Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 januari 2018 tot 26 januari 2018

Jos van Daanen, Menno ter Braak, Nora Gomringer, Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Bhai, Lode Baekelmans, Michiel van Rooij, Martijn den Ouden

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

 

Soldaat in eigen huis

Hoe voelde dat voor je,
soldaat in eigen huis
in oorlog met de werkelijkheid
bevelen opvolgen van je meerderen
die in je elpees woonden?

Wist je nog wel pacifist
voor wie je moeite deed,
voor wie je aan het front streed
dat elke ochtend oprukte
tot aan je bed?

Was je bang toen je boos was,
verdrietig toen het er niet toe deed?

Wie maande je om niet te deserteren,
beval je om je helm af te zetten,
schoot je door je hoofd?

 

 

De man aan de kade

Er hangt een man aan de kade,
handen aan het stenen randje,
gezicht naar de muur.
Zijn voeten zoeken op het water
naar steun, maar zijn al moe.

Soms kijkt hij een beetje schuchter
over zijn linkerschouder
stroomafwaarts naar de zee
en denkt hij: ik hoef maar tot daar,
minder nog dan tien minuten lopen.

 

 2114661-3253bfe96933f453e481e35c282b8755.jpg
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

 

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit:Het lezen van poëzie

“Mijn dankbaarheid jegens de poëzie in het algemeen is niet zeer groot. Dat ligt minder aan de poëzie dan aan de woordenzwendel, waarmee men haar placht en pleegt te omgeven. Er is in Nederland zoveel getheoretiseerd over het schoon van verzen, dat men zich als redelijk mens wel moet afvragen, welke grond er kan zijn voor al die theorie, als toch (volgens de theoretiserenden zelf!) onze poëzie zoo phaenomenaal in bloei is geweest, dat zij wel voor zich zelf zou kunnen spreken. Men begrijpe mij wel: ik loochen die bloei allerminst, maar ik sta er enigszins plantaardig tegenover; de vele verheven commentaren over het ‘wezen’ en de ‘magie’ der dichtkunst heb ik voor mij niet nodig om aan een bloeiperiode te geloven, evenmin als ik daaraan behoefte heb tegenover het thans weder alom ontluikende speenkruid. Wij zijn doorgaans weinig eerlijk tegenover onszelf, wanneer wij over het lezen van poëzie spreken. Niemand durft ronduit een beschrijving te geven van de wijze, waarop hij die poëzie eigenlijk geniet. Men kan echter onmogelijk poëzie lezen, zoals men een roman of een essay leest; daartegen verzet zich het ‘bezwerende’ karakter van het gedicht (ik denk nu aan het korte gedicht, dat volgens Poe de enig-mogelijke vorm van poëzie is), daartegen verzet zich ook de afgeronde vorm, die met de continuïteit van het romanproza en het essayistisch betoog maar betrekkelijk weinig uitstaande heeft. De wijze, waarop men een gedicht opneemt, is in veel opzichten meer verwant aan het zien van schilderijen dan aan het lezen van boeken. Men leest eigenlijk geen vers; men leest het hoogstens over; daarna behoort het in ons gevloeid te zijn als een geheel en voor ons te staan als een beeld. Alle poëzie, die poëtisch effect heeft, is een verbinding van (meestal niet overheersende) logische gedachtencombinaties met de toets van het op één moment aansprekende beeld. Bijna had ik gezegd: anders is zij geen poëzie, maar de herinnering aan de stoute beweringen van de zendelingen der ‘poésie pure’, doet mij nog juist bijtijds zwijgen. Ik geef deze observatie dus niet als een recept, maar als een persoonlijke indruk.”

 

 2114661-86d83aac9baf6d8e28b6c4462f932d14.jpg
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
Cover

 

 

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zie ook alle tags voor Nora Gomringer op dit blog.

 

Versionen

und
ein Boot legt an
Böcklin malt ein Boot, das anlegt,
umschattet,
soghaft.
Ein Bootsmann, namenlos,
allzu willig, sich preiszugeben.
Hitler besaß eine Version,
Utoya wurde eine
Insel
umschattet,
soghaft.
Ein Boot legt an,
an Bord ein Tod
ein Übergangsadvokat
Böcklin malt ein Boot, das anlegt.
Ein Bootsmann namenlos,
Versionen von Breivik.
An Bord ein Tod,
friedlos,
umsogen,
schattenhaft,
schemenlos,
eine Insel
und

 

 

Hab vergessen

Hab vergessen
Zu benennen wie die Straßen
Die Dingen auf denen die Tassen
Im Regal dort hinten in der Auffahrt
Steh ich nackt
Die Haare offen trag ich deinen Ring
Kommt ein Mann täglich
Wie ein wie heißen die
Will mich Kindlein wiegen
Streichelt über meine Wange denk ich
Mörder du Dieb Sie lassen Sie das
Bitte weitermachen unablässig
Riech ich nach Arnika alte Frau
Rufen sie mir zu ich frage sie
wen meint ihr damit
Steh ich nackt in der Auffahrt
Hab vergessen

 

 2114661-dbcf02db96c4a1b99280c43a6676b5fc.jpg
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: Bones of the Moon

« The Axe Boy lived downstairs. We were friendly because he was forever walking an ugly little dog I patted when I bumped into them in the hall.
As you've seen from the pictures, he was nothing special to look at. The only odd thing I noticed was his eyeglasses: they were almost always dirty—that foggy, smudged look which makes you want to take out your own hanky and give them a good cleaning.
"A good boy." Why do newspapers always use terms like that? "Everyone who knew him thought of the murderer as a good boy who loved his parents, was a member of the Eagle Scouts and spent his spare time collecting Asian stamps."
Even my wonderful husband Danny said that after most of the grisly details came out. "He seemed like a good kid, didn't he, Cullen? ‘Axe Boy'? Jesus, what a thing to call someone!"
"Danny, our young friend ‘Axe Boy' Alvin Williams chopped his mother and sister into pieces exactly one floor below our apartment. A good boy he is not."
Danny had that quality and most of the time I loved him very much for it: the world is to be forgiven. Axe Boys, dogs that shit in the middle of the sidewalk, dangerous drivers…they know not what they do.
I forgive nothing. If you stole my orange crayon in the fifth grade, you're still on my hit list, buster.
We were eating breakfast and Danny was reading the story to me from the paper. The thought of that murderous creep snoozing below us not long before still made my fanny tingle.
"He says he didn't know what came over him."
"Oh, really? Well, I hope the next thing that comes over him is a noose!"
"Cullen, you've interrupted me four times since I began reading this article to you. Would you like me to go on, or would you rather do a monologue?"
But he smiled when he said this because he wasn't really angry. When Danny got angry, he became quiet. Then you ran and hid under the bed for a very long time until he spoke again.
"You can go on, but he doesn't deserve any sympathy."

 

 2114661-ffe5ce68400f3ee56557210c628c0c24.jpg
Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

Der Himmel hängt voll Geigen

Wir genießen die himmlischen Freuden,
Drum thun wir das Irdische meiden,
Kein weltlich Getümmel
Hört man nicht im Himmel,
Lebt alles in sanftester Ruh;
Wir führen ein englisches Leben,
Sind dennoch ganz lustig daneben,
Wir tanzen und springen,
Wir hüpfen und singen,
Sanct Peter im Himmel sieht zu.

Johannes das Lämmlein auslasset,
Der Metzger Herodes drauf passet,
Wir führen ein gedultigs,
Unschuldigs, gedultigs,
Ein liebliches Lämmlein zum Tod.
Sanct Lucas den Ochsen thut schlachten,
Ohn einigs Bedenken und Achten,
Der Wein kost’t kein Heller
Im himmlischen Keller,
Die Engel, die backen das Brod.

Gut Kräuter von allerhand Arten,
Die wachsen im himmlischen Garten,
Gut Spargel, Fisolen,
Und was wir nur wollen,
Ganze Schüssel voll sind uns bereit
Gut Äpfel, gut Birn und gut Trauben,
Die Gärtner, die alles erlauben.
Willst Rehbock, willst Hasen?
Auf offner Straßen,
Zur Küche sie laufen herbei.

Sollt’ etwa ein Fasttag ankommen,
Die Fische mit Freuden anströmen,
Da laufet Sanct Peter
Mit Netz und mit Köder
Zum himmlischen Weiher hinein;
Willst Karpfen, willst Hecht, willst Forellen,
Gut Stockfisch und frische Sardellen?
Sanct Lorenz hat müssen
Sein Leben einbüßen,
Sanct Marta die Köchin muß seyn.

Kein Musik ist ja nicht auf Erden,
Die unsrer verglichen kann werden,
Eilftausend Jungfrauen
Zu tanzen sich trauen,
Sanct Ursula selbst dazu lacht,
Cecilia mit ihren Verwandten,
Sind treffliche Hofmusikanten,
Die englische Stimmen
Ermuntern die Sinnen,
Daß Alles für Freuden erwacht!

 

 2114661-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Bettina und Achim von Arnim-Museum, Künstlerhaus Schloss Wiepersdorf

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

Prem-sangit
(Liefdes-Muziek)

Are Maha-sagar!
kwaad
noch
goed zijt Gij
Uw
uitgestrektheid
vormt ons scheiden.
Toch
is
zij in mij,
ben ik in haar.
Twee zijn wij één.
Gelijk
de gapend' aardwond
en 't water
d'oceaan.

 

 

Mamta
(Moederliefde)

Buiten ritselen de bladeren,
Een zachte wind speelt
rondom het huis.

Binnen zit een vrouw
De handen gevouwen op haar schoot,
Kijkt stil tevreden voor zich uit....

Haar gedachten gaan
naar hen, die zijn
doch niet bij haar,
maar wel ìn haar
aanwezig zijn.

 

 2114661-9d2b7e464f4a33aa4e7cc997fa087eb5.jpg
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)
Het standbeeld van Kwakoe in Paramaribo, ter herdenking van de afschaffing van de slavernij.

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Baekelmans werd geboren in Antwerpen op 26 januari 1879. Zie ook alle tags voor Lode Baekelmans op dit blog.

Uit: Herinneringen

“In ‘De Paardenwei’, waar de vloer een trede lager lag dan de straat, rook het naar bier en fijne zware en naar de stal, die aan de gelagzaal paalde. Op schabben tegen de wand waren de prijzen voor een lief dadigheidstombola tentoongesteld: postuurkens, schouw- en lavabogarnituren, gleiswerk. Als kind was ik steeds bekommerd om te weten wanneer al die fraaiigheden zouden verloot worden. Mijn vader kocht telkens loterijbriefjes, maar iets winnen deed hij niet.
Aan de Paardenmarkt lagen grote herenhuizen. Voorbij ‘De Paardenwei’ woonde de huidenkoopman Königs-Gunther en aan zijn magazijn rook men ongelooid leder. Tussen het knechtjeshuis - nu de Nijverheidsschool - en het koopmanshuis is nu nog een tehuis voor oude vrouwen. Het knechtjeshuis was toen nog als jongensweeshuis in gebruik.
Even een paar huizen nog scheiden het van de Rodestraat. Ik leerde de straat ontdekken, wanneer ik als kind met de meiden de wekelijkse was naar de bleek vergezellen mocht. De huisjes rond het grasplein in Sint Blasiusgodshuis of in het godshuis der Zeven Bloedstortingen hadden bloempotten voor de ramen en langs de geveltjes werden Spaanse kers en ‘bonjourmadammekens’ langs touw en latwerk opgeleid.
Het was er zalig stil, rook naar frisse was en besproeid gras. Hier was alle drukte verbannen. De wijvekens fezelden er onder elkaar en de ventjes hadden enig knutselwerk of rookten gezapig de pijp, keken de wolken na of de rook die uit schouwen opsteeg. Tegen de muren hingen vogelkooien met vink of kanarie. De fijne zware mocht me nog zo erg de keel prikken of een hoestbui bezorgen, toch was ik geboeid door het knutselwerk en volgde Jeannette of Bertine maar met lome schreden. Een van beiden heeft me meegenomen naar het Begijnhof tegen de Ossenmarkt. We hebben er langs de straatjes geslenterd over kinderkopjes van keien... Een besloten stadje leek het me toen. Ik had er lang kunnen dwalen, nieuwsgierig en onbekommerd. Maar de meid meende, dat we ons verlaat hadden en we holden dan maar de straten door tot we buiten adem waren. Het mocht niet helpen, want mijn; geestdrift over de ontdekkingen was zo groot, dat ik het niet zwijgen kon.
Aan de overzijde waren de zusters Apostellinen gevestigd. De tuin vormde de hoek met de Rijnpoortvest. In de papschool, dat wisten wij wel, moesten de kleuters op bevel met de klepper bidden, zingen, slapen en wat er verder nog te pas kwam.”

 

 2114661-b59f5f69494cc0f5074e35c4ab070126.jpg
Lode Baekelmans (26 januari 1879 - 11 mei 1965)
Knechtjeshuis en Stedelijke Nijverheidsschool aan de Paardenmarkt in Antwerpen

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Michiel van Rooij werd geboren in Eindhoven in 1982. Zie ook alle tags voor Michel van Rooij op dit blog.

 

Cafe Bar Glaciar, Plaza Real

Geheel verteerd door bier en sigaretten.
Door het dreunende leven. De muziek
die alles overstemt. Emmers droevige
gedachten .

In een bar in Barcelona, zo rond een
uurtje of acht. Zo’n tussentijd geschikt
voor grote woorden die God weet wat
moeten uitdrukken.

Het stille geluk dat je niet wil vergeten.
deze woorden die anders in je keel zouden
blijven steken bewijzen dat woorden

 

 2114661-9270a5f4a0881772a4b15ee1f7af8204.jpg
Michiel van Rooij (Eindhoven, 1982)

 

 

De Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Martijn den Ouden werd geboren in Nieuw-Lekkerland in 1983.Zie ook alle tags voor Martijn den Ouden op dit blog.

 

de winter is een vals wijf zonder kleren
met een eng dun gerimpeld lijf
een koude adem
en een lage hartslag

ze heeft op alles iets aan te merken
zelfs op de manier waarop je je tanden poetst
en hoe je daarbij jezelf aankijkt in de spiegel
kan anders
verfijnder
strenger
ernstiger
meer volwassen

 

 2114661-f036ca8bf971b73dac0b8ba93961f9e7.jpg
Martijn den Ouden (Nieuw-Lekkerland, 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 jauari 2016 en ook mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008 en eveneens mijn blog van 26 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

VSB Poëzieprijs 2018 voor Joost Baars

 

VSB Poëzieprijs 2018 voor Joost Baars

De VSB Poëzieprijs 2018 is gewonnen door de Nederlandse dichter Joost Baars. Baars nam de prijs en het bijbehorende geldbedrag van 25 duizend euro gisteren in ontvangst in Den Haag uit handen van juryvoorzitter Maaike Meijer. Naast "Binnenplaats" van Baars waren ook "Nachtroer" van Charlotte Van den Broeck, "Vonkt" van Marije Langelaar, "Ja Nee" van Tonnus Oosterhoff en de bundel "Leger" van Mieke van Zonneveld genomineerd. Joost Baars werd geboren op 2 oktober 1975 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Joost Baars op dit blog.

 

kosmologie van het tapijt

daar opende zich onder haar in wat genoemd was het tapijt een wormgat

daar taalde de materie naar die als vanzelfsprekend haar omgaf
kamer tafel laminaat lamp boekenkast
en cel voor cel het weefsel waarin ze was vervat

ze greep zich aan de polen vast

daar in die zwaartekracht waar wat genoemd is zwaartekracht
en dat ons grondt aan wordt ontleend
als een magnetisch veld rond de planeet
dat er uiteindelijk niet tegen is bestand

daar 112’de ik de taal die ik nog had
het adres (en er was)
een ambulance (en er kwam)
het is haar hart (ze was er nog)
dat wegvalt (wormgat)

daar klonk een stem en er was tijd
genoeg voor wat zich daar voltrekken moest

daar lag ze op het vloerkleed als een pasgeboren baby’tje
dat naamloos op haar noemer wacht

 

 

dode hond

ik loop op een eiland genaamd dode hond
en denk aan mijn broer

die op een snikhete dag
zijn auto op slot deed

en daarbij zijn hondje vergat.
dode hond heet zo omdat

er een hond ligt begraven. toen ik klein was
hoorde ik ooit het gejank

van een krolse kat, hield die hartverscheurende klank
voor gehuil van mijn broer, liep door de nacht

naar zijn kamer, deed de deur open en zag
dat hij sliep, dat

hij het niet was. dode hond

is een kunstmatig eiland,
net als mijn kamer in het huis waar wij opgroeiden,

net als mijn broer,
net als ik,

als een auto met gesloten ramen
in de zonzee geparkeerd.

nu is het nacht
op dode hond en over het daar

omheen als aaneengeregen dagen
liggende water

klinkt zijn gehuil, zijn geblaf.

 

 2114594-df1d5b48668b8dec6f5ca35343e49381.jpg
Joost Baars (Leidschendam, 2 oktober 1975)

Geschreven door Romenu om 08:26 Reageer op dit bericht

Florin Irimia

De Roemeense schrijver, criticus, letterkundige en vertaler Florin Irimia werd geboren in Iași op 26 januari 1976. Hij is assistent-professor aan de faculteit Letteren van de Alexander Jan Cuza-universiteit in Iași. Sinds 2001 heeft hij literatuurbesprekingen bijgedragen aan Observator Cultural, Roemenië Literara, Dilemateca, Timpul en Suplimentul de cultura, waarin hij een wekelijkse column schrijft. In 2009 debuteerde hij als schrijver in Noua Literatura (onder de naam Eduard Tautu) en in 2011 publiceerde hij zijn eerste roman, “Defekt”. Zijn roman “O fereastră întunecată” (“Een donker venster”) verscheen in 2012. Hij heeft “Oryx and Crake” van Margaret Atwood vertaald (2008) en mede-vertaalde, met Nicoleta Irimia, “Alias ​​Grace” van dezelfde auteur (2013). Hij publiceerde kort proza ​​in Familia, Steaua, Timpul, Zona Literara en Ziarul deIași. De roman "Câteva lucruri despre tine” (“Een paar dingen over jou”) verscheen in 2014.

Uit: A Few Things about You (Vertaald doorAlistair Ian Blyth)

"I wake up abruptly and it is dark. I am alone and something tells me that I ought not to be and that in a few seconds the fear will grip me once more. Fear and revulsion at something. Something I have done, something that ought not to have happened, but did happen, something horrible, like an incurable disease, like a premature and violent death. Something for which I will have to make a reckoning. My ears are hissing like I had two seashells bunged inside them, and somewhere, in my brain, a malevolent little man is crushing a mound of walnuts with a hammer. There ought to have been someone beside me in bed. Yes, a sleepy, naked woman, my guarantee that I have things under control. A trace of memory, a diffuse feeling, the memory of a reality that perhaps did not take place signals to me the absence. I try to detect a trail of perfume in the air, among the sheets, something to tell me that I am not mistaken, but when I inhale I smell only the ordinary odour of a hotel room. I close my eyes and my limbs begin to tremble, a fine, almost imperceptible tremor, which would be visible only on a sheet of transparent plastic. Then, I think I fall asleep. And I become thirsty. I dream I get out of bed and go to the bathroom to pour myself a large glass of water. The door is closed, but the light is on inside. As if somebody were in there already. As if that somebody were waiting for me. I can hear the tap running, evenly, monotonously, conveying to me some kind of message. I dream that I am afraid. I grip the doorknob and am about to turn it, but in that same instant I wake up. I lie motionless, waiting to ascertain where I am (in a hotel room), whether it is summer or winter outside (it is spring), what day and month of the year it is (3 April). I couldn’t remember any of all that. In the end I looked around for a clock (my wristwatch has vanished or perhaps I never had one) and I found one in the form of a mobile ‘phone, placed neatly on the bedside table. The hour, the day and the month. The year is the current year... As for the hotel, I know only that it is a tall building, because I looked out of the window just now. I couldn’t see much – the window is small and rather narrow – but I saw that it was snowing, I have no idea what town this is, in this country all the towns look the same – but I could see that I was high up. At least literally, if not otherwise. I have always liked to take a hotel room on an upper storey. That I remember. It is as if you are above your destiny, above what others have decided in your stead. Which is an illusion, obviously.”

 

 2139990-981160f032d0524ae156819f52caf36a.jpg
Florin Irimia (Iași, 26 januari 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Renate Dorrestein, Lisa Weeda, David Grossman, William S. Maugham, Virginia Woolf, Stephen Chbosky, Alessandro Baricco, Paavo Haavikkom, Robert Margerit

De Nederlandse schrijfster Renate Dorrestein werd geboren in Amsterdam op 25 januari 1954. Zie ook alle tags voor Renate Dorrestein op dit blog.

Uit: Reddende engel

““Pal boven me hing een roofvogel te loeren op een prooi. Kale bomen, halfbezwijkend onder trossen maretak, strekten hun takken uit naar de vale hemel. Kraaien pikten met felle bewegingen in een omgeploegde akker. Je had hier vreemde grondsoorten, löss en mergel. En grottenstelsels waarin je voor altijd kon verdwalen, met als enig gezelschap de vleermuizen die er kwamen overwinteren. Eerder op de dag was ik langs gammele schuurtjes van geteerd hout gereden, met naast een ervan een pony die suïcidaal uit zijn ogen keek. En overal kruisbeelden en kapelletjes, opgetuigd met plastic bloemen die door de jaren heen hun kleur hadden verloren.
Midden op de vijfsprong op de heuvel stond ook zo’n kruis. Op zoek naar houvast liep ik er over de onverharde weg naartoe. Het was niet groot, het reikte maar net tot mijn middel. Ik moest me bukken om de inscriptie te kunnen lezen: ‘Red ons, Heer.’
Schielijk draaide ik me weer om. Ik had nu ergens in een dorpscafé achter een biertje kunnen zitten, gebrouwen met water uit eigen bron en hop en gerst van eigen land. Als ik maar beter had opgelet.
Als ik de tekenen niet veel te lang in de wind had geslagen, was ik hier zelfs nooit beland.
Maar geluk maakt je lui en zelfgenoegzaam.
Veel mensen schijnen het te betreuren dat je geluk niet kunt hamsteren, zoals bijen met hun honing doen, zodat je je opgeslagen voorraad kunt aanspreken als de nood aan de man komt. Die mensen realiseren zich niet dat het oprakelen van oud geluk juist een afschuwelijke bezigheid is.
Ik ging weer in mijn auto zitten en tuurde onthand door de voorruit. Verder van huis dan hier in Zuid-Limburg had ik niet kunnen komen zonder de grens over te rollen. Kilometers maken. Afstand creëren.
Moest ik rustig afwachten totdat er iemand langsreed die me zou kunnen vertellen dat er een paar kilometer verderop al een benzinepomp was, als je de weg tenminste wist? Zo ver kon ik nu ook weer niet van de bewoonde wereld vandaan zijn. Vanmiddag was ik door het ene dorp na het andere gereden, zonder dat een verblijf in een ervan me aantrekkelijk had geleken.”

 

 2114456-d390c75c8667d8204eee5567f4de5189.jpg
Renate Dorrestein (Amsterdam, 25 januari 1954)

 

 

De Nederlandse schrijfster Lisa Weeda werd geboren in Dordrecht op 25 januari 1989. Zie ook alle tags voor Lisa Weeda op dit blog.

Uit: Rijskracht

“Mijn handen trillen om de plastic hengsels van mijn ALDI-tas. Ik schud ze los, recht mijn rug tegen de leuning van de bank. In mijn laatste schone T-shirt zit ik tegenover twee meisjes met doorschijnende blouses. Net werd een man met een ronde bril omgeroepen. De zaal gonst.
‘Heb je zo’n zenuwen jongen?’
Ik ken Annie net een half uur. Ik weet dat ze vierenzestig is, minstens negentig kilo weegt en inmiddels ook dat ze niet begrijpt hoe het opladen van een OV-chipkaart werkt, dat haar man gepensioneerd bouwvakker is en ze al weken naar deze dag uitkijkt.
‘Een beetje,’ mompel ik.
‘Wat ga jij bakken?’ Annie beweegt haar hand naar mijn meegebrachte spullen.
‘Een tarte tatin,’ zeg ik. ‘Met peren.’
Ik schuif de tas een stuk van haar weg en probeer daarbij geheimzinnig maar dwingend naar haar te lachen; optiefen, oude graftak. Annie gaat een stuk van me af zitten. Ik voel het bankje trillen wanneer ze haar billen opzij schuift. Het hout schokt, ik bibber als een kind op een duikplank. Een kort moment kijkt ze naar mijn vale shirt, mijn afgetrapte Nikes.
‘Je ziet er niet uit als iemand die bakt.’
Ik kijk terug. Haar borsten hangen minstens vijftien centimeter lager dan de borsten onder de blouses van de meisjes tegenover ons.
‘Ik doe het voor mijn moeder.’
Als mijn naam wordt omgeroepen sta ik op en klop Annie onhandig op haar schouder. De huid onder haar shirt trilt een beetje na wanneer ik mijn hand weghaal. Daarna loop ik richting de brede schuifdeuren.”

 

 2114456-c0545230e36dc1817dfc640ab51a6ffd.jpg
Lisa Weeda (Dordrecht, 25 januari 1989)

 

 

De Israëlische schrijver David Grossman werd geboren op 25 januari 1954 in Jeruzalem. Zie ook alle tags voor David Grossman op dit blog.

Uit: Komt een paard de kroeg binnen (Vertaald door Ruben Verhasselt)

“Goedenavond, goedenavond, goe-den-avond Caesareaaaaaa!’
Het podium is nog leeg. De schreeuw weergalmt achter de coulissen. De mensen in de zaal vallen langzamerhand stil en glimlachen verwachtingsvol. Een broodmagere, kleine, gebrilde man vliegt door een zijdeur het podium op, alsof hij erop wordt gesmeten of getrapt.
Hij maakt struikelend nog een paar passen, valt bijna, vangt zijn val op met twee handen op de houten vloer. En dan steekt hij abrupt zijn achterste omhoog. Hier en daar wordt in de zaal gelachen en geklapt. Er komen nog steeds luidruchtig kletsende mensen binnen.
‘Dames en heren,’ roept iemand die van achter een controlepaneel met samengeperste lippen de belichting verzorgt, ‘geef hem een applaus, hier is Dovele G.’ De man op het podium staat nog voorovergebogen in een aapachtige houding, zijn grote bril scheefgezakt op zijn neus. Hij draait zijn gezicht langzaam naar de zaal en blijft lang kijken, zonder met zijn ogen te knipperen.
‘Aha,’ bromt hij, ‘geen Caesarea, hè?’ Er klinkt gelach. Hij komt traag overeind en klopt het stof van zijn handen.
‘Ben ik weer genaaid door mijn impresario?’ Er wordt geroepen vanuit het publiek.
De man kijkt geschokt. ‘Wat? Wat zeiden jullie? Jij daar, tafel 7, ja, jij, gefeliciteerd met je lippen. Complimenten!’ De vrouw giechelt en houdt een hand voor haar mond. Hij staat aan de rand van het toneel, wiegt zachtjes naar voren en naar achteren. ‘Even serieus, schat, zei je echt: “Netanja”?’ Zijn ogen worden bijna zo groot als zijn brillenglazen. ‘Begrijp ik het goed? Je zegt hier bij je volle verstand botweg tegen me dat ik nu ongelogen in Netanja ben, en dat ook nog zonder kogelvrij vest?’ Hij houdt bang twee handen voor zijn kruis.
Het publiek brult van plezier. Hier en daar wordt gefloten.
Er komen nog een paar stellen binnen en daarna een luidruchtig groepje jongens, waarschijnlijk soldaten met verlof. De kleine zaal raakt vol. Bekenden zwaaien naar elkaar. Drie serveersters in shorts en glanzend paarse topjes komen uit de keuken en verspreiden zich tussen de tafels.”

 

 2114456-ec3c054b7ecab962e60cf155c996e117.jpg
David Grossman (Jeruzalem, 25 januari 1954)

 

 

De Engelse schrijver William Somerset Maugham werd geboren in Parijs op 25 januari 1874. Zie ook alle tags voor William Somerset Maugham op dit blog.

Uit: Honolulu

“Nothing had prepared me for Honolulu. It is so far away from Europe, it is reached after so long a journey from San Francisco, so strange and so charming associations are attached to the name, that at first I could hardly believe my eyes. I do not know that I had formed in my mind any very exact picture of what I expected, but what I found caused me a great surprise. It is a typical western city. Shacks are cheek by jowl with stone mansions; dilapidated frame houses stand next door to smart stores with plate glass windows; electric cars rumble noisily along the streets; and motors, Fords, Buicks, Packards, line the pavement. The shops are filled with all the necessities of American civilisation. Every third house is a bank and every fifth the agency of a steamship company.
Along the streets crowd an unimaginable assortment of people. The Americans, ignoring the climate, wear black coats and high, starched collars, straw hats, soft hats, and bowlers. The Kanakas, pale brown, with crisp hair, have nothing on but a shirt and a pair of trousers; but the half-breeds are very smart with flaring ties and patent-leather boots. The Japanese, with their obsequious smile, are neat and trim in white duck, while their women walk a step or two behind them, in native dress, with a baby on their backs. The Japanese children, in bright coloured frocks, their little heads shaven, look like quaint dolls. Then there are the Chinese. The men, fat and prosperous, wear their American clothes oddly, but the women are enchanting with their tightly-dressed black hair, so neat that you feel it can never be disarranged, and they are very clean in their tunics and trousers, white, or powder blue, or black. Lastly there are the Filipinos, the men in huge straw hats, the women in bright yellow muslin with great puffed sleeves.
It is the meeting-place of East and West. The very new rubs shoulders with the immeasurably old. And if you have not found the romance you expected you have come upon something singularly intriguing. All these strange people live close to each other, with different languages and different thoughts; they believe in different gods and they have different values; two passions alone they share, love and hunger. And somehow as you watch them you have an impression of extraordinary vitality."

2114456-d9975989c5657a2ffa20179c4cda2a0d.JPG 
William Somerset Maugham (25 januari 1874 – 16 december 1965)
Portret door Rinne Abrugena, 2014

 

 

De Engelse schrijfster Virginia Woolf werd geboren op 25 januari 1882 te Londen. Zie ook alle tags voor Virginia Woolf op dit blog

Uit:The Waves

'Now they have all gone,' said Louis. 'I am alone. They have gone into the house for breakfast, and I am left standing by the wall among the flowers. It is very early, before lessons. Flower after flower is specked on the depths of green. The petals are harlequins. Stalks rise from the black hollows beneath. The flowers swim like fish made of light upon the dark, green waters. I hold a stalk in my hand. I am the stalk. My roots go down to the depths of the world, through earth dry with brick, and damp earth, through veins of lead and silver. I am all fibre. All tremors shake me, and the weight of the earth is pressed to my ribs. Up here my eyes are green leaves, unseeing. I am a boy in grey flannels with a belt fastened by a brass snake up here. Down there my eyes are the lidless eyes of a stone figure in a desert by the Nile. I see women passing with red pitchers to the river; I see camels swaying and men in turbans. I hear tramplings, tremblings, stirrings round me.
'Up here Bernard, Neville, Jinny and Susan (but not Rhoda) skim the flower-beds with their nets. They skim the butterflies from the nodding tops of the flowers. They brush the surface of the world. Their nets are full of fluttering wings. "Louis! Louis! Louis!" they shout. But they cannot see me. I am on the other side of the hedge. There are only little eye-holes among the leaves. Oh Lord, let them pass. Lord, let them lay their butterflies on a pocket-handkerchief on the gravel. Let them count out their tortoise-shells, their red admirals and cabbage whites. But let me be unseen. I am green as a yew tree in the shade of the hedge. My hair is made of leaves. I am rooted to the middle of the earth. My body is a stalk. I press the stalk. A drop oozes from the hole at the mouth and slowly, thickly, grows larger and larger. Now something pink passes the eyehole. Now an eye-beam is slid through the chink. Its beam strikes me. I am a boy in a grey flannel suit. She has found me. I am struck on the nape of the neck. She has kissed me. All is shattered.'
'I was running,' said Jinny, 'after breakfast. I saw leaves moving in a hole in the hedge. I thought "That is a bird on its nest." I parted them and looked; but there was no bird on a nest. The leaves went on moving. I was frightened. I ran past Susan, past Rhoda, and Neville and Bernard in the tool-house talking. I cried as I ran, faster and faster. What moved the leaves? What moves my heart, my legs? And I dashed in here, seeing you green as a bush, like a branch, very still, Louis, with your eyes fixed. "Is he dead?" I thought, and kissed you, with my heart jumping under my pink frock like the leaves, which go on moving, though there is nothing to move them. Now I smell geraniums; I smell earth mould. I dance. I ripple. I am thrown over you like a net of light. I lie quivering flung over you."

 

 2114456-1129b3780f08801a85f600af5af1b70c.jpg
Virginia Woolf (25 januari 1882 – 28 maart 1941) 
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver en regisseur Stephen Chbosky werd geboren op 25 januari 1970 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stephen Chbosky op dit blog.

Uit: The Perks of Being a Wallflower

“December 23, 1991
Dear friend, Sam and Patrick left with their family for the Grand Canyon yesterday. I don't feel too bad about it because I can still remember Sam's kiss. It feels peaceful and right. I even considered not washing my lips like they do on TV, but then I thought it would get too gross. So, instead I spent today walking around the neighborhood. I even got out my old sled and my old scarf. There is something cozy about that for me. I walked over to the hill where we used to go and sled. There were a lot of little kids there. I watched them flying. Doing jumps and having races. And I thought that all those little kids are going to grow up someday. And all of those little kids are going to do the things that we do. And they will all kiss someone someday. But for now, sledding is enough. I think it would be great if sledding were always enough, but it isn't. I'm really glad that Christmas and my birthday are soon because that means they will be over soon because I can already feel myself going to a bad place I used to go. After my Aunt Helen was gone, I went to that place. It got so bad that my mom had to take me to a doctor, and I was held back a grade. But now I'm trying not to think about it too much because that makes it worse. It's kind of like when you look at yourself in the mirror and you say your name. And it gets to a point where none of it seems real. Well, sometimes, I can do that, but I don't need an hour in front of a mirror. It happens very fast, and things start to slip away. And I just open my eyes, and I see nothing. And then I start to breathe really hard trying to see something, but I can't. It doesn't happen all the time, but when it does, it scares me. It almost happened this morning, but I thought of Sam's kiss, and it went away.”

 

 2114456-59ae5ec26a3dcd9b0ee2a9ddd30a9eba.jpg
Stephen Chbosky (Pittsburgh, 25 januari 1970)

 

 

De Italiaanse schrijver Alessandro Baricco werd geboren op 25 januari 1958 in Turijn. Zie ook alle tags voor Alessandro Baricco op dit blog.

Uit: Oceaan van een zee (Vertaaldd door Manon Smits)

“Zand zover het oog reikt, tussen de laatste heuvels en de zee ‒ de zee ‒ in de koude lucht van een middag die bijna om is, en gezegend door de wind die altijd vanuit het noorden waait.
Het strand. En de zee.
Het zou perfectie kunnen zijn ‒ beelden bedoeld voor goddelijke ogen ‒ een wereld die plaatsvindt en meer niet, het zwijgende bestaan van water en land, een afgerond en volmaakt kunstwerk, waarheid ‒
Waarheid ‒ maar het is weer eens het verlossende deeltje dat mens heet dat het mechanisme van dit paradijs blokkeert, een kleinigheid die op zichzelf al volstaat om heel het enorme apparaat van onverbiddelijke waarheid op te heffen, het is iets van niks, maar het staat in het zand geplant, een onzichtbaar scheurtje in het oppervlak van die heilige icoon, een minuscule uitzondering op de perfectie van het oneindige strand. Vanuit de verte lijkt het niet meer dan een zwarte stip: in het niets, het niks van een man en een schildersezel.
De schildersezel is door middel van dunne touwtjes met vier stenen in het zand verankerd. Hij zwaait onmerkbaar in de wind die altijd vanuit het noorden waait. De man draagt lieslaarzen en een lange vissersjas. Hij staat rechtop, met de zee voor zich, en draait een dun penseel tussen zijn vingers. Op de schildersezel, een doek.
Hij is net een schildwacht ‒ dat moet duidelijk zijn ‒ die dat deel van de wereld staat te verdedigen tegen de zwijgende invasie van de perfectie, een kleine barst die dat spectaculaire decor van het bestaan versplintert.”

 

 2114456-787318047270b4ba042934701bcc64e7.jpg
Alessandro Baricco (Turijn, 25 januari 1958)

 

 

De Finse dichter, toneelschrijver en uitgever Paavo Juhani Haavikko werd geboren in Helsinki op 25 januari 1931. Zie ook alle tags voor Paavo Haavikko op dit blog.

Uit: No. That’s to say, yes

 

Whoever threatens the republic of Finland's lack of alliances is this
nation's enemy, from the outside or from within.
Alliedness is no stranger than the arrival of spring here in the North.
The granite just begins to melt and crumble under our feet.

*

I am writing on the verso pages of a stock register. I find it hard to steal
paper, even from myself.
I do not know if it is possible to write about a war before it begins.
Later, at least, it has already been buried, and the green grass grows over it.
NATO has grown into a solidarity club sponsored by America. With its
changing ranks, its aim is world domination.
Join now, pay tomorrow.

*

What am I saying? I say what I mean. As if we could not remain at peace
without a war, or at least a threat of war.
Blood is in our blood. We are safe only when threatened, as in a bomb
shelter.
Low self-esteem, a poor sense of self, in secret. A good play, bad
dialogue.
Wavering mind, a small people afraid of silence. In silence, the sound
of trembling can be heard, then the rattling of arms covers it up, and one
feels better right away.
That is why NATO is important to Finland, a test of manhood, a
confirmation.

 

 2114456-0b4e80d3f700da3db540af86d1c3965f.jpg
Paavo Haavikko (25 januari 1931 – 6 oktober 2008)

 

 

De Franse schrijver en journalist Robert Margerit werd geboren op 25 januari 1910 in Brive-la-Gaillarde. Zie ook alle tags voor Robert Margerit op dit blog.

Uit: La Révolution

« Ils exigeaient un mariage par le ministère d'un prêtre de la religion traditionnelle, parce qu'ils demeuraient fidèles à leur tradition bourgeoise, peut-être aussi avec l'idée que le tribun reculerait là-devant. C'était mal le connaître. « Il me faut des femmes », disait-il, et il en avait eu pas mal, juste avant et depuis la mort de Gabrielle. Ce n'était pas celles-là qui lui convenaient. Il lui en fallait une à lui, dans son foyer. Ayant jeté son dévolu sur Louise, hier encore la petite Louise, à présent si délicieusement éclose, il n'avait pas hésité à se mettre entre les mains de cet abbé Kéravenant, ami des Gély. Le lendemain, dans la même mansarde, devant une table en guise d'autel, fut célébré le mariage clandestin, suivi peu après de la brève formalité au bureau de la section. C'est le catholique Lanjuinais, gallican, qui avait fait transformer les registres paroissiaux, tenus par les ecclésiastiques, en registres d'état civil, confiés aux officiers municipaux. Dans la relevée, les nouveaux époux reçurent quelques amis, cour du Commerce où le portrait de Gabrielle demeurait fleuri sur la cheminée du salon. Lise alla embrasser la mariée, féliciter Danton. Claude, venu un instant, repartit bien vite, appelé par le travail. La besogne, au pavillon de l'Égalité, augmentait sans cesse avec la complexité et les périls d'une situation terriblement confuse. Le 3 juin, quand les gendarmes expédiés par le Comité révolutionnaire s'étaient présentés au domicile des trente et un députés ou ministres en état d'arrestation provisoire, la plupart d'entre eux avaient disparu. Ils se cachaient encore dans Paris, assurément. On en aurait ressaisi un bon nombre si on l'avait voulu. »

 

 2114456-739e1760fde4409df75ba4c3bbc2fe4a.jpg
Robert Margerit (25 januari 1910 - 27 juni 1988)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e januari ook mijn blog van 25 januari 2017 en ook mijn blog van 25 januari 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 25 januari 2007 en ook mijn blog van 25 januari 2008 en eveneens mijn blog van 25 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten