Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 juli 2018 tot 8 juli 2018

De zomerdag (Jan Prins)

 

Dolce far niente

 

 2160867-d694502d440808a3750a901ce393dd6d.jpg
Strandafslag met Nederlandse vlag door Hans Versfelt, 2014

 

 

De zomerdag

De zomerdag, onder zijn dak
van licht, en met zijne uren,
die onafzienbaar diep en strak
in de uitgestrektheid duren,
staat hoog over de kalme zee,
over die koele, zilte
bezonkenheid, van ree tot ree
vol zonneschijn, vol stilte.

Het water, in de middag zwaar
en rimpelloos gelegen,
is als een loden loomheid, daar
wij niets in zien bewegen
dan enkel, nauw verkenbaar aan
wat rijzing, aan wat daling
in 't oppervlak, het langzaam gaan
als van ene ademhaling.

De wereld schijnt ons weggewist:
als vreemde, vlakke schijven
bespeuren we in de ijle mist
dat landgedeelten drijven,
waarover hier en daar een vlag
van zonneschijn in lange
lichtbanen zinkt. - De zomerdag
zien we om ons uitgehangen.

 

 2160867-a33368380890bb152317a0d6108afbf0.jpg
Jan Prins (5 februari 1876 – 9 februari 1948)
De Oude Haven in Rotterdam, de geboorteplaats van Jan Prins

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e juli ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:00 Reageer op dit bericht

The Common Christ (Chad Ashby)

 

Bij de 14e zondag door het jaar

 

 2160866-f0b166d70f78976e57dc057f9520b2a7.jpg
Christus onderwijst in de synagoge van Nazareth door Gerbrand van den Eeckhout, 1658

 

 

The Common Christ

Oh, the beauty of the Incarnation:
God the Son made flesh and plain.
Cried we, “Common Man, how can you save us?”
Yet for the common sinner was he slain.

“We ask you how, O Carpenter’s Son,
Shall vic’try come by hands that hammer swung?
By a Simple Man who puts nails to wood
Can the Kingdom of Heaven truly come?

We have your mother in our midst,
And your brothers living here beside.
Simple Jesus, you’re our native Son,
Your sisters our men have made their wives.

Whence comes your wisdom and mighty acts,
For your stature grew in our town?
Shall we now your disciples become
And upon your head bestow a crown?

No, no, Young Man, our allegiances lie
With a Messiah whose sword and heavy boot
In vengeance and wrath our enemies crush
Defeating them with the tread of his foot.”

Quietly departing his hometown,
“Crushed in due time my enemies shall be
And a crown shall I wear before all men,
Only, after Man’s Son is crushed for thee.

My enemies I came to live among–
Every father, mother, daughter, and son.
My low estate is to be your blessing,
That as one brought death, now life through One.

 

 

 2160866-5d45cff43ad7ab399ba529b421469041.jpg
Chad Ashby (College Street Baptist Church in Newberry)
De College Street Baptist Church

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e juli ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 12:59 Reageer op dit bericht

Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Overwinningslied

terwijl het mannetje langzaam
stram wordt en de boterhammen

de kinderen omhoogtrekken
compenseert de ongewenste

panoramablik de verliezen die
wij leden in de sectoren gras

en bloem. Of wij het voormalige
opperwezen kunnen overklassen

door onszelf te upgraden naar een
regeneratief organisme is een vraag

die vandaag het zicht beneemt
op deze smartelijke kwinkslag:

jouw paardenstaart herinnert ons
blijvend aan het veulen dat je was

 

 

Levenslust

Word eens schaamteloos voor eigen bloeddorst
gewoon knarf een hap uit billen nemen

Zwengel eens iemands arm uit de kom
tel de haren die je in één (speel niet
vals, een ruk uit één stuk) keer
trwak uit kunt trekken, leef

je flink uit, spreek eerlijke
vuistentaal, maak nieuwsgierig
- open vizier - je eigen stoffen aan,

onderzoek wat je bewustzijn van je
leert wanneer je bewustzijn
ophoudt het bewustzijn
wakker te houden op
weg naar de ijzerwinkel

(zaagblad, kofferbak, zakken zeulen bermparkeren
modder schoenen plons kanaal blub)

 

 2160865-91f25b29bf167687918b5a566a9d024e.jpg
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

Zeg het eens, atoomnummer 12


De weg, de waarheid en het leven. Maar welk
leven: dat als een oordeel, zoals buiten
ons ontbrandt, eindejaars, in kleuren, kruit en
dampend licht magnesium, kortstondig? Melk-

wit is het fantoom, de weg bijna voor elk
vuur dat zichtbaar waar is, knalt langs de ruiten
om ons wakker te houden. We besluiten
het uur nu, de laatste seconde met kelk-

jes vol spattende drank. Gefeliciteerd!
Alles wordt nieuw! De toekomst! Het asfalt rood
van bloedend papier, de oprit vol rotjes,

brievenbus verzegeld, kerstboom met godjes,
wij argeloos kussend, de rug naar de dood-
gewoon tikkende tijd. Jongleren: geleerd.

 

 

De maker

In het zuiden breekt de geur los uit de citroen
wanneer zij een letter van de naam maakt,
wanneer zij haar vinger in het stof doopt en schrijft.

De eerste letter wordt in de armen gedragen,
de tweede letter is de poolster aan haar cirkelende kroon,
de derde en de vierde wisselen af als dag en nacht.

In de naam worden wij gloeiend licht.
Blauw branden onze handen en betasten
het nummer dat geschreven is in de huid.

Het heeft niet opgehouden met verbranden;
ook de levende lichamen in en gillend de oven in;
ook wat ik zeg heeft mij niet bewaard.

Maar de naam die wij zijn spreekt zich door in de tijd.
De letters van de naam zijn van as, blaas ons weg,
wij zijn het stof in de mond van de messias.

Zij veegt het bijeen, leem, en zij vormt ons.
Want haar voetafdruk verzamelt vocht,
in de afdruk van haar hiel borrelt water op.

Zo is mijn lichaam nat van haar aanraking
en alles bestaat in de naam
zelfstandig, lichaam zonder lidwoord.

 

 2160865-f5be8d6f9dabef6a3d1068fb32da82ac.jpg
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

De Amerikaanse dichter Peter Orlovsky werd geboren in New York op 8 juli 1933. Zie ook alle tags voor Peter Orlovsky op dit blog.

Uit:My Dear Boy: Gay Love Letters Through the Centuries

“PETER ORLOVSKY TO ALLEN GINSBERG
[On board ship
returning to New York]
Jan 22, 58
Dear Allen:
On the ship, close to home, at night, full turky stomache sadness on my face but finally read through the brothers K[aramazov] & see the same madness in my famiely. Have been very quite, sick half the time from the bellybutton waves but eating marvously & to boot havent smoked much at all & to boot have this nice typewritter to type to yo . . . . I know I goofed with Bill being so silent as if crying inside my throught, yes I gess I am meek, like you say. But at the end of eternity theres nothing to be imbarresed about. . . . Love Bill like I love you, be a chair for him to sit on and for him to talk proudly from – Bill seems more like a brother now then a farther with stern eyes in Tangiers. Bill got roses in his teeth. I took a one hour shower yesterday & used to much water that the hall was soken wet twenty people nocked on my door in fright but I kept singing along till cleaned & wash all dirty clothes. Have had two wet dreams so far, did not masterbate once & feel good about that for I must stop that habit for its insulting to my cock. . . . On the frist day out I saw land in the sky & thought it was real. It was only till I left you & Bill to get on train did I feel lonely sadness pains and crying in my throught but now I feel better. tho when I left you I felt our friendship was like sunset dust floating & seperating away – young young young saw flying fish with red boots on. . . . Someone wants the typewritter so must move on off. I feel very good & confident things will work out well. . . . „

 

 2160865-35b7a4a2302a410a24135d3b1b8d88cd.jpg
Peter Orlovsky (8 juli 1933 – 30 mei 2010)
Hier met Allan Ginsberg (links)

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook alle tags voor Walter Hasenclever op dit blog.

Uit:Der Bankier und der Dichter. Ein Gespräch über Dichtung

„Der Bankier und der Dichter treffen sich auf dem Flugplatz
bei einem Meeting.
Der Bankier: Es freut mich außerordentlich, Sie zu sehen. Seit wann sind Sie wieder in unserer Stadt?
Der Dichter: Seit vorgestern Abend. Ich war einige Wochen am Gardasee.
Der Bankier: War es nicht sehr heiß dort?
Der Dichter: Die Hitze war erträglich; man lag die Nächte still; am Tage badeten wir im See. Manchmal kamen Gewitter.
Der Bankier: Sie haben, wie ich höre, ein Buch veröffentlicht?
Der Dichter: Seit einiger Zeit. Jawohl.
Der Bankier: Ich erinnere mich, von Ihnen etwas in der Zeitung gelesen zu haben. Ich interessiere mich dafür. Haben Sie Gedichte veröffentlicht?
Der Dichter: Wenn Sie wollen – auch Gedichte. Ich selber neige der Ansicht zu, daß es eine Dichtung ist.
Der Bankier: Besteht eine Differenz dazwischen?
Der Dichter: Es ist leicht, in einem Zeitalter, wie dem unsrigen, Gedichte zu schreiben. Notwendig ist allenfalls die Brücke zum Publikum: Das hieße eine Dichtung der Gesellschaft. Sie werden bemerken, daß es heute kaum noch einen Poeten gibt, der nicht gute Gedichte schreiben könnte. Die Begabung ist in unserem Stande ebenso verbreitet, wie in dem Ihrigen. Doch werden Sie mir zugeben, daß ein Unterschied besteht zwischen dem, was man tun müßte, und dem, was man tun könnte.
Der Bankier: Verstehe ich recht, so sagten Sie Gesellschaftsdichtung? Mir scheint – verzeihen Sie – als läge darin eine Arroganz. Etwas, was gedichtet ist, gibt doch nur den Zustand des Einzelnen, kaum den der Gesellschaft. Ich würde mir die Verallgemeinerung eines Gedichtes verbitten, dessen Typus ich erkenne, von dem ich aber den Schluß auf mich unbedingt ablehne.“

 

 2160865-2826eccfd43e8ab552214be0da85a2f0.jpg
Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940) 
Aken, de dom  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:58 Reageer op dit bericht

María Cecilia Barbetta

De Duitstalige schrijfster María Cecilia Barbetta werd geboren op 8 juli 1972 in Buenos Aires. Barbetta volgde de Duitse school in Buenos Aires en studeerde toen Duits als vreemde taal. Ze kwam in 1996 met een DAAD-beurs naar Berlijn en promoveerde in 2000. Daarna werkte ze vijf jaar als docente Spaans aan de universiteit van Frankfurt aan de Oder. Ze is sinds 2005 freelance auteur, en in 2007 ontving ze de Alfred-Döblin-Stipendium van de Academie voor de Kunsten en nam ze deel aan de schrijvers-workshop proza van het Literarische Colloquiums Berlin. In 2008 verscheen haar eerste roman “Änderungsschneiderei Los Milagros”, geschreven in het Duits. Haar tweede roman “Nachtleuchten” werd door de literaire kritiek zeer goed ontvangen. Sinds 2011 is Barbetta lid van het PEN-centrum Duitsland.

Uit: Nachtleuchten

“Elvio Gianelli tastete die Taschen seines Regenmantels nach Streichhölzern ab. Als er mit einer brennenden Zigarette im Mundwinkel das Haus verließ, ertönten die Kirchenglocken, die das Erwachen seiner Tochter einläuteten. Noch ahnte Teresa nichts von den Veränderungen, die ihnen bevorstanden, doch als der Vater sich wenig später mit der üblichen Sonntagszeitung und einer Kinderzeitschrift – einem handfesten Beweis seines schlechten Gewissens – zu ihnen gesellte, war sie über die anderen Umstände bereits unterrichtet. Anstatt sich beim Frühstück wie sonst über die Wirren der Politik auszulassen oder sich mit dem Geisterfahrer zu beschäftigen, der am Vortag, dem 9. März 1974, auf einer der Hauptverkehrsadern von Buenos Aires für chaotische Zustände gesorgt hatte, wollte Elvio Gianelli von seiner Tochter hören, ob sie die Neuigkeit erwartet habe und ob sie sich freue. Teresa antwortete mit Nein und Ja, während sie den Gimmick vom Cover ihres Magazins Anteojito zu lösen versuchte. »Aber nicht doch«, platzte sie heraus. Sie war weiß Gott unvorsichtig gewesen, das Papier war eingerissen, die Hälfte der Buchstaben auf der glänzenden Titelseite waren von der Bildfläche verschwunden, so dass es von nun an nur noch Ojito heißen würde: Achtung. Unfug, dachte Teresa verärgert. Als nützte es etwas, im Nachhinein mit einer Warnung behelligt zu werden. Ojito bedeutete auch Äuglein, doch die halfen nicht immer weiter. Der Vater, neuerdings beim Lesen auf eine Brille angewiesen, hatte seinem Kind vorsorglich eine Sehhilfe mitgebracht. Teresa befreite das Vergrößerungsglas vom letzten Tesastreifen wie zuvor ihre Augen vom Schlaf, als sie nicht hätte sagen können, ob der Schatten, der in Zeitlupe den Schlüsselbund von der Wand abgehängt und die Eingangstür hinter sich geschlossen hatte, Bestandteil ihrer Träume gewesen war oder nicht. Die Mutter war ebenfalls noch nicht aufgestanden, als sie mit belegter Stimme »Teresa« gerufen hatte, »Liebling, bist du schon wach?« Wache hatte die Tochter wie so oft in der Nacht gehalten. Mit ihrer kleinen Statuette in der Hand hatte sie an der Schlafzimmertür der Erwachsenen gestanden und das Ohr so lang dagegen gepresst, bis sie feststellen konnte, dass Frieden herrschte und sie nicht einschreiten musste. Jetzt ruhte sie etwas beduselt auf ihrem Ausziehsofa im Wohnzimmer, sie streckte und reckte sich, bevor sie beherzt die Decke zurückschlug. Sie schlüpfte in ihre Pantoffeln, stolperte über die Riemchenschuhe und ein paar Schritte weiter über die Schultasche. Jeden Abend ließ der Vater sämtliche Jalousien herab. Jalousie ist Französisch und bedeutet Eifersucht, wusste Teresa. Durch die Jalousien hindurch konnte die Tochter beobachten, wie verwandelt der Vater wirkte, sobald er sich morgens aus dem Fami lien haus stahl.”

 

 2186296-2100d23ac063d678b25b56f0e2e1994f.jpg
María Cecilia Barbetta (Buenos Aires, 8 juli 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, E. E. Cummings, Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza, János Székely

 

Dolce far niente

 

 

 2160559-f5e7799da63f2e8caec1c7d9ffb255a6.jpg
The Summer Garden door Alfred de Breanski, Jr., ca. 1912

 

 

This Is The Garden

this is the garden:colours come and go,
frail azures fluttering from night’s outer wing
strong silent greens silently lingering,
absolute lights like baths of golden snow.
This is the garden:pursed lips do blow
upon cool flutes within wide glooms,and sing
(of harps celestial to the quivering string)
invisible faces hauntingly and slow.

This is the garden. Time shall surely reap
and on Death’s blade lie many a flower curled,
in other lands where other songs be sung;
yet stand They here enraptured,as among
the slow deep trees perpetual of sleep
some silver-fingered fountain steals the world.

 

 

 2160559-d438fb9cc1bfb0a28bb7f65be5c7f53d.jpg
E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Cambridge, Massachusetts, de geboorteplaats van E. E. Cummings

 

 

 

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog

Uit: Dieven van vuur

“Ik herinner mij de dag dat de eerste wespen kwamen. Via de sleuven in de houten buitenbetimmering kropen ze in de spouw van de wand aan mijn rechterhand. Ik sta vaak op dat balkon, rokend, dwalend door mijn gedachten als een nieuwsgierige toerist, in deze periode van het jaar veelal mijmerend over vroeger.
Onze schaduwen nestelen zich in de plekken die wij achterlaten. Daarom raken we altijd zo in de war wanneer we er terugkeren, al is het maar in gedachten: omdat we de leegheid niet verwachten, het desolate, het verlatene van wat in onze herinnering bruisend en vol was, als de glazen champagne die wij toen nog niet konden betalen.
Ach, wat waren wij meer dan dwazen die naar een wilde jeugd verlangden, hun uiterlijk verwaarloosden in de hoop te worden bewonderd, en hun longen in brand zetten voor de lol? (Dat wij nog leven is een wonder, ook al ademen de meesten van ons met piepende geluiden en maken we beklagenswaardige lijstjes van wie bij ons in bed belandde, of wie we enkel zoenden of anderszins bijna hadden gehad.)
Wat rest er ons dan wel? Waar kunnen wij terug aan denken? Aan de dingen en gebeurtenissen die beslissend hadden kunnen zijn. Ze dansen, uitdagend, op de onbegrijpelijke noten die zonder overleg tegen die platenkast op springen; wespen, inderdaad, op zoek naar hun nest.
Het is geen dragende muur, dus nauwelijks meer dan wat hout, pleister en isolatiemateriaal. Wekenlang vlogen die wespen af en aan. De kolonie leek te groeien met iedere nieuwe sigaret. Toen ik het verdelgingsbedrijf belde, vertelden ze dat die wespen mijn muur van binnenuit zouden vernietigen met hun nest. Ik moest denken aan duizenden tot tienduizenden wespen die alles in die spouw zouden reduceren tot gruis en op een dag allemaal tegelijk uit die sleuven tevoorschijn zouden komen en uitvliegen.
Ik toonde de verdelger het balkon. Het hele idee is dat de wespen het mengsel aan hun lijf krijgen, mee het nest in nemen, en de koningin vergiftigen. De koningin sterft, het nest wordt verlaten. Ik vroeg die kerel of dat zeker werkte.”

 2160559-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

Uit: Goya oder der arge Weg der Erkenntnis

„Im Spätsommer kehrten die Albas nach Madrid zurück. Cayetana blieb unsichtbar und schickte keine Botschaft. Mehrmals begegnete Francisco einem der Wagen des Hauses Alba. Er befahl sich, nicht hinzuschauen. Schaute hin. Zweimal war es der Herzog, zweimal ein Fremder, ein anderes Mal die alte Marquesa. Eine Karte wurde überbracht, welche den Hofmaler de Goya y Lucientes und Seriora Doüa Josefa einlud, einem Musikabend des Herzogs beizuwohnen; gespielt werden sollte eine Oper des Serior Don Josü Haydn »Die Welt auf dem Monde«. Eine Stunde lang war Francisco fest entschlossen abzulehnen, die nächste ebenso fest, hinzugehen. Josefa hielt es für selbstverständlich, daß man die Einladung annahm. Wiederum wie an jenem Abend, da Goyas unselige Verstrickung mit ihr begonnen hatte, war die Alba zunächst nicht sichtbar. Vorerst einmal mußte Francisco die ganze Oper des Seflor Haydn anhören. Da saß er neben Josefa, verzehrt von Ungeduld, Furcht und Hoffnung, gepeinigt von der Erinnerung an Stunden in Piedrahita, wo er bei ähnlichen Musikdarbietungen des Herzogs neben Cayetana gesessen hatte. Dabei war die Oper leicht und zierlich. Sie stellte dar, wie ein von der Passion für die Astronomie besessener reicher Herr, Bonafede, Vater zweier hübscher Töchter, von einem betrügerischen Scharlatan, Eccletico, in den Glauben versetzt wird, er lebe auf dem Monde; seine Erlebnisse auf diesem Gestirn veranlassen ihn, seine Töchter an Freier zu verheiraten, denen er sie auf Erden niemals gegeben hätte. Der italienische Text war von dem Herzog selber, noch mit Hilfe des nunmehr verschwundenen Abate, ins Spanische übertragen worden, die Inszenierung war gut, die Musik nicht so verstiegen, wie Goya befürchtet hatte, er hätte sich unter andern Umständen der anmutigen Darbietung erfreut. So aber, in seinem Innern, schimpfte und knurrte er. Endlich war die Oper zu Ende, der Mayordomo bat in den Hauptsaal. Wie damals empfing Doria Cayetana ihre Gäste auf altspanische Art, auf ihrer Estrade. Diesmal war der hohe Baldachin, unter dem sie saß, geschmückt mit einer bemalten Holzstatue der Jungfrau, geschaffen von Juan Martinez Montanüs. Mit gefalteten Händen, das Haupt verschämt geneigt, stand anmutig mit einem ganz kleinen, stolzen, spanischen Lächeln die Jungfrau auf dem Schemel eines Halbmonds, der getragen war von zierlichen Engelsköpfen. Der Anblick der Alba, wie sie lieblich unter dieser lieblichen Statue saß, hatte etwas Lasterhaftes und Berückendes. Sie war geschminkt dieses Mal und gepudert, sie trug ein Kostüm alten Versailler Schnittes, von schmalster Taille fiel weit der Rock. Gewollt puppenhaft und beinahe lächerlich hochmütig sah sie aus. Das weiße Gesicht, starr lächelnd, während die metallischen Augen unter den hohen Brauen bestürzend lebendig wirkten, schien doppelt sündhaft durch die holde und freche Gemeinsamkeit mit dem Antlitz der Jungfrau, welche lächelnd und mit züchtiger Genugtuung der Verkündigung lauscht. Francisco,“

 

 2160559-59cebf5f0d638e1302ae93261fb39d74.jpg
Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)
Cover

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Baghdati, Imereti, Georgië, geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

A Cloud In Trousers – Part I (Fragment)

The doors suddenly banged ta-ra-bang, 
as though the hotel¡¯s teeth 
chattered. 

You swept in abruptly 
like ¡°take it or leave it!¡± 
Mauling your suede gloves, 
you declared: 
¡°D¡¯you know, 
I¡¯m getting married.¡± 

All right, marry then. 
So what, 
I can take it. 
As you see, I¡¯m calm! 
Like the pulse 
of a corpse. 

Do you remember 
how you used to talk? 
¡°Jack London, 
money, 
love, 
passion.¡± 
But I saw one thing only: 
you, a Gioconda, 
had to be stolen! 

And you were stolen. 

In love, I shall gamble again, 
the arch of my brows ablaze. 
What of it! 
Homeless tramps often find 
shelter in a burnt-out house! 

 

You¡¯re teasing me now? 
¡°You have fewer emeralds of madness 
than a beggar has kopeks!¡± 
But remember! 
When they teased Vesuvius, 
Pompeii perished! 

Hey! 
Gentlemen! 
Amateurs 
of sacrilege, 
crime, 
and carnage, 
have you seen 
the terror of terrors ¨C 
my face 
when 
I 
am absolutely calm? 

 

 2160559-d87d7b17bbccbef232938b650050f1da.jpg
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 – 14 april 1930)
Majakovski museum in Moskou

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

Uit: Sind wir bald da?

„Na bitte: Einödhof, Pilger … klingt doch ganz passabel. Muss mir das mal in Ruhe ansehen.
Ich habe vergessen, dass ich heute zum Internisten muss. Ich habe erhöhten Blutdruck, und es ist nicht auszuschließen, dass ich einen verfrühten, völlig würdelosen Tod erleiden werde. Ich will das nicht, also Abgang zum Internisten. Seine Sprechstundenhilfe muss er von seinem Vater, der sicher auch Arzt war, übernommen haben. Als Erbstück oder eine Art Leibrente, was weiß ich. Freiwillig setzt man sich so einen Drachen nicht in die Ordination. Das möchte ich rundheraus ausschließen. Zumal der Arzt und seine Assistentinnen nett und hübsch sind und, soweit ich das beurteilen kann, auch kompetent. Aber die Sprechstundenhilfe … mein lieber Herr Gesangsverein.
An ihrem Tisch staut sich eine Schlange, die bis zur Eingangstür reicht, ich schätze zehn Personen. Eine illustre Mischung aus starken RaucherInnen und TrinkerInnen und ein wunderschönes älteres Ehepaar aus der Neigungsgruppe »Wir sehen aus wie die Klestils oder Waldheims«. Er in ordentlichem Anzug, hochroter Kopf und ganz offensichtlich schon an dem einen oder anderen Herzinfarkt vorbeigeschrammt. Sie im feinsten Trachtenkostüm, eine Frisur, für die sich ihr Coiffeur bestimmt große Mühe gegeben hat (vielleicht hat er sie aber auch nur ausgelacht), und sehr eifrig bemüht, den Eindruck zu vermitteln, dass die beiden, vor allem aber sie, nur durch eine Verkettung unglücklicher Zufälle oder eine üble Laune Gottes in dieser elenden Proletengegend gelandet sind. Vielleicht waren sie mit ihrem Mercedes Arbeiter schauen, wie früher die Familien in Gänserndorf im Safaripark. Sie wollten einfach einmal raus aus Hietzing und etwas anderes erleben. Also sind sie ins Auto gestiegen, um Hackler und Proleten in ihrem natürlichen Umfeld zu beobachten. Sie hat ein paar Leberkässemmeln gekauft, obwohl sie weiß, dass das Füttern verboten ist (zumal aus dem Auto), und justament hier, in dieser Ungegend, ist ihnen dann das Auto eingegangen. Er hat sich darob sehr erregt, und weil kein anderer verfügbar war, muss man eben jetzt mit dem Buschinternisten vorliebnehmen.
Der Ordinationsdrache scheint einen Anflug von Respekt vor der Trägerin der Edith-Klestil-Memorialfrisur zu haben, denn sie darf sich nicht nur schamlos an der Menschenschlange vorbeidrängeln, sie wird sogar einigermaßen menschenwürdig behandelt. Wahrscheinlich kennt man einander noch aus besseren Tagen, als der Herr Doktor noch ordinierte. Also der »richtige Doktor, Sie wissen schon, der Vater …"

 

 2160559-b7905574831df1220ee1a63e6e727cbd.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)

 

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

Uit:The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

“And consider this: Whether Barutanski, as a phenomenon, is to your personal liking or not, he is an organic phenomenon! His every act as a ruler is dictated by a deep, inborn awareness that he's acting not in the twentieth but in the fifteenth century. That, generally, is exclusively political skill: to manage in space and in time and act with the means which suit the needs of a particular time in a particular space. Yes! Nature, as is well known, does nothing by leaps or bounds, my dear young friend, and it is an old and well-tried piece of wisdom: Naturae convenienter vivere! And what you are seeking in this 'Open Letter' of yours is, for our circumstances, rebus hic et nunc stantibus, here, today, in Blitva, a demand which is against nature! You're looking for a leap, a salto mortale, from the fifteenth into the twentieth century! That is an intellectual supererogation, my dear friend; a state cannot be governed like that."
"So, Professor: The world has to be ruled by the bludgeon and I have to be beaten to death by that bludgeon simply because I don't think that the bludgeon should be ultima ratio?"
"Give me just one example in the history of civilizations that was not built on similar means of persuasion," Burgwaldsen replied. "The pharaohs, Pericles, the Rome of the Caesars, Borgia, the papal see, the East India Company, the Transvaal? According to you, Blitva should be the one exception? Forgive me, but that's naive!"
"Yes, my dear professor, I am naive, that much I admit. But do you know who it was who brought me up to be naive? In other words, who is responsible for my naïveté? You personally, you and your naive principles, which you naively preached from the rostrum and to which I naively listened through the course of several naive semesters, as you should well know! You taught us, together with the naive Cicero, that human communities should be ruled by that naive spirit of communality, that by the law of natural social instinct, people should be bound in naive organizations, according to the law of an instinct which Cicero naively called naturalis quaedam congregatio, and you yourself insisted that social groups should be naively similar to Cicero's naive civitas and to that naive concept which Cicero naively called constitutio populis!"

 

 2160559-15f3951cff81b6cceef418f8b290484d.jpg
Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)
Monument in Zagreb

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Zie ook alle tags voor János Székely op dit blog.

Uit:Der arme Swoboda (Vertaald door Leon Scholsky)

„Um Schneiderrechnungen brauchte Swoboda sich ebenfalls keine Sorgen zu machen. Die Anzüge, die er zum ersten Mal trug, waren gewöhnlich bereits zehn oder fünfzehn Jahre früher bezahlt worden. Er bekam sie nicht etwa unentgeltlich. O nein! Dies nun doch nicht! So verschwenderisch war niemand in der Stadt. Swoboda arbeitete hart für seine Garderobe. Wenn ein großer Hausputz bevorstand, schickte man das Hausmädchen nach ihm. Mit der Zeit brachte er es im Teppichklopfen zur Meisterschaft und auch im Fußbodenschrubben und im Insektenvertilgen; er hatte sogar gelernt, selbständig die Vorhänge herunterzunehmen. Er spaltete das Anbrennholz in schön regelmäßige Scheite und nahm nach und nach dem Hausmädchen alle Arbeiten ab, die für es zu schwer waren.
     Sein Lohn bestand aus den Mahlzeiten, aus alten Schuhen, fadenscheinigen Hemden, verwaschenen Unterhosen ? Manchmal sogar aus einem abgewetzten Anzug oder einem verschabten Überzieher. Die kostbare Garderobe mußten natürlich hart erarbeitet werden, denn es gab kein Kleidungsstück, egal wie alt und schäbig es war, das für die knickrigen Bürger nicht mehr wert gewesen wäre als ein Tagelohn für Swobodas Hilfe. Waren keine alten Kleider da, drückte ihm der Hausherr ein paar Heller in die Hand, wofür Swoboda sich mit einem herzlichen "Dankserr" bedankte. Er umklammerte die Münzen, als hänge sein Seelenheil davon ab, hätte es aber für unter seiner Würde gehalten, das Geld in Anwesenheit seines Kunden zu zählen. Auch die Bahnangestellten trugen ihm Besorgungen auf, und Anfang des Monats, solange ihr Gehalt es noch zuließ, gaben sie ihm ein kleines Trinkgeld. Swoboda stand jedermann zu Diensten und bedankte sich für die kleinste Belohnung mit einem breiten, freundlichen Grinsen.“

 

 2160559-974dea570402172f519db90322de3aff.jpg
János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958) 
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2016 en ook mijn blog van 7 juli 2014 en ook mijn blog van 7 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 10:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten