Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 april 2018 tot 22 april 2018

The Good Shepherd (Stanley Moss)

 

Bij de derde zondag na Pasen

 

 2140391-5a1c390a0c3982362aba7ab8e23df65b.jpg
The Good Shepherd door Richard Hook (1914 - 1975)

 

 

The Good Shepherd

Because he would not abandon the flock for a lost sheep
after the others had bedded down for the night,
he turned back, searched the thickets and gullies.
Sleepless, while the flock dozed in the morning mist
he searched the pastures up ahead. Winter nearing,
our wool heavy with brambles, ropes of muddy ice,
he did not abandon the lost sheep, even when the snows came.

Still, I knew there was only a thin line
between the good shepherd and the butcher.
How many lambs had put their heads between the shepherd’s knees,
closed their eyes, offering their neck to the knife?
Familiar – the quick thuds of the club doing its work.
More than once at night I saw the halo coming.
I ran like a deer and hid among rocks,
or I crawled under a bush, my heart in thorns.

During the day I lived my life in clover
watching out for the halo.
I swore on the day the good shepherd catches hold,
trying to wrestle me to the ground and bind my feet,
I will buck like a ram and bite like a wolf,
although I taste the famous blood
I will break loose! I will race under the gates of heaven,
back to the mortal fields, my flock, my stubbled grass and mud.

 

 2140391-5f485f3d0be43f30770816286fb771ae.jpg
Stanley Moss (Woodhaven, 21 juni 1925)
Woodhaven, Queens, de wijk in New York waar Stanley Moss geboren werd.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 10:33 Reageer op dit bericht

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer, Madame de Staël

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Ze wilden dus vergelding. Colnaghi knikte een paar keer voor zichzelf, als om gedachten te vergaren die nog geen vorm hadden gekregen of die nog te verward waren. Hij legde zijn handen op de tafel en keek de jongen weer aan die zojuist had gesproken.
In het lokaal dat de kleuterschool van de wijk ter beschikking had gesteld, heerste stilte. Zweetplekken onder de oksels, de vleugels van de plafondventilator draaiden langzaam rond. Iedereen zat te wachten op een antwoord van hem, de zoveelste meelevende woorden.
Een stuk of dertig familieleden en vrienden van het slachtoffer. Vissani was chirurg geweest, en daarbij een van de toonaangevende figuren van de meest rechtse vleugel van de christendemocratische partij in Milaan. Tweeënvijftig jaar, asblond, gezet. De foto op de katheder stond tussen vele boeketten bloemen.
Misschien had Colnaghi de man één of twee keer gezien in de voorgaande jaren. Misschien had hij weleens een artikel over hem gelezen in het lokale katern van de Corriere della Sera, naar aanleiding van zijn opmars in de partij. Colnaghi hield niet zo van dat deel van Democrazia Cristiana, maar wie weet hadden ze elkaar lang geleden zelfs ooit de hand gedrukt, als ze toevallig aan elkaar waren voorgesteld door een collega die carrière wilde maken. Misschien wel op een avond half mei, wanneer Milaan wordt doorkruist door zwaluwen en het licht een ongrijpbare kleur heeft.
Misschien voelden ze zich alle twee wel gelukkig op dat moment, en misschien had Vissani zich wel op de knieën geslagen van pret om een grapje van Colnaghi. Waarna de medicus het goede humeur van de magistraat even moeiteloos weer kon hebben bedorven met een ongelukkige uitlating, een van de vele zoals Colnaghi die had kunnen lezen in het onderzoeksdossier – iets onaangenaams over jongeren of over fascisme of over de noodzaak van hard optreden door de regering.
Hoe het ook zij, daarna was het als volgt gegaan: die hatelijke, vulgaire en onschuldige figuur was vermoord op 9 januari 1981, ’s avonds laat, ergens bij de Piazza Diaz. Twee kogels kaliber 38 Spl. Zes maanden geleden nu. De aanslag was opgeëist door Strijdende Proletarische Formatie, een dissidente, afgesplitste cel van de Rode Brigades. De zaak liep nog, er werd aan gewerkt door officier van justitie Colnaghi.
Hij had zich lang afgevraagd of het wel een goed idee was om aanwezig te zijn bij de herdenkingsceremonie. Het was immers juist de bedoeling dat hij zich onttrok aan deze mensen, niet dat hij ze ging opzoeken. Maar uiteindelijk had hij zich toch gewonnen gegeven; het deed er eigenlijk niet toe wat opportuun was of niet.”

 

 2140386-d0d5d087e338e79b88735c945069fe51.jpg
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Zie ook alle tags voor Jan de Hartog op dit blog.

Uit:Het koninkrijk van de vrede

“De eerste voorjaarsstorm kwam omlaaggewerveld uit het Rotsgebergte, raasde over de honderden lege mijlen van de prairie en wierp zich, daverend als de branding, op het hoogste gebouw van het plaatsje Pendle Hill: de Rebekka Baker Kostschool, een bakstenen gevaarte op de heuvel waaraan het stadje zijn naam ontleende.
In de hooggezolderde aula zaten leerlingen, leerkrachten en eregasten in samenkomst bijeen, in afwachting van het hoogtepunt van de feestelijkheden ter gelegenheid van de achtenzeventigste herdenkingsdag: een reeks historische tableaus, op te voeren door de leerlingen. De jonge acteurs stonden klaar op het toneel, het hoofd gebogen, wachtend tot het schoolhoofd de samenkomst zou beëindigen door zijn echtgenote, die naast hem op de ouderlingenbank zat, de hand te drukken. Tegenover hen zaten vier eregasten, daarachter de leerlingen: aan de rechterkant vijfenzeventig meisjes in grijze jurken met witte boezelaars en witte Quaker-mutsen, links achtenzestig jongens in het zwart, met breedgerande Quaker-hoeden.
De storm deed de ramen rammelen, huilde door de kieren, bolderde in de schoorsteen; niemand kon zich onder dit kabaal op stil gebed concentreren, zelfs de eregasten zaten te luisteren naar het kolossale misbaar van de bulderende wind. Het waren drie Quakers: een jonge man in steedse kledij, een indrukwekkende grijsaard met witte manen en een oude vrouw in grijs en wit; de vierde gast was een vijftiger in werelds reiskostuum: dokter Léon Rossini, districtsarts van de Wabash Vallei.
Niettegenstaande het woeden van de storm kwam dokter Rossini allengs toch onder de ban van de Quaker-eredienst. Hij werd bevangen door hetzelfde onaardse gevoel van vrede dat hij voor het eerst had ervaren zeven jaar geleden, tijdens de grote cholera-epidemie, toen hij zijn eerste visite maakte aan de school op de heuvel. Iedereen in deze zaal, kinderen inbegrepen, had familieleden verloren in die epidemie, met uitzondering van de oude Engelsman naast hem die er waarschijnlijk nooit van gehoord had.”

 

 2140386-2bc1c7e37c9b34d0d3d5d3608cb58eac.jpg
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Björn Kern werd geboren op 22 april 1978 in Lörrach (Baden). Zie ook alle tags voor Björn Kern op dit blog.

Uit: Das Beste, was wir tun können, ist nichts

„Wenn ich im Hochsommer auf meiner Bank im Oderbruch sitze, die Füße in eine Wanne voll Eiswasser getaucht, ein kaltes Bier neben mir, dann weiß ich, dass ich es geschafft habe.
Vor mir leuchtet das Kornfeld so gelb, dass es beinahe schon blendet, und die Libellen aus dem Entwässerungsgraben schießen in die Luft und umkreisen mich und verschwinden dann wieder im Wiesengrund. Mal huscht ein Wiesel vorbei, mal bricht ein Wildschwein aus dem gegenüberliegenden
Hain, der Birnbaum über mir treibt seine Früchte aus.
Bin ich einmal traurig, genügt es, dass ich mich ausreichend lang auf die Bank setze, schon sind meine Sorgen nichtig geworden und klein. Vor keiner noch so großen Kinoleinwand kann ich annähernd so schöne Bilder bestaunen, wie ich das von meiner Bank aus vermag, den Himmel, das
Feld und die Weite. Und wenn direkt über mir eine Biene den Birnbaum anfliegt und zehn Fuß vor der Bank ein Reh durch das Gras streift, klingt das besser als Dolby Surround. Ich brauche nicht fortzugehen, um aufzubrechen, ich muss nichts tun, nur das Richtige unterlassen, ich brauche nichts als die Bank und das Feld.
Die Bank war ein Bausatz und hat neunzehn Euro neunzig gekostet. Ein paar Bretter, ein paar Schrauben, mehr nicht.
Doch die Bank war nicht nur günstig, es lässt sich sogar Geld mit ihr verdienen. Freilich braucht es dafür bereits einige Erfahrung im Nichtstun. Der Trick kann daher an dieser Stelle noch nicht verraten werden, nur so viel vorab: Wenn man mit der Bank Geld verdienen will, genügt es, sich daraufzusetzen und, ganz wichtig, nicht wieder aufzustehen.
……………..
Nichtstun hat mich in meinem Leben immer sehr glücklich gemacht. Schon als Kind lag ich lieber im Sandkasten, als darin zu sitzen, und schaute lieber in den Himmel, statt Sandburgen zu bauen. Als Jugendlicher verbrachte ich ganze Sommer rücklings auf dem Steg eines nahen Waldsees. Ohne
Weltschmerz, ohne Drogen, vor lauter Nichtstun war ich viel zu glücklich dazu."

 

 2140386-70942f1bb4a76834f484e92eedb012a2.jpg
Björn Kern (Lörrach 22 april 1978)

 

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

Uit: Speak Memory

“Short of suicide, I have tried everything. I have doffed my identity in order to pass for a conventional spook and steal into realms that existed before I was conceived. I have mentally endured the degrading company of Victorian lady novelists and retired colonels who remembered having, in former lives, been slave messengers on a Roman road or sages under the willows of Lhasa. I have ransacked my oldest dreams for keys and clues—and let me say at once that I reject completely the vulgar, shabby, fundamentally medieval world of Freud, with its crankish quest for sexual symbols (something like searching for Baconian acrostics in Shakespeare’s works) and its bitter little embryos spying, from their natural nooks, upon the love life of their parents.
Initially, I was unaware that time, so boundless at first blush, was a prison, In probing my childhood (which is the
next best to probing one’s eternity) I see the awakening of consciousness as a series of spaced flashes, with the intervals between them gradually diminishing until bright blocks of perception are formed, affording memory a slippery hold. I had learned numbers and speech more or less simultaneously at a very early date, but the inner knowledge that I was I and that my parents were my parents seems to have been established only later, when it was directly associated with my discovering their age in relation to mine. Judging by the strong sunlight that, when I think of that revelation, immediately invades my memory with lobed sun flecks through overlapping patterns of greenery, the occasion my have been my mother’s birthday, in late summer, in the country, and I had asked questions and had assessed the answers I received. All this is as it should be according to the theory of recapitulation; the beginning of reflexive consciousness in the brain of our remotest ancestor must surely have coincided with the dawning of the sense of time.
Thus, when the newly disclosed, fresh and trim formula of my own age, four, was confronted with the parental formulas, thirty-three and twenty-seven, something happened to me. I was given a tremendously invigorating shock. As if subjected to a second baptism, on more divine lines than the Greek Catholic ducking undergone fifty months earlier by a howling, self-drowned half-Victor (my mother, through the half-closed door, behind which an old custom bade parents retreat, managed to correct the bungling archpresbyter, Father Konstantin Vetvenitski), I felt myself plunge abruptly into a radiant and mobile medium that was none other than the pure element of time.”

 

 2140386-0b7cf7ac17748148885058e87848c77c.jpg
Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)
Cover

 

 

De Indiase schrijver Chetan Bhagat werd geboren op 22 april 1974 in New Dehli. Zie ook alle tags voor Chetan Bhagat op dit blog.

Uit: One Night @ The Call Center

“So what are you trying to say? I had to start somewhere, so I wrote about my college experiences. And you know the story is not so IIT specific. It could have happened anywhere. I mean, just for that you are trashing my book.”
“I am not trashing it. I am just saying it hardly represents the Indian youth,” she said and closed back the box of mints.
“Oh really..,” I said but was interrupted by the noise as the train passed over a long river bridge.
We didn’t speak for the next three minutes, until the train returned to smoother tracks.
“What represents the youth?” I said.
“I don’t know. You are the writer. You figure it out.,” she said, and brushed aside a few curls that had fallen on her forehead.
“That’s not fair,” I said, “that is so not fair.” I sounded like a five year old throwing a tantrum. She smiled as she saw me grumbling to myself. A few seconds later, she spoke again.
“Are you going to write more books?” she said.
“I’ll try to,” I said. I wasn’t sure if I ever wanted to talk to her again.
“So what is going to be? IIMs this time?” she said.
“No.”
“Why not?”
“Because it does not represent the country’s youth,” I said.
She started laughing.“

 2140386-4527d038aade6afae0cc060adcccc92b.jpg
Chetan Bhagat (New Dehli, 22 april 1974)

 

 

De Zwitstserse schrijver en müsicüs Peter Weber werd geboren op 22 april 1968 in Wattwil / Toggenbürg. Zie ook alle tags voor Peter Weber op dit blog.

Uit:Aus dem Toggenburg nach Berlin Alexanderplatz

„Weshalb die Bahnhöfe, warum nicht die Flughäfen? Der Himmel über dem Grossraum Frankfurt ist voller Flugzeuge, vom Zug aus sah ich sie an einem Wintermorgen: Fliegende Silberlinge, sie flogen mit ihren Kondensstreifen ein Geflecht in die Morgenröte. Die Frage stellt sich also, Flughäfen: Hypnoseanlagen, auf der ganzen Welt ähnlich, ein einziger Belämmerungsort sozusagen, man geht überall auf Watte, zudem sind die Flughäfen neuerdings voller Vereinzelungsanlagen, sogenannten Personenvereinzelungsanlagen, Gründe genug, die Flughäfen den Bahnhöfen vorzuziehen.
Aus Höfen sind Bahnhöfe, aus Häfen sind Flughäfen geworden, könnte ich antworten, vor sieben Jahren war ich ein Jahr lang Gast einer Schweizer Stiftung im Osten Londons: Der einstmalige Welthafen brach gefallen, die Themse führte Milchkaffee wie immer, zwischen den alten Docks landeten kleine Passagierflugzeuge auf dem neuen Flughafen. Über der Stadt, in langen Folgen, alle paar Minuten die Flugriesen aus Asien, Australien, Amerika, ihre Nasen pflügten sich durch die Westwindwolken, Atlantikdämpfe, die ihnen über der flachen Stadt entgegen segelten. Während ich den nahen Hafen erwanderte, aus dem bereits neue Hochbauten stiegen, während ich Welt sammelte, um aus ferner Welt ein Fernrohr zu bauen, so meine Absicht, mit dem ich aus der Gastwohnung in die Ferne blicken wollte - während ich im dunklen Winter Ausschau hielt, kamen die mir in Heftchen, auf Plakaten sehr präsenten Winteridyllen der Schweizer Gastlandschaften vors Auge, das Fernrohr wurde mir - von wem eigentlich - von der Weltinsel auf die Binneninsel zurückgedreht.
Weshalb aber die Bahnhöfe? Meine ersten Texte entstanden Ende der achtziger Jahre in der Schwellenzeit zwischen analog und digital, auch formal: Ich übertrug die frühen, auf weich federnden mechanischen Maschinen getippten Fassungen auf den Bildschirm, was das rhythmische Gefüge veränderte: Die Texte wurden Flüssigkeiten, durchsichtig, liessen sich durchschwimmen, ich konnte Flächen umgiessen, ohne Schere und Leim zu verwenden.“

 

 2140386-61ee2d436a6606cdd59e0dc8c3fafee0.jpg
Peter Weber (Wattwil, 22 april 1968)
Wattwil

 

 

De Vlaamse dichter en essayist Jos de Haes werd geboren in Leüven op 22 april 1920. Zie ook alle tags voor Jos de Haes op dit blog.

 

Bewonderen

Ik mag mijn voet langs blanke vloeren schuiven.
Verrukkend, waar ik treed, zweven gewelven
trillend aan als regenbogen die wuiven
en in mijn ziel oneindge diepten delven.

Verlichte diepten, waar Uw beelden groeien
weerspiegeld, Tempels, waar de Goden wonen.
Laat uit Uw kleuren duizend bloemen bloeien,
die woorden worden en Uw schoonheid toonen.

Ik mag het klankbord van mijn ziel ontvouwen.
O mocht ik eens een blanken tempel bouwen.

 

 

Zeegezicht

Mijn zoetelief, in licht en verven
van eeuwen her ben ik, zijt gij.
In vuur en water minnen, sterven,
verteren en verrijzen wij.

In vuur en water, gelijk helden
die koppig op de voorplecht staan
en blauwe werelddeelen melden,
maar met de hoop in 't zicht vergaan.

Orkaan van zeewind en van duister,
ons gravend leven, zoute waan.
Een wrong van elementen bruist er
doorheen den donkren oceaan.

En over 't zwoegen van de zeilen
het verre roeren van 't geheim,
waar nevelrook en wolken ijlen,
en englen Gods rechtvaardig zijn.

Orkaan, ons leven: 't schielijk vreezen
van duizenden in ieder eeuw.
Hoe zou een vrouwenmond genezen
de diepe scheur van elken schreeuw...

Maar 'k zal u blind en vast beminnen
in de open golven van uw lach.
Nu aan de snaren van uw zinnen
mijn diepste wellen trillen mag,

nu gij nog dieper weet te beven,
nu 'k immer gravend naast u zit,
mijn zoetelief, over de reven
slaan schuim en zout ons wangen wit.

 

 2140386-2ce6ae3102eee8a5bcc3028ca26b7d82.jpg
Jos de Haes (22 april 1920 – 1 maart 1974)
Leuven, Oude Markt

 

 

De Duitse schrijver, musicus en schilder Thommie Bayer werd geboren op 22 april 1953 in Esslingen am Neckar. Zie ook alle tags voor Thommie Bayer op dit blog.

Uit:Heimweh nach dem Ort, an dem ich bin

„Also ignorierte ich den Anflug von Ärger, den mir ihr blasierter Ton verursachte, und ging zu ihr, lehnte mich an den Holzstapel und sah ihr in die Augen. Grün und Bernstein. Sie gähnte wieder. Sie hatte Mundgeruch.
»Und das, was du gerade tust, also hier liegen und in die Gegend schauen, wie fühlt sich das an? In Katzenkategorien gedacht?«
»Wie Vordemjagen, Nachdemschlafen oder Vordemspielen oder Nachdemessen.«
»Verarschst du mich?«
»Nein. Ich mag dich.«
»Warum?«
»Weil du mich magst. Und ich seh dir an, dass du schon mal um eine wie mich getrauert hast. Dein Blick ist liebevoll und sehnsüchtig, so als könnte ich vielleicht eine Wiedergängerin derjenigen sein, deren Fehlen du immer noch manchmal an deiner Haut spürst.«
Damit traf sie ins Schwarze. Und zwar mit solcher Wucht, dass ich den Blick von ihr abwandte, weil ich nicht wollte, dass sie sah, was in mir vorging.
Die Augen auf die Wiese gerichtet, versuchte ich, das Thema zu wechseln: »Du denkst also nur deinen Teil des Dialogs und schickst ihn dann auf irgendwie telepathische Weise in mein Gehirn, wo er sauber übersetzt in Menschensprache ankommt?«
»So etwa. Ja.«
»Dann bist du echt was Besonderes.«
»Gleichfalls. Du auch.«
»Wieso?
»Dem Hübschen macht der Spiegel Komplimente.«
Obwohl das nun ganz sicher was Nettes war, wurde ich den Verdacht nicht los, dass sie mich herablassend behandelte. Schon die Form ihrer Antwort, dieser Orakelton, war überheblich.
»Ist ein Spiegel eine Katzenkategorie?"

 

 2140386-5ebf52dbc4bd64509687765f05c57bef.jpg
Thommie Bayer (Esslingen am Neckar, 22 april 1953)

 

 

De Franse schrijfster Madame de Staël werd in Parijs geboren op 22 april 1766. Zie ook alle tags voor Madame de Staël op dit blog.

Uit: Delphine

“Madame d'Albémar à Matilde de Vernon.
Bellerive, ce 12 avril 1790.
Je serai trop heureuse, ma chère cousine, si je puis contribuer à votre mariage avec M. de Mondoville; les liens du sang qui nous unissent me donnent le droit de vous servir, et je le réclame avec instance. Si je mourois, vous succéderiez naturellement à la moitié de ma fortune: me seroit-il refusé de disposer d'une portion de mes biens pendant ma vie, comme les lois en disposeraient après ma mort? A vingt et un ans, convenez qu'il seroit ridicule d'offrir mon héritage à vous qui en avez dix-huit! Je vous parle donc des droits de succession, seulement pour vous faire sentir que vous ne pouvez considérer le don de la terre d'Andelys comme un service embarrassant à recevoir, et dont votre délicatesse doive s'alarmer.
M. d'Albémar m'a comblée de tant de biens en mourant, que j'éprouverois le besoin d'y associer une personne de sa famille, quand cette personne, ma compagne depuis trois ans, ne seroit pas la fille
de madame de Vernon, de la femme du monde dont l'esprit et les manières m'attachent et me captivent le plus. Vous savez que la sœur de mon mari, Louise d'Albémar, est mon amie intime; elle a confirmé avec joie les dons que M. d'Albémar m'avoit faits. Retirée dans un couvent à Montpellier, ses goûts sont plus que satisfaits par la fortune qu'elle possède; je suis donc libre, et parfaitement libre de
vous assurer vingt mille livres de rente, et je le fais avec un sentiment de bonheur que vous ne voudrez pas me ravir."

 

 2140386-fc1940ae1cc63f32d03d85d160ea5095.jpg
Madame de Staël (22 april 1766 – Parijs, 14 juli 1817)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:31 Reageer op dit bericht

Ana María Shua, Louise Glück, Robert Choquette, James Philip Bailey, Henry Fielding, Michael Schulte, Cabrera Infante, Ludwig Renn

De Argentijnse dichteres en schrijfster Ana María Shua werd geboren op 22 april 1951 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ana Maria Shua op dit blog.

Uit: Microfictions (Vertaald door Steven Stewart)

“The Tree Man of Java

Dede Koswara, the tree man of Java, is afflicted with a rare variant of human papillomavirus. Knot-like warts deform his extremities, making them look like tree branches. Through a costly surgical procedure, fifteen pounds of warts and calluses were able to be removed, but these soon started growing again. For a time, Koswara, who is the father of two children, was forced to work in a Badung circus to earn money for food. Luckily he no longer has to go back to the circus: thanks to a well-paying special on the Discovery Channel, he’s been able to buy some land for growing rice and a used car that he can’t drive with his branch-like hands. Not even Barnum paid his freaks so well (but neither did they have such a big audience).
Nevertheless, one shouldn’t spurn the trees’ opinion, who have a different perspective on the whole situation.

 

The Ambassadors from Mars

The brothers George and Willie Muse were kidnapped by unscrupulous promoters. They were first exhibited as Iko and Eko, the Ecuadorian Cannibals, and some years later as the Ambassadors from Mars.
In reality only one of them, Willie, was a Martian, but he never achieved the rank of ambassador. He was sent to earth and was implanted into his supposed mother’s womb at the same instant George was conceived. The original plan was that he would develop and be born as the twin brother of any old child.
Unfortunately for the planned invasion, the other occupant of this particular uterus turned out to be a very rare combination of genes: a black albino. The twins were so strange that they soon became circus attractions and the Martian operatives, not wanting attention, abandoned the experiment. Willie Muse died on Earth, at 108 years of age, 30 years after his twin brother.”

 2140384-0a6c298492dcfb48810e1d60ac6d5e47.jpg
Ana María Shua (Buenos Aires, 22 april 1951)

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Early Darkness

How can you say
earth should give me joy? Each thing
born is my burden; I cannot succeed
with all of you.

And you would like to dictate to me,
you would like to tell me
who among you is most valuable,
who most resembles me.
And you hold up as an example
the pure life, the detachment
you struggle to acheive--

How can you understand me
when you cannot understand yourselves?
Your memory is not
powerful enough, it will not
reach back far enough--

Never forget you are my children.
You are not suffering because you touched each other
but because you were born,
because you required life
separate from me.

 

 

First Memory

Long ago, I was wounded. I lived
to revenge myself
against my father, not
for what he was--
for what I was: from the beginning of time,
in childhood, I thought
that pain meant
I was not loved.
It meant I loved.

 

 2140384-9606ceecb142b07047f6748af97b60b7.jpg
Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en diplomaat Robert Choquette werd geboren op 22 april 1905 in Manchester, New Hampshire. Zie ook alle tags voor Robert Choquette op dit blog.

 

Recommencement

Beauté qui m'as blessé d'une langueur sereine,
Nature, floraison de forces souveraines,
A toi je viens, tranquille et puissant univers,
Du fond le plus troublé de mon âme, à travers
Les chemins raboteux de la souffrance humaine.
Asile, paradis où mon coeur me ramène,
Berceau de toute chose, éden mélodieux,
J'ai délaissé pour toi la maison de mes dieux
Et, tout sanglant encor des batailles livrées,
Je viens avec amour baiser tes mains sacrées.
Hélas ! je le vois bien, moi qui n'eus d'horizon
Que les murs sans couleur de la seule raison,
Fils de la ville obscure, et qui grandis en elle,
Je ne sais presque rien de la terre éternelle,
Quand de petits enfants lui parlent dans les champs.
Que je m'approche mieux de ces milieux touchants
Et regarde tout bas la nature féconde
Et dise ma prière à la beauté du monde !
Car, le front couronné de joie et de victoire,
Libre des vains travaux de la vaine raison,
Avide seulement d'un plus frais horizon
Et du sage plaisir que mon âme y devine,
Je fais mon paradis de la terre divine.

 

 

Village

Fils de la ville, enfant de tristesse et de bruit,
Ambitieux morose et qui te plains sans trêve,
Je saurai, si ton pied me suit,
Te conduire en un lieu plus charmant que tout rêve.

C'est un village assis dans les coteaux, et tel
Que l'on dirait, à voir ses blanches maisonnettes
Dormir sous l'azur immortel,
Petits moutons épars en un bois d'épinettes.

Sur le sentier bordant le lac cristallisé
On rencontre, fixée aux branches les plus hautes,
La corneille au regard rusé;
Et le chemin neigeux grimpe et descend les côtes.

Parfois un aboiement, une voix d'homme, un choc...
Mais de l'aube au couchant, par-dessus le village,
Un coq répond à l'autre coq
Et les pins font le bruit des vagues sur la plage.

 

 2140384-51d8043c4266b33a131222b0f8ed884f.jpg
Robert Choquette (22 april 1905 – 22 januari 1991)
In 1931 

 

 

De Engelse dichter James Philip Bailey werd geboren op 22 april 1816 in Nottingham. Zie ook alle tags voor James Philip Bailey op dit blog.

 

Festus - Xiii (Fragment)

Lucifer. Wait for what
Is on the wing already, or reach the end
As of an aimless lunge i' the empty air.
Knowledge, love, power, are thrones thy soul shall sit
In order due as promised. Patience, man!
We are as yet but minors, both of us.

Festus. Of pleasure one has hardly had a glimpse.

Lucifer. Each pleasure hastes thee to thine end, and man's.
Each new sought joy, each freshly proven power,
But draws the ends of all things like a hood,
Around thy fated head the closer.
Come.
Bethink thee of thy pact.

Festus. I do; a pact
Where abstinence only serves to quicken pain;
Indulgence, shorten pleasure.
Which to choose,
To let alone, which, wiser?

Lucifer. In them both
Is reason; but all--wise, man will never be.

Festus. Nay, come then, pretty patience. Sand by sand,
The world is worn away;--the sea hath sapped,
How oft! earth's vaulted base; times countless whelmed,
'Neath his abysmal bowl, the mountain tops.
'Tis but a matter of days. Most greatest things
Are gradual. Star on star, the heavens fulfil
Their issue; and truth quickens here the soul,
Dipped in substantial lightning of the sun
Spiritual, and with the eternal saving saved,
By every breath inspired of God. I yield.
Let us to that near hand: the end, deferred.
Life to enjoy, not only one must conform
To the world's laws, but bye--laws, customs, moods.
What can be done here?

 

 2140384-ffdc4d13005d985cc4b16af4ae2dd24f.jpg
James Philip Bailey (22 april 1816 – 6 september 1902)

 

 

De Engelse schrijver Henry Fielding werd op 22 april 1707 in Glastonbury geboren. Zie ook alle tags voor Henry Fielding op dit blog.

Uit: Tom Jones

“Tom Jones had many Visitors during his Confinement, tho' some, perhaps, were not ve∣ry agreeable to him. Mr. Allworthy saw him almost every Day; but tho' he pitied Tom's Sufferings, and greatly approved the gallant Behaviour which had occasioned them, yet he thought this was a favoura∣ble Opportunity to bring him to a sober Sense of his indiscreet Conduct; and that wholsome Advice for that Purpose, could never be applied at a more proper Season than at the present; when the Mind was sof∣tened by Pain and Sickness, and alarmed by Danger; and when its Attention was unembarrassed with those turbulent Passions, which engage us in the Pursuit of Pleasure.
At all Seasons, therefore, when the good Man was alone with the Youth, especially when the latter was totally at Ease, he took Occasian to remind him of his former Miscarriages, but in the mildest and tender∣est Manner, and only in order to introduce the Cau∣tion, which he prescribed for his future Behaviour; 'on which alone, 'he assured him, 'would depend his own Felicity, and the Kindness which he might yet promise himself to receive at the Hands of his Father by Adoption unless he should hereafter for∣feit his Good Opinion: For as to what had past,' he said, 'it should be all forgotten and forgiven. He, therefore, advised him to make a good Use of this Accident, that so in the End it might prove a Visitation for his own Good.'

 

 2140384-532881282d1056afaf66319314769f61.jpg
Henry Fielding (22 april 1707 - 8 oktober 1754)
Cover DVD

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Michael Schulte werd geboren op 22 april 1941 in München. Zie ook alle tags voor Michael Schulte op dit blog. Zie ook alle tags voor Michael Schulte op dit blog.

Uit: Zitroneneis

„Unvergeßlich jene Tage, an denen man ein altes, vergriffenes Buch findet oder eine neue Frau kennenlernt. Würde man öfter und systematischer die Antiquariate durchforsten, wäre die Privatbibliothek schon wesentlich reichhaltiger, wäre man weniger schüchtern, würde man gut und gern doppelt so viele Frauen kennen als man kennt, hätte man sich mit doppelt so vielen Frauen zerstritten, könnte man auf eine farbigere Biografie zurückblicken. Oft sieht man in der Kneipe eine Frau, allein sitzend, vielleicht sogar alleinstehend, deren Bekanntschaft zu machen man äußerst geneigt ist, man bestellt noch ein paar Bier, trinkt sich Mut an, und ist man schließlich beherzt genug, sich der Dame zu nähern, verfügt man gerade noch über genügend Vernunft, um sich zu erinnern, daß der erste Eindruck von entscheidender Bedeutung ist, in anderen Worten, die Frau, die da an dem Tisch sitzt und ihren dritten Kamliientee trinkt, sieht nicht so aus, als sei sie verrückt nach schwankenden, lallenden Männern.
(…)

Manchmal kommt man nicht umhin festzustellen, daß die Schöpfung alles andere als vollkommen ist. Aber man darf nicht ungerecht sein, manches ist durchaus gelungen. Der beste Einfall des Schöpfers war vielleicht, jedes Lebewesen mit der Fähigkeit des Schlafens auszustatten. Da hätte er ruhig mehr ins volle greifen sollen. Wenn die Menschen statt acht Stunden täglich zweiundzwanzig Stunden schlafen müßten, würden sie weniger Unheil anrichten. Es bliebe ihnen gerade Zeit, sich zu waschen, zu essen, abzuspülen und das Bett zu machen."

 

 2140384-8fc6208f422b5d4d97d1b770332b9f7b.jpg
Michael Schulte (München, 22 april 1941)

 

 

De Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante werd geboren op 22 april 1929 in Gibara, Cuba. Zie ook alle tags voor alle tags voor Guillermo Cabrera Infante op dit blog.

Uit: Coupable d'avoir dansé le Cha-Cha-Cha (Vertaald door Albert Bensoussan)

"Tous les névrosés ont le coeur religieux. Leur idéal est le plaisir sans la faute. Le névrosé est un criminel qui n'a pas le courage de commettre un crime". (Je pense à Pavese, qui a dit, juste avant de se tirer une balle : "Les suicidés sont des homicides timides.")
(…)

« Je pensais aussitôt à quelque chose que j'avais lu cet après-midi-là dans la Tombe et qui n'était pas une épitaphe. C'était presque au début, me semble-t-il, et je me mis à chercher. Combien de livres Renoir a-t-il écrits?/Qu'est-ce qu'un chef d'oeuvre? (tiens, ça m'intéresse) Permettez-moi d'en citer quelques-uns. Les Odes et les Épîtres d'Horace (l'un des rares poètes de l'antiquité que j'aie lus, que je puisse citer, que je dois citer : « Les ruines me trouveront impavides ») les Églogues et les Géorgiques (j'ai lu des parties de l'Énéïdes partagé entre l'ennui et l'admiration pour Frazer) de Virgile, le Testament de Villon (suivent trop de livres que je n'ai pas lus, à l'exception des Essais), les Essais de Mont/ Il n'y a pas de douleur semblable à celle que deux amants peuvent s'infliger l'un l'autre./Le communisme est une nouvelle religion qui nie le péché originel (comment peux-tu lire/transcrire ça? Palinure, tu risques ma peau ! Un Cubain à la mer ! À bâbord ! Une fois dans l'eau rien à faire. Ce qui est humiliant ce n'est pas la chute, mais les vêtements humides. À la troisième remontée je ne revis pas ma vie entière, mais simplement cette phrase: "Communiste, animal qui après avoir lu Marx attaque l'homme. » Elle est à toi, Cyril. Je te la laisse dans mon testament."

 

 2140384-db67cc76f2f27b28986c839d86526a73.jpg
Guillermo Cabrera Infante (22 april 1929 – 21 februari 2005)

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Renn (eig. Arnold Friedrich Vieth von Golßenau) werd geboren op 22 april 1889 in Dresden. Zie ook alle tags voor Ludwig Renn op dit blog.

Uit:Nachkrieg

„Nu, auch hier?" rief er und zog ein verschmitztes Gesicht. „Hat Ihre Truppe noch einmal gemeutert? Was war das doch für eine komische Übergangserscheinung, Ihre Sicherheitstruppe mit den Wahlführern!"
„Aber damals war sie gut, Herrn Major vor der Gefangennahme durch das Nachrichtenbataillon zu schützen!"
Er stutzte und lächelte schelmisch. „Nur nicht gleich feindlich! Natürlich war sie damals das Beste. Aber jetzt ist es eben anders."
Ich sah ihm nach. Aha, der Ton passte dir nicht. Jetzt ist es eben anders! Das heißt, jetzt haben wir, die Offiziere, wieder die Macht.
Bedeutend ernüchtert trat ich in das Geschäftszimmer der Abteilung. Der Schreiber schickte mich und Müller zur siebenten Hundertschaft. Die lag in derselben Baracke, wo ich im vorigen Jahre gelegen hatte. Am linken Ende war die Schreibstube. Da hatte ich im vorigen Jahre als Führer gesessen. Als ich eintrat, stand ein Mann mit Feldwebelabzeichen auf. „Die Hundertschaft besteht erst aus vier Mann, außer dem Hauptmann und mir. Sie werden Zugführer. Wir gehen gleich mal hinüber."
Die vier Mann waren erst gestern gekommen und hatten sich in die kleinste Stube einquartiert, denn die lange Baracke war wohl den ganzen Winter noch nicht geheizt worden. In der Stube ließ es sich auch nur durch dauerndes Einkacheln aushalten. Wir bekamen aber nicht soviel Kohlen, wie wir dazu brauchten, und gingen in die Waldstreifen zwischen den Baracken trockenes Holz sammeln. Das machten wir mehrmals am Tage, denn wir hatten keinen Dienst, und unser Leben bestand in Schlafen, Essen und der Sorge für unseren Ofen.
Am Abend kam der Hauptmann, ein kleiner Mann mit etwas krummen Beinen, einem hübschen Gesicht und einer Hornbrille. „Nu", sagte er liebenswürdig, „da sind wir ja wieder um zwei stärker geworden."

 

 2140384-88967a2de2c67a206bcf16699a10bc32.jpg
Ludwig Renn (22 april 1889 – 21 juli 1979)
Cover

Geschreven door Romenu om 10:30 Reageer op dit bericht

The Enkindled Spring (D. H. Lawrence)

 

Dolce far niente

 

 2140189-b98a2d57f81680f86e4598de3f999662.jpg
Printemps à Giverny
door Claude Monet, 1903

 

 

The Enkindled Spring

This spring as it comes bursts up in bonfires green,
Wild puffing of emerald trees, and flame-filled bushes,
Thorn-blossom lifting in wreaths of smoke between
Where the wood fumes up and the watery, flickering rushes.

I am amazed at this spring, this conflagration
Of green fires lit on the soil of the earth, this blaze
Of growing, and sparks that puff in wild gyration,
Faces of people streaming across my gaze.

And I, what fountain of fire am I among
This leaping combustion of spring? My spirit is tossed
About like a shadow buffeted in the throng
Of flames, a shadow that's gone astray, and is lost.

 

 2140189-bc11e75d0fcbe65c4fb4aef97b5a379a.jpg
D. H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
Eastwood, Nottinghamshire, de geboorteplaats van D. H. Lawrence

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 11:50 Reageer op dit bericht

Charlotte Brontë, Patrick Rambaud, John Mortimer, Charles den Tex, Ahmed Arif, Michael Mann

De Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

Uit:Jane Eyre

“He listened very gravely; his face, as I went on, expressed more concern than astonishment; he did not immediately speak when I had concluded.
"Shall I call Mrs. Fairfax?" I asked.
"Mrs. Fairfax? No; what the deuce would you call her for? What can she do? Let her sleep unmolested."
"Then I will fetch Leah, and wake John and his wife."
"Not at all: just be still. You have a shawl on. If you are not warm enough, you may take my cloak yonder; wrap it about you, and sit down in the arm-chair: there, — I will put it on. Now place your feet on the stool, to keep them out of the wet. I am going to leave you a few minutes. I shall take the candle. Remain where you are till I return; be as still as a mouse. I must pay a visit to the second storey. Don't move, remember, or call any one."
He went: I watched the light withdraw. He passed up the gallery very softly, unclosed the staircase door with as little noise as possible, shut it after him, and the last ray vanished. I was left in total darkness. I listened for some noise, but heard nothing. A very long time elapsed. I grew weary: it was cold, in spite of the cloak; and then I did not see the use of staying, as I was not to rouse the house. I was on the point of risking Mr. Rochester's displeasure by disobeying his orders, when the light once more gleamed dimly on the gallery wall, and I heard his unshod feet tread the matting. "I hope it is he," thought I, "and not something worse."
He re-entered, pale and very gloomy. "I have found it all out," said he, setting his candle down on the washstand; "it is as I thought."
"How, sir?"
He made no reply, but stood with his arms folded, looking on the ground. At the end of a few minutes he inquired in rather a peculiar tone —
"I forget whether you said you saw anything when you opened your chamber door."
"No, sir, only the candlestick on the ground."
"But you heard an odd laugh? You have heard that laugh before, I should think, or something like it?"
"Yes, sir: there is a woman who sews here, called Grace Poole, — she laughs in that way. She is a singular person."
"Just so. Grace Poole — you have guessed it. She is, as you say, singular — very. Well, I shall reflect on the subject. Meantime, I am glad that you are the only person, besides myself, acquainted with the precise details of to-night's incident. You are no talking fool: say nothing about it. I will account for this state of affairs" (pointing to the bed): "and now return to your own room. I shall do very well on the sofa in the library for the rest of the night. It is near four: — in two hours the servants will be up."

 

 2140176-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg
Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)
Charlotte Gainsbourg (Jane) en William Hurt (Edward) in de gelijknamige film uit 1996

 

 

De Franse schrijver Patrick Rambaud werd geboren op 21 april 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrick Rambaud op dit blog.

Uit: La Bataille

"Le maréchal Lannes était fatigué par quinze ans de combats et de dangers. Il venait de conduire l'affreux siège de Saragosse. Riche, marié à la plus belle et à la plus discrète des duchesses de la cour, fille d'un sénateur, il aurait voulu se retirer en famille dans sa Gascogne, voir grandir ses deux fils. Il était las de partir sans jamais savoir s'il reviendrait autrement que dans une caisse. Pourquoi l'Empereur lui refusait-il cette tranquillité ? Comme lui, la plupart des maréchaux n'aspiraient qu'à la paix des champs. Ces aventuriers, avec le temps, devenaient bourgeois. A Savigny, Davout construisait des huttes en osier pour ses perdreaux et à quatre pattes il leur donnait du pain ; Ney et Marmont adoraient jardiner ; MacDonald, Oudinot, ne se trouvaient à l'aise qu'entourés de leurs villageois ; Bessière chassait sur ses terres de Grignon s'il ne jouait avec ses enfants. Quant à Masséna, il disait de sa propriété de Rueil, qui regardait la Malmaison proche où se retirait l'Empereur : "D'ici, je peux lui pisser dessus !" Sur un ordre, ils étaient venus en Autriche, à la tête de troupes disparates et jeunes, qu'aucun motif puissant ne poussait à tuer. L'Empire déclinait déjà et n'avait que cinq ans. Ils le sentaient. Ils suivaient encore.
Lannes passait vite de la colère à l’ affection. Un jour il écrivait à sa femme que l’Empereur était son pire ennemi: «Il n’aime que pa boutade, quand il a besoin de vous » ; puis Napoléon le comblait de faveurs et ils se tombaient dans les bras. Leurs sorts restaient liés. Il y avait peu, dans les
escarpements difficiles d’ une sierra espagnole, l’Empereur s’était cramponné à son bras.
À pied, dans la neige qui les giflait en tempête, avec leurs hautes botte en cuir, ils dérapaient.
Ensemble ils avaient enfourché la volée d’un canon, et des grenadiers les avaient hissés comme sur un traîneau au sommet du col de Guadarrama."

 

 2140176-8c429037f1ce0db058f33320c65fc1d5.jpg
Patrick Rambaud (Parijs, 21 april 1946)
Cover

 

 

De Engelse schrijver John Mortimer werd geboren op 21 april 1923 in Londen. Zie ook alle tags voor John Mortimer op dit blog.

Uit: Rumpole and the Brave New World


"I don't see why not."
"We do our best to live through the trivialities of existence and get to the deeper understanding, then we go off to a little place in Chelsea for a light meal. Do you think your husband would understand it?"
"Not at all, but that won't stop me joining you."
"They will be enormously grateful. They've never met anyone who lived so near the Great Truth as you seem to do. We'll make a date, Mrs Rumpole. You must shed your light in as many dark holes as possible."
……..

The Rumpole practice in those days could be described as "jogging along". The mantelpiece wasn't entirely empty of briefs but they were of an unexciting and predictable variety. There was the case of Harry Timson, whose normally peaceful course of breaking and entering had become revealed to the authorities. This was owing to information, he strongly suspected, that was supplied by his cousin Percy, when he'd found himself in trouble over a quantity of stolen fish dinners. Such disloyalty was rare among the Timsons and Harry was pained by his cousin's behaviour.
While I was thinking these matters over at dinner in the kitchen in Froxbury Mansions (a couple of chops and boiled potatoes), I noticed Hilda looking at me in a strange and thoughtful manner. After a while she got up with a tea towel in her hand and made polishing motions in the air around my head.
"What on earth?"
"It's your aura." She Who Must was speaking entirely seriously. "I have to keep your aura clean. You want your aura polished, don't you?"
"I might do if I knew what on earth you were talking about."
"I'm sorry for you Rumpole, you have such a lot to learn about life."
With that she sat down apparently having got the aura satisfactorily dusted, and I wondered how far I could adjust myself to a world which was becoming more and more difficult to understand."

 

 2140176-80c66b52824d4834b87e0b321a415876.jpg
John Mortimer (21 april 1923 – 16 januari 2009)
Karikatuur van Leo McKern als Horace Rumpole

 

 

De Nederlandse schrijver Charles den Tex werd geboren in Box Hill, Australië, op 21 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles den Tex op dit blog.

Uit: Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd (Samen met Anneloes Timmerije)

“Het is een vlucht van niks, nauwelijks iets te navigeren, Guus en zijn bemanning hebben de route al zo vaak gevlogen dat er geen verrassingen meer zijn. Het weer is goed, de kist ligt als een huis in de lucht en ze hebben geen afwijkende opdrachten of taken meegekregen. Drie passagiers ophalen met hun bagage en naar de basis brengen. Eenvoudiger kan bijna niet en toch voelt Guus zich niet echt lekker. Eenmaal op afstand van de stad geeft hij de besturing aan zijn Twee, die het dankbaar van hem overneemt. Zo kan Guus met de radio aan de gang om het afluistersysteem in te schakelen. Hij pakt de koptelefoon en nog voor hij hem kan inpluggen heeft hij moeite om gewoon te doen. Alles wat hij doet, elke handeling voelt vreemd, onecht, en het lijkt alsof dat op zijn voorhoofd geschreven staat. Als hij aan een knopje draait, weet hij zeker dat zijn Twee zich meteen afvraagt waarom hij dat doet. En waarom op dat moment. Kleine handelingen worden groter en zwaarder, alsof hij overdreven veel kracht nodig heeft om ze uit te voeren. Hij is ineens rillerig, koortsig, zijn lijf voelt alsof hij griep onder de leden heeft, slap en vervelend. Het liefst zou hij al die spullen onaangeroerd laten en een beetje onderuitzakken in zijn stoel. Waarom zou hij die mannen afluisteren? Dat is niets voor hem. Hij is een vlieger. Klaar. Hij huivert, weet dat hij geen keus heeft. In een andere situatie zou hij ervan kunnen afzien, misschien, maar niet nu. Hij moet. Met een kort gebaar schakelt hij de microfoon in, zet zijn koptelefoon af en klautert uit zijn stoel. Als hij wordt achtervolgd door een Zero of als er op hem wordt geschoten en de vonken van de romp af springen, weet hij wat hij moet doen. In een gevecht jaagt zijn hart hem voort en spannen zijn spieren zich tot ze keihard zijn. Dat is anders, fysiek. Nu niet. Afluisteren is stiekem en de spanning springt achter zijn ogen, verspreidt zich via zijn gedachten door zijn lichaam, tot in zijn tenen. Hij moet bewegen om de zenuwen doorgang naar de passagiersruimte.
De drie mannen zitten niet op de plek waar hij ze had verwacht. Ai, die mogelijkheid had hij van tevoren moeten bedenken. Ze hebben banken achterin uitgekozen waardoor de microfoon iets verder van ze vandaan hangt en bovendien de verkeerde kant op gericht is. Als hij hem kan draaien heeft hij nog enige kans iets van hun gesprek te horen. De bevestiging met het ijzerdraad is flexibel genoeg om hem met één beweging de andere kant op te draaien. Maar dan moet hij dat wel doen zonder er de aandacht op te vestigen.
Een van de mannen heeft een opengevouwen dossier op schoot. Op het moment dat hij nadert kijkt de man het nog één keer in, maakt een aantekening met een potlood en slaat het vervolgens dicht.”uit zijn ledematen te laten lopen.
Even kijken hoe de heren het achter maken’, zegt hij en hij wurmt zich door de smalle

 

 2140176-00654829cf0a7bf7a89cb8e83affb251.jpg
Charles den Tex (Box Hill, 21 april 1952)
Affiche voor een lezing

 

 

De Turkse dichter van Koerdische afkomst Ahmed Arif werd geboren op 21 april 1927 in Diyarbakır, Zie ook alle tags voor Ahmed Arif op dit blog.

 

Anatolia

I gave cradles to Noah
Swings,hammocks
I am Anatolia
Do you know?

I'm ashamed
I'm ashamed of being poor
Naked in everyone's eyes
My seedlings gets cold
My blend is slack
Frienship,work,
Tie
Roses are open
In poet's and scientist's world
I stayed all alone
All alone and so far
Do you know?

I milked thousand years
They smashed with their horrible horsemans
My coy semiconscious sleeps
Rulers,attackers,bandits
They release extortion on me
I didn't care İskender
I didn't care Sultans
They passed away,shadowless
I said hi to my friend
Do you see ?

I wish you knew how I love
Köroğlu,
Karayılan,
Unknown soldier..
Pir Sultan and Bedrettin
Then the pen don't write
A nice love..
I wish you knew
How they loved me
I wish you knew
Who bullet in Urfa
On Mosque,brricade
On cypress
How he laughed to die
I really want you to know,
Do you hear ?

Don't be sad
Don't be upset
Wherever you are
Inside,outside,in school,on desk
Walk onto
Spit on hangman's face
Opportunist's,factious's
Hang on with book
Hang on with work
With claw,teeth
With hope,with love,with dream
Hang on don't be expose me

See how can I create again
With your honest,young hands
There are my daughters
Sons on future
All of them a piece of an unforgiven world
The buds of thousand years
On your eyes,
I'll kiss you on your eyes
I have my hope on you
Do you understand ?

 

 2140176-26d2754159662df044037e8bd68c8d11.jpg
Ahmed Arif (21 april 1927 - 2 juni 1991)
Cover

 

 

De Duitse literatuurwetenschapper en musicus Michael Mann werd als jongste kind van Thomas en Katia Mann geboren op 21 april 1919 in München. Zie ook alle tags voor Michael Mann op dit blog.

Uit: Die Manns. Geschichte einer Familie (door Tilmann Lahme)

„Michael Mann ist im Juni nach Paris zurückgekehrt, nimmt weiter Stunden bei seinem Geigenlehrer Galamian. Von seiner musikalischen Ausbildung handeln die Briefe an die Mutter selten. Zwei andere Themen stehen im Mittelpunkt: seine Pläne für die Hochzeit mit Gret Moser; und Geld, das immer fehlt und in jedem Brief aufs Neue eingefordert oder erbettelt wird. Im August kehrt auch das große Thema des Vorjahres zurück: der Bugatti. Der Sportwagen muss schon wieder repariert werden, und dabei ist ein zusätzlicher cldfaut bemerkt worden: Die Spur ist völlig verzogen, die neuen Reifen (die er auf Pump gekauft hat) sind dadurch schon wieder abgefahren. Michael Manns Begeisterung für sein »Wunder« ist verflogen. Er schreibt der Mutter von Plänen, den Wagen zu verkaufen, er habe auch schon einen Interessenten. »Den Defaut verschweige ich ihm natürlich«. Natürlich. Und schon folgt der obligatorische Abschnitt über »so vieeele, viele schoiiissliche Uunk000sten«. Zehn Tage später braucht er wieder Geld. Sie solle bloß nicht denken, er mache laufend Schulden nach dem Motto: Die Mutter zahlt sie ohnehin. So sei das nicht. Er lebe eigentlich »garnicht unsparsam«. Nur: »wenn ich bloß nicht immer solch abscheuliches Miss- und Ungeschick hätte.“
(…)

Die Familie lebt nach wie vor in einem privilegierten Exil, aber doch in unsicheren Zeiten, auch finanziell längst nicht mehr so weich gebettet wie in früheren Tagen. Die Ausgaben sind hoch, und die Zahl derer, die von der Mutter regelmäßig Geld erwarten, wird nicht geringer. Am wenigsten von allen in der Familie hat Michael Mann die Lage erfasst. Der Mutter schickt er, nach all den Bettelbriefen dieses Jahres, einige Wochen vor Weihnachten seinen Wunschzettel für das Fest: Lederhandschuhe, Manschettenknöpfe, Hemden, Hosen, eine Lederweste, eine Joppe, Pantoffeln, einen Seidenpyjama, feine Taschen- und Halstücher, eine Notenmappe (eine »schöne«), einen Notenständer, ein Grammophon, einen Geigenkasten, ein elektrisches Metronom, einen neuen Füllfederhalter, eine Armbanduhr, ein Feuerzeug, »Soir de Paris« (ein Parfüm), einen arabischen Teppich, ein Zigarettenetui ...“

 

 2140176-8c2d74af6d03c6a7d4ba72f58c6a6dce.jpg
Michael Mann (21 april 1919 - 1 januari 1977)
Hier met echtgenote Gret in 1937

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:49 Reageer op dit bericht

Peter Schneider, Meira Delmar, Alistair MacLean, Gerrit Wustmann, Népomucène Lemercier

De Duitse schrijver Peter Schneider werd geboren in Lübeck op 21 april 1940. Zie ook alle tags voor Peter Schneider op dit blog.

Uit: Die Lieben meiner Mutter

„Durch die Hilfe von Gisela Deus, die kaum älter ist als ich und die Sütterlinschrift auch nie gelernt hat, wurden die Briefe einer nach dem anderen lesbar. Sie hatte sich jedoch schon als Kind bemüht, die in der fremden Schrift geschriebenen Briefe ihrer Eltern zu entziffern.
Mit zunehmender Neugier las Gisela Deus sich in die Handschrift und den Seelenzustand meiner Mutter ein, aber auch ihr gelang es nicht, alle Wörter zu entschlüsseln. Mit der Zeit entwickelte sie eine Art Jagdinstinkt, der sie trieb, der Suche nach einem fraglichen Wort, einem Halbsatz so lange zu folgen, bis ihr die Lösung zufiel. Wenn sie nicht weiterkam, so erklärte sie, habe sie sich manchmal einen Kaffee gemacht, den Fernseher angeschaltet oder sei einkaufen gegangen. Aber die ganze Zeit über sei sie, ohne es zu wollen, in Gedanken zu der fraglichen Passage zurückgekehrt. Und plötzlich
sei die Lösung vor ihrem inneren Auge gestanden.
Meistens habe ihr nur die Einfühlung in die Diktion und den Seelenzustand meiner Mutter weitergeholfen. Sie wunderte sich, warum ich mir nie die Mühe gemacht hatte, der sie sich unterzog. Wenn ich nur gewollt hätte, meinte sie, hätte auch ich die Briefe lesen können.
Die Übersetzerin der Briefe meiner Mutter wurde im Lauf der Monate und Jahre zu einer unentbehrlichen Gesprächspartnerin. Anfangs rätselten wir gemeinsam nur über das eine oder andere unleserliche Wort.
Später ging es immer mehr um die Bedeutung eines ganzen Satzes, um seine Einordnung in den Kontext, um die Persönlichkeit der Verfasserin. Gisela Deus geriet immer mehr in den Sog der Briefe, sie lebte mit ihnen und begann sich mit der Verfasserin zu identifizieren.
Sie war angerührt von der melancholischen Grundmelodie der Briefe und von der Schönheit der Sätze, die meine Mutter für ihre Stimmungen gefunden hatte. Manchmal, so gestand sie mir, wenn sie im Wind auf einem kalten S-Bahnhof stand, fiel ihr eine Passage aus einem der zuletzt übersetzten Briefe ein und jagte ihr eine Gänsehaut über den Rücken. Sie wurde zu einer Anwältin meiner Mutter und verteidigte den einen oder anderen Brief gegen meine Lesart.“

 

 2140172-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg
Peter Schneider (Lübeck, 21 april 1940)

 

 

De Columbiaanse dichteres Meira Delmar (eig. Olga Isabel Chams Eljach) werd geboren in Barranquilla op 21 april 1922. Zie ook alle tags voor Meira Delmar op dit blog.

 

Solitude

There’s nothing like this bliss
of feeling so alone
in mid-afternoon
and in the middle of the wheat field;
under the summer sky
and in the arms of the wind
I am one more ear of wheat.

I have nothing in my soul,
not even a small sorrow,
nor an old remembrance
that would make me dream . . .
I only have this bliss
of being alone in the afternoon,
just with the afternoon!

A very long silence
is falling on the field,
for already the sun is leaving
and already the wind is leaving;
who would give me forever
this inexpressible bliss
of being, alone and serene,
a miracle of peace!

 

Vertaald door Nicolás Suescún

 

 2140172-1d5f651e7ce2ed13a08c3018cbab08e6.jpg
Meira Delmar (21 april 1922 - 18 maart 2009)

 

 

De Schotse schrijver Alistair Stuart MacLean werd geboren op 21 april 1922 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Alistair MacLean op dit blog.

Uit: The Golden Gate

“The operation had to be executed with a surgically military precision marked with a meticulousness that matched, in degree if not in scope, the Allied landings in wartime Europe. It was. The preparations had to be made in total stealth and secrecy. They were. A split-second co-ordination had to be achieved. It was. All the men had to be rehearsed and trained, over and over again until they played their parts perfectly and automatically. They were so trained. Every eventuality, every possible departure from the planned campaign had to be catered for. It was. And their confidence in their ability to carry out their plan, irrespective of reversals and departures from the norm, had to be total. It was. Confidence was a quality exuded by their leader, Peter Branson. Branson was thirty-eight years old, just under six feet tall, strongly built, with black hair, pleasant features, lips that were curved in an almost perpetual smile and light blue eyes that had forgotten how to smile many years ago. He was dressed in a policeman's uniform but he was not a policeman. Neither was any of the eleven men with them in that disused trucker's garage not far from the banks of Lake Merced, halfway between Daly City to the south and San Francisco to the north, although three were attired in the same uniform as Branson.
The single vehicle there looked sadly out of place in what was, in effect, nothing more than an open-ended shed. It was a bus, but barely, by normal standards, qualified for the term. It was an opulently gleaming monster which above shoulder level was composed, except for the stainless-steel crossover struts, entirely of slightly tinted glass. There was no regular seating as such. There were about thirty swivel chairs, anchored to the floor but scattered seemingly at random, with deep armrests and aircraft-type swing-out dining-tables housed in each armrest. Towards the rear there was a cloakroom and a remarkably well-stocked bar. Beyond that there was a rear observation deck, the floor of which had for the moment been removed to reveal the cavernous baggage department. This was filled to near capacity but not with baggage. This enormous storage space, seven and a half feet wide by the same in length, held, among other things, two petrol-driven electric generators, two twenty-inch searchlights, a variety of smaller ones, two very peculiar-looking missile-like weapons with mounting tripods, machine-pistols, a large crated unmarked wooden box, four smaller wooden boxes, and a variety of other items of material, conspicuous among which were large coils of rope.”

 

 2140172-9dd011df095bcc2bcc176a15a3a3a392.jpg
Alistair MacLean (28 april 1922 - 2 februari 1987)
In 1960

 

 

De Franse dichter en schrijver Népomucène Lemercier werd geboren op 21 april 1771 in Parijs. Zie ook alle tags voor Népomucène Lemercier op dit blog.

Uit: Agamemnon

«AGAMEMNON: Les golplies du Bosphore et les fies cl'AEgée aux pieds du mont Athos la Thrace interrogée, la florissante Épire, et Corinthe, et Délos, Athènes, que la nier vient laver de ses flots, ignorent de quels vents sa flotte fut poussée; même on dit que Pallas, dans Pergame offensée venge sur tous les Grecs son temple ensanglanté, et les livre au trident de Neptune irrité. Des débris des vainqueurs l'onde au loin est couverte; déjà du grand Ajax et du fils de Laërte, l'un est errant, captif, dans des pays déserts, l'autre , atteint de la foudre , a péri clans les mers. En proie au même sort, Agamemnon sans doute t'épargneral'instant que ta haine redoute, et sa mort te livrant.Micène et tous ses droits, met dans tes mains sa veuve et le sceptre des rois. •
ÉGISTE: Sa mort, ou son retour, que tu crois si funeste doit peu m'épouvanter : je suis fils de Thieste.
PALLENE: Egiste , je t'entends; c'est, témoigner assez combien à-son trépas tes voeux intéressés....
ÉGISTE: S'il n'est plus, je reprends tous mes droits à l'empire; s'il rentre dans Argos....
PALLENE: eh bien? parle.....
ÉGISEE: il expire. Ma 'vengeance Pattend la mort est sous ses pas.
PALLENE: D'un projet si hardi tu ne frémirois pas?
ÉGISTE. Je frémis du repos où languit ma colère, des cris qu'ont exhalés les mànes de mon père, de ce nom emprunté qui cache dans ces lieux tous une humble infortune Égiste furieux. PALLENE: Ainsi L'opinion que nos soins ont nourrie ne voit toujours en toi qu'un prince d'Illyrie , et le nom de Plexippe?...
ÉGISTE:. Oui l'allène , ce nom trompa jusqu'aujourd'hui la cour d'Agamemnon. Te dirai-je , combien révoltant mon courage , cette lente imposture est pénible à ma rage, combien dans ce palais je dévore d'ennuis! ... Il est temps qu'un forfait révèle qui je suis.
PALLENE: Ainsi donc tes destins sont inconnus encore.
ÉGISTE: Clitemnestre les sait, le reste les ignore."

 

 2140172-1fda8d4e83ae3d7dfc62e05e59234a04.jpg
Népomucène Lemercier (21 april 1771 – 7 juni 1840) 

 

 

Onafhankelijk van geboortedagen:

De Duitse dichter Gerrit Wustmann werd in 1982 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Wustmann op dit blog.

Uit: Istanbul Bootleg

 

haci

fiinfrnal täglich schallt
grüne einsamkeit durch die straßen
hallt der gebetsruf der simitçi trifft
auf stumme katzenpfoten
auf alte schleifwerkzeuge
und die kälte die kälte
unter der haut die kälte
einer grünen dir

 

 

tater beyi

winken weißer hände wo
nichts ist und niemals etwas war
durch die begrünte schlucht in der
man sich nie mehr begegnen wird

durch das loch
im küchenfußboden
blinzelt der himmel

der bauzaun wird abgebrochen
oberflächenfotografie der fassade
der schutt ist abgetragen die leere
zugestellt mit glasfassaden jetzt
geht der blick durch hölzerne gitter
trifft sich im kleinsten gemeinsamen grün

 

 2140172-932f63ae5dae70867f18b0b9fa346f53.jpg
Gerrit Wustmann (Keulen, 1982)

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Prijs der Nederlandse Letteren voor Judith Herzberg

 

Prijs der Nederlandse Letteren voor Judith Herzberg

De Nederlandse dichteres en schrijfster Judith Herzberg krijgt dit jaar de Prijs der Nederlandse Letteren, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor een auteur die een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. Dat heeft het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie besloten. De prijs, waaraan een geldbedrag van 40 duizend euro is verbonden, wordt afwisselend uitgereikt door de Nederlandse en de Belgische koning. In november krijgt de 83-jarige Herzberg de onderscheiding uit handen van koning Willem-Alexander. Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

 

Wat zij wilde schilderen

Zij schildert wat zij niet kan eten
niet kan bezitten niet beschrijven.
Zij schildert wat niet stil blijft
zitten niet gelijk blijft niet
verandert. Zij schildert wat zij
niet kan kweken niet kan vangen
niet vergeten. Zij schildert
wat zij niet kan raden pakken
of begrijpen. Wat ze niet
omhelzen kan verwennen
of verwijten. Verwaarlozen,
laten verwilderen. Omhakken,
verscheuren. Verbranden.
Betreuren. Zij schildert
waar zij niet van slapen kan
wat ze zich niet herinnert,
niet in kleur. Wat zij niet zingen
kan niet juichen.
Het onomlijnde blijft.
onomlijnbaar lokken.

 

 

Trillingsgetal

Je telefoonnummer dreunt in mijn hoofd
licht trappelende dreun. Het volgt me
onder alles door, drukt zich terwijl ik lees
zet zich onder de woorden voort terwijl
ik schrijf.

En laat ik het heel even los
dan rent het naar de telefoon en draait
zodat er in jouw lege huis een rinkel
klinkt die niemand hoort. Misschien
trilt er een kopje mee als in de toon
haar hoogte even wordt geraakt.
Hoogstens knapt er een vaas.

 

 

Hij is zo dik en zij zo klein

Hij is zo dik en zij zo klein
hoe zou ze hem omhelzen.
Hij is zo moe en zij zo klein
hoe zou ze hem begrijpen.
Hij loopt zo slecht en zij zo klein
hoe staan ze samen stil.
Hij is zo grijs en zij zo klein
hoe. Hij wenste iemand, onbesmet
door zo'n onhebbelijk verleden als het zijne
en zij is zo klein.

 

 2140143-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

Geschreven door Romenu om 07:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten