Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 december 2017 tot 25 december 2017

Weihnachten (Max Dauthendey)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 2104939-98cfc2cecaafc561fb761cd81c94bfc9.jpg
De aanbidding van de herders door Charles Le Brun, 1689

 

 

Weihnachten

Die eisige Straße mit Schienengeleisen,
Die Häusermaße in steinernen Reih'n,
Der Schnee in Haufen, geisterweißen,
Und der Tag, der blasse, mit kurzem Schein.

Der Kirchtüre Flügel sich stumm bewegen,
Die Menschen wie Schatten zur Türspalte gehn;
Bekreuzen die Brust, kaum dass sie sich regen,
Als grüßen sie jemand, den sie nur sehn.

Ein Kindlein aus Wachs, auf Moos und Watten,
Umgeben von Mutter und Hirten und Stall,
Umgeben vom Kommen und Gehen der Schatten,
Liegt da wie im Mittelpunkte des All.

Und Puppen als Könige, aus goldnen Papieren,
Und Mohren bei Palmen, aus Federn gedreht,
Sie kamen auf kleinen und hölzernen Tieren,
Knien tausend und tausend Jahr im Gebet.

Sie neigen sich vor den brennenden Kerzen;
Als ob im Arm jedem ein Kindlein schlief,
Siehst du sie atmen mit behutsamen Herzen
Und lauschen, ob das Kind sie beim Namen rief.

        

 2104939-2ee02ed78e15d1ba85feb9f3074ccb8b.jpg
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Würzburg, de geboorteplaats van Max Dauthendey

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:29 Reageer op dit bericht

David Pefko, Karin Amatmoekrim, Quentin Crisp, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals, Sabine Kuegler

De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

Uit: Daar komen de vliegen

“Ze waren er allemaal die morgen: de oudere Upper East Siders, de overgevlogenen uit Florida en Hawaï, de voorzitters van stichtingen, scholen en universiteiten, de staalmagnaten, makelaars, stoffenfabrikanten, winkeleigenaren, filmproducenten, uitgevers, acteurs en actrices, de mensen met oud geld, degenen met nieuw geld; zelfs de jetset van Tel Aviv ontbrak niet. Allemaal zaten ze kaarsrecht in de zaal van de synagoge op 5th Avenue en glimlachten.
Abby Friedland, die voor de officiële gelegenheid Abigail genoemd werd, hield een speech waar werkelijk geen touw aan vast te knopen was. Ze droeg een fluorescerende flamingoroze jurk en een strik in haar haar, iets waar haar ouders, Ann en Aron Friedland, vast niet heel blij mee waren geweest, maar goed, Abby was net twaalf geworden en je viert je bat mitswa maar één keer.
De zaal was versierd met exotische roze bloemen en witte slingers en ergens helemaal achterin zaten Jerry en Ruth Kirschenbaum, die iets te laat waren aangekomen omdat het verkeer die zaterdag helemaal vastzat. Jerry droeg een donkerblauw linnen jasje met opgestikte zakken en Ruth een veelkleurig mantelpakje en opvallende roze schoenen. Ze waren er waarschijnlijk helemaal niet naartoe gegaan als er de dag ervoor niet onverwachts een uitnodiging was bezorgd die voorzien was van een persoonlijke boodschap van Abby’s vader. ‘Hoe de kaarten er ook voor liggen, wees alsjeblieft welkom, we zijn allemaal één grote familie, vergeet dat niet!’ stond te lezen in een sierlijk handschrift.
Het was dat Ruth de uitnodiging het eerst tussen de post had ontdekt en er absoluut heen wilde gaan – ze konden het écht niet missen, iedereen in de stad zou het er later over hebben, maar als Jerry die gevonden had, had hij haar waarschijnlijk laten verdwijnen. Het meisje stak voorzichtig een kaarsje aan, en meteen daarna, alsof ze de smaak te pakken had gekregen, nog een.
Jerry keek vermoeid naar de achterhoofden voor hem. Een snelle berekening leerde hem dat in deze synagoge op 5th Avenue, de absolute favoriet binnen de joodse gemeenschap, ongeveer zeventig procent van de bezoekers klant van hem was en er op de met roze bloemen versierde stoelen grofweg een miljard dollar aan investeringen zat.”

 2104936-040b15c072ce6fc8bb1c9c1c2765cb05.jpg
David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

 

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit:Tenzij de vader

“Ik was elf jaar oud toen ik voor het eerst hoorde dat mijn vader in Suriname woonde, en dat hij Eric Lie heette.
Het was minder een aankondiging geweest dan dat het tovenarij was. Mijn moeder had tijdens het vertellen haar ogen gesloten en met haar smalle handen in de lucht geplukt, uit haar herinnering een beschrijving oogstend van een man waar ik nooit eerder iemand over had horen praten. Ze onthulde een nieuwe waarheid; dat mijn vader niet mijn vader was, en dat mijn echte vader in Suriname woonde, en dat terwijl mijn oude vader, die opeens een stiefvader bleek te zijn, een eenvoudige matroos was op de grote vaart, maar eigenlijk zijn dagen in dienst van de drank stelde, een gegeven dat op dat moment onlosmakelijk met ons leven verbonden was, dat mijn echte, échte, vader in Suriname bekendheid genoot als sportheld. Het was de dag waarop mijn vader, pardon; stiefvader, hardhandig door de politie uit onze flat verwijderd was. De rust was weergekeerd, en nadat mijn moeder en ik zwijgend de ravage van zijn dronkemannenbezoek hadden opgeruimd en mijn jongere broer en zus naar bed waren gebracht, waren zij en ik bij elkaar in het grote tweepersoonsbed gekropen. Ze lag op haar zij, met haar gezicht naar me toe. Haar ogen waren dicht, maar ze sliep niet want ze schudde zacht met haar been, een gewoonte die ze had waarmee ze zichzelf en haar kinderen in slaap suste. In een natuurfilm had ik eens gezien hoe een olifantenmoeder haar kind zacht wiegde met haar slurf, en de zalvende vertelstem van de televisie zei dat zij dit deed om het kind gerust te stellen, en dat het ritme van het wiegen afgestemd was op het ritme van het hart. Ik had daar aan gedacht, en aan dat ze zo stil voor me liggend, jonger leek dan normaal. Ze was ook pas achtentwintig op dat moment, maar voor kinderen zijn ouders vanzelfsprekend oud, ongeacht hun ware leeftijd. Op dat moment had ze haar ogen open gedaan en me aangekeken met een onderzoekende blik die ik niet van haar gewend was. 'Je vader,' zei ze. Toen stopte ze. Ik wachtte en draaide me op mijn rug, terwijl zij in stilte zocht naar de rest van haar zinnen. Ik keek naar het plafond dat in twee helften werd verdeeld door een kaarsrechte streep licht dat door een kier in de gordijnen viel. Ik luisterde naar mijn moeders ademhaling die niet veel sneller ging dan normaal. Ze bleef schudden, sussen, en niets had erop gewezen dat ze nerveus was voor wat ze me ging vertellen. Toch voelde ik dat er iets te gebeuren stond. Iets groots. 'Je vader,' herhaalde ze. 'Heb je je nooit afgevraagd waarom je niet op hem lijkt?'”

 

 2104936-480078ce145d5b4fb5e9714560e8b4f8.JPG
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

 

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook alle tags voor Quentin Crisp op dit blog.

Uit:The Naked Civil Servant

“The average woman, unless she is particularly ill-favored, regards loving and being loved as a normal part of life. If a man says he loves her she believes him. Indeed some women are convinced they are adored by men who can be seen by all to be running in the opposite direction. For homosexuals this is not so. Love and admiration have to be won against heavy odds. Any declaration of affection requires proof. So many approaches made to them are insincere - even hostile. What better proof of love can there be than money? A ten-shilling note showed incontrovertibly just how mad about you a man is. Even in the minds of some women a confusion exists between love and money if the quantity is large enough. They evade the charge of mercenariness by using the cash they extort from one man to deal a bludgeoning blow of humiliation upon another. Some homosexuals attempt this gambit, but it is risky. The giving of money is a masculine act and blurs the internal image.”
(…)

“When a third wave of poverty overwhelmed me, I knew with even greater certitude than when I had lived in Clerkenwell that the only complete solution to my problem was suicide. I never brought it off. I was afraid. A lifetime of never making positive decisions, accepting instead the lesser of the evils presented to me, had atrophied my will. It was not so much that I longed for death as that I didn't long for life. Emptiness, though, was not a sufficiently definite feeling to lead to a violent act. Instead of sitting in my room and balancing the relative convenience of various ways of ending it all, I ought to have been busy trying to summon up a reasonable amount of despair. Hopelessness was thinly spread like drizzle over my whole outlook. But, in an emergency, I could not find a puddle of despondency deep enough to drown in.”

 

 2104936-0640f6c450fd715bb5ac5c9285090d60.jpg
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)
Scene uit de gelijknamige televisiefilm uit 1975

 

 

De Duitse schrijfster Lisa Kränzler werd geboren op 25 december 1983 in Ravensburg. Zie ook alle tags voor Lisa Kränzler op dit blog.

Uit: Export A

“Die Mendenhall Subdivision liegt ca. 120 km nördlich von Whitehorse. Wer die Gegend nicht kennt, wird die Ausfahrt verpassen, weiter dem Alaska Highway folgen und nach Norden treiben, vielleicht bis Old Crow.
Der Sog, der von diesem Nichts ausgeht, das manche Weite oder Himmel oder Busch nennen, ist stark. Man kann nie wissen, wen er wohin mit sich reißen wird.
Schwester und Schwager allerdings kennen sich aus und biegen rechtzeitig mit mir ab. Über Schlamm und Schotter rumpeln wir über ein großes Stück Land und ein kleines Stück Lichtung, beides im Besitz meines Schwagers. Die beiden frischverheirateten Landbesitzer haben diesen September eine zweifache Verantwortung übernommen: für ein Versprechen, bis dass der Tod sie scheidet, und für mich, eine 16-Jährige, die offizielle Aufsichtspersonen benötigt, um im Ausland leben zu dürfen.
Aus dem kniehohen Gras der Lichtung erheben sich eine winzige Holzhütte und ein blauer VW-Bus, Baujahr 1979. In der Hütte steht ein Ofen, im Bus eine Petroleumlampe.
Gestern schlief ich noch unter dem Dach meiner Eltern, in einem Zimmer mit mannshohen Fenstern nach Norden; heute schlafe ich ein, dicht unter dem Busdach, ohne Fenster, dafür im Norden, während ich auf die heulenden Schlittenhunde und das stöhnende Ehepaar lausche.
Am Morgen spüre ich meine Zehen nicht mehr. Es hat geschneit. Der Schnee beendet mein Wildcamper-Dasein.
Wider Erwarten treiben wir schon binnen einer Woche eine neue Bleibe für mich auf. In der Zwischenzeit gewöhne ich mich an die weißen Flocken und finde ausreichend Platz zwischen dem VW-Bus-Mobiliar für meine Liegestützen - die beste Art sich aufzuwärmen.
Die Woche ist voll von ersten und letzten Malen. Zum ersten Mal gelber Schulbus, zum letzten Mal schwesterliches Lunchpaket, um nur diese beiden zu nennen ?
Ich erinnere mich daran, wie ich den "fruit-to-go"-Streifen, eine pürierte, getrocknete, klebrige Fruchtmasse, 14 Gramm leicht, etwa von der dreifachen Größe eines Kaugummistreifens, aber im Gegensatz zum Kaugummistreifen aus zwei aneinandergeklebten Hälften bestehend, aus der Lunchbox fische. Mit dem Daumennagel fahre ich zwischen Vorder- und Rückhälfte und ziehe die dünnen Blättchen auseinander. Meine Finger halten 7 Gramm getrocknetes Erdbeer-Fruchtpüree gegen die schwächsten und schrägsten Sonnenstrahlen, die ich je gesehen habe.“

 

 2104936-d60740fddbd96c023e378b9caf0b49f2.jpg
Lisa Kränzler (Ravensburg, 25 december 1983)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en hoogleraar N.E.M. Pareau (pseudoniem van Herman Jan Scheltema) werd geboren in Groningen op 25 december 1906. Zie ook alle tags voor N. E. M. Pareau op dit blog.

 

Najaar

Nu gagel bruint en thijm en heidebloemen
gekruide geuren stuwen in het laat getijd',
nu blinde bijen in het zonlicht zoemen
en 't kouter door de stoppelvelden snijdt,

praat nu niet over ergerlijke dingen
maar ziet in 't bloemrijk bermgras zittend naar
den dans der barrevoetsche dorpelingen
met eikenloof gewonden in het hair.

De oogst gaat uit. Twee maal de zeisen zwaaiden
door 't zware gras. De graanschuur beidt zijn last.
Bergt met getaande landlieden 't gemaaide
op 't stoffig veld in garven opgetast;
komt dan als nachtegalenzangen klinken
krachtigen wijn uit tinnen kroezen drinken.

 

 2104936-b718a1139b5cb44df504dfb4d3ad24c6.jpg
N.E.M. Pareau (25 december 1906 - 2 december 1981)
Portret door J.S. Sjollema, z.j.

 

 

De Canadese schrijfster Sheila Heti werd geboren op 25 december 1976 in Toronto. Zie ook alle tags voor Sheila Heti op dit blog.

Uit:Ticknor

“There were no books when I was a boy. Books were hardly accessible, yet there were some books. That is why I did not develop literary taste. I read what I found and it was for fun. You read mostly for idle pleasure. I did not read for fun, nor was I cultivating my mind. I cannot imagine cultivating anything as a young boy. It is not my fault if I was not an erudite boy. Other boys had books and other boys had libraries. No, the whole country lacked books then. Comparatively few were published here, and they were borrowed with difficulty. There is no possible way I could have read good books. It was for pleasure that I read them, when I finally did. Today you read books. Yes, today I read books but there were no books when I was a boy, and I do not read books the way that other men read books. My taste, then, was juvenile. But you were like all the other boys. Sometimes you went to the library, but there was no library until much later. When I went to the library I would read the books that amused me. I had no taste when I was young. I had no books. It is not my fault if I read the lighter books, and that when I found them I read them with a juvenile fever. But you would read with no fever at all. You read on cool spring days, once there were books in Mr. Shaw's library. I read the books of the kindhearted Mr. Shaw because I was bright, and because he let me. This allowed me no social pleasure. He would return from a fashionable watering place and share with me his "loafing time" while I was trying to read. His particular doctrine did me no favors. He did little to nourish my mind. I was given the lightest literature while the other boys drowned in a great sea of social amusement. So long as I could endure the task, I passed long hours on cool spring days idly reading in the library of Mr. Shaw to the unhappy exclusion of whatever perfectly youthful enjoyment the other boys sought. The day came when I made an attempt to quit Mr. Shaw's company, but he said he would prefer it if I did not. I dropped my hand from the windowsill and returned to my desk. Although I can read, I do not read as well as I would like to. Those hours influenced my literary tastes.
Some men love wild animals. I am not one of those men. Animals have no place in my life, and I am not the type to say he prefers animals to people. That is not the sort of logic I agree with at all. I do not agree with the logic of animal-loving men. Nor are you the sort of man who would get along well with animal-loving women. There is something stunted about those kinds of women. I am not a stunted man, though I am a difficult man.”

 

 2104936-98691a3d24068d0fef9c3734ed994035.jpg
Sheila Heti (Toronto, 25 december 1976)
Kersttijd in Toronto

 

 

De Argentijnse schrijfster Tununa Mercado werd geboren op 25 december 1939 in Córdoba, Argentinië. Zie ook alle tags voor Tunana Mercado op dit blog.

Uit: In a State of Memory (Vertaald door Peter Kahn)

“In 1967, seven days after the death of Che Guevara, which so radically devastated our lives, and just before I was to embark on a trip to France for an extended stay, that same psychiatrist I have already mentioned, who had me in his group for three years and who so mercilessly dispensed with Cindal, seeing that I might founder in my transatlantic trajectory, allotted several hours of individual attention to me, during which I failed to utter a single word; alone, without the crutch of the group, I fell silent, I had nothing to say to my analyst, not one manifestation of the unconscious slipped out, not one dream, and he too re-mained silent during those two or three sessions, without my ever finding out what his evaluation of my psychiatric condition was, or whether through his silence he had condemned or ab-solved me, or if he simply had nothing to say; but in fact, sensing that I might not have the strength to survive the approaching changes, he gave me the address of a Swiss psychiatrist who spoke Spanish as a result of having lived and worked in Argen-tina; he told me that he was going to correspond with her on my behalf, and I went so far as to imagine that he was going to send along my diagnosis; the idea that I might have an existence as a case calmed me down a bit: my health, or my mental illness, had assumed a singular character. And it is not inappropriate to speak of a mental illness since it was constantly impressed upon us dur-ing our therapy sessions that we were there as mental patients. Once in France, realizing that I was indeed in no condition to bear up under such a "change," a euphemism used to designate a critical moment, I wrote the promised letter to the Swiss psy-choanalyst the very day after my arrival. I wasted no time; having barely unpacked my suitcases and those of my family, I began to write the letter in which I explained that until recently I had been the patient of doctor so-and-so and that he, for his part, would be writing soon regarding my case and that I wanted to meet with her to begin treatment. I suggested biweekly sessions and explained that I was living scarcely a hundred kilometers from Geneva, where she had her clinic, and that my idea was to make an initial trip just to review my sufferings with her. The letter was written, of course, in Spanish, not only because she had command of that language but also because I did not speak a word of French. I only knew how to recite a fragment of Nausea, by Sartre, which I had often read aloud and even committed to memory in the French class I attended for two weeks before leaving Buenos Aires.”

 

 2104936-9d64c2d53ea66dac186a1cedf54bc24f.jpg
Tununa Mercado (Córdoba, 25 december 1939)
Kersttijd in Córdoba, Argentinië

 

 

De Duitse schrijfster Sabine Kuegler werd geboren op 25 december 1972 in Patan in Nepal. Zie ook alle tags voor Sabine Kuegler op dit blog.

Uit: Dschungelkind

„Ich torkelte hinter Judith her. Kurz danach kam auch Christian zu uns. Wir standen und warteten, wussten nicht so recht, was wir machen sollten. Da hörte ich Papa in einer unbekannten Sprache Richtung Urwald rufen. Wir Kinder hielten gespannt Ausschau, was nun kam. Und kurze Zeit später sahen wir, wie mehrere Männer langsam aus dem Wald traten. Sie näherten sich uns leise, mit fast unhörbaren Schritten. Meine Geschwister und ich rückten vor Angst enger aneinander. Wir hatten noch nie solch wilde Menschen gesehen. Größer als die Eingeborenen der anderen Stämme, die wir bis jetzt keimen gelernt hatten, dunkelhäutig, mit krausem schwarzem Haar und vollkommen nackt. Teilweise bedeckten schwarze Straußenfedern ihren Kopf, lange, dünne Knochen zogen sich durch die Nasen; zwei davon zeigten nach oben, und einer ging quer durch die Nasenflügel. Über den Augenbrauen hatten sie zwei flache Knochen mit Baumrinde festgebunden. Sie trugen Pfeil und Bogen in einer Hand und Steinäxte in der anderen. Die Unbekannten umzingelten uns, starrten uns mit schwarzen, undurchdringlichen Augen an. Ihre Gesichter kamen mir gespenstisch und finster vor. Judith drückte meine Hand ganz fest, Christian versteckte sich hinter uns. Ich fühlte, dass meine große Schwester bald in Panik geraten würde, ihr Atem ging immer schneller. Mit ihren langen hellblonden Haaren zog sie die ganze Aufmerksamkeit der Krieger auf sich. Sie zuckte zurück, als einer von ihnen ihr Haar anfassen wollte. Ängstlich rief ich nach Papa. Als die Eingeborenen meine Stimme hörten, sprangen sie alle zurück. Da tauchte auch schon unser Retter auf. Papa redete mit den Männern wieder in jener Sprache, die ich nie zuvor gehört hatte. Danach wandte er sich zu uns und erklärte uns, dass dies Fayu-Männer seien, von der Stammesgruppe der Iyarike, und dass wir keine Angst zu haben brauchten. Sie seien nur neugierig, weil sie noch nie in ihrem Leben weiße Kinder gesehen hätten. Dann nahm Papa meine Hand und ging mit mir zu einem älteren Fayu-Mann. Er legte meine Hand in die des Fayu und sagte zu mir: »Das ist Häuptling Baou, der uns die Erlaubnis gegeben hat, hier zu wohnen.«

 

 2104936-d2f71e8f64ba0ae2030289ad0b41f03e.jpg
Sabine Kuegler (Patan, 25 december 1972)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Maarten Goethals werd geboren in Brugge in 1985. Zie ook alle tags voor Maarten Goethals op dit blog.

Uit: De bedelaar

“De bedelaar, in zijn gebroken uiterlijk, staat daarom –misschien zelfs meer dan ooit– voor alles wat deze maatschappij verfoeit. Voor vrijheid en autonomie. Voor diep wantrouwen tegenover het systemische karakter van het opgelegde leven. Voor totale onafhankelijkheid, in een tijdperk dat alles vastlegt. Voor vuiligheid, terwijl alles mooier wordt voorgesteld. Kiest hij daarom voor de drukke winkelstraten, met het blinkend glas, het flikkerend licht, de grote openingen, omdat hij de levende negatie daarop vormt? De bedelaar als dof en droevig, als lastig en gesloten, als onhandig en ongepast, en als principieel onaantastbaar –niet vatbaar voor biopolitieke strategieën en commerciële manipulaties.
Bovendien, een bedelaar komt ook nooit gelegen. Er is geen enkel moment dat zijn vraag naar hulp of geld of een goed woordje uitkomt. En al zeker niet als ik aan het winkelen ben, als ik spullen en diensten aanschaf ter mijner vervolmaking en aanvulling, als ik volledig het centrum vorm van die koopkracht, struinend in één van die paleizen van prulletjes. De bedelaar past niet in een economie die volledig draait op de utopie van de oeverloze zelfverheerlijking. In de bedelaar lopen alle perfide verkoopstrategieën mank, hij valt niet te manipuleren met goedkope praatjes en loze dromen. Dat maakt hem tegelijk extreem kwetsbaar en tegelijk extreem gevaarlijk, hij hanteert een levensstijl die, in zijn louter en schamel zijn, bolt van het wantrouwen en schokt van het cynisch schateren, om zoveel absurde schijn bij ons. De bedelaar spreekt daarom ieder van ons persoonlijk aan. In zijn algemeenheid, omdat hij van nergens specifiek komt en nergens naartoe gaat, raakt hij elk van ons –en eenmaal door hem aangekeken, raak ik in de knoei met mezelf: moet ik geven, of niet, en als ik geef, wat dan, doe ik dan voldoende, of maakt het allemaal weinig uit? Door de bedelaar ga ik ethisch aan het schipperen; hij knoeit met mijn referentiekader, en dat ervaart hij als zijn grootste verdienste –hij installeert in ons denken samen met de chaos ook de mogelijkheid van een nieuwe doordachte vrijheid.
Daarom leerde ik te lachen naar bedelaars, in een minimum aan dankbaarheid voor hun trots offer, voor ons geleden, al klinkt dat heel hebberig van mijn kant, toegegeven. Maar de gêne, het ongemak dat ik telkens voel bij het zien van hun rul kartonnen drinkbekertje of van de vlekken op hun handen, doet me uniek aan, want onvoorbereid, onstuimig, niet onderdrukt, oorspronkelijk –gêne en ongemak, misschien wel het enige authentieke als ik de winkelstraat in al mijn opgewondenheid doorkruis.”

 

2104936-ddc6b8d54612a764aac9a50ee1800d13.jpg
Maarten Goethals (Brugge, 1985)  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 25 december 2008 en eveneens mijn blog van 25 december 2007 en mijn mijn blog van 25 december 2006.

Geschreven door Romenu om 08:23 Reageer op dit bericht

Friedrich Wilhelm Weber, Alfred Kerr, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Christian Geissler, Ute Erb

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

Uit: Dreizehnlinden (Fragment)

Was die Linde mir erzählte,
Was der Eichenwipfel rauschte,
Wenn ich abends ihrer Blätter
Heimlichen Gesprächen lauschte;

Was die muntern Bäche schwatzten
Hastig im Bergunterrennen,
Wilde Knaben, die nicht schweigen
Und nicht ruhig sitzen können;

Was die Zwerge mir vertrauten,
Die in fernen Waldrevieren
Still in Spalten und in Klüften
Ihren kleinen Haushalt führen;

Was auf mondbeglänztem Anger
Ich die Elben lispeln hörte;
Was mich des ergrauten Steines
Moosumgrünte Inschrift lehrte:

Dies und was ich las in staub'gen
Lederbänden und in alten
Halberloschnen Pergamenten,
Will zum Liede sich gestalten.

Nebelbilder steigen dämmernd
Aus der Vorzeit dunkeln Tagen;
Wispern hör' ich ihre Stimmen,
Freudenlaute, Zürnen, Klagen;

Männer, die vor tausend Sommern
Durch den Nethegau geschritten,
Heidenleute, Christenleute,
Was sie lebten, was sie litten;

 

 2104877-61ee2d436a6606cdd59e0dc8c3fafee0.jpg
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
Cover

 

De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren. Zie ook alle tags voor Alfred Kerr op dit blog.

Uit: Berliner Plauderbriefe

“Die Lage bei uns
Das Einzige, woran in Berlin jetzt auffallender Mangel herrscht, sind die Kraftfahrzeuge. Wer es eilig hat, wird oft kleine Wutanfälle kriegen. Das Selbstbewußtsein der Fahrer jedoch, ehedem Chauffeure genannt, wird riesengroß, hoffnungslos. Man telefoniert aus der Wohnung an drei, vier Stellen, wo auf Anruf sonst immer ein Schnauferl zu haben ist. „Keens da!“ heißt die kühle Antwort. Sonst kommt es nach zwei Minuten angerattert. Auf der Straße oder in den Alleen des Grunewalds erblickt man endlich so ein Ding, man schwenkt den Stock, es hält, man eilt hin, – da tut so ein Mensch, als ob es eine Gnade sei, wenn er sich wirklich herbei läßt, jemanden durch eine Fahrt zu beehren. (…) Und wenn jemand nach allerhand unverdienten Ärgernissen solcher Art schließlich drin sitzt, wenn ihm die Fuhre bewilligt worden ist, beginnt es zu müffen, daß man Asthma kriegt. Mit welchen Riechstoffen die Fortbewegung zustande kommt, entzieht sich der Kenntnis des Laien – aber das hier verwendete Benzol scheint auf Rieselfeldern gewachsen und destilliert zu sein.
Nur solche kleinen Plagen spürt man in dem Berlin der Kriegszeit. Daß nachts fünf Minuten vor eins der Geschäftsführer eines Wirtshauses kommt und den Exodus der Versammelten in die Wege lenkt, wird nicht unangenehm empfunden. Daß der Preis des Bieres in die Höhe schnellt, muß ein vaterländisch Herz erdulden können. Daß die französischen Weißweine nicht ausverkauft sind, zählt beinah zu den Störungen und Unannehmlichkeiten, – denn ich glaube, dass diese auf Lager befindlichen Sorten in Folge von... weiser Behandlung nie alle werden. Wenn sie zum Schluß des Krieges immer noch auf Lager sind, werden sie bestimmt immer harmloser werden. Mancher fängt schon an, wie Bowle zu schmecken; aber ich will nichts gesagt haben... Im übrigen wird fast jedes französische Erzeugnis im Gebiete der eßbaren Speisen durch ein deutsches Produkt ersetzt. Fordere, lieber Leser, einen Camembert und du bekommst einen deutschen Käse dieses Namens, sein amtlicher Titel ist: Deutscher Camembert. Mancher geckige Gast rümpft hierüber „höhnisch und schnippe“ die kurzbärtige Oberlippe. Er weiß aber nicht, daß er zur Friedenszeit eben diesen selben Käse bloß ohne die amtliche Bezeichnung gegessen, geschmeckt und verdaut hat. Der Glaube macht selig ... Berlin ist nicht niedergedrückt, trotz manchem tragischen Vorfall. Deutschland ist nicht verzweifelt – trotz manchem Artikel unserer Gegner. Und was wir „entbehren“, entbehren wir gern. Bloß, offen gestanden, den Kraftfahrern möcht’ ich’s einmal eintränken …!“

 

 2104877-40ac78cd511ec8af92afe628360c1971.jpg
Alfred Kerr (25 december 1867 - 12 oktober 1948)
Breslau, Rynek met ijsbaan

 

 

De (Oost) Duitse schrijver Gerhard Holtz-Baumert werd geboren op 25 december 1927 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Gerhard Holz-Baumert op dit blog.

Uit: Die pucklige Verwandtschaft

„Willi brachte eine Zeitung mit, eine kleine. Anzeige darin: Sauna täglich von elf bis achtzehn Uhr, Admiralsbad, Bahnhof Friedrichstraße. Wir benutzten einen gemeinsamen Stadturlaub, um hinzugehen. Der Eingang zum Admiralsbad lag auf dem Hof, wir fuhren mit dem Fahrstuhl, stiefelten zur Kasse, zweimal Sauna, die Kassiererin sagte: Macht zusammen zehn Mark! Wir erschraken, fünf Mark, soviel betrug unser Wehrsold für einen Monat, doch wir zahlten. Wir waren stolz und neugierig, verlegen und großspurig. Man reichte uns ein großes flauschiges Handtuch, wie ich noch keins in der Hand gehabt hatte; man schickte uns durch lange Gänge. Eine offene Tür, wir blickten hinein, ein Friseursalon mit Stühlen wie beim Zahnarzt. Im Umkleideraum ein geräumiger Schrank, Badepantoffeln, höfliche Bademeister, die unser Zögern und Umhersuchen übersahen und uns bedienten, als wären wir Kommerzienräte.
(…)

Eine große Halle mit zwei Becken, einem kleineren, einem größeren, eingelassen in den Boden. Farbige Wände, weiße Stühle und Bänke an den Wänden; Türen, die irgendwohin führten. Eine öffnete sich, ein Dampfschwall wie draußen in Buchholz, heraus trat ein krebsroter Mann, wickelte sich in sein Tuch, auf der behaarten Brust baumelte ein seltsames Kruzifix. Das ist der Saunaraum, Mensch, los, rein! Willi wollte erst ein wenig schwimmen, wir stiegen in das kleine Becken und sprangen sofort wieder hoch, denn es war mit eiskaltem Wasser gefüllt. Mann, wohin sind wir geraten? Wir gingen schnell in den Saunaraum.“

 

 2104877-41d61801997f1403c14b4f16c55da724.jpg
Gerhard Holtz-Baumert (25 december 1927 – 17 oktober 1996)
Hier rechts bij de uitreiking van de Heinrich-Heine-Preis 1973, In het midden Sarah Kirsch.

 

 

De Engelse dichteres en dagboekschrijfster Dorothy Mae Ann Wordsworth werd geboren in Cockermouth, Cumberland, 25 december 1771. Zie ook alle tags voor Dorothy Wordsworth op dit blog.

Uit: Journals of Dorothy Wordsworth

„ALFOXDEN, January 20th 1798. The green paths down the hill-sides are channels for streams. The young wheat is streaked by silver lines of water running between the ridges, the sheep are gathered together on the slopes. After the wet dark days, the country seems more populous. It peoples itself in the sunbeams. The garden, mimic of spring, is gay with flowers. The purple-starred hepatica spreads itself in the sun, and the clustering snow-drops put forth their white heads, at first upright, ribbed with green, and like a rosebud when completely opened, hanging their heads downwards, but slowly lengthening their slender stems. The slanting woods of an unvarying brown, showing the light through the thin net-work of their upper boughs. Upon the highest ridge of that round hill covered with planted oaks, the shafts of the trees show in the light like the columns of a ruin.

21st. Walked on the hill-tops a warm day. Sate under the firs in the park. The tops of the beeches of a brown-red, or crimson. Those oaks, fanned by the sea breeze, thick with feathery sea-green moss, as a grove not stripped of its leaves. Moss cups more proper than acorns for fairy goblets.

22nd. Walked through the wood to Holford. The ivy twisting round the oaks like bristled serpents. The day cold a warm shelter in the hollies, capriciously bearing berries. Query: Are the male and female flowers on separate trees?

23th. Bright sunshine, went out at 3 o'clock. The sea perfectly calm blue, streaked with deeper colour by the clouds, and tongues or points of sand ; on our return of a gloomy red. The sun gone down. The crescent moon, Jupiter, and Venus. The sound of the sea distinctly heard on the tops of the hills, which we could never hear in summer. We attribute this partly to the bareness of the trees, but chiefly to the absence of the singing of birds, the hum of insects, that noiseless noise which lives in the summer air. The villages marked out by beautiful beds of smoke. The turf fading into the mountain road. The scarlet flowers of the moss. “

 

 2104877-82ad1692be86aed5fbdff27c11c7249c.jpg
Dorothy Wordsworth (25 december 1771 – 25 januari 1855)
Cover audioboek

 

 

De Amerikaans-Peruviaanse schrijver Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925 in São Paulo, Brazilië (volgens hem zelf) of op 25 december 1919 in Cajamarca, Peru (volgens zijn immigratiepapieren). Zie ook alle tags voor Carlos Castaneda op dit blog.

Uit: The Teachings of Don Juan: A Yaqui Way of Knowledge

“Anything is one of a million paths. Therefore you must always keep in mind that a path is only a path; if you feel you should not follow it, you must not stay with it under any conditions. To have such clarity you must lead a disciplined life. Only then will you know that any path is only a path and there is no affront, to oneself or to others, in dropping it if that is what your heart tells you to do. But your decision to keep on the path or to leave it must be free of fear or ambition. I warn you. Look at every path closely and deliberately. Try it as many times as you think necessary.
This question is one that only a very old man asks. Does this path have a heart? All paths are the same: they lead nowhere. They are paths going through the bush, or into the bush. In my own life I could say I have traversed long long paths, but I am not anywhere. Does this path have a heart? If it does, the path is good; if it doesn't, it is of no use. Both paths lead nowhere; but one has a heart, the other doesn't. One makes for a joyful journey; as long as you follow it, you are one with it. The other will make you curse your life. One makes you strong; the other weakens you.
Before you embark on any path ask the question: Does this path have a heart? If the answer is no, you will know it, and then you must choose another path. The trouble is nobody asks the question; and when a man finally realizes that he has taken a path without a heart, the path is ready to kill him. At that point very few men can stop to deliberate, and leave the path. A path without a heart is never enjoyable. You have to work hard even to take it. On the other hand, a path with heart is easy; it does not make you work at liking it.”

 

 2104877-3a50f03ef6cc5bd7f859e1f05779e4a3.jpg
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

 

De Engelse dichter William Collins werd geboren in Chichester op 25 december 1721. Zie ook alle tags voor William Collins op dit blog.

 

Ode on the Popular Superstitions of the Highlands of Scotland,
Considered as the Subject of Poetry

Home, thou return'st from Thames, whose Naiads long
Have seen thee ling'ring, with a fond delay,
Mid those soft friends, whose hearts, some future day,
Shall melt, perhaps, to hear thy tragic song.
Go, not unmindful of that cordial youth,
Whom, long endear'd, thou leav'st by Lavant's side;
Together let us wish him lasting truth,
And joy untainted with his destined bride.
Go! nor regardless, while these numbers boast
My short-lived bliss, forget my social name;
But think far off how, on the southern coast,
I met thy friendship with an equal flame!
Fresh to that soil thou turn'st, whose ev'ry vale
Shall prompt the poet, and his song demand:
To thee thy copious subjects ne'er shall fail;
Thou need'st but take the pencil to thy hand,
And paint what all believe who own thy genial land.

There must thou wake perforce thy Doric quill,
'Tis Fancy's land to which thou sett'st thy feet;
Where still, 'tis said, the fairy people meet
Beneath each birken shade, on mead or hill.
There each trim lass that skims the milky store
To the swart tribes their creamy bowl allots;
By night they sip it round the cottage-door,
While airy minstrels warble jocund notes.
There ev'ry herd, by sad experience, knows
How, winged with fate, their elf-shot arrows fly,
When the sick ewe her summer food forgoes,
Or, stretched on earth, the heart-smit heifers lie.

 

 2104877-e29db9bb9d1b46c655c96610b7d1256a.jpg
William Collins (25 december 1721 – 12 juni 1759)
Chichester's Market Cross

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Geissler werd geboren op 25 december 1928 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Christian Geissler op dit blog

Uit:Das Brot mit der Feile

“Aber im Laufe des Tages zogen sie viertausend Mann Polizei in der Stadt zusammen für diesen Obereumel aus Persien und seine Schnalle aus Neue Revue*, Flughafen elf Uhr zwanzig, Rathaus halb eins, bei drei über Ballin und Esplanade, Gorch Fock und Bismarck nach Landungsbrücken, und um vier Uhr kurz Flugzeugbau Finkenwerder, bei halb fünf die Schnellboote Teufelsbrück, und abends noch eben Staatsoper Dammtorstraße, Todeswalzer statt Auf in den Kampf, aber Ossi mit seiner Verbrechermütze hätten die Perserbullen aus Alsterdorf sowieso da nicht zwischen gelassen, weil die oben, die tun für die oben alles. Mit Maschinengewehren auf Dächern, mit Gabelstaplern gegen dein Auto, mit Bullenhubschraubern Plätze beschatten, Bahnkörper und Balkons, und extra damit nach Lübeck noch hingehuscht, für die Edelmieze die Edelsteinpuderdose zurückgeholt, die sie im Scheißhaus vergessen hat, und in Finkenwerder mit Froschmännern gegen Haftminen, und mit Vor-Zug mit Lokführer Griener gegen Sprengkörper auf der Strecke nach Lübeck über Bad Oldesloe, und mit sonst noch was gegen sonstwas, gegen jeden hier, gegen uns, gegen wen, egal, keine Ahnung.
Sowieso alles reichlich knapp Ahnung, die Jungs. Ahlers stand jetzt mittendrin, Stephansplatz, Demonstration gegen Reza Pahlavi.
Er hätte da gar nicht bleiben müssen mit seinem Wagen, aber er dachte, er wollte, er meinte, dass er da eingeklemmt war in der Klemme bei tausend Leuten, was willst du machen, wo kann ich hier raus, wohin denn und wo bin ich selber. Und auch wieder alles ganz flott hier, soweit. In Kleine und Große Theaterstraße, Drehbahn und Dammtorwall alles voll Bullen gestopft, Silberlitze und Flattermann, Waffen und Wagen, Knüppel und Sprechfunk und Pferde, »rechne ab Mittag mit Hindernissen«, hatten die Schweine im Bildhoroskop heute Morgen für ihn geschrieben, »nicht impulsiv handeln«, stand da, und sicher nicht nur für ihn, »und Streit vermeiden und um nichts kümmern, was dich nicht angeht."

 

 2104877-150749aea408f12cd65c52598226bfa6.png
Christian Geissler (25 december 1928 – 26 augustus 2008)
 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Ute Erb werd geboren op 25 december 1940 in Scherbach, nu Rheinbach, in de Voreifel. Zie ook alle tags voor Ute Erb op dit blog.

 

Winkelzüge (Fragment)

I
Draußen regnet der heilige Frühling.
- Wie aufgesperrte Schnäbel von Vogeljungen immer
die Regungen.
Mein Blick, unter den Regenstrichen
Signaltänze (seiner Winkel, Blickwinkel)
auf Laub und Baumkronen heftend,
dreht,
da er in die Vorstellung der verborgenen Nester zielt,
in die Geniste aufgesperrter Vogelschnäbel vor mir,
an jenem Punkt - seiner Zielgeraden, seiner Seh-Achse –
an dem er im grünen Innern der Baumkronen
die Vorstellung zeugt
mein Blick in die Vorstellung - dreht seine Herkunft um:
(Ver-)Hungern und Ersticken legen ihre einander fremden
(in einem Vergleich gegensätzlichen) Enden zusammen
und sperren gleichzeitig denselben Schnabel auf

 

 2104877-329b94016fbb942a98533d543b8bd761.jpg
Ute Erb (Scherbach, 25 december 1940)
Rheinbach, Hauptstraße in de kersttijd

Geschreven door Romenu om 08:16 Reageer op dit bericht

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 2104725-ce9d5f9216fa5348b9e62ec3d1b16319.jpg
Aanbidding der herders door Theodoor van Loon, ca. 1620

 

 

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind,
Im Kripplein eng und klein,
Das Kindlein ist ein Gotteskind,
Nennt erd' und Himmel sein.

Zu Bethlehem, da liegt im Stall,
Bei Ochs und Eselein,
Der Herr, der schuf das Weltenall,
Als Jesukindchen klein.

Von seinem gold'nen Thron herab
Bringt's Gnad und Herrlichkeit,
Bringt jedem eine gute Gab',
Die ihm das Herz erfreut.

Der bunte Baum, vom Licht erhellt,
Der freuet uns gar sehr,
Ach, wie so arm die weite Welt,
Wenn's Jesukind nicht wär'!

Das schenkt uns Licht und Lieb' und Lust
In froher, heil'ger Nacht.
Das hat, als es nichts mehr gewußt,
Sich selbst uns dargebracht.

Oh, wenn wir einst im Himmel sind,
Den lieben Englein nah,
Dann singen wir dem Jesukind
Das wahre Gloria.

 

 2104725-4879443a687090088e698f140f774607.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff, de geboorteplaats van Annette von Droste-Hülshoff

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:17 Reageer op dit bericht

Ingo Baumgartner, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Patrick Beck, Henriette Roland Holst, Dominique Manotti

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Adventmarktgewimmel

Ein Rentier hängt im Tannengrün,
der Weihnachtsmann steht frierend Wache.
Zwei Leuchtstoffelche klettern kühn
Fassaden hoch. Dort blinkt ein Stern,
er zuckt, sodass das Auge schmerzt.
Amerika ist auch nicht fern,
doch hör ich Jingle Bells ja gern.
Erheiternd alles – und ich lache.

Da schüttet mir ein junger Mann
den Glühwein auf die neue Hose.
Dann rempeln mich zwei Engel an,
sie grinsen gleichfalls vorgeglüht.
Ein Ellenbogen trifft mein Aug,
das mittelgroße Veilchen blüht
zu voller Pracht. Das Lachen müht,
selbst mit dem Sinn fürs Kuriose.

 

 

Im Weihnachtswald

Der Blick ist frei und klar wie selten,
das Himmelblau verblasst im Weiß.
Wie Wesen aus den fernsten Welten
stehn Tannen da voll Zapfeneis.

Ein Busch erweckt – in Reif gebadet –
Gedanken an ein Krippenbild.
Nur Restlaub ist es, doch was schadet
das Trugbild. Herzen werden mild

wenn Schein und Wirklichkeit sich mengen.
Mit Kindsein wirst du neu bedacht.
Im Wald der Heimlichkeiten drängen
sich Fee und Elf schon vor der Nacht.

Ein tiefer Frieden hüllt die Weite,
umfasst den Körper wie den Geist.
Des Christmonds milde, schöne Seite
ist Manna, das die Seele speist.

 

 2104723-1bea433c23129a7d7bab25fe5a76c14e.jpg
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Karel Glastra van Loon werd geboren in Amsterdam op 24 december 1962. Zie ook alle tags voor Karel Glastra van Loon op dit blog.

Uit:Ik zei de gek

“Na de wodkaperiode kwam de jenevertijd. Ronald Reagan ging, George Bush kwam, Lubbers bleef, in het Oostblok schaften de apparatsjiks het communisme af en deden zichzelf de staatsbedrijven cadeau. Voortaan reden ze in westerse limousines, voortaan waren alleen de mooiste callgirls mooi genoeg.
Victor zei: ,,The Kremlin goes kinky.''
Victor zei: ,,Bestaat Ruud Lubbers wel?''
We keken samen naar het groene vuurwerk boven Bagdad, naar de videogames van Norman Schwarzkopf, naar de heldendaden van onze jongens in de Golf.
,,De goalkeeper!'' riep Victor enthousiast. ,,We hebben dan wel geen scorende spitsen, maar we hebben wel: de goalkeeper!''
En we noemden hem liefkozend de Beer van de Meer, de Bolle van Zwolle, en later, toen uitkwam dat het ding al die tijd niet had gefunctioneerd: het Lek van PEC.
Jongens waren we, oudere jongens.
Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan Victor denk.
Er gaan dagen voorbij dat ik tamelijk gelukkig ben. Ik heb een huis, een vrouw, een auto, een kind - niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. Als ik over de hei fiets en een buizerd boven de bosrand zie zweven, als ik in bad zit met een glas whisky en een goed boek, als het kind slaapt en de haard brandt en we de liefde bedrijven op de bank, als het kind 's ochtends vroeg zachtjes in zichzelf zit te lachen, rechtop in haar bedje, ja, dan geloof ik wel dat ik gelukkig ben.
Volgens de buren ben ik een aardige jongen. En dat is ook een vorm van vooruitgang.
We vertelden elkaar graag sterke verhalen, Victor en ik.
Dan zei hij: ,,Toen ik vijf was ben ik eens weggelopen op het strand van Zandvoort. Er waren races op het circuit. Ik ben in een formule 3-bolide gestapt, ergens achteraf, waar de lucht zwaar was van benzinedamp en motorolie. Met mijn handjes om het stuur heb ik me in de race gemengd - en gewonnen, natuurlijk. Ze ontdekten me pas toen ik juichend over de finish ging. Die handjes boven de auto, die deden me de das om.''

 2104723-ff6b6580da7d150d9bde1bfb4ca052d4.jpg
Karel Glastra van Loon (24 december 1962 – 1 juli 2005)
Kersttijd in Amsterdam

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Dana Gioia werd op 24 december 1950 in Los Angeles geboren. Zie ook alle tags voor Dana Gioia op dit blog.

 

The Angel with the Broken Wing

I am the Angel with the Broken Wing,
The one large statue in this quiet room.
The staff finds me too fierce, and so they shut
Faith’s ardor in this air-conditioned tomb.

The docents praise my elegant design
Above the chatter of the gallery.
Perhaps I am a masterpiece of sorts—
The perfect emblem of futility.

Mendoza carved me for a country church.
(His name’s forgotten now except by me.)
I stood beside a gilded altar where
The hopeless offered God their misery.

I heard their women whispering at my feet—
Prayers for the lost, the dying, and the dead.
Their candles stretched my shadows up the wall,
And I became the hunger that they fed.

I broke my left wing in the Revolution
(Even a saint can savor irony)
When troops were sent to vandalize the chapel.
They hit me once—almost apologetically.

For even the godless feel something in a church,
A twinge of hope, fear? Who knows what it is?
A trembling unaccounted by their laws,
An ancient memory they can’t dismiss.

There are so many things I must tell God!
The howling of the damned can’t reach so high.
But I stand like a dead thing nailed to a perch,
A crippled saint against a painted sky.

 

 

Entrance

Whoever you are: step out of doors tonight,
Out of the room that lets you feel secure.
Infinity is open to your sight.
Whoever you are.
With eyes that have forgotten how to see
From viewing things already too well-known,
Lift up into the dark a huge, black tree
And put it in the heavens: tall, alone.
And you have made the world and all you see.
It ripens like the words still in your mouth.
And when at last you comprehend its truth,
Then close your eyes and gently set it free.

 

 2104723-0f6dc99679007fe49722103ca9dc6db2.jpg
Dana Gioia (Los Angeles, 24 december 1950)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Patrick Beck (ook wel Patrick Gorre) werd geboren in 1975 in Zwickau. Zie ook alle tags voor Patrick Beck op dit blog.

Uit: Das Haus

„Es kostete mich viele Jahre, ein Haus zu entwerfen, das all meine Anforderungen erfüllte. Ich weiß nicht mehr, wie viele Entwürfe ich gezeichnet, wie oft ich einen Entwurf geändert habe. Allein die Zeichnungen der Treppen füllen mehrere Kisten. Das Haus als Sphäre oder als Kugel – ich habe mir unzählige Formen vorgestellt, habe ihre Vor- und Nachteile bis ins letzte Detail geprüft. Gefiel mir ein Holz, war es nicht fest genug, das Dach zu tragen, war ich mit den Zahlen zufrieden, fehlte es den Räumen an Klarheit. Einige Entwürfe habe ich sogar gebaut und bewohnt. Ich musste sie abreißen, früher oder später, weil sich ein Mangel zeigte, den ich nicht übersehen konnte. Einmal stimmte alles, ich fand keinen Fehler, aber ich konnte in dem Haus weder wohnen noch arbeiten. Mit dem Haus, das ich zuletzt errichtete, war ich zufrieden. Hier hatte ich mein Leben eingerichtet.
Während eines Gewitters schlug ein Donner in mein Haus ein. Ich fand die Spuren des Blitzes. An der Seite eines Baumes waren Blätter und die Rinde abgesprengt. Wochen später hatte der Baum auch das übrige Laub verloren, er war längst tot. Ich hatte Glück, dass der Blitz das Haus nicht getroffen hatte. Mir wurde bewusst, wie viel geschehen konnte. Ein Sturm konnte die Scheiben einschlagen, eine Flut aus dem Boden heraufbrechen, und Eis konnte ebenso wie Sonnenstrahlen die feinen Strukturen in den Steinen auftrennen. Irgendwann wird mein Haus einstürzen, so, wie auch das größte Gebirge eines Tages verschwunden sein wird. Es begann schon: aus dem Laub, das die Dachrinne verstopfte, wuchs ein Baum. An ein Gebirge wagte ich mich nicht, aber das Haus verdiente es, bewahrt zu werden. Ich suchte nach Lösungen, und einige gelangen mir.”

 

 2104723-2b9f2b865b0fd821293c351bdd4e094d.jpg
Patrick Beck (Zwickau, 24 december 1975)
Kersttijd in Zwickau

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst-van der Schalk werd geboren op 24 december 1869 in Noordwijk. Zie ook alle tags voor Henriette Roland Holst op dit blog.

 

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten:
't geheim der sterken school altijd daarin,
dat zij zich instelden op lange drachte' en
intoomden d' ongestuime dadenzin.

Niet 't wachten der praatgragen zij het onze,
die, sprekend aldoor over wat zal zijn,
intussen inslurpen als grage sponzen,
met lijf en ziel de hete levenswijn,

maar 't dadenrijke wachten van wie maken
wachtend, zichzelven èn het levensveld
anders, wie niet uitstellen het ontwaken
tot een bazuinroep door de heuvlen zwelt.

Zij voor wie alle dage' en alle uren
de eeuwigheid breekt door de tijd
en die houden aldóór bij de kampvuren
zwijgende wacht, te gaan bereid.

 

 

De klank van mijn oude vleugel

De klank van mijn oude vleugel
wordt zwak en schril:
er is iets versleten
in hem, diep van binnen.
Er valt niets te herstellen,
er valt niets te beginnen:
tegen een doodlijk euvel
kan men niets beginnen.

De arme zwakke klanken
zullen ijler stijgen,
(waar bleef de sterke, volle
klank van hun jeugd?)
tot ten leste komt
het verlossende zwijgen,
voor het kreunen der smart en
de jubel der vreugd.

 

 2104723-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg
Henriette Roland Holst (24 december 1869 – 21 november 1952)
Standbeeld in Noordwijk-Binnen

 

 

De Franse schrijfster en historica Dominique Manotti werd geboren op 24 december 1942 in Parijs. Zie ook alle tags voor Dominique Manotti op dit blog.

Uit: Sombre Sentier

“- Vous connaissez un peu le milieu professionnel du Sentier ?
- Absolument pas. Depuis trois ans, je suis à la Financière, et je travaille sur les délits d'initiés à la Bourse. Ma présence ici, si j'ai bien compris, est le résultat d'un compromis dans les hautes sphères. Les uns veulent absolument qu'on assainisse le Sentier, pour ne pas laisser le terrain complètement libre à ceux qui revendiquant la régularisation des clandestins. Les autres pensent que c'est de la foutaise, et qu'il faut laisser tourner un secteur qui marche bien, et qui ne pourrait pas le faire sans clandestins. Alors ils se sont mis d'accord pour désigner quelqu'un, mais ils ont pris un jeunot naïf, qui n'y connaît rien, et qui a donc toute chance de se noyer. Voilà. C'est moi.
- Et vous, vous pensez quoi de cette affaire ?
- Moi, je suis là pour trouver, c'est la façon dont je considère mon métier de flic, et je peux vous dire que je vais me déchirer la gueule pour sortir quelque chose de ce merdier.
- Vous parlez curieusement, pour un costard-cravate.
- Je n'ai pas toujours été costard-cravate.
- Ah bon ? Et que faisiez-vous avant la Financière ?
- J'étais loubard.
Un temps de silence.
- Je voulais dire : que faisiez-vous dans la police avant la Financière ?
- C'est mon premier poste.
- C'est très indiscret de vous demander pourquoi vous êtes à la Financière ?
- Non, ce n'est pas indiscret. J'ai toujours eu la haine de ceux que vous appelez les costard-cravate. Et je ne veux pas taper sur les petits voyous de banlieue. »

 

 2104723-7d0fde87a47b22a20713cb2a1f2530c7.JPG
Dominique Manotti (Parijs, 24 december 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 december 2008 en eveneens mijn blog van 24 december 2007 en mijn mijn blog van 24 december 2006.

Geschreven door Romenu om 11:17 Reageer op dit bericht

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Konrad Wallenrod (Fragment)

Want als 't betaamt de wajdeloten te geloven,
Staat menigmaal op verlaten kerkhoven en weiden
In zichtbare gedaante de pest-jonkvrouw,
In wit gewaad, met vurige krans op de slapen.
Haar hoofd verheft zich boven de Bialowiez-se bomen1)
En in haar hand wuift ze een bloedige doek.
De wachters der sloten dekken hun ogen met de helm;
En de honden van de boeren graven hun snuit in de aarde,
Wroeten, ruiken de dood en huilen luguber.
De jonkvrouw schrijdt voort met onheilspellende tred
Naar dorpen, kastelen en rijke steden:
En zovele malen ze wuift met haar bloedige doek,
Zovele paleizen veranderen in woestenijen;
Waar ze haar voet zet, daar verrijst een vers graf.
Verderf-volle verschijning!... Maar groter verderf
Kondigde de Litauers van Duitse zijde
De glanzende helm met struisveren,
En de brede mantel, met zwart kruis!
Waar passeerden de schreden van zulk een spook,
Daar is niets het verderf van dorpen of burchten:
Een geheel land daalde ten grave!
O! wie een Litause ziel vermocht te bewaren,
Die kome tot mij, laat ons nederzitten op 't graf der volken,
Laat ons peinzen, zingen en tranen storten.

 

Vertaald door N. van Wijk

 

 2104717-4f57052e62164b5db45cd5938d5daf99.jpg
Adam Mickiewicz (24 december 1798 - 26 november 1855)
Konrad Wallenrod door Władysław Majeranowski, 1844

 

 

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Angelika Schrobsdorff op dit blog.

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem

„Aber Euphemia schien sich der Bedeutung der Zahl keineswegs bewußt zu sein: »Sechs Millio-nen, sagt man«, wiederholte sie triumphierend, »oder noch mehr!« In Israel sprach man nur von drei Millionen, darunter von vielen verdächtigen Sekten, die ge-droht haben sollen, in Jerusalem Massen-Selbstmord zu verüben oder, viel schlimmer noch, das muslimische Heiligtum auf dem Tempelberg, die Al-Aksa-Moschee, in Brand zu setzen. Vielleicht würden sie auch beides zusammenlegen, denn schließlich war Jerusalem prädestiniert, spannende Ereignisse und Endzeitkatastrophen zu produzieren. Doch der israelische Geheimdienst war den Sekten bereits auf der Spur und entschlossen, sie am Flugplatz abzufangen und dahin zurückzuschi cken, woher sie gekommen waren. Dies immerhin schien gelungen zu sein, denn nicht ein Sekten-mitglied, geschweige denn ein ganzes Rudel, hat sich hier umgebracht, was die hohen Erwartun-gen, die wir an den Jahrhundertwechsel gestellt hatten, erheblich enttäuschte. Auch die Anschaffung von Lebensmitteln, Mineralwasserflaschen in großen Mengen, Kerzen, Sturmlampen und Radios, die auf Batterie laufen, war umsonst gewesen. Meine Mutter-Freundin, Evchen, neunzig Jahre alt und nach wie vor positiv eingestellt, hatte mir dringendst geraten, mich mit diesen überlebenswichtigen Dingen einzudecken.
»Auch in den Zeitungen stand es«, erklärte sie, »und im Fernsehen wurde es gesagt.« Ihr Glaube an die Unfehlbarkeit der Medien war unerschütterlich. »Man soll auch alle Computer ausschalten«, fuhr sie fort, »denn wenn da was schiefgeht mit der Technik, explodieren sie.« »Nein, nein, das hast du falsch verstanden«, wagte ich, es selber nicht verstehend, einzuwenden, »da ist irgendein >bug<, der die Zahlen und Programme durcheinanderbringt, aber das heißt nicht….“
»Na ja, das sage ich doch«, unterbrach sie mich ungeduldig, »sie geraten durcheinander und ex-plodieren.«

 

 2104717-902117fc6f1e92db48eaa6131d564a5d.jpg
Angelika Schrobsdorff (24 december 1927 – 30 juli 2016)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook alle tags voor Stephenie Meyer op dit blog.

Uit: New Moon

“They were all waiting in the huge white living room; when I walked through the door, they greeted me with a loud chorus of "Happy birthday, Bella!" while I blushed and looked down. Alice, I assumed, had covered every flat surface with pink candles and dozens of crystal bowls filled with hundreds of roses. There was a table with a white cloth draped over it next to Edward's grand piano, holding a pink birthday cake, more roses, a stack of glass plates, and a small pile of silver-wrapped presents.
It was a hundred times worse than I'd imagined.
Edward, sensing my distress, wrapped an encouraging arm around my waist and kissed the top of my head.
Edward's parents, Carlisle and Esme--impossibly youthful and lovely as ever--were the closest to the door. Esme hugged me carefully, her soft, caramel-colored hair brushing against my cheek as she kissed my forehead, and then Carlisle put his arm around my shoulders.
"Sorry about this, Bella," he stage-whispered. "We couldn't rein Alice in."
Rosalie and Emmett stood behind them. Rosalie didn't smile, but at least she didn't glare. Emmett's face was stretched into a huge grin. It had been months since I'd seen them; I'd forgotten how gloriously beautiful Rosalie was--it almost hurt to look at her. And had Emmett always been so . . . big?
"You haven't changed at all," Emmett said with mock disappointment. "I expected a perceptible difference, but here you are, red-faced just like always."
"Thanks a lot, Emmett," I said, blushing deeper.
He laughed, "I have to step out for a second"--he paused to wink conspicuously at Alice--"Don't do anything funny while I'm gone."
"I'll try."
Alice let go of Jasper's hand and skipped forward, all her teeth sparkling in the bright light. Jasper smiled, too, but kept his distance. He leaned, long and blond, against the post at the foot of the stairs. During the days we'd had to spend cooped up together in Phoenix, I'd thought he'd gotten over his aversion to me. But he'd gone back to exactly how he'd acted before--avoiding me as much as possible--the moment he was free from that temporary obligation to protect me."

 

 2104717-bea3972b28af337281bc7ccc2d2f0b1c.jpg
Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)
Cover voor de soundtrack van de gelijknamige film uit 2009

 

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Tevfik Fikret op dit blog.

De Vissers (Fragment)

- Hij wil toch zelf; 'Blijf» thuis!' zegt hij...
- Ach, stel je voor,
Als ik nou sterf voordat hij terugkomt?..

De vrouw stokte bij deze laatste woorden
En verzonk in gedachten; de visser en zijn zoon keken tersluiks
Naar het door pijn veroorzaakte trillen van haar bleke lippen
En zwegen; zo spraken ze over de rampspoed die hen door het hoofd spookte.
Buiten nam de storm gaandeweg toe, met een wild gebulder
Deed hij de omgeving trillen Huilde hij...
- Hoe moet onze jongen morgen gaan?
Toen de dageraad begon te gloren, ging hij op weg alleen,
Aan de slag met de verknoopte, verstrikte, verrotte touwen
Van een oude boot; schuimend gaat de zee met dezelfde
Heftigheid tekeer en verbrijzelt de gezwollen zwarte spanten
Van het versleten booije... Ach honger, ach hoop!

Aan de wal riep een witte verschijning bovenop een steen
Terwijl hij met zijn hand leek te gebaren naar de open zee:
'Kom, je bestemming ligt op die golven, vaar!'
Het arme gebroken booije vaart, het vaart; 'Varen,
Dat is je bestemming!.. Steeds je oog op de wal... Vaar!'
Het vaart, maar hoe kan een oude, zieke boot zo'n
Verwoestende woede van het water weerstaan?..

In de verte de zee, thuis zieltoogt de wouw... zij sterft;
Aan de kant met de last van drie nachten waken,
Met de kwetsende zweepslag van alle ellende,
Bij een leeg verongelukt booije, staat de vader te wijzen
Met zijn vuist naar een plek in de verte en grimlacht;
Op zijn betraande gezicht duistere, verstikte vervloekingen...

 

Vertaald door S Sötemann

 

 2104717-56690b93744dabc993d9df5266dbc0a7.jpg
Tevfik Fikret (24 december 1867 - 19 augustus 1915)
Hier met zijn zoontje Haluk

 

 

De Engelse dichter en cultuurcriticus Matthew Arnold werd geboren op 24 december 1822 in Laleham, Middlesex. Zie ook alle tags voor Matthew Arnold op dit blog.

 

Stanzas From The Grande Chartreuse (Fragment)

Through Alpine meadows soft-suffused
With rain, where thick the crocus blows,
Past the dark forges long disused,
The mule-track from Saint Laurent goes.
The bridge is cross'd, and slow we ride,
Through forest, up the mountain-side.

The autumnal evening darkens round,
The wind is up, and drives the rain;
While, hark! far down, with strangled sound
Doth the Dead Guier's stream complain,
Where that wet smoke, among the woods,
Over his boiling cauldron broods.

Swift rush the spectral vapours white
Past limestone scars with ragged pines,
Showing--then blotting from our sight!--
Halt--through the cloud-drift something shines!
High in the valley, wet and drear,
The huts of Courrerie appear.

Strike leftward! cries our guide; and higher
Mounts up the stony forest-way.
At last the encircling trees retire;
Look! through the showery twilight grey
What pointed roofs are these advance?--
A palace of the Kings of France?

 

 2104717-fade9ba31eae09caa95eaefed7b086e6.jpg
Matthew Arnold (24 december 1822 - 15 april 1888)
Portret door George Frederick Watts, 1880

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 december 2008 en eveneens mijn blog van 24 december 2007 en mijn mijn blog van 24 december 2006.

Geschreven door Romenu om 11:16 Reageer op dit bericht

The Cultivation of Christmas Trees (T. S. Eliot)

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 2104684-4e476af612df420363f3a64620727e91.jpg
The Christmas Tree door Albert Chevallier Tayler, 1911

 

 

The Cultivation of Christmas Trees

There are several attitudes towards Christmas,
Some of which we may disregard:
The social, the torpid, the patently commercial,
The rowdy (the pubs being open till midnight),
And the childish — which is not that of the child
For whom the candle is a star, and the gilded angel
Spreading its wings at the summit of the tree
Is not only a decoration, but an angel.

The child wonders at the Christmas Tree:
Let him continue in the spirit of wonder
At the Feast as an event not accepted as a pretext;
So that the glittering rapture, the amazement
Of the first-remembered Christmas Tree,
So that the surprises, delight in new possessions
(Each one with its peculiar and exciting smell),
The expectation of the goose or turkey
And the expected awe on its appearance,

So that the reverence and the gaiety
May not be forgotten in later experience,
In the bored habituation, the fatigue, the tedium,
The awareness of death, the consciousness of failure,
Or in the piety of the convert
Which may be tainted with a self-conceit
Displeasing to God and disrespectful to children
(And here I remember also with gratitude
St. Lucy, her carol, and her crown of fire):

So that before the end, the eightieth Christmas
(By “eightieth” meaning whichever is last)
The accumulated memories of annual emotion
May be concentrated into a great joy
Which shall be also a great fear, as on the occasion
When fear came upon every soul:
Because the beginning shall remind us of the end
And the first coming of the second coming.

 

2104684-91c2e2708e1a40eaafe7580c8bd76af0.png
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Louis Missouri Arch. T. S. Eliot werd geboren in St. Louis

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn twee volgende blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:16 Reageer op dit bericht

H. C. ten Berge

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler H. C. ten Berge (Eig. Johannes Cornelis) werd geboren in Alkmaar op 24 december 1938. Ten Berge debuteerde in 1964 met de dichtbundel “Poolsneeuw”. Naast dichter is H.C. ten Berge ook essayist, prozaschrijver en vertaler. Ten Berge vertaalde onder meer werk van Ezra Pound. Zijn laatste roman, “Blauwbaards ontwaken”, werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Voor Ten Berge is dichten een vorm van onderzoek. Hij heeft een grote belangstelling voor natuurvolken als de Eskimo's en de Azteken. In 1967 richtte hij het tijdschrift Raster op, waarvan hij lange tijd de enige redacteur was. H.C. ten Berge ontving op 19 mei 2006 de P.C. Hooftprijs. Aan deze literaire prijs is een bedrag van 57.000 euro verbonden. De P.C. Hooft-prijs is toegekend aan zijn gehele oeuvre, dus ook zijn prozawerken, omdat de jury van mening was dat zijn poëzie onlosmakelijk verbonden is met zijn proza. De auteur heeft zijn roman “De stok van Schopenhauer” in eigen beheer uitgegeven omdat zijn uitgever en andere uitgevers het boek niet wilden publiceren. Het boek is inmiddels wel aan de tweede druk toe.

 

Winterzin

Een grijze lucht die urenlang
op sneeuwen stond,
zich inhield, schuchter toen
een handvol vlokken zond
als een belofte voor de nacht
waarin je wakend lag
te slapen tot de dageraad
het sneeuwen niet meer tegenhield
en je gonzend van geluk
de dag begon en uit het zolderraam
de eeuwen en de witbestoven akkers
naast de landweg overzag,
en er niets was dat die vervoering brak –

 

 

Hoe het is om nu te leven 

Hoe het is om nu te leven
te midden van

te midden van

geschonden geesten en verwarde vrienden
die ontheemd in eigen huis,
beroofd van al wat
breekbaar en waarachtig is,
de zweepslag van een nieuwe knechtschap incasseren.

Hoe het is om nu te leven –
door verleugening en kromspraak
uit de taal verjaagd te worden

knecht te zijn van hen
die ons zouden bedienen —

Tot monddode wezens vermalen,
door naamloze machten beheerst,
wordt ons de adem afgesneden,
wordt het mes ons op de keel gezet.

 

 

De andere slaap

 

Grijs licht, late zwanen in strakke vlucht
langs ijle belijning van wijkende bergen

op het hemelse paard uit fergana gekomen
en nu aan de rand van verstijfde moerassen

zuidelijk de weg die zich splitst op het herfstig plateau:
denkbeeld van damp om bereden nomaden,

flits van een trein roodbestoft uit de bergflanken brekend -
en laag, in het westelijke bekken, de gele dooier der zon.

door gidsen gebracht, slecht geoefend maar goed
uitgerust zit ik op mos tussen magere berken

ik por in de as van een stokoude stookplaats;
vochtige neusvleugels, wenkbrauwen borstelig van rijp

een vroege sneeuwhaas krijgt te laat lucht
van de azende vos

 

2199696-63e07d12579e786015e072660a0cca2c.jpg
H. C. ten Berge (Alkmaar, 24 december 1938)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten