Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 juni 2018 tot 24 juni 2018

Zacharias II (Nicolaas Beets)

 

Bij de geboorte van Johannes de Doper

 

 2157234-3aca68ed3177c59278611a38ec8f1299.jpg
De naamgeving van Johannes de Doper door Fra Angelico, 1434 - 1435

 

 

Zacharias

II.
O, Zie hem thans in 't heiligdom,
Het priesterkleed om 't lijf geslagen,
Het wierookvat voor 't outer dragen,
En keeren 't over 't outer om.

Veel hooger dan de wierook stijgt
Zijn beê: ‘Vervul uw woord in 't ende;
Gedenk, o Heer! uws volks ellende,
En hoe 't zijn Redder tegenhijgt.’

En eensklaps, daar hij eenzaam bidt.
Daar treft een zacht geruisch zijn ooren,
En in den geurwalm ziet hij gloren
Eens Engels schittrend zilverwit.

Wel was des priesters vreeze groot;
Maar de Engel sprak: ‘Wat zoudt gij vreezen
Elizabeth zal moeder wezen;
Gij zult een zoon zien vóór uw dood.

Die zoon zal vóór den Heiland gaan,
Van Hem getuigen, roepen, leeren,
En aller voet te Hemwaart keeren,
Met kracht van boven aangedaan.’

Dit treft den ouden man te zeer;
Zoo de Engel 's Heilands komst verkondde,
Het was genoeg te dezen stonde.
Genoeg tot 's Heeren eeuwige eer;

Maar dat hem ook een Zoon gewordt!...
Hij durft zoo stout een hoop niet wagen,
En staat in twijfling en verslagen;
Is niet eens grijsaards kracht verdord?

Daar spreekt des Heeren knecht tot hem:
‘Ik sta voor Godes aangezichte;
Hij sprak het woord dat ik berichtte:
En twijfelt gij aan 's Heeren stem?

Zoo hoor hoe gij gelooven zult:
Daar ga, van dezen stonde,
Geen woord uit uwen monde,
Tot alles zij vervuld.’

 

 

 2157234-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
De Kloppersingelkerk in Haarlem, de geboorteplaats van Nicolaas Beets

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juni ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht

Wilfred Smit, Matthijs Kleyn, Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, John Ciardi, Scott Oden

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

Parabel

Zo zag ik een erwt weifelen
aan een stoeprand,
de erwtenbloesem onzeker zijn
naar welke wind
haar dolle rose hoofd te hangen -

en de bloesem nikte, er kwam een hand
in handschoen haar bedekken,
en de erwt viel, er kwam een schoen
om op haar te staan.

 

 

Stilleven

Twee harten op een schotel
met glimlichten van droefenis,
een aarden kruik waaruit
de geest staat te verwaaien,
wat klein rood fruit
dat deze noen gevallen is
maar nooit de grond bereikte -

en de tuinier was daarbij als fazant
verbeeld, het schot hoog aan de hals;
dit is om aan mijn vriendin te geven,
een aansporing tot stiller leven.

 

 2157230-2dd4e25fc0c27b707e5de2aa8b3dcbaa.jpg
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Ik zie je

“Als ik het terras op loop, zit ze aan een lange tafel. Ik loop erheen en ga naast haar zitten. Ze negeert me. Een meisje dat tegenover haar aan tafel zit, kijkt me verbaasd aan.
‘En jij bent?’ vraagt ze.
‘Fender.’ Ik steek mijn hand uit.
‘O, grappige naam. Ik ben Frida,’ zegt ze tijdens het schudden.
‘Frida de kunstenares of Frida van ABBA?’
‘Frida van ABBA,’ antwoordt Frida.
‘Dat is volgens mijn vader ook een kunstenares. Kunnen we je ergens mee helpen?’
‘Nee, ik ga zo naar de film. Die film is nog niet begonnen, want die begint niet op een terras.’
Onder de tafel wordt mijn pink geaaid. Ik vermoed dat het haar pink is waarmee ze de mijne streelt, maar het zou ook haar wijsvinger kunnen zijn. Of haar duim. Haar handen zijn te klein om me voor te kunnen stellen hoe ze voelen. Ze kijkt me weer aan door de glazen van haar zonnebril.
‘Hoelang duurt het nog voor de film begint?’ vraagt ze zacht naast me.
‘Niet zo heel lang meer,’ zeg ik.
‘En waar gaat die over?’
‘Over een jongen en een meisje die iets bij elkaar vinden wat ze nooit eerder hebben gevonden.’
‘Klinkt cliché.’
‘Maar dat is het niet. Want aan deze twee mensen is niets cliché. Deze horen bij elkaar in al hun gektes.’
‘Loopt de film goed af?’
‘Dat weet ik niet, ik heb ’m nog niet gezien. Maar ik denk het wel. Want we houden allebei niet van films die niet goed aflopen, dus we zullen er alles aan doen.’
‘Sorry,’ zegt Frida, ‘maar kennen jullie elkaar?’
‘Ja,’ antwoordt ze terwijl ze haar zonnebril afdoet, ‘maar het lijkt alsof hij me niet wil leren kennen. Hij reageert niet eens als ik hem op een vol terras sms.’
De trilling die ik wilde negeren.
‘Hoe kom je aan mijn nummer?’ vraag ik.
‘Van die lelijke website van die op sterven na dood zijnde videotheek van je.’
‘Sta ik zo ook in je telefoon? Als de jongen van de op-sterven-nadoodvideotheek?’

 

 2157230-651c06f2ba83a081ff03775519bfe0e3.jpg
Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

 

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Maria oder die Geschichte eines Verbrechens (El túnel, vertaald door Helga Castellanos)

“Es wird genügen, wenn ich erwähne, dass ich Juan Pablo Castel bin, der Maler, der María Iribarne umgebracht hat. Ich nehme an, dass der Prozess noch allen in Erinnerung ist und dass zu meiner Person keine näheren Erklärungen erforderlich sind.
Obwohl nicht einmal der Teufel weiß, woran sich die Leute erinnern, geschweige denn, warum. Es ist so, dass ich immer gedacht habe, es gäbe kein kollektives Erinnerungsvermögen, was vielleicht eine Art Verteidigung des Menschengeschlechts ist. Der Satz »Früher war alles besser« weist nicht darauf hin, dass früher weniger Schlechtes geschah, sondern dass – glücklicherweise – die Leute das Schlechte vergessen. Selbstverständlich hat ein solcher Satz keine Allgemeingültigkeit. Ich zum Beispiel zeichne mich dadurch aus, dass ich mich vorzugsweise an alles Schlechte erinnere, und so könnte ich fast sagen, dass »früher alles schlechter war«, wenn es nicht so wäre, dass mir die Gegenwart genauso entsetzlich vorkommt wie die Vergangenheit. Ich erinnere mich an so viel Unheil, an so viele zynische und grausame Gesichter, an so viele schlechte Taten, dass die Erinnerung daran für mich wie das zaghafte Licht ist, das ein dreckiges Museum der Scham beleuchtet. Wie oft habe ich mich Stunde um Stunde in eine dunkle Ecke meines Ateliers verkrochen, wenn ich eine Nachricht in der Spalte der Polizeiberichte gelesen hatte! Aber es ist ja so, dass dort nicht immer die schändlichsten Taten der Menschheit aufgeführt werden. Bis zu einem gewissen Punkt sind Verbrecher eher saubere, eher harmlose Menschen. Diese Behauptung stelle ich nicht auf, weil ich selbst einen Menschen getötet habe. Nein, es ist meine ehrliche und tiefe Überzeugung. Ein Individuum ist schädlich? Dann wird es eben beseitigt, und fertig. Das ist das, was ich eine gute Tat nenne. Denken Sie einmal, wie viel schlechter es für die Gesellschaft ist, wenn dieses Individuum sein Gift weiterhin verspritzt und wenn man, statt es zu beseitigen, seinem Treiben dadurch Einhalt gebieten will, indem man sich in die Anonymität flüchtet, in üble Nachrede und ähnliche Gemeinheiten. Was mich angeht, so muss ich bekennen, dass ich es heute bedauere, die Zeit meiner Freiheit nicht besser genutzt und sechs oder sieben Typen, die ich kenne, nicht beseitigt zu haben.“

 

 2157230-622febeb48bbe604ae09901d2f0309e4.jpg
Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)
Affiche voor de film « The Tunnel” uit 1988

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

Phénix

L'oiseau se portera au-devant de nos tètes,
Une épaule de sang pour lui se dressera.
Il fermera joyeux ses ailes sur le faîte
De cet arbre ton corps que tu lui offriras.

Il chantera longtemps s'éloignant dans les branches,
L'ombre viendra lever les bornes de son cri.
Refusant toute mort inscrite sur les branches
Il osera franchir les crêtes de la nuit.

Cette pierre ouverte est-ce toi, ce logis dévasté,
Comment peut-on mourir ?

J'ai apporté de la lumière, j'ai cherché,

Partout régnait le sang.

Et je criais et je pleurais de tout mon corps.

 

 

Sur une pietà de tintoret

Jamais douleur

Ne lut plus élégante dans ces grilles
Noires, que dévora le soleil.
Et jamais Élégance ne lut cause plus spirituelle.
Un feu double, debout sur les grilles du soir.

Ici,

Un grand espoir fui peintre.
Oh, qui est plus réel

Du chagrin désirant ou de l'image peinte ?

Le désir déchira le voile de l'image.

L'image donna vie à l'exsangue désir.

 

 2157230-3a601512759203fb0f9ff4cd16401706.jpg
Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)
 De Pietà door Tintoretto uit 1559

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Zie ook alle tags voor John Ciardi op dit blog.

 

Most Like An Arch This Marriage

Most like an arch—an entrance which upholds
and shores the stone-crush up the air like lace.
Mass made idea, and idea held in place.
A lock in time. Inside half-heaven unfolds.

Most like an arch—two weaknesses that lean
into a strength. Two fallings become firm.
Two joined abeyances become a term
naming the fact that teaches fact to mean.

Not quite that? Not much less. World as it is,
what's strong and separate falters. All I do
at piling stone on stone apart from you
is roofless around nothing. Till we kiss

I am no more than upright and unset.
It is by falling in and in we make
the all-bearing point, for one another's sake,
in faultless failing, raised by our own weight.

 

 

The Catalpa

The catalpa's white week is ending there
in its corner of my yard. It has its arms full
of its own flowering now, but the least air
spills off a petal and a breeze lets fall
whole coronations. There is not much more
of what this is. Is every gladness quick?
That tree's a nuisance, really. Long before
the summer's out, its beans, long as a stick,
will start to shed. And every year one limb
cracks without falling off and hangs there dead
till I get up and risk my neck to trim
what it knows how to lose but not to shed.
I keep it only for this one white pass.
The end of June's its garden; July, its Fall;
all else, the world remembering what it was
in the seven days of its visible miracle.

What should I keep if averages were all?

 

 2157230-89dbbe08908343af9ca32a4358483946.jpg
John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)
Cover biografie

 

 

De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: A Gathering of Ravens

“No place where your Nailed God is welcome,” Grimnir said. “So watch your tongue, little fool.”
Étaín nodded, her eyes wide with fear.
Grimnir led them to the water’s edge, to where someone had drawn a slender punt up on shore. Étaín looked dubiously at the flat-bottomed boat. It seemed as old as the forest, its boards black and shiny with use and decay. A pole lay next to it.
“Get in,” Grimnir said.
“We shouldn’t be here,” Étaín replied, backing away from the water. “This place is… wrong. It’s evil. I can feel it.”
“Evil, eh? What do you know about evil? Get in the boat. We’re close, now.”
Étaín shook her head, her trembling hands clasped before her. Something inimical to her lived among these trees, something unnatural whose hatred and malevolence warped the bosom of the earth itself. That island…
“Get in the gods-be-damned boat, little fool!” roared Grimnir. The echo of his voice profaned the silence. Boughs rustled on a phantom wind; Étaín imagined she could hear spectral laughter, as though whatever dwelled here took great pleasure in her terror. She backpedaled. She was on the verge of fleeing from this cursed grove when Grimnir sprang.
Étaín screamed. She had the impression of lips skinning back from yellowed fangs and eyes blazing like coals an instant before his fist hammered into the side of her jaw and sent her sprawling into oblivion.”
Étaín woke by a fire — a great, roaring blaze that filled the glade with warmth and light. She lay with her back against a fallen log, her hands bound behind her. A dull ache radiated from her bruised jaw. Her ears rang, yet. She blinked, looked around, and tried to remember how she’d gotten here — wherever here was.
What she’d taken for a glade was actually a bight in the living palisade of trees that girt the small island, a grassy cove dominated by a stone-curbed fire pit. It was fully dark, now, but Étaín could still see the black lake beyond, its surface gleaming like a sheet of dark ice. It was snowing; fat flakes hissed and died in the crackling flames rising from the pit.”

 

 2157230-9ccaa74d6ddf14b07e31063be6e58970.jpg
Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:44 Reageer op dit bericht

Madelon Székely-Lulofs, Johannes van het Kruis, Kurt Kusenberg, Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d’Argens, Josse Kok

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit:Rubber

‘Ts....êh!’ zei Pâ Karmo met een licht geërgerde verbazing in zijn stem. ‘Natuurlijk is hij dood.’ Hoe kon iemand zooiets doms vragen! En dan nog wel een blanke! En hij vertelde verder:
‘Hij was aan het baden en toen kwam er een krokodil en ineens werd hij meegesleurd. We hebben hem wel hooren roepen, maar we konden hem toch niet meer helpen. En hij is niet terug gekomen. Dus is hij dood.’
John bleef een oogenblik in gedachten. Het deed hem leed om den kleinen jongen dien hij graag had mogen lijden.
‘Maar de anderen,’ zei hij toen, ‘baden die nu toch maar weer op dezelfde plaats?’
Pâ Karmo haalde de schouders op.
‘Ze zijn het al gewend om daar te baden.’
‘En als er wéér een krokodil komt?’
‘Als dat Allah's wil is....’ antwoordde Pâ Karmo gelaten.
De pont naderde nu den anderen oever, die steil naar boven opliep. Na wat heen en weer manoeuvreeren lag ze eindelijk goed. De chauffeur schakelde in en het Fordje begon te schokken en te trillen.
‘Tabeh toewan....’
‘Tabeh.’ In zijn blijheid, dat nu de overtocht eindelijk achter den rug was, doofde zijn ergernis om Pâ Karmo's fatalisme.
Smal, hobbelig, kronkelend en steenig, lag de weg vóór hem. Aan beide zijden was nu oerwoud. Het suizelende oerwoud, dat tot vlák langs de bermen stond, stug, somber, verwoekerd en ontoegankelijk. De reuzen van boomen, twintig, dertig maal manshoog hieven zich trotsch boven het klein gekruip van rottan en slingerplanten en spreidden hun breede, platte kronen open naar de zengende zon en den valen hemel.
Het leek zonder leven, dit woud, omdat het zijn leven zoo geheim hield. Alleen een aap sprong soms ineens door de zwiepende takken van het onderbosch, bleef even nieuwsgierig kijken naar den voorbijrijdenden wagen, maakte een paar grimassen en een paar uittartende geluiden. Een enkele maal zig-zagde een gluipend snelle leguaan over den weg, die slechter werd naarmate het terrein vervlakte."

 

 2157225-2ec75c1a1512fb117039a58339153875.jpg
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Cover DVD van de film uit 1936

 

 

De Spaanse heilige, mystiek dichter en kerkleraar Johannes van het Kruis werd geboren op 24 juni 1542 in Fontiveros bij Avila. Zie ook alle tags voor Johannes van het Kruis op dit blog.

 

Levende vlam van liefde (fragment)

Levende vlam van Liefde,
Wier tongen, tedere schade,
Schroeiend tot in mijn diepste zielskern wroeten :
Verzoend nu wat U griefde,
Voleindig uw genade,
Doorbreek het weefsel van dit zoet ontmoeten.

Vuur dat van vreugd doet beven!
Wond waaruit lusten stralen!
o liefelijke hand! o teer beroeren!
Die smaakt naar eeuwig leven,
Uw schuld kwaamt afbetalen,
En, dood verslaande, dood tot leven voeren!

O brand van vlammen, lampen,
Wier helle flonkeringen
Der zinnen labyrint en blinde gangen,
Lang zwart van nacht en dampen,
In nieuwe pracht doen dingen,
Met licht en gloed, naar ’t Doel van hun verlangen!

 

 2157225-e569bd7772fb4f81a0dc1d3a960ff3d9.png
Johannes van het Kruis (24 juni 1542 – 14 december 1591)
Portret uit een klooster

 

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Kurt Kusenberg op dit blog.

Uit: Ein verächtlicher Blick

„Das Telefon summte, der Polizeipräsident nahm den Hörer auf. „Ja?"
„Hier spricht Wachtmeister Kerzig. Soeben hat ein Passant mich verächtlich angeschaut."
„Vielleicht irren Sie", gab der Polizeipräsident zu bedenken. „Fast jeder, der einem Polizisten begegnet, hat ein schlechtes Gewissen und blickt an ihm vorbei. Das nimmt sich dann wie Geringschätzung aus."
„Nein", sprach der Wachtmeister. „So war es nicht. Er hat mich verächtlich gemustert,
von der Mütze bis zu den Stiefeln."
„Warum haben Sie ihn nicht verhaftet?"
„Ich war zu bestürzt. Als ich die Kränkung erkannte, war der Mann verschwunden."
„Würden Sie ihn wiedererkennen?"
„Gewiss. Er trägt einen roten Bart."
„Wie fühlen Sie sich?"
„Ziemlich elend."
„Halten Sie durch, ich lasse Sie ablösen."
Der Polizeipräsident schaltete das Mikrofon ein. Er entsandte einen Krankenwagen in Kerzigs Revier und ordnete an, dass man alle rotbärtigen Bürger verhafte.
Die Funkstreifen waren gerade im Einsatz, als der Befehl sie erreichte. Zwei von ihnen probierten aus, welcher Wagen der schnellere sei, zwei andere feierten in einer Kneipe den Geburtstag des Wirtes, drei halfen einem Kameraden beim Umzug, und die übrigen machten Einkäufe. Kaum aber hatten sie vernommen, um was es ging, preschten sie mit ihren Wagen in den Kern der Stadt.
Sie riegelten Strassen ab, eine um die andere, und kämmten sie durch. Sie liefen in die Geschäfte, in die Gaststätten, in die Häuser und wo sie einen Rotbart aufspürten, zerrten sie ihn fort. Überall stockte der Verkehr. Das Geheul der Sirenen erschreckte die Bevölkerung und es liefen Gerüchte um, die Hetzjagd gelte einem Massenmörder.“

 

 2157225-e189ad653a64a1f3a17ccd24ed031899.jpg
Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)
Cover

 

 

De Amerikaanse satiricus, schrijver van korte verhalen en criticus, uitgever en journalist Ambrose Gwinnett Bierce werd geboren in Meigs County, Ohio op 24 juni 1842. Zie ook alle tags voor Ambrose Bierce op dit blog.

Uit:The Devil’s Dictionary

« EDIBLE, adj. Good to eat, and wholesome to digest, as a worm to a toad, a toad to a snake, a snake to a pig, a pig to a man, and a man to a worm.

EDITOR, n. A person who combines the judicial functions of Minos, Rhadamanthus and Aeacus, but is placable with an obolus; a severely virtuous censor, but so charitable withal that he tolerates the virtues of others and the vices of himself; who flings about him the splintering lightning and sturdy thunders of admonition till he resembles a bunch of firecrackers petulantly uttering his mind at the tail of a dog; then straightway murmurs a mild, melodious lay, soft as the cooing of a donkey intoning its prayer to the evening star. Master of mysteries and lord of law, high-pinnacled upon the throne of thought, his face suffused with the dim splendors of the Transfiguration, his legs intertwisted and his tongue a-cheek, the editor spills his will along the paper and cuts it off in lengths to suit. And at intervals from behind the veil of the temple is heard the voice of the foreman demanding three inches of wit and six lines of religious meditation, or bidding him turn off the wisdom and whack up some pathos.
O, the Lord of Law on the Throne of Thought, A gilded impostor is he. Of shreds and patches his robes are wrought, His crown is brass, Himself an ass, And his power is fiddle-dee-dee. Prankily, crankily prating of naught, Silly old quilly old Monarch of Thought. Public opinion’s camp-follower he, Thundering, blundering, plundering free. Affected, Ungracious, Suspected, Mendacious, Respected contemporaree! J.H. Bumbleshook

EDUCATION, n. That which discloses to the wise and disguises from the foolish their lack of understanding.

EFFECT, n. The second of two phenomena which always occur together in the same order. The first, called a Cause, is said to generate the other — which is no more sensible than it would be for one who has never seen a dog except in the pursuit of a rabbit to declare the rabbit the cause of a dog.”

 

 2157225-59721004eb7d95ed7e7f2b20bfa2d3ea.jpg
Ambrose Bierce (24 juni 1842 – ? 1913/1914)
Cover

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Baptiste de Boyer, Marquis d’Argens werd geboren op 24 juni 1704 in Aix-en-Provence. Zie ook alle tags voor Jean-Baptiste Boyer d’Argens op dit blog.

Uit: Memoires

« Une troupe de comédiens était arrivée à Aix, presque en même temps que moi. J’allai à la première représentation avec une foule de jeunes gens qui aimaient le spectacle : on représentait l’Andromaque de Racine. L’actrice qui jouait le rôle d’Hermione était une jeune brune âgée de seize ou dix-sept ans ; elle avait la taille fine, de grands yeux noirs, la voix belle et touchante. Quelque attaché que je fusse à la représentation de la tragédie, il me semblait que, d’abord qu’elle sortait du théâtre, la pièce languissait ; j’avais peine à démêler des sentimens qui ne m’étaient pas connus ; j’attendis avec impatience que la pièce fût finie ; j’allai dans sa loge ; je la trouvai remplie d’un nombre de petits-maîtres provinciaux. Un silence, qui ne m’était pas ordinaire, lui fit juger, à ce qu’elle m’a dit depuis, que j’avais assez d’usage du monde. Après lui avoir dit quelques mots, je me retirai. Toute la nuit l’idée de Sylvie m’occupa ; je la voyais sans cesse ; il me semblait que je l’entendais déclamer ; sa voix aussi bien que ses yeux avait passé jusqu’au fond de mon cœur. J’attendis le lendemain l’heure de la comédie avec une extrême impatience ; enfin quatre heures sonnèrent. J’arrivai le premier, et, comme j’étais seul dans la salle, je passai au foyer, où elle était déjà habillée. Dans l’idée que je m’étais formée d’une comédienne ; je crus que je ne devais pas perdre une aussi belle occasion pour lui dire ce que je pensais : je lui fis une déclaration aussi tendre que longue. »

 

 2157225-3ceeacb38a578ebd94c41279d2ad0809.jpg
Jean-Baptiste Boyer d’Argens (24 juni 1704 – 11 januari 1771)
Perpignan, waar de schrijver in 1722 een tijdje gevangen zat in de citadel.

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.

 

Kijkdoos

Ik zie u gaan vanachter glas
en ken uw wandel verder niet.
U laat een huisdier uit of wacht
op een ontmoeting met een vriend.

U bent een leven in mijn ooghoek
met een hartslag en een plan.
Ik sta hier jaren te verzamelen
als hoogbejaarde man.

U ziet alles door dit glas.
Ik ben doorzichtig als de pest.
Ooit heeft er iets in mij geleefd.
Deel dat maar met de rest.

 

 2157225-828069bfa24fe97c27fdccee03ce2981.jpg
Josse Kok (Zeist, 1983)

Geschreven door Romenu om 11:42 Reageer op dit bericht

David Leavitt, Jo Govaerts, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Anna Achmatova

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit:The Page Turner

"Well, well, well," said Mr. Mansourian, "if you're not the best-dressed page turner I've ever seen. Come on, I'll introduce you to Kennington."
"Good luck, sweetheart!" Pamela called almost mournfully. She waved at Paul, a tissue balled in her fist. "Break a leg! I'll see you after the concert."
He didn't answer. He was out of earshot, out of the wings, beyond which the hum of the settling audience was becoming audible.
Mr. Mansourian led him up steep stairways and along antiseptic corridors, to a dressing room at the door to which he knocked three times with sharp authority.
"Come in!"
They went. In front of mirrors Richard Kennington, the famous pianist, sat on a plastic chair, bow tie slack around his throat. He was drinking coffee. Isidore Gerstler, the famous cellist, was eating a cinnamon-frosted doughnut out of a box. Maria Luisa Strauss, the famous violinist, was stubbing out a cigarette in an ashtray already overflowing with red-tipped butts. Her perfume, capacious and spicy, suggested harems. Yet the room had no softness, no Persian carpets. Instead it was all lightbulbs that brightened the musicians' faces to a yellowish intensity.
"Good evening, folks," Mr. Mansourian said, shutting the door firmly. "Richard, I'd like you to meet Paul Porterfield, your page turner."
Haltingly Kennington revolved in his seat. He had dark, flat hair, short sideburns, eyes the color of cherry wood. Fine ridges scored his face, which was slightly weather-beaten: not old-looking exactly, just older-looking than the pictures on his CDs suggested. As it happened, Paul owned all eight of Kennington's CDs.
Kennington smiled. "Pleased to meet you, Paul Porterfield," he said, holding out his hand.
"Thank you, sir," Paul answered, and accepted the hand with caution; after all, he'd never had the opportunity to touch anything so precious before. Yet it did not feel different from an ordinary hand, he reflected. Nor did anything in Kennington's handshake transmit to Paul the magic that happened when he sat down in front of a piano.
"This is an honor for me," Paul went on. "I've always been a great admirer of yours."
"Very kind of you to say so. And may I introduce my cohorts?"
Isidore Gerstler, still involved with his doughnut, only waved. But Maria Luisa Strauss winked at Paul, shook out her long black hair, played with the gold ankh that hung between her freckled breasts. "I've never seen such a well-dressed page turner," she said.“

 

 2157021-cdda124cf12220d614355139c483649c.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Scene uit de film “Food of Love” uit 1998 (gebaseerd op de roman “The Page Turner”) met
Alan Corduner (Joseph) en Kevin Bishop (Paul)

 

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster vertaalster en columniste Jo Govaerts werd geboren op 23 juni 1972 in Leuven. Zie ook alle tags voor Jo Govaerts op dit blog.

 

Zij stuurde hem een blad

Zij stuurde hem een blad
waar hij vroeg om een
brief. Zo was de taal
die zij samen spraken
brieven = bladeren.

Zij hadden kunnen kiezen
voor andere zij had hem
een letter kunnen sturen in plaats van
vele wat hij wou zinnen verhalen zij

kozen
de moeilijkste die waarin zij beiden
nog kinderen waren
niets meer wisten dan wat zintuigen
hun gaven wat is het
dat ik voel (stilte)
hoe heet het daar waar je me
kust - onnoembare details nu
naamloos uitvergroot:
Krakau (moedervlek).

 

 

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
elk land, elk huis, laat staan dit lijf is mij te eng.
Aan niets, aan niemand kan ik ooit volledig toebehoren
dan aan die onbetrouwbare innerlijke stem.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
mijn eigen bouwwerken van het meest flexibel materiaal,
vol gaten, voor wie geen grenzen kan stellen aan zijn dromen,
vol nestelplaatsen in het eigenwijs gekronkel van een taal.

Soms vrees ik dat voor mij de tijd al is gekomen
waarin mij elke kracht ontbreekt
om van de barre steden waar ik ben nog weg te dromen,
maar dan is daar toch weer die stem die in mij spreekt
en mij terug tot mijzelf doet komen,
d.w.z. die mij openbreekt.

 

 2157021-8b98d38f3469d34bba2cc600bff4a410.jpg
Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)
Leuven

 

 

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Shami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Zie ook alle tags voor Rafik Schami op dit blog.

Uit: Eine deutsche Leidenschaft namens Nudelsalat

„Mein Bruder Antonios und ich bekamen die ersten Ohrfeigen. Marie blieb verschont, weil sie in ihrem weißen Kleid engelsgleich dastand und viel zu klein war für eine große Ohrfeige vom väterlichen Kaliber. Nach der zweiten Ohrfeige heulten wir. Der Fotograf verfluchte uns und mahnte meinen Vater barsch, seine Hand bei sich zu lassen. Diese Formulierung kam in meinem Leben nur einmal vor – die Hand bei sich lassen. Ich habe sie in bitterer Erinnerung und deshalb in meinen dreißig Büchern nicht ein einziges Mal gebraucht.
Als Antonios nicht aufhören wollte, Witze zu reißen, gab ihm mein ältester Bruder, stellvertretend für den Vater, einen kräftigen Tritt. Schlagartig verwandelte sich Antonios in einen Schauspieler, tat so, als wäre die Kamera des Fotografen, damals ein beachtlicher Kasten aus Holz, eine Filmkamera, und warf sich wie Robert Mitchum nach einem Faustschlag in einer Bar zu Boden. Der Fotograf bat ihn mit süßlicher, aber zugleich giftiger Stimme aufzustehen. Antonios richtete sich auf und wischte sich mit dem rechten Handrücken über seinen Mundwinkel. Es gab nichts zu wischen, aber diese Geste gehörte zur Filmszene. Ich bog mich vor Lachen und mein Vater drehte mir gegen alle Gesetze der Physik, Biologie und Pädagogik mein rechtes Ohr um 180 Grad herum. Und staunte selbst, wie das Ohr in seine Ausgangsposition zurückschnellte. Dieses Staunen ließ sein Gesicht auf dem Foto nicht gerade intelligent erscheinen.
Ich mache es kurz. Das Foto wurde nach Amerika geschickt. Der Onkel in Florida hat nie geantwortet. Und so blieben wir Syrer.“

 

 2157021-ed8d92fb9f4055b4b7f3e68e73c5e75f.png
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw werd geboren in Hof van Delft op 23 juni 1876. Zie ook alle tags voor Aart van der Leeuw op dit blog.

Uit: Ik en mijn speelman

“Eerst deed hij de snaren donker dreunen, en dan zwol een klank aan, dien wij niet meer herkenden, zoo vol en schoon was die stem. Wij zaten in roerlooze stilte te luisteren. Bij het einde hoorde ik snikken, en een van mijn vrienden vloekte, alsof hem een wond was toegebracht. Ik voelde een hand op mijn schouder.
Een oogenblik later stond ik op straat naast den speelman. Mijn draagstoel was er nog niet. Geen ster ontbrak er aan den stralenden hemel. Ik volgde mijn geleider door buurten, waar ik nooit tevoren was geweest. Flambouwgloed over wemelend water, nachtgespuis, dat zich om vuren had gelegerd, de dreunende stap van den wacht, met de haakbus geschouderd, een mompelend man voor ons uit langs de huizen; krotten, bouwvallige puien en een vrouw voor een drempel, die in een donker trapgat wees. Ook eenzame stegen, waar wij haastig achter twee schaduwen aansnelden, een slanke en zwierige, en een, die door een spotvogel op het plaveisel scheen te zijn geschetst. Alles, wat ik tegemoet trad, maakte mij licht en gelukkig; het scheen me, of mij lang geleden een belofte gedaan was, welke nu eindelijk werd ingelost.
Bij een omhoog rankende kerk, die aan het lied van daareven deed denken, nam hij de muts in de rechterhand, zijn gitaar droeg hij mee in de linker, en dan maakte hij een buiging, waarbij zijn bult boven zijn hoofd rees, als de koepel boven de domkerk daar naast ons. Zoo nam hij afscheid.
Spoedig verloor ik hem uit het gezicht in het warnet der straten. Mijn huis was niet ver.
Den volgenden morgen werd ik door mijn kamerdienaar gewekt, en zoo begon er dan weer een dag voor mij, gelijk er al duizenden door de opengeschoven gordijnen bij mij binnen waren gelaten. Basque, de knecht, schenkt het lauw gemaakte water in, hij reikt mij de satijnen kousen, het schoeisel, dat kostbaar gegespt is, het ondergoed van zijde en de fluweelen jas met kantwerk aan de mouwen en knoopen uit edelsteen. Nu schikt hij mij de krulpruik om het weerbarstige haar. Het morgenmaal wordt opgedragen in vaatwerk van zilver en email uit Limoges, dat ik van mijn moeder geërfd heb.
De koets is voorgereden ondertusschen, en ik laat mij naar een dame brengen, die ik een handkus aan ga bieden, en een compliment, dat ik gedurende den rit heb bedacht.
Van de bezoeken ben ik weer thuisgekomen, en nauwelijks zit ik, met over elkander geslagen beenen, een pamflet door te bladeren, dat een van mijn vrienden bespot, of een lakei reikt mij op een presenteerblad een brief over, waarvan ik dadelijk het vaderlijk handschrift herken.”

 

 2157021-1f9c954cf9b52340ba83e29696bb71a5.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Perlmann’s zwijgen (Vertaald door Gerda Meijerink)

“De schuld van dit alles was het prachtige licht dat het stille watervlak achter de badhokjes op witgoud deed lijken. Zulk licht had Agnes willen vastleggen, en om die reden was hij uiteindelijk voor Carlo Angelini's aandringen gezwicht, ondanks dat hij hem onsympathiek vond, die atletische, alerte man met zijn innemende maar net iets te geroutineerde glimlach. Ze hadden elkaar begin vorig jaar in de wandelgangen van een conferentie in Lugano leren kennen, toen Perlmann tot lang na het begin van een zitting op de gang voor een raam was blijven staan. Angelini had hem aangesproken, en voor Perlmann was dat een goed excuus geweest om nog niet naar de zaal te gaan. Ze waren in de kantine gaan zitten, waar Angelini hem over zijn functie bij Olivetti had verteld. Hij was vijfendertig, een generatie jonger dan Perlmann. Het aanbod bij Olivetti te komen werken had hij pas twee jaar geleden geaccepteerd, nadat hij een paar jaar een assistentschap aan de universiteit had bekleed. Het was zijn taak de contacten van het concern met universiteiten te onderhouden. Hij kon dat naar eigen inzicht doen, waarbij hij de beschikking had over een royaal budget, want zijn activiteiten werden beschouwd als een onderdeel van de PR van het concern. Ze hadden een poosje over machinaal vertalen gesproken, het was een gesprek als vele andere. Maar opeens was Angelini heel enthousiast geworden en hij had hem gevraagd of hij geen zin had ten behoeve van een taalwetenschappelijk project een onderzoeksgroep samen te stellen: een kleine, maar intensieve klus, een handjevol gerenommeerde wetenschappers die een paar weken op een mooie plek bijeen zouden komen, natuurlijk alles op kosten van het concern. Perlmann vond destijds dat de man veel te snel met dat voorstel was gekomen. Ook al had Angelini laten doorschemeren dat Perlmann voor hem geen onbekende was, toch kende hij hem persoonlijk krap een uur. Maar wie weet moest een man met de verantwoordelijkheden van Angelini wel zo doortastend kunnen zijn. Achteraf bedacht Perlmann dat zijn intuïtie hem toen al had gewaarschuwd. Hij had niet bijster enthousiast op het voorstel gereageerd, eerder lauw; niettemin had hij gezegd dat zo'n groep naar zijn mening uit mensen van verschillende disciplines zou moeten bestaan.”

 

 2157021-4010f1dfcfcf85ce9363f8a7f816521d.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)
 

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

Uit: De woongroep

“We volgen zijn wijsvinger naar de overkant.
‘Daar zit een parenclub,’ fluistert hij. ‘Ik heb ze in het snotje. Zeg maar niet tegen Caro. Ze doet al een beetje jaloers.’
Ik had wel een tientje willen geven voor die blik. Je hoopt van jezelf dat je nooit zo zal kijken. Je hoopt het, maar voor hetzelfde geld hoort het bij een fase.
Freddie en Erik slaan elkaar op de schouders. Ze staan nu allebei een drempel hoger dan ik. Zo kunnen ze vanuit de hoogte op mij neerkijken. Ik ga op mijn tenen staan en kus Freddie vluchtig, ik ken hem tenslotte niet zoals Erik hem kent. Maar híj drukt zijn lippen warm tegen mijn wangen. Ik voel een golf van sympathie door me stromen. Freddie is oké.
‘Caro is binnen,’ zegt Freddie.
Op de drempel neem ik nog even een diepe teug lucht. Ik hou niet zo van de geur van andermans huizen.
Binnen zijn de gordijnen halfdicht. We staren een tijdje in het rond om wat te wennen aan de bijna sacrale schemer die er hangt.
‘Wauw!’ zeggen we. Ze hebben er echt wat van gemaakt. Een houten vloer, een lange tafel met op de hoek een aankleedkussen, lichtgele crèmetubes, een stapeltje pampers. Er zijn twee grote gatenplanten, aan de muur hangt ingelijste kunst. Eén wand is tot de nok gevuld met boeken. In zijn vrije tijd pakt Freddie graag een keer een goed boek. Op de onderste rij staan vijfentwintig delen Winkler Prins.
En dan, achter ons, in de beige zithoek, bij het zachtgele schijnsel van een schemerlampje, zit vol glans en glimlach Caro met een baby.”

 2157021-297892797876058c16769949f10281b7.jpg
Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

 

 

De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook alle tags voor Jean Anouilh op dit blog.

Uit: Médée

« LE GARÇON C'est Jason qui m'envoie.
MÉDÉE Il ne rentrera pas? Il est blessé, mort?
LE GARÇON Il vous fait dire que vous êtes sauvée.
MÉDÉE Il ne rentrera pas ?
LE GARÇON Il vous fait dire qu'il viendra, qu'il faut l'attendre.
MÉDÉE Il ne rentrera pas? Où est-il?
LE GARÇON Chez le roi. Chez Créon.
MÉDÉE Emprisonné ?
LE GARÇON Non.
MÉDÉE, crie encore. Si ! C'est pour lui cette fête ? Parle ! Tu vois bien que je sais. C'est pour lui ?
LE GARÇON Oui. C'est pour lui.
MÉDÉE Qu'a-t-il donc fait ? Allons, dis vite. Tu as couru, tu es tout rouge, il te tarde d'y retourner. On danse, n'est-ce pas ?
LE GARÇON Oui.
MÉDÉE Et on boit?
LE GARÇON Six barriques ouvertes devant le palais!
MÉDÉE Et les jeux, et les pétards, et les fusils qui partent tous ensemble vers le ciel. Vite, vite, petit, et tu auras joué ton rôle, tu pourras retourner là-bas et t'amuser. Tu ne me connais pas. Qu'est-ce que cela peut te faire ce que tu vas me dire? Pourquoi mon visage te fait-il peur? Tu veux que je sourie? Voilà, je souris. D'ailleurs, c'est plutôt une bonne nouvelle puisqu'on danse. Vite, petit, puisque je sais!
LE GARÇON Il épouse Créuse, la fille de Créon. C'est demain matin la noce.
MÉDÉE Merci, petit ! Va danser maintenant avec les filles de Corinthe. Danse de toutes tes forces, danse toute la nuit. Et quand tu seras vieux, rappelle-toi que c'est toi qui es venu dire à Médée. »

 

 2157021-5f3e0d9bd0b6c6b06a5aaf21f6eb5049.jpg
Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)
Medea op het punt haar kinderen te vermoorden door Eugène Delacroix, 1862

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Aan de geliefde

Je moet geen duiven naar mij sturen,
je moet geen bange brieven schrijven,
de maartse wind niet laten waaien in mijn gezicht.
Gisteren ben ik aangekomen in een groene gaarde
waar ziel en lichaam mogen rusten
in de schaduw van een populierenbos.

Van hier kan ik ons stadje zien:
Paleis, wachthuisjes, legerplaatsen,
boven het ijs de gele boog van de chinese brug.
Je bent verkleumd van drie uur op mij wachten,
je durft niet weg te gaan van de veranda
en kijkt verbaasd naar al die nieuwe sterren.

Als een grauwe eekhoorn zal ik in de elzen springen,
als een wezel schichtig draven langs het pad,
als een zwaan zal ik je uit de verte roepen
opdat mijn bruidegom geen angst zal hebben
terwijl hij in de blauwe, dwarrelende sneeuw
op het verschijnen van zijn dode bruidje wacht.

 

Vertaald door Kees Verheul

 

 

Der eine geht den graden Weg

Der eine geht den graden Weg,
Im Kreise geht ein andrer
Und will ins Elternhaus zurück,
Zur Freundin, die er kannte.
Doch ich, ich geh – nach mir die Not,
Nicht grade, nicht im Kreise,
Ins Nirgendwann, ins Nirgendwo,
Wie'n Schnellzug von der Weiche.

 

 

Der Mut

Wir wissen, was heut in der Waagschale liegt
Und sehn das Geschehne gelassen,
Die Stunde des Muts in den Uhrwerken tickt,
Uns wird unser Mut nicht verlassen.
Uns schreckt nicht das Sterben im Kugelhagel,
Es schreckt uns nicht, jagt man uns fort,
Denn wir bewahren dich, russische Sprache,
Das große, das russische Wort.
Wir sprechen dich aus, unabhängig und rein,
Den Enkeln als Erbe, in Freiheit zu sein
Auf ewig!

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 2157021-ec3b95f1314e1188280a6fbf53b2f67d.jpg
Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:07 Reageer op dit bericht

Richard Bach, Cornelia Schmerle, Wolfgang Koeppen, Urs Jaeggi, Robert C. Hunter, Hanneke van Eijken, Will Shutt

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook alle tags voor Richard Bach op dit blog.

Uit: The Bridge Across Forever

“Dearest Richard,
It's so difficult to know how and where to begin. I've been thinking long and hard through many ideas trying to find a way. . .
I finally struck one little thought, a musical metaphor, through which I have been able to think clearly and find understanding, if not satisfaction, and I want to share it with you. So please bear with me while we have yet an­other music lesson.
The most commonly used form for large classical works is sonata form. It is the basis of almost all symphonies and concertos. It consists of three main sections: the ex­position or opening, in which little ideas, themes, bits and pieces are set forth and introduced to each other; the development, in which these tiny ideas and motifs are explored to their fullest, expanded, often go from major (happy) to minor (unhappy) and back again, and are developed and woven together in greater complexity until at last there is: the recapitulation, in which there is a restatement, a glorious expression of the full, rich ma­turity to which the tiny ideas have grown through the development process.
How does this apply to us, you may ask, if you haven't already guessed.
I see us stuck in a never-ending opening. At first, it was the real thing, and sheer delight. It is the part of a rela­tionship in which you are at your best: fun, charming, excited, exciting, interesting, interested. It is a time when you're most comfortable and most lovable because you do not feel the need to mobilize your defences, so your partner gets to cuddle a warm human being instead of a giant cactus. It is a time of delight for both, and it's no wonder you like openings so much you strive to make your life a series of them.
But beginnings cannot be prolonged endlessly; they can­not simply state and restate and restate themselves. They must move on and develop—or die of boredom. Not so, you say. You must get away, have changes, other people, other places so you can come back to a rela­tionship as if it were new, and have constant new begin­nings.”

 

 2157017-6117414ac37dc47ca6e6721dfcd255be.jpg
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)
Cover

 

 

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Cornelia Schmerle op dit blog.

 

Mono, perspektiv

Der Diskurs ist nicht.
Du hast den Diskurs nicht eingeplant; das Fahrtenbuch
auf den Knien, die Zigarre ansteckbereit
zwischen lesenden Fingern - doch

der Diskurs rechnet sich selbst ein, sagst du.
(Wie könnte er?)

Von Zwangsläufigkeit ist die Rede, von der ich
nichts verstehe, nur

die Wolken seh, die aufziehn, sich
übern Kranich schlieren.

 

 

Welpe

diese puppe trägt einen namen –
bis gänzlich über die unbeschriebene stirn. schon
kriecht er ins weichplastik oder läuft aus

den sinnen. läuft nach: voraus. sicher aus
der stativen plastik; raunend in die gebärde.

 

 2157017-75ea3f51e48ef61d0618baa288af6b8f.jpg
Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Wolfgang Koeppen op dit blog.

Uit: Amerikafahrt und andere Reisen in die Neue Welt

„In Paris auf dem Bahnhof St. Lazare, dicht bei Balzacs alter Rue d’Amsterdam, blühte Frankreich, spannte sich von Pfeiler zu Pfeiler das Netz der Hirngespinste, faulte Geschichte. Die lange, wie von milchig zerfließendem Absinth überglaste Passage war neunzehntes Jahrhundert, sie verkörperte eine große französische Epoche, sie war lächerlich und bewundernswert, sie war anrüchig und verführerisch.
Das kleine helle Irrlicht der Aufklärung und die rührende bunte Wunderlampe der Literatur leuchteten. Sie leuchteten immer noch. Ich fragte mich, wie lange noch? Das Blut der Gloire und der Freiheit hatte den Boden gedüngt, das Blut war von Schicht zu Schicht gesickert. Der Duft des Huhn-im-Topf lag in der Luft, wie der Wolfshauch des Hungers, der Atem der Erhebung, der Mief der Malaise, das schalgewordene Parfüm der Skandale und der saure Geruch der Macht, die seit Jahrhunderten um die Bastille wehen. Ich fühlte mich hier zu Hause. Ich hatte gelesen, daß nur wer im achtzehnten Jahrhundert in Frankreich gelebt habe, die Lust des Daseins kenne; dennoch liebte man in Paris die Revolution, den nie endenden Sturm auf alle Zwingburgen, die Geister des Aufstandes waren von altersher zum Bankett geladen, man wünschte die Unruhe, hier war ich Europäer, und ich wollte es bleiben. Einer Maus wurde eine Schale Milch hingestellt, eine Katze sah der Maus begehrlich und träge zu. Algerien und die Folter waren fern und nah. An den Zeitungsständen war das Wort des Gewissens affichiert, Sartre und Mauriac riefen Zolas »J’accuse«, und der General sang vor hundert Kamera-augen die Marseillaise. Vor einem Bistro luden wacklige Stühle zu gemütlichem Verweilen ein. Man schenkte den herben Weißwein aus, den nach Georges Simenon die Kommissare der französischen Kriminalpolizei lieben, was ihnen einen menschlichen Zug verleiht, der am Quai des Orfevres enttäuscht. Frauen, für Umarmungen geboren, eilten mit ernstem Berufsgesicht zur Arbeit. Auf einem Leuchtbild warb eine üppige Blondine aus dem Samen Renoirs und als Matrose gekleidet für ein schäumendes Bier.“

 

 2157017-3d8758537af0350340489ec167e2eebb.jpg
Wolfgang Koeppen (23 juni 1906 – 15 maart 1996)

Cover

 

 

De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook alle tags voor Urs Jeaggi op dit blog.

Uit: Kunst

“Die Provinz kennen wir. Teils kommen wir von dort, haben sie ertragen, gehasst, geliebt und verflucht, teils trieb uns der Brotberuf in die Inseln der Langeweile und der Enge, die als Gefängnisse wirken. Es sind aber auch die Orte, wo wir unsere Körper entdeckt haben, und die Fremden, den Anderen, die Andere. Und wo ein Septembernachmittag mit seiner melancholisch milden Sonne etwas von dem vermittelt hat, was wir anspruchsvoll, aber uns angemessen scheinend das »Erhabene« oder das »Transzendente« nannten, das Intensivere als alles übrige. Sehen, riechen, spüren, fühlen. Hier lernten wir mit der Nase umzugehen und mit dem Kopf, hier lernten wir mit den Händen und Füssen uns zu wehren. Hier hörten wir zum ersten Mal Töne und Tonfolgen, die uns weghoben, zerfetzten und wieder zusammenfügten, die uns tanzen liessen. Be high. Be hot. Be in the groove, ohne speed, nur mit schwarzer Musik.
Tougher than the rest. In der Provinz ist das für die, die es wissen möchten, intellektuelle und künstlerische 'Pflicht'.
In der Pheripherie heisst das: Überleben, Kampf (Kampf bis aufs Messer, wenn es so ist und anders nicht geht). Peripherien sind gemessen an der deftigeren, sinnlicheren Provinz abstrakter, flüchtiger, maroder und moderner, zukunftseuphorischer und apokaliptischer. Es sind glitschige, abschüssige, hochbrisante und langweilige Terrains, Orte des extrem Gewaltätigen, Exzessiven, Kriminellen, aber auch der flüchtigen Zärtlichkeit und Poesie; Explosives, Resignatives und, ja, es sind auch Orte der Liebe und des bizarr Schönen.“

 

 2157017-d7b57917c5ea812aeed86ce22ec89cf0.jpg
Urs Jaeggi (Solothurn, 23 juni 1931)

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Zie ook alle tags voor Robert C. Hunterop dit blog.

 

Love in the afternoon

Love - Love in the afternoon
Outside the window
an organ grinder's tune

Rhythm, wine
A touch of Jamaica
Twilight time with a Kingston lady
All the time in the world
for me and that girl

Sweet - She sang sweetly
Come back soon
Come back for more of that love
in the afternoon

Breezes blow by me
in the afternoon
She sings sweetly
an organ grinder's tune

Finally recovered from last years round
of bye bye baby blues
All I crave today
Some love in the afternoon

Love - Love in the afternoon
It's easy as she goes
like an organ grinder's tune

Gone with the moon
any old trouble
can't leave too soon
Trouble's no part of what I want
especially in the afternoon
Singing
Sleeping till two
Waking to make more
love in the afternoon

 

 2157017-18aa1694a1c26c1bf4c7670e6e28792e.jpg
Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse dichteres Hanneke van Eijken werd geboren in 1981 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Hanneke van Eijken op dit blog.

 

Op de rug van een stier

Iemand zei dat Europa niets meer is
dan een grillige vlek op een wereldkaart
zonder te beseffen
dat goden van alle tijden zijn

dat Europa vele vormen kent
ze is een eiland in de Indische Oceaan
een maan bij Jupiter
zevenentwintig landen die als koorddansers
in evenwicht proberen te blijven

er leven godenkinderen die vergeten zijn
wie hun vader is

Europa is een vrouw
met een kast vol jurken
ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden

over de wraak van goden en vrouwen met jurken
kun je beter niet lichtzinnig doen

 

 2157017-8d4d99905f47bd2dd1bc7887842b128e.jpg
Hanneke van Eijken (Amersfoort, 1981)

 

 

De Amerikaanse dichter Will Shutt werd geboren in 1981 in New York. Zie ook alle tags voor Will Shutt op dit blog.

 

American Window Dressing

Half a dozen pestamals hanging on hooks,
          a cuckoo clock twigged from scrap metal,
a single copy of Everyman's Haiku-
          the letters pit the cover's look-at-me
moon sheen-and the poems I love
          inside: spartan, semitransparent, nature's fools,
like faraway countries in full disclosure.

"Put everything into it." My father's
          words on Sunday visits. Man of few words.
Those were the days work took him
          as far as Chungking and he sported
a straight green army coat he called
          his Mao Suit. His hair was still parted
straight to one side and he could

still lift me up so that I stood eyelevel
          with row after row of ducks, like smokers'
lungs, in the restaurant windows
          off Confucius Plaza-thick tar up top
swizzed into brown and rose gold.
          A metal sling dug under their wings ended
in a hole the heads were put through.

Knowledge of them was terrible.
          Everything looked terrible: the heads
of bok choy noosed in rubber bands
          and pale-eyed fish laid out on ice. Terrible
things put delicately, like polite fictions
          families invent. The words stand behind
great portals and are seen to yet untouchable.

 

 2157017-5963a3ed4c22a75dd02c3dc0cf75987f.jpg
Will Shutt (New York, 1981)



Geschreven door Romenu om 12:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten