Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 februari 2018 tot 22 februari 2018

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit:Aan nederlagen geen gebrek

„Aan Jan Ritsema Amsterdam, 25 februari 1991
Geachte heer Jan Ritsema,
Ons gesprek van verleden week in Scheltema heeft mij met de neus op de feiten gedrukt, of was althans de katalysator daarvoor. Dat mijn tekstjes emotionele interrupties zouden zijn gaat nog niet ver genoeg, afscheidingen van een zieke zijn het. En was die ziekte nog maar iets verhevens, maar het is de meest triviale, banale ziekte die een mens zich kan indenken. Als tussen de mieren de handen waren, die mij langdurig zouden verdoven, die mij uiteen zouden rijten, geloof me, ik zou dat armzalige geploeter laten voor wat het is en tussen de mieren gaan wonen. Hierbij een kort tekstje van mij, niet naar jou gestuurd in enige functie of hoedanigheid. Meer om als wij elkaar weer eens ontmoeten in smoezelige cafés, braakliggende etablissementen, wij naast de belangrijke dingen van het leven 't een en ander de revue kunnen laten passeren. Intussen hoop ik dat de helse depressiviteit, die zo ik weet, ook jouw megalomane stemmingen met een satanisch genoegen afbreekt en doet omslaan in walging en nog eens walging, uit is gebleven.
Morgen reis ik weer af naar Rotterdam en 's avonds zal ik in café Scheltema Johanna ter Steegem treffen. Of ik daar dan werkelijk gewichtig moet doen over een of andere monoloog die ik nog moet gaan schrijven of bij gebrek aan iets beters Baudelaire zal citeren (dronken moet je zijn, dronken van de poëzie, het leven, de liefde, maar dronken moet je zijn) weet ik nog niet. Het zal wel weer bij een hoop grote woorden blijven.
Ik houd je op de hoogte, een groet en sterkte,
Arnon

 

 2122740-5f894a39c74f6ab120beb34512d2ec00.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, literatuurcriticus en columnist Rob Schouten werd geboren in Hilversum op 22 februari 1954. Zie ook alle tags voor Rob Schouten op dit blog.

 

Terra

Het is geen doen in deze wereld
hoe ze ook in het onaandoenlijke
als een vergeten kerstbal hangt.

Kom ook dansen bij ons, roept ze
vreemdsoortige verbinding toe
van ver over het uiterst denkbare.

Ontspannen is het bij ons onterechte,
wij hebben het rookalarm vernield,
stikken doe je maar in de buitenlucht.

Soms timmert iemand op een lessenaar.
Het is geen doen. We moeten zus.
Maar ze leeft in zichzelf verborgen:
gesteente, kijk, wat plukjes zeden.

 

 

Bewaard

Ter zelfmoord trok ik naar de spoordijk op,
kroonde mijn hoofd met rails, deed bielsen aan:
de aarde dreunt, de helling een vulkaan;
wat nu volgt, dacht ik, schrijf ik niet meer op.
Vlak voor mij trokken de rails weg, luchtop
de hemel in waarin ze niet bestaan;
de wind ging onderdrukt gemurmel aan
dat ik verstond. Ik kwam omhoog. Rob! Rob!

Was dat mijn moeder? - hoogst ontdaan stond zij
beneden aan de dijk, het avondmaal
weer in haar tas. Haar fiets beschrijft geen taal.
Dat dood mij zo verging berooide mij,
wat was er met het hiernamaals gedaan
dat men mij kende en terug zag gaan?

 

 

Het oog van de orkaan

Zo zondag dat de wind hier niet
over de pier blaast noch in 't park
de hond dolt is het mij te moede
en zulke taal ook drukt mij uit
als tube's laatste, allerlaatste...

Op straat stappen of ze mij halen:
geen jeugd, geen jacht, komt u maar mee!
maar nee, is het roerloze extase:
een stille gang, tikken zeg niks!
Hier rust lawaai van woede uit.

 

 2122740-ebc364ff893c559cbd67c968aad33922.jpg
Rob Schouten (Hilversum, 22 februari 1954)

 

 

De Nederlandse dichter Ruben van Gogh werd geboren in Dokkum op 22 februari 1967. Zie ook alle tags voor Ruben van Gogh op dit blog.

 

In het heelal

In het heelal is altijd wat te doen.
Sterren planeten razen door elkaar
en moeten in banen worden geleid.

Melkwegstelsels in kaart gebracht
en onderhouden, clusters uiteen-
gerafeld. Altijd druk, altijd druk.

En dan die reizigers,
altijd hun geliefden kwijt, altijd weer.
Kosmische stormen trotserend
zweven zij die grote ruimte in
en vereenzamen.

Er valt gelukkig ook te lachen.
Lekker ineens verdwijnen
in zo'n sympathiek zwart gat:
eeuwig geborgen. Maar dan.....

Een twee drie supernova hoepla,
daar ben ik weer.
Daag.

 

 

Zintuiglijk vijfluik 1

de warme glans van je gezicht
weerkaatste in het avondlicht
- hoog van kleur en transparant

het oog wil ook wat, zei je.
ik ben al bijna bij je.
kijk me nu eens lekker dansen
in die ronding van je hand

 

 2122740-7624bea0c0b17830a44e63b82d0ab55f.jpg
Ruben van Gogh (Dokkum, 22 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

Vergelding

Ik ben gelukkig wijl ik mezelf 'n anders mens heb gevonden
die mij tot nog toe als een onbekende was;
hij heeft geleefd ver weg en komt nu ongeschonden
te voren in de Herfst, die voor mij als de schoonste Lente is.

Niet lang geleden
was een volmaakt sceptisch man te worden, mijn ideaal;
alle hartstocht vergeten,
het leven kalmpjes wegen en meten,
zijn enkel cerebraal,
en als een oud man, geheel bewust,
doden elke woeste levenslust.

Dikwijls heb ik tot mezelf gezegd:
Paul, je weet, het leven is niet goed, het is niet slecht,
het is slechts gewoon, gewoon door en door,
als het werk op je kantoor.

Je moet niet veel van het leven verwachten,
je moet ook niet naar dood-zijn trachten,
heel gewoon, zonder slag of stoot,
zonder dat je geleefd hebt, komt de dood.

Maar het leven heeft als 'n moeder, goed,
een hoorn van ik-weet-niet-wat-overvloed
over het hart van de verloren zoon
gestrooid, - zijn ondankbaarheid ten loon.

Ik ben zó blij, ik weet niet wat ik doen moet,
het is Herfst, en 't is mij of ik slechts kende
het eerste stralen van een nieuwe Lente
in een tere, gele gloed.

Ik zou willen lopen en elk mens
die voorbijkomt, door de lens
van mijn geluk doen kijken.

Ik ben zó blij, wijl het leven
mij ook gegeven
heeft de korte angst van 't pijnlijk wachten
op de welbeminde. En dag op dag
die 'k vroeger vlieden zag
in dorre eentonigheid, wordt tot een schaterlach:
zonnebundels van geluk.

 

 2122740-ee12013393943ee6ebd9cf6d0eb0241f.jpg
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)
Hier links met schilder Floris en beeldhouwer Oscar Jespers

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

Die Ersten

Die Ersten sinds, sie sind im besten Zug
Vom willenlosen Haufen sich zu lösen.
Erkennend eitel Schimmer, seichten Trug
Der großen Reden abgenützte Blößen,
Klangvolle Phrasen, ein vereinter Schwall
Der überflutet Erdehöhen und Täler,
Allüberall der gleiche Wiederhall,
Der gleiche Köder und der gleiche Wähler.
Wohl wächst der Massen Schrei nach Glück und Brot
Doch übertönt er nicht die Worte der Vertreter,
Es fallen Opfer tiefster Seelennot,
Die Masse fällt dein Zeichen der Verräter.
So lausch ich freudig, wenn mit wildem Schrei
Die Brust erfüllt von froher Zukunft ahnen
Sich einer ringt vom Heerdentaumel frei
Kraftvoll empor auf selbstgewollten Bahnen.

 

 

Kind und Traum

Kind und Traum und früher Garten
Wandeln wir durch lauter Licht.
Reifer Früchte runde Schatten
Malen sich auf dein Gesicht.

Wipfel neigen grün die Zweige
Tief in den erfüllten Grund.
Wanderselig, wundertrunken
Übt ein Vogel seinen Mund.

Sieh, es hat die schöne Sonne
Sich in deinem Haar verfangen,
Deiner Augen blaue Sterne
Sind schon in mein Lied gegangen.

 

 2122740-d27359eb000a9aa335d8251487a6e3cc.jpg
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)
Portret door Lon Parker, 2016

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

Uit: Hourglass (Vertaald door Ralph Manheim)

“I have wanted and still want to depart this life with specimens of people, flora and fauna, to lodge them all in my heart as in an ark, to shut them up behind my eyelids when they close for the last time. I wanted to smuggle this pure abstraction into nothingness, to sneak it across the threshold of that other abstraction, so crushing in its immensity: the threshold of nothingness. I have therefore tried to condense this abstraction, to condense it by force of will, faith, intelligence, madness, and love (self-love), to condense it so drastically that its specific weight will be such as to life it like a balloon and carry it beyond the reach of darkness and oblivion. If nothing else survives, perhaps my material herbarium or my notes or my letters will live on, and what are they but condensed, materialized idea; materialized life: a paltry, pathetic human victory over immense, eternal, divine nothingness. Or perhaps--if all else is drowned in the great flood--my madness and my dream will remain like a northern light and a distant echo. Perhaps someone will see that light or hear that distant echo, the shadow of a sound that was once, and will grasp the meaning of that light, that echo. Perhaps it will be my son who will someday publish my notes and my herbarium of Pannonian plants (unfinished and incomplete, like all things human). But anything that survives death is a paltry, pathetic victory over the eternity of nothingness--a proof of man's greatness and Yahweh's mercy. Non omnis moriar.”

 

 2122740-b202d924127ef4f03880f720460e98af.jpg
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989) 
Cover

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

Uit: The Selected Essays (The Modern Novel: A Catholic Point Of View)

“The purpose of this essay is to suggest that some of the basic problems of the modem novelist arise from the history of the novel over the last sixty years or so, and are concerned with the disappearance from the novel of the ethic which until then informed it. These problems may perhaps be seen in a clearer light by considering them from the point of view of the Catholic novelist, for the Catholic novelist sometimes feels more sharply than the non-Catholic the disabilities which the disappearance of that ethic has brought about, even as he also feels that it may yet be his task to replace the vanished ethic of the older novel, either by a fuller ethic of his own or by a purification of the remnants of values which still inform the novel — one might almost say in spite of itself. For the novel always has had, under whatever often disingenuous guise, some sense of moral and human values. So it has been from Fielding to Meredith.78 Sometimes, as in the case of Jane Austen, one wonders if there is not a destructive scepticism playing upon commonly accepted values, but the main run of the English novel has definitely established and preserved what Saintsbury called a tradition of "moral and intellectual health, of truth and honour, freedom and courtesy."79 It is patent in writers like Thackeray and Dickens and George Eliot; it is implicit in others like the Brontes; it is basic in the lesser writers like Lytton and Marryat. Then, late in the day in England, but as early as the 'sixties or 'seventies in France, a break occurred. The still popular idea of the licentious Frenchman was gathered largely from the novels of the French Restoration — from Eugene Sue, Paul de Kock, Dumas pere et fils, Flaubert, Balzac.a The dates are significant. Flaubert, for example, was sued for the alleged indecency of Madame Bovary in 1860, and that is the actual date of Adam Bede, a late date for Thackeray and Dickens, a middle date for Mrs. Gaskell.E Maupassant, Flaubert's literary son, contributed "Boule de Suif" to the Soirees de Medan, that manifesto of naturalism, to which Zola and Huysmans also contributed, in 1880 — at which date Tennyson was at his height. In that development of the novel, from realism to naturalism, which still rules the English novel, the old values were undermined. What produced this result need not concern us, though we may agree that nineteenth-century scientific research, the increasing complexity of the social atmosphere, and the rise of a sceptical democracy, had more to say to it than anything else. »

 

 2122740-7a3f17ea6cd966ec323bd1259a29c41e.jpg
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)
Cover

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

The Pope Replies to the Ayatollah Khomeini

My Dear Khomeini:

I read your fourteen thousand dollar
ad asking me why the Vatican waited
all of these years to send an envoy
to complain about conditions in Iran
You're right, we should have sent one
when the Shah was in power, look,
I'm in total agreement with you
Khomeini, that Christ, had he lived in
Iran under the Shah, would have led the
biggest damned revolt you ever saw

Believe me, Khomeini, I knew about
the Shah's decadence, his extravagance
his misdeeds, and how he lolled about
in luxury with Iran's loot
I knew about the trail of jewels which
led to his Dad's capture
but a fella has to eat and so when
David Rockefeller asked me to do something
how could I refuse?

You can afford to be holier than thou
What is it, 30 dollars per barrel these days?
You must be bathing in oil
While each day I suffer a new indignity

You know that rock record they made me
do? It's 300 on the Charts which is about
as low as you can get.
And I guess you read where I
had to call in all those Cardinals and
for the first time reveal the Vatican
budget?
I had to just about get down on my hands
and knees to get them to co-sign for a
loan
The Vatican jet has a mechanical problem
and the Rolls-Royce needs a new engine
The staff hasn't been paid in months
and the power company is threatening to
turn off the candles
To add to that, the building inspector
has listed us as having 30,000 code
violations
I'm telling you, Khomeini, that
so many people are leaving the church
I have this nightmare where I
wake up one day in Los Angeles and
I'm the only one left

Pretty soon we'll be one of those
cults you read about in the San
Francisco Chronicle
And so, Khomeini, I promise
you that when we pay off the
deficit, I won't send an envoy
I'll come visit you myself

I'd like to discuss this plan
that Patriarch Dimitrios, of
the Greek Orthodox Church, and I
just came up with

You know, we haven't spoken to
those fellows in 900 years but
when you are 20 million dollars
in the red
You'll talk to anybody

 

 2122740-5f0374b80a8f2a90d5c6f680da36d303.jpg
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)
 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

Sonnet IX

I only know that every hour with you
Is torture to me, and that I would be
From your two piognant lovelinesses free!
Rainbows, green fire, white diamonds, the fierce blue
Of shimmering ice-bergs, or to be shot through
With lightning or a sword incessantly--
Such things have beauty, doubtless; but to me
Mist, shadow, silence--these are lovely, too.
There is no shelter in you anywhere;
Rhythmic intolerable, your burning rays
Trample upon me, withering my breath;
I will be gone, and rid of you, I swear:
To stand upon the peaks of Love always

 

 

Sonnet X

Still will I harvest beauty where it grows:
In coloured fungus and the spotted fog
Surprised on foods forgotten; in ditch and bog
Filmed brilliant with irregular rainbows
Of rust and oil, where half a city throws
Its empty tins; and in some spongy log
Whence headlong leaps the oozy emerald frog.
And a black pupil in the green scum shows.
Her the inhabiter of divers places
Surmising at all doors, I push them all.
Oh, you that fearful of a creaking hinge
Turn back forevermore with craven faces,
I tell you Beauty bears an ultrafringe
Unguessed of you upon her gossamer shawl!

 

 2122740-7839ef394fd35238d7cc37e73344b7fa.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2015 deel 1 en ook deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en eveneens mijn blog van 22 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:19 Reageer op dit bericht

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Annelies Verbeke

 

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Annelies Verbeke

De Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke krijgt de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel voor haar boek “Halleluja”. De Biesheuvelprijs wordt volledig gefinancierd met crowdfunding en de hoogte hangt daar ook van af. Aan de prijs is deze keer een geldbedrag verbonden van 7336 euro. De prijs wordt voor de vierde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor, in 2017 Maarten 't Hart . Annelies Verbeke werd geboren op 6 februari 1976 in Dendermonde. Zie ook alle tags voor Annelies Verbeke op dit blog.

Uit: Halleluja (De beer)

“De auteur is een beer geworden. Een oude, bruine beer.
Van het mannelijke geslacht maar impotent, zo meent hij te ontdekken, voorzichtig tastend met zijn kromme klauw.
Omdat hij vindt dat hij over zoiets open kaart moet spelen, vertelt hij het meteen aan de partner van de auteur, naast hem in bed. De partner draait zich slapend om en verstrengelt zich blindelings met de beer, zijn mond om diens rechtertepel. De beer gromt zacht en fronst.
Wankel en houterig loopt hij de trap af. Onderweg naar het toilet bemerkt hij harde, schilferige stukken huid op zijn knieën. Op zijn ellebogen eveneens. Alsof hij door zijn vacht is gebarsten. Eczeem misschien, denkt de beer, of schurft. Spierpijn heeft hij ook, en diarree. Een oude, zieke beer.
Of hij een bruine beer is, weet hij niet zeker, mogelijk is hij een kleine grizzly. Hij bestudeert zichzelf voor de badkamerspiegel: geen haar op zijn neus, geen bult op zijn rug. De voetafdruk die hij na een stap op de natte badkamermat achterlaat toont tenen die uit elkaar staan. Op vier poten bevindt zijn achterste zich hoger dan zijn schouders. Heel zeker een bruine beer. Geen grizzly. Ach, wat kan het me ook bommen, denkt de beer.
‘Gelukkig ben ik geen ijsbeer, het is een warme lente.’ Hij probeert positief te blijven. Het lukt niet. Waarom net deze metamorfose? Beter als beer ontwaken dan als insect? De beer heeft daar sterk zijn twijfels over. Hij herinnert zich een film die de auteur ooit zag, eentje uit de jaren tachtig, hij kan
niet op de titel komen, iets met een randpersonage dat een berenpak droeg na een verkrachting. Dat was hier niet het geval, tenzij de verkrachting metaforisch moest worden opgevat, maar de kop van de beer staat nu absoluut niet naar metaforen. Hij draagt ook geen berenpak, er valt niets uit te trekken.
Dat de auteur de voorbije maanden steeds grotere hoeveelheden honing had gegeten had een waarschuwing moeten zijn. Hoewel de weegschaal het tegensprak, had ze zich steeds zwaarder gevoeld. Het was onvoorstelbaar hoeveel ze in korte tijd was verloren, wat er buiten haar wil of inbreng om was opgeheven, afgerond en opgeblazen.”

 

 2122577-b7d8e87d375c6a457e869442a34f1f6a.JPG
Annelies Verbeke (Dendermonde, 6 februari 1976)

Geschreven door Romenu om 08:05 Reageer op dit bericht

Philip Kerr

De Britse schrijver Philip Ballantyne Kerr werd geboren in Edinburgh op 22 februari 1956. Kerr studeerde rechten en juridische filosofie aan de universiteit van Birmingham en werkte daarna in een reclamebureau. 1989, zijn eerste roman, “March Violets”, die speelt in de jaren 1930 in Berlijn, een mix van historische roman en thriller die internationale erkenning ontving en waaraan in Frankrijk de Prix du Roman d'Aventures en de Prix Mystère de la critique werd toegekend. Vanuit het debuut ontwikkelde zich de misdaadtrilogie “Berlin Noir” over de privédetective en voormalige hoofdinspecteur Bernhard Gunther. Verschillende bijfiguren zijn niet fictief, zoals Ernst Gennat (destijds politiecommissaris van Berlijn), Reinhard Heydrich, Bernhard Weiß (een Joods politicus), Arthur Nebe, Adolf Eichmann, Horst Carlos Fuldner (een nazi-agent in Argentinië) en Joseph Mengele. Zijn romans en thrillers schreef hij onder zijn eigen naam en zijn kinderboekenserie “Children of the Lamp” als P.B. Kerr.

Uit: The Other Side of Silence

„Yesterday I tried to kill myself.
It wasn’t that I wanted to die as much as the fact that I wanted the pain to stop. Elisabeth, my wife, left me a while ago and I’d been missing her a lot. That was one source of pain, and a pretty major one, I have to admit. Even after a war in which more than four million German soldiers died, German wives are hard to come by. But another serious pain in my life was the war itself of course, and what happened to me back then, and in the Soviet POW camps afterwards. Which perhaps made my decision to commit suicide odd considering how hard it was not to die in Russia; but staying alive was always more of a habit for me than an active choice. For years under the Nazis I stayed alive out of sheer bloody mindedness. So I asked myself, early one Spring morning, why not kill yourself? To a Goethe-loving Prussian like me the pure reason of a question like that was almost unassailable. Besides, it wasn’t as if life was so great anymore, although in truth I’m not sure it ever was. Tomorrow and the long, long empty year to come after that isn’t something of much interest to me, especially down here on the French Riviera. I was on my own, pushing sixty and working in a hotel job that I could do in my sleep, not that I got much of that these days. Most of the time I was miserable. I was living somewhere I didn’t belong and it felt like a cold corner in hell, so it wasn’t as if I believed anyone who enjoys a sunny day would miss the dark cloud that was my face.
There was all that for choosing to die, plus the arrival of a guest at the hotel. A guest I recognized and wished I hadn’t. But I’ll come to him in a moment. Before that I have to explain why I’m still here.
I went into the garage underneath my small apartment in Villefranche, closed the door, and waited in the car with the engine turning over. Carbon monoxide poisoning isn’t so bad. You just close your eyes and go to sleep. If the car hadn’t stalled or perhaps just run out of gas I wouldn’t be here now. I thought I might try it again another time, if things didn’t improve and if I bought a more reliable motor car. On the other hand, I could have returned to Berlin, like my poor wife, which might have achieved the same result. Even today it’s just as easy to get yourself killed there as it ever was and if I were to go back to the former German capital, I don’t think it would be very long before someone was kind enough to organize my sudden death. One side or the other has got it in for me, and with good reason. When I was living in Berlin and being a cop or an ex-cop, I managed to offend almost everyone, with the possible exception of the British.”

 

 2133077-5d7d852d746f3d1ab21971935029fd24.jpg
Philip Kerr (Edinburgh, 22 februari 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Herman de Coninck, Tom van Deel, Jonathan Safran Foer, Hans Andreus, David Avidan, Chuck Palahniuk, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Kleurenstudie

En de zwarte kraai kwam
van over de zeven bergen gevlogen en
bracht een brief in z'n bek:

een zwarte omslag met een zwart
kaartje er in waarop in witte
letters het woord 'zwart'.

Zo donker is de nacht van de dood
en zo wit is onze schrik.

 

 

Om echt te lezen

Om echt te lezen
moet je alle lichten uit doen,
woorden houden van duisterheid
zoals het beeld houdt van de donkere kamer.
Onder hen beiden zouden ze zonder geluid
te maken de wereld kunnen vervangen.

 

 

Alles deed pijn

Alles deed pijn. Twee uur lang in kleren
gehesen worden deed pijn. Zijn vrouw zijn
deed pijn, lachen deed pijn, grijnzen al minder,
moed niet. Moed wordt ervan gemaakt

zoals een vuist van vijf vingers.
En verdriet is die vuist weer opendoen.

Sterven doe je alleen.
Niet sterven ook.

Dood zijn doe je met twee
Achterblijven ook.

 

 2122410-743b99f7c079bb4ff9668c45288cd779.jpg
Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Tom van Deel werd geboren in Apeldoorn op 21 februari 1945. Zie ook alle tags voor Tom van Deel op dit blog.

 

Nesten van Vincent

De vogelnesten die hij gretig binnenhaalde,
dertig op voorraad in een hoek van het atelier,
uit hun natuur heeft hij ze omgeschapen tot
stilleven en tegen zwarte achtergrond lichtend
vertoond, zoals ook aardappel, pompoen of peer.
Studies in gebruik van kleur, schreef hij z'n broer:
begin met slaafs natuur te volgen, eindig dan
met uit palet te scheppen de natuur die volgt.
Kunst is vogelnest - voorgoed voorbij bewoning.

 

 

Nu het nog licht is

Nu het nog licht is zou ik graag
een ander willen zijn, een haas
die zich een hoed opzet en man wordt.
Door spiegel wil ik gaan, raadsels
van aangezicht tot aangezicht
bezien, en weten dat ik niet alleen
een haas ben maar in 't licht van deze
spiegeling een man met hoed, een ander
dan men kent, niet bang voor jagers
of voor strikken, mijn eigen jagers zelfs
mijn eigen strik verschijnt daar
in het lacht als man met hoed.

 

 2122410-adad69be96badcde40c0b44e0fa640cf.jpg
Tom van Deel (Apeldoorn, 21 februari 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer werd geboren in Washington D.C. op 21 februari 1977. Zie ook alle tags voor Jonathan Safran Foer op dit blog.

Uit: Hier ben ik (Vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

„Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen. Hij had in een appartement gewoond met boeken tot het plafond en kleden die dik genoeg waren om dobbelstenen in te verbergen, toen in anderhalve kamer met een vloer van aangestampte aarde; op bosgrond onder onverschillige sterren; onder de vloer bij een christen die een halve wereld en eeuw daarna een boom zou laten planten om zijn rechtschapenheid te gedenken; in een gat in de grond, zoveel dagen achtereen dat hij zijn knieën nooit meer helemaal heeft kunnen strekken; te midden van zigeuners, partizanen en min of meer fatsoenlijke Polen in doorgangs-, vluchtelingen- en statenlozenkampen; op een bootje met een fles met een boot erin die een slapeloze agnosticus daar op wonderbaarlijke wijze in had gebouwd; aan de overkant van een oceaan die hij nooit helemaal zou oversteken, boven een stuk of zes kruidenierswinkels die hijzelf met bloed, zweet en tranen had opgebouwd en met een kleine winst had verkocht; naast een vrouw die de sloten op de deur controleerde totdat ze ervan kapotgingen en op haar tweeënveertigste van ouderdom stierf zonder dat ooit een prijzende lettergreep haar strot had verlaten, maar de cellen van haar vermoorde moeder deelden zich nog steeds in haar hersenen; en ten slotte, de laatste kwarteeuw, in een huis met een souterrain in Silver Spring waar het zo stil was als in een sneeuwbol en waar vijf kilo Roman Vishniac op de salontafel lag te vergelen, Enemies, a Love Story in kwaliteit achteruit zat te gaan in de laatste nog werkende vhs ter wereld en een bak eiersalade zichzelf in vogelgriep omzette in een ijskast gemummificeerd in foto’s van prachtige, geniale, tumorloze achterkleinkinderen.
Duitse hoveniers hadden Isaacs stamboom helemaal tot op de Galicische bodem teruggesnoeid. Maar met geluk, intuïtie en wilskracht en zonder hulp van boven had hij de wortels naar de straten van Washington overgeplaatst en tijd van leven gehad om hem weer te zien uitbotten. En tenzij Amerika zich tegen de Joden keerde – totdat, corrigeerde zijn zoon Irv dan – zou de boom blijven groeien en bloeien. Tegen die tijd zou Isaac natuurlijk allang weer in een gat in de grond zitten. Zijn knieën kreeg hij nooit meer recht, maar op zijn onbekende leeftijd, met onbekende krenkingen wie weet hoe nabij, werd het tijd zijn Joodse vuisten niet meer te ballen en toe te geven dat het eind was begonnen. Het verschil tussen toegeven en accepteren is depressie.”

 

 2122410-e607ac7dd1da939f9eb526c200f73ac4.jpg
Jonathan Safran Foer (Washington, 21 februari 1977)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook alle tags voor Hans Andreus op dit blog.

 

Vreemd lichaam

Drank – en later een vreemd lichaam:
mijn handen blijven tedere snelle
werktuigen;
mijn mond denkt aan iets anders.

Mijn mond, mijn hele lichaam denkt:
het goede lichaam, het vertrouwde
is hier niet.
Het woont weer in een te zachtgroen land:
gras dat lispelt,
gelogen bloemen.

En hier dit vreemd maar natuurlijk toch
eenzaam lichaam tegen mij aan:
wanneer de morgen komt,
sla ik mijn ogen ervoor neer
en slaap maar
en slaap.

 

 

De drie vliegen

Er zaten eens drie vliegen
Om het hardst te liegen,
Buiten op een balkon,
Luierend in de zomerzon.

De eerste zei: ‘Met deze poot
Sloeg ik vijf olifanten dood.’

De tweede zei: ‘Ik vlieg zo vlug,
In ’n uurtje naar Afrika en terug.’

De derde zei: ‘Ik vlieg zo hoog,
Nog hoger dan de regenboog.’

Toen werd ’t wat kil en ’t waaide wat
De vliegen riepen: ‘Voel je dat!’

En vlogen gauw het huis weer binnen
Om daar nóg meer leugens te verzinnen.

 

 2122410-c87d5b88db46cb6a9cacd4c6c4f6bd23.gif
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977) 

 

 

De Israëlische dichter, schrijver, schilder en filmmaker David Avidan werd geboren op 21 februari 1934 in Tel Aviv. Zie ook alle tags voor David Avidan op dit blog.

 

Urgently Have To Give Myself

I urgently have to give myself additional opportunities now,
leave previous contingencies which have been implemented,
move toward new innovative opportunities, open possibilities.
At a certain stage I stopped supplying this vital need to myself.
I remembered only previous shipments, huge and abundant
and I innocently thought that the store of possibilities would never end.
I didn’t think about myself in conventional industrial concepts,
and so I supplied the raw material and the production plans at the same time.
Now delivery begins – one, two, three.
On trains and planes and cargo ships and semi-trailer trucks.
I supply myself with additional possibilities that won’t run out so fast.
I open hidden doors for myself and pass through them.
I signal the new options to reach me at record speed.

I urgently have to give myself additional opportunities now,
The earlier opportunities were more or less used up earlier.
My writing flows, and I meet nearly every challenge,
but that’s not what I’m looking for, I’m looking for new opportunities.
I’ll find them, don’t worry, I’ll find them.
They are waiting for me on my doorstep, they are waiting for me.
They know everything they have to about me – they have all the data.
They operate according to the data they have and according to essential information.
They are looking for me the way I look for them,
because I am their possibility just as they are my possibilities.

 

 

Microfilm

Everything’s miniature, like microfilm.
And at the hour of need – enlarged.
It could have worked for us too.

The world is filled with creatures which are too large
and not always useful and not always necessary.
What’s so bad about miniaturizing people and their belongings
and enlarging them at the hour of our need.

Keep them in mind big, taking up space.
Keep them in mind jumping toward the basket.
Keep them in mind, their equipment and objects.
But keep them in mind small, until the proper time.

We haven’t got the mental power
to shrink and at the same time believe
that we’ll grow at the hour of need.
We’re afraid we won’t return from the journey
toward miniaturization.
We want to maintain our territoriality
to use and as a special option.

And so there’s no mini-future for humankind,
no micro-future for humankind, which doubts.
People don’t have the rare prowess
to contract and attack when the time comes.

 

Vertaald door Lisa Katz

 

 2122410-009481e3d5a7d741aab3ebd65483e997.jpg
David Avidan (21 februari 1934 - 11 mei 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Chuck Palahniuk werd geboren op 21 februari 1962 in Pasco, Washington. Zie ook alle tags voor Chuck Palahniuk op dit blog.

Uit: Fight Club

“Sob’s big arms were dosed around to hold me in-side, and I was squeezed in the dark between Bob's new sweating tits that hang enormous, the way we think of God's as big. Going around the church basement full of men, each night we met: this is Art, this is Paul, this is Bob; Bob's big shoulders made me think of the hori-zon. Bob's thick blond hair was what you get when hair cream calls itself sculpting mousse, so thick and blond and the part is so straight. His arms wrapped around me, Bob's hand palms my head against the new tits sprouted on his barrel chest. "It will be alright," Bob says. "You cry now." From my knees to my forehead, I feel chemical reactions within Bob burning food and oxygen. "Maybe they got it all early enough," Bob says. "Maybe it's just seminoma. With seminoma, you have almost a hundred percent sur-vival rate. »
Bob's shoulders inhale themselves up in a long draw, then drop, drop, drop in jerking sobs. Draw themselves up. Drop, drop, drop. I've been coming here every week for two years, and every week Bob wraps his arms around me, and I cry. "You cry," Bob says and inhales and sob, sob, sobs. "Go on now and cry." The big wet face settles down on top of my head, and I am lost in-side. This is when I'd cry. Crying is right at hand in the smothering dark, closed inside someone else, when you see how everything you can ever accomplish will end up as trash. Anything you're ever proud of will be thrown away. And I'm lost inside. This is as close as I've been to sleeping in almost a week. This is how I met Marla Singer. Bob cries because six months ago, his testicles were removed. Then hormone support therapy. Bob has tits because his testosterone ra-tion is too high. Raise the testosterone level too much, your body ups the estrogen to seek a balance. This is when I'd cry because right now, your life comes down to nothing, and not even nothing, oblivion. Too much estrogen, and you get bitch tits. It's easy to cry when you realize that everyone you love will reject you or die."

 

 2122410-56f70117f05f020a05c787369fb01b25.jpg
Chuck Palahniuk (Pasco, 21 februari 1962)
Brad Pitt als Taylor Durden in de film “Fight Club” uit 1999

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

Uit: The Quest

 

IX. The Tower

This is an architecture for the old;
Thus heaven was attacked by the afraid,
So once, unconsciously, a virgin made
Her maidenhead conspicuous to a god.

Here on dark nights while worlds of triumph sleep
Lost Love in abstract speculation burns,
And exiled Will to politics returns
In epic verse that makes its traitors weep.

Yet many come to wish their tower a well;
For those who dread to drown, of thirst may die,
Those who see all become invisible:

Here great magicians, caught in their own spell,
Long for a natural climate as they sigh
"Beware of Magic" to the passer-by.


X. The Presumptuous

They noticed that virginity was needed
To trap the unicorn in every case,
But not that, of those virgins who succeeded,
A high percentage had an ugly face.

The hero was as daring as they thought him,
But his pecular boyhood missed them all;
The angel of a broken leg had taught him
The right precautions to avoid a fall.

So in presumption they set forth alone
On what, for them, was not compulsory,
And stuck half-way to settle in some cave
With desert lions to domesticity,

Or turned aside to be absurdly brave,
And met the ogre and were turned to stone.

 

 2122410-afd503727f12e3374382208800212c45.jpg
W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
Hier met collega dichter Chester Kallman (rechts) in Venetië in 1961

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Laure Limongi werd geboren op 21 februari 1976 in Bastia (Corsica). Zie ook alle tags voor Laure Limongi op dit blog.

Uit: Fonction Elvis

« Gladys adore son fils. Gladys pleure son fils. Le drame d’un hoquet de l’histoire. En écho strict. C’est écrit.
Mais c’est le même visage. Colombe blanche de l’aube.
Un paradoxe ou une image, la beauté convoitée.
Contrairement à d’autres Indiens, Morning Dove White pose, pose devant les machines des Blancs, ne craignant pas les flashes, persuadée qu’ils accomplissent enfin un serment fait à son peuple : « Tu as promis que nos enfants auraient tant de métal d’argent qu’en se regardant les uns les autres, ils paraîtraient aussi éclatants que le soleil levant... » Elle est convaincue que c’est là le sens de la nouvelle Amérique, la leur. L’image. Le don d’une culture, qui est d’argent. Et la répétition. Le charme velouté de sa peau résiste à la longueur de la pose, conserve la fraîcheur de l’aube. (Un général ajoute que l’éclat unique de l’or divertit tellement l’œil qu’il fait oublier l’odeur du sang.
Sans compter l’imagination.) Et elle met des enfants au monde, comme aujourd’hui sa descendante. Destinées errantes élevées de pauvreté, de rudesse, de rêves et d’espoirs. Le temps de plusieurs révolutions complètes ".

 

 2122410-df79bdcb8d44b319e3498cf8c1e33961.jpg
Laure Limongi (Bastia 21, februari 1976)
Elvis Presley

 

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Zie ook alle tags voor Justus van Effen op dit blog.

Uit: No. 9. Den 15. October 1731. De Hollandsche Spectator.

“Wanneer ik my onlangs verlustigde met in dat gewoel en gedruisch, verwekt door eene zamenvloed van bewoonders der meeste waerelds deelen, de noch standhoudende grondslag van Neerlandsch welvaaren, en uitgestrekte macht te bespeuren; hechte ik voornamentlyk myne aandacht op eene zeekere hoek, alwaar onder geringe kleederen crediet en onder eenvoudige wezens en gebaarden, verstand en oordeel schuilden. Doch op die plaats wat heen en weer tredende, vond ik my met de hand een weinig te rug gehouden, door een persoon die my vry koeltjes toevoegde: Zoo dicht hier niet by, als 't je geliefd, jy vrind met je rappier; ik heb daar zo aanstonds al een heele scheur in myn kleeren gekreegen, en ik vrees dat myn koussen 'er ook aan zullen moeten gelooven. Ik wou doch wel eens weeten wat al die deegens hier op de Beurs doen? Hoewel ik de eer niet heb een Koopman te zyn, vond ik die berisping, schoon wat ruw, niet ongegrond, en zonder te antwoorden, dacht ik raadzaam my elders heen te begeven; doch in het doordringen, 't welk niet geschiede, zonder myne heenen eenigzins te beschadigen, bespeurde ik waarlyk, dat indien de Beurs was bestormt geworden, het aan middelen van verdeediging niet zoude hebben ontbrooken. 't Was ook niet moeyelyk voor my te bemerken, dat veel dezer gewapende wezentlyk zich met den Handel bemoeyden; en niet, gelyk ik, door nieuwsgierigheid alleen, derwaards waren getrokken. Hier op herhaalde ik in my zelve, 't geen ik zelf zo aanstonds had moeten hooren; Wat hebben al die deegens doch op de Beurs van nooden? Zouden die Heeren, dacht ik, zich hunne loffelyke Professte wel schaamen? Is het zo met de zaak gelegen, zo hoeft men zich over d'algemeene klachten, wegens 't verval des Koophandels niet zeer te verwonderen. Ik ging verder, en dewyl dikwils, door 't geringste voorval, de reden, die door de gewoonte als in de slaap gewiegd is, word opgewekt, vroeg ik my zelve, waarom ik doch met het rapier op de zyde voor den dag kwam?”

 

 2122410-fe3855b5571d89b3852a67133e4feafa.jpg
Justus van Effen (21 februari 1684 - 18 september 1735)
Amsterdam, koopmansbeurs – Frederick de Wit, ca. 1690

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn blog van 21 februari 2017 en ook mijn blog van 21 februari 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008 en eveneens mijn blog van 21 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten