet lijden.
De trots van hij die opgesloten zit, en in zijn hoofd

een verdronken land bewaart, is het,
die jouw hand doet glijden. Over het bleke
marmer van de droom uit één stuk te zijn.

 

 

Heelal

(Lichtmis 2)

  Voorjaar komt. Met storm en oud lawaai.
Met baksteen en blauw ivoor, fietsen
op het jaagpad en kraaien in het open raam.
Zingend in het niets, als voor het oog vertraagd
duikt opnieuw de zwemmer op, tekent,

doet ons voor, hoe wij in een boog van lucht
nu en naakter uit de kleren moeten gaan.
Voeten trappen het leven uit de aarde op.
Opgewonden dieren komen in de velden staan.
Alle deuren moeten open, zegt hij, het nu is daar.

Ridder of mis, reken maar dat alles straks,
als nooit voorheen, los zal barsten
in de knoppen van het heelal.

 

 2100492-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg
Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)
 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook alle tags voor Ludwig Laher op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Verfahren

“Wir sind friedlich, was seid ihr? skandieren zwanzig bis dreißig vorwiegend junge Leute, als die Polizisten Ernst machen und damit beginnen, die Gruppe mit Vehemenz zurückzudrängen. Das läuft vorerst im großen und gan-zen routiniert ab, wenn sich auch die eine Beamtenhand am Hals eines Demonstranten, der andere Beamtenmund im Ton vergreift: Verschwindet, ihr Ratten! hieße der Rat-schlag hochdeutsch. Von allen Seiten strömen jetzt neue Einsatzkräfte auf den kleinen Platz. Und so hat alles angefangen: Von langer Hand geplant war gar nichts, vielmehr verbreitete sich nach dem Schnee-ballsystem via SMS, E-Mail und Telefon die Botschaft, die Innenministerin werde zu einem Vortragüber Grundzüge ihrer Asylpolitik erwartet. Erst kürzlich in Kraft getretene Verschärfungen des Fremdenrechts, von den Aktivisten beharrlich Fremdenunrecht genannt, hatten die forsche Dame beliebt und unbeliebt gemacht, die Geister schieden sich. Um eine Kundgebung ordnungsgemäß anzumelden, war es zu spät, gegen großes Unrecht ein kleines zu setzen, wollten die ungebeten Erschienenen gerne in Kauf nehmen. Anfangs war die Stimmung ausgesprochen gut, wenn-gleich nur auf Seiten der Protestierenden, die es, bei aller Ernsthaftigkeit ihres Anliegens, als lustvoll erlebten, daß ihnen die Überraschung gelungen war. Die dem Veranstal-tungslokal zustrebten, weil sie den Vortrag hören wollten, fühlten sich dagegen gröblich belästigt, provoziert, einige gar bedroht Buhrufe, Parolen und Pfeifkonzerte schienen ihnen zuzusetzen. Verbale Unfreundlichkeiten wurden ausgetauscht. Auch Selbstjustiz schien manchem auf den ersten Blick seriösen Besucher ein probates Mittel. So hielt ein Mann mittleren Alters im dunklen Anzug plötzlich das improvisierte Pappschild eines Gegners in Händen und unterzog sich sogar der Mühe, es unter erheblicher Kraft-anstrengung in zwei Teile zu reißen. Der handgeschriebene Text auf einem dieser Kartons schlug vor, die Innenministerin aus dem Land zu vertreiben, nicht die Asylsuchenden, auf einem anderen war ihr Name statt dem Hitlers in den nach ihm benannten Gruß gefügt. Ein entrolltes Transparent machte geltend, die Ministerin sei eine für Lager und Deportation. Der Vortrag begann mit ziemlicher Verspätung, aber er begann, denn der Zweck der Protestes bestand darin, einen Unmut öffentlich kundzutun, und nicht darin, die Veran-staltungzu sprengen.“

 

 2100492-8cd9107b3ea05bbf26915428e4000698.jpg
Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

De Noorse schrijfster en taalkundige Helene Uri werd geboren op 11 december 1964, in Stockholm. Zie ook alle tags voor Helene Uri op dit blog.

Uit:Trouble (Vertaald door Alexis Fouillet)

“Une fille tourne sur elle-même. Ses cheveux blonds sont attachés en couettes, et elle porte un tutu long. Elle est torse nu, et quand elle soulève très haut sa jupe, comme font les jeunes enfants qui s'appliquent à faire une vraie révérence, on voit qu'elle ne porte rien d'autre que ce vêtement en tulle blanc transparent. Il fait assez sombre dans la pièce. Un homme la regarde depuis le canapé. Il y a un verre plein sur la table devant lui, mais il n'y touche pas. Il ne fait que regarder. Il se renverse en arrière dans le canapé, ferme les yeux un instant, mais les rouvre pour regarder la petite fille. Elle danse. En bonds patauds qui font ressortir son petit derrière et son ventre proéminent. Tourne, commande le type. La petite virevolte, rit, manque de tomber. Jolie pirouette, complimente le bonhomme. Fais une révérence, maintenant. La fillette s'exécute, soulève sa jupe de tulle aussi haut qu'elle le peut et s'incline. Tu continues ? demande-t-il. La petite fille se remet à tourner sur elle-même jusqu'à ce qu'elle heurte la table. Le liquide clapote dans le verre. Viens t'asseoir, Elise, dit l'homme. La fillette le regarde, puis grimpe bien gentiment sur ses genoux. Il passe les bras autour de son petit corps. La petite soeur a été couchée plus tôt que d'habitude, elle a attrapé un rhume carabiné ; un sacré rhume. Maman est allée au cinéma avec des amies. Papa et Elise sont seuls au monde. Il l'embrasse derrière une oreille. Ma petite. La grande fille de son papa. Le lapin en peluche jaune d'Elise tombe par terre.
(...)

De temps à autre, Barbara regarde les étoiles, renverse la tête en arrière et regarde vers le ciel, comme on l’a toujours fait. Elle regarde le ciel nocturne et pense à l’Homme qui était le seul qu’elle aimait, et aux bagages qui se perdent dans les aéroports. Marianne regarde les étoiles et pense à une étoile dorée qu’il lui avait un jour collée sur le nombril. Henriette penche la tête en arrière et pense à papa chouette avec les étoiles des Etats-Unis dans les yeux. Elise y pense peut-être aussi.”

 

 2100492-6565e157167c40ceac504dcb07074194.jpg
Helene Uri (Stockholm, 11 december 1964)

 

 

De Senegalese dichter en schrijver Birago Diop werd geboren op 11 december 1906 in Ouakam, een wijk in Dakar. Zie ook alle tags voor Birago Diop op dit blog.

 

Vanity

If we tell, gently, gently
All that we shall one day have to tell,
Who then will hear our voices without laughter,
Sad complaining voices of beggars
Who indeed will hear them without laughter?
If we roughly of our torments
Ever increasing from the start of things
What eyes will watch our large mouths
Shaped by the laughter of big children
What eyes will watch our large mouth?
What hearts will listen to our clamoring?
What ear to our pitiful anger
Which grows in us like a tumor
In the black depth of our plaintive throats?
When our Dead comes with their Dead
When they have spoken to us in their clumsy voices;
Just as our ears were deaf
To their cries, to their wild appeals
Just as our ears were deaf
They have left on the earth their cries,
In the air, on the water, where they have traced their signs
For us blind deaf and unworthy Sons
Who see nothing of what they have made
In the air, on the water, where they have traced their signs
And since we did not understand the dead
Since we have never listen to their cries
If we weep, gently, gently
If we cry roughly to our torments
What heart will listen to our clamoring,
What ear to our sobbing hearts?

 

Vertaald door Theo Vincent en K. E. Senanu

 

 2100492-144e691a793427995ebf7af956095828.gif
Birago Diop (11 december 1906 – 25 november 1989)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit:Der Kaiser schickt Soldaten aus

“18. Dezember 1863
In Graz wurde am achtzehnten Dezember achtzehnhundertdreiundsechzig ein Schütze geboren, der in seinem Leben hunderttausenden Tieren den Tod bringen sollte. Unter dem Strich soll er es bei seinen beinahe krankhaft zu nennenden Massenschlächtereien auf zweihundertvierundsiebzigtausendachthundertneunundachtzig Stück Wild gebracht haben. Mit dem Tod hat er sich ausgekannt. So viel Leben nehmen, welche Anmaßung. So viele Leben. Franz Ferdinand Carl Ludwig Joseph Maria war der Sohn des Erzherzogs Karl Ludwig von Ös-terreich, einer der drei Brüder Kaiser Franz Josephs, und der Prinzessin Maria Annunziata von Nea-pel-Sizilien. Mit acht Jahren verlor er seine Mutter. Als Franz Ferdinand neun Jahre alt war, heiratete sein Vater Maria Theresa von Portugal, zu der der Stiefsohn ein sehr enges Verhältnis entwickelte. Maria Theresa stand beharrlich zu ihm und unterstützte den jungen Erzherzog bei seinen Heiratsplänen, die von allen Habsburgern und ihrem ausgeprägten Standesdünkel entschieden ab-gelehnt wurden. Eng befreundet war er mit seinem Cousin Kronprinz Rudolf, den er nach dessen Selbstmord in Mayerling im Jahr achtzehnhundertneunundachtzig als Thronfolger, aber nicht als Kronprinz, be-erbte.
Der kinderlose Erzherzog Franz der Fünfte von Österreich-Este adoptierte Franz Ferdinand spä-ter unter zwei Bedingungen. Der Erbe sollte seinem Namen den Namensteil „Este" hinzufügen und innerhalb eines Jahres Italienisch lernen. Zu beidem verpflichtete er sich zwar, hieß auch Franz Fer-dinand Carl Ludwig Joseph Maria von Österreich-Este, Italienisch beherrschte er jedoch nie wirklich. Sprachbegabung war nicht — wie Schießen und Töten — seine Stärke. Dabei wollte er, um den Ungarn, die ihn nicht leiden konnten, seine Liebe zu beweisen, Ungarisch können.“

 

 2100492-2e175c414115529595688dacbbfa87ad.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn blog van 11 december 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 december 2008 en eveneens mijn blog van 11 december 2007 en mijn blog van 11 december 2006

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

St. Peter and the Angel (Denise Levertov)

 

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 2100042-d7ba6ecd5a56e1be97c8bda7c20d075e.jpg
De bevrijding van de Heilige Petrus door Bartolomé Esteban Murillo, 1665 – 1667

 

 

St. Peter and the Angel

Delivered out of raw continual pain,
smell of darkness, groans of those others
to whom he was chained—

unchained, and led
past the sleepers,
door after door silently opening—
out!
And along a long street’s
majestic emptiness under the moon:

one hand on the angel’s shoulder, one
feeling the air before him,
eyes open but fixed . . .

And not till he saw the angel had left him,
alone and free to resume
the ecstatic, dangerous, wearisome roads of
what he had still to do,
not till then did he recognize
this was no dream. More frightening
than arrest, than being chained to his warders:
he could hear his own footsteps suddenly.
Had the angel’s feet
made any sound? He could not recall.
No one had missed him, no one was in pursuit.
He himself must be
the key, now, to the next door,
the next terrors of freedom and joy.

 

 2100042-adf91ec4573861298a78cd0b77d14e28.jpg
Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)
Valentines Park in Ilford, Essex, de geboorteplaats van Denise Levertov

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:03 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmarm, Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

On the Paradox of Advent

The Infinite a sudden Guest
Has been assumed to be —
But how can that stupendous come
Which never went away?

 

 

The Savior must have been

The Savior must have been
A docile Gentleman—
To come so far so cold a Day
For little Fellowmen—

The Road to Bethlehem
Since He and I were Boys
Was leveled, but for that 'twould be
A rugged Billion Miles—

 

 

Heaven is so far of the Mind

Heaven is so far of the Mind
That were the Mind dissolved -
The Site - of it - by Architect
Could not again be proved -

‘Tis vast - as our Capacity -
As fair - as our idea -
To Him of adequate desire
No further ’tis, than Here -


 2100035-a1abf88ac9013194254184b55bfcc429.png
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
De UMASS-campus in Amherst, de geboorteplaats van Emily Dickinson

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr 

"Am Abend nach dem Essen wurde der Schmuck für den Christbaum erzeugt. Auch das war ein unheilschwangeres Geschäft. Damals konnte man noch ein Buch echten Blattgoldes für ein paar Kreuzer beim Krämer kaufen. Aber nun galt es, Nüsse in Leimwasser zu tauchen und ein hauchdünnes Goldhäutchen herumzublasen. Das Schwierige bei der Sache war, daß man sonst nirgendwo Luft von sich geben durfte. Wir saßen alle in der Runde und liefen blaurot an vor Atemnot, und dann geschah es eben doch, daß plötzlich jemand niesen mußte. Im gleichen Augenblick segelte eine Wolke von glänzenden Schmetterlingen durch die Stube. Einerlei, wer den Zauber verschuldet hatte, das Kopfstück bekam jedenfalls wieder ich, obwohl das nur bewirkte, daß sich der goldene Unsegen von neuem in die Lüfte hob. Ich wurde dann in die Schlafkammer verbannt und mußte Silberpapier um Lebkuchen wickeln, — um gezählte Lebkuchen.
Heutzutage weiß man nicht mehr viel von alten Weihnachtsbräuchen, wie etwa das Anglöckeln einer war. Ich wüßte nicht zu sagen, was für ein tieferer Sinn in dieser Sitte liegen könnte, vielleicht steckt wirklich noch ein Rest von Magie aus der Heidenzeit dahinter, wie manche Gelehrten meinen. Meine Mutter jedenfalls hielt dafür, daß es ein frommer Brauch sei, und deshalb durfte auch ich mit meiner Schwester und dem Nachbarbuben auf die Reise gehen. Was dazu an Verkleidung nötig war, besorgte der Vater mit einer unerschöpflichen Phantasie. Unter seinen Händen verwandelten wir uns in seltsame Zwitterwesen, halb Engel, halb Gespenst. Aber uns machte es weiter kein Kopfzerbrechen, wen wir eigentlich darstellen sollten, die Heiligen Drei Könige oder bloß etliche von den vierzig Räubern. Das Wichtigste an der ganzen Ausrüstung war jedenfalls ein geräumiger Sack. Mit dem zogen wir abends von Tür zu Tür und sangen, was uns gerade einfiel, Heiliges und Unheiliges durcheinander. Manchmal kam gleich ein ungehobelter Hund dazwischen, der uns an die Beine fuhr, statt andächtig zuzuhören, aber gewöhnlich konnten wir mit dem Erfolg zufrieden sein, aus Gründen freilich, die ich damals nicht richtig einschätzte."

 

 2100035-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Zie ook alle tags voor Reinhard Kaiser Mühlecker op dit blog.

Uit:Roter Flieder

“Wie der rennt«, sagte dieWirtin vor sich hin und drehte langsam den Kopf. Ihr Blickwar aus dem Fenster gerichtet. Keiner der paar vereinzelt stumm Herumhockenden reagierte darauf, niemand achtete darauf, jeder war in seinen eigenen ewigen zwei, drei Gedanken versunken. Aber es fiel derWirtin nicht auf, dass niemand ihr zuhörte, denn sie redete auch gar nicht mit jemandem – bloß mit sich selbst. Jetzt verschwand er hinter der Mauer und tauchte einen Moment später im anderen Fenster wieder auf: ein wehender dunkler Fleck. Er kam näher, lief an den wie mit Gewalt violett blühenden Fliederbüschen vorbei, die den Weg zum Gasthaus an einer Seite säumten. Sie blühten erst seit wenigen Tagen. Sogar die Luft schien violett, und das Gesicht des Burschen, wie dieWirtin über den längst über Zwanzigjährigen dachte, seine weißen Hände, seine dunkle, an allen Enden zu kurze Kleidung ebenso.
Seit Krieg war, herrschte über die Wirtin der Zweifel. Er herrschte wie eine fremde, unbegreifliche Macht. Nie hatte sie zur Nachdenklichkeit geneigt – jetzt war sie nachdenklich, außerdem war sie langsamer geworden; das hing zusammen.
Unter den Füßen des Burschen staubte der Schotter auf und hielt sich in der Luft wie gelber Nebel.
Ja, sie war nachdenklich. Und in diesem Moment, heimgesucht von unzähligen, unbenennbaren Erinnerungen, wurde sie zusätzlich wehmütig, und sie murmelte: »Zum Teufel, nur die Wahnsinnigen rennen mit einer solchen Entschlossenheit.«
Ihre Augen waren durch die ganze Gaststube gewandert, und ihr Blick lag nun auf der Tür und wartete. Als die Tür mit einem dumpfen Laut aufflog, sah ihn die Wirtin nicht sofort; zu sehr blendete sie das noch in der einsetzenden Dämmerung silberweiße Licht, das seit kurzem herrschte und voreilig schon jetzt, Ende April, den Sommer ankündigte. Ein Licht wie ein Versprechen, so kam es derWirtin vor, und sie fiel noch einmal tiefer in die Wehmut hinein. Sie spürte in den Eingeweiden, wie sie fiel.“

 

 2100035-488ab42f9a672b93a6c787d78719039a.jpg
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

 

 

De Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook alle tags voor Jorge Semprún op dit blogen ook mijn blog van 10 december 2010.

Uit: Was für ein schöner Sonntag! (Vertaald door Johannes Piron)

„Aber wir sind nicht mehr im Herbst 1960, am übernächsten Tag, nachdem ich mit Fernand Barizon über den XX. Parteitag der KPdSU gesprochen hatte. Mit nichtssagender Miene, als wäre nichts vorgefallen, als wäre die Zeit nicht vergangen, nicht verflossen wie das Wasser eines Flusses, so stand ich da, erstarrt in einer anderen beschaulichen Unbeweglichkeit: der gleichen. Ein anderes Ich, das gleiche Ich. Ein anderes Bild, das gleiche Bild. Die gleiche Erinnerung an Josef Frank eines Sonntags in Buchenwald.
Wir sind im Jahre 1969, Anfang April.
Gestern hatte ich Jiri Zak wiedergetroffen.
Die Sonne streifte seitlich die Fensterscheiben des Zimmers, in dem wir uns befanden, aber sie kündigte noch keinen Frühling an. Jan Pallach hatte sich selbst verbrannt, und einige Tage danach sollte Alexander Dubcek von der wenigen Macht, die er noch besaß, ausgeschlossen werden. Die Normalisierung konnte beginnen: die Wiedereinführung des Richtigen Denkens, der Zwangsarbeit, der bürokratischen Korrektur. Sicherlich wußten wir, daß es in diesem Jahr noch nicht Frühling werden sollte, trotz jener schrägen Sonne, die schöne Tage anzukündigen schien.
Ich betrachtete Jiri Zak, der inzwischen weiße Haare hatte. Ich betrachtete die Frau in den Sechzigern, die ihn begleitete und die Josef Franks Witwe war.
Ich war an diesem Frühlingsanfang 1969 mit Costa Gavras nach Prag gekommen, der immer noch die Möglichkeit ins Auge faßte, L'Aveu an den Orten zu drehen, an denen sich die Ereignisse abgespielt hatten. Und dann hatte ich, da ich wußte, daß ich nie mehr nach Prag zurückkehren wurde, all die Lieblingsorte meiner Erinnerung an Prag ausgiebig besucht. Morgen wollte ich, kurz bevor ich wieder abflog, zur Nationalgalerie gehen, um ein letztes Mal jenes Bild von Renoir zu betrachten, mit dem mein Leben eng verbunden war.
Aber ich betrachtete Jiri Zak und Josef Franks Witwe. Da habe ich in der Stille, die sich auf uns senkte, so wie die Nacht sich senkt, so wie man die Arme senkt, in jener Stille, nachdem wir nochmals Erinnerungen heraufbeschworen, Fotos ausgetauscht hatten, plötzlich ganz scharf jenes Bild in meinem Gedächtnis wiedergefunden:“

 

 2100035-cf08a3ba45ec87cbbb568a99cae9e23e.jpg
Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

Wintermorgen

Neig' dich wieder, neig' dich nieder,
Glühendes Gesicht!
Gern erwachen meine Glieder,
Meine Seele nicht.
Ihre Blicke, ihre Küsse
Herzen deinen Traum,
Fallen flimmernd, Silbernüsse,
Ihm vom Sternenbaum.

Sieh! Ich bin der dunkle Quader,
Der vor Schätzen birst;
Du - o meine gold'ne Ader,
Wenn du mich durchirrst!
Wird einst Wahrheit in mich steigen
Mit dem Bergmannslicht?
Woll' dich neigen, froh im Schweigen,
Glühendes Gesicht.

Immer muß ich dich betrachten,
Der mein Tagwerk führt!
Kann ich noch des Windes achten,
Der das Kleid mir rührt?
Schellenrasselnd naht ein Schlitten;
Fordert mich der Schwall?
Seine Fragen, seine Bitten
Finden keinen Hall.

Denn um mich ist Luft gewoben,
Luft aus Schneearom,
Flocken zittern nach von droben,
Weißer, warmer Strom.
Fremde Brunst und Kunst und Schlingen
Sinken hier ins Grab,
Wehn mit starren Schmetterlingen
Lautlos von mir ab.

Grauer Wolkenvogel, schütte
Schwebend weichen Flaum,
Deck' mir meine braune Hütte,
Meinen Tannensaum.
Schwelt doch blaß durch dein Gefieder
Ferner Sonne Licht....
Neig' dich wieder, neig' dich nieder,
Glühendes Gesicht!

 

 2100035-a071e592291221cba4adbcbb7b0713e4.jpg
Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Het huis in Falkensee, waar Gertrud Kolmar van 1923 tot 1939 met haar vader woonde.

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook alle tags voor Jacquelyn Mitchard op dit blog.

Uit: Christmas, Present 

“Ironically, in just two years' time, if the Amelia of today was not talking, she was sleeping. Honoring his mother, he still sometimes called Amelia "Amy," especially when he was the one putting her into her bed.
Elliott's mother was the one who, by offhand example, had instructed him in the custom that husbands, not wives, were responsible for the construction of the wedding anniversary.
This seemed only fair.
He knew that Laura assumed a titan's share of the engineering of all the other holidays, getting up at four A.M. to wash and baste great birds -- one year jollying her brother, Stephen, late, when the girls were tiny and fuddled with sleep, into appearing at the doorway to their room in red-padded plush and white rabbit fur. Even Annie, the eldest at thirteen, still remained convinced she'd once glimpsed the real Santa.
Celebrating their anniversary was often deferred until New Year's Eve -- with school concerts, shopping, and the arrival of Laura's three siblings, Elliott's father, and sometimes his sister all crowding the week before the holiday. Her sisters and brother stayed with Miranda in the capacious Georgian brownstone she'd occupied alone since their father's death, when Laura was only three. But Laura insisted everyone squeeze into her and Elliott's tiny saltbox for a Christmas Eve feast of seafood and pasta. Laura made everything, from the pasta to the Buche de Noel, by hand, and her labors left her so drained, she could barely nibble at the elaborate annual brunch Miranda had had catered by the Palatial Palate on the following day. Elliott had a dozen photos of Laura, asleep on the couch at Christmas dinner. One year sometime soon, he often thought, he would protest; but he could not bear to interfere with the whispered traditions and sly confidences of the MacDermotts at Christmastime, when even the slightly chilly elder sister, Suzanne, and her precocious little boy seemed to loosen up ...”

 

 2100035-10a6f809165596ef038d8a76b2c3c641.jpg
Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)
Cover

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

Hier ist Amen zu sagen

Hier ist
Amen zu sagen
diese Krönung der Worte die
ins Verborgene zieht
und
Frieden
du großes Augenlid
das alle Unruhen verschließt
mit deinem himmlischen Wimpernkranz

du leiseste aller Geburten

 

 

Land Israel

Land Israel,
deine Weite, ausgemessen einst
Von deinen, den Horizont übersteigenden Heiligen.
Deine Morgenluft besprochen von den Erstlingen Gottes,
deine Berge, deine Büsche
aufgegangen im Flammenatem
des furchtbar nahegerückten Geheimnisses.

Land Israel,
erwählte Stemenstätte
für den himmlischen Kuß!

Land Israel, nun wo dein vom Sterben angebranntes Volk
einzieht in deine Täler
und alle Echos den Erzvätersegen rufen
für die Rückkehrer,
ihnen kündend, wo im schattenlosen Licht
Elia mit dem Landmanne ging zusammen am Pfluge,
der Ysop im Garten wuchs
und schon an der Mauer des Paradieses —
wo die schmale Gasse gelaufen zwischen Hier und Dort
da, wo Er gab und nahm als Nachbar
und der Tod keines Emtewagens bedurfte.

Land Israel,
nun wo dein Volk
aus den Weltenecken verweint heimkommt
um die Psalmen Davids neu zu schreiben in deinen Sand
und das Feierabendwort Vollbracht
am Abend seiner Ernte singt —

steht vielleicht schon eine neue Ruth
in Armut ihre Lese haltend
am Scheidewege ihrer Wanderschaft.

 

 2100035-15ec184fe44bf004cd6c95b441a09ca4.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)
Het Nelly Sachs Park in Berlijn-Schöneberg

 

 

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958. Zie ook alle tags voor Cornelia Funke op dit blog.

Uit:Steinernes Fleisch / Reckless

„Die Sonne stand schon tief über den Mauern der Ruine, aber Will schlief immer noch, erschöpft von den Schmerzen, die ihn seit Tagen schüttelten.
Ein Fehler, Jacob, nach all den Jahren der Vorsicht. Er richtete sich auf und deckte Will mit seinem Mantel zu.
All die Jahre, in denen er eine ganze Welt sein Eigen genannt hatte. All die Jahre, in denen aus der fremden Welt das Zuhause geworden war. Vorbei. Schon mit fünfzehn hatte Jacob sich für Wochen hinter den Spiegel gestohlen. Mit sechzehn hatte er nicht einmal mehr die Monate gezählt und trotzdem hatte er sein Geheimnis bewahrt. Bis er es einmal zu eilig gehabt hatte. Hör auf, Jacob. Es ist nicht mehr zu ändern.
Die Kratzwunden am Hals seines Bruders waren gut verheilt, aber am linken Unterarm zeigte sich schon der Stein. Die blassgrünen Adern trieben bis hinunter zur Hand und schimmerten in Wills Haut wie polierter Marmor.
Ein Fehler nur.
Jacob lehnte sich gegen eine der verrußten Säulen und blickte hinauf zu dem Turm, in dem der Spiegel stand. Er war nie hindurchgegangen, ohne sich zu vergewissern, dass Will und seine Mutter schliefen. Aber seit ihrem Tod gab es auf der anderen Seite nur noch ein leeres Zimmer mehr, und er hatte es nicht erwarten können, die Hand wieder auf das dunkle Glas zu pressen und fortzukommen. Weit fort.
Ungeduld, Jacob. Nenne es beim Namen.Eine deiner hervor-stechendsten Eigenschaften.
Er sah immer noch Wills Gesicht hinter sich im Spiegel auftauchen, verzerrt von dem dunklen Glas. »Wo willst du hin, Jacob?« Ein Nachtflug nach Boston, eine Reise nach Europa, es hatte viele Ausreden im Lauf der Jahre gegeben. Jacob war ein ebenso einfallsreicher Lügner, wie sein Vater es gewesen war. Doch diesmal hatte seine Hand sich schon auf das kühle Glas gepresst – und natürlich hatte Will es ihm nachgetan.“

 

 2100035-49ceb7dba6b0010fa1c6f7836d229fb4.jpg
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 december 2008 deel 1 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 10 december 2007 en mijn blog van 20 december 2006

Geschreven door Romenu om 12:02 Reageer op dit bericht

Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook alle tags voor Carolyn Kizer op dit blog.

 

Where I've Been All My Life

II.
Move to my room beside the Golden Horn
Where minarets strike fire against the sky.
The architecture: breasts and phalluses.
Where are the words to say that words are lies?
Yeats lied. And here Byzantium lies dead.
Constantinople? Syllables in a text.
Istanbul. Real. Embalmed in dancing dust.

Everywhere the dark-brown past gives way
To the beige of progress, that wide vacant lot.
Turkey without coffee! Endlessly we sip tea
From bud vases, and I lust for the guide,
A sultry, serious, pedantic boy
In a tight brown suit, thirsting to get out
Of the triple city weighing on his mind.

Oh, he was doomed, doomed like the dogs
On Dog Island, in the sea,
Netted and dumped and exiled, left to die,
Then skinned. We heard imaginary canine howls,
Like the rustlings of a thousand gauzy girls,
Film-eyed cattle, perishing of ennui
In abandoned harems where he guided me.

Meanwhile the Faithful, prostrate and intoning,
Stare into the light as blind as death,
Knowing for sure their end is instant Heaven.
We Infidels concede them Paradise,
Having seen heaven-as-harem, a eunuch God
In charge: the virgin slowly fattening to blubber.
Love, become feminized, tickles like a feather.

The saints of Art? Sophia, that vast barn
Holds no small Savior waiting to get born.
The formal scribble on the assaulted walls—
Five hundred years of crossing out His name!
Some famous, glittering pebbles mark the place
As God’s most grandiose sarcophagus.
Decay, decay. And the mind, a fetus, dies.

 

 2100025-7184be3ffdf3081fe978b38d5d97e3d8.jpg
Carolyn Kizer (10 december 1925 – 9 oktober 2014)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Louÿs werd geboren op 10 december 1870 in Gent. Zie ook alle tags voor Pierre Louÿs op dit blog.

 

Et je m'étais fait une vie

Et je m'étais fait une vie
Si digne d'amour ou d'envie,
Une vie à décourager
Tout coeur qui lutte ou dissimule,
Tout adversaire ou tout émule,
Cerveau pensif ou coeur léger.

Maintenant ma vie est en cendres.
Ses trois merveilles les plus tendres
Ont flambé comme plume au feu
Et ma dernière destinée
Était morte avant d'être née,
Hélas ! faute d'avoir un dieu !

 

 

La pluie

La pluie fine a mouillé toutes choses, très doucement, et en
silence. Il pleut encore un peu. Je vais sortir sous les arbres.
Pieds nus, pour ne pas tacher mes chaussures.

La pluie au printemps est délicieuse. Les branches chargées
de fleurs mouillées ont un parfum qui m'étourdit. On voit briller
au soleil la peau délicate des écorces.

Hélas ! que de fleurs sur la terre ! Ayez pitié des fleurs
tombées. Il ne faut pas les balayer et les mêler dans la boue ;
mais les conserver aux abeilles.

Les scarabées et les limaces traversent le chemin entre les
flaques d'eau ; je ne veux pas marcher sur eux, ni effrayer ce
lézard doré qui s'étire et cligne des paupières.

 

 2100025-6d728907d47832e045d5da87a9b5fa98.jpg
Pierre Louÿs (10 december 1870 – 6 juni 1925)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1893

 

 

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook alle tags voor Clarice Lispector op dit blog.

Uit: Why This World (Biografie door Benjamin Moser)

“There was an American poet who threatened to commit suicide because I wasn’t interested.” The translator Gregory Rabassa recalled being “fl abbergasted to meet that rare person who looked like Marlene Dietrich and wrote like Virginia Woolf.”
In Brazil today, her arresting face adorns postage stamps. Her name lends class to luxury condominiums. Her works, often dismissed during her lifetime as hermetic or incomprehensible, are sold in vending machines in subway stations
The Internet is alight with hundreds of thousands of her fans, and a month rarely goes by without the appearance of a book examining one side or another of her life and work. Her first name is enough to identify her to educated Brazilians, who, a Spanish publisher noticed, “all knew her, had been to her house, and have some anecdote to tell about her, as the Argentines do with Borges. Or at the very least they went to her funeral.”
The French writer Helene Cixous declared that Clarice Lispector was what Kafka would have been had he been a woman, or “if Rilke had been a Jewish Brazilian born in the Ukraine. If Rimbaud had been a mother, if he had reached the age of fifty. If Heidegger could have ceased being German.” The attempts to describe this indescribable woman often go on in this vein, grasping at superlatives, though those who knew her, either in person or from her books, also insist that the most striking aspect of her personality, her aura of mystery, evades description. “Clarice,” the poet Carlos Drummond de Andrade wrote when she died, “came from one mystery / and departed for another.”
Her indecipherable air fascinated and disquieted all who encountered her
After her death, a friend wrote that “Clarice was a foreigner on earth, going through the world as if she’d arrived in the dead of night in an unknown city amidst a general transport strike.”

 2100025-aa73741d9710bb3254568da15edc453a.jpg
Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Thomas Lux werd geboren op 10 december 1946 in Northampton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Thomas Lux op dit blog.

 

Pedestrian

Tottering and elastic, middle name of Groan,
ramfeezled after a hard night
at the corpse-polishing plant, slope-
shouldered, a half loaf
of bread, even his hair tired, famished,
fingering the diminished beans
in his pocket—you meet him.
On a thousand street corners you meet him,
emerging from the subway, emerging
from your own chest—this sight’s shrill,
metallic vapors pass into you.
His fear is of being broken,
of becoming too dexterous in stripping
the last few shoelaces of meat
from a chicken’s carcass, of being moved by nothing
short of the Fall of Rome, of being stooped
in the cranium over some loss he’s forgotten
the anniversary of.... You meet him,
know his defeat, though proper
and inevitable, is not yours, although yours also
is proper and inevitable: so many defeats
queer and insignificant (as illustration:
the first time you lay awake all night
waiting for dawn—and were disappointed), so many
no-hope exhaustions hidden,
their gaze dully glazed inward.—And yet we all
fix our binoculars on the horizon’s hazy fear-heaps
and cruise toward them, fat sails
forward.... You meet him on the corners,
in bus stations, on the blind avenues
leading neither in
nor out of hell, you meet him
and with him you walk.

 

 2100025-2d050e68635fd5b1bd577b1c78a50582.jpg
Thomas Lux (Northampton, 10 december 1946)

 

 

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene. Zie ook alle tags voor Ara Baliozian op dit blog.

Uit: Ara Baliozian's blog

THOMAS MANN SPEAKS
Where there is too much talk of love, there will be very little love. Who will dare to disagree with Thomas Mann (who probably wrote more about music than any other major modern writer) when he said: “The past half century has witnessed a regression of humanity, a chilling atrophy of culture, a frightening decrease in civility, decency, sense of justice, loyalty, and faith, and of the most elementary trustworthiness.”

ON MARRIAGE
Even if you marry the most beautiful woman in the world, sooner or later she will stink of garlic. Richard Burton on Elizabeth Taylor in his recently published diary: “She stinks of garlic – who has garlic for breakfast?” He probably stank of booze morning, noon, and night.

AS I SEE IT
There is no such thing as a lovable nation. For every American who loves Armenians there will be at least two or more who love Turks. * I was the most disappointed man on earth when I met my first Turk. He was short, skinny, and timid. No fez. No yataghan. No shalvars. No bloodshot eyes. * When a face in the crowd smiles and says hello, the chances are it’s to the fellow behind you. * Books changed my worldview but music changed my life. I became a church organist. * Where the art of advertisement is developed, the brain will be underdeveloped. * There is an Armenian Christian heresy that believes the world was created not by God but the Devil. The evidence is overwhelming. * A generation of dupes will be followed by another."

 

 2100025-dacdd777ff0df8710c2008526a9571df.jpg
Ara Baliozian (Athene, 10 december 1936)
Kersttijd in Athene 

 

 

De Duitse schrijfster Christine Brückner werd geboren op 10 december 1921 in Schmillinghausen bij Bad Arolsen in Hessen. Zie ook alle tags voor Christine Brückner op dit blog.

Uit: Die Quints

„Maximiliane blickt ihrer Tochter abwartend ins Gesicht, mit Schonung hat sie nicht zu rechnen; diese Tochter, die man von klein auf geschont hatte, weil sie dünnhäutig war, schont niemanden, noch immer sieht sie aus wie ein altgewordenes Hippiemädchen, ein Aprilkind, auf das viele Tränen gefallen sind. Irgendwas muß sie bei der Erziehung falsch gemacht haben, aber dasselbe hat sie auch bei ihren anderen Kindern schon gedacht. Viktoria sagt, nachdem sie wieder eine Weile geschwiegen hat: »Bei eurem Familientag, als ihr diese Absteige für die Reichen eingeweiht habt und du uns mit deinem kategorischen >Komm!< hierher beordert hattest, da stand ich zufällig neben jemandem, der nicht wußte, daß ich zum Clan gehöre. Er hat gesagt: >Aus den pommerschen Quints ist nach der Flucht doch nichts Rechtes mehr geworden, aus keinem.<« »Hat er das so gesagt?« »Willst du wissen, wer?« »Nein! Ich weiß ja nicht einmal genau, was das ist: etwas Rechtes.« »Ich auch nicht! Aber irgendwie hast du mir plötzlich leid getan. Am selben Abend habe ich das Angebot in der Industrie angenommen. Die Leute meinen doch alle nur Stellung und Besitz, sonst zählt doch nichts.« »Von mir hast du das nie gehört.« »Du hast zu uns gesagt: >Stehlen ist besser als betteln ...«< »Habe ich das gesagt?« Viktoria zeigt ins Tal, wo man am Ufer der Pegnitz ein paar Dächer erkennen kann. »Unten im Dorf, als wir Äpfel geklaut hatten.« »Damals ist nicht heute, Tora!« »Ich stehle ja auch nicht. Aber ich will nicht mitmachen. Ich will nur weg.« »Weißt du denn auch, wohin?« »Der kommt am weitesten, der nicht weiß, wohin er geht.« »Ich weiß nicht, wo das steht, Tora, aber es ist nicht von dir.« »Von Nietzsche oder Sokrates. Ich weiß es nicht. Sokrates wäre besser! Er lebte in freiwilliger Armut. Diogenes und seine Schüler lebten wie Bettler.« »Wo gebettelt wird, muß es auch jemanden geben, bei dem etwas zu erbetteln ist.« »Du stehst auf der falschen Seite!« »Das Leben hat nicht nur zwei Seiten, Tora, es ist sehr vielseitig.« Als ihre Tochter nicht antwortet, fährt sie fort: »Die Stelle in diesem Werk, ich weiß nicht mehr, wie es hieß, entsprach doch genau deiner Ausbildung?« »Ich wollte für das Wohlergehen der Betriebsangehörigen arbeiten. Aber der Besitzer meinte das Wohlergehen seines Betriebes!«

 

 2100025-9e69547476ce88d6a24c6fef68e60702.jpg
Christine Brückner (10 december 1921 – 21 december 1996)
Hier met haar man Otto Heinrich Kühner

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Rumer Godden werd geboren op 10 december 1907 in Eastbourne, East Sussex. Zie ook alle tags voor Rumer Godden op dit blog.

Uit: The Greengage Summer

“On and off, all that hot French August, we made ourselves ill from eating the greengages. Joss and I felt guilty; we were still at the age when we thought being greedy was a childish fault, and this gave our guilt a tinge of hopelessness because, up to then, we had believed that as we grew older our faults would disappear, and none of them did. Hester of course was quite unabashed; Will—though he was called Willmouse then—Willmouse and Vicky were too small to reach any but the lowest branches, but they found fruit fallen in the grass; we were all strictly forbidden to climb the trees.
The garden at Les Oeillets was divided into three: first the terrace and gravelled garden round the house; then, separated by a low box hedge, the wilderness with its statues and old paths; and, between the wilderness and the river, the orchard with its high walls. In the end wall a blue door led to the river bank.
The orchard seemed to us immense, and perhaps it was, for there were seven alleys of greengage trees alone; between them, even in that blazing summer, dew lay all day in the long grass. The trees were old, twisted, covered in lichen and moss, but I shall never forget the fruit. In the hotel dining-room Mauricette built it into marvellous pyramids on dessert plates laid with vine leaves. ‘Reines Claudes,’ she would say to teach us its name as she put our particular plate down, but we were too full to eat. In the orchard we had not even to pick fruit—it fell off the trees into our hands.”

 

 2100025-7b1aed1806214c751ed0e007c0458715.jpg
Rumer Godden (10 december 1907 – 8 november 1998)

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 december 2008 deel 1 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 10 december 2007 en mijn blog van 20 december 2006

Geschreven door Romenu om 12:01 Reageer op dit bericht

George MacDonald

De Schotse dichter en schrijver George MacDonald werd geboren op 10 december 1824 in Huntly, Aberdeenshire, Schotland als zoon van George Macdonald en Helen MacKay. Hij bezocht er de plattelandsscholen en vervolgens ging hij in 1840-41 en 1844-45 naar de universiteit van Aberdeen, waar hij scheikunde en natuurfilosofie studeerde. Vervolgens werkte hij drie jaar als tutor in Londen. Daarna volgde hij een theologische opleiding aan hett Independent College, Highbury. Hij werd predikant in Arundel in 1850, maar na drie onbevredigende jaren vond hij het nodig om ontslag te nemen. Hij werd predikant in Manchester; maar hij moest omwille van zijn gezonheid ook daar zijn werk neerleggen en vertrok naar Algiers. Toen hij terugkeerde naar Engeland had hij besloten om ​​professioneel schrijver te worden. Zijn gedicht “Within and Without” verscheen in 1855; “Poems” in 1857; en “Phantastes” in 1858. Zijn eerste echte succes kwam echter met zijn romans over het Schotse landleven, “David Elginbrod” (1862), “Alec Forbes” (1865) en “Robert Falconer: (1868). Hij raakte bevriend met Lady Byron, die hem later een erfenis naliet, en ontmoette Ruskin, Arnold, Carlyle, Tennyson, Ruskin en anderen. Hoewel zijn Schotse romans en zijn kinderboeken zoals “At the Back van de North Wind”, “The Princess and the Goblin” en “The Princess and Curdie” succesvol waren, was Macdonalds financiële rendement uit zijn werken niet toereikend om te voorzien in de behoeften van zijn vrouw en familie, en in 1877 werd hem op verzoek van koningin Victoria een pensioen toegekend. Toen zijn dochter in 1877 voor haar gezondheid naar Italië ging - een reis die in haar dood eindigde - vond Macdonald het klimaat zo gunstig voor zichzelf dat hij het grootste deel van elk jaar van 1881 tot 1902 doorbracht in Bordighera, in het huis hij had gebouwd met de hulp van vrienden, Casa Coraggio. Zijn vrouw werd daar organist van de katholieke kerk. De Macdonalds hadden zes zonen en vijf dochters. Een van de zonen, Greville Macdonald, werd later een schrijver. Hij is de auteur van de biografie van zijn vader.

 

The Old Garden

I.
I stood in an ancient garden
With high red walls around ;
Over them grey and green lichens
In shadowy arabesque wound.

The topmost climbing blossoms
On fields kine-haunted looked out ;
But within were shelter and shadow,
With daintiest odours about.

There were alleys and lurking arbours,
Deep glooms into which to dive.
The lawns were as soft as fleeces,
Of daisies I counted but five.

The sun-dial was so aged
It had gathered a thoughtful grace ;
'Twas the round-about of the shadow
That so had furrowed its face.

The flowers were all of the oldest
That ever in garden sprung ;
Red, and blood-red, and dark purple
The rose-lamps flaming hung.

Along the borders fringed
With broad thick edges of box
Stood foxgloves and gorgeous poppies
And great-eyed hollyhocks.

There were junipers trimmed into castles,
And ash-trees bowed into tents
For the garden, though ancient and pensive,
Still wore quaint ornaments.

It was all so stately fantastic
Its old wind hardly would stir ;
Young Spring, when she merrily entered,
Scarce felt it a place for her.

 

 

Love Is Strength

Love alone is great in might,
Makes the heavy burden light,
Smooths rough ways to weary feet,
Makes the bitter morsel sweet:
Love alone is strength!

Might that is not born of Love
Is not Might born from above,
Has its birthplace down below
Where they neither reap nor sow:
Love alone is strength!

Love is stronger than all force,
Is its own eternal source;
Might is always in decay,
Love grows fresher every day:
Love alone is strength!

Little ones, no ill can chance;
Fear ye not, but sing and dance;
Though the high-heaved heaven should fall
God is plenty for us all:
God is Love and Strength!

 

 2186886-0dee408f416e28eda4017992e0b9a64f.jpg
George MacDonald (10 december 1824 – 18 september 1905)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten