Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 februari 2018 tot 19 februari 2018

Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: De notaris en het meisje

“Voor Anna was het de vijfde keer dat ze het begrafenisritueel aanschouwde. Bij de vorige processie mocht ze voor het eerst met de vrouwen meelopen. Ze droeg toen een zwarte overrok die ze bij iedere stap tot aan haar enkels de kleigrond in trapte. Nu zat ze gehurkt achter de kruiwagen met het zware gevoel in haar keel en kon ze zich niet eens meer voorstellen hoe licht het leven was toen ze met de kinderen mee mocht huppelen, achter de bellen en de fakkels aan.
De stoet trok langs het ondiep en zou nog eenmaal in de richting van het dorp komen voor hij afboog naar het droogveld. De dikke mist die over het laagland dreef, leek er altijd te zijn als er dingen gebeurden die God niet mocht zien. Nu zorgde Hij ervoor dat Anna alleen de kop, het midden en de staart van de meanderende rouwstoet zag.
‘Het lijkt op een aal.’ De krassende mannenstem kwam van achteren, naast de schuur. ‘Hij kronkelt het moeras in.’ De man was niet van het laagland. Hij droeg een zwarte overjas over een donker pak, en onder de hoed die tot aan zijn wenkbrauwen over zijn voorhoofd was getrokken, staarden twee kraalogen haar onafgebroken aan. Onder zijn linkeroog liep een litteken, als een traan, langs zijn neus tot aan zijn mondhoek.
Het duurde even voor Anna de man vanuit hurkzit durfde aan te spreken.
‘Wie bent u, meneer? Bent u soms familie?’ Anna stond op en wilde een stap naar achteren zetten, maar stootte tegen de kruiwagen aan.
‘Je bent mooi. Geen kleikop, je hebt een fijn gezicht. Hoe oud ben je, meisje?’
‘Ik ben zeventien, bijna achttien. Ik heet Anna. Wie bent u?’
De glimlach van de man drukte het litteken schuin omhoog.
‘Bijna achttien, toe maar. Waar zijn je ouders, meisje?’
‘Mijn vader en moeder lopen mee. Ze lopen naar het droogveld.
Ze zijn pas rond de middag weer terug.’
‘Werkt je vader aan het veen of op het veld?’

 

 2121842-6f8be2f64b49e678f26eae6e0bf23772.jpg
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: What I Loved

“Her right hand was resting on her pubic bone, and when I moved closer, I saw that she was holding a little taxi in that hand-a miniature version of the ubiquitous yellow cab that moves up and down the streets of New York.
It took me about a minute to understand that there were actually three people in the painting. Far to my right, on the dark side of the canvas, I noticed that a woman was leaving the picture. Only her foot and ankle could be seen inside the frame, but the loafer she was wearing had been rendered with excruciating care, and once I had seen it, I kept looking back at it. The invisible woman became as important as the one who dominated the canvas. The third person was only a shadow. For a moment I mistook the shadow for my own, but then I understood that the artist had included it in the work. The beautiful woman, who was wearing only a man's T-shirt, was being looked at by someone outside the painting, a spectator who seemed to be standing just where I was standing when I noticed the darkness that fell over her belly and her thighs.
To the right of the canvas I read the small typed card: Self-Portrait by William Wechsler. At first I thought the artist was joking, but then I changed my mind. Did that title next to a man's name suggest a feminine part of himself or a trio of selves? Maybe the oblique narrative of two women and a viewer referred directly to the artist, or maybe the title didn't refer to the content of the picture at all, but to its form. The hand that had painted the picture hid itself in some parts of the painting and made itself known in others. It disappeared in the photographic illusion of the woman's face, in the light that came from the invisible window, and in the hyperrealism of the loafer. The woman's long hair, however, was a tangle of heavy paint with forceful dabs of red, green, and blue. Around the shoe and the ankle above it, I noticed thick stripes of black, gray, and white that may have been applied with a knife, and in those dense strokes of pigment I could see the marks left by a man's thumb. It looked as if his gesture had been sudden, even violent.”

 

 2121842-74ac7f8a17ab9b32defa740c10ca60bd.jpg
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit: Olivia Joules and the Overactive Imagination

«The problem with you, Olivia, is that you have an overactive imagination.”
“I don’t,” said Olivia Joules indignantly.
Barry Wilkinson, foreign editor of the Sunday Times, leaned back in his chair, trying to hold in his paunch, staring over his half-moon glasses at the disgruntled little figure before him, and thinking: And you’re too damned cute.
“What about your story about the cloud of giant, fanged locusts pancaking down on Ethiopia, blotting out the sun?” he said.
“It was the Sudan.”
Barry sighed heavily. “We sent you all the way out there and all you came up with was two grasshoppers in a polythene bag.”
“But there was a locust cloud. It was just that it had flown off to Chad. They were supposed to be roosting. Anyway, I got you the story about the animals starving in the zoo.”
“Olivia, it was one warthog—and he looked quite porky to me.”
“Well, I would have got you an interview with the fundamentalist women and a cross amputee if you hadn’t made me come back.”
“The birth of Posh and Becks’s new baby you were sent to cover live for BSkyB?”
“That wasn’t hard news.”
“Thank God.”
“I certainly didn’t imagine anything there.”
“No. But nor did you say anything for the first ten seconds. You stared around like a simpleton, fiddling with your hair live on air, then suddenly yelled, ‘The baby hasn’t been born yet, but it’s all very exciting. Now back to the studio.’”

 

 2121842-3eea5d5d8dc051d8a421da118847d039.jpg
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit: Der Verrückte des Zaren (Vertaald door Helga Viira)

„Die Gepäckträger waren natürlich da, um uns auf der Reise von Petersburg nach Woiseck unter der Aufsicht des Feldjägers nicht aus den Augen zu lassen. Damit wir nicht vom vorgeschriebenen Weg abwichen, zum Beispiel ins Ausland, was man am meisten fürchtete, oder sonstwohin. Und damit wir keine Briefe und Nachrichten schickten oder mit Außenstehenden ins Gespräch kamen, über staatsfeindliche Dinge, versteht sich .. .
Unterwegs hatte ich seit neun Jahren eigentlich zum erstenmal Gelegenheit, Timo eingehend zu betrachten. Ich hatte munkeln hören, er wäre fürchterlich dick geworden. Das stimmte nicht. Nun ja, als er verhaftet wurde, war er ein schlanker junger Mann gewesen und hatte blendend ausgesehen, viel jünger als dreißig. jetzt wirkte er wie fünfzig. Sein zahnloser Mund machte ihn sogar noch älter. Am besorgniserregendsten war meiner Meinung nach seine graue Gesichtsfarbe.
Nicht sein graumeliertes Haar oder das überflüssige Gewicht. Letzteres würde er sich bald abreiten. Bei Gott — er fing gleich damit an! Er öffnete das Kutschenfenster und winkte den Feldjäger herbei. Er erklärte ihm etwas. Dann ließ er die Kutsche halten.
»Kitty, ich möchte ein wenig reiten. Ich habe allzu lange keine Bewegung gehabt.«
Er stieg aus. Einer der Gendarmen gab ihm sein Pferd und kletterte zu Käsper hinter den Kutschkasten. Timo schwang sich in den Sattel und galoppierte davon, der Feldjäger und zwei Gendarmen in respektvoller Entfernung von fünfzig Schritt hinterher...
Ich schaute mich in der Kutsche um. Der kleine, braungebrannte, stupsnasige Jüri lag zusammengerollt unter seinem karierten Reiseplaid auf dem Hintersitz und schlief fest, vorn wiegte sich Liisos flachsblonder Kopf im Schlummer. Ich neigte mich zu Eevas Ohr und fragte leise in der Bauernsprache> (später wurde mir klar, daß dies gleichsam ein Wink war, auch künftig von diesen Dingen nur in der Bauernsprache miteinander zu reden): »Eeva, was haben sie mit seinen Zähnen gemacht?"

 

 2121842-646f2ba260b86fde6242fe588307eada.jpg
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Jage zwei Tiger

„Kai befand sich gegen seinen Willen in der Zivilisation.
Und zwar in einer, die nichts mit seinem bisherigen Alltag zu tun hatte (in dem er, umgeben von eiweißlastig ernährten, reit- oder Tai-Chi- oder karatebegeisterten Kindern, in die fünfte Klasse einer bilingualen Ganztagsschule gegangen war oder mit seiner Mutter durch mit Kunst behangene Hallen an Menschen vorbei, die Binky immer genervt hatten, weil man anhand der pseudosubversiven Statements ihrer Anziehsachen und Haarschnitte sofort feststellen konnte, aus wie vielen und was für Designklassikern deren Inneneinrichtung bestand, ab und zu noch ein paar kalkulierte Brüche, irgendein bambusmäßiges, aus Bali eingeflogenes Windlicht zum Beispiel, oder ein Motörheadposter zwischen dem Eames-Softpadchair und irgendwas vom Flohmarkt, eine mit Perlmuttknöpfen beklebte Kommode, über der eine Pfauenfeder schwebt, grau gestrichener Beton mit Perserteppichen oder Echtholzparkett, sogenannte Scheißkreativoasen, in denen sich an folkloristischer Kunst geschätzte Einfachheit und Schlichtheit widerspiegelt, und auf keinen Fall Hängeschränke in der Küche). Das, was er unter seiner momentan so verhassten Realität verstand, war an diesem Ort dermaßen jenseits, dass er sich traute, an der Ziege vorbei zum Wasser zu gehen. Die Ziege folgte ihm sogar.“

 

 2121842-3bddf1df29a8d5cbf96742bd0cb84229.jpg
Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Horizontbetrachter

Hier ist ein Wald
da sind die Bäume
darin sind die Ringe
darin schläft die Angst

du schlägst zu mit der Axt
und trinkst den Harzstein mit

und das Lieblingstier
das ist der Affe im Zoo
den kannst du besuchen
und er dich nicht

 

Ohne Kragen und wenn wirs denken würden

Die Farbfilme lagern in Kühlschränken
ein Beischlaf kann im Treppenhaus
beginnen, ja, unter den Tieren sind
wir die traurigsten

wir kaufen Geld an Automaten
wir mieten Zimmer für den Sommer
wir lesen morgens Zeitung und
erleben Déja-vus, wir erwarten
Liebesbriefe, die nicht kommen
wir denken uns ein Land und vögeln
bis ein Heiland niedergeht und
schieben Einkaufswagen durch
einen schwerbestückten Laden

ja aber, WENN WIRS DENKEN WÜRDEN
wir stünden auf Aussichtstürmen, eine Menge
Nomaden im verstörten Licht
„Es gibt Ansätze“, würde jemand
flüstern, „Eine Verbesserung“
würde jemand hinzufügen und vielleicht
sagt es dann einer: DER MENSCH ALS
KLEINSTE WIRTSCHAFTLICHE EINHEIT
geht jeden Sonntag Kuchen holn oder
steht vor einem Zielfernrohr
an dessen Ende der Körper fällt, MACHTS
GUT, NACHBARN, ja, es genügt
zu wissen, wie eine Schwertlilie aussieht

 

 2121842-71f799523137b9fc7e4039e6adea8298.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

„Das hätte ich wissen müssen, aber sie sagen einem ja nicht Bescheid, wenn der Hase wieder läuft. Der Alte schob seine Beine über die Bettkante und sah Robert an. Willst du einen Tee? Du kannst ein Glas kriegen. Ich setze gleich Wasser auf. Danke. Ich muß weiter. Machen Sie sich keine Umstände. Umstände. Der Alte lachte. Mir macht nichts mehr Umstände. Ich hab was zu erledigen, sagte Robert. Ich verstehe schon. Du denkst: Der hat einen ganz schönen Vogel. Erst läßt er mich das Kissen hochbringen, und jetzt soll ich mich noch in seine dreckige Wohnung setzen. Zwischen jedem Wort holte er tief Luft, und Robert schien, als hörte er ein Pfeifen in der Stimme des Mannes. So eilig wird es nicht sein, daß du einem alten Mann nicht zehn Minuten Gesellschaft leisten kannst. Robert setzte sich in den Sessel und sah sich um. Der Alte suchte seine Schuhe, fand einen und ging schließlich barfuß in die Kochnische. Er hat gewußt, daß der Fahrstuhl funktioniert. Was soll ich mit ihm reden? Es ist auch egal. Sechs Stunden. Besser hier sitzen als auf der Straße vor jeder Uniform zittern. Der Alte begann zu husten. Er stand am Spülbecken und ließ das Wasser in den Kessel laufen. Der Husten wurde stärker, und plötzlich ließ der Alte den Kessel fallen und erbrach sich ins Becken. Jetzt kotzt der auch noch. Robert ging in die Kochnische. Es geht gleich wieder, flüsterte der Alte, und sein Körper zitterte. Dann erbrach er sich wieder, und Robert sah die roten Klumpen im Becken. Der Alte drückte den Kopf gegen die Wand. Tränen rannen über sein Gesicht. Seine Hose rutschte herunter. Er griff nach ihr, aber er bekam sie nicht mehr zu fassen. Robert bückte sich und zog sie wieder hoch. Das Zittern des Körpers wurde stärker. Jetzt kippt er weg. Robert faßte ihn an den Schultern und in den Kniekehlen, hob ihn hoch und trug ihn zum Bett. Der Alte hatte die Augen geschlossen.”

 

 2121842-6501975b895e34a15beacc4112108692.jpg
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: The Last Sleep of Reason (Vertaald door Dmitri Priven)

"This is the third time he's not in!" answered the woman angrily. " You bloody Tatar!"
"I am Russian!" protested Sinichkin. "Actually, ethnic hatred in its extreme manifestations is against the law!"
"I wasn't talking about you!" corrected the woman. "It's about the man from this flat! Bloody uncultured Tatar! Not a word in Russian, not a single bloody word!
"Why bother coming to him then?" inquired Sinichkin.
"Well, he hasn't been to work for God knows how many days! And no one knows where the hell he's got to!"
"And you are…"
"His co-worker," answered the woman with a thunderous sneeze. "A-shoo… From the deli department".
Sinichkin had trouble making a connection between shoes and salami, so he asked the woman to clarify.
"Ilyasov is the name! Don't know how old exactly, but pretty old. He works in our shop, in the fish department, and I'm in meats and deli."
"What've shoes got to do with it?"
"Shoes? My shoes got wet, so I've got a cold!"
The woman wrinkled her nose so as to hold her next sneeze, and thought to herself that there were a lot of idiots on this planet, more than one could imagine. Obviously this man in uniform did not have a lot of brains under that hat.
"Well, who needs brains anyways?" said the sausage woman out loud, which left captain utterly confused. "The manager told me to go find Ilyasov, because he's an ace when it comes to fish!"

 

 2121842-d01e15b21a079897377f76b107d1bbf0.jpg
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)
Moskou, het Rode Plein 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook alle tags voor Wolfgang Fritz op dit blog.

Uit: Flatterbusch

„Ich hatte einmal eine Arbeitsgruppe zu leiten, deren Aufgabe die Verbesserung der Welt auf einem gewissen, nur einem bescheidenen Teil der Menschheit zugänglichen Gebiet war. Die Mitglieder der Gruppe waren Akademiker, junge Leute, die sich noch keinen Namen gemacht hatten, von Universitätsinstituten und Ministerien entsandt. Ergebnis unserer Arbeit sollte eine Studie sein, ein so genanntes Paper, welches unsere Teilnehmer auf dem Weg zu Ruhm und Macht, ein freilich nur bescheidenes Stück, vorwärts bringen mochte.
Insgesamt kamen zu den wöchentlichen Sitzungen vielleicht fünfzehn Leute, Männlein und Weiblein, einmal ein paar mehr und einmal ein paar weniger. Wir arbeiteten in einem recht beengten Saal im Dachgeschoß eines innerstädtischen Amtsgebäudes, wo man aber für die Beengung durch einen prächtigen Blick auf die Dächer der umliegenden Häuser entschädigt war.
Unter den Anwesenden war einer, von dem niemand wusste, woher er kam. Sein Name war, das konnte den Anwesenheitsprotokollen entnommen werden, Daniel Christian Flatterbusch; akademischen Grad oder entsendete Stelle füllte er niemals aus. Das taten auch andere nicht, teils weil sie es für unter ihrer Würde fanden, teils weil sie sich etwa der Tatsache schämten, dass Titel und Stelle nur bescheidener Natur waren. Zu welchen von beiden Flatterbusch gehörte, vermochte ich nicht einzuschätzen; ein bestimmtes Gefühl hielt mich aber davon ab, ihn einfach zu fragen.
Flatterbusch war ein unauffälliger Mann mittleren Alters, eher schlank, mit dem Ansatz zu einem Wohlstandsbäuchlein, mit schwarzem, streng nach hinten gekämmtem Haar, und blassem Gesicht, das von einer mächtigen, ebenfalls schwarzen Hornbrille fast verdeckt wurde. Seine Kleidung war einfach: grauer Pullover, aus dem ein reiner Hemdkragen hervorschaute, braune Schnürlsamthose und abgetretene hellbraune Halbschuhe.“

 

 2121842-ad24cac574d17bd546107e3699f56e14.jpeg
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)
Innsbruck 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari deel 1 en ook deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en eveneens mijn blog van 19 februari 2009 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Jonathan Lethem

De Amerikaanse schrijver Jonathan Allen Lethem werd geboren op 19 februari 1964 in Brooklyn, New York. Lethem groeide aanvankelijk op in Kansas City, vervolgens in Brooklyn. Zijn vader Richard Brown Lethem is beeldend kunstenaar, zijn moeder Judith stierf aan kanker toen hij nog een tiener was. Een paar semesters studeerde Lethem met Bret Easton Ellis aan het Bennington College in Vermont voordat hij naar Californië verhuisde en begon te schrijven. Eind jaren tachtig publiceerde hij zijn eerste korte verhalen, maar pas met zijn romans trok hij in de jaren negentig internationaal de aandacht. Met zijn roman „Gun, with Occasional Music“, een futuristische detective verhaal in de stijl van Raymond Chandler won hij in 1995 de Locus Award in de categorie "Best First Novel" van Locus Magazine. Na het uitbrengen van zijn vroege verhalen in één bunde,l “The Wall of the Sky, the wall of the Eye”, verscheen in 1996 Lethem’s roman "As She Climbed Across the Table". In 1997 ontving hij de World Fantasy Award voor “The Wall of the Sky, the wall of the Eye”. Eind jaren negentig verhuisde Lethem van de Bay Area terug naar Brooklyn. Zijn volgende boek na deze verhuizing was “Girl in Landscape“ (1998). In 1999 verscheen “Motherless Brooklyn”. Voor deze roman ontving Lethem de National Book Critics Circle Award, de Macallan Gold Dagger Awards for crime fiction, de Salon.com Book Prize en was het Esquire Book of the Year. In 2003 publiceerde Lethem de autobiografisch geïnspireerde educatieve roman "The Fortress of Solitude" Zijn tweede verhalenbundel: "Mannen Cartoons" verscheen in 2004. Weer een roman "You do not love me yet" verscheen in 2007. In 1987 trouwde Jonathan Lethem met schrijfster Shelley Jackson, maar ze gingen in 1998 weer uit elkaar. Lethem woonde tot 2010 in Brooklyn toen hij vanwege familiale redenen naar Claremont, Californië verhuisde. Daar doceert hij creatief schrijven aan het Pomona College.

Uit: Motherless Brooklyn

"Maufishful," said Gilbert Coney in response to my outburst, not even turning his head. I could barely make out the words--"My mouth is full"--both truthful and a joke, lame. Accustomed to my verbal ticcing, he didn't usually bother to comment. Now he nudged the bag of White Castles in my direction on the car seat, crinkling the paper. "Stuffinyahole."
Coney didn't rate any special consideration from me. "Eatmeeatmeeatme," I shrieked again, letting off more of the pressure in my head. Then I was able to concentrate. I helped myself to one of the tiny burgers. Unwrapping it, I lifted the top of the bun to examine the grid of holes in the patty, the slime of glistening cubed onions. This was another compulsion. I always had to look inside a White Castle, to appreciate the contrast of machine-tooled burger and nubbin of fried goo. kaos and control. Then I did more or less as Gilbert had suggested--pushed it into my mouth whole. The ancient slogan Buy 'em by the sack humming deep in my head, jaw working to grind the slider into swallowable chunks, I turned back to stare out the window at the house.
Food really mellows me out.
We were putting a stakeout on 109 East Eighty-fourth Street, a lone town house pinned between giant doorman apartment buildings, in and out of the foyers of which bicycle deliverymen with bags of hot Chinese flitted like tired moths in the fading November light. It was dinner hour in Yorktown. Gilbert Coney and I had done our part to join the feast, detouring up into Spanish Harlem for the burgers. There's only one White Castle left in Manhattan, on East 103rd. It's not as good as some of the suburban outlets. You can't watch them prepare your order anymore, and to tell the truth I've begun to wonder if they're microwaving the buns instead of steaming them. Alas. Taking our boodle of thusly compromised sliders and fries back downtown, we double-parked in front of the target address until a spot opened up. It only took a couple of minutes, though by that time the doormen on either side had made us--made us as out-of-place and nosy anyway. We were driving the Lincoln, which didn't have the "T"-series license plates or stickers or anything else to identify it as a Car Service vehicle. And we were large men, me and Gilbert. They probably thought we were cops. It didn't matter. We chowed and watched."

 

2190795-a9c5c20546cba4994d26ede251144f8e.jpg
Jonathan Lethem (New York, 19 februari 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

De verzoeking in de woestijn (Nicolaas Beets)

 

Bij de eerste zondag van de vasten

 

 2121293-fa2cfc169fa83ef70ad8dc4469832e4a.jpg
De verzoeking van Christus door Ary Scheffer, 1854

 

 

De verzoeking in de woestijn
Matth. IV. v. 1-11.

I.
De booze.
Hoe? Is des Boozen euvelmoed
Zoo groot, dat niets hem vreezen doet,
Dat hij den Reinen aan durft blikken
En tarten tot zijn worstelperk?
Durft hij, door list en lagen sterk,
Den Heilgen lokken in zijn strikken?

Vernam hij, in de afzichtbre hel,
Van Gods genade 't grootsch bestel,
Zoo is de tijd zijns wroks gekomen;
Want de aarde, 't voorwerp van zijn wensch,
Met den door hem gevallen mensch,
Zijn roof, zijn buit wordt hem ontnomen.

Verborgen voor zijns volks gezicht,
Bereidt zich Jezus tot den plicht,
Waarop hij 't oog des geestes vestte,
En toeft in 't hart der woestenij.
Reeds veertig dagen vastte hij,
Maar nu, nu hongert hem ten leste.

Daar treedt, geoefend op verraad,
Met vriendlijk oog en heusch gelaat,
De Satan voor des Heilands oogen:
‘Hoe? Lijdt Gods zoon hier hongersnood?
Hij vordre van dees rotsen brood;
Wat zou Zijn almacht niet vermogen?’

Naar 's Tempels tinnen voert hij hem.
‘Welnu,’ klinkt des Verzoekers stem,
‘Werp, werp u af! Gij moogt het wagen.
Zijt Gij Gods Zoon, voor u geen nood!
Daar de Englen Gods Gods Gunstgenoot,
Op hunne handen zullen dragen.’

Hij voert hem op een hoogen berg,
Dat hij zijn hart met eerzucht terg:
‘Ziehier al 's werelds vorstendommen!
Indien gij neervalt aan mijn kniên,
Zult gij ze in Uwe handen zien,
Ten top van grootheid opgeklommen.’

De Heilige blijft onverlokt;
Geen list des Satans, die hem schokt
Of in zijn hart den lust kan wekken;
Hij keert de pijlen, die hij spilt,
Op 't godlijk woord als op een schild,
En dwingt hem schaamrood af te trekken.

 

 2121293-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Sint Bavo kathedraal in Haarlem, de geboortestad van Nicolaas Beets

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 07:38 Reageer op dit bericht

Nick McDonell, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens, Toni Morrison, Elke Erb, Charlotte Van den Broeck

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Third Brother

“When dinner started, the children would go to the playroom and eat with the nannies. They lounged on heavy couches, watching movies until they fell asleep and the nannies went outside for cigarettes. Lyle especially loved these dinners and made a point of talking to everybody, lingering in the dining room rather than watching movies with the other children. He loved listening to adults talk. So did Mike, but he knew he didn't understand the way his older brother did. The adults sat and drank wine and laughed and smiled at one another in the fall candlelight. Many of them had started families late or had been married once before and had only recently started new ones. Jobs were interesting; there was much travel. There was a lot to talk about, and the subtext was that they were lucky to have the lives they had. Mike remembered everyone being very happy.
Before one of these dinners, Lyle decided that he and Mike would be spies. Lyle had gotten a small tape recorder, only a toy really, for his birthday earlier that fall. Their plan was to hide it in the dining room to record the dinner conversation. While the servants were setting up, and Mike's mother was upstairs dressing, and Mike's father was out walking along the ocean, Lyle and Mike secured the tape recorder under the table with duct tape. As the guests arrived and had drinks, the boys slid between them and crawled under the table and switched on the recorder. They were very excited all through dinner, but they didn't tell any of the other children what they were up to. By dessert, Mike couldn't wait any longer. He wanted to go get the recorder. No, said Lyle, they'll be there for a long time. Let's just look. When they peeked around the dining room door, Elliot Analect saw them and held up the tape recorder, which he must have found much earlier, maybe when he first sat down. Analect wasn't a regular guest at these dinners. He was usually abroad somewhere. At this point he was a correspondent in East Asia, and Mike's father was especially glad to have him for Thanksgiving. Mike's mother didn't like Analect. Mike didn't know this the way Lyle did, but he had a sense of it too. When Analect held up the recorder Mike knew instantly they would be in trouble. He saw the way the adults laughed but didn't think it was funny. One of them, drunker than the rest and not a very good friend of Mike's parents, was even a little angry. Mike remembered that he worked for one of the networks. Their mother was embarrassed and that always made her cross as well. Mike's father called the boys over and tried to set things right by giving them a talk in front of the table that was both funny and serious. Analect removed the tape from the recorder and put it in his pocket.”

 2121290-21afd6bc295f6287d71fc77e37057cfb.jpg
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: Porta Romana

“De etalages van een horlogemaker, een lijstenmaker en een antiquair. Hij wierp een blik naar binnen, zonder stil te houden. Het was alsof hij een onzichtbaar jongetje achternaliep. Het jongetje mocht hij niet kwijtraken, want het leidde hem door deze onbekende omgeving. De dingen deden zich als nieuw aan hem voor. Maar toch voelden ze al zo oud.
Het eindpunt van de route lag links in een hoek. Een plaque aan de muur vermeldde ‘6 – Scuola parificata’, wat ‘gelijkgestelde school’ betekende. De hoge houten deur stond open en Emilio keek uit op een binnenplaats waar de lokalen omheen lagen. Bij de deuropening hadden zich moeders met kinderen verzameld. Emilio liet zijn oog vallen op een donkere, mysterieuze vrouw met een kind aan iedere hand. Ze kuste hen op de wangen en liep weg. Maar hij liep de openstaande deur door en betrad de binnenplaats. De kinderen speelden er tot ze naar binnen moesten. De moeders keken toe, terwijl ze met elkaar en met enkele leraren praatten.
Emilio keek door de ramen bij de leslokalen naar binnen. Kleine stoelen en lage tafeltjes. Platen van dieren aan de muur. Kasten gevuld met boeken en opgestapelde bordspelen. Houten bakken met speelgoed. Slingers van papier. Het geheel maakte een kleurige en chaotische indruk.
‘Kan ik u ergens mee helpen?’
Emilio maakte zich los van het raam en toen hij zich omdraaide nam een lerares hem aandachtig in zich op.
‘Heeft u hier een kind op school zitten?’ vroeg ze.
‘Ik heb hier...’ stamelde hij, maar het lukte hem niet om zijn zin af te maken. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Een paar moeders draaiden zich om en bekeken hem van top tot teen. De wandelstok in combinatie met het litteken op zijn voorhoofd wekte wantrouwen.
‘Als u geen familie bent van een kind dat hier naar school gaat, verzoek ik u vriendelijk te vertrekken.’ Emilio begreep waarvoor hij werd aangezien. Hij verliet de binnenplaats. Op het trottoir keek hij even voor zich uit, om het stigma dat hij zojuist kreeg opgeplakt van zich af te schudden. Vervolgens liep hij terug de Via Romana over. De heuvel op. Zoals hij dat vroeger aan het einde van elke schooldag gedaan kon hebben.
Bij het huis aangekomen nam hij de gevel een tijdje in zich op en wandelde weer naar beneden. Bij de gesloten deur van de school draaide hij zich om en zette opnieuw de wandeling naar boven in.”

 

 2121290-0c60520fbf702bcee09b795c85120fd4.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

Kloosterdroog

Ik monnik, ik leef
in de ruïnes, ben
de laatste hier

in mijn rock ‘n’ roll klooster
van de Schemerorde
van de Twintigste Eeuw

buiten bonkt ze
op vergrendelde poort
zal niet opstaan

ik werk.

 

 

Het land Overvloed

Er is een beek waar geld in stroomt
gouden karpers naar adem happen
en watervallen diamanten spuiten

aan de oevers van de beek
staan de vissers geld te vangen
kaviaar te plukken uit het riet

het is in het land dat Overvloed heet
waar de buiken rond, de daken verguld
zijn alle verlangens vervuld

in Overvloed heerst geen ongeluk
geen woningnood noch hongersramp
de gletsjers schuiven er het eten aan

in Overvloed heet iedereen geluk
en uit de kranen vloeit de wijn
in rode, volle stralen

ik ben in Overvloed geweest
heb er heel wat dagen doorgebracht,
en heb het uiteindelijk verlaten

te kunnen zwelgen in Overvloed
is zeker aangenaam
gebleven zijn er velen.

 

 2121290-f5c16a14da3d2c44ac00259470c2adb8.png
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923. Zie ook alle tags voor Maarten Mourik op dit blog.

Uit: Een impromptu van J.C. Bloem

“Het was de zomer van '62. Wij, mijn toenmalige vrouw Ariane Amsberg en ik, waren na vier jaar Washington met groot verlof, en zoals dat gaat reisden we stad en land af om familieleden, vrienden en bekenden op te zoeken. Zo belandden we op een bewolkte, winderige dag in de rietlanden van Kalenberg, waar Jacques Bloem en Clara Eggink in een idyllische lat-relatie woonden: hij in een met zijn boeken volgepakt boerderijtje, ‘De Kale Berg’ gedoopt, en zij in een haventje aan de overkant van de weg op haar ‘bodem’, de woonboot ‘De Wijze Uil’. We logeerden op de boot en ik hoor nog de korte klapjes van het kabbelende water tegen de ijzeren wand. De vriendschap tussen Bloem en Ariane dateerde uit de vroege jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zich graag liet bewonderen door mooie jonge meisjes. In haar Leven met J.C. Bloem zegt Clara Eggink daarover dat het in het algemeen de bijna- schoolkinderen waren die hem aantrokken, reden waarom ze hem voor ‘a cradlle-snatcher’ uitmaakte. Bloem leek oprecht verheugd zij vriendinnetje van toen weer te zien en ook ik mocht daarin delen; hij gaf ongevraagd positief commentaar op mijn pas verschenen bundel Nomade.
Nadat we onze bagage op Clara's woonboot hadden gedeponeerd, staken we de weg over naar De Kale Berg, waar we thee zouden drinken. Daar troffen we Jacques aan in zijn befaamde bibliotheek, die in tientallen rekken op de deel en de vroegere stal was ondergebracht. Hij liep moeizaam schuifelend, zwaar leunend op een dikke stok met een opvallend grote rubberen dop. We vroegen hem bezorgd of hij allang moeite met lopen had, maar nog voor hij kon antwoorden zei Clara snibbig: ‘Niks hoor, pure aanstellerij. Als hij weet dat niemand hem ziet, loopt ‘ie als een kievit tussen zijn boeken.’ We lachten wat verlegen en probeerden Bloem in bescherming te nemen met een: ‘Nou, hij zal er best zijn reden voor hebben.’

 2121290-647a25fb19a901228a0a071abd658d2f.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)
Jacques Bloem en Clara Eggink (helemaal rechts) in de jaren '50.

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

Uit: Eindeloos eiland

“Wie het grootste deel van zijn inmiddels zestigjarige leven had doorgebracht in een dichtbevolkte negentiende-eeuwse stadswijk en daar al heel veel jaren in een hoekpand woonde, met zijn slaapkamerraam aan een straatzijde, werd niet gauw wakker van het slaan van autodeuren in de nacht, van het gelal van naar huis kerende cafébezoekers, van gesprekken op de stoep in een vreemde taal, van het sjorren en trekken van een morgenster tussen afgedankt huisraad, van de geluiden van een vuilniswagen in de vroege ochtend of het gesnerp van een tram in de bocht om het park een paar straten verderop.
Toch was Van Rossum van iets op straat wakker geworden. Hij luisterde, met een oog dicht en het andere op de drie wazige cijfers van zijn wekker. Niets.
Door de kier tussen de overgordijnen gluurde weliswaar al daglicht, maar hij hoefde niet naar het toilet en het was zondagsvroeg genoeg om te proberen de slaap te hervatten. Wat niet lukte, want opnieuw moest hij luisteren. Juist omdat er schijnbaar helemaal niets te horen was.
Schijnbaar, want er leek een dikke, wattige stilte te hangen, daar achter de gordijnen, tegen de buitenkant van het raam, een tot zwijgen onderdrukt geroezemoes dat de straat vulde.
Van Rossum priemde een wrikkende vinger in zijn oor.
Nee, dat zat niet dicht. Hij hoorde zelfs het schuiven van zijn onderarm over het dekbed en het bewegen van zijn voeten in hun warme, duistere diepte.
Hij pakte zijn bril van het nachtkastje en stond op.
Het tafereel dat hij zag toen hij de kier tussen de overgordijnen verbreedde, vervulde hem op slag met verbijstering.
Had hij geen bril op gehad, dan had hij zich de ogen uitgewreven, want dan zou het in al zijn evidentie en helderheid niets anders hebben kunnen zijn dan een droombeeld en waarschijnlijk had de bril daarbij op het nachtkastje en Van Rossum gewoon op een zij onder zijn donzen dekbed gelegen.”

 

 2121290-e361fca71796447bac715cf537821ad6.jpg
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Vergeefse verleiding

Dit is de laatste hartstocht van de herfst
zó hij zich uitvlamt in de vlammen van de blaren
die wuiven - wellicht zoals wij afscheid wuiven -
en rijzen
dán eerst rijzen om in eigen gloed
in eigen vloed en gloed
nog éénmaal
zich nog éénmaal uit te vlammen

Aan de vijverkant zijn eenden eender stil
omdat de stappen die wij stappen doelloos zijn
en onze schaduw niet de vlam kan doven
die om de vijver slaat

Dit is de laatste hartstocht van ons allen
stil als eenden liggen wij aan de kant
omdat de vlam niet onze schaduw doet ontvlammen

 

 

Pin-up

Mijn uurwerk stond op kwart voor eeuwigheid.
Nog een kwartier en 't was alweer te laat.
Maar vijf voor twaalf heb ik hier staan te wachten
met reispas, visum en 't gewone afscheid.

Het is nu één over mijn ongenaakbaarheid.
't Wordt tijd dat ik ga vergelijken:
zichzelf in een vitrine bekijken,
doodshoofd van innigheid;

verwelkte pick-up [pin-up] in een tingeltangel,
of nog, en liefst, ter ere van de spijt,
een strip-tease in de Blauwe Engel,

of in de varkensstal van Kirkè.
Of nog, per post en bij 't ontbijt,
de kwadratuur van de vicieuze cirkel.

 

 2121290-c8cd11ffce9f799733a4e074c852860c.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
Dendermonde, stadhuis en belfort

 

 

De Afro-Amerikaansschrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

Uit: Love

"Cosey women," he said. "That's their place you looking for. It ain't been number one for a long time now, but you can't tell them that. Can't tell them nothing. It 1410 or 1401, probably."
Now it was her turn to question his certainty.
"I'm telling you," he said, suddenly irritable — the wind, he thought, tearing his eyes. "Go on up thataway. You can't miss it 'less you try to. Big as a church."
She thanked him but did not turn around when he hollered at her back, "Or a jailhouse."
Sandler Gibbons didn't know what made him say that. He believed his wife was on his mind. She would be off the bus by now, stepping carefully on slippery pavement until she got to their driveway. There she would be safe from falling because, with the forethought and common sense he was known for, he was prepared for freezing weather in a neighborhood that had no history of it. But the "jailhouse" comment meant he was really thinking of Romen, his grandson, who should have been home from school an hour and a half ago. Fourteen, way too tall, and getting muscled, there was a skulk about him, something furtive that made Sandler Gibbons stroke his thumb every time the boy came into view. He and Vida Gibbons had been pleased to have him, raise him, when their daughter and son-in-law enlisted. Mother in the army; father in the merchant marines. The best choice out of none when only pickup work (housecleaning in Harbor for the women, hauling road trash for the men) was left after the cannery closed. "Parents idle, children sidle," his own mother used to say.
Getting regular yard work helped, but not enough to keep Romen on the dime and out of the sight line of ambitious, under-occupied police. His own boyhood had been shaped by fear of vigilantes, but dark blue uniforms had taken over posse work now. What thirty years ago was a one-sheriff, one-secretary department was now four patrol cars and eight officers with walkie-talkies to keep the peace."

 2121290-3c4be7e01e3668114b57228befcaa624.jpg
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Selbstgespräche sind nur Meeresrauschen

denn das Selbst, wie wir es hatten,
das reine
- unter Gottes Eifersucht und scheinheiligem Lidschlag -
Gold,

von unseren Klondike-Klauen und sibirischen, karpatisch...
geklaubt aus schroffen Quarzen:

außerordentlich weich
und dehnbar, leicht

mechanisch zu bearbeiten, von
träger Reaktion,

Scheibenmonstranz, wie es vom Stengel nickt,

hört ja weder selbst noch sprichts,

ein Inbegriff
des innersten Gehirns -
oh Blastula, oh Gastrula, oh Gast

aus fernem Meer, gereist
mit gleichsam aufsteigenden Teichen,

Amöbe, die

im Teichohr Meeresrauschen

 

 

Jäger und Sammler

Das Leder nicht der Handtasche, der Hüfte
nimmt entgegen, Haut nur. So entlegen –

den der stumme Umkreis kantet – jeder Rand
um mich, die stets aus dem Gesicht verliert das Land,
in das Gesicht auch sammelt: Schrank vor Wand –

ich möchte nur das schlaue kleine Hinternchen des Rehs,
des durch Gebüsch sich tauchenden – wahrhaftig! – Farn!
– ich sammle!

weißgeflecktes Hinternchen noch sehn – ich sehs!

& den gemeinen Lebensstrick, bis er den Kopf hat, Ganglien,
elektrisieren, diesen nicht verlieren!

 

 2121290-329b94016fbb942a98533d543b8bd761.jpg
Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd in 1991 geboren in Borgerhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

Uit: Nachtroer

V.
Europa, een inwisselbaar landschap achter het autoraam ondergeschikt
aan welk nummer er op de radio draait, wat er door ons heen glijdt
bij het staren naar de snelweg, in cadans de kerken, de Tsjechen en de verte
het herhaalt zich, zoals wij ons jaar na jaar onbedoeld, maar halsstarrig herhalen
Wenen wordt onze woonkamer, de Donau een geknelde zenuw, zelfs het vrijen
langdradig in die droge zomer, ik slik muggen in, altijd en later
twee tijdstippen die me bij de keel grijpen, nu ze vanzelfsprekend en aangebroken zijn
wij meer dan ooit de gietvorm van ons geluk en niet het geluk zelf het glijdt voorbij
de plaatsnaamborden, voorbij de tinteling en de twijfel daarna
op de autostopplaats de milde stilstand van elkaars glimlach
waarachter een schreeuw smeekt dat we het steeds van elkaar zullen weten
het heimelijk verbond, wat ons opzweept en de strop

 

 2121290-08d1f93a30906fca629b6c9f45b0ec3f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Borgerhout, 1991)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 februari 2007 en ook mijn blog van 18 februari 2008 en eveneens mijn blog van 18 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 07:35 Reageer op dit bericht

Níkos Kazantzákis, Jean M. Auel, Audre Lorde, Mór Jókai, Hedwig Courths-Mahler, Alexander Kielland, Wallace Stegner, Leone Battista Alberti

De Griekse dichter en schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op 18 februari 1883. Zie ook alle tags voor Níkos Kazantzákis op dit blog.

Uit: The Odyssey (Vertaald door Kimon Friar)

Snatch prudence from me, God, burst my brows wide, fling far
the trap doors of my mind, let the world breathe awhile.
Ho, workers, peasants, you ant-swarms, carters of grain,
I fling red poppies down, may the world burst in flames!
Maidens, with wild doves fluttering in your soothing breasts,
brave lads, with your black-hilted swords thrust in belts,
no matter how you strive, earth's but a barren tree,
but I, ahoy, with my salt songs shall force the flower!
Fold up your aprons, craftsmen, cast your tools away,
fling off Necessity's firm yoke, for Freedom calls.
Freedom, my lads, is neither wine nor a sweet maid,
not goods stacked in vast cellars, no, nor sons in cradles,
it's but a scornful, lonely song the wind has takenŠ
Come, drink of Lethe's brackish spring to cleanse your minds,
forget your cares, your poisons, your ignoble profits,
and make your hearts as babes, unburdened, pure and light.
.
O brain, be flowers that nightingales may come to sing!
Old men, howl all you can to bring your white teeth back,
to make your hair crow-black, your youthful wits go wild,
for by our Lady Moon and our Lord Sun, I swear
old age is a false dream and Death but fantasy,
all playthings of the brain and the soul's affectations,
all but a mistral's blast that blows the temples wide;
the dream was lightly dreamt and thus the earth was made;
let's take possession of the earth with song, my lads!
Aye, fellow craftsmen, seize your oars, the Captain comes;
and mothers, give your sweet babes suck to stop their wailing!
Ahoy, cast wretched sorrow out, prick up your ears-
I sing the sufferings and torments of renowned Odysseus!

 

 2121285-6b22e90b73765350bfdeb07773c6b864.jpg
Níkos Kazantzákis (18 februari 1883 - 26 oktober 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook alle tags voor Jean M. Auel op dit blog.

Uit:Het lied van de grotten (Vertaald door Henny van Gulik en Ingrid Tóth)

“Ze bleef staan. ‘Er zijn leeuwen vlak achter de splitsing in het pad,’ zei ze zacht.
Jondalar keek naar voren en zag iets bewegen wat hij herkende als leeuwen nu hij wist waarnaar hij keek. Ook hij greep naar zijn wapens.
‘Jij kunt beter hier blijven met Jonayla. Ik zal gaan.’
Ayla keek neer op haar slapende kindje en keek toen naar hem op.
‘Jij bent goed met de speerwerper, Jondalar, maar er zijn minstens twee welpen en drie volwassen leeuwen, waarschijnlijk meer. Als de leeuwen het gevoel krijgen dat er gevaar dreigt voor de welpen en ze besluiten aan te vallen, zul je hulp nodig hebben, iemand om je bij te staan, en je weet dat ik beter ben dan wie dan ook, op jou na.’
Hij fronste zijn voorhoofd en dacht even na terwijl hij haar bleef aankijken. Toen knikte hij. ‘Goed dan... maar blijf achter me.’ Hij zag vanuit zijn ooghoek iets bewegen en keek achterom. ‘En de paarden?’
‘Ze weten dat er leeuwen in de buurt zijn. Kijk maar,’ zei Ayla.
Jondalar keek. Alle drie de paarden, ook het jonge merrieveulen, staarden strak voor zich uit, zich duidelijk bewust van de grote katten.
Jondalar fronste weer zijn voorhoofd. ‘Zullen ze zich rustig houden?
Vooral kleine Grijs?’

 

 2121285-63baf45a770aa9237f89d46ebe609f5f.jpg
Jean M. Auel (Chicago, 18 februari 1936)
Cover 

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en lesbisch-feministische, anti-racistische activiste Audre Geraldine Lorde werd geboren op 18 februari 1934 in New York. Zie ook alle tags voor Audre Lorde op dit blog.

 

Love Poem

Speak earth and bless me with what is richest
make sky flow honey out of my hips
rigis mountains
spread over a valley
carved out by the mouth of rain.

And I knew when I entered her I was
high wind in her forests hollow
fingers whispering sound
honey flowed
from the split cup
impaled on a lance of tongues
on the tips of her breasts on her navel
and my breath
howling into her entrances
through lungs of pain.

Greedy as herring-gulls
or a child
I swing out over the earth
over and over
again.

 

 

Coping

It has rained for five days
running
the world is
a round puddle
of sunless water
where small islands
are only beginning
to cope
a young boy
in my garden
is bailing out water
from his flower patch
when I ask him why
he tells me
young seeds that have not seen sun
forget
and drown easily.

 

 2121285-b091cbe37eee8abe63a4695adb19fa4f.jpg
Audre Lorde (18 februari 1934 – 17 november 1992)

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Mór Jókai werd geboren op 18 februari 1825 in Komárom. Zie ook alle tags voor Mór Jókai op dit blog.

Uit: Black Diamonds (Vertaald door Frances A. Gerard)

“We are in the depths of an underground cavern. It is bad enough to be underground, but here we are all enveloped in black as well: the ceiling is black, so are the walls; they are made of blocks of coal.
The floor is one great black looking-glass. It is a sort of pond, polished as steel. Over this polished surface glistens the reflection of a solitary light, the light of a safety-lamp shining through a wire net.
A man guides himself over the pond in a narrow boat. By the doubtful light of the lamp he sees high pillars, which rise out of the depths below and reach to the very roof of the cavern--pillars slender, like the columns of a Moorish palace. These pillars are half white and half black; up to a certain point only are they coal black, beyond that they are light in color.
What are these pillars?
They are the stems of pines and palm-trees. These gigantic stems are quite at home in the layers over the coal-mine, but how have they descended here? They belong to another world--the world of light and air. The coal layers overhead sometimes take fire of themselves, and the fire, being intense, has loosened the hold of these giants and sent them below.
Coal-pits kindle of themselves often, as every novice knows, but in this case who extinguished the flames? That is the question.
The solitary occupant of the rudely shaped boat or canoe goes restlessly here and there, up and down. He is a man of about thirty years, with a pale face and a dark beard. His firmly closed lips give him an expression of earnestness, or strong, decided will; while his forehead, which is broad, with large bumps over the eyes, shows that he is a deep thinker. His head is uncovered, for here in this vault the air is heavy, and his curly black hair is in thick masses, so that he needs no covering.
What is he doing here?
He drives his boat over the black looking-glass of the lake; round and round he goes, searching the black walls with anxiety, his lamp raised in his disengaged hand. Does he imagine that a secret is hidden there?
Does he think that by touching a spring, and saying "Open Sesame," the treasure hidden there for hundreds of years will spring forth?”

 2121285-6eab7661017847b4714c63de2377e17d.jpg
Mór Jókai (18 februari 1825 – 5 mei 1904)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Hedwig Courths-Mahler werd geboren in Nebra (Saksen-Anhalt) op 18 februari 1867. Zie ook alle tags voor Hedwig Courths-Mahler op dit blog.

Uit: Die wilde Ursula

“Im ewigen Eis erstarrt lag der Gipfel des Wetterkogels hinter den drei Gestalten, die sich langsam auf dem mit Geröll bedeckten Weg vorwärts schoben.
Tiefe Stille ringsum.
Nur die Schritte der drei Menschen, ihr schweres Atmen und zuweilen das leise Gleiten eines gelösten Steins waren vernehmbar.
Voran schritt Will Vollrat mit hoch erhobenem Haupt.
Ihm folgte mit weniger kräftigen und sicheren Schritten seine Gattin, eine schlanke, zarte Blondine mit lieblichem Gesicht und fiebrig leuchtenden Augen.
Zuletzt ging der Bergführer. Er trug Rucksack und Seile, die vor Kurzem noch die drei Gestalten aneinander gefesselt hatten.
Der Wetterkogel drohte finster und in Nebel gehüllt hinter ihnen her.
Der Bergführer, dessen wettergebräuntes Gesicht wie aus Erz gegossen schien, ließ die scharfen, hellen Augen wachsam und spähend umherschweifen, um den rechten Pfad zu finden. Jetzt rief er Will Vollrat einige Worte zu, um ihm die Richtung anzugeben. Dieser nickte und sah rückwärts zum Gipfel des Wetterkogels hinauf.
Da oben hatten sie vor einigen Stunden gestanden nach mühevoller Kletterarbeit. Will Vollrat hatte mit strahlenden Augen den überwältigenden Rundblick in sich aufgenommen.Wie schön, wie einzig schön und wunderbar!
Eva Vollrat hatte sich schwer atmend auf den Arm ihres Gatten gelehnt. Mit schwärmerischer Innigkeit haftete ihr Blick auf seinem kühn geschnittenen Profil, und seine machtvollen, strahlenden Augen hielten sie im Bann."

 2121285-2b19772aaf3d45d45d1df4e1147fa5bd.jpg
Hedwig Courths-Mahler (18 februari 1867 - 26 november 1950)

 

 

De Noorse schrijver Alexander Lange Kielland werd geboren in Stavanger op 18 februari 1849. Zie ook alle tags voor Alexander Kielland op dit blog.

Uit: Hellgrün ist die Hoffnung

»Du schlurfst«, rief Vetter Hans.
Ole hörte nicht.
»Er ist genauso taub wie Tante Maren«, dachte Hans. »Du schlurfst, Ole!«, rief er lauter.
»O, Verzeihung!«, sagte Vetter Ole und hebt nun die Beine betont in die Höhe mit jedem Schritt. Um nichts in der Welt würde er seinen Bruder verärgern wollen. Er hatte ohnehin schon so ein schlechtes Gewissen.
Dachte er denn etwa nicht genau in diesem Moment an sie? Sie, von der er wusste, dass sein Bruder sie liebte. Und war es nicht sündhaft von ihm, dass er diese Leidenschaft nicht unter Kontrolle bekam? Es war doch Unrecht seinem Bruder gegenüber und außerdem so unendlich hoffnungslos.
Vetter Ole ging streng mit sich ins Gericht; und während er sich auf der anderen Seite des Weges hielt, um nicht so auffällig zu schlurfen, versuchte er mit aller Macht an die allergleichgültigsten Sachen zu denken. Aber wie weit weg er seine Gedanken auch streifen ließ, sie kamen doch über die wunderlichsten Umwege wieder zurück zu dem verbotenen Punkt und flatterten dann wie die Fliegen um das Licht.
Die beiden Brüder, die über die Ferien bei ihrem Onkel, dem Priester, zu Besuch waren, befanden sich gerade auf dem Weg zum Anwesen des örtlichen Amtsrichters, wo es eine Tanzgesellschaft geben sollte. Es waren viele Studenten zu Besuch in dem Dorf und diese Tanzgesellschaften verbreiteten sich deshalb wie eine Epidemie von Anwesen zu Anwesen.
Vetter Hans war in vortrefflicher Stimmung. Er sang, tanzte, machte Witze schon den ganzen Tag über. Und wenn sein Ton dem schlurfenden Bruder gegenüber vielleicht ein wenig scharf war, dann eigentlich nur aus Ärger darüber, dass es ihm nicht gelang, ihn mit seiner vortrefflichen Stimmung anzustecken.“

 

 2121285-9d96f00777965947787bf16fa46af559.jpg
Alexander Kielland (18 februari 1849 - 6 april 1906)
Standbeeld in Stavanger

 

 

De Amerikaanse schrijver Wallace Stegner werd geboren op 18 februari 1909 in Lake Mills, Iowa. Zie ook alle tags voor Wallace Stegner op dit blog.

Uit: Wat behouden blijft (Vertaald door Edzard Krol)

“De lucht is even vertrouwd als de kamer. De voor vakantiehuisjes gebruikelijke zweem van muizen, evenals een vage, niet onaangename herinnering aan stinkdieren onder het huis, maar daaromheen en erdoorheen een geur die even penetrant is als zevenduizend voeten. Een illusie natuurlijk. Wat ruikt naar hoogte, is breedte. Een kilometer of twintig noordelijker ligt Canada, en de ijsvlakte, die zijn sporen in deze hele omgeving heeft nagelaten, is niet voor altijd verdwenen, maar heeft zich alleen maar teruggetrokken. Iets in de lucht, zelfs in augustus, zegt dat hij zal terugkeren.
Eigenlijk, als je kon vergeten dat je sterfelijk was, en dat was hier ooit gemakkelijker dan op de meeste plekken, zou je werkelijk kunnen geloven dat de tijd circulair is, en niet lineair voortschrijdend zoals onze cultuur geneigd is te bewijzen. Vanuit geologisch perspectief gezien zijn we fossielen in wording, zullen we begraven worden en uiteindelijk weer tevoorschijn komen om wezens in latere tijdperken te verbazen. In geologisch, noch biologisch opzicht zijn we als individu van belang. De ene mens verschilt niet zoveel van de andere, elke generatie herhaalt haar voorouders, de werken die we scheppen om ons te overleven, gaan niet veel langer mee dan mierennesten, en veel minder lang dan koraalriffen. Hier keert alles terug naar zichzelf, herhaalt en vernieuwt alles zichzelf, en is het heden nauwelijks te onderscheiden van het verleden.
Sally slaapt nog. Ik glip uit bed en loop op blote voeten over de koude, houten vloer. Als ik langs de kalender loop, wijst die mij erop dat het een andere is dan ik me herinner. Er staat, correct, dat het 1972 is, en dat het augustus is.”

 

 2121285-e7d19378cf2f1cb2d5b8b0651bba618a.jpg
Wallace Stegner (18 februari 1909 – 13 april 1993)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 18 februari 1404. Zie ook alle tags voor Leone Battista Alberti en voor Leone Alberti op dit blog.

Uit: On Painting (Vertaald door Cecil Grayson)

“I think every painter, if he wishes to be a great master, ought to understand clearly the

similarities and the distinctions of the planes, a thing known to very few....They should know that they circumscribe the plane with their lines. When they fill the circumscribed places with colors, they should only seek to present the forms of things seen on this plane as if it were of transparent glass. Thus the visual pyramid could pass through it, placed at a definite distance with definite lights and a definite position of center in space and in a definite place in respect to the observer. Each painter, endowed with his natural instinct , demonstrates this when, in painting this plane, he places himself at a distance as if searching the point and angle of the pyramid from which point he understands the thing painted is best seen.
Where this is a single plane, either a wall or a panel on which the painter attempts to depict several planes comprised in the visual pyramid, it would be useful to cut through this pyramid in some definite place, so the painter would be able to express in painting similar outlines and colors with his lines. He who looks at a picture, done as I have described [above], will see a certain cross-section of a visual pyramid, artificially represented with lines and colors on a certain plane according to a given distance, center and lights. Now, since we have said that the picture is a cross-section of the pyramid we ought to investigate what importance this cross-section has for us. Since we have these knowns, we now have new principles with which to reason about the plane from which we have said the pyramid issues.”

 

 2121285-7bd53dc20657528ca4cc48207ab0b6a5.jpg
Leone Battista Alberti (14 februari 1404 — 25 april 1472)
Cover

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 18 februari 2007 en ook mijn blog van 18 februari 2008 en eveneens mijn blog van 18 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 07:33 Reageer op dit bericht

Rudolf Kögel

De Duitse dichter, theoloog en predikant Johannes Theodor Rudolf Kögel werd geboren op 18 februari 1829 in Birnbaum als zoon van pastor Gottfried Kögel en diens echtgenote Florentine. Rudolf Kögel studeerde in de periode 1847-1852 in Halle en Berlijn theologie en filologie en maakte tijdens zijn studententijd reizen naar Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Zwitserland en Italië. Van 1852-1854 werkte hij als godsdientsleraar aan het Vitzthumschen Gymnasium in Dresden, vervolgens als leraar op het seminarium voor stadsscholen in Berlijn. Van 1854 tot 1857 was hij predikant in Nakel bij Bromberg en vervolgens tot 1863 predikant van de Duits-protestantse gemeenschap in Den Haag (Nederland). Van daaruit werd hij door Wilhelm I als predikant naar Berlijn gehaald en ook benoemd tot lid van de kerkenraad van Brandenburg en tot raadheer in het ministerie van cultuur beoemd. In 1868 verleende de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn hem een ​​eredoctoraat. Het kerkelijk beleid van Adalbert Falk en Emil Herrmann vocht Kögel door zijn invloed bij de keizer met groeiend succes aan. Door toedoen van Falk werd Kögel bij het ministerie van onderwijs ontslagen, maar in 1878 werd Kögel wel benoemd tot lid van de oud-Pruisische protestantse Oberkirchenrat en in 1880 werd hij algemeen inspecteur van de Kurmark. Hij werd beschreven als een uitstekend predikant. Veel van zijn preken werden gebundeld.. Ook schreef hij talloze kerkelijke liederen. Hij publiceerde ook verschillende kleinere geschriften over de sociale kwestie. Hij trouwde in 1855 in Halle met Marie Müller. Het echtpaar had vier zonen en drie dochters, waaronder Julius die hoogleraar theologie in Kiel zou worden. Na de dood van zijn vrouw Marie in 1884 hertrouwde hij met Karoline von Bodelschwingh.

 

Heimat für Heimatlose

So nah dem Strand ein stiller Raum,
Ein eingehegter Garten:
Will man bei Sturm und Wogenschaum
Hier noch der Blumen warten?
Ich trete ein. Zwei Gräberreih'n
In Heidekraut und Moose.
Es sagt der Schrift erloschner Schein:
"Heimat für Heimatlose!"

Die mitleidslos das Meer geraubt
Und die das Meer gab wieder,
Hier legten sie ihr bleiches Haupt
Von Wellen triefend nieder.
Schiffbrüchige — man kennt sie nicht,
Ob Schiffsherrn, ob Matrosen,
Nun träumen von der Heimat Acht
Die armen Heimatlosen.

Du Fremdling mit dem flüchtigen Sinn,
Zieh lachend nicht von hinnen,
Auf dein Woher, auf dein Wohin
Sollst du dich hier besinnen.
Noch eh' der Abend niedersinkt,
Zerflattert Ruh und Rose,
Weh dem, dem nicht beim Scheiden winkt
Heimat für Heimatlose.

Du andrer Gast mit müdem Fuß,
Voll Schwermut und voll Sorgen,
Denk' nicht bei diesem Kirchhofsgruß:
"Hier wär' ich wohlgeborgen!
Was treib' ich noch von Ort zu Ort,
Ein Blatt im Sturmgetose?"
Ist wirklich Tod ein Ruheport,
Heimat für Heimatlose?

Wir sind ein Volk, vom Strom der Zeit
Gespült zum Erdeneiland,
Voll Unfall und voll Herzeleid,
Bis heim uns holt der Heiland.
Das Vaterhaus ist immer nah,
Wie wechselnd auch die Lose —
Es ist das Kreuz von Golgatha
Heimat für Heimatlose.

 

 2140953-10d5d0796ec3af972c1e2a4fd1aa4108.jpg
Rudolf Kögel (18 februari 1829 - 2 juli 1896)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten