Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 februari 2018 tot 16 februari 2018

Ingmar Heytze, Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Iain Banks, Alfred Kolleritsch, Aharon Appelfeld, Iris Kammerer, Annie van Gansewinkel, Richard Ford

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Ingmar Heytze op dit blog.

 

Rietveldzit

Ken je het gevoel dat je gaat zitten
op een stoel die er niet staat

de sensatie dat iets plotseling niet is
waar je het zonder twiijfel had verwacht,
een onzichtbare duw van voren.

Verbaasde berichten naar alle spieren:
Mayday! Mayday! We zweven! We vallen!
Uitklapreflex van beide armen.

Daarom zit de Rietveldstoel zoals hij zit,
zo laag en blauw en rood en goed,

als om er op te wijzen dat men af en toe
eens moet gaan zitten op een stoel
die er niet staat.

 

 

Denim Blues

Spijkerbroeken vol met meisjes
zweven wiegend door de wereld.
Als de meisjes zijn gaan slapen
- meisjes slapen zacht en rond-
droomt de stof een blauwdruk
van hun billen op de grond.
Was mijn huid van sterk katoen
met platte spijkers in de heupen
en vijf knopen aan het kruis,
dan mochten ze me altijd aan:
niemand zou zo lekker zitten,
niemand zou ze beter staan.

 

 

Hypochonder

Sinds de dag dat ik uit de hemel
kwam gevallen op mijn achterhoofd,
gaat het niet goed. Mijn bloedbaan
regent in mijn trommelvliezen.
In mijn slaap dansen mijn armen
en benen tegen elkaar in.

Hier staat gelukkig veel tegenover.
Ik bezorg met regelmaat volle bushokjes
de zenuwen door grijnzend mijn hart
omhoog te houden voordat ik het
met zuigend geluid terugstop
in mijn hersenpan. Af en toe lach ik
met tanden van kaas.

Steeds vaker daagt het luxe besef
dat een mens zijn leven voor zich heeft
om het ademen af te leren.

 

 2120888-8438cb1bb455493f2f698e86b459fe12.jpg
Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook alle tags voor Elisabeth Eybers op dit blog.

 

Eerste sneeu

Vyandelike bitter oostewind,
sodra 'k my veilig agter glas bevind

vergeef ek jou. Want kyk hoe saggies dra
jy elke aparte ragfyn donsvlok na

die knekelharde grond om saam te smelt
tot één groot wit weerlegging van geweld.

 

 

Die moeder

Die vreemde oorsprong van jou lewe het,
soos lig deur ’n kristal, deur my gevloei
in al die maande toe ek één was met
die stil geheim van jou verborgene groei.

En nou kan niks ons skei – want is jy niet
afhanklik en gebonde aan my bloed
wat met sy onbegryplike chemie
jou wonderlik gevorm het en voed?

En of die uur ver en vergete word,
en of die jare tussen jou en my
hul seile span, die see sy golwe stort,
of self die Dood sy somber baken steek,
nogtans sal jy aan my gebonde bly
met die onsigb’re naelstring wat nie breek.

 

 

Noodweer

Die besete, stuiptrekkende boom
word meedoënloos vasgevat
soos in 'n afgryslike droom,
radeloos - of onderskat
my vermetel tekort aan skroom
sy trotse geworteldheid?

Een wat weidse gebate omlyn
op sy sokkel van aarde en tyd
oorleef praters wat tot aan die soom
kan skuifel en dan pas verdwyn.

Hy leef moeiteloos met homself
en raak selde sy ewewig kwyt
- selfs onder die stuursste gewelf -
terwyl hy die ganse wyk
ingetoë kopskuddend bekyk.

Soms help hy om ons te versoen
op ritme van flikkerende groen
met strikter kortstondigheid.

 

 2120888-43512e245a1a0e27534e26100b38e9b1.jpg
Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)
In 1959

 

 

De Surinaams-Nederlandse schrijver, columnist, essayist, programmamaker en presentator Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog.

Uit: Badal

“Ze mochten het niet meer koesteren, vanwege hun historische schuld aan kolonialisme en slavernij. Zo’n tien, twintig jaar geleden was racisme een schandelijke houding voor blanken. Voor zwarten, voor Surinamers, was het heel gewoon. Hindoestanen hoorden racistisch te zijn tegenover creolen en andersom. Van alle racisten waren Turken het ergst, vond hij. Atatürk had net zo erg kunnen worden als Hitler, als hij niet dat ene menselijke trekje had gehad: een zwak voor wijn. Mensen die sterven aan een levercirrose kunnen nooit helemaal kwaadaardig zijn geweest.
Maar bij deze Turk was het dus geen racisme, het was doofheid.
Hij at zijn agliolio met tegenzin. Te weinig peper, hij had iets met pepers nodig, de endorfine moest worden aangemaakt. Hij had ergens gelezen dat het eten van peper geen simpel masochisme was, maar een oefening in karakter. Geest boven lichaam. De tong geeft aan dat je zult sterven van de helse pijn, maar de geest zegt dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het is ook een teken van menselijkheid: dieren laten een Mexicaanse habanero of een Surinaamse madame jeanette staan, omdat ze weten dat het hete buitenste deel, het capsicum dat de pitten beschermt, niet goed voor ze is. Mensen weten ook dat het niet goed voor ze is. Maar mensen hebben karakter.
Hij dacht aan het tafereel op het perron. Waarom had hij gevonden dat de blanke Engelsman de blanke Duitse jongen moest helpen? Lang geleden, in zijn studententijd, had hij in Amsterdam in de bus gezeten, bus 23 richting Uilenstede. Op twee eenpersoonsstoelen achter elkaar zaten een Surinaamse vrouw en een Hollandse man van in de veertig. Ze voerden een gesprek, dat langzaam uitliep op een ruzie. Ineens gaf de man haar een klap in het gezicht.
‘Wacht maar tot mijn zonen dit horen,’ gilde de vrouw. Hij gaf haar nog een klap en nog een. De chauffeur stopte en deed de deur open. Ze moesten allebei uitstappen, en terwijl ze liepen gaf de man haar nog een flinke schop. Waardoor de vrouw vooroverviel.
‘Waarom ben je niet voor haar opgekomen,’ riep een blanke vrouw op de achterste rij. ‘Het zijn jouw mensen.’
De Surinaamse vrouw behoorde tot zijn soort mensen en daarom moest hij voor haar opkomen en hoefde zij niets te doen. Hij had het misschien wel gewild, maar de blanke man was twee hoofden groter geweest, met knokige handen en een mager, doorgroefd gezicht. Hij leek op Lee van Cleef.”

 

 2120888-71678b2908c8d60a9d22cfd9618e75c3.jpg
Anil Ramdas (16 februari 1958 - 16 februari 2012)

 

 

De Schotse dichter en schrijver Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook alle tags voor Ian Banks op dit blog.

 

18

Displeased with all
The blind men touching it
Up, fondling and
Prodding its
Skin, tail, trunk, legs and tusks,
The beast tramples them all to death
And resumes its work
Composing a treatise on reality.

 

 

Rannoch I, July 1981

Pressed on the plain, a line.
In dfrozen force of snow
Stilled reams of whiteness, edge to edge,
Beneath drnirror sky, formless and blank,
The train moves.

Diesel from the engine, clattering
In a white-out silence,
Steam from the carriage, wisping
In the clear-air space.

The wheels splash, throwing water, slush,
From covered steel; the train banks,
Moving slow on sunken rafts reburied.
Beyond the dark wood, grimy glass, steam smell,
Deer run, brown startling; hooves flash black.

I watched the light from the snow-filled moor
Shine on her face through the dirt-flecked glass,
I saw the fields of grey clouds move;
Ponderous, obscure,
Then in carriage's humid warmth,
Shivered From that surface's cold glow.

 

 2120888-215fd296dd7d3e1813b0649262d2887f.jpg
Iain Banks (16 februari 1954 – 9 juni 2013)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook alle tags voor Alfred Kollertitsch op dit blog.

 

Petrarcas Grab

Der Raub zeigt das Leere, der Armraub,
des Dichters Arm. Sein Schriftzug
wiederholt nicht, die Erinnerung vermehrt
die Dunkelheit: das Zeitalter,
die nach innen stürzende Grenze,
ist seine Not, Laura, die liebt.

Was rettet sie, die zusieht und leidet?
Das Erstaunen verbirgt sich, unzeitig nah,
darin der geraubte Rest, Laura, das Neue,
der Berge, der Wind, die Voraussicht der Welt.
Vor der Scheu, es dem Auge anzuvertrauen.

 

 

Variation

Was sammelt sich, ein Knoten,
ein Würgegriff in die Organe,
als Lohn der Schrei,
der Jubelschmerz,
einmal noch
hinab in die Erfahrung,
das Grubenlicht
mit Licht vertauscht,
aufs Ende hin
in einem Menschen, seinem Leib,
die Welt zu finden,
im Augenpaar, im Höhenflug
Berührungen,
daß die Sprache sich vergißt,
weil sie Wörter
in die Wahrheit schickt,
die sie ins Nichts verkehrt,
davor rauschen Lindenblätter,
Pappeln glitzern,
Hände überstürzen sich,
und eine Botschaft
wühlt die Äcker auf,
die Rippen reißen Furchen,
es lauern Krähen,
wie Bilder
sich in Aas verwandeln,
dem anderen zu,
mit dem die Lust zu teilen,
über den Riß hinweg,
so grenzt die Haut
uns alle ab,
wir Puppen,
die sich nicht wehren können,
trotz der Wege, trotz der Steine.

 

 2120888-50b94e71d0122dd509609f47847fe406.jpg
Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Aharon Appelfeld op dit blog.

Uit: The Story of a Life

“At what point does my memory begin? It sometimes seems to me as if it began only when I was four, when we set off for the first time, Mother, Father, and I, for a vacation into the heart of the shadowy, moist forests of the Carpathians. But I sometimes think that memory began to bud from within me before that, in my room, next to the double-glazed window that was decorated with paper flowers. Snow is falling, and fleecy soft flakes are slowly coming down from the sky with a sound so faint that you cannot hear it. For hours I sit and gaze in wonder, until I merge with the white flow and drift off to sleep.
A clearer memory is linked for me to one word, too long and rather hard to pronounce, Erdbeeren, which means “strawberries” in German. It is spring. Mother is standing at the open window.
I am perched on a chair next to her, and suddenly, from a side alley, there appears a young Ruthenian girl. She is carrying a broad, circular wicker basket full of strawberries on her head. “Erdbeeren!” Mother calls out. Her call is not directed at the girl but at Father, who is in the back garden and very near the girl. Father stops her, she lifts the basket off her head, and they speak for a moment. Father laughs, draws out a banknote from the pocket of his jacket, and presents it to the girl, who, in exchange, gives him the basket with all the strawberries inside it. Father comes up the steps and enters the house. Now one can see it close up: the basket is not deep but extremely wide; the berries are tiny and red and still alive with the scent of the forest. I so want to put out my hand and take a handful from the basket, but I know that this is completely forbidden, and I restrain myself. Still, my mother understands me, and she takes a handful from the basket, rinses them, and serves me them in a small bowl. I’m so happy that I can hardly breathe.
Here the ritual begins: Mother sprinkles powdered sugar on the tiny fruit, adds cream, and serves up the delicacy to each of us. There’s no need to ask for another portion: Mother ladles it out, more and more, and we feast on it with great relish, as if we are about to finish the strawberries. But there is nothing to worry about, the basket is still full, and even if we go on eating all through the night, it won’t get any emptier.
“A pity there are no guests,” says Mother. Father laughs quietly, as if a partner to a conspiracy. »

 

 2120888-41072168a73f54f69422a392e1b27093.jpg
Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

 

De Duitse schrijfster Iris Kammerer werd geboren op 16 februari 1963 in Krefeld. Zie ook alle tags voor Iris Kammerer op dit blog.

Uit: Wolf und Adler

„Cinna starrte in die funkelnden Augen des Germanicus Iulius Caesar, dem er den Spott verdankte, des Statthalters der Drei Gallien, des Enkels des jüngst verstorbenen Caesar Augustus und Neffe dessen Nachfolgers Tiberius. Dann kniff er kurz die Augen zu und atmete tief durch, um den auflodernden Zorn zu ersticken. In der lähmenden Stille, die eingetreten war, hörte er seinen Namen.
" Praefect der Zweiten Asturischen Ala", beendete der stämmige Mann, Legat Gaius Silius, die kurze Vorstellung.
Germanicus nickte schroff und hieß Cinna mit einem knappen Wink, sich in die Versammlung der Offiziere einzureihen. Unweit der Tür bemerkte Cinna einen breitschultrigen, langbeinigen Mann, der sich die kurzen, rotblonden Locken in die Schläfen gekämmt hatte und ihm mit dem rechten Auge zuzwinkerte anstelle des anderen verzerrte eine faserige Narbe die Hälfte seines kantigen, aber ansonsten ebenmäßigen Gesichtes. In Cinnas Mundwinkel stahl sich ein Lächeln; sie gaben ein auffälliges Freundespaar ab, der hellhäutige Flavus und Cinna mit seinem schwarzen Haar und den ebenso schwarzen Augen, der sich neben dem Cherusker geradezu schmächtig dünkte.
Als Cinna neben Flavus gerückt war, drückte dieser ihm ein Tuch in die Hand und deutete auf die Flecken auf seiner Brust, doch Cinna schüttelte unwirsch den Kopf.
"Die Meuterer schreien nach Geld und Vergünstigungen", fuhr Germanicus in seinen Ausführungen fort. "Sie jammern über den Drill und die Mühen was würden sie erst jammern und schreien, wenn wir gegen den Feind ziehen, um ihn in der Schlacht zu stellen."

 2120888-f6bcea4bb5159bf89bf38dc5933a0624.jpg
Iris Kammerer (Krefeld, 16 februari 1963)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster Annie van Gansewinkel werd geboren in Weert op 16 februari 1954. Zie ook alle tags voor Annie van Gansewinkel op dit blog.

Uit: Zeezucht

“De afgelopen dagen was het gevoel steeds sterker geworden dat het met volle maan zou gebeuren. Met elk stukje licht waarmee de maan aangroeide, was haar vertrek onontkoombaarder geworden, en dat was goed.
Dat onbekende gevoel van volledige overgave, voor het eerst in haar bewuste leven, maakte haar bijna uitgelaten van verwachting. Sterker nog dan die enkele keren die ze zich van vroeger herinnerde als ze bijna jarig was. Want zelfs toen zat er nog een spoortje angst bij: zou ze haar cadeaus al niet hebben? Zouden ze het wel leuk vinden op haar feestje?
Gisteren had ze totaal geen angst, alleen kinderlijke nieuwsgierigheid. Ze had zich vlak naast de landingscirkel opgesteld, beurtelings zittend en staand, en met open blik had ze de lucht in gekeken. Daar zou het vandaan komen. Toen de maan aan de hemel verscheen, verwelkomde ze die als haar metgezel.
In de loop van de uren waren de geluiden van het dorp gedempter geworden tot ze bijna helemaal verstomden. Soms nog een enkele, verre auto, een bange hond of het piepje van een nachtelijke vogel die overvloog. Te klein om haar mee te nemen, al dacht ze in het begin nog wel dat zelfs dat mogelijk zou zijn. Zelf had ze eerder gedacht aan een grote vogel, een helikopter of een vliegende schotel, al kon ze dat laatste eigenlijk niet zonder een ongelovige glimlach bedenken. Maar ze sloot niet uit dat zoiets juist haar, met haar aangeboren scepsis en ratio, moest overkomen.
Toen de nacht in het oosten valer begon te worden, vervolgens de lucht rood kleurde en tenslotte de maan het voor gezien hield, wist ze dat ze vergeefs had gewacht. Heel even was ze bang dat ze tijdens de uren van de hondenwacht toch weggedommeld was. Maar ze had er ook vertrouwen in dat het wezen dat haar haalde, haar wel gewekt zou hebben.
Op het ogenblik dat de zon in alle hevigheid ontbrandde, had ze haar verstijfde ledematen bij elkaar geraapt en was ze naar beneden gegaan. Met een leeg hoofd was ze op bed gaan liggen en onmiddellijk in slaap gevallen.”

 

 2120888-a88eaf02e6da86a7719bcd3e83fc589d.jpg
Annie van Gansewinkel (Weert, 16 februari 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Ford werd geboren op 16 februari 1944 in Jackson, Missisippi. Zie ook alle tags voor Richard Ford op dit blog.

Uit: Canada

« First, I'll tell about the robbery our parents committed. Then about the murders, which happened later. The robbery is the more important part, since it served to set my and my sister's lives on the courses they eventually followed. Nothing would make complete sense without that being told first.
Our parents were the least likely two people in the world to rob a bank. They weren't strange people, not obviously criminals. No one would've thought they were destined to end up the way they did. They were just regular - although, of course, that kind of thinking became null and void the moment they did rob a bank.
My father, Bev Parsons, was a country boy born in 1923, in Marengo County, Alabama, and came out of high school in 1939, burning to be in the Army Air Corps - the branch that became the Air Force. He went in at Demopolis, trained at Randolph, near San Antonio, wanted to be a fighter pilot, but lacked the aptitude and so learned bombardiering instead. He flew the B–25s, the light-medium Mitchells, that were seeing duty in the Philippines, and later over Osaka, where they rained destruction on the earth - the enemy and undeserving people alike. He was a tall, winning, smiling handsome six footer (he barely fitted into his bombardier's compartment), with a big square, expectant face and knobby cheekbones and sensuous lips and long, attractive feminine eyelashes. He had shiny white teeth and short black hair he was proud of - as he was of his name. Bev. Captain Bev Parsons. He never conceded that Beverly was a woman's name in most people's minds.
It grew from Anglo-Saxon roots, he said. "It's a common name in England. Vivian, Gwen and Shirley are men's names there. No one confuses them with women." He was a non-stop talker, was open-minded for a southerner, had nice obliging manners which should've taken him far in the Air Force, but didn't. His wide hazel eyes would dart around any room he was in, finding someone to pay attention to him - my sister and me, ordinarily. He told corny jokes in a southern theatrical style, could do card tricks and magic tricks, could detach his thumb and replace it, make a handkerchief disappear and come back. He could play boogie-woogie piano, sometimes would "talk Dixie" to us and sometimes like Amos 'n Andy. He had lost some hearing by flying in the Mitchells, and which he was sensitive about. But he looked sharp in his "honest" GI haircut and blue captain's tunic and generally conveyed a warmth that was genuine and made my twin sister and me love him.“

 

 2120888-4391d95a349425ba48d734a898e4581a.jpg
Richard Ford (Jackson, 16 februari 1944)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 16 februari ook mijn blog van 16 februari 2015 en eveneens mijn blog van 16 februari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en eveneens mijn blog van 16 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Nederlandse Boekhandelsprijs 2018 voor Murat Isik

 

Nederlandse Boekhandelsprijs 2018 voor Murat Isik

De Turks-Nederlandse schrijver Murat Isik heeft met zijn boek "Wees onzichtbaar" de Nederlandse Boekhandelsprijs 2018 gewonnen. Dat is donderdag bekendgemaakt in de Amsterdamse boekhandel Scheltema. Deze vakprijs is bestemd voor een werk dat in de ogen van Nederlandse boekverkopers meer aandacht verdient. Vorige winnaars waren Jaap Robben met “Birk” (2015), Alex Boogers met “Alleen met de goden” (2016) en Lize Spit met “Het smelt” (2017). Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Wees onzichtbaar

`Kadir amca,' zei ik nauwelijks hoorbaar. 'Oom Kadir, zou ik nu alsjeblieft mogen rijden?' `Hé, die kleine roept wat,' zei Erol, die op de passagiersstoel zat. `Dat is waar ook, je moet nog een stukje rijden voordat we in Amsterdam zijn,' zei Kadir waarna hij zijn neus luid ophaalde. Trol, neem het stuur even over.' Zonder de reactie van Erol af te wachten, draaide Kadir zich om en reikte met zijn grote handen naar me. Van schrik deinsde ik achteruit terwijl de auto even zigzagde over de weg. Kadir sleurde me van mijn plek, zette me op zijn schoot en nam het stuur met een ferme beweging weer over van Erol. Daarna bracht hij zijn mond dicht bij mijn oor. Pak het stuur met twee handen vast aan de zijkanten, en kijk goed voor je.' Rookwalmen vertroebelden als mist mijn blikveld. Ik wapperde met mijn handen om mijn moment niet door een hoestbui te laten verpesten. 'Stel je niet zo aan,' riep Kadir met zijn raspende stem. 'Let nou maar op de weg.' De Mercedes schoot over de Autobahn. 'Maak geen plotselinge bewegingen anders zul je je vader nooit meer zien.' Mijn kleine handen klemden zich stevig om het met leer omklede stuur. Ik zou ons naar mijn vader rijden. `Jaaaaa!' riep ik met een Duitse tongval. 'Das ist super!' Kadir begon te lachen en woelde met zijn hand door mijn haar. 'Nu heb je je vader straks een spannend verhaal te vertellen.' Na een paar minuten was het afgelopen en werd ik weer op de achterbank geplaatst, maar ik was zo blij dat ik op mijn plek bleef huppelen. Na een klein uur stopten we bij een wegrestaurant in de buurt van Groningen. Het was ijskoud. Op het parkeerterrein stonden tientallen vrachtwagens. Binnen zaten forse mannen achter dampende borden terwijl ze naar het televisietoestel staarden dat in het midden van de zaak op een verhoging stond. Er was voetbal op televisie. Zonder een moment weg te kijken van het scherm, schepten de mannen het eten van hun bord. `Kijk, Cruijff is weer terug bij Ajax,' zei Kadir tegen Erol. 'Er is geen betere dan die magere.' Hij keek om zich heen. 'Er komt zo wel een tafel vrij.' Mijn moeder drukte mij tegen zich aan. 'We moeten even wachten,' zei ze. Het waren de eerste woorden die ze sprak sinds we in Nederland waren. `Ik ben jarig,' fluisterde mijn zus in mijn oor. 'Misschien krijgen we wel taart.' Toen we eindelijk aan tafel mochten, bekeek Kadir de menukaart met een afkeurende blik en bestelde iets wat ik niet kende. Even later kregen mijn zus en ik allebei een groot bord friet met mayonaise en een glas cola. Ik had nooit eerder friet gegeten, maar de eerste hap beviel me zo goed dat ik me er als een uitgehongerde op wierp. Kadir en Erol aten niets. Ze dronken koffie en keken rokend naar de wedstrijd. Mijn moeder nam een paar frietjes van mijn bord, zuchtte diep en staarde zwijgend voor zich uit. Toen we alweer een tijdje onderweg waren, zei Erol dat het nog maar een uur rijden was.”

 

 2120847-831c963fc97cd45ac587044b62a17cfc.jpg
Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

Geschreven door Romenu om 07:38 Reageer op dit bericht

Silas Weir Mitchell

De Amerikaanse dichter, schrijver en arts Silas Weir Mitchell werd geboren op 15 februari 1829 in Philadelphia, Pennsylvania, als zoon van de arts John Kearsley Mitchell. Hij studeerde aan de universiteit van Pennsylvania en behaalde de graad van MD aan het Jefferson Medical College in 1850. Tijdens de burgeroorlog had hij de leiding over patienten met nerveuze aandoeningen en kwalen in het Turners Lane Hospital in Philadelphia en aan het einde van de oorlog werd hij specialist in neurologie. Op dit gebied werd de naam van Weir Mitchell prominent geassocieerd met zijn introductie van de rustkuur bij zenuwaandoeningen, met name hysterie, die door de medische wereld werd overgenomen; de behandeling bestaat voornamelijk uit isolatie, bed houden, diëten en massage. Zijn medische publicaties omvatten o.a. “Injuries of Nerves and Their Consequences” (1872) en « Fat and Blood » (1877). De ziekte van Mitchell (erytromalgalgie) is naar hem vernoemd.Naast zijn medische werk en privépraktijk had Mitchell ook een carrière als auteur. Hij publiceerde tal van korte verhalen, 19 romans, een biografie van George Washington en 7 poëziebundels. Hij was een vriend en beschermheer van de kunstenaar Thomas Eakins. De kunstenaar John Singer Sargent schilderde twee portretten van Mitchell, een ervan bevindt zich in de verzameling van het College of Physicians of Philadelphia. Mitchell ontving voor zijn werk als arts en schrijver eredoctoraten van verschillende universiteiten in binnen- en buitenland. In 1887 was hij president van de Association of American Physicians en in 1908-09 president van de American Neurological Association.

 

Of Those Remembered

There is no moment when our dead lose power;
Unsignaled, unannounced they visit us.
Who calleth them I know not. Sorrowful,
They haunt reproachfully some venal hour
In days of joy, and when the world is near,
And for a moment scourge with memories
The money changers of the temple-soul.
In the dim space between two gulfs of sleep,
Or in the stillness of the lonely shore,
They rise for balm or torment, sweet or sad,
And most are mine where, in the kindly woods,
Beside the child like joy of summer streams,
The stately sweetness of the pine hath power
To call their kindred comforting anew.
Use well thy dead. They come to ask of thee
What thou hast done with all this buried love,
The seed of purer life?
Or has it fallen unused
In stony ways and brought thy life no gain?
Wilt thou with gladness in another world
Say it has grown to forms of duty done
And ruled thee with a conscience not thine own?
Another world! How shall we find our dead?
What forceful law shall bring us face to face?
Another world! What yearnings there shall guide?
Will love souls twinned of love bring near again?
And that one common bond of duty held
This living and that dead, when life was theirs?
Or shall some stronger soul, in life revered,
Bring both to touch, with nature’s certainty,
As the pure crystal atoms of its kind
Draws into fellowship of loveliness?

 

 

Evening By The Sea

With noble waste of lazy hours
I loitered, till I saw the moon,
A rosy pearl, hang vast and strange
Above the long gray dune!

And hither, thither, as I went,
My ancient friend the sea beside,
Whatever tune my spirit sang
The dear old comrade tried.

 

 

Friendship

No wail of grief can equal answer win:
Love's faltering echo may but ill express
The grief for grief, nor more than faintly mock
The primal cry of some too vast distress.
Or is it for fair company of joy
We ask an equal echo from the heart?
A certain loneliness is ever ours,
And friendship mourns her still imperfect art.

 

 

 2178042-0b913c7584f4d16932666a38bc2aadba.jpg
Silas Weir Mitchell (15 februari 1829 - 4 januari 1914)
Portret door John Singer Sargent, 1903 (uitsnede)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Domenico Starnone

De Italiaanse schrijver, scenarist en journalist Domenico Starnone werd geboren op 15 februari 1943 in Saviano, nabij Napels. Hij heeft voor verschillende kranten en tijdschriften gewerkt en schreef meestal over zijn periode als leraar. In 2006 gingen er al geruchten dat Starnone de succesvolle schrijfster Elena Ferrante is. Starnone heeft evenwel altijd ontkend. Starnone is getrouwd met Anita Raja, een literaire vertaler die in 2016 door een Italiaanse journalist op grond van de geldstromen werd aangewezen als de persoon achter het pseudoniem. In 2017 kwam op grond van tekstanalyse het bewijs dat hij toch achter het pseudoniem Elena Ferrante schuil gaat. Zie ook mijn blog van 1 juni 2017.

Uit: Strikken

“Misschien ben jij het vergeten, waarde heer, maar ik zal je eraan helpen herinneren: ik ben je vrouw. Ja, ik weet dat je dat vroeger leuk vond, en dat het je nu ineens irriteert. Ik weet dat je doet alsof ik niet besta en nooit bestaan heb omdat je geen slecht figuur wilt slaan bij de uiterst beschaafde mensen met wie je omgaat. Ik weet dat een geregeld leven leiden, op tijd thuis moeten zijn voor het eten en alleen met mij vrijen en niet met wie je maar wilt je het gevoel geven dat je een lulletje rozenwater bent. Ik weet dat je het gênant vindt om te zeggen: Luister, ik ben op ii oktober 1962 getrouwd, op mijn tweeëntwintigste; luister, ik heb ja gezegd voor een priester, in een kerk in de wijk Stella, en dat deed ik alleen maar uit liefde, het was geen moetje of zo; luister, ik heb mijn verantwoordelijkheden, en als jullie niet snappen wat dat betekent zijn jullie een stelletje stumperds. Dat weet ik, dat weet ik maar al te goed. Maar of je het wilt of niet, het is zoals het is: ik ben jouw vrouw en jij bent mijn man, we zijn twaalfjaar getrouwd — in oktober twaalfjaar — en we hebben twee kinderen; Sandro is in 1965 geboren en Anna in 1969. Moet ik je hun geboorteaktes laten zien om je tot bezinning te laten komen? Genoeg, sorry, ik overdrijf. Ik ken je, ik weet dat je een fatsoenlijk mens bent. Maar alsjeblieft, kom zodra je deze brief leest naar huis. Of als je daar nog niet aan toe bent, schrijf me dan om uit te leggen wat je doormaakt. Ik zal proberen het te begrijpen, dat beloof ik. Het is me alvast duidelijk dat je behoefte hebt aan meer vrijheid, en dat is terecht, je kinderen en ik zullen proberen zo min mogelijk op je te leunen. Maar ik wil wel tot in detail weten wat er speelt tussen jou en dat meisje. We zijn nu al zes dagen verder en je hebt niet gebeld, niet geschreven, je gezicht niet laten zien. Sandro vraagt naar je, Anna wil haar haren niet wassen omdat volgens haar niemand het zo goed kan drogen als jij. En je moet me niet alleen maar bezweren dat die mevrouw of juffrouw je niet interesseert, dat je haar niet meer zult zien, dat ze niets voorstelt, dat ze alleen maar het gevolg was van een crisis die al heel lang bij je sudderde. Je moet me vertellen hoe oud ze is, hoe ze heet, of ze studeert, of ze werkt, of ze niks doet. Ik wed dat zij jou als eerste heeft gezoend. Jij bent niet in staat om het initiatief te nemen, dat weet ik, jij wordt ergens in meegesleurd of je doet niks. En nu ben je als versuft, ik zag de blik wel waarmee je tegen me zei: Ik heb iets met een ander gehad. Wil je weten wat ik denk? Ik denk dat het nog niet tot je doordringt wat je me hebt aangedaan. Begrijp je wel dat het voor mij voelt alsof je je hand in mijn keel hebt gestoken en net zolang bent blijven trekken en trekken, tot je mijn hart uit mijn borst rukte?”

 

 2151274-d814c92ef527ae459adb91ab5c83008c.jpg
Domenico Starnone (Saviano, 15 februari 1943)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Richard Blanco, Stacie Cassarino, Elke Heidenreich, Chrystine Brouillet, Hans Kruppa, Douglas Hofstadter, Wilhelm Jensen, Demetrius Vikelas, Tobias Amslinger

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

Uit: For All of Us, One Today

“Days before our field trip to the science center, Mrs. Bermudez tells our class the sun is actually hundreds of times larger than the earth. We move around it. We’re nothing, zooming through dark space, she says, matter-of-factly, as if it didn’t matter that we were no longer the center of our own little worlds. We, with crayons in our hands coloring dittos of the sun and our nine planets. We, at our desks but also helplessly zooming through cold, empty space. I don’t want to believe her; the sun is the size of a sunflower, I insist. I draw lemon-yellow petals around it and color its center sienna brown. The first time I see a lion I am nine years old, my grandfather’s hands holding me back from the cage I want to open. I can still feel his grip and the lion’s eyes staring at me like tiny, amber planets behind bars, asking me to set him free. My first kiss was under the shade of moonlit palms in Janet Carballo’s backyard, exactly two days before the end of the school year. But I’m still feeling the powdery skin behind her earlobes, smelling her strawberry lip gloss and the orange blossoms in the air already thick with summer. I never saw a comet until I was twenty-four, cupped in the darkness of the Everglades and the arms of a man I loved. It was past midnight on a Sunday, I remember; I didn’t go to work the next day. I’m still sleeping with the mangroves and the ibis, under a masterpiece of stars. The comet’s tail a brushstroke of pure, genius light.
These are more than memories. They are what lives—and relives—inside our bodies, in every cell and heartbeat. The undiscovered DNA of our souls imprinted with the minute details of those eternal moments that change our lives, our stories, forever. Sometimes they’re subtle, sometimes dramatic, but we know nothing will ever be the same the instant we experience them. And quite often they are unexpected.
On the afternoon of December 12, while casually driving back to my home in Maine, I receive a phone call with the news that I have been chosen as inaugural poet. Bewildered, I first wonder if it could be some cruel joke a friend might be playing on me. You mean like Robert Frost? Like Maya Angelou? I ask, wanting confirmation that what I just heard is true. Yes. Yes, I’m told, as I keep driving down the interstate in a daze, trying to speak, trying to fathom what has just happened. But I know. My body knows it’s the most important moment of my life as a poet, a day by which I will mark the rest of my life, the day I learned that I will be named the fifth poet ever in our history to be US Inaugural Poet.

 

 2120761-f603a6178c0eed23658d890d27c578d5.jpg
Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)
Hier bij de 2e inauguratie van president Obama in 2013

 

 

De Amerkiaanse dichteres en schrijfster Stacie Cassarino werd geboren op 15 februari 1975 in Hartford, Connecticut. Zie ook alle tags voor Stacie Cassarino op dit blog.

 

Early Snow

Some mornings are like this,
the stupor of longing or pure light,
stillness in a rifled grouse,
the black woods legible to a woman
whose heart is made of false starts,
the ruddy life of a hill gone blank
or what the face in the window
wants to believe of her past,
architecture of a white house,
this draft of rooms, paramour planets,
children with gentle hands, kindling
piled near the moon’s pillar, this draft
of despotic love, then distance, vacancy,
then forgiven words accumulating
like snow, just when the world
is finished with us, we build a wall
with rocks and the work is the whole
body inside the idea of belonging
somewhere, even if not for long,
mineral world of slate and flint,
numinous like these days and others
wintering, we test what will hold,
attenuated voices that lean
and fall, the argent sky, the worry
we don’t need anymore.

 

 

Goldfish Are Ordinary

At the pet store on Court Street,
I search for the perfect fish.
The black moor, the blue damsel,
cichlids and neons. Something
to distract your sadness, something
you don’t need to love you back.
Maybe a goldfish, the flaring tail,
orange, red-capped, pearled body,
the darting translucence?
Goldfish

are ordinary, the boy selling fish
says to me. I turn back to the tank,
all of this grace and brilliance,
such simplicity the self could fail
to see. In three months I’ll leave
this city. Today, a chill in the air,
you’re reading Beckett fifty blocks
away, I’m looking at the orphaned
bodies of fish, undulant and gold fervor.
Do you want to see aggression?
the boy asks, holding a purple beta fish
to the light while dropping handfuls
of minnows into the bowl. He says,
I know you’re a girl and all
but sometimes it’s good to see.
Outside, in the rain, we love
with our hands tied,
while things tear away at us.

 

 2120761-4660ae58b38b5c3841ffd01433038c10.jpg
Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)

 

 

De Duitse schrijfster, critica en presentatrice Elke Heidenreich werd geboren op 15 februari 1943 in Korbach. Elke Heidenreich viert vandaag haar 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Elke Heidenreich op dit blog.

Uit: Der Welt den Rücken

„Ich bin einmal, nur ein einziges Mal mit meiner Mutter zusammen verreist. Da war sie achtzig Jahre alt und noch sehr gerade, sehr energisch und tatkräftig, und ich war fünfundvierzig und hatte Rückenschmerzen, fühlte mich ziemlich alt und war alles andere als zufrieden mit meinem Leben.Meine Mutter lebte in einer ordentlichenWohnung in einer Kleinstadt im Süden und ich in einer unordentlichen in einerGroßstadt imNorden. Als sie älterwurde, besuchte ich sie öfter – notgedrungen, denn wir verstanden uns nicht besonders gut. Aber ich dachte, sie würde mich vielleicht brauchen, müßte doch in diesem Alter allmählich schwächer, schusseliger und vergeßlicher werden, und so reiste ich alle paar Monate an, um irgend etwas bei Behörden für sie zu erledigen, den Großeinkauf mit dem Auto bei Aldi zu machen, auf die Leiter zu steigen, dieGardinen abzunehmen und zu waschen, im Frühling den Balkon zu bepflanzen und im Herbst alles zurückzuschneiden und die Töpfe in den Keller zu tragen –wasman eben so macht als einzige Tochter, aus Pflichtgefühl, nicht unbedingt aus Liebe. Und immer kam es mir so vor, als wäre ich es, die schwächer, schusseliger und vergeßlicher würde und nicht sie. Sie sah mir zu, wie ich mit den Gardinen auf der Leiter stand, gab Anweisungen, rügte: »Du machst sie mit deinen Pfoten ja gleich wieder dreckig«, oder fand, daß ich die Azaleen ganz falsch zurückgeschnitten hätte. Sie bedankte sich auch nie, konnte es nicht einmal über sich bringen, »das hast du gut gemacht, Nina« zu sagen.
Das hatte sie nie gekonnt. Bei uns zu Hause wurde nicht gelobt. »Na also, es geht doch!« war das Höchste, was meiner Mutter an Anerkennung über die Lippen kam, und das war schon so gewesen, als ich noch ein Kind war und gute Noten aus der Schule nach Hause brachte – »Na also, es geht doch."

 

 2120761-907428cff0976d4a8f2c2debd7d5cc28.jpg
Elke Heidenreich (Korbach, 15 februari 1943)
Cover luisterboek

 

 

De Canadese schrijfster Chrystine Brouillet werd geboren op 15 februari 1958 in Loretteville, Quebec. Zie ook alle tags voor Chrystine Brouillet op dit blog.

Uit: À qui la faute?

“Québec, novembre 2015
Sa mère avait changé d'idée. Elle n'était pas d'accord pour qu'on lui offre un appareil qui valait aussi cher, mais maintenant que Mylène l'avait photographiée avec son Nikon, elle ne la jugeait plus trop jeune pour en avoir un. Elle s'était trouvée belle sur les photos. Pendant un instant, elle avait regardé sa fille autrement. Mylène avait dit qu'elle aimerait faire de la photo sous-marine. Cristelle avait aussitôt décidé que toute la famille partirait dans le Sud pour les vacances de Noèl. Ils pourraient tous en profiter pour s'améliorer au tennis. Elle-même s'y remettrait. « Penses-tu vraiment que je vais avoir le goût de jouer avec toi ? s'était dit Mylène. Si je veux descendre au fond de l'eau, c'est pour avoir la paix. Pour ne plus t'entendre. » Sur les photos, même celles prises avec son téléobjectif, il lui semblait que la voix de sa mère lui parvenait encore.
Croyait-elle que Mylène ne savait pas comment sa mère la regardait ? Qu'elle n'avait pas compris que Cristelle était rassurée de ne pas avoir engendré une beauté, une Blanche-Neige qui aurait pu devenir une rivale ? Pas de danger. Mylène ressemblait à son père. Elle avait seulement hérité des yeux et de la chevelure de Cristelle. Mais il faudrait que cette crinière noire cache davantage ses traits, qu'on ne voie pas son menton trop carré, sa bouche trop mince, son nez trop large. « Miroir, miroir, dis-moi qui est la plus belle. Mais c'est toi, Cristelle, la magnifique. Ne t'inquiète pas, maman, jamais je ne te ferai concurrence. En même temps, tu es déçue, non ? Tu aurais voulu un clone, une mini-Cristelle, une poupée à ton image qui t'aurait remplie d'orgueil. C'est raté. Tu dois l'avoir compris assez vite. Quand Lucas a eu trois ans. Il était si beau. C'était clair pour tout le monde. Ou quand tu as vu Jasmine. Première journée d'école. Jasmine à l'ossature d'une gazelle. Jasmine si gracieuse. Jasmine aux pommettes aussi hautes que les tiennes, bien dessinées. Pas des joues de bébé comme les miennes.”

 

 2120761-fa9a0703d2e6392efe7fa560bc29e142.jpg
Chrystine Brouillet (Loretteville, 15 februari 1958)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Kruppa werd geboren op 15 februari 1952 in Marl. Zie ook alle tags voor Hans Kruppa op dit blog.

Uit: Das Geschenk der Sterne

„Als Tschuang Tse um die Mittagszeit von einem Spaziergang zurückkehrte, wartete ein junger Mann vor seinem Haus, verneigte sich höflich und fragte: "Bist du Tschuang Tse?"
"Ja, der bin ich."
"Mein Name ist Min Teng. Ich habe eine Nachricht für dich."
"Laß uns hineingehen", erwiderte Tschuang Tse.
Der junge Mann folgte ihm ins Innere seines kleinen Hauses, schloß die Tür hinter sich und sagte: "Es ist keine gute Nachricht. Du wirst jetzt sterben!"
Min Teng zückte seinen Dolch, doch etwas hinderte ihn daran, den todbringenden Stoß auszuführen. War es die Verblüffung darüber, daß Tschuang Tse nicht die geringste Furcht vor dem Sterben zeigte? Nicht eine Spur von Angst war in seinem Blick. Er sah Min Teng mit einer Gelassenheit an, die ihn maßlos verwirrte.
Je länger Min Teng in Tschuang Tses Augen sah, desto deutlicher wurde ihm bewußt, daß er ihn nicht töten konnte, ohne zuvor herauszufinden, warum er sich nicht vor dem Sterben fürchtete. Außerdem hatte ein Mann, der mit solchem Gleichmut der Zerstörung seines Lebens entgegensah, eine Aufklärung über den Grund seines Todes verdient. Min Teng senkte langsam den zum Dolchstoß erhobenen Arm.
"Wollen wir uns nicht setzen? Meine Beine sind etwas müde von meinem Spaziergang." Min Tengs Verwunderung über Tschuang Tses Sorglosigkeit wuchs. Hatte der Mann, den viele für einen bedeutenden Weisen hielten, seinen Verstand verloren?
Unwillkürlich streifte Min Tengs Blick über die karge Einrichtung des Raumes. Tschuang Tse lebte in Armut. Nur das Allernötigste war in dem kleinen Haus vorhanden und von den Spuren langen Gebrauchs gezeichnet. Seine abgetragene Kleidung hatte kleinere Löcher und Risse, seine Schuhe waren mit Schnüren zusammengebunden, damit sie nicht auseinanderfielen.
Die Tötung des schlanken, fast schmächtigen Mannes, der in Lumpen herumlief und sich gerade so unbekümmert auf einem der beiden zerschlissenen Sitzkissen niederließ, als hätte er die Lage der Dinge überhaupt nicht verstanden, würde ein Kinderspiel sein.“

 

 2120761-8e7fd9cff08a6aba0d4e052643308b70.jpg
Hans Kruppa (Marl, 15 februari 1952)
Cover

 

 

De Amerikaanse wetenschapper en schrijver Douglas Richard Hofstadter werd geboren op 15 februari 1945 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Hofstadter op dit blog.

Uit: I Am a Strange Loop

“One gloomy day in early 1991, a couple of months after my father died, I was standing in the kitchen of my parents’ house, and my mother, looking at a sweet and touching photograph of my father taken perhaps fifteen years earlier, said to me, with a note of despair, “What meaning does that photograph have? None at all. It’s just a flat piece of paper with dark spots on it here and there. It’s useless.” The bleakness of my mother’s grief-drenched remark set my head spinning because I knew instinctively that I disagreed with her, but I did not quite know how to express to her the way I felt the photograph should be considered.
After a few minutes of emotional pondering — soul-searching, quite literally — I hit upon an analogy that I felt could convey to my mother my point of view, and which I hoped might lend her at least a tiny degree of consolation. What I said to her was along the following lines.
“In the living room we have a book of the Chopin études for piano. All of its pages are just pieces of paper with dark marks on them, just as two-dimensional and flat and foldable as the photograph of Dad — and yet, think of the powerful effect that they have had on people all over the world for 150 years now. Thanks to those black marks on those flat sheets of paper, untold thousands of people have collectively spent millions of hours moving their fingers over the keyboards of pianos in complicated patterns, producing sounds that give them indescribable pleasure and a sense of great meaning.”

 

 2120761-457c3e20d231d0c29165852c14730831.jpg
Douglas Hofstadter (New York, 15 februari 1945)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Jensen werd geboren op 15 februari 1837 in Heiligenhafen (Holstein). Zie ook alle tags voor Wilhelm Jensen op dit blog. 

 

Am ersten Sarge (Fragment)

Es war in schwüler Julizeit; die Gassen
im Städtchen draußen lagen stumm verlassen,
und schläfrig klang vom Turm das Glockenspiel
ins Schulgemach, wo schmal, wie goldener Duft,
ein Sonnenstreif ans Wandgetäfel fiel.
Die Fliegen summten müde durch die Luft,
und müde lag es auf den Knabenlidern,
die auf des alten Römers Weisheit tief
herniedernickten, nur ein Flüstern lief
verstohlen rund, ein Blick, ein kurz Erwidern,
und alles still und selbst der Lehrer schlief.
Die Blicke aber aller streiften scheu
den Platz zur Rechten mir, der leer heut war:
dort saß mein Nachbar sonst; wir hielten treu
zusammen stets in Not und in Gefahr,
wie Kinderspiel und Ernst es mit sich bringen.
Wir hatten's nie gesagt und kaum gedacht,
daß unsere Herzen aneinander hingen,
daß unsere Augen nacheinander gingen,
und wer's gesagt, wir hätten drob gelacht.
Und langsam von der Wand herniedersank
der Sonnenstreifen auf die leere Bank,
es war der Zeiger der erharrten Stunde;
wir ließen Cäsar mitten in der Schlacht,
der Lehrer schloß, fast eh' wir's noch gedacht,
das Buch, und blickte flüchtig in die Runde
und sagte: »Heinrich Wolf ist heute nacht
gestorben; wer ihn etwa sehn noch will,
der muß es heut, die Eltern lassen's sagen.«
Er ging; sonst drängte wohl in wildem Jagen
jedweder nach der Tür; heut blieb es still;
der Klang der letzten Worte nur lief schrill
noch an der Wand entlang, und wie im Traum
verklangen leise auf dem Flur die Schritte;
ich selbst gedankenlos in ihrer Mitte –
tot war er – tot – was war's? Sie wußten's kaum,
doch lag es seltsam auf den Kinderwangen,
wie Neugier halb und halb wie heimlich Bangen.
Nur mir war's so, als ob der warme Strahl
des Sonnenlichts mit kaltem Flor verhangen,
und drinnen fühlt' ich's, daß zum erstenmal
ein Schauer durch die warme Welt gegangen.

 

 2120761-03e14815ce237b0c8f9583e52f83eb85.jpg
Wilhelm Jensen (15 februari 1837 – 24 november 1911) 
Portret door Siri Pasina, 2012

 

 

De Griekse schrijver en zakenman Demetrius Vikelas, ook bekend als Bikelas werd geboren in Ermoupoli op 15 februari 1835. Zie ook alle tags voor Demetrius Vikelas op dit blog.

Uit: The Plain Sister (Vertaald door L.E. Opdycke)

“If I had spoken of men of taste, I should have had to confine myself to the dual number!” Mr. Plateas began to laugh at his own joke. His friend smiled too, but wishing a more exact answer, continued:
“At least we two have imitators; how many did you meet and who were they?”
“Always the same; Mr. A., Mr. B. ” And the professor began to count off on his fingers the peripatetic philosophers, as he used to call the frequenters of this promenade, that he had met, all of them old, or at least of ripe age, except one romantic youth who thought himself a poet.
“And no ladies?” asked the judge.
“Oh, yes, Mrs. X. with her flock of children, and the merchant, what is his name, Mr. Mitrophanis, with his two daughters.”
The judge had learned all he wanted to know without letting his friend perceive the drift of his questions. This was not very difficult, for the professor was by no means a modern Lynceus, and did not see any great distance beyond his nose. No doubt this resulted from the innate simplicity and integrity of his character; having never been able to conceal or feign anything himself, he was easily led to believe whatever he was told. The readiness with which he became the victim of his friends each first of April was notorious. He was always on the watch from the night before; but his precautions were in vain. He was a man of first impressions. Sometimes, but not often, he fathomed the questions afterward, and discovered that he had not acted or spoken as he would have liked. As a rule, however, these after-thoughts came too late to be of any use, and he had to console himself with the reflection that what’s done is done.
“What do you say, will you stroll on with me?” asked the judge.
“What, at this hour, my dear friend!”

 

 2120761-a0919ebe3a2adbf32752ea006b4be6e5.jpg
Demetrius Vikelas (15 februari 1835 – 20 juli 1908)
Als wassenbeeld in het Olympisch stadion van Beijing

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter en schrijver Tobias Amslinger werd geboren in 1985 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Tobias Amslinger op dit blog.

 

Landschaft

Zeichnen Sie einen ersten Landstrich.
Formen Sie jetzt einen Landkreis daraus.
Sehen Sie zu, wie landab, landauf,
entlang der Linie ein Landauer fährt.
Nehmen Sie als Landbesetzer darin Platz.
Schlagen Sie in Ruhe ihr Landei auf.
Fühlen Sie sich ganz als Landbesitzer, der
landein, landaus, von Landtag zu Landtag,
das Landbrot bricht. Lauschen Sie:
was die Geige des Landstreichers spricht.

 

 2120761-a06270a3cad3bef1c731672bbab160eb.jpg
Tobias Amslinger (Stuttgart, 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2008 en eveneens mijn blog van 15 februari 2009.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten