Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 januari 2018 tot 9 januari 2018

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Inmiddels, vele aanslagen verder, na duizenden beelden van ontzielde lichamen, verwrongen ledematen en afgehakte hoofden, voorbij analyses, oproepen, aanklachten, Twitterruzies, overpeinzingen en verklaringen, is de herinnering aan dat gevoel vervaagd. En ik heb er inmiddels zelf ook passende woorden voor gevonden. De aanslagen in Parijs bevestigden bij mij een in de loop der jaren langzaam gegroeide gewaarwording, namelijk dat het wereldbeeld waarmee ik opgroeide op een fundamentele manier achterhaald is. En niet alleen het wereldbeeld — ook mijn beeld van de mens. Eenieder wordt grotendeels gevormd door zijn omgeving, door een cultuur.
Kort geschetst kun je zeggen dat ik volwassen werd in een tijd van vertrouwen en verwachtingen — verwachtingen over groei en gelijkheid, een almaar rationelere ordening van de wereld, geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, zoals die na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa hun beslag kregen. De mens, zo luidde de belofte, zou zich langzaam maar zeker losmaken van zijn eigen benauwde groepsgeest en zich verenigen met anderen op basis van gedeelde menselijkheid. Mannen en vrouwen zouden meer en meer gelijk worden. Minderheden werden eveneens geaccepteerd als gelijken. Nationalisme en andere vormen van agressieve groepsgeest zouden hopeloos gedateerd raken, net als religieus fanatisme. Alle geloof was op weg om zuiver cultuur te worden, een troostend ritueel, vooral voor eigen gebruik of een stukje humane gezamenlijkheid, zonder veel maatschappelijke impact. Grote problemen als honger, ziekte en armoede zouden met behulp van nieuwe technologie stukje bij beetje, stap voor stap de wereld uit geholpen kunnen worden. Het ging niet om een diep doorvoelde heilsverwachting. Het was geen grote ideologische overtuiging. Het sprak gewoon vanzelf.
Natuurlijk werd me, terwijl ik volwassen werd, ook geleerd dat het nog lang niet zover was. Er moest nog veel strijd geleverd worden, het einddoel was nog ver van ons verwijderd en misschien werd het wel nooit helemaal bereikt. Er waren genoeg kanttekeningen bij dat rooskleurige toekomstbeeld te maken. De mens werd heus niet goed geboren, zoals de dooddoener luidde. En iedereen had een duistere kant, zoals daar dan meestal enigszins zelfvoldaan aan toe werd gevoegd. Kunstenaars, las je in interviews en biografieën, vochten met hun demonen. Overal waren rellen, conflicten, oorlogen. En, dat wist je ook, er liepen nog genoeg mensen rond die zich dat vooruitstrevende, optimistische wereldbeeld niet eigen hadden gemaakt.”

 

 2109819-49070f824e4f626755fc9b0473d5991f.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Die Dunkelheit zwischen den Sternen

„Die Sonne ist eine Verräterin. Sie ist nicht schüchtern wie Misha, die ihre Augen senkt. Sie will nicht schlichten wie Housemother. Sie ziert sich nicht.
Sie streckt ihren schimmernden Finger aus und sagt hier, hier und hier. Hier, sagt sie, der zerfetzte Körper eines Fisches im Staub, Gewölk aus Insekten drumherum. Hier der Straßenhund: steif, zottelig, hungergesichtig. Die feuchte Nase als Wegweiser. Er ist noch am Leben, obwohl er es besser wissen müsste.
Wir kennen uns, wir beide. Wir gehören Kathmandu, seinen Pfaden, seinem Granatapfelrot. Wir haben viel gemeinsam. Wir können uns nicht entgehen und haben doch nichts voneinander.
Hier das hellhäutige Mädchen auf der Tafel, die an der Hauswand über den schiefen Balkonen befestigt ist. Das Mädchen auf der Tafel ist glücklich, weil es die süße Flüssigkeit trinkt, die prickelt und ein Feuerwerk auf der Zunge zündet. Daneben eine zweite Tafel: dasselbe Getränk, andere Farben. Anderes Mädchen. Aber auch hellhäutig. Auch glücklich.
Hier, hier und hier – die Motorräder, dunkel, grollend – , künstliche Bestien, die alles Leben und die Geister der Stadt wie Beute vor sich herjagen. Ich träume, ich werde auch eins haben. Es wird nicht mehr lange dauern. Ich werde mein Gesicht mit einem Tuch verhüllen und einen Helm und eine dieser Brillen tragen, die meine Augen auslöscht. Dann werde ich davonfahren. Staub wirbelt auf, und nichts bleibt zurück. Auch nicht die Erinnerung.
Ich werde Shakti mitnehmen. Sie wird kein albernes Kind mehr sein, das auf einem Bein hüpft und das Krokodil-Lied singt. Sie wird etwas anderes sein. Erwachsen. Und schön. Ja, sehr schön wird sie sein. Und glücklich, wenn ich sie mit mir nehme. Und die Bestie nur auf meine Befehle hört und uns fortträgt.“

 

 2109819-1af5e3e820f2efa43b3e3ce0c8eb04a2.jpg
Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit: Wessel te Gussinklo Bijna of met kleine vlaagjes wind opstak

“Toen hij de trap afkwam zag hij de zwartleren portemonnaie van zijn moeder op de kapstok liggen en meteen bonkte er iets in hem en hij bleef roerloos staan zonder dat hij precies wist waarom. Op slag was het van hem afgevallen; het gevoel van onbehagen, de verveling, het gevoel niets meer te herkennen.
Hij had zich de hele middag rusteloos gevoeld, gespannen alsof er iets ging gebeuren, of veranderen. Hij wist niet wat of hoe. Er ontbrak iets. Er was iets weg. De wereld was leeg en koud, niet zichzelf, alsof er onzichtbare stukken afgevallen waren. Ook hijzelf, hij paste niet meer. Hij kon het niet begrijpen.
Hij was op zijn bed gaan liggen en dacht aan de bijenzwerm die hij zou gaan houden. Maar er schoof iets tussen en hij bestond niet meer. En toen hij aan de boom dacht, zag hij hem niet. Ook het geheim was kleurloos (de afgezaagde tak in een bosje struiken, die hij had uitgehold en waarin hij een cent en een kettinkje gestopt had en toen een kurk erop, ingesmeerd met modder, zodat niemand het kon vinden. Alleen zijn beste vriendje, Hennie, mocht weten waar het was.) Hij dacht aan het riviertje dat door de regen gevormd werd in het park en dat hij overdekt had met takjes en daar graspolletjes op, zodat het een onderaards riviertje was geworden wat niemand kon zien, en niemand wist het, niemand wist het, niemand wist het...!
Meestal tintelde hij bij die gedachte. Of de uitleenbibliotheek: vier cent per boek. Allemaal stripverhalen die hij uit kranten geknipt had en door middel van ijzerdraadjes gebundeld: Erik de Noorman, Tekko Taks, Tom Poes, Kapitein Rob, Ketelbinkie, Panda... De bibliotheek zou steeds groter worden!
Het hielp niet. Alle warmte was uit de boekjes verdwenen. Als hij naar ze keek zag hij kleine onbelangrijke dingen met ijzerdraadjes en een bruin kaft, nietig, weerloos naast al die andere vormen en kleuren en dingen, die overal aan alle kanten tot in het oneindige bestonden. Ze waren alleen maar zichzelf: alleen papier, zonder dat daar ook maar iets aan toegevoegd bleek te zijn. En het waren nog niet eens echte boekjes, boekjes die je in een winkel kocht.”

 

 2109819-a44f4234005072a2f916b8d71bafd580.jpg
Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Standort

Wir leben in einer Stadt ohne Fluss, es gibt
Grenzen hier nur aus Wind
oder Regenschauern. Meine Schwester
ängstigt das nachts, doch es lässt sich
in unserem Haus nicht weinen, vielleicht
hülfe es ihr, vielleicht brächte es sie
um den Verstand. Es ist frostig
in ihrer Stimme. Ließen sich Entfernungen
ohne Fluss beschreiben, wären zum Wenigsten
die Ahnungen haltbar: Niemand
nähert sich unserem Haus und die Eltern
haben wir lang nicht gesehen.
Doch es gibt keinen Halt, diese Stadt ist
wie ein Schneerest im März. Nur der Wind,
der den Regen in seine Form treibt,
deutet ein Ortsende an. Unser Haus bleibt
von Eis bedeckt und verschwunden.

 

 

Geweihe

Das Spiel ist abgebrochen. Wie sollen wir
jetzt noch an Märchen glauben? Die Äste
splittern nachts nicht mehr, kein Wild,
das durch die Wälder zieht und das Gewitter
löst sich in Fliegenschwärmen auf. Gleichwohl,
es bleibt dabei: Das Jucken unter unsern Füßen
ist kein Tannenrest, kein Nesselblatt, wir folgen noch
dem Dreierschritt, den sieben Bergen und auch
dem Rehkitz Brüderchen und seiner Liebsten.
Erzähl mir die Geweihe an die Wand, erzähl mir
Nadeln in die Fliegen. Im rechten Moment
vergaßen wir zu stolpern.
Schneewittchen schläft.

 

 2109819-9ae055c7fbf97d6bd45336b8fad50eb7.jpg
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, dichter, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

 

Crematorium

Overal gedroogde bloemen
Soms een enkele narcis
Je hoort hier slechts het zoemen
Van het zakken van de kist

Je hoort ze angstig vragen
‘Verbranden ze die kist nu ook?’
Men noemt dan hoge bedragen
Die op zouden gaan in rook

Maar wat er werkelijk gebeurt
Is dit: beneden kom je bij de man
Die je gezicht zo gelig heeft gekleurd
Hij neemt je mee naar een duur restaurant

Waar je je rond mag eten
Op zijn kosten. Dan zegt hij
We gaan nu naar binnen. We heten
Je hartelijk welkom. Kom er bij.

Dan ga je plotseling een deur door.

 

 2109819-2e7652b7b6a712a416e7563e0da61295.jpg
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit:All The Dead Voices

“Around tea-time the call went out to the exercise yard in Cage Two that the news was coming on. We finished the lap and came in. I had just enough time to recognise the place where I had been a waiter four years earlier, in 1969. I watched the explosion on the black and white television, the outer walls of the bar being knocked inwards as if from a supernatural punch, followed by the top floors tumbling to the ground in a gasp of splintered joists, bricks, mortar and a cloud of dust. I wondered about the people with whom I had worked. The reporter stated that the place had been cleared after a warning and no one was injured.
The public bar had once attracted busmen from Oxford Street depot, dockers, sailors and stragglers, people at the Friday market, some young people hawking stolen record albums. At the turn of the century the lower and upper floors of the block had been a hotel (though I couldn’t fathom where the rooms had been) and the old name could still be discerned in moulding on the facade.
I had lost my job as a part-time waiter in the International Hotel when business slackened after Christmas and for the next few weeks had been looking for another job whilst I finished my studies. I had become use to having my own pocket money and was proud of contributing to the house. Late one afternoon I pushed through an ancient bubbled glass door which led into a dark and dingy public bar. Most of the clientele were elderly. Serving calls for pints of stout and ‘a wee Mundies’ was a middle-aged man with a mop of white hair and a cigarette hanging from his mouth.
He looked me up and down and must have noticed thatI was under-age.
‘What can I get you?’ he asked. I said I was looking for a job, any type of bar work. Some impatient customers at the end of the counter were bawling and he told me to take a seat, he would be with me in a minute.
I sat at a table. An old boy next to me pulled a pipe from his mouth and put down the evening newspaper. He squinted.
‘Did ya say ya were lookin’ for a job?’ he asked. Inodded. ‘This cunt can’t keep anybody. He’ll pay ya fuckin’ peanuts.’

 

 2109819-3c4be7e01e3668114b57228befcaa624.jpg
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)
Cover

 

 

De Ierse schrijver Brian Friel werd geboren op 9 januari 1929 geboren in Omagh, Noord-Ierland, in een katholiek onderwijzersgezin. Zie ook alle tags voor Brian Friel op dit blog.

Uit: Dancing at Lughnasa: A Play

„(He suddenly swings her round and round and dances her lightly, elegantly across the garden. As he does he sings the song to her.)
MAGGIE. (Quietly.) They're dancing.
KATE. What!
MAGGIE. They're dancing together.
KATE. God forgive you!
MAGGIE. He has her in his arms.
KATE. He has not! The animal! (She flings the paper aside and joins MAGGIE at the window.) MAGGIE. They're dancing round the garden, Aggie.
KATE. Oh God, what sort of fool is she?
MAGGIE. He's a beautiful dancer, isn't he?
KATE. He's leading her astray again, Maggie.
MAGGIE. Look at her face — she's easy led. Come here till you see, Aggie.
AGNES. I'm busy! For God's sake can't you see I'm busy! (MAGGIE turns and looks at her in amazement.)
KATE. That's the only thing that Evans creature could ever do well —was dance. (Pause.) And look at her, the fool. For God's sake, would you look at that fool of a woman? (Pause.) Her whole face alters when she's happy, doesn't it? (Pause.) They dance so well together. They're such a beautiful couple. (Pause.) She's as beautiful as Bernie O'Donnell any day, isn't she? (MAGGIE moves slowly away from the window and sits motionless.)
GERRY. Do you know the words?
CHRIS. I never know any words.
GERRY. Neither do I. Doesn't matter. This is more impor-tant. (Pause.) Marry me, Chrissie. (Pause.) Are you listening to me?
CHRIS. I hear you.
GERRY. Will you marry me when I come back in two weeks?
CHRIS. I don't think so, Gerry.
GERRY. I'm mad about you. You know I am. I've always been mad about you.
CHRIS. When you're with me.
GERRY. Leave this house and come away with —"

 

 2109819-9237504659b55d3025b5587271a7c3a0.jpg
Brian Friel (9 januari 1929 - 2 oktober 2015)
Scene uit een opvoering in Palm Beach, 2013

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit:Une mort très douce

« …La kinésithérapeute s'approcha du lit, rabattit le drap, empoigna la jambe gauche de maman : sa chemise de nuit ouverte, celle-ci exhibait avec indifférence son ventre froissé, plissé de rides minuscules, et son pubis chauve. " Je n'ai plus aucune pudeur ", a-t-elle dit d'un air surpris. " Tu as bien raison ", lui dis-je. Mais je me détournai et je m'absorbai dans la contemplation du jardin. Voir le sexe de ma mère : ça m'avait fait un choc. Aucun corps n'existait moins pour moi - n'existait davantage. Enfant je l'avais chéri ; adolescente, il m'avait inspiré de la répulsion inquiète ; c'est classique ; et je trouvai normal qu'il eût conservé ce double caractère répugnant et sacré : un tabou. Tout de même, je m'étonnai de la violence de mon déplaisir. Le consentement insouciant de ma mère l'aggravait ; elle renonçait aux interdits, aux consignes qui l'avaient opprimée pendant toute sa vie ; je l'en approuvais. Seulement, ce corps, réduit soudain par cette démission à n'être qu'un corps, ne différait plus guère d'une dépouille : pauvre carcasse sans défense, palpée, manipulée par des mains professionnelles, où la vie ne semblait se prolonger que par une inertie stupide. Pour moi ma mère avait toujours existé et je n'avais jamais sérieusement pensé que je la verrais disparaître un jour, bientôt. Sa fin se situait, comme sa naissance dans un temps mythique. Quand je me disais : " elle à l'âge de mourir ", c'étaient des mots vides, comme tant de mots. Pour la première fois j'apercevais en elle un cadavre en sursis… »

 

 2109819-75dac4996b014bac24ebaf6bcf2a5668.jpg
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

 

An Lukianos

Freund! Vetter! Bruder! Kampfgenosse!
Zweitausend Jahre - welche Zeit!
Du wandeltest im Fürstentrosse,
du kanntest die Athenergosse
und pfiffst auf alle Ehrbarkeit.
Du strichst beschwingt, graziös und eilig
durch euern kleinen Erdenrund -
Und Gottseidank: nichts war dir heilig,
du frecher Hund!

Du lebst, Lucian! Was da: Kulissen!
Wir haben zwar die Eisenbahn -
doch auch dieselben Hurenkissen,
dieselbe Seele, jäh zerrissen
von Geld und Geist - du lebst, Lucian!
Noch heut: das Pathos als Gewerbe
verdeckt die Flecke auf dem Kleid.
Wir brauchen dich. Und ist dein Erbe
noch frei, wirfs in die große Zeit!

Du warst nicht von den sanften Schreibern.
Du zogst sie splitternackend aus
und zeigtest flink an ihren Leibern:
es sieht bei Göttern und bei Weibern
noch allemal der Bürger raus.
Weil der, Lucian, weil der sie machte. -

So schenk mir deinen Spöttermund!
Die Flamme gib, die sturmentfachte!
Heiß ich auch, weil ich immer lachte,
ein frecher Hund!

 

 

‘s ist Krieg!

Die fetten Hände behaglich verschränkt
vorn über der bauchigen Weste,
steht Einer am Lager und lächelt und denkt:
"'s ist Krieg! Das ist doch das Beste!
Das Leder geräumt, und der Friede ist weit.
Jetzt mach in anderen Chosen -
        Noch ist die blühende, goldene Zeit!
        Noch sind die Tage der Rosen!"

Franz von der Vaterlandspartei
klatscht Bravo zu donnernden Reden.
Ein ganzer Held - stets ist er dabei,
wenn sich Sprecher im Saale befehden.
Die Bezüge vom Staat, die Nahrung all right -
laß Stürme donnern und tosen -
        Noch ist die blühende, goldene Zeit!
        Noch sind die Tage der Rosen!

Tage der Rosen! Regierte sich je
so leicht und bequem wie heute?
Wir haben das Prae und das Portepee
und beherrschen geduckte Leute.
Wir denken an Frieden voll Ängstlichkeit
mit leider gefüllten Hosen -
            Noch...
        Noch ist die goldene, die blühende Zeit!
        Noch sind die Tage der Rosen!

 

 2109819-ad52ddfa221f5a51d0cf1fe2de755fb9.jpg
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 - 21 december 1935)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 januari 2007 en ook mijn blog van 9 januari 2008 en eveneens mijn blog van 9 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Claudia Grehn, Leonardo Sciascia, Alfred Tomlinson, Gaston Miron, Vasyl Stus, Wilkie Collins, Roland Moed

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit:The Calligraphy of Dreams (Vertaald door Nick Caistor)

“She takes a few stumbling steps up the street, comes to a halt. She turns as if searching for support, and then, closing her eyes and crossing her arms over her chest, she kneels down, slowly folding her body into itself as if this offered her some relief or respite, and lies on her back on the tram tracks embedded into what remains of the old cobbled surface. Her neighbours and the few weary passers-by toiling along the upper end of the street at this time of day can scarcely believe their eyes. What can have got into this woman? Stretched out full length (not that this is saying much, in her case) her chubby knees, tanned from the Barceloneta beach, peeking out of her half-open housecoat, her feet in their satin slippers with grubby pompoms pressed tightly together: what the devil is she up to? Can it really be she intends to end her life under the wheels of a tram? "Victoria!" yells a woman from the pavement. "What are you doing, poor thing?" There's no response. Not even the blink of an eye. A small group of curious onlookers quickly gathers round the prone figure, most of them fearing they are the butt of some cruel hoax. An elderly man goes over and prods the woman's ample hip several times with the tip of his cane, as if unsure she is alive. "Hey you, what nonsense is this?" he mutters, poking her. "What on earth do you think you're doing?" Making tongues wag, as always, more than one of her woman neigh-bours must have been thinking: what wouldn't that slut do to get her man's attention? A blonde forty-something with flashing blue eyes, sociable by nature and very popular in the neighbourhood, the plump Sefiora Mir, who had been a Registered Nurse trained in the Falange College and now worked as a therapist and professional kinesiologist (as stated on her business cards) has forever given rise to gossip thanks to her daring hands, which give massages and soothe a variety of pains. Her ambiguous talents have encouraged many an amorous adventure, especially since her husband, a bullying, loud-mouthed former local councillor, has been shut away in the San Andres sanatorium since the end of the previous year. In the Rosales bar, Senora Mir's manual dexterity has always provoked mocking delight, if not cruel sarcasm, and yet to see her now, flat on her back in the middle of the street in a parody of suicide — or perhaps actually meaning it, led to this extremity by some mental disturbance, and looking so firm and resolute in her decision — to see her lying there in the stream, with her round, pale-complexioned face edged with curls and her bewildered lips smeared as ever with lipstick, was beyond their wildest dreams. She appeared so sure of her imminent, ghastly demise beneath the wheel that was coming to slice off her head that it was hard to credit that such determination, such a desperate urge could be based on a complete miscalculation.”

 

 2109516-870967368e968d139ee93a1e39d77020.jpg
Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

 

 

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Waldtraut Lewin overleed op 20 mei van het afgelopen jaar op 80-jarige leeftijd.Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Mauersegler

„Was war das nur für ein Traum? – Der letzte in einer ganzen Reihe von Träumen.
Sie sitzt auf einer Schaukel und unter ihr ist ein Abgrund. Die Stricke, an denen diese Schaukel befestigt ist, erscheinen brüchig, mehrfach geknotet, mit dünnen Stellen. Aber das macht nichts. Sie schwingt hin und her, wie sie es als Kind getan hat, um in Fahrt zu kommen, wirft die Beine vor und den Oberkörper zurück und fühlt, wie ihr Haar im Luftzug weht. Wenn die Seile reißen, springe ich vorher ab, denkt sie in ihrem Traum. Ich werde fliegen und sicher landen. Aber der Luftzug stört. Kalter Luftzug an ihren Schultern.
Sie blinzelt und macht die Augen gleich wieder zu. Es ist so blendend hell. Hell und kalt. Morgendliches Spätherbstlicht. Sie haben wohl mal wieder vergessen zu heizen. Der Kachelofen ist defekt, er wärmt das riesige Zimmer nur mangelhaft.
Sie zieht die Decke höher. Ihr Kopf ist wie in Watte gepackt, aber der Traum war sehr schön.
Wo sind die anderen? Und während sie sich diese Frage stellt, folgt gleich eine zweite. Welche anderen? Wer sind sie und wer bin ich?
Sie richtet sich auf. Plötzlich ist ihr schwindlig, sie muss den Kopf mit den Händen festhalten, damit er ihr nicht davonfliegt. Das Zimmer kreist, schwingt wie die Schaukel in ihrem Traum. Sie zwingt sich, die Augen zu öffnen.
Ja, das Zimmer kennt sie. Das große, helle, verkommene Zimmer mit der Stuckdecke und dem Ofen, den Rissen am oberen Kachelsims, mit den zusammengesuchten Möbeln aus verschiedenen Stilepochen und dem kleinen russischen Fernseher unterm Bücherregal. Der alte Schinken an der Wand, den sie schon lange wegschmeißen wollte, wenn es nicht ein altes Familienstück gewesen wäre. Übrigens Mädchen auf einer Schaukel. Vielleicht kam ihr Traum daher.“

 

 2109516-ed6975c5acd9fcb95bf32c7c0de93dd5.jpg
Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

 

De Duitse (toneel)schrijfster Claudia Grehn werd geboren op 8 januari 1982 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Claudia Grehn op dit blog.

Uit: Reicht es nicht zu sagen ich will leben

„JÜRGEN Kommt gestern einer zu mir-
BRIETZ Es gibt einiges, was du mir erklären musst, Jürgen.
JÜRGEN Von denen, die wir ans Telefon verlegt haben. Man tut ihnen keinen Gefallen, wenn man sie behält. Er hätte seine Überstunden nicht ausbezahlt bekommen. Noch von irgendeiner Leitung legen an der Universität. „Die 80 Überstunden sind morgen auf meinem Konto“ Wie bitte? Aber Überstunden gibt’s nicht mehr. Stimmt das, Bert?
BRIETZ Gemäß Arbeitsrecht seit März/
JÜRGEN Wusste ich’s doch und jetzt hör dir das an: Besteht der darauf, dass er das schwarz auf weiß haben will, und ich brav drucke aus und was seh ich: Dem wurden nicht einmal acht Stunden berechnet, sondern nur fünf! Das war dieser Pauschalauftrag an der Uni. Um auf ihren Achtstundentag zu kommen, hätten sie sich mal zusätzlich wo eintragen müssen. Keine Überstunden. Minusstunden steht hier. Da hättest du sein Gesicht sehen sollen. Denkt er hätte 80 Stunden im Plus, stellt sich raus, er ist 210 im Minus! Dieser Mund! Fertig sah der aus. Auf einen Schlag zehn Jahre älter.
GEORG Die Buchsen waren aus den 30igern, es war gemeingefährlich. Als der Lehrling wegen dem Jugendschutz nach 8 Stunden nach Hause durfte, bin ich noch allein geblieben. Ich verzichte auf diese Überstunden, aber ich will in die Montage zurück.
JÜRGEN Da gibts nichts zu verzichten. Herr Brietz, erklären sie es ihm bitte noch mal.
Herbert?
BRIETZ Wir haben Ihnen 100 Prozent Lohn ausbezahlt obwohl für die Leitung nur 70 Prozent einberechnet waren. Also fehlen auf dem Papier 30 Prozent Arbeitszeit.“

 

 2109516-70432ff8a3268c5857bdd83e81cf30cb.jpg
Claudia Grehn (Wiesbaden, 8 januari 1982)
Scene uit een opvoering in Leipzig, 2012

 

 

De Italiaanse schrijver en politicus Leonardo Sciascia werd geboren in Racalmuto, Agrigento op 8 januari 1921. Zie ook alle tags voor Leonardo Sciascia op dit blog.

Uit: Jedem das Seine (Vertaald door Arianna Giachi)

„Der Brief kam mit der Nachmittagspost. Als erstes legte der Briefträger wie üblich den vielfarbigen Packen der Werbeprospekte auf den Ladentisch, dann den Brief, so vorsichtig, als wäre zu befürchten, daß er explodierte: ein gelber Umschlag, auf den ein weißes Rechteck mit der aufgedruckten Adresse geklebt war.
»Der Brief gefällt mir nicht«, sagte der Postbote.
Der Apotheker sah von seiner Zeitung auf, nahm die Brille ab und fragte gereizt und neugierig zugleich: »Was ist los?«
»Ich sage, daß mir der Brief da nicht gefällt.« Mit dem Zeigefinger schob er ihn langsam über die Marmorplatte auf dem Ladentisch.
Ohne ihn zu berühren, beugte sich der Apotheker vor und betrachtete ihn. Dann richtete er sich auf, setzte die Brille wieder auf und schaute ihn noch einmal gründlich an.
»Warum gefällt er dir nicht?«
»Der ist heute nacht oder heute früh hier eingeworfen worden, und als Adresse ist ein ausgeschnittener Briefkopf der Apotheke draufgeklebt.«
»Stimmt«, bestätigte der Apotheker und starrte den Briefträger verlegen und beunruhigt an, als erwarte er von ihm eine Erklärung oder eine Entscheidung.
»Das ist ein anonymer Brief«, sagte der Briefträger.
»Ein anonymer Brief«, echote der Apotheker. Noch hatte er ihn nicht angefaßt, und schon ließ dieser Brief sein häusliches Leben aus den Fugen geraten, fuhr wie ein tödlicher Blitz auf eine nicht gerade hübsche, ein wenig verblühte, ein wenig nachlässige Frau nieder, die in der Küche gerade ein Zicklein zubereitete, um es für das Abendessen in den Ofen zu schieben.
»Die Unsitte der anonymen Briefe ist hier weit verbreitet«, sagte der Briefträger. Er hatte seine Tasche auf einen Stuhl gestellt und sich an den Ladentisch gelehnt. Er wartete darauf, daß der Apotheker sich entschloß, den Brief zu öffnen. Im Vertrauen auf das offenherzige, arglose Wesen des Empfängers hatte er ihn unangetastet abgeliefert, ohne ihn zuvor (selbstverständlich mit aller gebotenen Vorsicht) zu öffnen. Wenn er ihn aufmacht, und es handelt sich um einen Seitensprung seiner Frau, erfahre ich nichts. Ist es aber eine Drohung oder dergleichen, dann zeigt er ihn mir. Jedenfalls wollte er nicht fortgehen, ohne Bescheid zu wissen. Zeit hatte er ja.“

 

 2109516-3558ff7028e6172ed2db126731e212de.jpg
Leonardo Sciascia (8 januari 1921 - 20 november 1989)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Mushrooms

Eyeing the grass for mushrooms, you will find
A stone or stain, a dandelion puff
Deceive your eyes—their colour is enough
To plump the image out to mushroom size
And lead you through illusion to a rind
That’s true—flint, fleck or feather. With no haste
Scent-out the earthy musk, the firm moist white,
And, played-with rather than deluded, waste
None of the sleights of seeing: taste the sight
You gaze unsure of—a resemblance, too,
Is real and all its likes and links stay true
To the weft of seeing. You, to begin with,
May be taken in, taken beyond, that is,
This place of chiaroscuro that seemed clear,
For realer than a myth of clarities
Are the meanings that you read and are not there:
Soon, in the twilight coolness, you will come
To the circle that you seek and, one by one,
Stooping into their fragrance, break and gather,
Your way a winding where the rest lead on
Like stepping stones across a grass of water.

 

 2109516-6ba402f3f9df82d662733e72446b56ba.jpg
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 - 22 August 2015)

 

 

De Franstalige, Canadese dichter, schrijver en uitgever Gaston Miron werd geboren op 8 januari 1928 in Sainte-Agathe-des-Monts. Zie ook alle tags voor Gaston Miron op dit blog.

 

La marche à l'amour (Fragment)

a détresse n'est pas incurable qui fait de moi
une épave de dérision, un ballon d'indécence
un pitre aux larmes d'étincelles et de lésions
           profondes
frappe l'air et le feu de mes soifs
coule-moi dans tes mains de ciel de soie
la tête la première pour ne plus revenir
si ce n'est pour remonter debout à ton flanc
nouveau venu de l'amour du monde
constelle-moi de ton corps de voie lactée
même si j'ai fait de ma vie dans un plongeon
une sorte de marais, une espèce de rage noire
si je fus cabotin, concasseur de désespoir
j'ai quand même idée farouche
de t'aimer pour ta pureté
de t'aimer pour une tendresse que je n'ai pas connue
dans les giboulées d'étoiles de mon ciel
l'éclair s'épanouit dans ma chair
je passe les poings durs au vent
j'ai un coeur de mille chevaux-vapeur
j'ai un coeur comme la flamme d'une chandelle
toi tu as la tête d'abîme douce n'est-ce pas
la nuit de saule dans tes cheveux
un visage enneigé de hasards et de fruits
un regard entretenu de sources cachées
et mille chants d'insectes dans tes veines
et mille pluies de pétales dans tes caresses

tu es mon amour
ma clameur mon bramement
tu es mon amour ma ceinture fléchée d'univers
ma danse carrée des quatre coins d'horizon
le rouet des écheveaux de mon espoir
tu es ma réconciliation batailleuse
mon murmure de jours à mes cils d'abeille
mon eau bleue de fenêtre
dans les hauts vols de buildings
mon amour
de fontaines de haies de ronds-points de fleurs
tu es ma chance ouverte et mon encerclement
à cause de toi

 

 2109516-0f5c61aedc946aee58374d9bfe60e0d6.jpg
Gaston Miron (8 januari 1928 – 14 december 1996)

 

 

De Oekraïense dichter en schrijver Vasyl Stus werd geboren op 8 januari 1938 in Rakhnivka, in de provincie Vinnytsia Oblast. Zie ook alle tags voor Vasyl Stus op dit blog.

 

The Morning Augury (Fragment)

This dawn is like an even flare
of a night parachute that opened
and having lost its earthly gravitation,
hangs suspended above the world –
as if it changed its mind, decided to return
upward  (inertia of desire
completely drained this well-rounded flare
of blinded pain). The gray daybreak
has woken me with its disheveled wing,
and life was recollected as a dream.

… somewhere barked a dog, and it seemed that
the scroll of centuries has started to unroll
ever so slowly, and on the Mesolithic coil
it would not ease the linen for a while.
An ebony raven flew spread out
in the earth-ridden boundless sky
and the raven’s aimless flight was meant
to be a presage of apocalypse.

 

Vertaald door Oksana Maksymchuk en Max Popelysh-Rosochynsky

 

 

A Sinners Way To Paradise

While crawling through the needle's eye —
you'll be scratched like a dog in the brambles.
Almost everything stays with your clothing,
almost nothing — with you.
On this side, narrowed down to a crevice,
a graveyard of souls, flayed and dressed.
On this side — plentiful motley,
and you — utterly bare.
your shameful naked flesh.

In paradise they bound up with threads
Indignation appears in furrows,
and sorrow is furrowed.
On this side you become as newborn,
straightened out, head to toe.
On this side — one measure for all.
Everything slithers.

 

 2109516-c6447fae8b373f64aa7593a9d57b9b60.jpg
Vasyl Stus (8 januari 1938 – 4 september 1985)
Gedenkplaat op de universiteit van Donetsk met een inscriptie van fragmenten uit Vasyl Stus’ gedicht "Hoe goed is het dat ik niet bang ben voor de dood". 

 

 

De Britse schrijver Wilkie Collins werd geboren in Londen op 8 januari 1824. Zie ook alle tags voor Wilkie Collins op dit blog.

Uit: The Dead Secret

"Will she last out the night, I wonder?"
"Look at the clock, Mathew."
"Ten minutes past twelve! She HAS lasted the night out. She has lived, Robert, to see ten minutes of the new day."
These words were spoken in the kitchen of a large country-house situated on the west coast of Cornwall. The speakers were two of the men-servants composing the establishment of Captain Treverton, an officer in the navy, and the eldest male representative of an old Cornish family. Both the servants communicated with each other restrainedly, in whispers--sitting close together, and looking round expectantly toward the door whenever the talk flagged between them.
"It's an awful thing," said the elder of the men, "for us two to be alone here, at this dark time, counting out the minutes that our mistress has left to live!"
"Robert," said the other, "you have been in the service here since you were a boy--did you ever hear that our mistress was a play-actress when our master married her?"
"How came you to know that?" inquired the elder servant, sharply.
"Hush!" cried the other, rising quickly from his chair.
A bell rang in the passage outside.
"Is that for one of us?" asked Mathew.
"Can't you tell, by the sound, which is which of those bells yet?" exclaimed Robert, contemptuously. "That bell is for Sarah Leeson. Go out into the passage and look."
The younger servant took a candle and obeyed. When he opened the kitchen-door, a long row of bells met his eye on the wall opposite. Above each of them was painted, in neat black letters, the distinguishing title of the servant whom it was specially intended to summon. The row of letters began with Housekeeper and Butler, and ended with Kitchen-maid and Footman's Boy.”

 

 2109516-9ac348ca6cf71e41d6acd3d1fa7b3dc4.jpg
Wilkie Collins (8 januari 1824 – 23 september 1889)
Portret door Charles Allston Collins, 1853

 

 

De Duitse schrijver, schilder en beeldhouwer Roland Moed werd geboren op 8 januari 1961 in  Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Roland Moed op dit blog.

Uit: Wir Europakinder: Hesperiens Wandlung

„Menschen die uns für eine bestimmte Zeit begleiteten, denen wir dankbar sein müssen, dass sie uns hier an den heutigen Tag mit all seinen Erlebnissen geführt haben, selbst wenn damals alles absichtslos und nicht selten egoistisch erschien, keiner den anderen bedrängte, niemand forderte und keine Erwartung in einer Umarmung lag, die den anderen zu irgend etwas aufforderte und nur der gelebte Augenblick zählte, nur die Empfindung etwas Einzigartiges zu erleben, an einem Ereignis teilzunehmen für das es keine Beschreibung gibt, das nur aus dem Leben heraus existieren kann und alle Pläne, Vorsätze wie ein Kartenhaus zusammenstürzen, keine Hoffnung enttäuscht wird und der Wind das zerstörte Kartenhaus an anderer Stelle neu errichtet, es gegen Hoffnungen und Erwartungen kein Mittel, keine Arznei gibt, außer Gleichgültigkeit und Zufriedenheit, die jeden dazu verleitet mit stoischer Ruhe den Augenblick hinzunehmen, und sich alles in einem unendlichen Kreise dreht, die Wände im Haus meiner Mutter noch immer die gleichen sind, wie zu der Zeit als ich selbst noch Kind meine Ferien dort verbrachte, der Geruch der Tradition, der verblichenen Zeit eine dunkelbraune Schicht über das Holz legt, meine Großmutter und Großvater allgegenwärtig gleich aus der Türe herraustreten und nahtlos meine Mutter für unsere Kinder das Bild vom Haus der Großeltern erfüllt, sich kaum etwas geändert hat die Glocken wie zu allen Zeiten zur Messe läuten, es im April noch kalt ist, der wochenlange Regen die Erde aufschwemmt, die Kühe im Morast versinken, die spärlich scheinende Sonne sich auf der Wasseroberfläche der kleinen Seen und Pfützen spiegeln, während Stunden vergangen sind und dennoch der Eindruck entsteht du wärst hier im Raum, zumindest in unmittelbarer Nähe und ein leises Rufen würde dich herbei zitieren, würde deine Gestalt erscheinen die mir so vertraut geworden, deine Bewegungen, dein Geruch, deine Art zu sprechen, ja, selbst deine Gedanken mir nicht fremd sind, mich nicht mehr überfallen, wie noch am Anfang, als alles neu vor mir lag und ich mich erst einfinden musste, einfinden in ein Künstlerleben das mir so fremd entgegen trat,…“

 

 2109516-b86ece90c5cb568d10e18b48c89f1f8a.png
Roland Moed (Frankfurt am Main, 8 januari 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 8 januari 2007 en ook mijn blog van 8 januari 2008 en eveneens mijn blog van 8 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten