Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 april 2018 tot 5 april 2018

Hugo Claus, Martin Reints, Mieke van Zonneveld, Vítězslav Hálek, Algernon Swinburne, Bora Ćosić,, Werner J. Egli, Michael Georg Conrad, Marente de Moor

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit: Het verdriet van België

“Zonder adem te halen, brulde hij: ‘Ma-ri-a!’
Een graatmager wezen, een honderdjarig weeskind in een krakerig wit schort, verscheen en keek Louis aan met een blik vol haat.
‘Maria, schenk die jonge gasten een portootje in! Het is wel niet van hun jaren, maar wij kunnen ze niet vroeg genoeg losbandigheid leren, wie weet wat de dag van morgen brengt, nietwaar, heren?’ Zij schonk in. De port was mierzoet en lauw.
‘En?’
‘Een beetje te warm,’ zei Maurice.
De Puydt nipte. ‘’t Is godverdomme nog waar ook. Maria, zet die fles direct in de kelder. Nee, laat maar. Hoeveel staan er nog in de kelder?’
‘Vier.’
‘Er is hier iemand die achter mijn rug…’ Met een dreun die de Vlaamse Koppen aan de muur deed trillen sloeg zij de deur dicht.
‘Zij drinkt,’ fluisterde Marnix de Puydt. ‘Van mij mag ze, maar niet van deze porto. Want ik heb er twaalf flessen van gekregen na mijn recital bij mijnheer Groothuis.’
‘Mijn grootvader heeft er mij over gesproken,’ zei Louis, ‘hij vond het prachtig.’
‘Ja, onze Seynaeve heeft een zwak voor Debussy.’
De Puydt schonk zijn glaasje weer vol en dronk het in één slok leeg.
‘Mijn vriend Joris Diels van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen heeft mijn Dood van Descartes uiteraard als eerste in het manuscript doorgenomen en heeft er mij oprecht mee gecomplimenteerd.’
‘Is het in vijf bedrijven?’ vroeg Louis, want hij moest toch iets zeggen, zeker in aanwezigheid van Maurice-de-stille.
De Puydt knikte lang. Hij dronk van de fles. ‘Ik zie u denken, jongeman, is dat niet al te klassiek? En dan antwoord ik u, ja, het is klassiek, de tijd van het experiment is achter de rug, thans breekt de tijd aan van de re-con-struc-tie, niet alleen van onze gemeenschap, maar ook van zijn vormen. Ik heb recht van spreken, want ik kom uit het kamp van de durvers, van hen die de grenzen van de taal hebben verlegd, in het spoor van mijn betreurde kompaan Van Ostaijen.”

 

 2135590-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)
Scene uit de gelijknamige film uit 1994

 

 

De Nederlandse dichter en essayist Martin Reints werd geboren op 5 april 1950 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Martin Reints op dit blog.

 

Afgifte goederen

Zeven kraaien bij een dooie meeuw
drie advocaten bij een koffieapparaat

oude aantekeningen voor een pleitnota
tussen de contracten en de uitgeprinte e-mails
in een map

ik kon niet slapen vannacht
en ik stond op om nieuwe aantekeningen te maken

de lucht betrekt, de zon breekt door
en er barst een regenbui los

een bordje 'afgifte goederen'
aan de achterkant van het gebouw

vier catalogi met plaatjes van kantoormeubilair
in een hangmappenla

vijf pruimenpitten bij het houtblok.

 

 

Hoe en wat
Voor Gerrit Kouwenaar

Tussen aankomen en weggaan
tussen spreken en zwijgen

op plaatsen waar je uit de auto kunt om je benen te strekken

in boomgaarden
en in kamers waar je ziet dat de dingen voorbijgaan
nu ze zich in je hoofd komen nestelen

nu het denken nergens toe hoeft te leiden
terwijl het licht verwijlt in je omgeving
en de bomen bewegen in een kalme wind

nu de krant op de tafel ligt
en de stilte gedragen wordt door de rustige hartslag
en het ruisen van de bloedsomloop

de vanzelfsprekende vraag hoe of wat
veranderen in het vanzelfsprekende antwoord.

 

 2135590-2750a810581b3d4078fbc6627478f9a2.jpg
Martin Reints (Amsterdam, 5 april 1950)

 

 

De Nederlandse dichteres en critica Mieke van Zonneveld werd op 5 april 1989 geboren in Hilversum. Zie ook alle tags voor Mieke van Zonneveld op dit blog.

 

Onder de douche

Ze ontkoppelt mijn infuus en ik sta op en wandel.
Het bloed hangt in de wacht terwijl ik aan haar hand
naar de badkamer stap.

Mijn lichaam was nog nooit zo blank en glad.

Ze zet me op een kruk onder kletterend water.
Fantoomgeluk, ik kwispel met mijn afgeknipte staart.

Zij waakt, zij gaat niet weg. Alleen als ik moet plassen
in een bakje en dan nog: haar blik wacht om de hoek.

Je tong heeft geen verweer als je bloed capituleert.
Ik ben een meisje dat zich wast, een geïnfecteerd
moeras maar bovenal een hond die op zijn baasje wacht.

Ze zegt me te gaan staan, droogt me af en lijnt me aan.

 

 

Desertie

Er is geen leger of hij deserteert. Hij tekent de contouren
van een onneembare stad en oordeelt: dat was dat.

Er is een route door het duin die hij verzuimt te fietsen,
bevangen door geklapte jaloezie. Hem wacht

een stille hartstocht op die langs de halmen wuift.
Een afgelegen meisje spreidt een kleed en rekt zich uit.

Ze weet zich opgelicht door een gerichte blik omlaag
en spelt absentheïsme met een h.

Geen opstand zo gelaten en geen aftocht zo bedeesd.

Ze is leger nu, maar leeft.

 

 2135590-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Mieke van Zonneveld (Hilversum, 5 april 1989)

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver en journalist Vítězslav Hálek werd geboren op 5 april 1835 in Dolínek Mělníka. Zie ook alle tags voor Vítězslav Hálek op dit blog.

 

Eveningsongs

VII
God summoned me to Paradise
To get me educated.
" 'Tis hard for me to be alone!"
The Lord then Eve created.

He took not one rib from my breast,
My heart in half he parted.
That is why my heart still tends back
From where Thine once had started.

And that is why such strange desires
So oft in my heart gather,
And I feel as though both our hearts
Should grow again together.

And that is why when I'm away
Pain to my heart is creeping,
My foot does of itself turn back,
And I am sad — to weeping.

 

VIII
If that poor nightingale
Lived always with her mate,
Her love songs would not sound
So sad and desolate.

If that poor heart but would
With Thee wake through the night,
Instead of pain it would
Resound with sweet delight.

 

Vertaald door Joseph Stybr

 

 2135590-1c977c9693c7a2df7c0fa84db28a7d64.jpg
Vítězslav Hálek (5 april 1835 - 8 oktober 1874)
Monument in Praag 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

A Forsaken Garden (Fragment)

In a coign of the cliff between lowland and highland,
At the sea-down's edge between windward and lee,
Walled round with rocks as an inland island,
The ghost of a garden fronts the sea.
A girdle of brushwood and thorn encloses
The steep square slope of the blossomless bed
Where the weeds that grew green from the graves of its roses
Now lie dead.

The fields fall southward, abrupt and broken,
To the low last edge of the long lone land.
If a step should sound or a word be spoken,
Would a ghost not rise at the strange guest's hand?
So long have the grey bare walks lain guestless,
Through branches and briars if a man make way,
He shall find no life but the sea-wind's, restless
Night and day.

The dense hard passage is blind and stifled
That crawls by a track none turn to climb
To the strait waste place that the years have rifled
Of all but the thorns that are touched not of time.
The thorns he spares when the rose is taken;
The rocks are left when he wastes the plain.
The wind that wanders, the weeds wind-shaken,
These remain.

Not a flower to be pressed of the foot that falls not;
As the heart of a dead man the seed-plots are dry;
From the thicket of thorns whence the nightingale calls not,
Could she call, there were never a rose to reply.
Over the meadows that blossom and wither
Rings but the note of a sea-bird's song;
Only the sun and the rain come hither
All year long.

The sun burns sere and the rain dishevels
One gaunt bleak blossom of scentless breath.
Only the wind here hovers and revels
In a round where life seems barren as death.
Here there was laughing of old, there was weeping,
Haply, of lovers none ever will know,
Whose eyes went seaward a hundred sleeping
Years ago.

 

 2135590-f28335531719682e35af45b4d8e5eb41.jpg
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909) 
Het huis in Londen waar de dichter woonde, onder de hoede van Theodore Watts-Dunton

 

 

De Servische dichter en schrijver Bora Ćosić werd geboren op 5 april 1932 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Bora Ćosić op dit blog.

Uit: Lange Schatten in Berlin (Vertaald door Brigitte Döbert)

“Irgendwo muss ein Handbuch für den Aufenthalt im zwanzigsten Jahrhundert existiert haben, nur bin ich nie drangekommen. So lebte ich ein gutes Stück des Jahrhunderts ohne jede Anleitung, und das sieht man mir und meinem Leben deutlich an. Was besagter Leitfaden enthielt —jeder Bürger dieser Zeit hätte ihn bitter nötig gehabt —, muss ich mir selbst ausdenken. Bestimmt beschrieb darin einer, der klüger war als ich, Einrichtungen wie den Bürgersteig oder die Eingänge zu städtischen Gebäuden einschließlich der Treppenhäuser bis in die letzte Einzelheit. Und erläuterte den Sinn eines Aufzugs inklusive sämtlicher Details der Anlage. Denn manche sind mit einer kleinen, gepolsterten Bank ausgestattet, arndere nicht. In den meisten hängt ein Spiegel, oft geschliffen und mit Zeichnungen verziert, ausgeführt in einer besonderen Technik, die Teile des Glases erblinden lässt. So kann, wer Aufzug fährt, erst sein Spiegelbild und dann das Bild einer jungen Frau betrachten, das solcherart auf dem Glas aufgebracht wurde. Bestimmt hat schon jemand über die Lage der Rastplätze nachgedacht, die sich zwischen zwei Stockwerken befinden, wo es keine Türen gibt, höchstens ein Fenster, und das ist oft genug blind, so dass man nicht sehen kann, was im Hof geschieht. Damit die, die zu Fuß gehen, ganz unbeeinflusst von draußen Atem schöpfen können. Dazu gesellt sich eine Fantasie über den Teppich, der, gehalten von Messingstäben, die Stufen hinabgleitet. Wie Endlospapier, eingespannt in der Rotationspresse oder einer Schreibmaschine. Vielleicht ist es ein ehemals fliegender und nun gelandeter Teppich, vielleicht eine Replik der Rolltreppen in Kaufhäusern und U-Bahnhöfen. Vielleicht sind Treppen ganz allgemein Varianten von etwas. Denn selbst vollkommen neue Phänomene wie die Vorrichtungen, die uns in den Untergrund transportieren, könnten das endlich zum Vorschein gekommene Original und alle Treppen der Vergangenheit lediglich Vorläufer der heutigen Version sein. Das Handbuch dürfte zudem etwas über Sinn und Zweck der Geländer sowie der Schlüssel enthalten haben, mit denen wir unsere Wohnungstüren öffnen, natürlich einschließlich der Konnotationen, welche die Psychoanalyse die-ser vorzeitlichen Erfindung zusprach.“

 

 2135590-928a14af0ba85486d6f0529d09b7dbbe.jpg
Bora Ćosić (Zagreb, 5 april 1932)

 

 

De Zwitserse schrijver Werner J. Egli werd geboren in Luzern op 5 april 1943. Zie ook alle tags voor Werner J. Egli op dit blog.

Uit: Tarantino

„Tarantinos Schwester Marcela kauerte an der steilen Böschung im Bachbett, über das eine schmale Brücke führte. Auf der anderen Seite hörte die Straße auf, denn dort befand sich der Grenzzaun, der Mexiko von Kalifornien trennte. Die Brücke und die Straße erschienen Tarantino wie eine Herausforderung an Leute, die immer höhere Mauern und Zäune forderten.
Auf der amerikanischen Seite war das Gelände dem Zaun entlang auf einer Breite von mindestens fünfzig Yards von Bäumen, Büschen oder Gras befreit worden. Auf diesem Streifen wuchs gar nichts mehr, so dass die amerikanischen Grenzbeamten von Beobachtungstürmen aus auf der gesamten Strecke vom Pazifik bis nach Arizona die Grenze Tag und Nacht überwachen konnten.
Dort drüben, auf der anderen Seite des Zaunes, war Amerika. Los Estados Unidos. Von seiner Schwester nicht viel mehr erkennen als einen formlosen Schatten zwischen den verbeulten Überresten eines ausgeschlachteten Autowracks, das mit den Rädern nach oben auf der Böschung lag.
Der Bach floss auf der mexikanischen Seite der Grenze entlang westwärts. Von ihrem Versteck bis zum Grenzzaun hätte Marcela nur etwa Dreißig Meter zu laufen müssen, um durch das Loch zu schlüpfen und dann so schnell wie möglich den kahlen Grenzstreifen zu überqueren. Der nächste Wachturm, der auf einem Großen Anhänger montiert war, so dass er bei Bedarf von einem Laster zu einem anderen Standort gezogen werden konnte, befand sich etwa 300 Meter weit entfernt. Einen anderen Wachturm, der weiter westwärts aufgestellt worden war, war in der Dunkelheit nur schwach zu erkennen. Sein Scheinwerferlicht reichte kaum bis zur Stelle, wo sich Marcela versteckt hatte. Somit befand sich auf der anderen Seite der Brücke eine der wenigen schlecht ausgeleuchteten Stellen entlang des Grenzzaunes. Leute, die illegal in die USA gelangen wollten, benutzten solche Stellen oft, um unbemerkt durch Löcher im Maschendraht auf die andere Seite zu gelangen. Viele kamen durch. Andere hatten Pech.“

 

 2135590-87b2aaab59faaf898cf9c5fa494cf90a.jpg
Werner J. Egli (Luzern, 5 april 1943)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Michael Georg Conrad werd geboren op 5 april 1846 in Gnodstadt. Zie ook alle tags voor Michael Georg Conrad op dit blog.

Uit: Münchner Frühlingswunder

“Diese hochgeschobene Ebene, auf der die Winde niemals schlafen, die Sonnenlichter in bald mächtig massiven Einbrüchen, bald südlichen Kontrastwirkungen und subtilsten Differenzierungen auf den Farbensinn und die Temperamente der Menschen einstürmen, die Vegetation in zauberhaftem Wechsel üppige Wälder, melancholische Öden, blühende Moore, saftige Wiesen um die zahlreichen Seebecken und Flußläufe hinlagert, diese hochgeschobene Ebene hat bei aller Fülle und allem Widerspruch des Details einen großen Stil, eine alles phantastische Episodenwerk in die richtigen Massen zwingende epische Einheit. Aber es bedarf vorurteilsfreier Augen und beweglicher Sinne, um das Ganze im schönen Zusammenhange zu erfassen und auszukosten.
Münchner Frühling? Und Wunder? Gewiß, dem Nichtmünchner ist das dickste Fragezeichen erlaubt. Und einem modern nervösen Menschen, der aus anderen Witterungszonen und Großstadtkulturen kommt, werden die Münchner Frühlingswunder nicht immer die angenehmsten Rätsel aufgeben.
Je nachdem ers trifft, wird er, als korrekter Kalendergläubiger zumal, den Münchner Frühling überhaupt leugnen. Er wird ihn etwa als dekadenten Winter mit jammervollen Rückfällen oder als senilen Vorsommer mit krankhaft heißen Wallungen und verzweifelten Anläufen empfinden und als meteorologische Mißgeburt definieren. Höhenmenschen, gewöhnt an Höhenluft und Höhenlicht, in robustem Widerstand gegen das schroffe Wechselspiel der Elemente geübt, werden in ihren Nerven und ihrer Genußkraft andere Formeln finden und sich heiter bejahend zu dem Münchner Frühling und seinen Wundern stellen – in Natur, Kultur und Kunst.
Der Münchner Frühling ist zugleich das Sinnbild des Kulturverlaufs dieser eigentümlichen Stadt der Gegensätze, die einen kindlichen Mönch im Wappen und zwei zu Riesentürmen ausgewachsene Maßkrüge als Wahrzeichen hat.“

 

 2135590-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg
Michael Georg Conrad (5 april 1846 – 20 december 1927)
Gnodstadt

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en columniste Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Zie ook alle tags voor Marente de Moor op dit blog

Uit: Roundhay, tuinscène

“Misschien was het hem ingefluisterd. Genoeg concurrenten zouden hem van het werk willen houden met een paar muitende, op het eerste oog geniale gedachten. Alle uitvinders gingen gebukt onder paniek, zeker zij die al een beetje op leeftijd waren en meer bedachten dan ze mee konden maken. Maar wat hij nu voelde was geen haast. Het was weerzin. Dit idee was niet van hem, of afgekeken van een van zijn collega’s. Dit was misschien wel helemaal niet van deze wereld. In de verte leek het een beetje op het werk waarvoor hij drie jaar geluk en liefde had opgeofferd: de uitvinding van de film.
Hij was niet de enige die zich daarmee bezighield. In Europa en Amerika stonden op dat moment twintig man op het punt beweging te begrijpen en te bewaren. Wie zou de eer toekomen? Je kon zeggen dat het allemaal in de tweede eeuw was begonnen, toen de oude Chinezen met hun toverfluiten vogels en draken over de wand bliezen. Het was maar hoe je beweging wilde zien. Sommigen probeerden haar in één foto te vangen, anderen plakten de beelden achter elkaar, lieten ze ronddraaien of renden zelf in rondjes. De toeschouwers werden in treintjes gezet, kregen brillen en dozen op hun hoofd, de uitvinders werden blind of gek en de namen van hun apparaten steeds langer, maar het was nog niemand gelukt om de voortvluchtige werkelijkheid naar zich toe te hengelen. Behalve Barre. Dat hij de eerste was, wist niemand. Eigenlijk was hij er zelf ook nog niet zo zeker van.
Vergeleken bij de storm die in hem woedde, verplaatste de trein zich niet eens zo snel. Buiten waren koeien bezig de velden af te grazen die niet gehooid waren, koe na koe, veld na veld. Steeds hetzelfde beeld. Soms kwam er een opper voorbij, of een schuur, waarvan hij zeker wist dat hij die zo-even al had gezien. Binnen veranderde er ook niet veel. Links tegenover hem had je nog steeds de vetzak, klem in zijn fluwelen pak, zijn voet schrap gezet tegen de coupédeur, hoofd precies passend in de hoofdsteun, zo, alsof hij de snelheid waarmee hij werd vervoerd probeerde te trotseren, zat hij erbij. In zijn hand hield hij nog steeds het zakhorloge, dat hij om de drie minuten openklapte met een zucht. De passagier naast hem deed hetzelfde, maar minder vaak en met een horloge dat op z’n minst verguld was. Hij hield het niet aan de ketting, maar in zijn ene hand die op de andere steunde, zodat de anderen konden zien dat op de buitenplaat een hippisch tafereel was gegraveerd. De twee mannen boden tegen elkaar op in tijd, terwijl de derde bezig was spoorloos te verdwijnen.”

 

 2135590-96a79c7011d3e92eb771b5f0c05db559.jpg
Marente de Moor (Den Haag, 1972)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2016.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 april 2007 en ook mijn blog van 5 april 2008 en eveneens mijn blog van 5 april 2009.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Richard Eberhart

De Amerikaanse dichter Richard Ghormley Eberhart werd geboren op 5 april 1904 in Austin, Minnesota. Hij groeide op op een landgoed van 16 hectare, genaamd Burr Oaks. Eberhart begon te studeren aan de Universiteit van Minnesota, maar nadat zijn moeder in 1921 aan kanker was overleden - de gebeurtenis die hem ertoe aanzette om gedichten te schrijven - stapte hij over naar Dartmouth College en vervolgens studeerde hij aan St. John's College, Cambridge, waar I.A. Richards hem aanmoedigde om verder te gaan met het schrijven van poëzie. Nadat hij in 1931-1932 privéleraar was van de zoon van koning Prajadhipok van Siam, vervolgde Eberhart een jaar lang zijn studie aan de universiteit van Harvard. Tijdens zijn tijd op Harvard, ontmoette hij T. S. Eliot. Zijn eerste gedichtenbundel, “A Bravery of Earth”, werd in 1930 in Londen uitgegeven. “Reading the Spirit”, gepubliceerd in 1937, bevat een van zijn bekendste gedichten, "The Groundhog". Eberhart gaf acht jaar lang les aan de St. Mark's School (1933-1941), waar Robert Lowell een van zijn studenten was. In 1941 trouwde hij met Helen Butcher. Ze kregen twee kinderen. Tijdens WO II bekleedde hij de rang van Lieutenant Commander en diende hij in de US Naval Reserve; deze ervaring leidde ertoe dat hij een van zijn meest gevierde gedichten schreef: "The Fury of Aerial Bombardment". In 1945 publiceerde Eberhart “Poems: New and Selected’. Hij bewerkte ook “War and the Poet: An Anthology of Poetry”, die de eerste bundel gedichten heet te zijn, die gebaseerd is op oorlog. Na de oorlog werkte Eberhart zes jaar lang voor het vloerwasbedrijf van zijn vrouw, de Butcher Polish Company. “Burr Oaks” was zijn eerste gepubliceerde werk na de oorlog in 1947, gevolgd door “Brotherhood of Men” in 1949. In 1950 was hij de oprichter van het Poets' Theatre in Cambridge, Massachusetts. Vanaf de vroege jaren 1950 tot zijn pensioen wijdde hij zich aan het schrijven van gedichten en het lesgeven aan instellingen voor hoger onderwijs. Hij doceerde 30 jaar in Dartmouth als hoogleraar Engels en dichter-in-residence, waar hij bekend stond om zijn aanmoediging van jonge dichters. Eberhart werd door The New York Times naar San Francisco gestuurd om verslag uit te brengen over de scene rondomde beat poets. Hij schreef een stuk dat de nationale aandacht vestigde op de Beat-generatie en vooral op Allen Ginsberg als de auteur van “Howl”, Eberhart kreeg de Pulitzer-prijs voor poëzie voor “Selected Poems, 1930-1965” en de National Book Award van 1977 voor “Collected Poems, 1930–1976”.

 

The Fury of Aerial Bombardment

You would think the fury of aerial bombardment
Would rouse God to relent; the infinite spaces
Are still silent. He looks on shock-pried faces.
History, even, does not know what is meant.

You would feel that after so many centuries
God would give man to repent; yet he can kill
As Cain could, but with multitudinous will,
No farther advanced than in his ancient furies

Was man made stupid to see his own stupidity?
Is God by definition indifferent, beyond us all?
Is the eternal truth man's fighting soul
Wherein the Beast ravens in its own avidity?

Of Van Wettering I speak, and Averill,
Names on a list, whose faces I do not recall
But they are gone to early death, who late in school
Distinguished the belt feed lever from the belt holding pawl.

 

The Groundhog

In June, amid the golden fields,
I saw a groundhog lying dead.
Dead lay he; my senses shook,
And mind outshot our naked frailty.

There lowly in the vigorous summer
His form began its senseless change,
And made my senses waver dim
Seeing nature ferocious in him.

Inspecting close maggots' might
And seething cauldron of his being,
Half with loathing, half with a strange love,
I poked him with an angry stick.

The fever arose, became a flame
And Vigour circumscribed the skies,
Immense energy in the sun,
And through my frame a sunless trembling.

My stick had done nor good nor harm.
Then stood I silent in the day
Watching the object, as before;
And kept my reverence for knowledge

Trying for control, to be still,
To quell the passion of the blood;
Until I had bent down on my knees
Praying for joy in the sight of decay.

And so I left; and I returned
In Autumn strict of eye, to see
The sap gone out of the groundhog,
But the bony sodden hulk remained

But the year had lost its meaning,
And in intellectual chains
I lost both love and loathing,
Mured up in the wall of wisdom.

Another summer took the fields again
Massive and burning, full of life,
But when I chanced upon the spot
There was only a little hair left,

And bones bleaching in the sunlight
Beautiful as architecture;
I watched them like a geometer,
And cut a walking stick from a birch.

It has been three years, now.
There is no sign of the groundhog.
I stood there in the whirling summer,
My hand capped a withered heart,

And thought of China and of Greece,
Of Alexander in his tent;
Of Montaigne in his tower,
Of Saint Theresa in her wild lament.

 

 2183586-d29a5344d03ab77c44e0a3a39abdb8c0.jpg
Richard Eberhart (5 april 1904 - 9 juni 2005)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, Marko Klomp, Marcel Vaarmeijer, E. L. James, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Glory Falls

Glory falls around us
as we sob
a dirge of
desolation on the Cross
and hatred is the ballast of
the rock
which his upon our necks
and underfoot.
We have woven
robes of silk
and clothed our nakedness
with tapestry.
From crawling on this
murky planet's floor
we soar beyond the
birds and
through the clouds
and edge our waays from hate
and blind despair and
bring horror
to our brothers, and to our sisters cheer.
We grow despite the
horror that we feed
upon our own
tomorrow.
We grow.

 

 

Son to Mother

I start no
wars, raining poison
on cathedrals,
melting Stars of David
into golden faucets
to be lighted by lamps
shaded by human skin.

I set no
store on the strange lands,
send no
missionaries beyond my
borders,
to plunder secrets
and barter souls.

They
say you took my manhood,
Momma.
Come sit on my lap
and tell me,
what do you want me to say
to them, just
before I annihilate
their ignorance ?

 

 2135234-52871ad3ebe8a225c64886988f720cd5.jpg
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

 

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit De verjaardagen

`Muziek', mompelde hij tegen de stereo in het kastje onder het tosti-ijzer. Een tapeje van Creedence Clearwater Revival, want de barman hield van Creedence bij het poetsen. `Des huischvrouws beste vrind', zei hij altijd. De barman dronk de koffie, blies over zijn witte kopje en staarde uit het raam toen een raar geluid in Creedence hem opviel. Een soort krassen. Hij keek op, dacht even na, schudde zijn hoofd en begon aan zijn ochtendroutine. De boel aanvegen, het emmertje zoeken voor een sopje. Weer dat krassen. Met de bezem in de hand keek hij op. Dit klopte niet. De barman deed de voordeur open, maar buiten was niemand te zien. Vreemd. Pas bij de derde keer draaide hij het volume van Creedence omlaag. Hij kreeg een raar gevoel in zijn maag. Dit waren geen muizen, dat had hij wel geweten, en het geluid van ratten zou hij nog wel kunnen plaatsen. Zelfs een inbreker had hij weleens bibberend onder de keldertrap uit gehaald. De inbreker bibberend, welteverstaan De barman was niet zo snel bang, er was altijd wel een kruk, een bezem of een halveliterpul voorhanden. De bibberende inbreker had zich destijds de nacht ervoor ingesloten, door zich op het herentoilet te verstoppen. De wc's moesten sindsdien iedere nacht bij sluit gecontroleerd worden, maar dat werd nogal eens vergeten. Dit geluid kwam niet van iemand die zich ergens probeerde te verstoppen, niet van een koeling die aansprong of ongedierte dat in een spouwmuur naar beneden flikkerde, nee, dit was iets dierlijks dat klonk als een mens. Of andersom. De barman stond roerloos in het midden van de zaak. Je moet nooit gaan bewegen als je een geluid niet meer hoort, want het klinkt altijd zodra je je beweegt en dan weet je nog niet wat het was of waar het vandaan kwam. Daar was het weer. Een kraai, een mens, een kind, een baby, het schoot allemaal door hem heen. De kelder. De kelder! Hij roffelde de trap af. In het halletje bij de wc's wachtte hij. Weer dat krassen. Krassen en gejank als een hond. Met een ruk trok hij de deur van de dames-wc open, de deur naar het hokje met de pot stond op een kiertje en uit het kiertje stak een enkel met daaraan een degelijke schoen. Langzaam opende de barman de deur. Tegen de pot gekruld lag een meisje, kwijlend, bloedend, haar ogen dichtgeknepen tegen het licht dat door de deuropening naar binnen viel. Ze jankte als een hond. Zacht, terwijl ze met haar nagels over het hout van de wc-deur kraste.”

 

 2135234-50827ff94d2c4a83c18c541d13802a86.jpg
Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

 

De Nederlandse dichter en schilder Marko Klomp werd geboren op 4 april 1974 in Goes. Zie ook alle tags voor Marko Klomp op dit blog.

 

Satelliet

Vier graden
linksboven de maan
staat de stip van venus
tussen overig hemelpuin.

Menselijke tekorten sturen de signalen weer terug
weerkaatsen kennisverkeer zonder na te denken
Robothanden grijpen naast het bestaan op de aarde maar
houden alles in de gaten, naar een specifieke plek wijzend.
Ruimtewerktuig staat altijd klaar om gesprekken te volgen
en te beantwoorden in een warboel van straling.

laag ten zuiden
is een zeer smalle sikkel
met een sterrenkijker en
via ether te zien en te horen.

‘morgen ziet er anders uit
dan de afgelopen dagen
het is veelal bewolkt
en er valt wat regen.’

 

 

Vogel in het wapen

Voor degene die hier
vliegt voorbij de kustlijn

over de stadsgeest
en langs andere
leef én woongebieden
en ergens zweeft

zwerft in alle rond
verscheidenheid en de
dieptes uitgegraven
de platte glorie

en dat
dat met een groeiende rol
een bewegende en sprekende
metropole

wil zijn of spelen
met de mensen in de straat
over de markten of
langs de gracht.

 

 2135234-577d0a80713bd27f4efae5930d637883.jpg
Marko Klomp (Goes, 4 april 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver Marcel Vaarmeijer werd geboren op 4 april 1963 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Marcel Vaarmeijer opp dit blog.

Uit: Heelmeester

“Het onderzoek naar een geneesmiddel tegen diabetes verliep traag. Ik had een stapel boeken verslonden, papa verdiepte zich in de oorzaken, en de schoolborden stonden vol met scheikundige formules en andere krabbels waar geen mens wijs uit werd.
‘We zitten vast,’ zei papa. ‘We proberen één simpele ziekte de wereld uit te helpen, en na een paar weken zitten we muurvast.’
Hij legde zijn leesbril op het bureau en wreef in zijn ogen. Papa had lang gewerkt. Elke avond zat hij in het lab, eten deed hij amper en van slapen kwam weinig terecht.
Ik opende een flesje cola uit de koelkast en drukte het in zijn hand. Papa dronkhet gulzig leeg en liet een boer. Ik glimlachte. Papa lachte mee en zette me op zijn schoot. ‘Wat zijn jouw ideeën, Himmelman?’ zei hij. ‘Vertel papa eens wat jij heb uitgevogeld.’
‘We kijken verkeerd,’ zei ik.
‘Hoezo, verkeerd?’
‘We kijken naar buiten, maar daar vinden we niks. We moeten naar binnen kijken, daar ligt de oplossing.’
‘Ik kan je niet volgen, jongen.’
‘De alvleesklier van oma Rosalinde maakt niet genoeg insuline. Onze alvleesklieren maken wel genoeg insuline. Als we nu een beetje van ons in oma spuiten, dan gaat haar alvleesklier vanzelf weer goed werken.’
Papa fronste zijn wenkbrauwen. De haartjes waren lang, mama moest ze nodig bijknippen. ‘Neem je me in de maling?’

 

 2135234-b95b8cccdafac5e03f6af76a0505175e.jpg
Marcel Vaarmeijer (Amsterdam,4 april 1963)

 

 

De Britse schrijfster E. L. James (pseudoniem van Erika Leonard) werd op 4 april 1963 in Buckinghamshire als Erika Mitchell geboren.Zie ook alle tags voor E. L. James op dit blog.

Uit: Darker

“I sit. Waiting. My heart is thumping. It's 5:36 and I stare through the privacy glass of my Audi at the front door of her building. I know I'm early, but I've been looking forward to this moment all day. I'm going to see her. I shift in my seat in the rear of the car. The atmosphere feels stifling, and though I'm trying to remain calm, the anticipation and anxiety are knotting my stomach and pressing down on my chest. Taylor sits in the driver's seat, staring straight ahead, wordless, looking his usual composed self, while I can barely breathe. It's irritating. Damn it. Where is she? She's inside—inside Seattle Independent Publishing. Set back beyond a wide, open sidewalk, the building is shabby and in need of renovation; the company's name is etched haphazardly in the glass, and the frosted effect on the window is peeling. The business behind those dosed doors could be an insurance company or an accounting firm—they're not displaying their wares. Well, that's something I can rectify when I take control. SIP is mine. Almost. I've signed the revised heads of agreement. Taylor clears his throat and his eyes dart to mine in the rearview mirror. "I'll wait outside, sir," he says, surprising me, and he climbs out of the car before I can stop him. Maybe he's more affected by my tension than I thought. Am I that obvious? Maybe he's tense. But why? Maybe it's because he's had to deal with my ever-changing moods this past week, and I know I've not been easy.
But today has been different. Hopeful. It's the first productive day I've had since she left me, or so it feels.”

 

 2135234-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
E. L. James (Buckinghamshire, 4 april 1963)
Cover

 

 

De Franse schrijfster Marguerite Duras (pseudoniem van Marguerite Donnadieu) werd geboren op 4 april 1914 in Gia Dinh, Indochina (nu Vietnam). Zie ook alle tags voor Marguerite Duras op dit blog.

Uit: De minnaar (Vertaald door Marianne Kaas)

“De ontmoetingen met de familie zijn begonnen met de uitgebreide maaltijden in Cholon. Wanneer mijn moeder en mijn broers in Saigon komen, zeg ik dat hij ze moet meenemen naar de grote Chinese restaurants die ze niet kennen. Naar plaatsen waar ze nooit zijn geweest.
Die avonden verlopen alle op dezelfde wijze. Mijn broers schrokken en richten nimmer het woord tot hem. Ze kijken ook niet naar hem. Ze kunnen niet naar hem kijken. Ze zouden het niet kunnen. Als ze dat konden, het konden opbrengen hem te zien, dan zouden ze ook verder in staat zijn een opleiding te volgen, zich te voegen naar de elementaire regels van het sociale leven. Alleen mijn moeder praat tijdens die maaltijden, ze praat heel weinig, vooral de eerste tijd, ze zegt een paar zinnen over de gerechten die worden gebracht, over hun exorbitante prijs, en dan zwijgt ze. De twee eerste keren waagt hij het erop, hij probeert het verhaal te vertellen van zijn belevenissen in Parijs, maar tevergeefs. Het is alsof hij niet had gepraat, alsof niemand iets had gehoord. Zijn poging verzandt in de stilte. Mijn broers gaan door met schrokken. Ze schrokken zoals ik niemand ooit ergens heb zien schrokken.
Hij betaalt. Hij telt het geld. Hij legt het op het schoteltje. Iedereen kijkt. De eerste keer, ik weet het nog, legt hij zevenenzeventig piasters naast elkaar. Mijn moeder is op de rand van de slappe lach. We staan op om weg te gaan. Geen woord van dank, van niemand. Nooit wordt er gezegd bedankt voor het lekkere eten, ook niet dag of tot ziens of hoe gaat het , we zeggen nooit iets tegen elkaar.
Mijn broers zullen nooit het woord tot hem richten. Het is alsof hij onzichtbaar voor ze was, alsof hij niet dicht genoeg was om door hen te worden opgemerkt, gezien, gehoord. Dat omdat ik hem om mijn vinger wind, omdat ervan wordt uitgegaan dat ik niet van hem houd, dat ik met hem omga om het geld, dat ik niet van hem kan houden, dat dat onmogelijk is, dat hij alles van me zou kunnen verdragen zonder dat zijn liefde ooit uitgeput raakte.”

 

 2135234-b0c71275c24fb1c743833cc8407e93f7.jpg
Marguerite Duras (4 april 1914 – 3 maart 1996)

 

 

De Oostenrijkse schrijver en dichter Robert Schindel werd geboren op 4 april 1944 in Bad Hall. Zie ook alle tags voor Robert Schindel op dit blog.

 

Verrücktelied 3

Deine herrliche Körperlichkeit
Versüßt mir den Schwanz
Verbittert den Atem
Meine begehrliche Wörterlichkeit
Genießt hier ganz, was sich entzweit
Zwischen den gleichen Treuen und
Den verschiedenen Verraten.

Beim Weggehen seh ich dein Blick
Du kommst mit ihm
Ob ich mich aufricht oder bin hin
Nicht zurück

Uns wärmten einst die Lenden
Als die Sonne auf sie schien.
Wir werden das wie eh und je
Einstweilen gebrauchen und verwenden
Mit unterschiedlichem TÄTERÄTÄ
Aber heimlich verwandten Händen.

 

 

Berliner Spaziergang 1

Habe am Olivaerplatz Quartier genommen
Sitze am Westbalkon mit Bett im Rücken
Kann mich zur Württembergischen hinunterbücken
Lass mich vom Licht, das Richtung Spandau geht, besonnen

Das ist nicht alles. Unlängst trug ich eine
Bohrmaschine nach Charlottenburg hinüber
Am Rückweg überquerte ich die kleine
Niebuhrstraße und abermals und wieder

Seh ich nach Westen dort die Sonne jäh an Höh
Verliert und steht schräg hinter Schloss Charlotte
Ich geh nach Süden, vor den Schenkeln die Karotte

Während das Licht abtaucht hinterm Schloss und in der Spree
Schneid ich quer durch den Kudamm meine Sehnkalotte
Und trinke roten Wein hinterm Balkon mit Dorothee

 

 2135234-e9a112b5a0c3942c2aa1699d6494a304.jpg
Robert Schindel (Bad Hall, 4 april 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver, letterkundige en Surinamist Michiel van Kempen werd geboren in Oirschot op 4 april 1957. Zie ook alle tags voor Michiel van Kempen op dit blog.

Uit: De beweging is gebleven, maar het zwarte punt ligt anders. De poëzie van Astrid Roemer

“Hoezeer deze poëzie onder woorden bracht wat velen bezighield, bleek wel in de jaren die volgden, toen ‘dichters’ als paddestoelen uit de grond schoten. De een riep nog harder dan de ander, men had de kunst van eerder verschenen werk goed afgekeken en zich een vocabulaire van vijftien antikoloniale termen en dito beelden eigen gemaakt en gooide poëzie op de markt als gesneden Fernandesbroden. Het poëtisch residu echter was veelal nul komma nul, de enkeling die oorspronkelijk werk afleverde ging in al dit verhaal geweld ten onder. Elf jaar na het qua produktie topjaar 1975, zitten wij met het probleem om dóór die stapel dichtbundels en dichtbundeltjes héén, Zamani's Sasa in het juiste perspectief te zien en recht te doen.
Dat een aantal gedichten uit Sasa nu gedateerd aandoet, ligt natuurlijk ook in het feit dat de inzet van de strijd die veel gedichten tot onderwerp hebben, niet meer actueel is. Of beter: de inzet van die strijd is verschoven, we hebben er beter zicht op gekregen en er andere inhoud aan moeten geven. Misschien is pas na Surinames politieke onafhankelijkheid duidelijk geworden wat de werkelijke diepte is van een begrip als vrijheid. Velen wier kunstgebit vóór 1975 bekleefd was met woorden als ‘imperialisme’, ‘zelfstandigheid’ en ‘revolutie’, deden dat kunstgebit na '75 uit en mummelden nog wat na, gezeten in een mummelfauteuil voor hun mummelmars met andere woorden: de ‘revolutionairen’ van vóór '75 hadden zich keurig in het systeem ingepast. En toen dan in 1980 de revolutie haar tanden liet zien, hoe lang duurde het toen voor de tandarts weer aan het plomberen moest slaan? Het actuele zijn van Zamani in 1970, dat moeten we toch vaststellen, is anderhalf decennium later een realistischer ‘actueel zijn’ geworden van Astrid Roemer.
Als we constateren dat de dichters na Astrid Roemer de lezing van haar debuutbundel nu vertroebelen, dan moeten we daaruit de conclusie trekken dat zij niet in staat was om in 1970 die vorm aan haar poëzie te geven die de tand des tijds kon weerstaan, ongeacht wat er zich op het historisch plan zou afspelen. Dat is ook zo. Veel Poëzie uit Sasa kent een te weinig dwingende vorm. Door weinig taal in korte regels over een bladzijde uit te smeren, krijgen de woorden een gewicht dat niet helemaal evenredig is aan wat er staat.”

 

 2135234-9d1b7171ede274f8f503667b099ddfeb.jpg
Michiel van Kempen (Oirschot, 4 april 1957)
Astrid Roemer
 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Bettina von Arnim werd op 4 april 1785 geboren in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags Bettina von Arnim op dit blog.

Uit: Goethes Briefwechsel mit einem Kinde

“An Goethe.
Kassel, den 15. Mai 1807.
…….
Auch darf ich mich nicht scheuen, einem Gefühl mich hinzugeben, das sich aus meinem Herzen hervordrängt wie die junge Saat im Frühling; — es mußte so sein, und der Same war in mich gelegt; es ist nicht mein vorsätzlicher Wille, wenn ich oft aus dem augenblicklichen Gespräch zu Ihren Füßen getragen bin; dann setze ich mich an die Erde und lege den Kopf auf Ihren Schoß oder ich drücke Ihre Hand an meinen Mund, oder ich stehe an Ihrer Seite und umfasse Ihren Hals; und es währt lange, bis ich eine Stellung finde, in der ich beharre. Dann plaudre ich, wie es mir behagt; die Antwort aber, die ich mir in Ihrem Namen gebe, spreche ich mit Bedacht aus: »Mein Kind! Mein artig gut Mädchen! Liebes Herz!« Ja, so klingt's aus jener wunderbaren Stunde herüber, in der ich glaubte von Geistern in eine andre Welt getragen zu sein; und wenn ich dann bedenke, daß es von Ihren Lippen so widerhallen könnte, wenn ich wirklich vor Ihnen stände, dann schaudre ich vor Freude und Sehnsucht zusammen. 0, wieviel hundertmal träumt man und träumt besser, als einem je wird. —Mutwillig und übermütig bin ich auch zuweilen und preise den Mann glücklich, der so sehr geliebt wird; dann lächeln Sie und bejahen es in freundlicher Großmut. Weh mir! Wenn dies alles nie zur Wahrheit wird, dann werd' ich im Leben das Herrlichste vermissen. Ach, ist der Wein denn nicht die süßeste und begehrlichste unter allen himmlischen Gaben? Daß, wer ihn einmal gekostet hat, trunkner Begeistrung nimmer abschwören möchte. — Diesen Wein werd' ich vermissen, und alles andre wird mir sein wie hartes geistloses Wasser, dessen man keinen Tropfen mehr verlangt, als man bedarf. Wie werd' ich mich alsdann trösten können! — Mit dem Lied etwa: »Im Arm der Liebe ruht sich's wohl, wohl auch im Schoß der Erde?« — Oder: »Ich wollt', ich läg' und schlief' zehntausend Klafter tief.« —Ich wollt', ich könnte meinen Brief mit einem Blick in Ihre Augen schließen; schnell würde ich Vergebung der Kühnheit herauslesen und diese noch mit einsiegeln; ich würde dann nicht ängstlich sein über das kindische Geschwätz, das mir doch so ernst ist. Da wird es hingetragen in rascher Eile viele Meilen; der Postillon schmettert mit vollem Enthusiasmus seine Ankunft in die Lüfte, als wolle er frohlockend fragen: »Was bring' ich?« — Und nun bricht Goethe seinen Brief auf und findet das unmündige Stammeln eines unbedeutenden Kindes. Soll ich noch Verzeihung fordern? — 0, Sie wissen wohl, wie übermächtig, wie voll süßen Gefühls das Herz oft ist, und die kindische Lippe kann das Wort nicht treffen, den Ton kaum, der es widerklingen macht. Bettine Brentano.“

 2135234-a006d6cc81d0aab798a58b8c1490db37.jpg
Bettina von Arnim (4 april 1785 – 20 januari 1859)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 april 2007 en ook mijn blog van 4 april 2008 en eveneens mijn blog van 4 april 2009.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten