Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 februari 2018 tot 26 februari 2018

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Ulrike Syha, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: Onderworpen (Vertaald door Martin de Haan)

“Gedurende alle jaren van mijn naargeestige jeugd bleef Huysmans voor mij een metgezel, een trouwe vriend; nooit voelde ik twijfel, nooit overwoog ik op te geven of me op een ander onderwerp te richten. Toen, op een namiddag in juni 2007, na lang te hebben gewacht en al even lang te hebben getreuzeld, wat langer zelfs dan toelaatbaar was, verdedigde ik voor de jury van de universiteit Paris IV-Sorbonne mijn proefschrift: Joris- Karl Huysmans, of het einde van de tunnel. Meteen de volgende ochtend (of misschien dezelfde avond nog, dat kan ik niet met zekerheid zeggen, de avond van mijn promotie was eenzaam en erg alcoholisch) begreep ik dat een deel van mijn leven ten einde was, en waarschijnlijk het beste deel.
Datzelfde geldt in onze nog altijd westerse en sociaaldemocratische samenlevingen voor iedereen die klaar is met zijn studie, maar de meeste mensen beseffen het niet, of niet meteen, verblind als ze zijn door de drang naar geld, of misschien naar consumptie bij de primitiefsten, degenen die het sterkst verslaafd zijn geraakt aan bepaalde producten (zij vormen een minderheid, de meesten zijn bedachtzamer en bedaarder en raken domweg gefascineerd door geld, die 'onvermoeibare Proteus'), en nog meer verblind door de drang om zich te bewijzen, een benijdenswaardige sociale positie te verwerven in een wereld waarvan ze aannemen en hopen dat die competitief is, daartoe geprikkeld door hun verafgoding van wisselende iconen: sportlieden, mode. of websiteontwerpers, acteurs en modellen.
Om diverse psychologische redenen die ik niet kan en niet wil analyseren, week ik vrij ver van een dergelijk patroon af. Op 1 april 1866, toen hij achttien jaar oud was, begon Joris-Karl Huysmans zijn carriere als ambtenaar zesde klas bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Eredienst. In 1874 bracht hij in eigen beheer een eerste bundel prozagedichten uit, Le drageoir à épices, die weinig recensies kreeg, afgezien van een bijzonder vriendschappelijk artikel van Theodore de Banville. Zijn debuut in het bestaan had niets opzienbarends, zoveel moge duidelijk zijn.
Zijn ambtelijke leven verstreek, en ook zijn leven in het algemeen. Op 3 september 1893 werd hem het Legioen van Eer toegekend voor zijn verdiensten binnen het overheidsapparaat. In 1898 ging hij met pensioen, toen hij - na verrekening van de periodes van buitengewoon verlof - zijn reglementaire dertig jaar dienst erop had zitten.”

 

 2123829-5d0047b32d5f9a2b29fb7892709df9d0.jpg
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)
Cover van de Hongaarse uitgave

 

 

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook alle tags voor Victor Hugo op dit blog.

 

Demain, des l’aube …

Demain, dès l'aube, à l'heure où blanchit la campagne.
Je partirai. Vois-tu, je sais que tu m'attends.
J'irai par la forêt, j'irai par la montagne.
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps.

Je marcherai les yeux fixés sur mes pensées,
Sans rien voir au dehors, sans entendre aucun bruit,
Seul, inconnu, le dos courbé, les mains croisées,
Triste, et le jour pour moi sera comme la nuit.

Je ne regarderai ni l'or du soir qui tombe,
Ni les voiles au loin descendant vers Harfleur,
Et, quand j'arriverai, je mettrai sur ta tombe
Un bouquet de houx vert et de bruyère en fleur.

 

 

Voor dag en dauw

Voor dag en dauw, als licht al aanbleekt op het lover,
Ga ik op pad. Ik weet wel dat jij op mij wacht.
Ik trek de bossen door en trek de bergen over,
Ik heb te vaak ver van jou mijn dagen doorgebracht.

Ik ga, ik hoor geen geluiden, kijk niet om me heen
En houd mijn ogen slechts gericht op mijn gedachten:
Een onbekende, met gekruiste handen, krom, alleen,
Verdrietig, en mijn dagen zullen zijn als nachten.

Ik kijk niet hoe het avondgoud wordt ingebed
Noch naar de zeilen die Harfleur haast binnenglijden;
En eenmaal bij je grafsteen leg ik een boeket
Van groene hulst vermengd met bloesemende heide.

 

Vertaald door Koen Stassijns

 

 

Zij had als kind

Zij had als kind deze gewoonte aangenomen
Van elke ochtend even bij mij aan te komen.
Ik wachtte als op de zon op 't stralen van haar blik,
En zij kwam binne'en zei: Dag vadertje, daar ben ik!
En nam mijn pen en deed mijn boeken open,
Zat op mijn bed, wierp mijn papieren overhoop en
Ging lachend plots weer als een vogel er vandoor.
En ik ging dan waar ik gebleven was weer door,
Wat minder zwaar van hoofd, en vond terwijl ik schreef
Soms in mijn handschrift wat haar speelse hand misdreef,
Een arabesk die zij in scherts getekend had
En licht gekreukeld menig onbeschreven blad,
En zie, mijn zoetste vers verwekte dáár het lot.
Zij hield van bloemen, sterren, weidegroen, van God,
Zij die nog onontwaakt reeds rijp van geest geviel.
Haar oog weerspiegelde de klaarheid van haar ziel,
Zij vroeg mij altijd weer en over ieder ding.
Hoe was de winteravond vol betovering
Als wij geschiedenis of taal delibereerden,
Mijn kindren alle vier zich bij mijn knie groepeerden,
Daarnaast hun moeder, en soms vrienden bij den haard.
Dit maar zo weinige, hoeveel werd het mij waard!
En dat zij er nu niet meer is! God sta mij bij!
Nooit was ik als ik haar bedroefd vermoedde blij;
En somber was ik op het uitgelatenst feest,
Als ik haar aanziend dacht: is er soms iets geweest?

 

Vertaald door Anthonie Donker

 

 2123829-af07d08fa495dedad6f3c12c82a3b027.jpg
Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Standbeeld bij de Sorbonne, Parijs

 

 

De Nederlandse dichter Carel Steven Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam op 26 februari 1877. Zie ook alle tags voor Adama van Scheltema op dit blog.

 

Winter

Stiller, stiller, stiller zakken
Nacht en dagen om mij heen –
Als de sneeuw de dorre takken
Dekken zij ’t verleên.

Doch hun hout wacht, diep verborgen,
Menig, menig wederkeer,
En mij komt de jonge morgen
Nimmer, nimmer weer!

Wie gebloeid heeft en gedragen,
Houdt herdenking tot genoot –
Hij heeft God niet meer te vragen
Dan de stille dood.

 

 

De sprakeloze rust

Gelukkig, die de stilte kent,
Die, als de avond zinkt,
De beker van vergeten drinkt
En zich van 't leven wendt;

Die mede met het licht bezwijkt
In 't kleureloos verschiet,
En kleureloze dingen ziet
Waarin de wereld wijkt.

Gelukkig, die geen luid gebed
Meer op de lippen heeft,
Die niet meer mee dit leven leeft,
Doch, als een beeld op bed,

Zijn vingers om zijn vingers vouwt
En zich het harte blust,
Waarop de eindeloze rust
Haar piramide bouwt.

Gelukkig, die geen licht of lied
Of leven meer verbeidt,
Die luistert naar de Eeuwigheid
En in de hemel ziet!

 

 2123829-c5ff5be7992e683f945d99cbdcf904a1.jpg
Adama van Scheltema (26 februari 1877 - 6 mei 1924)

 

 

De Engelse dichter George Granville Barker werd geboren op 26 februari 1913 in Loughton, Essex. Zie ook alle tags voor George Barker op dit blog.

 

At Thurgarton Church (Fragment)
To the memory of my father

I thought: the House of the Dead.
The dead moon inherits it.
And I seem in a sense to have died
as I rise from where I sit
and out into darkness go.

I know as I leave I shall pass
where Thurgarton’s dead lie
at those old stones in the grass
under the cold moon’s eye.
I see the old bones glow.

No, they do not sleep here
in the long holy night of
the serene soul, but keep here
a dark tenancy and the right of
rising up to go.

Here the owl and soul shriek with
the voice of the dead as they turn
on the polar spit and burn
without hope and seek with
out hope the holy home below.

Yet to them the mole and
mouse bring a wreath and a breath
of the flowering leaves of the soul, and
it is from the Tree of Death
the leaves of life grow.

The rain, the sometime summer
rain on a memory of roses
will fall lightly and come a-
mong them as it erases
summers so long ago.

 

 2123829-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg
George Barker (26 februari 1913 – 27 oktober 1991)
Loughton, Essex.

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Ulrike Syha werd geboren op 26 februari 1976 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Ulrike Syha op dit blog.

Uit: Herr Schuster kauft eine Straße

„DIE EHEFRAU
Ich denke, die Einleitung und das alles brauchen wir gar nicht, Georg.
HERR SCHUSTER
Nicht.
DIE EHEFRAU
Ich schätze, wir haben alle in diesem Leben schon mal Monopoly gespielt.
DIE SCHWIEGERMUTTER
Ich habe noch nie in meinem Leben Monopoly gespielt.
DIE EHEFRAU
Das entspricht nicht der Wahrheit.
Wind fährt durch die Blätter der Sträucher,5 die um die Terrasse herum gruppiert sind. Im Nachbargarten heult ein Hund.
HERR SCHUSTER
Schön. Wie du meinst. Dann verzichten wir eben auf die historische Dimension.
DIE EHEFRAU
Ich hab doch bloß gesagt –
DIE SCHWIEGERMUTTER
Historische Dimension. Du hörst dich schon an wie der alte Oberlehrer, der mal mein Gatte war. Dabei bist du doch nur angeheiratet. Dachte ich immer. Ich dachte, ich hätte bloß die da geboren und die da.
Die Schwägerin zuckt sichtlich zusammen, als die Schwiegermutter auf sie zeigt.
DIE EHEFRAU
Karin, wir hatten doch vereinbart –
DIE SCHWIEGERMUTTER
Wo sind eigentlich die Kinder?
Und wieder heult der Hund.6DIE EHEFRAU
Sie schlafen.
DIE SCHWIEGERMUTTER
Jetzt schon?“

 

 2123829-8d86648900134a884016d0dfa4231d62.jpg
Ulrike Syha (Wiesbaden, 26 februari 1976)
Scene uit een opvoering in Mannheim, 2010

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

Uit: Neue Zeit

„Sie sagte, daß er im anderen Zimmer stehe, und später trug er ihn hinüber, weil der Mieter des anderen Zimmers damit einverstanden war. Sein eiserner Ofen rauchte, wurde aber schon
amnächsten Vormittag geputzt; weshalb ihmnichtsmehr fehlte, weil sogar der Klosettdeckel, ein bequemer und aus Eschenholz, sich nicht verändert hatte; sauber und ein bißchen rauh
gescheuert, erwartete er ihn in dieser altenWohnung. Und auch im Café Stefanie war es noch derselbe, wo alle dunklen Marmortische weiß geädert waren und die Kellnerin, die große mit
dem dichten Haar, in dessen Blond sich ein paar helle Fäden eingewoben hatten, noch so elegant zerstreut wie früher aussah; wobei er wieder dachte, vielleicht habe sie ihre zerstreute
Eleganz bei einem Maler als Modell gelernt.
Im Speiselokal ›Ceres‹ wußte die ältere Dame immer noch, was er gern aß (einen Gemüsescheiterhaufen für fünfundvierzig Pfennig), und ihr Gesicht war ebenso pferdähnlich und ein bißchen bärtig wie vor Zeiten, freilich bloß in den Mundwinkeln, wo weiße Härchen kaum auffielen. Als er zu ihr sagte: »Ja, ich war drei Jahre weg«, wunderte sie sich, weil das nun auch schon wieder lange her war.
Verschoben aber hatte es sich trotzdem, auch wenn die Marmortischchen im Café, die Möbel der Baronesse Vellberg, die Türklinken, die Trottoirs, ja auch die Häuser dieselben geblieben
waren, in der Universität immer noch zwei gefesselte Sklaven aus Gips ihre muskulösen Schultern reckten und hinter ihnen das Messingschloß so laut aufschnappte wie zuvor. Und er ging hinein und wurde angemeldet beim Professor, einem schweren Mann, der aus den Augenwinkeln guckte, ein blinzelnder Eberkopf. – »Ich weiß ja nicht, wie Sie arbeiten . . .«
sagte der. Und nach einer Schweigepause: »In Heidelberg muß es im Seminar unerfreulich gewesen sein.« – »Jawohl.« Mehr darfst du nicht erzählen, und Schweigen fällt dir sowieso nicht schwer . . . Und er erinnerte sich an die Unterschrift dieses Professors, deren tz tief nach unten zuckte (du kannst dir daran die Hand blutig reißen); und der Hakenkreuzwimpel am Volkswagen des Professors war so rot wie jeder andere.“

 

 2123829-45cfbde9ab3226ed64a21a3d1b3874e9.jpg
Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)
Cover

 

 

De Tsjechische schrijver en dichter Antonín Sova werd geboren op 26 februari 1864 in Pacov (Dt. Patzau). Zie ook alle tags voor Antonín Sova op dit blog.

 

Who Did So Tousle Your Dark Hair?

When at my orchard she arrived, the blossom was fresh falling.
The sun at the horizon slept, a drifter peevish lolling.

Oh why so late? I said to her. The last sun on the rushes,
my bells fog-muted, birds in grasses hiding in their stashes,
my leas all languish faintly scented waters overcast
and over ferry moorings shade all pastimes barren passed.

See I am set to cast off to some distant island greenery
and raise the flags upon the mast rig white sails filled in finery.

I waited for you back in spring…
The horizon boomed bright blues.
I stretched the sun’s rays into strings,
your voice to catch, a ruse.

So pray do tell, where were you even?
In far-flung lands and reaches where?
So pray do tell, in whose spring living?
Who did so tousle your dark hair?

Where did the hot nights sing to you through windows open wide?
My soul forlornly yearned in its cold silence petrified.

And now! I would not reminisce,
all set to leave all to dismiss,
off to sail ready and now this,
why in my grove to wane you’d please?

You’ve no sun here ablaze around no mountains with wild whoops resound.
For us no meadows fragrant wait, no songs about our coastline sound,
To cast off lone I am all set
to autumn’s fabled voice hark, care
to find a New Realm and domain.

Who did so tousle you dark hair?

 

Vertaald door Václav Z J Pinkava

 

 2123829-66493cb5b9c7699c3aeb10c604c00061.jpg
Antonín Sova (26 februari 1864 – 16 augustus 1928)
Standbeeld in Pacov

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver en acteur Jean Teulé werd geboren op 26 februari 1953 in Saint-Lô, Manche. Zie ook alle tags voor Jean Teulé op dit blog

Uit: Charly 9

« - Ben justement, réagit à la gauche du maréchal un gros duc empoudré et encombré de dentelles aux noeuds savants. On s'est dit que, puisque toute l'aristocratie protestante se retrouve providentiellement réunie à Paris, ce serait quand même dommage de ne pas en profiter...
Le garde des Sceaux, écharpe brodée en travers du buste, partage cet avis :
- Nevers a bien raison, Sire. Si vous voulez, c'est comme une opportunité... poursuit-il d'un air léger. Pouvoir en une nuit couper toutes les têtes du dragon de l'hérésie est une chance qu'on ne retrouvera pas de sitôt. Ils sont là. On en tue dix et c'est réglé.
- Dix, René de Birague ? J'avais entendu six.
- Oui, oh, six, dix... Vous chipotez, Majesté ! commente le capitaine de la première compagnie des gentilshommes de la Maison du roi. En tout cas, Sire, pas plus de cent.
- Cent morts ?
Charles, bouche bée, balaie du regard son Conseil aligné. Il en arrive à sa mère qui ne dit rien.
Bras droit accoudé à sa table envahie d'une arbalète et d'un cor de chasse sur des recueils de poésies, d'un filet pour attraper les oiseaux près d'une sonnette à rapace, le jeune roi ne comprend plus rien. Tout l'étonne. Alors que, près du mur, le capitaine s'adresse malignement à lui en termes de chasseur : "Nous tenons la bête dans les toiles. Hâtez-moi d'envoyer les piquiers", Charles contemple derrière le soldat une tapisserie où l'on voit un cerf qui a un oeil bleu. Le roi ne l'avait jamais remarqué. Encore un drôle de truc, ça ! Le souverain se lève.
Grand, mince et étroit d'épaules, ses longues jambes moulées dans des bas blancs vont sur les carreaux de faïence fleurdelisés du sol qui résonne du choc de ses éperons en forme de col de cygne avec une étoile roulante au bout. Descendant à mi-cuisse, sa "trousse" bouffante ressemble à une couche-culotte alors qu'il s'approche de l'intrigante tapisserie.
On peut y admirer un dix-cors bousculé par cinq chiens et même une chienne sautés ensemble sur lui. Un limier lui mord une oreille. D'autres le prennent à la gorge, fouillent vers son ventre, son coeur. Et le cervidé, cinq andouillers sur chacun des bois - à sept ans, c'est jeune pour vivre ça -, lève, de profil, sa tête aux abois vers les nuages. Il a un oeil bleu.
A hauteur de visage du monarque, l'iris tissé est gratté. Charles observe ensuite les particules de laine bleue restées sous son ongle : "Bizarre, ça. Un cerf a toujours l'oeil noir..."

 

 2123829-8711c836dbf7cbb00c46e420a05a00f4.jpg
Jean Teulé (Saint-Lô, Manche, 26 februari 1953)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, letterkundige en theoloog Elias Annes Borger werd geboren in Joure op 26 februari 1784. Zie ook alle tags voor Elias Annes Borger op dit blog.

Uit: Iets voor mijn kind

Ziet gij die kerk, mijn kind? daar rust het overschot
Der aangebeden Vrouw, ontrukt aan vaders harte;
Zij bad om uw geboorte en werd verhoord van God;
Zij zag alleen op u, en achtte geene smarte. —
Wat wil die nare trek, die kinderlijke kreet,
Dat scherpe en zilte nat, dat opwelt uit uwe oogen?
Drukt reeds uw kinderhart mijn hartverprettrend leed?
Of fmaakt de melk u niet, uit vreemde borst gezogen?
Wat steekt ge uw handjes uit naar de akelige kerk?
Of wilt ge, dat ik u bij Moeders graf zal brengen,
Om rustende op mijn arm, of kruipende op de zerk,
De tranen uwer smart eerbiediglijk te plengen?
Geduld, mijn dierbaar kind! zijn eens uw enkels vast,
Dan gaat gij aan mijn hand naar Moeders lijkgesteente;
Dan op dien kneen geknield, de boezemsmart ontlast,
En slroomen uitgcstort op 't heilige gebeente!

Zoo lang geduld, mijn kind! — Nog slechts een' korten stond,
Dan staan die enkels vast — dit uitstel moet ik vragen:
Hoe ligt de last ook zij, het bloeden van mijn wond
Ontrooft mijn' arm de kracht, om u bij 't graf te dragen.
En zoo uws vaders wil iets op uw hart vermogt,
Dan rolde vóór dien tijd geen traan meer over 't koontje;
De breuke van mijn ziel geneest geen bijtend vocht,
En Moeder wordt beroofd van 't offer van haar zoontje.
Gij hoort niet. Nu welaan! 'k eerbiedig dan uw smart;
Al doodt mij uw geween, ik wil het niet ontvlieden;
Stort uit uw jammerklagt! — o God, wat valt het hard
Aan 't moederlooze kind het schreijen te verbieden!
Ga ik het zelf niet voor? nooit kus ik 't lieve wicht,
Of tranen boden op uit de onnitputbare ader;
Zij vallen, heet als vuur, op 's kindjes aangezigt —
Ja,. ween mijn dierbre zoon! gij leert het van uw vader.

 

 2123829-51438446b4295370dfcd00c159bc4cc0.jpg
Elias Annes Borger (26 februari 1784 – 12 oktober 1820)
Het Elias Annes Borger huis in Joure, waar de dichter opgroeide.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 26 februari 2007 en ook mijn blog van 26 februari 2008 en eveneens mijn blog van 26 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

De verheerlijking op den berg (Nicolaas Beets)

 

Bij de tweede zondag van de vasten

 

 2123533-13165c066557aca5b6f08888119b19fd.jpg
De gedaanteverandering van Christus door Titiaan, ca. 1560

 

 

De verheerlijking op den berg
Matth. XVII. v. 1-9.


II.
Treed naderbij, aanschouw den Heer,
Daar Hij op Thabor staat!
Een lichtgloed blinkt om zijn gelaat;
Het is de mensch niet meer,
Die, in 't gewaad eens Joodschen mans,
Op aarde ronddoolt zonder glans;

Het is des Allerhoogsten Zoon,
Die 's Vaders zetel deelt,
Om wien het licht des Hemels speelt,
Gods eigen stralenkroon;
Voor wien, van heilge vrees bezield,
De rei der zaalgen nederknielt.

Twee daalden er, op reine vlerk,
Uit bovenaardsche sfeer,
En juichen in zijn heilig werk,
En brengen hulde en eer
Aan Hem, die kwam tot heil en troost
Van arm, gevallen menschenkroost.

Door hen was óók een zware strijd
Op deze onze aard volbracht.
Zoo donker was de gruwelnacht,
De poort des kwaads zoo wijd,
Alsof heel 't menschdom God vergat,
En dood noch straf te vreezen had.

Toen riep Hij Mozes tot zijn tolk.
Door hem heeft Hij zijn Wet;
Op Horebs bergtop ingezet.
Voor 't uitverkoren volk;
Opdat het, door zijn God geleid,
Zou wandlen in gehoorzaamheid.

Maar ach! dat volk, verblind en stout,
Doolt af van 's Heeren pad,
Verzaakt wie hen gezegend had,
En knielt voor steen en hout,
En tergt, tot ieder kwaad gereed,
Den Heil'gen, dien hun hart vergeet.

Daar zendt de Heer Elias af,
Zijn strengen boetprofeet,
Met goddelijk gezag bekleed,
Wie Baäl dient ten straf;
Dat hij nog eens van Hem getuig',
En waan en hoogmoed nederbuig'!

Wel was de strijd dier mannen zwaar,
Gestreden voor Gods eer!
Doch 't eind is goed; Hij vergt niet meer;
De tijd der rust is daar!
Maar, schoon hen Abrams schoot ontving,
Nog moeide hun de sterveling.

Ach! wanneer zou aan 't arme volk
Verlossing zijn bereid
Van zondeschuld en dienstbaarheid,
Als 't Licht brak door de wolk,
Dat met zijn zegenrijken gloed
Een troost zou zijn voor 't vroom gemoed?

Het komt. Gods Zoon, ziedaar dat Licht!
Zij dalen juichend neer,
En groeten Jezus, aller Heer,
En brengen hulde en plicht
Aan Hem, den Koning van 't Heelal,
Die arme zondaars redden zal.

 

 2123533-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Sint Bavo kathedraal (koor) in Haarlem, de geboortestad van Nicolaas Beets

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:14 Reageer op dit bericht

Amin Maalouf, Aldo Busi, Gabriël Smit, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May, Lesja Oekrajinka, Karel Toman, Vittoria Colonna

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

Uit: De rots van Tanios (Vertaald door Eef Gratama)

“In het dorp waar ik ben geboren hebben de rotsen een naam. Je hebt er het Schip, de Berekop, de Hinderlaag, de Muur en de Tweelingen, ook wel de Boezem van de Vampier genoemd. En vooral niet te vergeten de Soldatensteen; daar stond men vroeger op de uitkijk wanneer de achtervolging op rebellen werd ingezet; geen enkele plek wordt meer geëerd, is zwaarder beladen met legenden. Maar toch, als het landschap van mijn jeugd in mijn dromen opnieuw aan mij voorbijtrekt, zie ik een andere rots voor me. Hij ziet eruit als een vorstelijke zetel, uitgehold en als het ware ingesleten op het zitvlak, met een hoge, rechte rugleuning, die aan weerszijden als het ware met armsteunen afloopt — het is, geloof ik, de enige rots die de naam van een mens draagt, de Rots van Tanios. Ik heb deze stenen troon lange tijd aanschouwd zonder erop te durven klimmen. Het was niet uit angst voor gevaar; de rotsen bij het dorp waren ons geliefde speelterrein en reeds als kind had ik de gewoonte om grotere jongens tot de gevaarlijkste beklimmingen uit te dagen; onze blote handen en voeten vormden onze enige uitrusting, maar onze huid wist zich aan de huid van de steen vast te hechten en geen kolos kon ons weerstaan. Nee, het was niet de angst om te vallen die mij tegenhield. Het was een geloof, en het was een eed. Afgedwongen door mijn grootvader, enkele maanden voor zijn dood. 'Alle rotsen, maar nooit die!' De andere jongens bleven net als ik op afstand, uit dezelfde bijgelovige vrees. Ook zij hadden dat moeten beloven, met hun hand op het donzige haar van hun snor. En ook zij hadden dezelfde uitleg gekregen: 'Zijn bijnaam was Tanios-kichk. Hij was op die rots gaan zitten. Daarna is hij nooit meer teruggezien.'
Men had mij vaak verteld over deze figuur, held van talloze plaatselijke verzinsels, en telkens weer had zijn naam mij geïntrigeerd. Tanios, dat begreep ik goed, was een van de vele plaatselijke varianten van Anton, net als Antoun, Antonios, Mtanios, Tanos of Tannous ... Maar waarom die spottende bijnaam lichk'? Dat had mijn grootvader me niet willen vertellen. Hij heeft alleen maar gezegd wat hij tegen een kind meende te kunnen zeggen: Tanios was de zoon van Lamia. Je hebt vast en zeker van haar gehoord. Het was heel lang geleden,”

 

 2123529-17ccfc57e7d1b326b7fe125d0051934c.jpg
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Zie ook alle tags voor Aldo Busi op dit blog.

Uit: Standard Life of a Temporary Pantyhose Salesman (Vertaald door Ercole Guidi)

“They kindly saw him to the train; one told him to call him when he got back «to go and get a coffee together.
He felt ashamed of his immaculate record; he had nothing to brag about. On the other hand, he could make on time any train he wished. And he was also ashamed of that raillery so frustratingly polished, his «Letters to the Editor,» stuff that not even in barraks must have had a minimal moment.
He had a clean record not because he was smart enough, like so many people, but because he was conservatively legalistic in his requitals.
Ultimately, whoever looked at him, must have perceived a priest-like countenance, which is always agreeable to everyone. In the train he felt amazed how his cold blood were flowed through by a warm current of reformist cowardice, by a desire of revolting by integrating himself; but that was the price in order to evade the cliché of diversity, of scandal, of a dated not so noble and hysterical segregation.
In Naples he was put before an unpleasant appendage: Galeazzo had anal condylomas - Venereal warts, Angelo translated for him. He hadn't seen Galeazzo in two years, and the situation down South had grown even more splintered and fistulous. The answer was that it had also occurred to him «that something wasn't quite right,» but, being in the police, he feared that down at headquarters they'd have gotten wind of any surgery.
Angelo saw that his friend felt the Defence Intelligence Service, venereal section, all over him, and that he would not be convinced. In a split second Angelo reviewed the situation of the Grants to the South and asked to be taken to SIP. If the need for epic was so rooted even in an affair of warts, if the only thing left to the South were its fears and cock dramas, there was nothing Angelo could do.
When he got out of the phone booth he exhibited the scalpel of a sudden engagement: he must leave for the Netherlands the next day, the moment he arrived home; a matter of pantyhose.
Galeazzo protested; but how? he wasn't even rested from the trip; and Amalfi? and Capri? On the footboard the good-bye of the civilian grazed contrite the «electric scalpel, a trifle», while that encomiastic of the uniform continued to slip «down Krupp's boulevard.”

 

 2123529-4afb18e1a5aeb2854156c70268df5950.jpg
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)
Cover


 

De Nederlandse dichter, essayist, toneelschrijver, vertaler, kunstcriticus, journalist, redacteur en politicus Gabriël Wijnand Smit werd geboren in Utrecht op 25 februari 1910. Zie ook alle tags voor Gabriël Smit op dit blog

 

De vlinder

Trillende vlinder op het tafelvlak,
hoe stil vouwt gij uw lichte vleugels samen,
alsof uw wanhoop aan de dichte ramen
niets van uw inkeer en uw vrede brak,

alsof het valsch verglaasde kamerlicht
in wreede spiegeling van wijd ontfermen
u niet verleidde tot àl driester zwermen
en opjoeg tot gij bijna waart gezwicht.

Was het genade, die u plots deed wijken
om in bevrijd geluk hier neer te strijken?
Niets zal u wonden waarvan God niet weet.

Doch Hij weet ook: gij liet u wéér verblinden, -
dacht gij de troost van levend gras te vinden,
het is mijn doode, groene tafelkleed.

 

 

Een gestorven vriend

Wij lagen samen loom in wuivend gras:
boven de hooge, rustelooze boomen
blonken de wolken als de witte droomen
van wat ons beider liefste toekomst was.

Gezicht, dat zoo onnoemelijk helder was
en kruidengeur over ons heen gekomen;
in licht geritsel zorgeloos opgenomen
leek ons het leven simpel als het gras.

Nu ligt gij, slapend, daar niet ver vandaan,
in zelfde grassen ruischende bedolven;
geen droomen ziet ge blinkend overgaan,

doch werkelijkheid, die ik niet kan verstaan,
stuwt wreed u van mij weg in hooge golven
tot ik ons beider leven heb gedaan.

 

 2123529-54eb3b8e472dcf4535fa87d4c739cc25.png
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Op 18-jarige leeftijd

 

 

De Britse dichter en schrijver Anthony Burgess werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Zie ook alle tags voor Anthony Burgess op dit blog.

Uit:Machten der duisternis (Vertaald door Paul Syrier)

“Het was de middag van mijn eenentachtigste verjaardag en ik lag in bed met mijn schandknaap toen Ali kwam zeggen dat de aartsbisschop er was om me te spreken.
‘Heel goed, Ali,’ riep ik beverig in het Spaans door de gesloten deur van de grote slaapkamer. ‘Breng hem naar de bar. Geef hem iets te drinken.’
‘Hay dos. Su capellán también.’
‘Heel goed, Ali. Geef zijn kapelaan ook iets te drinken.’
Ik heb me twaalf jaar geleden teruggetrokken als romanschrijver. Niettemin zult u moeten concluderen, als u mijn werk een beetje kent en even de moeite neemt die eerste zin te herlezen, dat er nog niets mankeert aan mijn gewiekstheid in het bedenken van wat men noemt ‘een pakkende openingszin’. In dit geval is er van gewiekstheid echter geen sprake. De feiten spelen de kunst soms in de kaart. Dat ik eenentachtig was kon ik nauwelijks nog betwijfelen: telegrammen met gelukwensen hadden me dat al de hele ochtend ingepeperd. Geoffrey, die zijn te strakke zomerbroek al aantrok, was, nam ik aan, zowel mijn Ganymedes ofwel minnaar als mijn secretaris. Het Spaanse woord arzobispo betekent wel degelijk aartsbisschop. Het tijdstip was even na vieren op een Maltese junidag – de drieëntwintigste om precies te zijn en om de werkelijk geïnteresseerden het openslaan van de Who’s Who te besparen.
Geoffrey zweette te veel en was hard op weg dik te worden (waarom zeggen we toch ‘hard op weg’? Geoffrey was nooit hard op weg). Het leven was, veronderstelde ik, te makkelijk voor een jongen van vijfendertig. Maar goed, het moment van onze scheiding kon, naar het zich liet aanzien, niet lang meer worden uitgesteld. Geoffrey zou bij de voorlezing van mijn testament niet aangenaam getroffen zijn. ‘Die ouwe slet, liefje, na alles wat ik voor hem gedaan heb.’ Nu, ik ging nog iets terugdoen, maar wel postuum, postuum.”

 2123529-f3c412947407c4f754bfebbd450efa79.jpg
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)
Cover Engelse uitgave 

 

 

De Franse dichter  Robert Rius werd geboren op 25 februari 1914 in Château-Roussillon. Zie ook alle tags voor Robert Rius op dit blog

 

La main courante

L’azur triomphe tous les samedis
devant les images de films d’aventures
il y a le jeu des boules de billard
mystérieux rendez-vous linéaires aux jeux antiques
promenades des plus faciles à réaliser

Tous les jours s’inscrivent
des lèvres aux agendas courants
avec des lignes étoilées et parallèles
des raies à capturer les baisers
des sexes à fasciner

Déliement délateur idéal
des divans maléfiques en courses d’embauche
voûtes de montagnes
voûtées en voûtes de miroirs
à déceler les paraboles
Les arbres grandissent au flot des sourires entendus
catalogués selon les images de géométries savantes
aux termes inconnus

Au lit des amours convulsives
la découverte des couleurs s’invente à heures fixes

 

 2123529-6029d43d546da26f8b53a535c4efde77.jpg
Robert Rius (25 februari 1914 - 21 juli 1944)
Portret door Pedro Florès, 1940

 

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook alle tags voor Karl May op dit blog.

Uit: Und Friede auf Erden!

»Ich bin Sejjid Omar!«

Wie stolz das klang, und wie beweiseskräftig die Gebärde war, mit welcher er diese Worte zu begleiten pflegte! »Ich bin Sejjid Omar,« das sollte sagen: »Ich, Herr Omar, bin ein studierter, schriftkundiger Abkömmling des Propheten, welcher der Liebling Allahs ist. Mein Name wurde mit allen meinen persönlichen Vorzügen in die heilige Stammrolle zu Mekka eingetragen; darum habe ich das Recht, ein grünes Oberkleid und einen grünen Turban zu tragen. Wenn ich sterbe, wird die Kuppel meines Grabmals grün angestrichen und mir die Tür des obersten der Himmel gleich geöffnet sein. Respekt also vor mir!«
Was aber war dieser Sejjid Omar? Ein Eselsjunge! Er hatte seinen »Stand« an der Esbekije in Kairo, dem Hotel Kontinental, in welchem ich wohnte, gegenüber. Ein schön und kräftig gebauter, junger Mann von wenig über zwanzig Jahren, war er mir durch seinen steten Ernst und die angeborne Würde seiner Bewegungen aufgefallen. Ich beobachtete ihn gern von meinem Balkon aus, und wenn ich unten auf dem prächtigen Vorplatze des Hotels meinen Kaffee trank, konnte ich ihn sprechen hören. Sein Gesicht zeigte zwar auch den Zug von Verschlagenheit, der allen Eseltreibern eigen ist, aber er war nicht aufdringlich und lag seinem Geschäfte in einer Weise ob, als werde Jedem, der sich seines Esels bediente, eine ganz besondere Gunst erwiesen. Er gab sich so wenig wie möglich mit Berufsgenossen ab, und wenn sie ihn für diese Zurückhaltung mit spöttischen Redensarten zu ärgern versuchten, bekamen sie nichts als ein verächtliches »Ich bin Sejjid Omar« zu hören. Wollte ein Fremder mit ihm feilschen, oder wurde ihm irgend Etwas gesagt oder zugemutet, was er für gegen seine Ehre hielt, so wendete er sich mit einem geringschätzenden »Ich bin Sejjid Omar« ab und war dann für den Betreffenden nicht mehr zu sprechen.
Die Folge war, daß ich ihm ein ganz besonderes Interesse schenkte, obgleich sich mir keine Gelegenheit bot, ihm dies in Beziehung auf sein Geschäft zu beweisen. Aber Blicke ziehen einander bekanntlich an. Ich bemerkte, daß auch er sehr oft zu mir herübersah. Er schien unruhig zu werden, wenn ich nach dem Mittag- und dem Abendessen mich nicht sofort auf der Terrasse sehen ließ, und so oft ich beim Ausgehen an ihm vorüberkam, trat er, obgleich ich ihn gar nicht zu beachten schien, einen Schritt zurück und legte, still grüßend, die Hände auf die Brust.
In dem erwähnten Hotel gibt es zu Seiten des Speisesaales zwischen den Säulen kleinere Tische für Gäste, welche es nicht lieben, an der Tafel enggepfercht zu sitzen."

 

 2123529-abf9d827a672e72e48e95cd1b7244628.jpg
Karl May (25 februari 1842 – 30 maart 1912)
Cover

 

 

De Oekraïense dichteres, schrijfster en vertaalster Lesja Oekrajinka werd geboren op 25 februari 1871 in Novograd-Volynsky. Zie ook alle tags voor Lesja Oekrajinka op dit blog.

Uit: The Forest Song (Vertaald door Percival Cundy) 

"He Who Rends The Dikes"
Down from mountain into valley,
Skipping, racing, forth I sally.
All the villages are quaking,
As the dikes and dams I'm breaking.
When folk try to dam the water,
To their work I give no quarter;
For wild waters of the spring
Like wild youth, must have their fling!
He continues to agitate the water more and more, plunging and then emerging as though seeking something.

Two Lost Babes (Tiny pale infants in scanty white shirts, who come up to the surface among the water lilies.)
1.Why do you come hither blundering?
2. Why do you disturb our slumbering?
1. Here our mother made our nest;
Laid us gently down to rest;
O'er the stones and o'er the gravel
She laid reeds to make it level,
Lily pads she gave for covering,
And we heard her softly singing:
"Lulla-lulla-lullaby,
Sleep, my darlings, mother's nigh."
2. Why do you come us to scare?
1. 'Whom is it you're seeking here?

"He Who Rends The Dikes"
That Rusalka, blithe and kittle,
Whom I've loved since I was little;
For of water nymphs so queenly
There is none I love more keenly.
I have coursed all over mountains,
Valleys, ravines, springs, and fountains.
Lovelier spirit of the mere,
None there is than who dwells here.
Into foam this lake I'll churn,
Seeking her for whom I yearn!
He agitates the water tempestuously.”

 

 2123529-c92084b8f454226a1214fdb5683781df.jpg
Lesja Oekrajinka (25 februari 1871 – 1 augustus 1913) 
Portret door Ivan Trush, z.j.

 

 

De Tsjechische dichter, journalist en vertaler Karel Toman werd geboren 25 februari 1877 in Kokovice. Zie ook alle tags voor Karel Toman op dit blog.

 

The Lighthouse

One half watch-tower and one half prison cell,
on sandy strand apart it probes the skies
the somber lighthouse; of your fears and sighs
a confidant trustworthy, safe to tell.

In solitude unhurt the soul would dream,
within a tower of iron and of stone,
captive to cosmic power that holds the throne,
the waves’ unrest, the play of glint and gleam.

Your sorrows trite by ocean green unfurled
under the softly fronded weeds, past care
for earth, and space, and time; you will forbear
when the bejewelled night bespans the world.

 

Vertaald door Václav ZJ Pinkava

 

 2123529-090df86ea56c769c0d81e27767bdaad1.jpeg
Karel Toman (25 februari 1877 - 12 juni 1946)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse dichteres Vittoria Colonna werd in april 1490 in Marino, bij Rome, geboren. Zie ook alle tags voor Vittoria Colonna op dit blog.

 

To thy great victories, my eternal light

To thy great victories, my eternal light,
Nor time, nor seasons, lent their favouring aid;
Thy sword, thy might, thy courage undismay’d,
Summer and winter ser’d thy will aright.
By thy wise governance and eagle sight,
Thou didst so rout the foe with headlong speed,
The manner of the doing crown’d the deed,
No less than did the deed display thy might.
Mountains and streams, and haughty souls in vain
Would check thy course. By force of courtesy
Or valour vanquish’d, cities of name were won.
Earth’s highest honours did thy worth attain;
Now truer triumphs Heaven reserves for thee,
And nobler garlands do thy temples crown.

 

Vertaald door Thomas Adolphus Trollope

 

 2123529-0864c877c1935e2ef3c63a805644b5f8.jpg
Vittoria Colonna (april 1492 – 25 februari 1547)
Portret door Sebastiano del Piombo, ca. 1520

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2008 en eveneens mijn blog van 25 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 13:13 Reageer op dit bericht

Franz Xaver Kroetz, Gérard Bessette, Mary Chase, Karl Wilhelm Ramler, Friedrich von Spee, Carlo Goldoni, Quirinus Kuhlmann

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook alle tags voor Franz Xaver Kroetz op dit blog.

 

Kirchberg

Da Dot is a schdada Hund.
As Bebi schreit.

As Bebi schreit, und da Dot
muaß wartn.

Da Dot is a schdada Hund,
der mogs ned laud.

Etzan laßtase in insam
Dorf nimma seng,
seit erm insa Bebi vadreibt.

A da Nachbarin ihra Dochta
kriagt ihra Bebi, a wenn da
Herr Arzt vum Trostberga
Grangahaus zu ihra gsogd hod,
wenns moing ned zim ausgrazn kemma,
nachat laft erna hoit da Baz
iwamoing iwa de Fiaß owe.

Sogor de kloa Katz
bracht a ganze Stund zin Dedn
vun oana schwarzn Feidmaus
drausd auf da Deraßn.

Da Dot is a schdada Hund,
vapfiffa isa worn aus insam Dorf.
Nicht daß es hier
nichts zu berichten gäbe.

Weiche sonnblaue Tage
im Mai.

Ich schüttete
sechs Liter
braunes Bier
in mich hinein.

Hellweiche Tage
im Wonnemonat Mai.

Ich möchte
im Birnbaum hängen
er blüht am schönsten.

Nicht daß es
hier nichts
zu berichten gäbe.

Meine anderthalb
jährige Tochter
sagt »heiß«.

Und heute
kam sie
und sagte
»papa heiß aua«.

 

 2123521-4b0cad6ee0fb17859ef66b9024d18530.jpg
Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

 

De Canadese schrijver Gérard Bessette werd geboren op 25 februari 1920 in Sainte-Anne-de-Sabrevois, Quebec. Zie ook alle tags voor Gérard Bessette op dit blog.

Uit: Last Rites (Vertaald door Wayne Grady)

„I had known Etienne for a long time. We'd been to college together, and then to university, and after graduat-ing with our law degrees we had set up a joint practice in an office down on St. James Street. And two years ago almost to the day of his attack, we had both retired. But we still got together regularly, two or three times a week, either to play bridge or chess, or sometimes just to talk. Emilie, Etienne's daughter, and her husband Julien—with whom Etienne had been living—met me at the door. They seemed frightened. The doctor had arrived a few min-utes before me, and was already in with the patient in his room. He came out just as I entered the living room. "How is he?" I asked him. The doctor, who was also an old friend, shook his head sadly: "There's nothing we can do, I'm afraid," he said. "He only has a few hours left." , The news brought a painful lump to my throat, and Emilie buried her face in her husband's arm, sobbing uncontrollably. But she soon rallied, and said with an air of decision: "We must call the priest." The doctor and I exchanged embarrassed looks. Although I had expected something of the sort, I could think of nothing to say. In fact, there didn't seem to be anything one could say. Emilie and her husband were devout Catholics; they were very active in their parish, and had raised their chil-dren in the strictest orthodox manner. Etienne's atheism had long been a matter of considerable pain to them. They had always hoped he would recant before his death, but they had no doubt preferred not to give it much thought. But now that Etienne was on his deathbed, they obviously felt it was time to act.
(…)

" I had to refuse, although I did so politely, explaining that religion was a personal matter and that, in any case, until then all my efforts in that direction had been futile. I then excused myself and went into the sick man's room. As I approached his bedside, I saw how much the par-tial paralysis had altered Etienne's appearance. The whole left side of his face was pale and shone like taut silk; it seemed pulled back as if by a heavy weight, presenting a painful contrast to the right side, which seemed entirely healthy, as creased and florid as ever. He must have heard me enter, because as soon as I was close enough he opened his right eye, lifted his left eyelid with his finger, and looked up at me."

 

 2123521-18c2bcba52df85e205eaf2d2f904cb92.jpg
Gérard Bessette (25 februari 1920 – 21 februari 2005)
De katholieke kerk van Sainte-Anne-de-Sabrevois, Québec

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Chase werd geboren op 25 februari 1907 in Denver, Colorado. Zie ook alle tags voor Mary Chase op dit blog.

Uit: Harvey

“VETA (Turning.) Oh—the Society Editor. She's very import cant. (She fixes her hair and goes to phone. Her voice is very sweet. She throws out chest and assumes dignified pose.) Good afternoon, Miss Ellerbe. This is Veta Simmons. Yes—a tea and reception for the members of the Wednesday Forum. You might say—program tea. My mother, you know—( Waves hand toward portrait) the late Marcella Finney Dowd, pioneer cultural leader she came here by ox•team as a child and she founded the Wednesday Forum. (MYRTLE is watching out door,) Myrtle—how many would you say?
MYRTLE. Seventy-five, at least. Say a hundred.
VETA. (On phone.) Seventy-five. Miss Tewksbury is the soloist, accompanied by Wilda McCurdy, accompanist.
MYRTLE, Come on( Miss Tewksbury is almost finished with her number.
VETA. She'll do an encore.
MYRTLE. What if they don't give her a lot of applause?
VETA. I've known her for years. She'll do an encore. (Karla again starts to leave.) You might say that I am entertaining, assisted by my daughter, Miss Myrtle Mae Simmons. (To Myrtle—indicates her dress. MYRTLE MAE crosses to C.) What color would you call that?
MYRTLE. Rancho Rose, they told me. vra (Into phone.) Miss Myrtle Mae Simmons looked charming in a modish Rancho Rose toned crepe, picked up at the girdle with a touch of magenta on emerald. I wish you could see her, Miss Ellerbe."

 

 2123521-53eb4bb770472bf51d2a2c1e502ee2eb.jpg
Mary Chase (25 februari 1907 – 20 oktober 1981)
Scene uit een opvoering in New York, 2012 

 

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707. Zie ook alle tags voor Carlo Goldoni op dit blog.

Uit: Der Diener zweier Herren

„Dritter Auftritt. Vorige, Truffaldino, Blandina.
TRUFFALDINO. Übrigens hab' ich die Ehre, mit aller Hochachtung zu sein: Euer Wohledeln ergebenster Diener und Freund!
DOKTOR. Der Mensch beginnt seine Rede mit dem Schlusse eines Briefes.
PANDOLFO. Was will Er?
TRUFFALDINO. Kann ich vorher die Ehre haben, Sie um etwas zu fragen?
PANDOLFO. 0 ja.
TRUFFALDINO. Wer ist das artige, wohlerzogene, gutgenährte, rotbäckige, freundliche Mamsellchen? PANDOLFO. Was geht Ihn das an? Es ist meiner Tochter Mädchen.
TRUFFALDINO. Ich wünsche Euer Wohledeln viel Freude an ihr! Zu Blandina. Und schätze mich glücklich, Sie kennen zu lernen.
PANDOLFO. Ist der Mensch ein Narr! — Komm' Er zur Sache, Freund! Was will Er? wer ist Er? wer schickt Ihn?
TRUFFALDINO. Gemach, mein Herr, gemach! Drei Fragen auf einmal, das ist zu viel für einen armen Teufel, wie ich bin.
PANDOLFO zum Doktor. Was ist das für ein Mensch? — gewiß keiner von den klügsten.
DOKTOR. Auch wohl nicht von den ehrlichsten.
TRUFFALDINO zu Blandina. Sind Sie eine Braut?
BLANDINA. Ach nein.
PANDOLFO. Will Er bald sagen, wer Er ist; oder will Er seiner Wege gehen?
TRUFFALDINO. Wenn Sie nichts anderes wissen wollen, als wer ich bin, so bin ich mit zwei Worten fertig. Ich bin der Diener meines Herrn. Zu Blandina. Wir wollen wieder auf unsere Sache kommen. PANDOLFO wendet ihn zu sich. Wer zum Henker ist denn Sein Herr?“

 

 2123521-1670755ecd1f983122e94668300f259d.jpg
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)
Scene uit een opvoering in Frankfurt, 2010

 

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Zie ook alle tags voor Friedrich von Spee op dit blog.

 

Zu dir auß tieffem grunde

Zu dir auß tieffem grunde
Hab ich geruffen, Herr:
Ach höre mich zur-stunde,
Nit bleibe doch so ferr.
So du die zahl der sünden
Villeicht wolst schawen an,
Wer würd ohn schanden könden
Vor deinen augen stahn?

Ein gnaden Meer verschloßen
In deinem hertzen ligt,
Das komt mit hauff gefloßen,
Wan vns die noth anficht:
Drumb nie will ich verzagen,
Auff ihn will harren fäst,
Wan mich bey trüben tagen
Schon liecht, vnd glantz verläst.

Ach Israël mich höre,
Was dir von hertzen rath;
Kein vngemach dich störe,
Nit zage früh, noch spath:
Wan sich der tag entzündet
Zur ersten morgen-wacht,
Dein hoffnung sey gegründet
Auff Gott, biß in die nacht.

Auff ihn wer sich geleinet
Mit festem helden-mut,
Die gnad ihm bald erscheinet,
Der streit kompt ihm zu gut.
Dan vnser Gott so milde,
Voll süß- vnd gütigkeit,
All vnser schutz, vnd schilde
Verbleibt in Ewigkeit.

 2123521-fbe330914471fa99de30927e066d0daf.jpg
Friedrich von Spee (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)
Standbeeld in Paderborn

 

 

De Duitse dichter en filosoof Karl Wilhelm Rạmler werd geboren in Kolberg op 25 februari 1725. Zie ook alle tags voor Karl Wilhelm Ramler op dit blog.

 

Sehnsucht nach dem Winter (Fragment)

Die Stürme befahren die Luft ,
verhüllen den Himmel in Wolken,
Und jagen donnernde Ströme durchs Land;
Die Wälder flehen entblösst: das Laub der gefelligen Linde
Wird weit umher in die Thäler geführt.

Der Weistock, ein dürres Gesträuch,
Was klag' ich den göttlichen Weinstock?
Auf! Freunde, trinket fein schäumendes Blut,
Und lasst den Autumnus entfliehn mit ausgeleeretem Füllhorn,
Und ruft den Winter im Tannenkranz her.

Er deckt den donnernden Strom mit diamantenem Schilde,
Der alle Pfeile der Sonne verhöhnt,
Und füllt mit Blüthe den Wald , dass alle Thiere sich wundern,
Und säet Lilien über daß Thal.

Dann zittern die Bräute nicht mehr in wankender Gondel; sie fliegen
Beherzt auf gleitenden Wagen dahin :
Der Liebling wärmet sich falsch im Hermeline der Nymphe,
Die Nymphe lächert, und wehret ihm falfch.

Dann baden die Knaben nicht mehr, und schwimmen nicht unter den Falten ;
Sie gehn auf harten Gewässern einher,
Und haben Schuhe von Stal : der Mann der freundlichen Venus
Verbarg der Blitze Gerchwindigkeit drein.

 

 2123521-e5667b2f01618183e63351c66e7cb731.JPG
Karl Wilhelm Rạmler (25 februari 1725 – 11 april 1798)
Portret door Anton Graf, na 1771

 

 

De Duitse dichter en mysticus Quirinus Kuhlmann werd geboren op 25 februari 1651 in Breslau. Zie ook alle tags voor Quirinus Kuhlmann op dit blog.

 

Uit: Der Kühlpsalter

Der 2. Gesang

4.
Verfluchte Sünd! Ach gibstdu solchen Lohn?
Trägt man von dir so schrekklich Leid davon?
O habe doch, mein Heil, mit mir gedult!
Schirm, Jesus, schirm! erlasse meine Schuld!


5.
Herr, straffe nicht, wi ich der Straffe werth!
Genade sei stat rechtes Recht begehrt!
Ich flih und flih in deine Wundenhöhl!
Rett, Jesus, rett di hochbedrängte Seel!


6.
Wo ist dein Blutt, unschuldigs Gottes Lamm!
Das du vergosst vor mich am Kreutzesstamm?
Der kleinste Tropf ist unser Lösegeld!
Schütz, Jesus, schütz, eh mich der Feind gefällt!

 

 2123521-726ef56ddcada0b8266fd0507bc4e320.jpg
Quirinus Kuhlmann (25 februari 1651 – 4 oktober 1689)

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2008 en eveneens mijn blog van 25 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 13:10 Reageer op dit bericht

Gerald Murnane

De Australische schrijver Gerald Murnane werd geboren op 25 februari 1939 in Coburg, Victoria, een voorstad van Melbourne, en heeft de staat Victoria bijna nooit verlaten. Delen van zijn jeugd werden doorgebracht in Bendigo en de Western District. In 1956 studeerde hij af aan het De La Salle College in Malvern. Murnane studeerde daarna kort voor het rooms-katholieke priesterschap. Hij verliet dit pad echter en werd leraar op basisscholen (van 1960 tot 1968) en in de Apprentice Jockeys 'School van de Victoria Racing Club. Hij behaalde in 1969 een Bachelor of Arts aan de University of Melbourne en werkte vervolgens tot 1973 in de Victorian Education Department. Vanaf 1980 begon hij creatief schrijven te doceren aan verschillende instellingen voor hoger onderwijs. De eerste twee boeken van Murnane, “Tamarisk Row” (1974) en “A Lifetime on Clouds” (1976), lijken semi-autobiografische verslagen te zijn van zijn kindertijd en adolescentie. Beide zijn grotendeels samengesteld uit zeer lange maar grammaticale zinnen. In 1982 bereikte hij zijn volwassen stijl met “The Plains”, een korte roman over een naamloze filmmaker die naar 'Inner Australia' reist, waar hij de vlaktes probeert te filmen onder het beschermheerschap van rijke landeigenaren. “The Plains” werd gevolgd door: “Landscape With Landscape” (1985), “Inland” (1988), “Velvet Waters” (1990) en “Emerald Blue” (1995). Een essaybundel, “Invisible Yet Enduring Lilacs”, verscheen in 2005. Deze boeken houden zich allemaal bezig met de relatie tussen geheugen, beeld en landschap, en vaak met de relatie tussen fictie en non-fictie. In 2009 verscheen, na meer dan een decennium, pas weer opnieuw fictioneel werk van Murnane: “Barley Patch”, gevolgd door “A History of Books” in 2012 en “A Million Windows” in 2014.

Uit: Invisible Yet Enduring Lilacs

“On the road to Bendigo: Kerouac’s Australian life
Like other children of my time and place, I watched films from Hollywood in the first years after World War II, although I believe I watched fewer than most children. I watched perhaps twenty double-feature programs from 1946 to 1948. The films were mostly cowboy films, in black and white, and I watched them on Saturday afternoons in the Lyric Theatre, Bendigo, of which I remember only that the floor was quite level, so that the screen always seemed high above me and remote. The films I watched made me discontented. Scene after scene disappeared from the screen before I had properly appreciated it; the characters moved and spoke much too fast. I hardly ever got the hang of a film, as my brother would say afterwards when I asked him to explain what I had missed. What I looked for in films was what I called pure scenery. I thought of pure scenery as the places safely behind the action: the places where nothing seemed to happen. Occasionally I glimpsed the kind of scenery I wanted. Behind the men on horses or the encampment of wagons was a broad tract of tall grass leading back to a line of hills. When I saw any such banal arrangement of grassy middle distance and hilly background, I tried to do to it something for which the simplest word I could have found was swallow. I wanted to feel that waving grass and that line of hills somewhere inside me. I wanted grass and hills fixed inside the space that began, as I thought, behind my eyes. I was not so literal-minded that I was troubled by cartoon images of a greedy boy with his cheeks swollen by a segment of landscape-pie. Yet the word swallow was not inapt. Getting the scenery from outside to inside seemed to engage me in some kind of bodily effort. And if I did not actually think of mouth or stomach, I could still see myself crouching over scenery made somehow conve-niently tiny; the scenery brought so close to my face that the familiar became blurred, and strange details filled my eyes; some crucial moment arriving for which I had no words; and finally the scenery safely mine, a piece of plain with a rim of hills floating inside my private space, and rather higher than lower, as though my space was a sort of appropriate that an early Australian poet should have put on racing silks and ridden at Flemington and Coleraine. The racecourse must have seemed sometimes to Gordon his landscape of last resort. A man who had been born in Ballarat in the 1890s once told me that he had heard from a former jockey who rode with Gordon. At the barrier before a steeplechase one day at Dowling Forest, Gordon announced that this would be his last race. When he urged his horse like a madman at the first jump, the other riders knew what he had meant. That was the last they saw of him — in racing parlance. He won that day by a great space.”

 

 2205012-161376155df6fec3556e45d83f84f54f.jpg
Gerald Murnane (Coburg, 25 februari 1939)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten