Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 december 2017 tot 15 december 2017

Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Indrek Hirv, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert, Maxwell Anderson

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Fasan

plötzlich findet man sich wieder
mit soße übergossen und zusammengepfercht
mit kartoffeln und gelee sonderbar
flau im fleisch nach all dem tranchieren
und zerren am eingeweide bis es
abriß und raus denk nicht ich kenne sie nicht
diese satanische sorgfalt beim dekorieren
von gabel und messer das gläserklirren und streichholzrasseln
und ganz zu schweigen von der art
wie leber und herz sorgsam getrennt
in ein kleines medizinisch anmutendes
gefäß gelegt werden und weiß der himmel
ob es ihnen vielleicht einfällt mich
als mich selbst auszustaffieren
mit federn und allem drum und dran
nach dem unerträglichen halbkrematorium
der schwindelpartie mit kopf nach unten
dem blei in der seite und dann der gedanke an diesen
schmatzbär serviettenbehangene
zahlende mittelmäßigkeit wovon
man bald bespeichelt wird ich übergebe mich

 

 

Provinz

Ich höre in provinzieller
Nachmittagsstille am Ende der Saison
eine Amsel singen
die auf einer Fernsehantenne im Schatten
einer Ulme sitzt
und alles überblickt
verloren im Sein sieht sie mich
groß an wie auch die Zeit
und lässt Gesang verströmen vom
Afterloch durch den Körper und hinaus
aus dem gelben Schnabel
ich wärme mich an ihrer Teilnahmslosigkeit
und ihrem vollkommenen Gegenwärtigsein
ich denke es ist etwas ganz Eigenes
in einem dänischen Provinznest zu stehen
nachmittags am Ende der Saison
und eine Amsel zu hören
und plötzlich fühle ich mich
dumm

 

Vertaald door Lutz Volke

 

 2101675-c91a149fb9b4048af34381a6ed80f1f6.jpg
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Greshoff werd geboren op 15 december 1888 in Nieuw Helvoet. Zie ook alle tags voor Jan Greshoff op dit blog.

 

Een strijdbaar man

Ik sla de trom en dreun de dromers wakker
Wie droomt verraadt zijn vrouw, zijn kind, zijn makker;
Geen eerlijk man kan zich gelukkig voelen
Als zijn gelijken die het goed bedoelen
En nooit hun stugge nek hebben gebogen
Door liederlijke landsknechten° bespogen,
Getrapt, geslagen worden totterdood.
Wordt wakker, want de nood is groot.

Ik sla de trom, het is geen tijd voor zingen,
Voor maanlicht, minnepijn en mooie dingen,
Als de gerechten, onze zielsgenoten
In donkre martelkampen weggesloten
Verteren zonder hoop op beter morgen,
Als dronken loeders godenzonen worgen
Moeten wij allen klaar staan voor de dood.
Wordt wakker, want de nood is groot.

Ik sla de trom, stroomt samen, wij zijn velen.
Mijnwerkers komt met bijlen en houwelen,
Gij boeren scherpt uw zeisen en uw grepen
Matrozen neemt de haken van uw schepen
En jagers laadt met scherp uw jachtgeweren;
Wij zijn de laatsten en wij moeten ’t keren:
Boven de knoet verkiezen wij de dood.
Wordt wakker,want de nood is groot.

Ik sla de trom, wij zijn in ’t nauw gedreven.
Wij, die in vrede en vriendschap wilden leven,
Worden een zee van purperrode vlammen
Die zich een weg baant door betonnen dammen:
Bezielde mannen die voor vrijheid vechten
Zijn sterker dan een troep betaalde knechten.
Wij vrezen niets, de duivel noch de dood.
Wordt wakker, want de nood is groot.

Ik sla de trom; eens komt een einde aan ’t lijden
Na deze ellende rijzen zachte tijden,
Dan bouwen we weer onze luchtkastelen
Dan mogen onze kinderen weer spélen
Dan glijden weer op ’t meer de blonde barken
Dan vrijen weer de paren in de parken.
Het leven wint het eindlijk van de dood!
Wordt wakker, want de nood is nu nog groot.

 

 2101675-b631ae6fd8a45fd99235555690d1c6bb.jpg
Jan Greshoff (15 december 1888 – 19 maart 1971)

 

 

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962. Zie ook alle tags voor Ingo Schulze op dit blog.

Uit:Peter Holtz

“An diesem Sonnabend im Juli 1974, acht Tage vor meinem zwölften Geburtstag, weiß ich noch nichts von meinem Glück. Ich sitze auf der Terrasse eines Ausflugslokals nahe Waldau und warte darauf, dass jemand die Kellnerin von der Richtigkeit meiner Argumente überzeugt oder meine Rechnung in Höhe von vier Mark und fünfzig Pfennigen be­gleicht. Mehrmals habe ich ihr schon erklärt, über kein Geld zu verfügen, weder in meinen Hosentaschen noch dort, wo ich zu Hause bin, im Kinderheim Käthe-Kollwitz in Gradow an der Elbe.
»Geld ist doch nicht wichtig!«, sage ich und füge gleich darauf hinzu: »Solange ich ein Kind bin, muss unsere Ge­sellschaft für mich sorgen, egal, ob im Kinderheim oder auf einer Reise an die Ostsee.«
Wiederholt biete ich der Kellnerin an, die von mir ver­zehrte Portion Eisbein mit Kartoffeln, Sauerkraut und Senf sowie das Glas Fassbrause abzuarbeiten, sie brauche mir nur eine Aufgabe zuzuweisen. Ich wolle sie aber nicht we­gen Kinderarbeit in Schwierigkeiten bringen. Naheliegend sei es hingegen, mir die Verköstigung nicht zu berechnen. »Warum soll mir unsere Gesellschaft das Geld erst aushän­digen«, frage ich, »wenn dieses Geld doch über kurz oder lang sowieso wieder bei ihr landet?«
»Wo landet das Geld?«, ruft die Kellnerin, deren Stimme mit jedem Wort an Höhe gewinnt.
»Bei der Gesellschaft«, antworte ich.
»Bei dir piept’s ja!« Die Kellnerin tippt sich mehrmals mit dem Zeigefinger gegen die Schläfe. »Hast se ja nich mehr alle!« Sie ergreift ihren dicken schwarzen Zopf, der schräg über ihrem Dekolleté liegt, und schleudert ihn über die Schulter zurück. Im Weggehen schwingt der Zopf zwischen Schulterblatt und Schulterblatt hin und her und beruhigt sich erst, als sie sich anschickt, die drei Stufen zur Eingangstür des Lokals hinaufzusteigen.
Ich versuche, wie immer in kniffligen Situationen, kühlen Kopf zu bewahren und meine Enttäuschung darüber, wie uneinsichtig selbst Erwachsene heute noch sein können, niederzukämpfen. Was würde Paul Löschau jetzt tun? Ich sehe in den Himmel. Die Wolkenbeobachtung, hat er gesagt, sei die beste Art der Erholung, wenn einem die Kraft zum Studieren fehle. In der Gestalt der Wolken haben wir immer etwas entdeckt. Gewaltige Igel, Krebse, Hasen und Bären zogen über uns hinweg. Es hat aber auch Tage gegeben, an denen wir die Vorkämpfer unserer Sache erblickt haben, Ernst Thälmann oder Rosa Luxemburg, einmal sogar Lenin mit vorgerecktem Kinn!
Doch heute will sich keine einzige Wolke verwandeln. Soll ich einfach wegrennen? Aber damit stellte ich meine eigenen Belange über die der Gesellschaft. Am Ende hält die Kellnerin ihren Egoismus noch für Wachsamkeit!“

 

 2101675-d272e560554eb79fb787180740f75af3.jpg
Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962

 

 

De Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt werd geboren in Hoorn op 15 december 1966. Zie ook alle tags voor Simone van der Vlugt op dit blog.

Uit:Ginevra

“Juli 1396
“De jongeman houdt zijn paard in en kijkt neer op de stad. Daar ligt Fiorenza, een verzameling rode daken, dikke stadsmuren en torens die blikkeren in de zon. De Campanile en het langgerekte schip van de nieuwe kathedraal steken overal boven uit. Zelfs zonder koepel biedt het geheel al een machtige aanblik. Platschuiten varen af en aan over de rivier, kooplieden voeren zwaarbepakte ezels de stad in.
Het is zomer en de zon giet zijn stralen over de glooiende omgeving. Hij weet hoe mooi Fiorenza is in deze tijd van het jaar, met zijn spetterende fonteinen, de overvloedige bougainville en de gele en roze huizen, oplichtend in de zon.
Twee jaar is hij weg geweest. Twee lange jaren waarin hij zich bevrijd voelde en tegelijk heimwee had naar zijn geboortestad. Ondanks die gevoelens is hij niet één keer teruggeweest. Tot hij een paar dagen geleden het bericht ontving dat zijn vader was overleden. Hij had onmiddellijk zijn spullen gepakt en Bologna verlaten. Voorzichtig laat hij zijn paard afdalen.
Het smalle pad komt uit op een oude Romeinse steenweg, die steeds breder en drukker wordt. Voor de Porta Romana staat een lange rij. Hij sluit aan en moet wachten voor hij de poort door mag, maar dan is hij eindelijk weer in Fiorenza. Ongeduldig drijft hij zijn paard door de drukte op de Ponte Vecchio. Hij zou eraan gewend moeten zijn, het is hier altijd dringen.
Misschien komt het door zijn lange afwezigheid dat het hem opeens opvalt hoe druk het er is. Het is een wonder dat de oude brug niet bezwijkt onder het gewicht van de winkels. Met een zucht van opluchting rijdt hij uiteindelijk de kade op. De oude binnenstad begroet hem met een gewriemel in nauwe straatjes, het geknor van varkens en de altijd aanwezige stank van de Arno.
Tussen de bedelaars, voetgangers, karren en uitstallingen door leidt hij zijn paard naar het hart van de stad. Hier staan de patriciërswoningen en volle pakhuizen van rijke kooplieden. Hier wonen de families Degli Amieri, Alberti, Brunelleschi, Agolanti en andere vooraanstaande families.”

 

 2101675-03a9a872036f4ba363a1d0926002125f.jpg
Simone van der Vlugt (Hoorn, 15 december 1966)

 

 

De Estse dichter, beeldend kunstenaar en vertaler Indrek Hirv werd geboren op 15 december 1956 in Kohila. Zie ook alle tags voor Indrek Hirv op dit blog.

 

Karlova

L’avenir n’est rien d’autre
que des milliers d’instants embarrassants.

Fierté des nuits de ma jeunesse,
avec ton cœur qui frappe comme un fou,
prends garde à toi dans la lumière tendre !

Regarde : une maison ivre
a jeté son ombre sucrée, —
la ville de mon enfance me poursuit encore
dans les impasses sombres.

Les étroites fenêtres ont jusqu’au matin
un visage froissé par les fracas du soir.

Fierté des nuits de ma jeunesse,
crois-moi,
sous les pavés, les jours
sont diablement longs !

 

Vertaald door Antoine Chalvin

 

 2101675-497b3b75f4824f9012830ea8dab55353.jpg
Indrek Hirv (Kohila, 15 december 1956) 

 

 

De Ierse schrijfster Edna O’Brien werd geboren op 15 december 1930 in Tuamgraney (County Clare). Zie ook alle tags voor Edna O’Brien op dit blog.

Uit: Saints And Sinners

“That done, she began to pipe green tincture onto the drawn pints of Guinness to simulate the emblem of the shamrock, something Rafferty observed with a quiet sufferance. A noisy group burst in, decked with leprechauns and green gewgaws of every description, led by a tall woman who was carrying fresh shamrock still attached to a clump of rich earth. In a slightly affected voice she described writing to her old uncle several times since Christmas, reminding him that the plant must not be detached from its soil and, moreover, he must remember to sprinkle it with water and post it in a perforated box filled with loam.
“Was it holy water by any chance?” the cracked woman shouted out.
“Shut your gob,” she was told, at which she raised a hectoring finger, claiming, “I was innit before yous was all born.”
As the single sprigs of shamrock were passed around, they somehow looked a little forlorn.
A second group followed hot on the heels of the first group, all greeting each other heartily, spreading coats and bags on the various tables and commandeering quiet nooks in the alcoves, for friends whom they claimed were due. A cocky young man with sideburns, wearing a black leather jacket, walked directly to the fruit machine, where the lime-green and cherry-red lights flashed on and off, the lit symbols spinning at a tantalizing speed. Two youngsters, possibly his brothers, stood by, gazing and gaping as he fed coin after coin into the machine, and as they waited in vain for the clatter of the payout money, the younger one held an open handkerchief to receive the takings. The elder, who was plump, consigned squares of chocolate into his mouth and sucked with relish while his brother looked on with the woebegone expression of an urchin.
I had put the newspaper down and was jotting in a notebook one or two things that I might possibly discuss with my doctor when, to my surprise, Rafferty was standing above me and almost bashfully said, “Do you mind if I take back my paper?” I apologized, offering him a drink, but he was already on his way, detached from the boisterous crowd, carrying himself with a strange otherworldly dignity as he raised his right hand to Adrian in salutation.
Three or four weeks passed before we exchanged a few words.
“What’s the harp for?” I asked one morning when, as had become his habit, he made a little joke of offering me the newspaper.”

 

 2101675-9ede7d97875f1839623ff1285d04cf7a.jpg
Edna O’Brien (Tuamgraney, 15 december 1930)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook alle tags voor Hans Carossa op dit blog.

Uit: Briefe an Ernst Reiner

„Rittsteig bei Passau, den 12. April 1947
Lieber Herr Reiner,
der kleine Sonderdruck im Süd-Verlag ist leider noch nicht erschienen; auch die Gedichte, die Fritz Seifert in Hameln gedruckt hat, konnten bisher wegen Strommangel nicht gebunden werden. Im Insel-Verlag wird – vermutlich im Sommer – ein neues Büchlein kommen: Aufzeichnungen aus Italien, auch einige neue Aufl agen von älteren Büchern. Man muß
Geduld haben und sich gesund und mutig erhalten. Es freut mich für Sie, daß Sie heimkehren konnten; in Ihren Jahren darf man auch an die Wiederkehr besserer Tage glauben.
Mit herzlichen Wünschen grüßt Sie
Ihr Hans Carossa


Rittsteig bei Passau, 10. Januar 1948
Lieber Herr Reiner,
heute möchte ich nur fragen, ob der kleine Sonderdruck »Stern über der Lichtung« (etwa ein Dutzend Gedichte) in Ihre Hände gelangt ist; zugedacht hab ich ihn Ihnen längst.
Ich bin erst kurz vor Weihnachten von einer größeren Reise heimgekehrt und kann den ansehnlichen Postberg, der mich erwartete, nur langsam abtragen.
Gesundheit und Freude im neuen Jahr wünscht Ihnen, mit herzlichem
Dank für Ihr Geburtstagsgedenken und die schöne Bildkarte
Ihr aufrichtig ergebener
Hans Carossa”

 

 2101675-e25d73e57957c553bb1efe36111a536a.jpg
Hans Carossa (15 december 1878 - 13 september 1956)
Het Carossa Haus in Seestetten dat de schrijver van zijn moeder erfde

 

 

De Franse dichter Nicolas Gilbert werd geboren in Fontenoy-le-Château (Vosges) op 15 december 1750. Zie ook alle tags voor Nicolas Gilbert op dit blog.

 

Le dix-huitième siècle(Fragment)

Mais la corruption, à son comble portée,
Dans le cercle des Grands ne s'est point arrêtée ;
Elle infecte l'empire, et les mêmes travers
Règnent également dans tous les rangs divers.
... Eh ! quel frein contiendrait un vulgaire indocile,
Qui fait, grâce aux docteurs du moderne évangile,
Qu'en vain le pauvre espère en un Dieu qui n'est pas,
Que l'homme tout entier est promis au trépas ?
Chacun veut de la vie embellir le passage ;
L'homme le plus heureux est aussi le plus sage ;
Et depuis le vieillard qui touche à son tombeau,
Jusqu'au jeune homme à peine échappé du berceau,
A la ville, à la cour, au sein de l'opulence,
Sous les affreux lambeaux de l'obscure indigence,
La Débauche au teint pâle, aux regards effrontés,
Enflamme tous les coeurs, vers le crime emportés.
C'est en vain que, fidèle à sa vertu première,
Louis instruit aux moeurs la monarchie entière,
La Monarchie entière est en proie aux Laïs,
Leurs vices sont les Dieux qu'encense leur pays ;
Et la Religion, mère désespérée,
Par ses propres enfants sans cesse déchirée,
Dans ses temples déserts pleurant leurs attentats,
Le pardon sur la bouche, en vain leur tend les bras
Son culte est avili, ses lois sont profanées..

 

 2101675-33706fdd98244b6d638aed5e8edc7c1c.jpg
Nicolas Gilbert (15 december 1750 – 16 november 1780)
Fontenoy-Le-Château

 

 

De Amerikaanse schrijver en songwriter Maxwell Anderson werd geboren op 15 december 1888 in Atlantic Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Maxwell Anderson op dit blog.

Uit: Winterset

“GAUNT. Why, no—for you'd lose, too. You'd have nothing to gain.
ESDRAS. Indeed we know it.
GAUNT. I'll remember you kindly. When I've returned, there may be some mystery made of where I was—we'll leave it a mystery?
GARTH. Anything you say.
GAUNT. Why, now I go with much more peace of mind—if I can call you friends.
ESDRAS. We shall be grateful for silence on your part, Your Honor.
GAUNT. Sir—if there were any just end to be served by speaking out, I'd speak! There is none. No—bear that in mind!
ESDRAS. We will, Your Honor.
GAUNT. Then—I'm in some haste. If you can be my guide, we'll set out now.
ESDRAS. Yes, Surely. (There is a knock at the door. The four look at each other with some apprehension.
MIRIAMNE rises.) I'll answer it.
MIRIAMNE. Yes. (She goes into the inner room and closes door.
ESDRAS goes to outer door. The knock is repeated. He opens door. tvito is there.)
ESDRAS. Yes, Sir.
MIO. May I come in?
ESDRAS. Will you state your business, sir? It's late—and I'm not at liberty —Pm. Why, I might say that I was trying to earn my tuition fees by peddling magazines. I could say that, or collecting old newspapers—paying cash—highest rates—no questions asked — (Ile looks round sharply.)
GARTH. We've nothing to sell.
GAUNT. Why, no—for you'd lose, too. You'd have nothing to gain.
ESDRAS. Indeed we know it.
GAUNT. I'll remember you kindly. When I've returned, there may be some mystery made of where I was—we'll leave it a mystery?”

 

 2101675-875038b2516f6c136a62e535e621c974.jpg
Maxwell Anderson (15 december 1888 – 28 februari 1959)
Scene uit een opvoering in Chicago, 2016

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn blog van 15 december 2013 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 december 2008 en eveneens mijn blog van 15 december 2007 en mijn blog van 15 december 2006.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Christian Huber

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver, componist en muziekproducent Christian Huber werd geboren in 1984 in Regensburg en groeide op in Schwandorf, waar hij in 2004 eindexamen deed aan het Carl-Friedrich-Gauß-Gymnasium. Na een afgebroken studie aan de universiteit van Regensburg en een stage in het Funkhaus Regensburg, verhuisde hij eind 2010 naar Berlijn. Hier woonde en werkte hij als schrijver en componist en werkte hij o.a. met de Australische hiphop-band Hilltop Hoods, de Duitse rappers Casper, Farid Bang en KC Rebel en de Amerikaanse rapper Kool G Rap samen. Sinds 2006 woont Huber in Keulen. Huber is sinds 2009 actief op Twitter onder de naam "Pokerbeats", waar hij wordt gevolgd door meer dan 38.500 gebruikers. Huber schrijft ook voor talloze comedy-programma's en levert bijdragen voor radio- en televisieprogramma's (bijvoorbeeld voor het Neo-magazine Royale op ZDF). Zijn columns verschenen u. a. bij VICE News, ICON en in de krant DIE WELT. Muziek, gecomponeerd door Huber bereikte hoge hitlijstposities in verschillende landen en werd herhaaldelijk bekroond met platina.

Uit: 7 Kilo in 3 Tagen

„73 Prozent aller Morde jährlich werden in den Tagen vor Weihnachten begangen.
Das stimmt natürlich nicht. Wäre aber ohne weiteres denkbar. Eine solche Behauptung würde in einem halblangweiligen Partysmalltalk in einer mit Pfandflaschen zugestellten WG-Küche bei den meisten Gesprächspartnern höchstens kurz zu erhobenen Augenbrauen und dann direkt zur Bekräftigung führen, das «auch schon mal irgendwo gelesen» zu haben. Alle haben alles schon mal irgendwo gelesen. Aber vielleicht ist diese von mir aufgestellte These ja sogar korrekt. Ist mir letztendlich auch egal. Solange während der Unterhaltung keiner zweifelt, ist jeder ausgetauschte Satz die erwiesene Wahrheit.
Ich habe mir das Statistiken-Erfinden irgendwie angewöhnt. Ich mache das gerne. Häufig einfach nur für mich. Das hilft mir, in gewissen Lebenslagen die Ruhe zu bewahren. Fakten, Zahlen und Berechnungen bringen mich in Stresssituationen runter. Turbulenzen im Flugzeug? Beim Crash einer Boeing zu sterben, ist sechs Millionen Mal unwahrscheinlicher, als als Lottogewinner von einem Blitz
getroffen zu werden. Ein bisschen Gras aus dem Amsterdam-Urlaub im Handgepäck? Die Chancen, ohne Taschenkontrolle am argwöhnisch blickenden Zollbeamten vorbeihuschen zu können, stehen für Nicht-Dreadlocks-Träger siebzigtausendmal besser, als rückwärts von der Mittellinie in einen Basketballkorb zu treffen, wenn gerade tatsächlich jemand zuguckt. Tötungsphantasien im überhitzten, mit Weihnachtshoppern überlaufenen Kaufhaus und der daraus resultierende Gedanke, ob man eventuell socially awkward sein könnte? Wenn 73 Prozent aller Morde jährlich in den Tagen vor Weihnachten begangen werden, haben offensichtlich neben mir noch sehr viele andere Menschen Gewaltvorstellungen, während sie die Geschenke für ihre Liebsten einpacken lassen. Ich bin also nicht allein.
Kein Sonderling, der einfach nur mit blinder Wut kompensiert, dass ihm in der Kassenschlange des Konsumpalastes eine laut in ihr Smartphone blökende Schicki-Mutter ihren eierschalenfarbenen Porsche-Kinderwagen in die Kniekehlen rammt. Im Dreivierteltakt. Gegen den Rhythmus von
«Jingle Bells», das mit festlichen Viervierteltakt-Glöckchen blechern über die Kaufhausanlage leiert. Noch eine halbe Strophe, und sie hat mein Kreuzband durch.“

 

 2112584-5ad4c980dcceea83c436beb2174c70fe.jpg
Christian Huber (Regensburg, 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard, Helle Helle, Regina Ullmann, Shirley Jackson, Andreas Mand, Marianne Fritz

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Werther Nieland

“Terwijl de stilte voortduurde bespiedde ik de nieuwe jongen. Hij was mager en slungelachtig van gestalte en iets langer dan ik. Zijn gezicht stond onverschillig en verveeld; hij hield zijn dikke, vochtige lippen te ver naar voren. Hij had diepliggende, donkere ogen en zwart krulhaar. Zijn voorhoofd was laag. De huid van zijn gezicht vertoonde oneffenheden en schilfertjes. Ik kreeg het verlangen hem op een of andere wijze te kwellen of geniepig te bezeren. 'Vind jij ook niet, Werther, dat we eerst de windmolen moeten maken?' vroeg ik. 'Ja, dat is goed,' antwoordde hij onverschillig, zonder mij aan te zien. 'Hij is een dier dat snoept,' zei ik hij mijzelf, `dat weet ik.' We keken beiden, terwijl Dirk bezig was iets vast te schroeven, naar buiten in de omgespitte tuin; op de lege aarde lagen een oude wasteil en een paar verweerde planken. Er hing een nevel van vocht en neergeslagen rook tussen de daken. Ik ging dicht bij Werther staan en maakte, zonder dat een van beiden het kon zien, half ingehouden stompbewegingen in zijn richting. Hoewel ook Dirk het met mijn voorstel aangaande de windmolen wel eens was, gingen we deze toch niet bouwen, maar bleven zonder iets te doen bijeen zitten. 'Jullie hoeven natuurlijk geen molen te gaan bouwen als jullie niet willen,' zei ik. 'Maar dat is heel dom, want je kan er veel van leren.' Het begon schemerig te worden. Werther, moet je luisteren,' zei ik. 'Woon jij in een huis, waar veel wind langs komt?' Hij antwoordde niet. 'Dan kan ik je komen helpen,' vervolgde ik: 'dan maken we een molen, waar je in de keuken werktuigen op kan laten draaien. Dat kan ik best, want ik heb wel tijd. En iets beloven en het dan niet doen, dat doe ik niet.' Ik zon koortsachtig op middelen om bij hem thuis te komen. Werther ging op mijn woorden niet in, misschien omdat ik niet luid genoeg sprak en omdat we luisterden naar vage radiomuziek, die van voor in het huis tot ons doordrong. Het was al laat op de middag, toen we naar buiten gingen en met ons drieën voortslenterden. De straatlantarens brandden reeds. Werther verklaarde, dat hij naar huis moest; we bleven hem vergezellen. Hij woonde in een vrij bovenhuis op een hoek, waar de bebouwing eindigde en dat uitzag op de wijde plantsoenen, die zich tot aan de dijk uitstrekten. 'Ja hoor,' zei ik luid, 'als het waait is hier veel wind: dat kan ik zo wel merken. Hebben jullie een veranda?' Werther liet ons echter geen van beiden mee naar boven gaan. Toen hij al in de deuropening stond, ging ik dicht op hem toe en vroeg haastig, zonder dat Dirk het kon horen, wanneer ik kon komen om de molen te maken.”

 

 2101414-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en televisiemaker Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1948 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Boudewijn Büch op dit blog.

 

Casa del poeta tragico

De slaaf ligt in zijn schrik gestold.
Uit marmer lees ik keizers en de rijken.
De lavapaden langs omhoog gestold,
wil ik jouw naam op de hemel vergelijken.

Er zijn slechts dieptes in dit gruis,
fragmenten van verbannen muren,
contouren van een kaartenhuis:
de dood is zichtbaar in kwetsuren.

Je bent er tóch. Bij het forum op de trap,
dicht aan een kratertrap waar zwavel suist
of in de wanden waar een weemoed huist.

Er is een nacht, een landschap
waar geschiedenis werd ongelegen.
Zij liet de droefheid achterwege.

 

 

House in the country
[The Pretty Things]
                           voor Christiaantje

dit land & luister
is jou onbekend
gezongen taal die
jij niet bent

de trein spoort later
andersom
Prins & koffer

o tijd
begon
zijn jongensheid
in mij opnieuw

ofschoon geen lied
maar pijn ontviel

 

 2101414-9df279df3c55b4478a638c224f5ce7b3.jpg
Boudewijn Büch (14 december 1948 – 23 november 2002)

 

 

De Franse schrijver Hervé Guibert werd geboren op 14 december 1955 in Saint-Cloud. Zie ook alle tags voor Hervé Guibert op dit blog.

Uit: Fou de Vincent

« J'avais connu Vincent en 1982, alors qu'il était un enfant. Il l'était resté dans mes rêveries, je devais me résoudre à ce qu'il soit devenu un homme, je continuais à l'aimer pour ce qu'il n'était plus. Depuis six ans il envahissait mon journal. Quelques mois après sa mort, je décidai de le retrouver dans ces notes, à l'envers.
Qu'est-ce que c'était ? Une passion ? Un amour ? Une obsession érotique ? Ou une de mes inventions ?
Vu dans la vitrine d'une boutique de magie une boîte de bakélite noire, en forme de soucoupe volante, qui fabrique un hologramme par le truchement de loupes et de miroirs. Il s'agit de disposer dans sa cavité un objet, ici une pièce d'or ou un anneau, qui se répercute en relief sur le dessus du couvercle percé d'une transparence. On croit pouvoir le dérober, il est insaisissable. Je suis tenté d'acheter cette machine pour y emprisonner quelque chose qui appartient à Vincent, et qui me le rappellera, par cette étrange illusion, mais aucune idée (une mèche de cheveux, une photo) ne satisfait mon envie du dispositif. Seul son sexe aurait sa place dans le reliquaire.
Je ne me peigne jamais ; je frotte mes cheveux mouillés dans une serviette puis je les ratisse avec mes doigts pour les mettre en forme. Hier, je ne sais pas pourquoi, j'ai remarqué le petit peigne que m'a offert Vincent isolé sur la tablette de la salle de bain (il m'a offert si peu de choses), je l'ai pris, me suis peigné, le peigne est devenu un attribut magique. Vincent avait abandonné dans le peigne la clef de sa formule : « Si un jour tu as besoin de moi, peigne-toi, et j'arriverai. » Je tends l'oreille, mais le téléphone ne sonne pas. Le lendemain : je me repeigne, le peigne ne devenait magique qu'au bout de la deuxième manipulation. Le surlendemain je me repeigne encore : il ne devenait magique qu'au bout de la troisième, etc.
Au Sélect, dans la salle du fond, où j'ai changé plusieurs fois de place avant son arrivée pour être le plus tranquille possible, je lui fais une déclaration. Il baisse les yeux, sourit gravement, sans gêne, sans sarcasme, ma peine semble un baume pour lui en ce temps de disette morale."

 

 2101414-33706fdd98244b6d638aed5e8edc7c1c.jpg
Hervé Guibert (14 december 1955 – 27 december 1991)
Guibert hier in het midden

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Balances

On promet amour et voyages
Mille nuits de rêve mille sortilèges
Mais c'est à l'oreille des sourds
Au cœur mort des mortels.

Les femmes défendues
Qui font les enfants
Et la chaîne
De la joue aux champs
De la main aux branches
De l'eau à l'azur des sauterelles.
Une herbe pauvre
Sauvage
Apparut dans la neige
C'était la santé
Ma bouche fut émerveillée
Du goût d'air pur qu'elle avait
Elle était fanée.

Être dix mille entre cent mille
Et jamais un entre dix
La foule dort dans l'ombre
A deux pas d'elle-même
Qui se mêle et se sépare.

Il n'y a plus de porte
Part à deux si j'entre où tu es
Si tu sors tu viens avec moi

Le désert au profit de /a sève
Et autres lieux
Pour se croire ici.

 

 

Vers Minuit

Des portes s'ouvrent des fenêtres se dévoilent
Un feu silencieux s'allume et m'éblouit
Tout se décide je rencontre
Des créatures que je n'ai pas voulues

Voici l'idiot qui recevait des lettres de l'étranger
Voici l'anneau précieux qu'il croyait en argent
Voici la femme bavarde aux cheveux blancs
Voici la fille immatérielle

Incomplète et laide baignée de nuit et de misère
Fardée de mauves et de pervenches absurdes
Sa nudité sa chasteté sensibles de partout
Voici la mer et des bateaux sur des tables de jeu
Un homme libre un autre homme libre et c'est le

même
Des animaux enragés devant la peur masquée de

boue
Des morts des prisonniers des fous tous les absents

Mais toi pourquoi n'es-tu pas là pour m'éveiller

 

 2101414-675322f1e686c8f0e53db98a9a903aa7.png
Paul Eluard (14 december 1895 - 18 november 1952)
André Breton: La nourrice des etoiles. Fotomontage met portret van Paul Eluard. 1928. 

 

 

De Deense schrijfster Helle Helle werd geboren als Helle Krogh Hansen in Nakskov op 14 december 1965. Zie ook alle tags voor Helle Helle op dit blog.

Uit: Remains (Vertaald door Mark Kline)

“He comes back up and asks if he could possibly use my sink upstairs, he’d like to wash his hands after going to the bathroom, that’s just the way he is. I let him lead the way up the stairs.
In the kitchen he washes his hands carefully and dries them on his pants, they’re soaking wet anyway he says, and he lifts the lid off the stew. I ask if he would like a glass of water before my guests arrive. He would love that.
He walks into the living room. It’s incredible, he says, the way furniture can change a room. His tv had stood over in the corner, but his dining table had been in the same spot as mine. He recognizes a knot in the exposed rafter above the sofa, asks if the room is still so drafty that if you held a candle by the window it would go out. I say that I really do not know. He asks if he can show me, then he asks for the candle and matches from before. He lights the candle, carries it to the window, the flame goes out, he nods.
He drinks his water in small gulps. It’s too bad anyway about the picture, he says. His brother gave it to him. It was a sunflower with its roots down in the ocean, he got it when he was twenty-one. Now he’s forty-one and how old am I? Thirty-two, I say. That is not entirely true.
As he sits there, recalling the view, I go into the bedroom. At once I lift the picture off the wall and shove it under the bed. Then he comes in. He says that his bed stood where mine does, but of course there aren’t very many possibilities. He asks where I bought my wardrobe. I bought it in a department store. He asks if he can look inside, and I say that he may not. He excuses his curiosity by explaining that he’s looking for a wardrobe himself, one that has at least two shelves for shoes. I say that you can decide for yourself whether to put shoes on a shelf or not. He says that actually you can’t. Certain shelves are specially designed for shoes, it has to do with the lining and the spacing between shelves. You learn something new every day, I say."

 

 2101414-c0b5ee11de1893758cf11f94577936dc.jpg
Helle Helle (Nakskov, 14 december 1965)

 

 

De Oostenrijks – Zwitserse dichteres en schrijfster Regina Ullmann werd op 14 december 1884 in St. Gallen geboren. Zie ook alle tags voor Regina Ullmann op dit blog.

 

Ein Erblindeter

Als es Nacht wurde
und ich traurig in mich versunken,
wie ein Abgrund,
nur noch den Sekunden lebte,
und Stund und Tag auch nicht mehr war
und Jahreszeit und Jahr,
und nur noch der Ewigkeit ungangbare Wüsten
mein Fuß betastete,
o da flog ein Schmetterling
oder ein Blatt
in meine unsehenden Hände!
Und sie hielten's wie heilig in ihrer Mitte,
allein schon von der Möglichkeit berauscht,
daß mich, der ich nicht suchen kann,
die Dinge finden!
Als würde ich nun wie Gras und Blatt und Baum
Und es sähen mich die kleinen
grünschimmernden Käfer!
Und die Sensen in den Schnitterhänden
griffen sicher nach mir aus!
Und eines Vogels Flug
sei auf meinen schwanken Ast gerichtet;
von der Sonn beschienen,
die ihr Auge ist und ihre Hand
und auch ihr Fuß
und mütterlich sie alle im Wachstum weiter führt
bis zu eines Abfalls Reife
oder einem Tod –
die an ihre Stelle Erde Hingebannten!
Doch da nahm der Wind
das kleine Unerkannte mit hinweg
und ließ in meinen offenen Händen bloß
als eins der Ihrigen
und ihres Schöpfers ureigenste Natur
die himmlische Geduld.

 

 2101414-f482d5c75eeb396bfaa0bbcdec755e74.jpg
Regina Ullmann (14 december 1884 – 6 jannuari 1961)

 

De Amerikaans schrijfster Shirley Jackson werd geboren in San Francisco op 14 december 1916. Zie ook alle tags voor Shirley Jackson op dit blog.

Uit:We Have Always Lived in the Castle

“My name is Mary Katherine Blackwood. I am eighteen years old, and I live with my sister Constance. I have often thought that with any luck at all I could have been born a werewolf, because the two middle fingers on both my hands are the same length, but I have had to be content with what I had. I dislike washing myself, and dogs, and noise. I like my sister Constance, and Richard Plantagenet, and Amanita phalloides, the death-cup mushroom. Everyone else in my family is dead.
The last time I glanced at the library books on the kitchen shelf they were more than five months overdue, and I wondered whether I would have chosen differently if I had known that these were the last books, the ones which would stand forever on our kitchen shelf. We rarely moved things; the Blackwoods were never much of a family for restlessness and stirring. We dealt with the small surface transient objects, the books and the flowers and the spoons, but underneath we had always a solid foundation of stable possessions. We always put things back where they belonged. We dusted and swept under tables and chairs and beds and pictures and rugs and lamps, but we left them where they were; the tortoise-shell toilet set on our mother's dressing table was never off place by so much as a fraction of an inch. Blackwoods had always lived in our house, and kept their things in order; as soon as a new Blackwood wife moved in, a place was found for her belongings, and so our house was built up with layers of Blackwood property weighting it, and keeping it steady against the world.
It was on a Friday in late April that I brought the library books into our house. Fridays and Tuesdays were terribledays, because I had to go into the village. Someone had to go to the library, and the grocery; Constance never went past her own garden, and Uncle Julian could not. Therefore it was not pride that took me into the village twice a week, or even stubbornness, but only the simple need for books and food. It may have been pride that brought me into Stella's for a cup of coffee before I started home; I told myself it was pride and would not avoid going into Stella's no matter how much I wanted to be at home, but I knew, too, that Stella would see me pass if I did not go in, and perhaps think I was afraid, and that thought I could not endure.”

 

 2101414-96a2bee8ea2fb575358de582024e3d4f.jpg
Shirley Jackson (14 december 1916 – 8 augustus 1965)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Andreas Mand werd geboren op 14 december 1959 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Andreas Mand op dit blog.

Uit: Der zweite Garten

“Ja, ein glückliches Wochenende. Warum? Weil wir als Paar lebten. Weil Miriam weniger belastet war. Weil, ich weiß nicht woher, die Liebe zurück kam. Die Sorgen, Ängste und Vorwürfe waren zwar immer noch da. Gestern zum Beispiel, als ich aus irgendeinem Grund darauf kam, wie ich mit 26 oder wann vom Arbeitsamt nicht vermittelt werden wollte, sagte sie: „Oh, weh." Meinte wohl, dass dort eine Weiche gestellt wurde, die in die derzeitige Sackgasse führte. „Hör mal", sagte ich, „hätten wir uns sonst je kennen gelernt?" Mag sein, ich hätte trotzdem für Holgers Fanzine geschrieben und er hätte mich Jahre später auf seine Hochzeit eingeladen, also begegnet wären wir uns vielleicht, aber wäre ich noch mal zurück gefahren? Moritz' glückliche Heimkehr: ein erster Anruf von einer Raststätte gegen 9, Miriam war dran. Seine Stimme noch tiefer als man sie in Erinnerung hatte. Verabredungsgemäß meldete er sich noch mal, als der Bus die Autobahn verließ. Auf dem Parkplatz stand er mit seinen Freunden, ein langhaariger Flaumbärtiger in meiner zerknitterten Trainingshose, im rechten Ohr der verräterische, weiße Stöpsel. Wir begrüßten uns, ich nahm seinen Seesack. „Habe ich euer Vertrauen missbraucht?" fragte er. Das ganze Wochenende seine Musik von oben. Der charakteristische kleine Knall, wenn er den Player am Ohrhörerausgang seiner Mini-Anlage anschließt. Was läuft da? Die Ärzte: DER HIMMEL IST BLAU / 2000 MÄDCHEN / REVOLUTION. Nicht die schlechteste Lieblingsband für einen Fünfzehnjährigen.“

 

 2101414-732912b89cb0ae19be16a426edec9ef2.jpg
Andreas Mand (Duisburg, 14 december 1959)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marianne Fritz werd als Marianne Frieß geboren op 14 december 1948 in Weiz in de Steiermark. Zie ook alle tags voor Marianne Fritz op dit blog.

Uit: Naturgemäß III

„Entweder Wolke wurde geopfert, es war das Entgegenkommen, zu dem der Waldgott noch breitzuschlagen war, oder die Weißen hatten im Waldgott den Feind großwerden lassen, der sie vernichten wird. Wolke opfern, nein. Gerade Wolke wollte der brüllende Waldgott ? Oftmals war es gelungen, den Urrat breitzuschlagen, sodaß der sich wieder und wieder zurückzog, um mit dem Waldgott eine Übereinkunft auszuhandeln, die Wolke rettete und den Waldgott versöhnte. Macht der Friede sich breit im Waldgott, nein. Der Waldgott läßt keinen anderen Schluß zu. Hartnäckig war der Waldgott, hartnäckigste Zuneigung, so weich geworden, war der Boden, in dem auch eine Gestalt wie Wolke verloren war. Der Urrat der Weißen sah, die Weißen wußten, wer der Waldgott war und wer Wolke. Wolke liebten sie, den Waldgott fürchteten sie, Je länger der Regen dauerte, desto weicher wurde die Zuneigung zu Wolke. Unter ihren Füßen, der Boden wurde so weich, stellenweise war er zupackende Macht geworden, gab nicht mehr preis, was alles und wer alles verloren hat, den Zugang zur Oberwelt.
Blindschleiche hatte Wolke gewarnt: IIDu bist in Gefahr, überlege jeden Schritt, den du tust. Achte die Grenzen, Wolke. Deine Feinde sind mächtiger als du!" und Blindschleiche war einer jener Greise, die eher zurückhaltend aufzutreten pflegten, seltener das Wort ergriffen, nicht voreilig Schlüsse ziehen wollten, Blindschleiche haßte voreilige Schlüsse, haßte es, wenn die Lösung schneller zustande kam als gemächlich. Gewissenhafte Züge hatte der Greis, gewissenhafte Züge, wie sie die wenigsten des Urrats kannten. Was sie nicht kannten, das verfolgten die Greise, deren Aufgabe es war, die Geheimnisse ihrer Vorfahren, die die Verständigungsbrücke zum Waldgott waren, zu bewahren, kein Weißer durfte die Verständigungsbrücke zum Waldgott suchen, geschweige finden: Die Verständigungsbrücke zum Waldgott betrete ein Unberufener, das vermochte sich niemand wirklich vorzustellen.“

 

 2101414-aa1d0df80b6557420b2447bc79dbc466.jpg
Marianne Fritz (14 december 1948 – 1 oktober 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 december 2008 en eveneens mijn blog van 14 december 2007 en mijn blog van 14 december 2006.

Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten