Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 mei 2018 tot 22 mei 2018

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Johannes R. Becher, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Catulle Mendès, Takis Würger

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Seizoen

Ik rijd in de mist die bitter smaakt
en niemand luistert hoe ik schreeuw
(niemand)
verhoor me
voor het laat wordt.
(De zon neigt ter kimme. Hoe is het mogelijk het is
herfst, allerlei dingen vallen, wind).
Op het verlichte klokje is het vijf voor zes.
Hopeloos floepen de koplampen aan.

Mijn auto haast zich,
de wegen zijn volmaakt
en ik verlies me naar alle richtingen
in een afwezig landschap, in de mist
en de mist ben ik.
Als traangas glijd ik me door de handen.

 

 

Wapenrustingen

Eeuwenlang. Vertraagde lente, alle

Licht blijft nog voorzichtig
Winters porcelein. Op de vijvers
Rust nog steeds het deksel van het
IJs, terwijl de dwangbuis van hun

Zwijgen - hun gelijkenis - nog
Altijd op de trappen voor de
Gloriette ligt, en zich al eeuwen
Tegen alle stijgende bewegingen

Verweert. Want ook al staan ze
Klaar (zo hoog verheven boven
Balustraden dat ze slechts een
Bovenmens kunnen verwachten), ze willen

Geen voltooiing. Zelfs als er al een aankomst
Is, zal het er geen van goden zijn.

 

 

Kapuzinergruft

Alsof de beelden

Op de kisten zelf al foto's waren
In zwartwit. De kleur is weg, zoals
Bij ingemaakte vruchten. En wat hier
Dan verduurzaamd werd, is al bij

Voorbaat ondermijnd. De bronzen
Adelaars en kransen roesten sneller
Dan hersteld kan worden, maar niet dat
Is van belang. Wat telt is herfst, barok -

De overdaad die in zichzelf niet
Meer gelooft. De kroon die op een
Schedel staat, verdriet dat vier
Pleuranten nodig heeft. En de beloofde

Eeuwige herinnering die doodvalt op het
Ongeloof van ons, vereeuwigers der dingen.

 

 2148574-80be7cd75d6664c5a69d0f17887ed55f.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)
Cover

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook alle tags voor Arthur Conan Doyle op dit blog.

Uit:The Return of Sherlock Holmes

"Yes; there was a tantalus containing brandy and whisky on the sea-chest. It is of no importance to us, however, since the decanters were full, and it had therefore not been used."
"For all that its presence has some significance," said Holmes. "However, let us hear some more about the objects which do seem to you to bear upon the case."
"There was this tobacco-pouch upon the table."
"What part of the table?"
"It lay in the middle. It was of coarse seal-skin -- the straight-haired skin, with a leather thong to bind it. Inside was `P.C.' on the flap. There was half an ounce of strong ship's tobacco in it."
"Excellent! What more?"
Stanley Hopkins drew from his pocket a drab-covered note-book. The outside was rough and worn, the leaves discoloured. On the first page were written the initials "J.H.N." and the date "1883." Holmes laid it on the table and examined it in his minute way, while Hopkins and I gazed over each shoulder. On the second page were the printed letters "C.P.R.," and then came several sheets of numbers. Another heading was Argentine, another Costa Rica, and another San Paulo, each with pages of signs and figures after it.
"What do you make of these?" asked Holmes.
"They appear to be lists of Stock Exchange securities. I thought that `J.H.N.' were the initials of a broker, and that `C.P.R.' may have been his client."
"Try Canadian Pacific Railway," said Holmes.
Stanley Hopkins swore between his teeth and struck his thigh with his clenched hand.
"What a fool I have been!" he cried. "Of course, it is as you say. Then `J.H.N.' are the only initials we have to solve. I have already examined the old Stock Exchange lists, and I can find no one in 1883 either in the House or among the outside brokers whose initials correspond with these. Yet I feel that the clue is the most important one that I hold. You will admit, Mr. Holmes, that there is a possibility that these initials are those of the second person who was present -- in other words, of the murderer. I would also urge that the introduction into the case of a document relating to large masses of valuable securities gives us for the first time some indication of a motive for the crime."

 

 2148574-fe374130e04b3282a402cabb8f3798c3.jpg
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)
Cover audioboek

 

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

Cow

All the sobbing weepers wept
At the fate of the fighting cow
And that cow is milch; she exudes a gallon's milk
But she is robbed; by the members of her own house
And the house has its owners and eleven doors
And underground tunnels and a sea of wolves
The ogres of the house stand by day
But on a known set date; the Romans did the deed
They pushed the locks; the guards fled
The outsiders came and sucked the milk
And the cow yells and screams 'O My Children'
But the children of shame, were fast asleep
The cow was oppressed, by oppression, overwhelmed
She fell into the well; the bystanders asked
'Well, why did she fall?
'
She fell from fear
'From where does this fear come? '
It comes from blindness
She fell because of hunger and because of idleness
That dark fighting cow
The crying tunes of the weeper wept
At the fate of the fighting cow


Vertaald door Walaa Quisay

 

 

O Palestinian

O Palestinian, the gunman threw you out
With Zionism your doves were murdered in your arms
O Palestinian, I want travel to your land
With fire in my hands, and my hands in your hands
Against the serpent. And death to the ways of Hulagu!

O Palestinian, you have been away from your homeland for too long
And in the deserts, you are the refugees and victims
The land misses its peasants and its streams of water
Revolution is your end, and victory is the first step!

O Palestinian the revolution is certain
With rifles we will force a new life
No matter how long the road maybe
Rapid footsteps will heal you

O Palestinian, Vietnam is your good luck charm
Victorious she rose from a hundred thousand incursions
The candle is lit and the whole situation was lost
They went back confused, may this happen to you too!!

 

 2148574-c783efa93ba0bff431e703b465df35e6.jpeg
Ahmed Fouad Negm (22 mei 1929 – 3 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904 in Assen. Zie ook alle tags voor Anne de Vries op dit blog.

Uit: Bartje

“En ons wichtjen, dat dood is, een fikse meid zou 't nou wezen.... As zij maar niet....’ Ja, às - as is verbrande turf. As komt bij de molen te pas. Maar moeder zit dan met tranen in de ogen en zij zucht zó diep, het lijkt of aan haar twee dode kiender nog meer haar hart hangt dan aan de acht, die nog in leven zijn.
Dâ's gek, vloeken is slecht en tòch moet je voor vader wel eerbied hebben, als hij het doet. Het klinkt zo geweldig als een onweer. Het maakt iets binnen in je helemaal koud en stijf en het zakt zwaar in je benen. Net als wanneer die grote kwaaie hond van boer Berends vlak achter je blaft. Dan wil je graag weglopen en je kunt het niet. Gek is dat!
Och ja, wat is Bartje toch eigenlijk nog maar een klein knulletje, bij vader vergeleken. En bij Gert en Arie ook. Hij hoort nog bij de porken, al is hij dan de ondste van hen. De porken, dat zijn de kleintjes, die nog niet naar school gaan, op wie de groteren minachtend neerkijken en die nog geen recht van meepraten hebben: ‘Hou je stil, jong, ie bent nog maar een pork.’ Nou, dan ben je stil natuurlijk. Want reken eens: Gert kan al op zijn vingers fluiten. En op vaders fiets rijden, met zijn ene been tussen de stangen. En over de sloot springen voor het huis, zonder aanloop, verjoppie! En Arie kan peukjes sigaren roken, die hij bij de weg vindt. Maar als moeder het merkt, draait ze zijn oor om, dat het helemaal rood wordt. Dat is zo raar! Dan heeft hij één rood en één wit oor.
Maar wat kan hij, Bartje? Niet veel. Op zijn kop staan, met de benen tegen de muur. In de appelboom klimmen. En soms, als 't lukken wil, een beetje fluiten.... Nou, meer eigenlijk niet. Wat is dat nou?.... O ja, èn 's morgens handig uit bed komen. Slim is hij wel. ‘Ons Bartje is nog een pork, maar hij is een gluipertien,’ vertelt moeder tegen alle mensen, die naar hem vragen. Maar dat moet je wel wezen, anders heb je helemaal niks te vertellen in de wereld. - Pas op, daar komt vader aan.
‘'k Zou wat vortmaken, as ik joe was,’ zegt moeder. Va bromt wat, maar hij haast zich niet. Hij gaat naar buiten, om zich te wassen en Bartje loopt als een hondje met hem mee. Hij houdt bij de pomp vaders pijp vast en reikt hem de handdoek aan.”

 

 2148574-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)
Cover

 

 

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. Zie ook alle tags voor Johannes R. Becher op dit blog en ook alle tags voor J. R. Becher.

 

Kinderschuhe aus Lublin (Fragment)

Es muss ein Strümpfchen mit sich schleifen,
das wund gescheuert ist am Knie....
Was soll der Zug? Wer kann `s begreifen?
Und diese ferne Melodie....

Auch Schuhchen können weinen, lachen....
Da fährt in einem leeren Schuh
ein Püppchen wie in einem Nachen
und winkt uns wie im Märchen zu.

Hier geht ein Paar von einem Jungen,
das hat sich schon als Schuh gefühlt,
das ist gelaufen und gesprungen
und hat auch wohl schon Ball gespielt.

Ein Stiefelchen hat sich verloren
und findet den Gefährten nicht,
vielleicht ist der am Weg erfroren -
ach, damals fiel der Schnee so dicht....

Ihr heimatlosen, kinderlosen,
wer schickte euch? Wer zog euch aus?
Wo sind die Füßchen all, die bloßen?
Ließt ihr sie ohne Schuh zu Haus?

Der Richter kann die Frage deuten.
Er nennt der toten Kinder Zahl.
....ein Kinderchor. Ein Totenläuten.
Die Zeugen gehen durch den Saal.

Die Deutschen waren schon vertrieben,
da fand man diesen schlimmen Fund.
Wo sind die Kinder nur geblieben?
Die Schuhe tun die Wahrheit kund:

Es war ein harter dunkler Wagen.
Wir fuhren mit der Eisenbahn.
Und wie wir in dem Dunkel lagen,
so kamen wir im Dunkel an.

 

 2148574-13b45b3b6f5a0412c27d138e7d2df222.jpg
Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958) 
Hier 2e van links tussen Ivo und Margarete Hauptmann, zoon en weduwe van Gerhart Hauptmann in 1946

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook alle tags voor Kees Winkler op dit blog.

 

Samen 2

Zo werd het huis voor haar geschikt
haar boeltje werd erin gemikt
het gaat veel meer prozaisch nu
het vlees begeert een andere jus

De gele stoelen zijn gebleven
als horigen van vroeger leven
het nieuwe kussen staat in bloei
naast onbeperkte plantengroei

Vegetatief werd ons bestaan
geen edelvrouw die bedelt aan
het koningschap van mijn geslacht

Wij hebben samen alle macht
geen enkel kind wordt voortgebracht
alleen haar sokjes blijven aan

 

 

Roos

Een tuinman snoeit de rozen
ik rook een sigaret
en kijk naar het eindeloze
wolkensilhouet

Mijn wilde loten snoei ik
al kijkend naar de lucht
uiterst zelden bloei ik
zonder vloek of zucht

Meestal zijn de wegen
lopende naar het gedicht
dadelijk doodgezwegen
al vóór de lucht gezwicht

Op eenmaal zal ik bloeien
zonder slag of stoot
plots uit mijn vingers groeien
op eenmaal bloei ik dood

 

 2148574-ec9e2c7e31a1a2d93a7e8221453c2174.jpg
Kees Winkler (22 mei 1927 – 1 april 2004)
 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook alle tags voor Gérard de Nerval op dit blog.

Uit: Het treurige beroep van een schrijver (Vertaald door Edu Borger)

“Raoul achtte het verstandig zich niet bekend te maken voordat hij het hartje van zijn goede stad bereikt had; hij bedekte zijn snor met een slip van zijn mantel en beval Claude Vignet aan nog even de stralen van zijn apollinische aangezicht onder de neergeslagen vleugel van zijn grijze vilthoed te verbergen.
Na de Saint-Victorpoort gepasseerd te zijn en langs het riviertje de Bièvre gelopen te hebben, waarbij zij door de groenende akkers kwamen, die zich nog lange tijd links en rechts uitstrekten voordat zij de naaste omgeving van het Île de la Cité bereikten, vertrouwde Spifame zijn gunsteling toe dat hij zo’n vermoeiende expeditie zeker nooit ondernomen zou hebben en zich niet voorzichtigheidshalve aan zo’n beschamend incognito onderworpen zou hebben als er voor hem niet een veel gewichtiger belang in het spel was dan dat van zijn vrijheid en zijn heerschappij. De ongelukkige was jaloers! Jaloers om wie? Om de hertogin van Valentinois, Diane de Poitiers, zijn schone maîtresse, die hij al een paar dagen niet meer had gezien en die zich ver van haar koninklijke ridder in het ene na het andere avontuurtje stortte! ‘Geduld,’ zei Claude Vignet, ‘in gedachten scherp ik al martialeske epigrammen die dat lichtzinnige gedrag zullen afstraffen. Maar uw vader Frans zei het reeds: ‘‘Wispelturig is de vrouw...!’’ ’ En aldus redekavelend waren zij reeds de drukke straten van de rechteroever ingelopen en bevonden zij zich al spoedig op een vrij groot plein in de nabijheid van de Onnozele-Kinderenkerk waar het wemelde van de mensen, want het was marktdag.”

 

 2148574-abe83cfa564946441e10dec5c2ac0505.jpg
Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855) 
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Catulle Mendès op dit blog.

 

Oubli

Allez, vieilles amours, chimères,
Caresses qui m’avez meurtri,
Tourments heureux, douceurs amères,
Abandonnez ce cœur flétri !

Sous l’azur sombre, à tire-d’ailes,
Dans l’espoir d’un gîte meilleur,
Fuyez, plaintives hirondelles,
Le nid désormais sans chaleur !

Tout s’éteint, grâce aux jours moroses,
Dans un tiède et terne unisson.
Où sont les épines des roses ?
Où sont les roses du buisson ?

Après l’angoisse et la folie,
Comme la nuit après le soir,
L’oubli m’est venu. Car j’oublie !
Et c’est mon dernier désespoir.

Et mon âme aux vagues pensées
N’a pas même su retenir
De toutes ses douleurs passées
La douleur de s’en souvenir.

 

 

Exhortation

Être homme ? tu le peux. Va-t’en, guêtré de cuir,
L’arme au poing, sur les pics, dans la haute bourrasque,
Et suis le libre isard aussi loin qu’il peut fuir !

Fais-toi soldat ; le front s’assainit sous le casque.
Jeûnant pour avoir faim et peinant pour dormir,
Sois un contrebandier dans la montagne basque !

Mais, dans nos vils séjours, ne t’attends qu’à vieillir.
Les pleurs mentent ainsi que le rire est un masque ;
Tout est faux : glas du deuil et grelots du plaisir.

Et comme l’eau rechoit, par flaques, dans la vasque,
C’est notre vieux destin qu’en un lâche loisir
Se raffaisse toujours notre volonté flasque

Entre l’ennui de vivre et la peur de mourir.

 

 2148574-643c2a0e2c4e6ad0978254cc044e555b.jpg
Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 februari 1909)
In 1907

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Takis Würger werd geboren in 1985 in Hohenhameln. Zie ook alle tags voor Takis Würger op dit blog.

Uit: Der Club

„Jeden Abend hörte ich ihren Husten durch die Dielen meines Kinderzimmers. Das Geräusch half mir beim Einschlafen. Die Eltern sagten mir, dass der Krebs aufgehört habe zu wuchern, die Bestrahlung, die sie nach der Geburt bekommen hatte, habe gewirkt. Ich merkte mir das Wort »Remission«, obwohl ich nicht wusste, was es hieß. So, wie meine Mutter schaute, als sie es sagte, schien es etwas Gutes. Sie sagte mir, dass sie sterben würde, aber niemand wüsste, wann. Ich glaubte, solange ich keine Angst hatte, würde sie leben.
Ich spielte nie. Ich verbrachte meine Zeit damit, die Welt zu beobachten. An den Nachmittagen ging ich in den Wald und schaute zu, wie die Blätter sich bewegten, wenn der Wind sie berührte. Manchmal saß ich neben meinem Vater an der Werkbank und beobachtete, wie er Eichenholz drechselte, und roch den Duft frischer Späne. Ich umarmte meine Mutter, wenn sie Marmelade aus weißen Johannisbeeren kochte, und horchte an ihrem Rücken, wenn sie hustete.
In die Schule ging ich ungern. Das Alphabet lernte ich schnell, und Zahlen mochte ich, weil sie geheimnisvoll waren, Lieder singen oder Blumen aus Pappe basteln fiel mir schwer.
Als wir im Deutschunterricht anfingen, Geschichten zu schreiben, verstand ich, dass die Schule mir helfen könnte. Ich schrieb Texte, die vom Wald handelten und von den Arztbesuchen meiner Mutter, und die Geschichten machten mir die Welt weniger fremd, sie erlaubten mir, eine Ordnung zu schaffen, die ich nicht sah. Von meinem Taschengeld kaufte ich mir ein Tagebuch und begann, jeden Abend darin zu schreiben. Ich weiß nicht, ob ich ein Streber war, falls ja, war es mir egal.
Es gab verschiedene Gruppen in der Schule: die Mädchen, die Fußballer, die Handballer, die Gitarrenspieler, die Russlanddeutschen, die Jungs, die in den schönen, weißen Häusern am Waldrand wohnten. Ich mochte keinen Ballsport und spielte kein Instrument, ich wohnte nicht in einem der weißen Häuser und sprach kein Russisch. Die Mädchen stellten sich in der Pause zu mir, und als die Jungs aus meiner Klasse das sahen, lachten sie, deswegen versteckte ich mich in den Pausen oft hinter einem Aquarium, wo ich allein war.“

 

 2148574-b1d5db9ce9e2ef1af345dce5f8aefbf1.jpg
Takis Würger (Hohenhameln, 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2017.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Pinksteren II (Willem de Mérode)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 2148180-57941fc6cca374704ca30f485b25932a.jpg
De nederdaling van de Heilige Geest door Francesco de Mura, midden 18e eeuw

 

Pinksteren II

Wij smeeken: met Uw Geestes gloed
Verteer ons als een offerande.
O, dit is onze diepe schande
Dat wij zoo koud zijn van gemoed.

Als een versiersel op ons hoofd
Willen we uw stille vlam wel dulden,
O God, vergeef ons onze schulden,
Dit: dat ons hart is uitgedoofd.

Neem weg, het vooze pronkend woord,
Dat U niet kent, ons niet behoort,
Geleend geluk, geborgde schande,

En hoor de oprechte rauwe kreet,
Die scheuren in Uw hemel reet
Verteer ons als een offerande.

 

 

 2148180-2b4004bcb496c5cbb507bd823584ca7f.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 -  22 mei 1939)
Spijk, de geboorteplaats van Willem de Mérode, geschilderd door Ciano Siewert, z.j.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:36 Reageer op dit bericht

Gabriele Wohmann, Amy Waldman, Maria Semple, Urs Widmer, Emile Verhaeren, Robert Creeley, Alexander Pope, Tudor Arghezi, Suzanne Lilar

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Ein netter Kerl

„Ach, sagte Nanni, sie seufzte und rieb sich den kleinen Bauch, ach ich bin erledigt, du liebe Zeit. Wann kommt die große fette Qualle denn wieder, sag, Rita, wann denn? Sie warteten alle ab.
Er kommt von jetzt an oft, sagte Rita. Sie hielt den Kopf aufrecht.
Ich habe mich verlobt mit ihm.
Am Tisch bewegte sich keiner. Rita lachte versuchsweise und dann konnte sie es mit großer Anstrengung lauter als die anderen, und sie rief: Stellt euch das doch bloß mal vor: mit ihm verlobt! Ist das nicht zum Lachen!
Sie saßen gesittet und ernst und bewegten vorsichtig Messer und Gabeln.
He, Nanni, bist Du mir denn nicht dankbar, mit der Qualle hab ich mich verlobt, stell dir das doch mal vor!
Er ist ja ein netter Kerl, sagte der Vater. Also höflich ist er, das muß man ihm lassen.
Ich könnte mir denken, sagte die Mutter ernst, daß er menschlich angenehm ist, ich meine, als Hausgenosse oder so, als Familienmitglied.
Er hat keinen üblen Eindruck auf mich gemacht, sagte der Vater.
Rita sah sie alle behutsam dasitzen, sie sah gezämte Lippen. Die roten Flecken in den Gesichtern blieben noch eine Weile. Sie senkten die Köpfe und aßen den Nachtisch.”

 

 2148172-b16d090582c9bb6d751a2b2499b1b214.jpg
Gabriele Wohmann (21 mei 1932 – 22 juni 2015)
Cover verhalenbundel

 

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: The Submission

"It's French, the wallpaper," the mayor's aide, his woman on the jury, piped up. "My point being," Ariana went on, "that gardens aren't our vernacu-lar. We have parks. Formal gardens aren't our lineage." "Experiences matter more than lineages," Claire said. "No, lineages are experiences. We're coded to have certain emotions in certain kinds of places." "Graveyards," Claire said, an old tenacity rising within her. "Why are they often the loveliest places in cities? There's a poem—George Herbert—with the lines: 'Who would have thought my shrivel'd heart / Could have recover'd greennesse?'" A college friend had written the scrap of poetry in a condolence card. "The Garden," she continued, "will be a place where we—where the widows, their children, anyone—can stumble on joy. My husband . . ." she said, and everyone leaned in to listen. She changed her mind and stopped speaking, but the words hung in the air like a trail of smoke. Which Ariana blew away. "I'm sorry, but a memorial isn't a grave-yard. It's a national symbol, an historic signifier, a way to make sure anyone who visits—no matter how attenuated their link in time or ge-ography to the attack—understands how it felt, what it meant. The Void is visceral, angry, dark, raw, because there was no joy on that day. You can't tell if that slab is rising or falling, which is honest—it speaks ex-actly to this moment in history. It's created destruction, which robs the real destruction of its power, dialectically speaking. The Garden speaks to a longing we have for healing. It's a very natural impulse, but maybe not our most sophisticated one." "You have something against healing?" Claire asked. "We disagree on the best way to bring it about," Ariana answered.
"I think you have to confront the pain, face it, even wallow in it, before you can move on." "I'll take that under consideration," Claire retorted. Her hand clamped over her wineglass before the waiter could fill it.
Paul could barely track who was saying what. His jurors had devoured the comfort food he had requested—fried chicken, mashed potatoes, brussels sprouts with bacon—but the comfort was scant. He prided him-self on getting along with formidable women—was, after all, married to one—but Claire Burwell and Ariana Montagu together strained him, their opposing sureties clashing like electric fields, the room crackling with their animus. In her critique of the Garden's beauty, of beauty itself, Pauk sensed Ariana implying something about Claire.”

 

 2148172-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en scenariste Maria Keogh Semple werd geboren op 21 mei 1964 in Santa Monica, Californië. Zie ook alle tags voor Maria Semple op dit blog.

Uit: This One Is Mine

“With enough Ivy League pluck to sit on a dirty sidewalk and not care who saw her? It was done and done. He had to have her. As he stepped forward, she absentmindedly twisted her long hair off her neck. That’s when he first glimpsed the tattoo behind her ear, teasing him from the edge of her hairline. He found it wildly sexy.
But something inside him sank. He knew then there’d be a part of her he’d never possess.
“I’ll get her, I’ll get her, I’ll get her.” Violet threw off the covers and trudged to Dot’s room without looking up. The violets. Those fucking violets.
David headed to the kitchen, comforted by the sounds of the morning: babbling Dot, the hiss of brewing coffee, the crunch of Rice Krispies underfoot. These days, there were two kinds of Rice Krispies, those waiting to be stepped on and those that already had been.
Pffft. He landed on some Krispy dust. “Dada!” Dot shouted. She sat with perfect posture at her miniature wooden table, covered head to toe in croissant flakes, a darling, crusty monster.
“Aww, good morning!” David said, stepping on some Krispy virgins. “That’s what I like to see, my girls!” A carafe of coffee and his newspaper awaited. “Honey,” he said to Violet, “there’s something floating in the Jacuzzi.”
Violet opened the fridge. “What?”
He walked to the window. “It looks like a dead gopher.”
“Then it’s probably a dead gopher.” She rooted around in the fridge. “Ah! There it is.” She tore white butcher paper from a hunk of cheese. At least she still did that for him, got him the good cheese.
“How long has it been there?” David asked.
“Mama, what’s dat?” said Dot.
“It’s cheese, sweetie.” Violet sliced some off.
“Want dat.”
“I’ll get you some. First, I’m making Dada his breakfast.”
“How long has the gopher been there?” David repeated.
“I don’t know. This is the first I’ve heard of it.” Violet placed David’s breakfast on the counter: wheat toast, sheep’ s- milk cheese, sliced apples sprinkled with lemon juice and freshly grated nutmeg”.

 

 2148172-f95f1b756e8f5fea6ce98723d10c8584.jpg
Maria Semple (Santa Monica, 21 mei 1964)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Widmer werd geboren op 21 mei 1938 in Basel. Zie ook alle tags voor Urs Widmer op dit blog.

Uit: TOP DOGS

„WRAGE Nein, nein. Die Damen und Herren haben alle der Leitungsebene angehört. “Top Dogs”. Ihre Preisklasse, wenn ich das mal so flapsig sagen darf. Unser Kerngeschäft bleibt die intensive Arbeit mit Klienten wie Ihnen. Deer versteht “wie ihnen”, das heißt wie mit denen da, nickt anteilnehmend. Wir führen sogar das Senior-Executive-Programm, das von Konzernchefs in Anspruch genommen wird. Stellenlos gewordene Persönlichkeiten der Führungsspitze.
DEER Musste ja selber Mitarbeiter entlassen. Als wir das Catering auslagerten, neunzehnzweiundneunzig, haben wir mehr als tausend Stellen abgebaut. Gute Leute, waren zum Teil seit Jahren dabei gewesen. Ist ein menschliches Problem, so was. Andererseits, im Kader, das ist einfach im Anforderungsprofil, so was wegstecken zu können.
WRAGE Ich muss sagen, Herr Deer. Chapeau! Aber eigentlich schüttelt es jeden. Pause. Entscheidend für unsre erfolgreiche Arbeit ist, dass diese immer und in jedem Fall vom ehemaligen Arbeitgeber finanziert wird. Dabei berechnen wir ganz bewusst eine Pauschale und nicht etwa ein Honorar, das sich nach der Vermittlungsdauer richtet. Denn so haben auch wir ein vitales Interesse daran, unsere Klienten schnell zu platzieren. Und optimal. Wir garantieren, sie ins Programm zurückzunehmen, wenn es mit dem neuen Arbeitgeber innerhalb eines Jahres zu Unstimmigkeiten kommen sollte.
DEER vertraulich Denen da geb ich keine Chance. Zu alt, zu unbeweglich, zu teuer.
WRAGE Sagen Sie das nicht. Wir hatten einen Herrn, Mitte fünfzig, der tauchte fünfmal wieder hier auf. Zuerst dachten wir, es liege an uns. Dann, dass es doch an ihm liegen könnte. Aber nein. Heute ist er Direktor eines führenden Touristikunternehmens und verbringt die meiste Zeit an sonnenüberfluteten Sandstränden. Heiterkeit.
DEER Ist bei mir nicht drin, Ferien. Bin ja ursprünglich Maschineningenieur. Workaholic. Dass ich bei der Swissair gelandet bin, an der Front zuerst, dann im Catering, hat sicher damit zu tun. Sechzehnstundentage. Wer beim Catering dabei sein will, muss Tag und Nacht am Ball sein. “Lead, follow or get out of the way”,nicht wahr. Lacht.”

 

 2148172-5e413398abfdbad3dd39ed79ac1f06c7.jpg
Urs Widmer (21 mei 1938 – 2 april 2014) 
Scene uit een opvoering in Hildesheim, 2003

 

 

De Vlaamse dichter Emile Verhaeren werd geboren in Sint Amands op 21 mei 1855. Zie ook mijn blog van 21 mei 2010 en eveneens alle tags voor Emile Verhaeren op dit blog.

 

Verstilde monniken

Er zijn verstilde monniken die zo zacht kijken
Dat in hun hand rozen en palmen moesten prijken,

Dat er een baldakijn, bleekblauw als 't hemelblauw
Moest komen, dat men boven hun hoofd dragen zou,

En voor hun voeten die door 's levens vlakte schrijden
Een zilveren pad dat naar een gouden weg zou leiden;

Door meren, langs rivieren volgden zij hun baan,
Alsof een witte stoet van lelies daar zou gaan.

Die monniken, die kaarslicht dragen in hun zinnen,
Blijven als kinderen de Heilige Maagd beminnen,

Zij staan in vuur en vlam en maken haar bekend
Als ster der zee en luister van het firmament,

Zij laten in de wind haar lofprijzingen horen
Met gulden lippen als van serafijnenkoren,

Zij wijden haar gebeden met zo'n vurigheid
En zo'n verzengend hart, dat zich hun oog verwijdt.

De dienst die zij haar wijden gaat hen zo ter harte
Dat hun geloof de vuren van de hel zou tarten

En dat zij 's avonds in een liefdesvisioen
De vroomsten loont en hun haar Jezus schenkt als zoen.

 

Vertaald door Paul Claes

 

 

The Mill

Deep in the evening slowly turns the mill
Against a sky with melancholy pale;
It turns and turns, its muddy-coloured sail
Is infinitely heavy, tired, and ill.

Its arms, complaining arms, in the dawn's pink
Rose, rose and fell; and in this o'ercast eve,
And deadend nature's silence, still they heave
Themselves aloft, and weary till they sink.

Winter's sick day lies on the fields to sleep;
The clouds are tired of sombre journeyings;
And past the wood that gathered shadow flings
The ruts towards a dead horizon creep.

Around a pale pond huts of beechwood built
Despondently squat near the rusty reeds;
A lamp of brass hung from the ceiling bleeds
Upon the wall and windows blots of gilt.

And in the vast plain, with their ragged eyes
Of windows patched, the suffering hovels watch
The worn-out mill the bleak horizon notch, -
The tired mill turning, turning till it dies.

 

Vertaald door Jethro Bithell

 

 2148172-8cb224626dde70a25ac2f9a0e73bd714.jpg
Emile Verhaeren (21 mei 1855 - 27 november 1916)
“La lecture”. Portret van Emile Verhaeren door Constant Montald, 1908

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Myself

What, younger, felt
was possible, now knows
is not - but still
not changed enough -

Walked by the sea,
unchanged in memory -
evening, as clouds
on the far-off rim

of water float,
pictures of time,
smoke, faintness -
still the dream.

I want, if older,
still to know
why, human, men
and women are

so torn, so lost,
why hopes cannot
find better world
than this.

Shelley is dead and gone,
who said,
'Taught them not this -
to know themselves;

their might could not repress
the mutiny within,
And for the morn
of truth they feigned,

deep night
Caught them ere evening...'

 

 

America

America, you ode for reality!
Give back the people you took.
Let the sun shine again
on the four corners of the world

you thought of fast but do not
own, or keep like a convenience.

People are your own word, you
invented that locus and term.

Here, you said and say, is
where we are. Give back

what we are, these people you made.
us, and nowhere but you to be.

 

 2148172-df182900fcee30e87ecbf7f4253f49e3.jpg
Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

 

De Engelse dichter Alexander Pope werd geboren in Londen op 21 mei 1688. Zie ook mijn blog van 21 mei 2010 en eveneens alle tags voor Alexander Pope op dit blog

 

The Rape of the Lock: Canto 1 (Fragment)

Oft, when the world imagine women stray,
The Sylphs through mystic mazes guide their way,
Thro' all the giddy circle they pursue,
And old impertinence expel by new.
What tender maid but must a victim fall
To one man's treat, but for another's ball?
When Florio speaks, what virgin could withstand,
If gentle Damon did not squeeze her hand?
With varying vanities, from ev'ry part,
They shift the moving toyshop of their heart;
Where wigs with wigs, with sword-knots sword-knots strive,
Beaux banish beaux, and coaches coaches drive.
This erring mortals levity may call,
Oh blind to truth! the Sylphs contrive it all.

Of these am I, who thy protection claim,
A watchful sprite, and Ariel is my name.
Late, as I rang'd the crystal wilds of air,
In the clear mirror of thy ruling star
I saw, alas! some dread event impend,
Ere to the main this morning sun descend,
But Heav'n reveals not what, or how, or where:
Warn'd by the Sylph, oh pious maid, beware!
This to disclose is all thy guardian can.
Beware of all, but most beware of man!"

He said; when Shock, who thought she slept too long,
Leap'd up, and wak'd his mistress with his tongue.
'Twas then, Belinda, if report say true,
Thy eyes first open'd on a billet-doux;
Wounds, charms, and ardors were no sooner read,
But all the vision vanish'd from thy head.

And now, unveil'd, the toilet stands display'd,
Each silver vase in mystic order laid.
First, rob'd in white, the nymph intent adores
With head uncover'd, the cosmetic pow'rs.
A heav'nly image in the glass appears,
To that she bends, to that her eyes she rears;
Th' inferior priestess, at her altar's side,
Trembling, begins the sacred rites of pride.

 

 2148172-a8604be1851d110e6c3b356bca4ffb1c.jpg
Alexander Pope (21 mei 1688 – 30 mei 1744)
Borstbeeld door Michael Rysbrack, midden 18e eeuw

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Tudor Arghezi werd geboren op 21 mei 1880 in Boekarest. Zie ook alle tags voor Tudor Arghezi op dit blog.

Mount Of Olives

Mount with heaven-pointed peak,
Steady in blue dream.
Beaten by ancient hate
With chain whips
The flattened plain, hungry for height,
Watches its chance to rise above you,
Bring you the dust
Roused by flocks and clumps of men.
Mount, censers of springs,
Altar of hawks, house of suns,
Denying the brief flower
Drunk with its fragrance -
You at the margin of great mysteries
Are a sign of lasting power,
Irremedial life,
Most hemmed-in of stars!
Our soul, flimsy and poor,
Knows nothing of springs and harvests.
Our hope wanders among us,
Leaves its faint track in the mud,
A wheel with gold spokes.

 

 

Zwischen zwei Nächten

Ich habe die scharfe Schaufel in der Stube bei mir eingestochen.
Draußen schlug der Wind an. Draußen war Regen.

Und ich habe die Stube bei mir tief in die Erde aufgegraben.
Draußen schlug der Regen an. Draußen war Wind.

Ich habe die Erde aus der Grube durchs Fenster geworfen.
Die Erde war schwarz, sein Vorhang blau.

Vor den Scheiben ist die Erde aufgestiegen, bis oben hin.
Wie die Welt, so hoch war der Gipfel, und auf dem Gipfel weinte Jesus.

Beim Graben ist die Schaufel kaputtgegangen. Der sie schartig werden ließ, sieh an,
mit steinhartem Gebein war das doch der Vater selbst.

Und ich bin durch die Zeiten dahin zurückgekommen, wo ich hinabgestiegen war,
und in der leeren Stube habe ich mich wieder gegraust.

Und da habe ich hinaufsteigen wollen und auf dem Gipfel sein.
Ein Stern war in den Himmeln. Im Himmel war es spät.

 

Vertaald door Hartmut Köhler

 

 2148172-11d64c8b729e1a26b812ea6a7803d38f.jpg
Tudor Arghezi (21 mei 1880 – 14 juli 1967)

 

 

De Vlaamse schrijfster Suzanne Lilar werd geboren als Suzanne Verbist in Gent op 21 mei 1901. Zie ook alle tags voor Suzanne Lilar op dit blog.

Uit: Une enfance gantoise

« Parce que Maman était amoureuse de Gand presque autant que de mon père, elle me promenait tantôt à la cour du Prince et tantôt au Rabot. Ces hauts lieux empruntaient l'un et l'autre à la mythologie. Du premier où Charles Quint était né, conférant à notre cité sa dignité impériale, ne subsistait qu'un passage voûté qui me faisait rêver, car je m'efforçais d'accorder son exiguïté à la magnificence du palais disparu. Quant au second, qui avait conservé ses grosses tours se mirant dans la Liève et sa façade à redans, c'est aux fonctions pourtant modestes qu'y exerçait mon père qu'il devait son prestige. Cet ouvrage militaire du xve siècle avait en effet donné son nom à une gare qu'il surplombait de son architecture massive — gare qui n'était même pas gare de voyageurs et dont mon père était le chef. Maman n'avait pas eu de peine à m'enseigner l'honneur qu'il y avait à occuper ce poste. J'en sentais tout le poids lorsque j'étais admise à pénétrer dans le bureau de mon père, grisée d'avance de l'odeur poussiéreuse et administrative des liasses où jaunissaient probablement ses rapports. Mais rien ne me plaisait comme de le surprendre dans l'exercice de ses fonctions. Maman me l'accordait pour récompense. Je mettais ma main dans la sienne, toujours si doucement gantée. Nous prenions le chemin de la rue du Poivre et du béguinage Sainte-Elisabeth. Bientôt m'apparaissaient les tours du Rabot. Nous nous placions un peu à l'écart de façon à observer mon père sans en être vues. D ne tardait pas à se montrer. La tête crânement coiffée du képi de chef de gare, galonné d'or, il dirigeait, d'un ordre bref ou d'un coup de sifflet impératif, la répartition et le mouvement des convois. Je le regardais aller et venir, organiser une manoeuvre, ajouter ou déplacer une rame, donner le départ à une locomotive haletante et qui crachait de grands jets de vapeur. Je le trouvais grandiose. Je comprenais ma mère. Il était l'homme qui commandait au monstre. J'adhérais sans effort au culte familial.”

 

 2148172-9b99ff03f7b3a8ff1b1611bcb39f57ae.jpg
Suzanne Lilar (21 mei 1901 - 12 december 1992)
In de jaren 1960

Geschreven door Romenu om 08:34 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten