Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 maart 2018 tot 9 maart 2018

Koen Peeters, Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West, Josef Weinheber, Taras Sjevtsjenko, Umberto Saba

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: De mensengenezer

‘En amid, wat betekent dat, Remi?’ vroeg nonkel Marcel.
‘Tussen, nonkel. Het gedicht zegt: de leeuweriken zingen dapper, zij vliegen, maar niemand kan hen horen tussen het lawaai van de wapens. In de klas hebben wij dat gedicht vanbuiten geleerd.’
‘Vanbuiten?’
‘Ja, want wij hebben in de klas nog geen Engels geleerd.’
‘Dus daarover ging dat gedicht,’ zei nonkel Marcel, zijn bezwete voorhoofd deppend met zijn zakdoek. ‘Daarover gaat het altijd. Overal zijn geheimen en opdrachten, droevige geheugensporen. Niemand is de eigenaar ervan, daarom blijven ze hangen tussen de mensen. Weet je waarom?’
Ik wist het niet.
‘In onze streek is te veel gebeurd.’
Hij wees in de verte naar de drie heuvels op een rij: de Kemmelberg, de Rodeberg, de Zwarteberg. Voor de rest was het landschap plat. Een strakgetrokken laken. Soms leken de schuren boven de graanvelden te zweven; bij de minste hitte zinderde de lucht. Elektriciteitsdraden huppelden op stelten naar de boerderijen en overal waren de boeren aan het werk, ook in de felle regen of wanneer een striemende wind uit de zee opstak.
Nonkel Marcel zei: ‘Onze streek is verdoemd. De geest schroeit iedereen met miltvuur.’
‘Welke geest, nonkel? Wat is miltvuur? Waarom verdoemd?’
‘De geest is onzichtbaar, maar hij is samengesteld uit de overblijfselen van lichamen. Uit zijn weggeschoten gezicht kijkt de geest ons aan. Zijn verhalen ratelen als een ekster, ze kwetteren.
Ze fluiten als een afgeschoten granaat.’
Ik zweeg.
‘Remi?’

 

2127262-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg 
Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Na Mattias

“Een week na Mattias werd zijn fiets bezorgd. De bezorger was een opgewekte jongen die al aan het praten was voordat ik alle sloten van de deur had gehaald.
Op de stoep knipte hij de kartonnen doos langs de randen open en rinkelde twee keer met de bel.
Ik zette de fiets in de gang en draaide aan de sloten tot ze klik zeiden.
In de dagen erna wurmde ik me erlangs als ik naar buiten moest. Het bezoek vroeg ernaar, mensen die maar weer eens een plant meenamen of mijn kleren hadden gewassen, en dan zei ik dat het de nieuwe fiets van Mattias was. Niemand vroeg door.
Kon ik ze vragen nergens meer naar te vragen?
Rouw is als een schaduw. Hij voegt zich naar de stand van de zon, staat ’s ochtends anders dan ’s avonds.
Hij leunt donker en geduldig tegen de muur, strekt zich in volle lengte uit over asfalt of trekt achter je
rug zijn reliëf over te lang niet gemaaid gras, sierlijk dreigend als een slang. In die eerste weken wist ik
soms niet of ik mijn eigen schaduw zag of die van iemand die vol goede bedoelingen dicht bij me was
komen staan.
Ik bracht de fiets naar de woonkamer.
Wat ik al die jaren bedoeld had als ik zei dat ik goed alleen kon zijn, was dat ik goed alleen kon zijn zolang er een comfortabele eindigheid aan zat, straks weer opgeheven door de manier waarop hij ‘hai’
zou roepen, met zijn eeuwig gehaaste vrolijkheid.”

 

 2127262-d42bdec6a4d97d9dd4d29e1750e64145.jpg
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaïst Ed Hoornik werd geboren in Den Haag op 9 maart 1910. Zie ook alle tags voor Ed Hoornik op dit blog en ook mijn blog van 8 december 2006.

 

Tot de doden

Wij kunnen U niet meer bereiken
Wij komen een zintuig te kort
Wij leggen ons neer bij feiten
Dat gij minder en minder wordt

De enkele keren dat ge
In dromen nog ons verschijnt
Wordt ge al ijler en ijler
Tot ge voor altijd verdwijnt

Straten houden uw namen
Voor heden en morgen in stand
Maar onze kinderen brengen
Ze niet meer met u in verband

Het land ligt nog net als het toen lag
Van polder tot polder te kijk
De mensen die er in wonen
Blijven zichzelven gelijk

Maar éénmaal per jaar is de stilte
Tot de hemel toe van u vervuld
En belijden wij zonder woorden
Onze dankbaarheid, onze schuld

 

 

Pogrom

Is dat de maan, die naar het laatst kwartier gaat,
of een gelaat, omgord door walm en vlam?
Waar is Berlijn, en waar de Grenadierstraat?
– Vluchtte de jongen, toen de bende kwam?

Is dat zijn schim, die daar voor de rivier staat,
is dit het water dat hem langzaam nam,
is dit de Spree, en dat de Grenadierstraat?
– Het is de Amstelstroom, ’t is Amsterdam.

Op ’t Rembrandtsplein gaan de lantarens branden,
over de daken sproeit een lichtfontein.
– Ik druk mijn nagels dieper in mijn handen.

De Jodenbreestraat is een diep ravijn;
ik zie mijn schaduw dansen op de wanden.
– Het is maar tien uur sporen naar Berlijn.

 

 2127262-32e388e80ae7eb020015efee9e530805.gif
Ed Hoornik (9 maart 1910 – 1 maart 1970)
In 1952

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook alle tags voor Heere Heeresma op dit blog.

Uit: Bleib Gesund! Brieven

“Aan James Brockway
Amsterdam-c., r6 juli '67
Beste Jimmy, De kritiek in Times Literary Supplement komt me, ook al heb ik het niet gelezen, bekend voor.32 Een dagje... kreeg in Nederland eenzelfde soort kritiek van een zekere Greshof of Gresshoff, Greshoff of daaromtrent in Het Vaderland. Ik schreef er een verweerschrift tegen maar uit letterkundige kring (Dubois, Emmy van Lokhorst etc.) kreeg ik de dringende bede de zaak terug te trekken. Hij — de kritikus — was al oud, zou er spoedig mee ophouden, had het al moeilijk genoeg, begreep de tijd niet helemaal meer, enz. enz.; dat waren de argumenten. Helaas kan niemand straffeloos mijn gemoed beroeren...
Ik hoop in deze zaak echter wel dat je briefje wordt afgedrukt. Het argument dat je gebruikt is nml. gewoon kostelijk en snoert bij voorbaat alle tegenwerpingen de mond.
Ben nieuwsgierig tot welke keuze van verhalen je komt. Je weet dat je in deze volkomen vrij bent!
En dat de eksemplaren van A day... nu maar spoedig mogen loskomen. Kan je er niet achterkomen hoe de verkoop verloopt?
Inderdaad kan film veel betekenen, maar dan in het kader van veel geld. Film is bij uitstek het 'medium der konsessies' en sterk van de tijd (mode) afhankelijk (of op geënt). Het schrijven van een scenario is echter echt lekker, een soort verademing voor mij. Maar ach ach, ook in dit wereldje zo weinig mensen met allure.
Over de hele wereld zijn uitgevers kennelijk hetzelfde. Voornamelijk traag traag traag. Daarom: toch Einaudi sturen.
Kan ik je helpen wat betreft die Amerikaan? Dat ik hem bijvoorbeeld schrijf (i.v.m. een artikel bijv.) wanneer dat Maria Dermotitproject losbreekt? Ik zeg maar iets. Kan ik er iets aan doen dan hoor ik het van je.
Ben waarachtig nieuwsgierig naar die tekst van jou. Zit er ook een Hollandse uitgave in? Contact zal er zeker alles voor voelen!
Oké Jimmy. Ik hoor weer gauw van je,
je Heere H.”

 

 2127262-b5740ccb12c45983d3eba9086bea7ddd.gif
Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Altenberg werd geboren op 9 maart 1859 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Altenberg op dit blog.

 

Und endlich stirbt die Sehnsucht doch

Und endlich stirbt die Sehnsucht doch – – –
wie Blüthen sterben im Kellerloch,
die ewig auf ein bisschen Sonne warten.
Wie Thiere sterben, die man lieblos hält,
und alles Unbetreute in der Welt!
Man denkt nicht mehr; »Wo wird sie sein –?!?«
Ruhig erwacht man, ruhig schläft man ein.
Wie in verwehte Jugendtage blickst Du zurück,
und irgendeiner sagt Dir weise: »S' ist Dein Glück!«
Da denkt man, dass es vielleicht wirklich so ist,
wundert sich still, dass man doch nicht froh ist!

 

 

Ich liebe dich

Ich liebe dich.
Ich liebe den Duft deines Zimmers,
deines Kleiderschrankes, deines Bettes.
So duften die Rinden der Bäume
im Vorfrühling, wenn noch kein Laub ist
und alle Kraft im Baume drinnen liegt.
Ich liebe dich ... Noch lehnst du lächelnd an dem Tor des Lebens.
Ich liebe dich.

 

 

Winterszeit

Der Kirchthurm ragt – – –.
Und wie in Frost erstarrt sind die Geräusche.
Da rieselt von überladenen harten Fichtennadeln
harter Schnee in Klümpchen ab – – –.
Dann wieder Stille, Stille, Stille – – –.
Und der Dichter sagt: »Ich höre die Symphonieen der Stille!«

 

 2127262-b941116ecf12ee377b803e7ffe254605.jpg
Peter Altenberg (9 maart 1859 – 8 januari 1919)
Portret door Sigfried Braun, z.j.

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook alle tags voor Vita Sackville-West op dit blog.

Uit: The Land

Winter
I sing the cycle of my country's year,
I sing the tillage, and the reaping sing,
Classic monotony, that modes and wars
Leave undisturbed, unbettered, for their best
Was born immediate, of expediency.
The sickle sought no art; the axe, the share
Draped no superfluous beauty round their steel;
The scythe desired no music for her stroke,
Her stroke sufficed in music, as her blade
Laid low the swathes; the scythesmen swept, nor cared
What crop had ripened, whether oats in Greece
Or oats in Kent; the shepherd on the ridge
Like his Boeotian forebear kept his flocks,
And still their outlines on our tenderer sky
Simple and classic rear their grave design
As once at Thebes, as once in Lombardy.

I sing once more
The mild continuous epic of the soil,
Haysel and harvest, tilth and husbandry;
I tell of marl and dung, and of the means
That break the unkindly spirit of the clay;
I tell the things I know, the things I knew
Before I knew them, immemorially;
And as the fieldsman of unhurrying tread
Trudges with steady and unchanging gait,
Being born to clays that in the winter hold,
So my pedestrian measure gravely plods,
Telling a loutish life. I have refused
The easier uses of made poetry,
But no small ploy disdain to chronicle,
And (like that pious yeoman laid to rest
Beneath the legend that told all his life
In five hard words: "He tilled the soil well")
Prune my ambition to the lowly prayer
That I may drive the furrow of my tale
Straight, through the lives and dignities I know.

 

 2127262-60f3f1941be04df3e4c0eb46c0e48383.jpg
Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)
Met echtgenoot Harold Nicolson in 1960

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en essayist Josef Weinheber werd geboren op 9 maart 1892 in Wenen. Zie ook alle tags voor Josef Weinheber op dit blog.

 

 Sonett I

Dies sehn wir, Herrin, zeit- und leiderfahren:
Dein Reich ist furchtbar, dir zu dienen hart.
Du nimmst das Herz, du formst es, seiner Art
den Schmerz in großen Bildern zu bewahren.

Ja, Künstler sein, heißt seine Gegenwart
in eine ungekannte Ferne sparen
und lernen, daß von allem Wunderbaren
nur eins ihm zukommt: Die Gefahr der Fahrt.

Erhabne! Kein Erbarmen, keine Schonung!
Freiheit erahnt sich erst an Gitterstäben,
und erst zerstörtes Herz ist deine Wohnung.

Die Schwachen stehn. Uns Stärkere wirft das Leben
in einen Abgrund stündlicher Entthronung.
Es ist ein dauernderes Dasein eben.

 

 

Sonett II

Es ist ein dauernderes Dasein eben,
gezahlt mit Blut. Mit bittrer Niederlage
der seltne Sieg, und der Triumph mit Klage;
A n g s t macht uns stark, vom Staube aufzuschweben.

Den Tag verhöhnt die Nacht mit ihrer Frage:
Was bleibt? Was stirbt? Was reicht? Was fällt daneben?
Und nur ein Narr sagt: Dies mein Werk und Weben
sei ewig, wie es meinen Namen trage.

Was sind denn Namen? Schall. Und wenn sie alle
vergingen: Leben nicht die großen Werke
ihr eigen Leben über unserm Leben?

Durch uns hindurch wirkt Gott in dem Krystalle,
und alle Ehr sei, aller Ehrfurcht Stärke,
dem Bildwerk v o r dem Bildenden gegeben!

 

 2127262-f579db0daf9992cd2bc940cb544088f2.jpg
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Gedenkplaat aan het weeshuis in Mödling, waarin de dichter van 1901 tot 1909 verbleef

 

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

Lights Are Blazing
("Ohni horiat, muzýka hraie")

The lights are blazing, music's playing,
Like jewels gleaming in the night
The eyes of youth are shining gaily,
Alight with hope, with pleasure flaming;
Their eyes are bright, for to the sight
Of innocence all things seem right.
So all are laughing, all are jolly,
And all are dancing.
Only I,
As though accursed, in melancholy
Look on and wipe a mournful eye.
Why do I weep? Perhaps the reason's
That dreary, like the rainy season,
My youth has uselessly slipped by.

 

 

A Reflection

The river empties to the sea,
But out it never flows;
The Cossack lad his fortune seeks,
But never fortune knows.
The Cossack lad has left his home,
He's left his kith and kind;
The blue sea's waters splash and foam,
Sad thoughts disturb his mind:

"Why, heedless, did you go away?
For what did you forsake
Your father old, your mother grey,
Your sweetheart, to their fate?
In foreign lands live foreign folks,
Their ways are not your way:
There will be none to share your woes
Or pass the time of day."

Across the sea, the Cossack rests --
The choppy sea's distraught.
He thought with fortune to be blessed --
Misfortune is his lot.
In vee-formation, 'cross the waves
The cranes are off for home.
The Cossack weeps - his beaten paths
With weeds are overgrown...

 

Vertaald door John Weir

 

 2127262-521f0c02c7426ed6870f94d29ccbdd11.jpg
Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)
Cover

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Umberto Saba werd geboren op 9 maart 1883 in Triëst. Zie ook alle tags voor Umberto Saba dit blog.

 

February evening

The moon appears.
                     The avenue remains
sunlit, though evening has begun to fall.
Indifferent youths will gather here,
scatter toward small aims.
                               And it’s the thought
of death that helps us, after all, to live.

 

Vertaald door Geoffrey Brock

 

 

Privilige

I am a good friend. I’m easily
taken by the hand, and I do what
others ask of me, well and cheerfully.

But my secret soul that does not lie
to itself murmurs its own words.
And sometimes a god calls me and wants
me to listen to him. With the thoughts
that are born in me then, with my heart
beating inside, with the intensity of my pain,
I reject all likeness with other men.

I have this privilege. And I will keep it.

 

Vertaald door George Hochfield en Leonard Nathan 

 

 2127262-b8706a0cc84c6e6cd86a32b5e38d06da.jpeg
Umberto Saba (9 maart 1883 – 25 augustus 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2017 en ook mijn blog van 9 maart 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008 en eveneens mijn blog van 9 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

David Garnett

De Britsr schrijver David (Bunny) Garnett werd geboren in Brighton op 9 maart 1892. Als kind droeg hij een mantel van konijnenbont en daaraan dankte hij de bijnaam Bunny, die zijn familie en vrienden de rest van zijn leven zouden gebruiken, Garnett was de zoon van de schrijver Edward Garnett en Constance Black, een vertaalster van met name Russische literatuur. Hij weigerde tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst op grond van gewetensbezwaren en bracht de oorlogsjaren door op een boerderij in Suffolk, Sussex, waar hij de kunstschilder Duncan Grant leerde kennen. Grant was een van de leden van de Bloomsburygroep. Literaire erkenning kreeg Garnett met de verschijning van zijn roman “Lady into Fox” (1922). Hij begon een boekhandel nabij het British Museum en een eigen uitgeverij: de Nonesuch Press. Zijn roman “Aspects of Love” (1955) werd later door Andrew Lloyd Webber tot een musical verwerkt. Zijn eerste vrouw was Rachel Marchall (een zuster van Frances Partridge). Met haar kreeg hij twee zonen, Richard en William. Zijn vrouw overleed evenwel op jonge leeftijd aan de gevolgen van borstkanker. Garnett had ook seksuele relaties met Duncan Grant en Francis Birrell. Hij was op Charleston Farmhouse aanwezig bij de geboorte van Angelica Bell, de dochter van Vanessa Bell en Duncan Grant en voorspelde toen dat hij later met haar zou trouwen. Tot afschuw van haar ouders, gebeurde dat inderdaad in 1942 (de bruidegom toen net 50, de bruid 23). Zij kregen samen vier dochters (Amaryllis, Henriette en de tweeling Nerissa en Frances). De oudste dochter Amaryllis Garnett werd actrice. Angelica en Bunny scheidden in 1961 en daarna leefde Garnett in Frankrijk, waar hij uiteindelijk ook overleed.

Uit: Lady into Fox

„Wonderful or supernatural events are not so uncommon, rather they are irregular in their incidence. Thus there may be not one marvel to speak of in a century, and then often enough comes a plentiful crop of them; monsters of all sorts swarm suddenly upon the earth, comets blaze in the sky, eclipses frighten nature, meteors fall in rain, while mermaids and sirens beguile, and sea-serpents engulf every passing ship, and terrible cataclysms beset humanity.
But the stra nge event which I shall here relate came alone, unsupported, without companions into a hostile world, and for that very reason claimed little of the general attention of mankind. For the sudde n changing of Mrs. Tebrick into a vixen is an established fact which we may attempt to account for as we will. Certainly it is in the explanation of the fact, and the reconciling of it with our generalnotions that we shall find most difficulty, and not in accepting for true a story which is so fully proved, and that not by one witness but by a dozen, all respectable, and with no possibility of collusionbetween them.
But here I will confine myself t o an exact narrative of the event and all that followed on it. Yet I would not dissuade any of my readers from attempting an explanation of this seeming miracle because up till now none has been found which is entirely satisfactory. What adds to the difficulty to my mind is that the metamorphosis occurred when Mrs. Tebrick was a full-grown woman, and that it happened suddenly in so short a space of time. The sprouting of a tail, the gradual extension of hair all over the body, the slow change of the whole anatomy by a process of growth, though it would have been monstrous, would not have been so difficult to reconcile to our ordinary conceptions, particularlyhad it happened in a young child.
But here we have something very different. A grown lady is changed straightway into a fox. There is no explaining that away by any natural philosophy. The materialism of our age will not help us here. It is indeed a miracle; something from outside our world altogether; an event which we would willingly accept if we were to meet it invested with the authority of Divine Revelation in the scriptures, but which we are not prepared to encounter almost in our time, happening in Oxfordshire amongst our neighbours.“

 

 2133420-72898f66306c10559b91727d9a8910ec.jpg
David Garnett (9 maart 1892 - 17 februari 1981)
Portret door Duncan Grant, ca. 1920

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ariane Sommer

De Duitse schrijfster, columniste en presentatrice Ariane Sommer werd geboren op 9 maart 1977 in Bonn. Als dochter van een Duitse diplomaat groeide zij op in verschillende landen en plaatsen, waaronder New Delhi, Sierra Leone, Parijs, Madrid en Miami. Ze behaalde haar eindexamen gymnasium aan het internaat Salem en verhuisde vervolgens naar Berlijn om politieke wetenschappen te studeren aan de FU Berlijn. In 2000 verscheen haar boek “Die Benimm-Bibel”. In 2009 werd de bundel korte verhalen “Foreign Affairs” gepubliceerd. Samen met Roman Libbertz publiceerde ze in 2015 de erotische roman “Lieben Lassen”. Van 2000-2002 was zij vaste columniste voor de Duitse Playboy, van 2001 tot 2002 voor Max. Daarnaast schreef zij gastcolumns voor o.a. Cosmopolitan, EMMA, Die Zeit, FAZ, Revue en BILD.de) , In het Brits-Chinese tijdschrift China Ethos verschijnt sinds 2008 een column van haar over cultuur, maatschappij en etiquette onder de titel "The Diplomat's Daughter". In het najaar van 2008 voerde ze naakt campagne voor de dierenrechtenorganisatie PETA tegen het dragen van bont. Vanaf 2000 speelde Sommer kleine rollen in tv-series en bijrollen in films zoals Oskar Roehler's „Agnes und seine Brüder”. In 2002 verhuisde zij naar Londen, waar ze acteren studeerde aan het Actors Center. In 2005 vertrol zij naar Los Angeles. In 2007 kreeg zij een figurantenrol in “Kings of South Beach” (Girl at the Bar). In Duitsland presenteerde zij o.a. de tv-programma Top of the Pops, Lebensart en Die Supergärtner.

Uit: Lieben lassen

„Auf der Straße vertreibt die Sonne die letzten Splitter der Nacht aus meinen Augen. Für jetzt. Obwohl ich seit Tagen nicht geschlafen habe, fühle ich mich so beschwingt, als hätte die Erdanziehung keine Macht mehr über mich und ich könnte einfach mit einer weit ausgreifenden Bewegung der Arme abheben. Die Fensterläden eines der rostfarbenen Häuser neben mir werden aufgestoßen, und ein kleines Mädchen blinzelt verschlafen in die Außenwelt, reibt sich fröstelnd die Arme, der Mai zeigt sich morgens noch von seiner kühlen Seite.
Eine einsame Vespa knattert an mir vorbei, als ich den Tiber überquere, und im dunklen Wasser leuchtet golden der Petersdom. Kurz stelle ich mir vor hineinzuspringen, Gott zu besuchen, er ist bestimmt schon wach, so laut, wie ich ihn gerufen habe letzte Nacht.
Meine Absätze knallen auf den Asphalt, schlagen im Takt mit dem Herzschlag der Ewigen. In jedem Ort pocht unterschwellig ein Gedanke, ein Gefühl. In New York ist es Erfolg, in Shanghai Veränderung, in Paris die Liebe, und hier in Rom ist es Sex. Mit den Fingerkuppen streiche ich über die Hülle der Leica M9 in meiner Handtasche. Die Technologie ist nicht ganz so ausgefeilt wie die der Japaner, aber sie liegt gut in der Hand, und sie ist intimer, leiser als die Nikon mit ihrem klick, klick, klick.
Fotografie ist Schattenkomposition. Vielleicht fühle ich mich deswegen zur Kamera hingezogen. Still wie eine Spinne, die in ihrem Netz hockt und auf Insekten wartet, öffnet sie ihr Auge, schnappt im Bruchteil einer Sekunde zu und zieht sich dann wieder zurück in den ihr eigenen Zustand der Blindheit.
In Gedanken spiele ich mit meiner Beute, sein Lächeln gehört jetzt mir. Ich werde es den anderen Stücken meiner Sammlung hinzufügen, bis ich den perfekten Mann geschaffen habe.
An einem Zeitungskiosk in der Via Giuseppe Zanardelli kaufe ich Postkarten und schlendere anschließend auf die Piazza Navona, fast frei von Touristen, der frühe Morgen die einzige Tageszeit, an der sie erträglich ist, und ich kann das Wasser in Berninis Vierströmebrunnen plätschern hören.“

 

 2130550-289817a5cf9f801b490c9ec627fa9fae.jpg
Ariane Sommer (Bonn, 9 maart 1977)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jeffrey Eugenides, Walter Jens, Hafid Bouazza, Cándani, A. Marja, Aslı Erdoğan, John McPhee, Mouloud Feraoun, Dominic Angeloch

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook alle tags voor Jeffrey Eugenides op dit blog.

Uit: Uit eerste hand (Vertaald door Natasha Gerson en Roland Fagel)

“KLAGERS
Cathy draait met haar huurauto de oprijlaan in, ziet het bordje en schiet in de lach. ‘Wyndham Falls: Welverdiend Waardig Wonen’.
Niet echt zoals Della het omschreef.
Dan komt het hoofdgebouw in zicht. De entree maakt een verzorgde indruk. Groot, veel glas met witte bankjes ervoor, een uitstraling van medische orde en regelmaat. Maar de aanleunwoninkjes met uitzicht op de achtertuin zien er krap en haveloos uit. Met piepkleine verandaatjes die doen denken aan dierenhokken. Een sfeer van eenzame levens achter gesloten gordijnen en verveloze deuren.
Bij het uitstappen voelt ze dat de lucht zeker vijf graden warmer is dan ’s ochtends op het vliegveld van Detroit. De januarilucht is nagenoeg onbewolkt blauw. Geen vlok te bekennen van de sneeuwstorm waar Clark haar nog zo voor heeft gewaarschuwd, in een poging haar thuis te houden om voor hem te zorgen. ‘Waarom ga je niet volgende week?’ opperde hij. ‘Ze loopt toch niet weg?’
Cathy is al halverwege de voordeur wanneer ze aan Della’s cadeautje denkt en loopt dan terug naar de auto om het te pakken. Ze haalt het uit haar koffer en geniet opnieuw van haar geslaagde geschenkverpakking. Het papier is van het dikke, papperige, ongebleekte soort dat op berkenbast lijkt. (Ze had drie verschillende kantoorboekhandels afgelopen voor ze iets van haar gading vond.) In plaats van een ordinaire strik heeft Cathy takjes van haar kerstboom – die moest toch de deur uit – geknipt en van naalden ontdaan, en daar een krans van gevlochten. Nu ziet het pakje er handgemaakt en organisch uit, als een offer in een indianenplechtigheid, geen geschenk voor een mens, maar voor de aarde. Wat erin zit is verre van origineel. Namelijk wat Cathy altijd aan Della geeft: een boek.
Dit keer is het meer dan dat. Een soort medicijn.
Sinds haar verhuizing naar Connecticut klaagt Della dat het haar niet meer lukt om te lezen. ‘Ik lijk mijn hoofd niet meer bij een boek te kunnen houden,’ zo heeft ze het aan de telefoon onder woorden gebracht. Ze zegt niet waarom. Dat weten ze allebei al.
Afgelopen jaar, op een augustusmiddag tijdens Cathy’s jaarlijkse bezoek aan Contoocook, waar Della toen nog woonde, had ze verteld dat de huisarts haar had doorverwezen voor een paar onderzoekjes.
Het was vijf uur ’s middags, de zon zakte net weg achter de dennenbomen. Om even uit de verflucht te zijn, dronken ze hun margarita’s in de serre.”

 

 2126989-bd449ad0ee54916ab434c56707a2bdbf.jpg
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960) 

 

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„An solchen Abenden durfte jahrelang auch «der kleine Dr. Alfred Pringsheim» teilnehmen, denn «der Meister hatte sich mit dem jungen Anbeter, dem er auch zu sämtlichen Proben Zutritt gegeben, [...] förmlich angefreundet, soweit es der Unterschied des Alters und der Lebensleistung eben zuließ».
Doch diese intime Verbindung hatte sich, kurz ehe Hedwig Dohm-Pringsheim Bayreuther Boden betrat, unter dramatischen Umständen aufgelöst: Als ein Berliner Kritiker zu vorgerückter Stunde in einer recht illustren Bierkneipen-Runde behauptete, das ganze Bayreuth sei «purer Schwindel» und er mache sich anheischig, «mit einigen Strauß’schen Walzern die ganze Sippe vom Festspielhügel herunterzulocken», hatte sich der junge und gelegentlich recht jähzornige Wagner-Adept herausgefordert gefühlt, die Ehre seines berühmten Freundes mittels eines Bierseidels zu verteidigen. Die Darstellung dieses Vorfalls durch die internationale Presse, die, wenn man der Erzählung der späteren Ehefrau des allzu leidenschaftlichen Verehrers glauben darf, dem Tenor «Auf den Straßen von Bayreuth ist bereits Blut geflossen» folgte, bewog dann das stets um seinen Ruf besorgte Haus Wahnfried, "die Beziehungen zu dem [...] Treuesten der Treuen ein für allemal» schroff abzubrechen."
So kam es, dass Alfred Pringsheim seine zukünftige Frau erst wenig später auf der Bühne, als Mitglied jener Meininger Theatertruppe, kennen lernte, die in den letzten Jahrzehnten des 19. Jahrhunderts vor allem dank ihrer Klassiker-Aufführungen berühmt war und unter der persönlichen Leitung des Herzogs Georg II. Gastspielreisen durch ganz Europa unternahm.“

 

 2126989-499e80a60dccbb4bf74c100424109a93.jpg
Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)
 

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Paravion

“Luister.
Wat klinkt als een aanmaning tot stilte – ssst! – is in werkelijkheid het geluid van de wind in de bomen, een gerucht dat met vele tongen in de bladeren lispelt. En zou dat gekwetter van onzichtbare vogels niet geroddel zijn?
Het was de bedoeling dat zijn vertrek in het geheim zou plaatsvinden. Baba Baloek en zijn vrouw hadden zijn aanstaande reis voor iedereen verzwegen, uit angst voor kwaadsprekerij en onheil – het boze oog –, maar het mocht niet baten. Wie had hun gefluister in begordijnde nachten dan opgevangen? Wie weet welke onzichtbare luistervinken de zware zomerduisternissen bewonen? Zijn vrouw had op een nacht een schijnsel in de lucht gezien, het flikkerde op en verdween. Vuurvliegen misschien, maar zijzelf twijfelde er niet aan dat het het vuur was waar demonen zich elke nacht omheen scharen om opgevangen berichten met elkaar te delen.
Dit deden zij gewoonlijk in de vallei Abqar die achter hun huis lag. Een huwelijk hier, een reis daar, een bejaarde in het gemak, een maagd in het badhuis, een zwart herdertje in de namiddag: niemand was veilig voor de schelmenstreken van djinns. De tederheid van hun hoopvolle en angstige gesprekken kon zelfs met de grootste moeite de drempel van hun slaapkamer niet overschrijden: geen menselijk oor had ze dus kunnen afluisteren.
In die dagen van gedempte gesprekken en vertwijfelingen was hun samenzijn liefdevoller dan ooit. Jaren van ingehouden en huiselijke genegenheid begonnen in een korte tijdspanne de ogen van de vrouw met ongegeneerde liefde te kleuren: de irissen bloeiden open als zonnebloemen. Haar pupillen waren groot door de zwangerschap. Zij namen het beeld van haar man van alle kanten gulzig op en zij trok het met een langzame daling van haar wimpers naar binnen en sloeg het op voor later gebruik. Het was een bijna vrome beweging.
De blik en liefkozingen van Baba Baloek vermildden en verjongden. Als hij haar streelde, nam elke rimpel van zijn handen deel aan zijn strelingen en zo leken ze te verbreden tot kabbelingen die over haar huid voeren en haar mondhoeken opkrulden. Zij huiverde. Zijn vingertoppen bewogen lieflijker dan een menigte tegengestelde briesjes in een appelboom, die niet zo kon blozen als zij.”

 

2126989-b648d7db9020b975390290823e81bfb8.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cándani werd geboren in District Suriname op 8 maart 1965. Zie ook alle tags voor Cándani op dit blog.

Uit: Relaas voor S.

‘Lieve s., ik heb je de laatste tijd pijn gedaan. Je hebt het zonder mij moeten stellen. Daarom zal ik je nu precies schrijven wat er de afgelopen weken allemaal gebeurd is.
Vandaag twee weken geleden, op maandag dus, stond ik te koken toen ik me plotseling heel beroerd voelde. Ik draaide het gas uit en stopte de half gekookte rijst in de ijskast. Ik pakte jou, sloot het huis en ging naar mijn moeder. Had ik geweten dat ik de hele afstand te voet moest afleggen, dan had ik de kracht niet gehad om van huis te gaan. Ik wilde mijn buurman om de hoek vragen een rit voor mij te maken, maar hij was net weg. Ik hoopte op boiti iemand te ontmoeten om mij te liften. Tenslotte gaf ik de hoop op en begon heel braaf met jou te lopen, de hele Eduard Abrahamsweg af, je weet tussen de Arya Dewaker Mandir en de Wanica Supermarket. Een week lang bleef ik bij mijn moeder.
Mijn situatie werd met de dag erger. Alle vezels van mijn maag scheurden. Ik betaalde me kapot aan taxi's en doktoren. Afgelopen maandag werd ik sito opgenomen in het St. Vincentius ziekenhuis. Je hebt me begeleid. In de auto heb je voortdurend mijn hand vastgehouden.
Daar ging ik in de rolstoel naar de zaal. Wat was het zalig toen na een uur aan het infuus de pijn verdween. Maar dat zalige gevoel duurde niet lang. In de avond kwamen de pijnen terug. Vier dagen heb ik met de dood gestreden. Acht uur was ik onder narcose. Niemand verwachtte dat ik het zou halen. Jíj hebt me erdoorheen geholpen.”

 

2126989-dae0a4d01017d47603fc77f3378ee5c3.jpg 
Cándani (District Suriname, 8 maart 1965)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij) werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. Zie ook alle tags voor A. Marja op dit blog.

 

Thuiskomst

Hij reed die morgen, moegereisd,
terug langs de vertrouwde wegen;
zo rood en helder in de regen
lag daar het huis, met groen omlijst.

De wielen suisden; blank en glad
vergleed de straatweg met terzijde
de vochte bomen en de weiden,
waar schapen graasden langs het pad.

Dan stond hij aarz'lend in het grint,
het ijz'ren hek ging piepend open
en viel weer dicht, de struiken dropen
en geurden in de luwe wind.

Verschemerd, door het glas, dat blonk,
zag hij bij 't raam zijn vader zitten
en verder weg het vage, witte
haar van een vrouw, die koffie schonk.

Toen, met een nauw bedwongen schok,
wist hij, hoe ver hij van hen leefde,
en glimlachte, maar even beefde
de hand, die aan de belknop trok.

 

 

Vijf gedichten uit Rilke's Stundenbuch

V
Ook gij zult groot zijn, groter nog dan een der
thans levenden u nu reeds zeggen kan,
veel ongebruik'lijker en ongemener
en veel bejaarder dan een oude man.

Men zal u voelen: zachte geuren zweven
uit aller tuinen tegenwoordigheid;
zoals de zieken met hun dingen leven
leeft men met u: vol liefde, toegewijd.

Geen bidden zal de mensen samenleiden,
gij zijt niet daar, waar men bijeenvergaart,
en wie u voeld' en zich in u verblijdde
zal als de eerst' en een'ge zijn op aard:
een uitgestotene en een vereende,
verkoren en verworpen tegelijk,
een, die een glimlach droeg en hem verweende,
klein als een huis, groot als een koninkrijk.

 

 2126989-dc29058ce2012c87241b496809f96540.jpg
A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
V.l.n.r. J.B. Charles, de echtgenote van Anthonie Donker en A. Marja op het diner ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Gerrit Achterberg, 1955

 

 

De Turkse schrijfster, journaliste en natuurkundige Aslı Erdoğan werd geboren op 8 maart 1967 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Aslı Erdoğan op dit blog.

Uit: Die Stadt mit der roten Pelerine (Vertaald door Angelika Gillitz-Acar en Angelika Hoch)

„Obwohl sie wusste, dass kein Tier, das größer war als eine Katze, das Dornendickicht durchdringen konnte, erschreckten sie die nächtlichen Geräusche aus dem Garten zu Tode. Sie hatte kein Geld für einen Ventilator. Aber der ausgesprochen geizige und halsabschneiderische Hausbesitzer Professor Botelho verweigerte seinen Mietern, obwohl er widerwärtig reich war, eine Klimaanlage, die hier ebenso lebenswichtig ist wie in Stockholm die Heizung. Er war der maßgebliche Berater des rechtsgerichteten Bürgermeisters, spielte sich wegen seines akademischen Titels und seiner rein europäischen Abstammung auf und war sehr darauf bedacht, vornehm und bedeutend zu erscheinen, wie es seinem eigenen und dem Rang seiner Vorfahren angemessen war. Obendrein war er auch noch Sauberkeitsfanatiker; er vergötterte Regeln, Ordnung und Formalien. Den der Straße zugewandten Teil des Gartens schmückte er mit griechischen Götterstatuen aus feinstem Marmor, mit Lampen, die aufdringlich an Paris erinnerten, und mit eleganten Treppen, die zwischen Bananenstauden und Mangobäumen zu schweben schienen. Doch die Art und Weise, wie er die Appartements eingerichtet hatte, verriet, dass seine goldglänzende Persönlichkeit nur Fassade war. In Özgürs Wohnzimmer hatte er ein riesiges, hässliches, steinhartes Bett, Aluminiumregale und ein kunstledernes Klappsofa gestellt, das aussah, als hätte man es aus dem Rathaus entwendet; zwischen all dem Gerümpel stand ein schwerer, wuchtiger Mahagonitisch mit acht Stühlen, die viel zu viel Platz wegnahmen. Auf dem Balkon hatte er außerdem die für Rios Häuser obligatorische Hängematte angebracht; an der Tür hingen auf Schnüre gefädelte Muscheln, die beim leisesten Windhauch ohrenbetäubend rasselten, denn nach einer brasilianischen Glaubensvorstellung, die ursprünglich aus Afrika stammt, bringen Muscheln Glück. An einer der grauen Wände, die unangenehme Assoziationen an die Korridore von Krankenhäusern oder Gerichtsgebäuden wachriefen, hing ein Schwarz-Weiß-Poster, das Prof. Botelho im New Yorker Metropolitan Museum gekauft und das er aufwändig hatte rahmen lassen: die Nahaufnahme eines Paares, das sich küsst und dessen geöffnete Lippen leicht ölig schimmern.“

 

 2126989-3f0be018e31cdb5ebea9f341e668af67.png
Aslı Erdoğan (Istanbul, 8 maart 1967)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook alle tags voor John McPhee op dit blog.

Uit: A Sense of Where You Are

“Freshman basketball, in my own time, a dozen years earlier, had not been a spectator sport at Princeton. A player's roommates might turn up, or his parents, if they lived nearby, but the grandstands were empty and the sound of the dribbling used to echo while the freshmen played. On the night of the game with Pennsylvania, I showed up at about six-twenty-five. There was a large crowd outside the gym and, inside, the stands were already filled. My father was holding a seat for me, and by the time I got to it the game had already begun. I sat down and purposely didn't ask which player I was supposed to watch, because that would have diminished the pleasure of discovery, and it was, in fact, something like this that my father had in mind when he had cut me off so abruptly on the phone. I watched the general flow on the court for a while, and it was soon clear enough who had drawn the crowd, and that he was the most graceful and classical basketball player who had ever been near Princeton, to say the very least. Every motion developed in its simplest form. Every motion repeated itself precisely when he used it again. He was remarkably fast, but he ran easily. His passes were so good that they were difficult to follow. Every so often, and not often enough, I thought, he stopped and went high into the air with the ball, his arms rising until his hands were at right angles to one another and high above him, and a long jump shot would go into the net. My father, once a college basketball player himself, was so moved by this that he nudged me with his elbow. It was not the two points, obviously enough—it was the form and the manner with which they had been scored. I looked from the boy's number down to the mimeographed sheet in my hand. His name was Bill Bradley. He was six feet, five inches tall. And he came from Crystal City, Missouri. I learned later that the general manager of the St. Louis Hawks had declared Bradley to be of professional calibre when he was still in high school, and that is how Bradley always seemed at Princeton, at home on the court and under control even when his own game was cold, which it sometimes was. To me, Bradley's appeal was grounded in the fact that he was a pleasure to watch no matter what was happening on the scoreboard.”

 

 2126989-e6166ee75feb3002c4cb71ac687c7b66.jpg
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)
Cover

 

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook alle tags voor Mouloud Feraoun op dit blog.

Uit: Mon village

« On m’a parlé encore d’une boulangerie ayant pétrin mécanique. Tu te motorises à présent, tu prends de l’allure ! Ce sont les ordures qui te tracassent ? Au fond, il y en a partout, des ordures. En ville plus qu’ici. Là-bas, c’est caché. On ne voit rien mais cela empeste. L’air y est malsain, c’est la vérité. Console-toi, vieux père ! Nos efforts ne pourront jamais changer tout à fait ton visage. Nous l’enlaidissons, peut-être, par nos tentatives et nos imitations. Tu as la couleur de la terre, tu es fait de terre. La terre est saine, modeste et pure comme une paysanne pauvre mais de bonne naissance. Pour te donner un autre visage, il faudrait te raser, te supprimer, transporter tes cendres ailleurs et essayer de rebâtir sur ces cendres. En fait, tu cesserais d’exister et nous de t’aimer. Alors pourquoi te fâcher et nous mal accueillir ? Y a-t-il meilleure preuve d’attachement filial que nos retours entêtés ? Tu doutes que nous tenions toi ? Mettons que nous sommes liés à toi et toi à nous, solidement et que nous ne pouvons nous renier. Ceux qui t’oublient –_tu ne l’ignore pas — ne peuvent faire autrement que de t’oublier ; ils sont dans leurs meilleurs jours, c’est pardonnable, après tout. Ils en arrivent à douter de ton existence et ce doute leur fait du bien. Si tu voyais leur aisance en pleine civilisation, tu t’effacerais timidement, tu voudrais te cacher sous terre. Ils te font honneur ! Viennent les moments difficiles : les dettes, la maladie, la misère, la vieillesse — on ne peut tout prévoir — et ils se disent, ces braves gens, que l’heure du retour a peut-être sonné. Ils se retrouvent une mémoire excellente pour tout ce qui te touche. Leur cœur s’attendrit. Et ; du moment qu’ils ont besoin de toi, ils se remettent à t’aimer. Puis, un beau soir, ils débarquent pour reprendre la place que tu leur as fidèlement réservée. Souvent, d’ailleurs, cette place n’est qu’un trou oblong, là-bas, au terme du voyage ; là où aboutit la route carrossable et où nous finirons tous un jour. Une petite tombe qui se confondra avec toutes les autres parce qu’elle ne portera aucune inscription et que, dès le premier printemps, elle se couvrira aussi de graminées toutes frêles et de pâquerettes toutes blanches."

 

2126989-1c8e611f8610199707e1c9ef0e95532f.jpg 
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dominic Angeloch werd in 1979 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Dominic Angeloch op dit blog.

Uit: Blinder Passagier

„Als du sie wieder öffnest, schiebt sich gerade ein großer weißer Teller vor dich. Du nimmst die silberne, schwere Gabel in die linke und das silberne, schwere Messer in die rechte Hand: Der breite Rand des großen weißen Tellers ist grün bestreut, feingehackter Schnittlauch. Jetzt slictedudie langen Gabelzinken in das mit dunkler Sauce nur halb bedeckte, daumenwurzeldidce Fleisch, setzt die Messerschneide ein Stück dahinter an und führst sie hin und her, bis siesichso weit in den Fleischkörper gesenkt hat, daß sich ein Stück abzulösen beginnt. Das kleine Stück ein wenig in der Sauce herumsaieben, während eine laute Stimme am großen Tisch nebender Theke einen lauten Satz lacht. Einen Augenblick warten, bis irgendetwas darauf er-widert, das Lachen von irgendeiner Antwort umhüllt worden ist. Dann die Gabelzinken an den Mund führen, die Lippen um den Fremdkörper schließen und ihn von den Zinken in den Mundraum herunterziehen: Plötzlich schmedctt du Zwiebeln und Pfeffer und Rotweinsauce undanden Zungen-rändern einen Hauch Blut. Das weiche, warme Fleisch kauen, als faserigen Brei an den Rachen wälzen und hinunter-schlucken. Augenblicklich eile du, wie dein Magen schwerer wird, schwerer und warm. An den Nebentisch hat sich inzwischen eine korpulente Dame gezwängt. Durch ihre übergroßen Brillengläser, die in Form eines Schmetterlings mit ausgebreiteten Flügeln geschliffen und mit einem breiten Goldrand eingefaßt sind, mustert sie dich jetzt über ihre vorsorglich zwischen sich und dich gegtellte, ebenfalls übergroße Handtasche hinweg.
Als sie nach einer Weile noch immer nicht aufgehört hat, dich zu mustern, fällt dir auf Dir wurde so heiß, weil du deinen guten alten dicken Wintermantel die ganze Zeit an-behalten hast. Also ziehst du ihn aus, erleichtert über die Abkühlung, die diese Bewegung sofort mit sich bringt, und legg ihn neben dich auf die Bank. Im Blick einen Vorwurf, den du nicht verglehg, nimmt die korpulente Dame ihre Handtasche und gellt sie links neben sich, weg von deinem Mantel. Als sie den Kopf wieder zurückdreht, hüpfen ihre Pupillenbälle von deinem Gesicht auf die Illugtrierte, die schlaff vor ihr auf dem Tisch liegt, und bleiben darin liegen.“

 

 2126989-554f26cafa919dbb75ed2662cefb24ae.jpg
Dominic Angeloch (Stuttgart, 1979)
Stuttgart, Johanneskirche im Feuersee

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2017 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2008 en eveneens mijn blog van 8 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Rolf Jacobsen

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Jacobsen studeerde na zijn eindexamen gymnasium in 1926 theologie en filologie. In 1930 was hij een van de oprichters van het eerste gemengde Scandinavische studentenkoor. Onder het pseudoniem Rolf Høvre schreef hij een aantal schlagerteksten. In 1933 verscheen zijn eerste dichtbundel “Jord og jern” (Aarde en ijzer), waarin hij, evenals in de twee jaar later gepubliceerde Bundel “Vrimmel” (Gewemel), enthousiast over de technologie, de grotestadsdrukte beschrijft, echter ook in relatie tot de natuur. Jacobsen werkte als journalist; hij huwde in 1940. In hetzelfde jaar trad hij toe tot de fascistische partij Nasjonal Samling. In 1945 werd hij gearresteerd. Hij zei dat hij niet bij de partij zou zijn geweest als de koning en de regering het land niet hadden verlaten. Hij werd veroordeeld tot drie en een half jaar in een werkkamp. Jacobsen bekeerde zich tot het katholicisme in 1951 en publiceerde zijn derde poëziebundel “Fjerntog” (Lange-afstandstreinen) na een pauze van 16 jaar. In 1953 werd hij opnieuw opgenomen in de schrijversvereniging “Den norske Forfatterforening”. Zijn bekendste gedichten komen uit de in 1954 gepubliceerde bundel “Hemmelig liv” (Geheim leven). Gedichten van Jacobsen werden onder meer door de componisten Helge Iberg, Egil Kapstad, Ketil Bjornstad en Torstein Aagaard-Nilsen op muziek gezet. Rouw om zijn in 1983 overleden vrouw, maar ook resignatie drukken zijn gedichten uit in de in 1985 gepubliceerde dichtbundel “Nattåpent” (Nachtwacht). De poëzie van Jacobsen is vertaald in een tiental talen. Hans Magnus Enzensberger nam hem als enige Noorse dichter op in zijn collectie “Museum der modernen Poesie”..

 

In januari

O alles wat je kan in januari
wanneer al de dagen maar tot aan je knieën reiken
en je, het etmaal rond, je voorhoofd loopt te stoten tegen de sterren
als op een zolder met oude uniformen.
In januari als de wereld boordevol is van levende sneeuw
die je tegemoet komt met een vrolijk geblaf tegen de ruit
en gehoorzaam languit gaat liggen voor iedere deur
als een grote vriendelijke hond
die scherp met zijn tong je hand wil likken.

In januari
als alles afgesloten is en alle wegen met cement vastgemetseld zijn
en je er met beide benen gaten in kan lopen
en zowat alles doen. Naar buiten gaan of stilzitten
een la opruimen
en daar bedeesde en heel jonge foto's vinden
die je kan verbranden - of nog maar niet.

En een boek ter hand nemen, beetje stof blazen
en de bladeren onder je vingers door laten ritselen tot in rust
als lichte sneeuwval. Brieven

in steilschrift, handdrukken
van over de zee waar we vandaan kwamen, naar hier
het land zonder geluid
waar alles eender is en alle gezichten plat zijn
als de wijzerplaten van uurwerken, ze trekken de wenkbrauwen op
als je een ongeduldige gedachte denkt.

Wat kan je meer in januari,
als alle woorden dood zijn gepraat
en rondgestrooid liggen als verkreukte kranten
en alle wonden omwikkeld zijn met gaas
en alle sporen weggewassen
en jij rond kan lopen en de planken horen kraken
en de ovens rustig grommen boven hun kluiven.

- Ga zitten. Leg je grote patience
die nooit uitkomt en vraag
wat je meer kan doen voor je hart dan dat.

Zwaardere tabak aanbieden? Op een ladder klimmen
en kolossale rook als een vlag hijsen op je schoorsteen
tot vreugde van de wolken die nu van Karelië komen aandrijven
met wonderlijk verscheurde borst,
om de nieuwe dagen uit te broeden
en de kleine gele zon die je weldra zult zien
op de schuttingpaaltjes in februari.

Maar in januari - dan moet je wachten op je hart.
Laat de sterren maar rinkelen bij je bed. Je ziet
een voorhoofd oprijzen, een gelaat in 't noorderlicht.
Achter loodgrijze gordijnen zet ze haar lamp neer
bij je kussen zodat ze kan zien
of je trekken veranderd zijn.

 

 

Vertaald door Lisette Keustermans

 

 2214456-9acffc6248c38af46710ada064a50bef.jpg
Rolf Jacobsen (8 maart 1907 - 20 februari 1994)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten