Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 maart 2018 tot 29 maart 2018

Gethsemane (Jacqueline van der Waals)

 

Bij Witte Donderdag

 

2133427-53d3345ef17e9db4cff32eefba755a60.jpg
Gethsemane door Carl Bloch, 1875

 

 

Gethsemane

Jezus, de laatste der nachten,
Ging naar de hof der olijven,
Liet zijn discipelen blijven
Buiten de duistere gaard;
Toen koos Hij drie uit hun midden,
Met Hem te waken, te bidden,
Maar door het bidden en wachten
Werden hun ogen bezwaard.

Kon dan niet één met Hem waken ?
Eén in die smartelijke uren
Met Hem de droefheid verduren
Van Zijn verwerping, Zijn smaad ?
Moest Hij, die zwartste der nachten,
Eenzaam de kruisdood verwachten,
Eenzaam de bitterheid smaken
Van de triomf van het kwaad?

'k Wil bij Uw droefheid verwijlen,
In Uwe smarten verzinken,
Gij, die de beker moest drinken,
Die de verzoening ons bracht,
Wie zal de angsten doorgronden
Van deze nachtelijke stonden ?
Wie zal de duisternis peilen
Van deze duistere nacht ?

 

 2133427-3d5d3a688d02239c87fa670e447b81f8.jpg
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
De Elandkerk (O.L.V. Onbevlekt Ontvangen) in Den Haag, de geboorteplaats van Jacqueline van der Waals

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:09 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Ernst Jünger, Eric Walz, Georg Klein, Yvan Goll, R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Brievenweger

Jij kunt niets anders dan geheimen wegen,
één per keer, verzegeld in papier.
De benen open, even. Overwegen.
De prijs bepalen. Dun, metalig dier,
wie meet exacter, wie heeft meer verzwegen?

Jij weet van niets. Jij bent getal van alles.
Een kleine sprong en het gewicht kan gaan.
Jij wacht, onaangedaan, op nieuw bericht.

 

 

Rachida

De was is stijf bevrozen.
't Is zeker weer min tien.
'k Moet zien da'k er geen stukken afbreek.
Da's hier zijn schoonste hemd.
Ik was er nog zo fier op
toen ik het gekocht heb in de solden.
Min zeventig procent, 't is gene prijs,
dan kan 'ne mens
zich een folieke permitteren.
Amai, het is hier koud,
koud in dat windgat hier.

Die handdoeken,
dat zijn juist plankskes.
Maar droog, dat wel,
de zon staat er vlak op.
in de zomer
hangt uwe was nog niet goed op of
ge kunt de lakens er al af pakken.
Ze zijn dan nog niet helegans droog,
maar 'k heb dat feitelijk liever,
zo'n beetje vochtig,
dat strijkt veel beter.
Vooruit, Rachida,
een beetje rapper, maske,
ge krijgt hier anders nog
een dubbel fleurus seffens.

 

 

Wie schrijft vergeet

Dit zal ik van de steden 's zomers leren.
Op lanen stoeten auto's in de zon
en, met dik potlood ver geschetst,
flanerend, opgetogen, meisjes, heren.

Wat willen steden 's zomers aan mij kwijt?
Van zenuwknoop tot zenuwknoop verdwalen
en telkens het verschil: lijdzame straten,
terrassen, schelle pleinen, vuiligheid.

Maar tussen wat daar is en mij staat glas. Ik weet
dat wat ik zie, ruik, hoor, hermetisch is.
Een stad blijft onvoltooid. Op dit papier
staat orde, dus bedrog. Wie schrijft vergeet.

 

 2133425-e204c128197afddfcab46ed24a756fc5.jpg
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Hij is een jager

Hij is een jager die het goede moment kent,
weet wanneer het in een winkel
druk is,

want hij leeft van oeverloze verhalen,
dus nog mooier als de kassa stuk is
en hij zich in de rij langer

kan onderdompelen in een binnenzee
van geluid en misschien wel even
verdwijnt in andermans huid;

dagen waarop hij meer dan anders beleeft,
blij naar huis gaat, zijn schoenen
voor de deur zet,

zodat wij denken dat hij bezoek heeft.

 

 

Ik heb hem in één jaar tijd zien slinken

Ik heb hem in één jaar tijd zien slinken
van redelijk gezond tot een
scharminkelige.

In de Albert Heijn trekt een lege plastic
tas hem bijna moeiteloos naar
de grond.

Wat 'm rest is een mooie stem voor
de dagen waarop het vuilnis aan
de stoeprand staat.

Hoe hij dan tegen de open zakken praat:
mis me straks, mis me, hoewel ik
jullie niet ken.

Als dan de wind meespeelt ziet
hij een vertrouwde
stem.

 

 2133425-e21024afdb6d06b4327c9557fa04694d.jpg
Wim Brands (29 maart 1959 – 4 april 2016)

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

“16.I.15.
Morgens geschantzt, Nachmittags Gewehr reinigen. Am Abend abgerückt in die vor|dere Linie. Wir kamen in das »Granatloch« [zum, gestrichen] als Unteroffi ziersposten. Es wurde abwechselnd
eine Stunde gewacht und eine Stunde geschlafen also ganz angenehm.
Ich zog immer mit Priepke zusammen auf. Das Granatloch ist ein Loch, welches von einer Granate aufgerissen ist und zum Postenloch ausgearbeitet ist. Man befi ndet sich ziemlich nahe am Feinde und es wird viel geschossen. 3 Meter|von unserm Unterstande ragte ein Fuß mit Schuh aus der Erde, der ziemlichen Gestank verbreitete. Die Nacht war wenigstens trocken.

17.I.15.
Den Tag im Graben verbracht. Nachts wieder im Granatloch.

18.I.15.
Heute hinterm Graben im Unterstande gelegen. Ich bekam die erste Karte von Daheim.|Am Abend zogen wir in Reservestellung. Ich bekam das erste Paket von zu Haus und von Großmutter.

19.I.15.
Tagsüber geschanzt. Der Unteroffi ziersposten, [den, gestrichen] an dem wir gestern standen, hat heute einen Mann durch einen Granatsplitter verloren.

22.I.15.
Heute [wurde, gestrichen] fand rechts von Oranville eine sehr interessante Fliegerbeschießung statt. Die Deut|schen Abwehrkanonen schossen sich sehr gut ein, jedoch der Flieger entkam. Zuletzt
standen an 30 Shrapnellwölkchen am blauem Himmel.“

 

 2133425-530b1a3ba71b57c46969597c949cfea1.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
Cover Franse uitgave

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Friedrich der Große. Der Kriegsherr)

„Um 1729 herum lernen die beiden jungen Männer sich kennen, vermutlich auf dem Kasernenhof, wo Friedrich sich zumeist aufhält. Katte ist Leutnant im Garderegiment des Königs, ein hübscher, sechsundzwanzigjähriger Bursche mit gewinnendem Wesen, heiter, intelligent, musisch, ein Lebemann wie aus dem Bilderbuch, dessen einziger sichtbarer Fehler seine übergroße Eitelkeit ist. Er stellt etwas dar und er weiß es. Für Friedrich ist Katte ein Vorbild. Er hängt an seinen Lippen, egal, was er sagt. Es gibt keine eindeutigen Zeugnisse dafür, aber womöglich ist es Katte, der Friedrich in die Geheimnisse der Sexualität einweist — und sei es nur verbal, da Friedrich unter strenger Aufsicht steht. Je wichtiger Katte für den Prinzen wird, je mehr Sonne er in seine schnöden Tage bringt, desto stärker erscheint Friedrich der Kontrast zwischen dem Leben, das er zu führen genötigt ist, und dem, das er führen könnte. Niemand weiß, ob Katte der letzte Auslöser für das geheime Vorhaben Friedrichs ist, oder ob es ohnehin stattgefunden hätte: Friedrich, der Kronprinz, plant die Flucht aus seinem eigenen Land, und Katte wird sein Komplize. Am 5. August 1730 versucht das Paar nach Frankreich zu fliehen, doch sie werden gestellt und dem König vorgeführt. Friedrich Wilhelm I. ist in dieser Situation nicht mehr Herr seiner Sinne. Er gerät dermaßen in Aufwallung, dass er seinen Säbel zieht und versucht, den Sohn zu durchbohren, doch ein hoher Offizier kann ihn davon im letzten Augenblick abhalten. Dennoch fliegen wieder einmal die Fäuste des Despoten, er schleudert den Sohn von einer Ecke in die andere und beendet sein blutiges Werk erst, als seine Kräfte ermatten. Danach lässt er Friedrich und Katte in die Festung Küstrin einsperren, wild entschlossen, beide als Deserteure hinrichten zu lassen. Es kommt anders. Bestürmt von der Familie, von den auswärtigen Botschaftern und seinen Ministern und Generälen legt der König für Friedrich eine Kerkerhaft auf unbestimmte Zeit in der Festung Küstrin fest. Doch die schlimmste Strafe ist eine andere. Von zwei Grenadieren festgehalten, das Gesicht an das Kerkerfenster gepresst, soll Friedrich mit ansehen, wie im Hof unten Hans Hermann von Katte mit dem Schwert enthauptet wird.“

 

 2133425-d8bb48a15e242a8db9559c5d3c41b656.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)
De executie van Hans Hermann von Katte in Küstrin. Kopergravure uit 1790

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Roman unserer Kindheit

„Die Mutter weiß zu ihrem Glück nicht, wie viel an ihrem Tun und Lassen, an ihrem mütterlichen Entscheiden und Vermeiden für ihre neunmalklugen Söhne bereits durchschaubar ist. Unten im Keller, in der nach abgelaugtem Fichtenholz duftenden Luft der Waschküche, ahnen die Zwillinge und der Ältere Bruder sehr wohl, dass die Mutter oben seufzend noch einen Extralöffel Instantpulver auf den Grund des hohen, gerippten Glases rieseln lässt. Die größte Tasse ist ihr längst zu klein. Von morgens bis abends trinkt sie heißen, lauen, auch kalt gewordenen, aber immer starken Kaffee aus dem dickwandigen Saftglas, von dem es nur ein Exemplar im Schrank gibt und das die Brüder bloß als das Kaffeeglas der Mutter kennen. Sie nimmt nur wenig Zucker und gerade so viel Kondensmilch, dass die Schwärze sich in ein dunkles Braun verwandelt. Zwei Runden des Minutenzeigers auf der Küchenuhr wird sie jetzt solo sein, alleine mit dem Radio, allein mit dem amerikanischen Soldatensender und einer Sendung, die siebenmal in der Woche, immer zu dieser Stunde, ausschließlich Goldene Schallplatten aus drei Jahrzehnten spielt.
Die Schicke Sybille gautscht auf dem Böhm?schen Ball herum, ihr Kleid umhüllt die Kugel, verbirgt das matte Schwarz des Gummis, aber man kann ihn auf den Fliesenrillen quarren hören. Keiner der anderen fragt, wozu sie ihren Ball mit in die Waschküche genommen hat. Am großen Tisch vor dem Kellerfenster spielen die Zwillinge Tierquartett mit dem Wolfskopf und mit Sybilles Schwester. Der fehlt zu den bereits gesammelten drei dunklen Bären, den braven Allesfressern, nur noch der vierte Artverwandte, der schreckliche, der weiße, sie ahnt sogar, in wessen Hand der Räuber die Zähne fletscht, aber just, als sie ihn herauszupft, spürt sie, dass sie auch heute, in diesem Spiel nicht und in keinem der noch folgenden, als Erste ihre letzten vier Karten auf den bleichen Holztisch pfeffern darf, und die Zwillinge, die sie aus leidvoller Erfahrung kennen und noch besser kennenlernen werden, müssen gleich die ersten Wuttränchen in ihren Augenwinkeln glitzern sehen.
Der Schniefer hat in einem Obstkistchen eine Auswahl aus seiner Autosammlung mitgebracht, die weißblonden Geschwister Fröhlich aus dem vorderen Block dürfen die eisenschweren Modelle brummelnd über den Boden schieben, dürfen sie sausen und kurven und rückwärtsrollen lassen, aber absolut keinen Unfall, nicht einmal den zartesten Zusammenstoß mit den makellosen Automobilchen simulieren.“

 

 2133425-b38b86904a87e8027f5082fd01bd3ad3.jpg
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Uit: Sodom And Berlin (Vertaald door D. Nicholson-Smith)

„Odemar Müller was just back from the front. The train of defeat had deposited him in the city after a painful journey across a country paralysed by fear and want. And here he was in Berlin, the fevered head of a great sick body, starving and covered with sores: the Germany that had just lived through four years of heroism, four years of desolation, during which a great European people, having reached the very pinnacle of civilization, was plunged into a life more wretched than that of a Stone Age tribe, obliged to live on turnips, dress in foliage, and do without any form of heating or any means of contact with the outside world.
How welcome revolution was! Perhaps one would be able to breathe again, and see a little more clearly? Clarity at all costs! Long live Red and ever more Red after so many years of grey! Time to breathe in great lungfuls of air after so much burrowing into the mud!
Officers and men flooded by their thousands into Berlin. Following an order from somewhere—the last no doubt for a long time—they tore the black, white and red cockades from their kepis and the epaulettes from their greatcoats. Without distinction of rank, the defeated heroes returned to the homeland. What was there to be sad about? An East wind, the wind of freedom, was cooling their fevered brows.
The leaden downpour—the last volley from the clouds of war—was over now on Potsdamer Platz. The crowds, held back for twenty minutes, would soon be able to move. But at the very moment when the way forward opened up once more, when men who had been transformed into automata by the war were once more masters of their choices and desires and able to go to either left or right, as they wished—at that very moment, a great anxiety took hold of Odemar.
Where should he go? What should he do? Whom or what should he embrace?
There was nothing now for him in the place of his birth. His father, the old but valiant woodsman Müller, had fallen before Ypres as a captain of reserves; his mother had not survived the privations and solitude that the war had visited upon her. What reason did he have for returning to his sweet Thuringia?”

 2133425-ecd2d517f99b468ac68d3be1e10f7263.jpg
Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Cover Duitse uitgave

 

 

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Forest Dwellers

Men who have hardly uncurled
from their posture in the
womb. Naked. Heads bowed, not
in prayer, but in contemplation
of the earth they came from,
that suckled them on the brown
milk that builds bone not brain.

Who called them forth to walk
in the green light, their thoughts
on darkness? Their women,
who are not Madonnas, have babes
at the breast with the wise,
time-ridden faces of the Christ
child in a painting by a Florentine

master. The warriors prepare poison
with love’s care for the Sebastians
of their arrows. They have no
God, but follow the contradictions
of a ritual that says
life must die that life
may go on. They wear flowers in their hair.

 

 

Acting

Being unwise enough to have married her
I never knew when she was not acting.
‘I love you’ she would say; I heard the audiences
Sigh. ‘I hate you’; I could never be sure
They were still there. She was lovely. I
Was only the looking-glass she made up in.
I husbanded the rippling meadow
Of her body. Their eyes grazed nightly upon it.

Alone now on the brittle platform
Of herself she is playing her last rôle.
It is perfect. Never in all her career
Was she so good. And yet the curtain
Has fallen. My charmer, come out from behind
It to take the applause. Look, I am clapping too.

 

 2133425-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

Uit: Chemins perdus, chemins trouvés

« …on s’éloigne en direction des Appalaches si longuement rêvées du haut de la montagne quand l’adolescence tournait à l’abandon, et on n’est pas encore arrivé à son éloignement qu’on regrette, on se promet de regagner les faveurs de la désirable, peine perdue, désormais on est vraiment condamné à l’amour de loin comme on ne sait plus quel troubadour à propos d’on ne saura jamais quelle dame, et chaque semaine on vient, on s’amène juste au milieu du pont Champlain qui enjambe le fleuve impassible, on s’arrête, on regarde le laideron à l’heure du crépuscule, et Dieu qu’elle est belle ainsi avec le soleil comme un énorme pavot sur l’épaule du Mont-Royal, on jurerait qu’en contrebas la Catherine bariolée, longue artère d’errances nocturnes et de plaisirs stupéfiés, va se dresser à la verticale dans le noir et, planche à laver multicolore, va lessiver l’espace entre les étoiles où glissent les avions venus de Paris, de New York et du songe, ou bien, toujours sur le tablier du pont et interdit de séjour, on choisit un matin de janvier où il gèle dur, où l’air sonne franc et net comme un juron de souche québécoise, et l’on entend la neige qui crisse sous les pas perdus, on écoute la ville marcher dans sa vie, on murmure la rengaine des jours qui n’en finissent plus d’hiverner, mais au moindre soleil givré les travailleurs girouettent de la tête comme tournesols évadés des parterres rue Christophe-Colomb où l’on fréquentait une école presque buissonnière, espérant le cri des jeunes corneilles, le signal rauque des outardes, la chanson timide des gouttières au dégel, on s’emmêle dans ses souvenirs et ses espoirs, on confond lescarrefours, les squares et les places, on les invente au besoin comme on le fait des silhouettes disparues qui eurent un nom, un lieu, un moment, et on voudrait épouser l’ombre de ces ombres… »

 

 2133425-d8d079a2db1644cc4018cb1fcbd6432d.jpg
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: Good Night, Beloved Comrade: The Letters of Denton Welch to Eric Oliver

“p.m. 21 Dec. 1943 Kent
Dear Eric,
My love, D.
I don't think I shall be going away after all (at least not on Christmas day, perhaps the next) so do come over for lunch if you've nothing better to do and if you don't mind meagre fare. There may be nothing but Christmas pudding!
If you decide to come, I hope you'll be able to come, I hope you'll be able to get over. Someone tells me there won't be any buses on Christmas day, but perhaps you can borrow a byke.
I've been reading the transcript of my book all this morning,`' so feel quite addled.
Noel Adeney and her son turned up here yesterday suddenly. If she turns up again at Christmas when you're there I think you will like her; but she may be up in London with her family.
Hope to see you Christmas Day Love D.


1943 Dec 28th Tuesday
My dear Eric,
How I hope you got home safely after Christmas celebrations! I thought after you left that I should not have let you go; but in one way perhaps it was just as well, as yesterday I woke up with a particularly bad feverish attack and lay all day languishing with a most appalling head-ache. I am better today, thank the Lord, but still rather groggy, and am staying in bed. Isn't it awful to be at the mercy of bodies in this way! I do hope that you aren't feeling ill or worn out too. You must drink less Eric, else I feel that you'll absolutely ruin your health. You'd so hate to be invalidish. Do take warning. I feel so terribly sad about your drinking, perhaps there is no need, and you won't thank me for it, but there it is. I think, as you suggest, better not come over for a little, as I would be telling you this all over again, and the one thing I will not be taken for is a bore and a lecturer. It just isn't my line. We both as very different people, have to muddle our way thro' life as best we can. I probably at times get messed up and in a turmoil just as much as you do. You know I would do whatever I could for you if you ever got into any unpleasant jam, so don't feel to [sic] lonely unless you want to!
Love D”.

 

 2133425-cbcf0dfff3acb61979906f06df50bcc1.jpg
Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)
Zelfportret, 1943

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 29 maart 2007 en ook mijn blog van 29 maart 2008 en eveneens mijn blog van 29 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

Walter van den Broeck, Joost de Vries, Mario Vargas Llosa, Chrétien Breukers, Steye Raviez, Nelson Algren, Marianne Frederiksson, Russell Banks, Léon-Gontran Damas

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Lang weekend

“– Joepiehajeejoepiehaho, dacht Hector de Waegenmaeckere. Joepiehajeejoepiehaho, drie dagen vakantie voor de boeg! Hij frunnikte de kraag van zijn regenjas in de vouw, knelde zijn zwartglimmende aktetas met de elleboog tegen zijn zij, en schreed met lange passen door de luchtgetemperde hal. Drie dagen vakantie. De klok boven de glazen deur wees 17u aan. Hector keek instinctmatig op zijn polshorloge, en zong zachtjes de dertien eerste noten van de Brabançonne. (TarAra BOEM tAra rAra rAra BOEM tara.)
In een der zijkantoren kreeg een nijdige schrijfmachine nog vlug een kortstondige zenuwcrisis, en daarna was er nog slechts het steriel gemompel en gehoest van enkele bejaarde bedienden hoorbaar. Hector luisterde naar de forse klank van zijn leren schoenzolen op het beslagen marmer, en stak zijn vrije hand uit naar de ingewikkelde, keramieken deurknop. De deurdrang bood slechts één ogenblik weerstand.
– Elke dag tweemaal indiaans worstelen, dacht hij. Zijn wagentje stond naast de slee van een der molochen, die op de bovenverdieping hun dagelijkse roes uitsliepen in kunstleren fauteuils en af en toe aan gloeiende filters nipten. Hector trok iets te ruw aan zijn linker oorlel, zei: au verdomme! en graaide toen in zijn zak naar zijn contactsleutel. De tijger onder de motorkap begon bij de eerste aanslag luidkeels te brullen. Bescheiden rolde het wagentje het parkeerterrein af. Vinnig drukte Hector op het gaspedaal.
– Drie dagen vakantie. Joepiehajee, dacht hij.
In vierde versnelling raasde hij over het beton. Aan het kruispunt genoot een Amerikaan zo uitvoerig van zijn voorrang dat Hector met een ruk zijn voertuig tot stilstand moest brengen. Hij draaide nerveus het raampje open en riep onvriendelijk:
– Enorm rotkreng van een zondagsrijder! Kan je verdomme niet uitkijken waar je met die afgrijselijke circuskar rijdt, of zijn je poten al zo erg verkalkt dat je niet eens meer behoorlijk met je stuurwiel kan manoeuvreren? Zijn laatste woorden rafelden uit in de wind, want de Amerikaan was reeds uit het gezicht verdwenen. Een voorbijganger keek Hector verbaasd aan en zei:
– Hier mag je niet blijven staan, je moet aan de oneven kant gaan staan.
– Krijg jij maar scheurbuik! gilde Hector, en nijdig rukte hij aan zijn contactsleutel. De motor weigerde. Hector vloog naar buiten en gooide de motorkap open. De tijger was door het bruuske stoppen met zijn staart tussen de schroefbladen klem geraakt. Tranen vloeiden hem uit de ogen.”

 

 2133074-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Oude meesters

“Anthony deed hoogstpersoonlijk de deur van zijn kantoor voor hem open, maakte een overdreven armgebaar.
‘Sieger, treed binnen. Fijn dat je even wilde komen.’ Hij zou nooit vergeten wat Verdelius hem had toegefluisterd toen hij Anthony van Dijk een jaar of vijf terug voor het eerst had ontmoet: ‘Oppassen. Carrièrehomo.’ Niet dat Verdelius hem ook maar een strobreed in de weg had gelegd, het was politiek, hij begreep dat toen Anthony van de concurrent werd overgenomen om de binnenlandsectie te gaan runnen ladders beklommen zouden worden, visitekaartjes geüpgraded, en de directie ver vooruitkijkende plannen met hem had. Hij was lang en slank, met een met het mes geschoren schedel, vlugge ogen, mooie losjes vallende pakken; hij was inderdaad homo, had een echtgenoot met ‘de beste bloemenwinkel van de Jordaan’ (dixit Sarie) en was binnen drie jaar tot hoofdredacteur gepromoveerd. Nu speelde hij een rol die hem in staat stelde dubbel superieur te zijn: de directie kon hij het gevoel geven dat ze niks begreep van kwaliteitsjournalistiek, en de redactie het gevoel dat ze kinderlijk naïef was als het aankwam op ‘verdienmodellen’ en ‘branded content’ die moest reizen door ‘evoluerende medialandschappen’. Beide rollen uitte hij door veel te zuchten en met zijn ogen te rollen. Hij zei nooit bedankt en hij zei nooit sorry terwijl er een stapelende vraag was naar allebei.
‘Ben je net nog naar de naborrel geweest?’
‘Nee, ik ben een blokje om gegaan, frisse neus gehaald.’
‘Ach ja, arme Willem.’
Dat Anthony hem niet bij zich had geroepen om het over Verdelius te hebben sprak voor zich, zeker nu hij Feiko Smit en Mireille Beumer aan zijn vergadertafel in de startblokken zag zitten. It’s an ambush!”

 2133074-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Voor uw liefde (Vertaald door Arie van der Wal)

“Was ze wakker of droomde ze nog? Dat warme gevoel op haar rechterwreef was er nog steeds, een ongewone tinteling die zich over haar hele lichaam uitbreidde en haar duidelijk maakte dat ze niet alleen in bed lag. De herinneringen buitelden over elkaar heen, maar begonnen zich vervolgens te rangschikken als een kruiswoordpuzzel die geleidelijk wordt ingevuld. Ze waren in een vrolijke stemming geweest, enigszins aangeschoten door de wijn na het eten, en hadden over de meest uiteenlopende onderwerpen gepraat, van terrorisme en films tot de laatste societyroddels, toen Chabela plotseling op haar horloge had gekeken en bleek wegge-trokken was opgesprongen: 'De avondklok! Mijn god, dat red ik niet meer naar La Rinconada! Wat is de tijd omgevlogen.' Marisa stond erop dat ze bij haar zou blijven slapen. Dat was geen pro-bleem. Quique was naar Arequipa voor een directievergadering de volgende ochtend in de brouwerij, ze hadden het rijk alleen in het appartement aan de golfbaan. Chabela belde haar man Luci-ano, die, zoals altijd begripvol, meteen zei dat het niet erg was, hij zou wel zorgen dat de beide meisjes op tijd de schoolbus namen. Chabela moest maar gewoon bij Marisa blijven slapen, dat was beter dan te worden aangehouden door een patrouille voor het schenden van de avondklok. Vervloekte avondklok. Maar het ter-rorisme was natuurlijk erger. Chabela was blijven slapen, en nu voelde Marisa haar voetzool tegen haar rechterwreef: een lichte druk, een zacht, warm en teder gevoel. Hoe kwam het dat ze zo dicht tegen elkaar aan lagen in een twee ersoonsbed dat zo oot was dat toen Chabela het zag, ze gekscherend had opgemerkt: 'Nee maar, Marisita, kun je me ook vertellen hoeveel mensen er in dat reusachtige bed slapen?' Ze herinnerde zich dat ze allebei aan een kant waren gaan liggen, op minstens een halve meter van elkaar. Wie was in haar slaap zover opgeschoven dat Chabela's voet nu op haar wreef rustte? Ze durfde zich niet te bewegen en hield haar adem in om haar vriendin niet wakker te maken, uit angst dat die haar voet zou terugtrekken en dat daarmee het prettige gevoel zou verdwijnen, dat zich vanaf haar wreef uitbreidde over de rest van haar lichaam en haar in geconcentreerde spanning hield. Beetje bij beetje begon ze in de donkere slaapkamer bij de jaloezieën een paar streepjes licht te onderscheiden, ze zag de omtrekken van de commode, de deur van de kleedkamer en van de badkamer, de rechthoeken van de schilderijen aan de muren, de woestijn met de slangenvrouw van Tilsa, de kamer met totem van Szyszlo, de staande lamp, de sculptuur van Berrocal.”

 

 2133074-a5ab5af799ca9f3da6b8a195ce5bb7e2.jpg
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936) 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

Uit: Een zoon van Limburg

“Ik ben geboren in Leveroy, op de kaart van Limburg in de bocht links, iets onder het midden, dicht bij Weert en Eindhoven. Dat maakt mij in de ogen van Zuid-Limburgers een Brabander, terwijl de Noord-Limburgers (iedereen die in of boven Venlo woont) mij zien als iemand die letterlijk tussen alle stoelen valt: ik ben geen Noord-Limburger en geen echte (want in het zuiden woonachtige) Limburger. Ik ben een beklagenswaardig nevenproduct, een niemand ben ik, welbeschouwd.
Het is vanuit die middenpositie dat ik pas laat echt een `Limburger' ben geworden; pas toen ik er al jaren niet meer woonde. Tot 1983 — het jaar waarin ik naar Nijmegen verhuisde — dacht ik nooit na over Limburg. Ik vroeg me alleen af hoe ik zo snel mogelijk het huis uit kon, weg, de grote wereld in.
Daarna dacht ik jaren alleen aan Limburg als ik met de trein (de Vlaaienexpres, die Nijmegen met Roermond verbindt) naar mijn ouders reisde. Het duurde lang, tot ongeveer 2000, voordat ik me ineens zonder ergernis kon bezighouden met mijn Limburgse achtergrond, iets wat ik eerder als hinderlijk, en misschien zelfs als een achterlijke regressie zou hebben beschouwd.
Om maar meteen antwoord te geven op de vraag wat 'mijn Limburg' voor me is: 'mijn' Limburg bestaat niet. Limburg is mij toen ik ben verhuisd ontglipt. Wie weggaat, trekt ook zijn wortels uit de grond en is daarna niet zo gemakkelijk weer terug te planten, zelfs al zou hij dat willen.
Het geeft een vreemd, tegenstrijdig gevoel: niet thuishoren in de provincie waar je niet wilt wonen. Alsof je in diaspora bent gegaan, zonder hoop op terugkeer. Veertig keer veertig jaar zul je door de woestijn trekken. Net goed. Had je maar niet weg moeten gaan.
De woelige geschiedenis en de wat ondergeschikte positie die Limburg in het Koninkrijk der Nederlanden inneemt, hebben de Limburger gemaakt tot wat hij nu is: een klagerig ingestelde, achterdochtige, snel op zijn tenen getrapte staatsburger die zijn plichten kent en zijn zegeningen telt — maar die tegelijkertijd hoopt dat de zeespiegel de komende jaren flink zal stijgen. Dat zal ze leren, daar in het Westen. De (inmiddels verdwenen) mijnbouw, de landbouw ondermijnende ruilverkaveling, waar het boerenbedrijf half aan ten onder is gegaan (en wat er rest van het boerenbedrijf is eerder een goed georganiseerde keten van concentratiekampen voor kippen, kalveren en varkens dan iets anders), de (inmiddels zo goed als verdwenen) auto-industrie, de (noodlijdende) chemische industrie; ze hebben Limburg aangeraakt, ze hebben de kleinschalige industrie vernietigd en ze hebben de gemiddelde, niet erg hoog opgeleide Limburger eerst een tijdlang laten baden in een welvaart die niet mocht blijven en toen werkloos gemaakt.”

 

 2133074-ebb6137f991cd986c81c428a7a6127d8.jpg
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
Cover

 

 

De Nederlandse fotograaf en schrijver Steye Raviez werd geboren in Amsterdam op 28 maart 1943. Zie ook alle tags voor Steye Raviez op dit blog.

Uit: Spion

“Ik antwoordde bevestigend en terwijl we naar de uitgang liepen, vertelde ik hem dat mijn vader aan het einde van zijn leven in een krankzinnigengesticht was opgenomen. Ook vertelde ik hem dat ik wist dat mijn vader in of vlak na de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk ter dood was veroordeeld, waardoor hij het zwarte schaap van de familie was geworden. Met de Franse tak van zijn familie heb ik nooit echt contact gehad. Mijn vader en moeder, voegde ik eraan toe, waren inmiddels al lang niet meer in leven.
Ik beschikte nog slechts over enkele familiefoto’s, een tiental brieven en enkele portrettekeningen van mijn vader, gemaakt door mijn artistiek aangelegde moeder.
Op een van de foto’s die ik na die ontmoeting met de veel oudere Louis had opgespit, stond mijn vader achter een katheder hevig te gebaren. De foto was gemaakt tijdens het Tiende Internationaal Congres voor Wijsbegeerte dat in 1948 in Amsterdam werd gehouden en waar mijn vader op het hoogtepunt van zijn intellectuele leven een lezing voor een groot wetenschappelijk publiek hield.
Hij was uitgenodigd of had op een andere manier weten te bewerkstelligen dat hij te midden van internationaal befaamde filosofen een referaat mocht houden over de theorie van het denken, dat bewaard is gebleven in een publicatie door North-Holland Publishing Co.
Honderden filosofen uit de hele wereld, waaronder kopstukken als Bertrand Russell, namen deel aan het congres. Uit verslagen bleek dat dit congres als het ware de Koude Oorlog had ingeleid.
Delegaties uit de Verenigde Staten stonden lijnrecht tegenover Sovjetfilosofen en de voorzitter, professor Pos, slaagde er vanwege de verschillende stromingen niet erg goed in de orde te bewaren. Pos leidde de plenaire vergaderingen en aan het slot van het congres werd, met steun van deUnesco, de Fédération Internationale des Sociétés de Philosophie opgericht waarvan Pos de eerste voorzitter werd.
Pos werd door zijn critici verweten onvoldoende gestreefd te hebben naar internationale samenwerking en in plaats daarvan verdeeldheid te hebben veroorzaakt. Als bewijs daarvoor werd aangevoerd dat Pos belangrijke Italiaanse en Duitse filosofen, onder wie Heidegger, niet had laten uitnodigen en dat met het communisme verbonden filosofen op het congres naar voren waren geschoven.”

 

 2133074-0cc8028cde79aa2496ea24565101d995.jpg
Steye Raviez (28 maart 1943 - 20 februari 2017)

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit: Never Come Morning

"Say, ain't she even fixin' you up yet?" Catfoot asked suspiciously. Catfoot N. from Fry Street was challenging the manhood of Bruno B. from Potomac and Paulina. "You think I'd spend gotowka on somethin' who wasn't?" "Where then? Upstairs by the poolroom?" His eyes never left Bruno's face even to flicker. "Sometimes. One place is as good as another." "What about when the widow closes? Downstairs by the pool-room?" He winked broadly. "On the rotation table?" "Go climb the chain." "Hey, I bet you ain't got a place, I bet you ain't even joopin' her." Bruno saw Dempsey circling, circling. And needed to prove him-self as well. "Don't worry about me. I got my own place. I got my own tech-nique too you." Catfoot drew closer to whisper in Bruno's ear: "If you ain't got a good place I'll let you in on one. Me'n Fireball pulled a old bedspring into a corner of the shed after you'n Casey boarded it up. There ain't no mattress, just the spring but .. ." "By the warehouse?" There was a long pause. At a respectful distance the girl stood chewing caramel popcorn. "Yeh." "Where's Fireball?" "Who cares? He ain't no friend of mine, Left'. I ain't seen him in a week. I heard they had t' take him t' County. What you think I am anyhow? You think I'd spill a good thing to a bathead like Fire? You know yourself, nobody can tell what that guy's thinkin' of, what he's gonna do next." "You think Fire is really nuts, Cat?" "Naw, he's just puttin' that on t' get somethin he wants." "He didn't use t' carry no knife. He used t' be friendly-like sometimes." "If he was nuts he wouldn't keep his trap shut all the time, would he? Only smart guys do that." Bruno eyed the boy directly as he spoke; Catfoot returned his glance steadily. For a moment no words passed between them while Bruno searched his face. Catfoot did not speak until Bruno dropped his eyes. "Say Left', 'member that old bob from the N'ort' Av'noo beach I built you up wit' that time 'n you raunched her by the boathouse while I was lookout fer you?" Bruno glanced uneasily at Steffi R. She was wearing the plaid skirt. "Interdoos me then just. I'll build myself up. 'Hey you,' I'll say to her, 'I tawt all th' angels was in heav'n'—that goes over big you. You. I'll tell her, 'I'm the marryin' kind.' Go ahead, Left', she seen me before. Call her over. »

 

 2133074-f60e2c54c4320d59aa8eb8dd03059f38.jpg
Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)
Cover

 

 

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog en ook alle tags voor M. Fredriksson op dit blog.

Uit: According to Mary Magdalene (Vertaald door Joan Tate)

“She was still talking, of death, of everything man had to overcome while his soul was still in his body: anger, desire, and ignorance. She repeated a conversation between body and soul: The body says, 'I did not see you.' And the soul replies, 'I saw you. But you neither saw nor recognized me.' I asked him, 'What are the sins of the world?' And he answered me, 'There is no sin in the world. You create it yourselves when you falsify reality.'"
That was when Peter had cried out, "These are strange teachings." Then he turned to the others. "I don't believe our Lord spoke these words. Why should he speak privately with a woman and not openly with us?"
"Brother Peter. Do you think I would tell lies about the Lord?"
There, in bed in Antioch, she was at last able to weep. As the first dawn light was coloring the sky, she slept, an uneasy sleep disturbed by images from her wanderings round the blue lake, and it was long into the day when she woke and felt the weight of stones inside her.
But her heart was beating as it should and her head was quite clear.
That was when she knew she had to go the whole way back, break her way through overgrown paths, stung by nettles and slashed by the undergrowth.
She got up and as she washed, in her mind she could see his smile. He was encouraging her!
"But I'm only one human being," she said aloud.
Then she sat down to pray and sent her prayer straight to the Son of Man.
"I have at last understood that you loved me with the love that embraces all. What confused me was the constant talk by the disciples about whom you loved best.
"You loved and perhaps felt gratitude for teaching you bodily love, so increasing your knowledge of the condition of humankind. Your mother tried to talk to you about the inescapable cruelty of life, but you did not listen. You did listen to me. With your body.
"God in heaven, how lonely you were.
"Yet I contributed to making you into a human being. But then you did not learn of the world of shadows until you were at the cross.
"I remember you were often surprised. 'How can you see the splinter in your brother's eye and not see the beam in your own.'

 

 2133074-20ba555b7d8ab0ec4653ea57b92f7aeb.jpg
Marianne Frederiksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Russell Banks op dit blog.

Uit: A Permanent Member of the Family

“Harold Bilodeau's ex-wife, Sheila, remarried, but Harold did not, and though he told people there was a woman down in Saratoga Springs he was seeing on the occasional weekend, he was not. Their divorce had been, as they say, amicable. She'd had an affair and fallen in love with Bud Lincoln, one of Harold's friends and their Hurricane Road neighbor, and Harold had soon realized there was no way he could prevail against it.
"I guess love happens," Harold told folks, and shrugged. "Can't fight it."
"We married too young, Harold and me. Right out of high school, practically, for God's sake," Sheila explained.
People in Keene understood romance and forgave Sheila, and they respected Harold for his quiet acceptance of his wife's love for another man. Keene is a village in the Adirondack Mountains in northern New York with barely a thousand year-round residents, most of whom keep careful track of the births, deaths, marriages and divorces that occur among them. They monitor remarriage, too, especially when both parties are longtime residents of the town and continue after the dissolution of their previous marriages to live there, as both Harold and Sheila Bilodeau had done. Bud Lincoln had not been previously married and lived in his parents' house, but until he took up with Harold's wife he had been regarded in town as a "good catch," so people watched him anyway.
After the divorce, Harold got a bank loan and bought out Sheila's interest in their double-wide and lived in it alone with their three dogs and two cats, all mixed-breed rescues from the North Country Animal Shelter, the half-dozen chickens, and the Angora goat.
That was three years ago, and Sheila and Bud had been married now for two of those years. While the two men were no longer close friends, they frequently ran into each other at the post office or gassing their trucks at Stewart's or grabbing coffee to go at the Noon Mark Diner, and there appeared to be no lingering hard feelings on Harold's part. Harold seldom saw Sheila in town, but when he did she was friendly and full of chat, and he, in his taciturn way, reciprocated.”

 

 2133074-215fd296dd7d3e1813b0649262d2887f.jpg
Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)

 

 

De Franstalige dichter uit Guyana Léon-Gontran Damas werd geboren op 28 maart 1912 in Cayenne. Zie ook alle tags voor Léon-Gontran Damas op dit blog.

 

Vous dont les ricanements
d’obscurs couloirs d’air
me donnent
la chair de poule

Vous dont le visage
bouffi rappelle
ce masque qu’empruntait souvent à plaisir
par-delà les mornes agrestes
la lune
la lune de mon enfance sordide

Vous dont je sens
vous dont je sais le cœur
aussi vide de tendresse
que les puits de chez nous d’eau
au dernier carême

Vous dont la présence
proche ou lointaine
énerve ma vie
comme la vieille folle du coin
mon premier sommeil

Vous dont le crime est d’en vouloir
à l’image
qu’il m’a plu
d’avoir un matin
d’ELLE

Vous dont les ricanements
vous dont le visage
vous dont le coeur
la présence
le crime

Et puis vous tous
enfin vous autres
saisirez-vous jamais un rien même
à ce poème
mon drame

 

 2133074-f294788c0e45000eab708b9abf56daac.jpg
Léon-Gontran Damas (28 maart 1912 – 22 januari 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 28 maart 2007 en ook mijn blog van 28 maart 2008 en eveneens mijn blog van 28 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Ada Limón

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zij studeerde theater aan de University of Washington School of Drama.. Na het volgen van schrijfcursussen behaalde zij in 2001 haar Master of Fine Arts aan de New York University. Haar afstudeergroep op NYU omvatte de bekende dichters Jennifer L. Knox, Gregory Pardlo, Jason Schneiderman, Kazim Ali en Kathleen Graber. Na haar afstuderen ontving ze een fellowship om te wonen en te schrijven in het Fine Arts Work Centre van Provincetown. In 2003 ontving zij een subsidie ​​van de New York Foundation for the Arts, en won in hetzelfde jaar ontving zij de Chicago Literary Award voor poëzie. Na 12 jaar in New York City, waar ze voor verschillende tijdschriften werkte, zoals Martha Stewart Living, GQ en Travel + Leisure, woont zij nu in Lexington, Kentucky en Sonoma, Californië, waar ze schrijft en doceert. Limón's eerste boek, “Lucky Wreck”, werd door Jean Valentine verkozen tot de winnaar van de Autumn House Poetry Prize in 2005, terwijl zij met haar tweede boek, “This Big Fake World”, in 2006 de Pearl Poetry Prize won. De twee boeken kwamen uit binnen minder dan een jaar na elkaar. Limón is verbonden aan de faculteit van de Queens University of Charlotte Low Residency (MFA programma) en aan het online-programma "24 Pearl Street" voor het Fine Arts Work Centre Provincetown. Haar derde boek, “Sharks in the Rivers”, werd in 2010 uitgegeven door Milkweed Editions. Limón's vierde boek, “Bright Dead Things”, werd uitgebracht in 2015. Ze was finaliste voor de 2015 National Book Award for Poetry.

 

The Noisiness of Sleep

Careful of what I carry
in my head and in my hollow,
I've been a long time worried
about grasping infinity
and coaxing some calm
out of the softest part
of the pins and needles
of me. I'd like to take a nap.
But not a nap that's eternal,
a nap where you wake up
having dreamt of falling, but
you've only fallen into
an ease so unknown to you
it looks like a new country.
Let me slip into a life less messy.
Let me slip into your sleeve.
Be very brave about my
trespass, the plan is simple—
the plan is the clock tower
and the lost crow. It'll be rich.
We'll live forever. Every moon
will be a moon of surrender
and lemon seeds. You there,
standing up in the crowd,
I'm not proud. The stove
can't boast of the meal.
All this to say—consider this,
with your combination of firefly
and train whistle, consider this,
with your maze and steel,
I want to be the rough clothes
you can't sleep in.

 

 

The Saving Tree - Poem by Ada Limón

This is the cooling part of the fever,
when everything: the jumping girder
of the Golden Gate's red limb, the tall
metal tree house of the Empire State,
the black rock cliff on the Sonoma Coast,
the drawer's leftover pills, the careless
cut, the careening car, the cross walk,
the stop/go, the give up, give up, done,
all of it, slows to a real nice drive by. A view
of some tree breathing and the mind's wheels
ease up on the pavement's tug. That tree,
that one willowy thing over there,
can save a life, you know? It saves
by not trying, a leaf like some note
slipped under the locked blue door
(bathtub full, despair's drunk), a small
live letter that says only, Stay.

 

 2190541-fe2326b93b55cae03cab5b26350e752f.jpg
Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten