Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 juli 2018 tot 13 juli 2018

In de schaduw (Menno Wigman)

 

Dolce far niente

 

 2162247-a19f3a14689af8a9a5d8ae0844af42c4.jpg
Summer in Holland door Kim English, 2013

 

 

In de schaduw

De zomer vloert de stad
likt liefdes uit, legt grijsaards af.
Ik lees hun zwart omrande namen
en prijs de eenvoud van de dood,
het slapen van mijn bloed.

De boulevard! De zeewind!
Blauwe oevers! Befloerste bossen!
Ik zag het op tv. Nu ontwaakt het oproer
in hun broeken, stromen de jurken
vol warme stranden, één lamme, klamme
verdwaasde revolutie, dans
drank en kelen die kraaien om méér.

Ik leef in de schaduw. Ik lees kranten
en bid om goddelijke rampen.
Mij kan niemand nog genezen.

 

 2162247-5200af4b9084769594b21d078f8d68d1.jpg
Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)
Beverwijk, de geboorteplaats van Menno Wigman

 

 

Zie voor enkele schrijvers van de 13e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Wole Soyinka, Isaak Babel, Scott Symons, Rebecca Salentin, Antoine-Roger Bolamba

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

Uit: Aké. The Years of Childhood

“For a long time it all went without mishap. Then Osiki got carried away. He was a bigger boy than I, so that I had to exert a lot of energy to raise him up, lifting myself on both hands and landing with all possible weight on my seat. Suddenly, while he was up in his turn, it entered his head to do the same. The result was that I was catapulted up very sharply while he landed with such force that the leg of the bench broke on his side. I was flung in the air, sailed over his head and saw, for one long moment, the Canon's square residence rushing out to meet me.
It was only after I had landed that I took much notice of what I had worn to the party. It was a yellow silk dansiki, and I now saw with some surprise that it had turned a bright crimson, though not yet entirely. But the remaining yellow was rapidly taking on the new colour. My hair on the left side was matted with blood and dirt and, just before the afternoon was shut out and I fell asleep, I wondered if it was going to be possible to squeeze the blood out of the dansiki and pump it back through the gash which I had located beneath my hair.
The house was still and quiet when I woke up. One moment there had been the noise, the shouts and laughter and the bumpy ride of the see-saw, now silence and semi-darkness and the familiar walls of mother's bedroom. Despite mishaps, I reflected that there was something to be said for birthdays and began to look forward to mine. My only worry now was whether I would have recovered sufficiently to go to school and invite all my friends. Sending Tinu seemed a risky business, she might choose to invite all her friends and pack my birthday with girls I hardly even knew or played with. Then there was another worry. I had noticed that some of the pupils had been kept back in my earlier class and were still going through the same lessons as we had all learnt during my first year in school. I developed a fear that if I remained too long at home, I would also be sent back to join them. When I thought again of all the blood I had lost, it seemed to me that I might actually be bed-ridden for the rest of the year. Everything depended on whether or not the blood on my dansiki had been saved up and restored to my head. I raised it now and turned towards the mirror; it was difficult to tell because of the heavy bandage but, I felt quite certain that my head had not shrunk to any alarming degree.”

 

 2162245-32cd4e7f18e52ef6e2ef0d6bf08468dd.jpg
Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

 

De Russische schrijver Isaak Emmanuïlovitsj Babel werd geboren in Odessa op 13 juli 1894. Zie ook alle tags voor Isaak Babel op dit blog.

Uit:De geschiedenis van mijn duiventil (Vertaald door Froukje Slofstra)

“Die Karavajev was een blozende, verbolgen man, die in Moskou had gestudeerd. Hij was amper dertig. Zijn mannelijke wangen hadden een blos als die van boerenkinderen, op zijn ene wang zat een wrat waaruit een plukje asgrauw kattenhaar groeide. Behalve Karavajev was ook de conrector Pjatnitski, die op het gymnasium en in het hele gouvernement gold als een belangrijk man, aanwezig bij het examen. De conrector ondervroeg me over Peter de Grote, waarbij ik een gevoel van wezenloosheid kreeg, van de nabijheid van het einde en de afgrond, een dorre afgrond, bekleed met wanhoop en vervoering.
Over Peter de Grote kende ik de passages uit Poetsykovitsj en de gedichten van Poesjkin vanbuiten. Ik zei die gedichten met snikkende uithalen op, plotseling trokken er menselijke gezichten voor mijn ogen langs en raakten daar vermengd als kaarten uit een nieuw spel. Ze werden op de bodem van mijn ogen geschud, en ondertussen richtte ik me op en schreeuwde bevend, gejaagd, uit volle borst Poesjkins strofen uit. Ik stond lang te schreeuwen, niemand onderbrak mijn krankzinnige gestamel. Door mijn vuurrode verblinding, door mijn roes van vrijheid, zag ik alleen het oude, voorovergebogen gezicht van Pjatnitski met zijn zilverkleurige baard. Hij onderbrak me niet, maar richtte zich tot Karavajev, die ingenomen was met mij en met Poesjkin: ‘Wat een volk,’ fluisterde de oude man, ‘in die joden van jullie huist de duivel.’
En toen ik zweeg, zei hij: ‘Goed, mijn jongen, je kunt gaan...’
Ik liep de klas uit en de gang op, en daar, leunend tegen de ongewitte muur, kwam ik bij uit de stuiptrekkingen van mijn droom. Om me heen speelden Russische jongens; vlakbij, in het institutioneel ogende trappenhuis, hing de schoolbel, een toezichthouder zat te soezen op een doorgezakte stoel. Ik keek naar hem en kwam weer bij zinnen. Van alle kanten slopen er kinderen op me af. Ze wilden me een tik geven of gewoon spelen, maar opeens verscheen Pjatnitski in de gang. Toen hij langs me liep, bleef hij even staan, zijn geklede jas golfde traag en zwaar over zijn rug. Ik zag de verwarring in die brede, vlezige herenrug, en schoof in de richting van de oude man.
‘Kinderen,’ zei hij tegen de leerlingen, ‘laat deze jongen met rust’, en hij legde een vette, weke hand op mijn schouder. ‘Mijn jongen,’ wendde Pjatnitski zich toen tot mij, ‘zeg tegen je vader dat je bent toegelaten tot de eerste klas.’
Op zijn borst blonk een prachtige ster, aan zijn revers rinkelden medailles, zijn grote zwarte geüniformeerde lichaam liep op stramme benen weg. Ingeklemd tussen de sombere muren bewoog het zich als een binnenschip door een diep kanaal en verdween door de deuren van de directeurskamer. Een kleine bediende bracht hem met veel ceremonieel zijn thee, en ik rende naar huis, naar de winkel.”

 

 2162245-b22c46d544e5b42d8bc0d05616dfb63d.jpg
Isaak Babel (13 juli 1894 – 27 januari 1940)
Cover

 

 

De Canadese schrijver Scott Symons werd geboren op 13 juli 1933 in Toronto. Zie ook alle tags voor Scott Symons op dit blog.

Uit: Place d’Armes

„The low organic bas-relief of the Providence Building dallied him, as he scaled the careful crags to the top, like some wellbred mountain goat. And then skyhopping ... passed to the well-fed balustrading atop the brownstone stack beside ... balustrades that distended in prime sirloin.... He pocketed the ironwork of the clock, particularly the hour-hands ... and then he was interrogating again the crest pedimenting the Mother Bank of All Montreal: merchantman's Parthenon frieze ... whereon the heroes were sailor and yeoman-worker, and Indian: it was a quotation from the Amurrican world of Currier and Ives — with this difference — it was in stone! It was in 3-D ... Currier and Ives for Cubes. And so aptly, atop the crest of Montreal itself ... the beaver — the Complete Canadian Cube ... the symbol of the state — substantial, diligent, sure, sombre, comestible (but only by the tail) ... and, of course, it could be fleeced — the Canadian Golden Fleece. he was sucked over to the Bank ... and in, and endlessly voyeur mounted to say goodbye to the castors within ... to his legal guinea pigs: and as he expected, they had that look of men about to lose their maidenheads ... in fact of men who had lost their maidenheads, but didn't quite know how or why.... Somewhere they had been had.By him. But if they acknowledged it then they were lost to respectability — and they clung to that matriarch with all the diligent will of the foredoomed. crossed La Place ... into the garden of the Church ... the snow kindly absolved the dirt of it — the evident sterility of its soil. Covered it and gave it back its beauty ... flowered the rows of chestnut trees that flanked it ... in the centre, a saint or other, wintered under a contraceptual bag.Some day this garden would flower again, would welcome the public again ... but only when the people wanted gardens again —perhaps the city would make it a tourist attraction for the Centennial Exposition —it was excuse sufficient. Meanwhile it remained a medieval close, curious analogue of the Place itself. He made his way to the flank of the Church ... up a back alley — the tower strode over him ... and seen from these abutments, it was immensely convincing — no mere Gothic revival facade ... and doubly so in that through the portcullised gate beside he could see the Mother Bank brooding over the Place: it was an unexpected dividend — and it sufficed him ... He turned up the front steps of the Church ... past the huge cast-iron lamps in front, through the central of the three arches, into the Church ... he intended to visit the Church Museum — to see Jean Le Ber's frontal — but he stopped abruptly ... in a pew at the back of the Church. »

 

 2162245-0c712b5dc1aed1a678622ff6563a2918.jpg
Scott Symons (13 juli 1933 – 23 februari 2009)

 

 

De Duitse schrijfster Rebecca Salentin werd geboren op 13 juli 1979 in Eschweiler. Zie ook alle tags voor Rebecca Salentin op dit blog.

Uit: Hintergrundwissen eines Klavierstimmers

“Der Klavierstimmer war kopfschüttelnd und mit zittrigen Beinen die ul. Stradomska hochgegangen. Oft hatte er anhalten und sich die Stirn mit dem Taschentuch abwischen müssen, dabei die Tüte mit dem Gebäck in der Hand mit dem Stock haltend. Zu guter Letzt war ihm dann noch der schwerliche Gang hinauf zu Karols Wohnung geblieben.
Erst hatten sie schweigend gesessen, Tee getrunken und das mitgebrachte Gebäck gegessen. Dann hatte der Klavierstimmer ein wenig vom Schtetl erzählt, vom Rabbiner Jehoschua Thon, der ihm gefiel, weil seine Ansichten fortschrittlich waren, weil er unter den Krakauer Zionisten herausragte. Kazimierz hatte nach seiner Flucht aus Georgien erst in Lemberg gelebt. Er berichtete Karol, dass er den Rabbiner dort schon als kleinen Jungen kennen gelernt hatte, bevor Jehoschua nach Berlin gegangen war, um dort an der Universität den Doktor der Theologie und Philosophie zu machen. Dass er Jehoschua Thon in Krakau wiedergetroffen hatte, als dieser dort vor zehn Jahren Rabbi der Tempelsynagoge geworden war. Und dass der Rabbi Thon nur drei Jahre nach seiner Amtseinführung die jüdische Bibliothek Ezra an der ul. Krakowska mitgegründet habe. Er erzählte von den Gelehrten und Künstlern, oft konfessionslose Juden wie er selbst, die seine Freunde waren. Davon, dass Josef Sare als jüdischer Vertreter nicht nur in den Stadtrat gewählt worden sei, sondern sogar zum Vizepräsidenten von Krakau.
Normalerweise erzählte er auch ein wenig vom dwór, belangloses meist, nichts von dem Gestank der Katzen, nichts vom Drozdowski, nichts vom Verfall.
Einmal im Jahr stimmte er Karols Klavier, auf dem nie gespielt wurde.
An diesem Donnerstag aber hatte er, nachdem er vom Rabbi Thon und Josef Sare gesprochen hatte, Karol von den Hochzeitsplänen zwischen den Häusern Laub und Kożny berichtet. Stockend hatte er das wiedergegeben, was er mitbekommen hatte, als er dort am Tag zuvor den Bösendorfer gestimmt hatte. Davon, dass er dies eigentlich schon tags zuvor hatte tun wollen, nachdem er bei Elżbieta den Drozdowski gestimmt hatte. Dass ihn dann aber eine derartige Übelkeit erfasst habe, dass er die Kożnyschen Ländereien erst besudelt und dann verlassen habe, ohne seinen Auftrag erfüllt zu haben. Also sei er am nächsten Tag den weiten Weg noch einmal gegangen, und während er am Bösendorfer gearbeitet habe, sei Elżbieta aufgetaucht.”

 

 2162245-d4349b1b932eb59154a98376621bb0f6.jpg
Rebecca Salentin (Eschweiler, 13 juli 1979)

 

 

De Congolese dichter, schrijver en journalist Antoine-Roger Bolamba werd geboren in Boma in de provincie Bas-Congo (tegenwoordig Congo Central) op 13 juli 1913. Zie ook alle tags voorAntoine-Roger Bolamba op dit blog.

 

Bamboula

An eagle of steel has broken forgetfulness.
My apocalyptic words
have a sugary smile.
My sandy exploits
mock incendiary ideas.
My elephant-hide courage
challenges fraud.

Meaning disappears in a pool –
the sweat of grief weeps for it.
The shades of the dead
crackle like flames.
The lost have only their idols left,
who open wide their huge marble eyes.
Redemption has broken its oath.
Between hell’s knees
the sword of sin
blazes with rage.
Seductions with shining loincloths
are the prey of idleness.
The gauze-winged wind whistles.
before my ear’s window.
The villages advance
with quickened steps
to save the world’s treasures
from disaster.
The spirit sticks
to the narrow limits of reality.
The raised dagger
stolen from sowers of good words
slowly enters the brain of space –
the sowers who
L
A
U
G
H
at us.
The towns drag their sandals
and carry the weight
of hunger in their bellies.
Here is the essence
passing by way of fantasy
at the hour of dusk
in the countryside,
where parrots jabber,
messengers of the baobab’s strength.
Give me solar muscles,
thighs of forest,
a stinging kiss of pepper,
the fleshy lips of sleep.
Give me the damp air of butterflies,
desire’s frenetic belly,
the fragrance of memory,
the rainy season’s cool.

Bamboula –
the rat grapples with the bark of night.
Bamboula –
the oarsman-bird
who spits phenomena –
bamboula bamboula –
the sorcerer-man
who hunts the scent of flesh –
bamboula oho! bamboula –
the landscape
that has fallen apart by chance
has only one way out:
saving its skin.

 

Vertaald door Yvonne Reddick

 

 2162245-9b4451dcf914f6532ee7d61d16701c3c.jpg
Antoine-Roger Bolamba (13 juli 1913 – 2 juli 2002)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Rien Vroegindeweij

 De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Vroegindeweij verhuisde op achttienjarige leeftijd vanuit Middelharnis naar Rotterdam, waar hij een belangrijk onderdeel van het culturele leven werd. Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs. Een keuze uit de gedichten 1973-2009 verscheen in 2009 onder de titel “Later wordt alles echter” bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Bij deze bundel zit ook een dvd met de biografische documentaire “Gaandeweg”, gemaakt door Victor Vroegindeweij.

 

De jongen wachtte op de dingen die komen zouden.

De jongen wachtte op de dingen die komen zouden.
Zijn vader zette de kachel op tafel, zijn moeder
bracht huisraad naar boven. Toen begon het wachten.

Het wachten op het water. Het kwam als een groot grijs
monster dat zich breed uitrolde over het bouwterrein
over het braakland naar het huis waar hij woonde.

Hij hoorde de kelder vollopen, de deuren kraakten
het monster steeg hoger en hoger, kwam de trap op.
Hij was bang. Zijn vader mat hoe hoog het kwam.

 

 

Boek

Toen ik nog geen boeken had
hadden wij één boek.
Het boek der boeken heette dat,
het was geen pocketboek.

Het was een heel dik boek,
dat in een zwarte omslag
als een baksteen op de hoek
van de schoorsteenmantel lag.

Het bindwerk was versleten,
de rug van leesgenot gekromd,
de bladen vet van 't vette eten.

Het las daar als een dam,
hoe hoog de kachel ook stond,
het vatte nooit eens vlam.

 

 2165901-f7d6911852c8baa49a247d38d58d8ea1.jpg
Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

A Calendar Of Sonnets: July (Helen Maria Hunt Jackson)

 

Dolce far niente

 

 2162046-0b135c2f0f72fe848303558a30028088.jpg
Japanse brug met waterlelies door Claude Monet, 1890

 

 

A Calendar Of Sonnets: July

Some flowers are withered and some joys have died;
The garden reeks with an East Indian scent
From beds where gillyflowers stand weak and spent;
The white heat pales the skies from side to side;
But in still lakes and rivers, cool, content,
Like starry blooms on a new firmament,
White lilies float and regally abide.
In vain the cruel skies their hot rays shed;

The lily does not feel their brazen glare.
In vain the pallid clouds refuse to share
Their dews, the lily feels no thirst, no dread.
Unharmed she lifts her queenly face and head;
She drinks of living waters and keeps fair.

 

 2162046-f718ad8fa8212d241ded58371f98f1fe.jpg
Helen Maria Hunt Jackson (18 oktober 1830 - 12 augustus 1885)
Amherst, de geboorteplaats van Helen Maria Hunt Jackson

 

Zie voor de schrijvers van de 12e juli ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Anousha Nzume, Elias Khoury, Stefan George, Pablo Neruda, Bruno Schulz, Henry David Thoreau, Max Jacob

De Nederlandse dichter en schrijver Kees ’t Hart werd op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: De wolken (Over Martinus Nijhoff)

“De Wolken is vergelijkbaar met een scène uit de film “Circus” van Charley Chaplin. In deze scène stelt Charley Chaplin per ongeluk de goocheltafel van de goochelaar in werking. Aan alle kanten kruipen de konijnen en duiven tevoorschijn. Chaplin doet vergeefse pogingen de dieren terug te stoppen en de goocheltafel in de oude toestand terug te brengen.’
Nijhoff schreef De Wolken tijdens zijn eerste Italiaanse reis. Hij bezocht Umbrië en was diep onder de indruk van het aldaar in de natuur aanwezige landschap. Zijn aardappelhoofd was in Assisi een ware bezienswaardigheid.
Nijhoff verliet regelmatig de oudste stadspoort van Assisi en wandelde door de uitbundige omgeving. In een brief aan zijn moeder die hij later nog een keer overschreef, vertelde hij over zijn ervaringen. Hij wilde niet al te lovend over Franciscus schrijven, omdat zijn moeder nu eenmaal niet dol was op van die roomskatholieke heiligen. Het zou haar verdrietig kunnen stemmen. Dus beschreef hij een aantal klassieke herinneringen en een leuke examenangst-droom: ‘Moeder, ik droomde dat alleen de andere kandidaten de examenopgaven kregen en ik niet.’
De tweede regel van De Wolken was hij wel eens tegengekomen in een artikel over schilderkunst, maar het idee over de wolkenuitleg kreeg hij in Italië.
Hij begon zich voor Franciscus te interesseren.
Ik voelde me een echte onderzoeker, die op eigen terrein lekker bezig was.
In het volgende fragment verkeerde ik nog in een voorwetenschappelijke fase. Ik wilde nog steeds alleen bewijzen leveren. Later leek alleen de verwarring nog wel te gebruiken:
‘De eerste zin bevat al veel van de latere verwarring. “Ik droeg nog kleine kleeren.” Kijk, die jongen draagt nog kleine kleren: zijn broek is te kort, zijn overhemdje te klein en daar komt het wit van de piepkleine onderbroek te voorschijn.’
In De Wolken verwerkte Nijhoff veel materiaal over het leven van Franciscus: het dragen van kleren, de blik naar de wolken en de onweerstaanbare vergelijkingen.
De verwarring tussen bekentenis en betekenis speelde in die tijd een grote rol in de hele Europese lyriek. Mijn onderzoek gebruikte De Wolken als metafoor van deze problematiek.”

 

 2162026-cf1071fb2d2fa42c2d6ad81a2417cad6.jpg
Kees ’t Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Carla Bogaards werd geboren in Voorburg op 12 juli 1947. Zie ook alle tags voor Carla Boogaards op dit blog.

 

Liefde

De onvervulde liefde springt uit mijn keel,
ach het lijkt wel een kangoeroe met een jong in haar buidel
of een eekhoorn.

Aan deze ongeduldige liefde kan ik kapotgaan
aan flarden gescheurd,
het kangoeroejong wordt met zijn kop tegen de muur gesmeten.

Overal bloedspatten op de muren van het huis,
in de koele kamers stijgt de temperatuur
zo veel koortsige adem wordt uitgeblazen.

 

 

Boten

Velimir Chlebnikov schrijft in een van zijn verzen:
vergrauwde.
Leefde hij nog, ik zou met hem langs de Rijn wandelen,
hem de rijnaken wijzen in het rossige heldere licht van de
juni-avond.
Vreedzaam kabbelen de golfjes, rossig in het licht van de
ondergaande zon.
Gemoedelijk liggen de boten aangemeerd aan de kade,
verliefde paartjes slenteren hand in hand langs het water,
wijzen elkaar op een speedbootje,
wat een snelheid, lachen ze,
hun pas vertragend wenden ze de ogen naar elkaar,
ik zie een bootje in je ogen, zeggen ze,
laten we zij aan zij een race houden,
snelheidsrecords verbreken, een haven binnenlopen.

Een vrouw vraagt, wil je met me slapen
in een havenhotel,
mag ik zien hoe bruin je tepelhof is.
Zoals de hof van Eden?
Zo bruin als gembergelei?
Als we uit het raam kijken zien we boten,
zal ik je daar voorlezen, gedichten van Velimir Chlebnikov.

Deze vrouw is de verafgode minnares van de man,
liefste, zegt hij, kijk, zwaluwen.

Zwaluwen brengen geluk, antwoordt de vrouw lachend,
bootjes in je ogen, fluistert ze,
snel, snel, laten we ons haasten.

‘Met een vangbijl sloeg ik vrede’ leest ze hem hardop voor.
Vrede? vraagt de man.
Vrede, lacht de vrouw, rozig haar konen,
van de liefde rozig, vrede ook vannacht,
morgen weet ik het niet liefste, als God het wil,
God schiep hemel en aarde, de vissen, de vogels,

ik hoor zwaluwen kwetteren in je oorschelp,
zwaluwen brengen geluk.
Geluk? vraagt de man.
Geluk en vrede, lacht de vrouw,
je gelooft toch wel in de waarheid van de woorden van de Heilige
Schrift
en in de woorden van de dichter,
je gelooft toch wel dat God de zeeën heeft geschapen?

 

 2162026-777fc9d38d515185a59ac393500d3b40.jpg
Carla Bogaards (Voorburg, 12 juli 1947)

 

 

De Nederlands schrijfster, actrice, columniste, programmamaakster Anna Senga “Anousha” Nzume werd geboren in Moskou op 12 juli 1969. Zie ook alle tags voor Anousha Nzume op dit blog.

Uit: Hallo witte mensen

“Op m'n zestiende was ik in de kerst- en zomervakantie bij mijn vader in Kameroen. Die periodes hebben mijn leven veranderd. De stad waar mijn vader woonde was allesbehalve toeristisch. Kumba was toen nog een kleine rurale stad, circa 75 kilometer van de kust en lastig bereikbaar vanwege de slechte wegen. Er kwamen ook geen backpackers en/of goede-doelen-toeristen naar Kumba. Voor het eerst van m'n leven werd ik omringd door alleen maar 'West-Afrikanen bezuiden de Sahara'. Het was een absolutie revelatie. Ik had me nog nooit zo vrij gevoeld. Voor het eerst bewoog ik me in een redelijk racismevrije samenleving. De burgemeester was zwart, de politieagent, de bakker, de slager, de taxichauffeur. En ook alle vrouwen! Voor het eerst zag ik niet twee à drie types zwarte vrouwen, maar wel honderden. Zwarte vrouwen die ondanks hun gemeenschappelijkheid qua afkomst, totaal niet op elkaar leken. Hier vroeg niemand aan me als ik met een vriendinnetje over straat liep of we zusjes waren. Hier vond niemand dat ik op Randy Crawford leek. Ik zag zwarte vrouwen voor het eerst in al hun facetten. Niet meer die paar archetypes waar bekende zwarte vrouwen aan leken te moeten voldoen. In zoog werkte ik samen met Irma Accord, die trainingen aan jongens en meisjes geeft in achterstandsgroepen in Amsterdam-Zuidoost met jonge zwarte meisjes op de middelbare school. We gaven empowerment-trainingen. Daar zag ik de ernst van de maatschappelijke consequenties van hedendaags racisme. Ik heb het hier niet over alle vrouwen in Zuidoost, absoluut niet. Ik heb het over de groep die wordt geridiculiseerd in de maatschappij, waar juryrapporten over boeken als die van Robert Vuijsje aan bijdragen. Vrouwen waar veel óver wordt gesproken. Vrouwen die worden nagedaan door komieken en presentatrices. Vrouwen aan wie wordt verdiend door bedrijven. Vrouwen die door de overheid worden gezien als economisch zelfstandig omdat ze looi) euro netto overhouden per maand, maar die veelal alleen, naast hun baan, verantwoordelijk zijn voor een of meer kinderen. Deze vrouwen heb ik leren kennen als heldinnen. Deze vrouwen verdienen dat er naar hen geluisterd wordt. Goed. Terug naar: waarom is het racistisch als ik op donkere vrouwen en/of mannen val? Wat is er mis mee als ik hun kleur, hun haar, hun uitstraling, hun lichamen prachtig vind? Waarom is het exotiserend? Wat er 'mis' gaat, is dat je daarmee een persoon van vlees en bloed, een mens met een unieke persoonlijkheid, reduceert tot een aantal kenmerken waar jij al dan niet op valt.”

 

 2162026-2b66d77969345d2692aa03e630475916.jpg
Anousha Nzume (Moskou, 12 juli 1969)

 

 

De Libanese schrijver en criticus Elias Khoury werd geboren op 12 juli 1948 in een Grieks-orthodoxe middle-class familie in de overwegend christelijke wijk Ashrafiyye van Beiroet. Zie ook alle tags voor Elias Khoury op dit blog.

Uit: Gate of the Sun (Vertaald door Humphrey Davies)

“Hey, you! How am I supposed to talk to you or with you or about you? Should I tell you stories you already know, or be silent and let you go wherever it is you go? I come close to you, walking on tiptoe so as not to wake you, and then I laugh at myself because all I want is to wake you. I need one thing — one thing, dear God: that this man drowning in his own eyes should get up, open his eyes and say something. But I'm lying. Did you know you've turned me into a liar? I say I want one thing, but I want thousands of things. I lie, God take pity on you, on me and on your poor mother. Yes, we forgot your mother. You told me all your stories, and you never told me how your mother died. You told about the death of your blind father and how you slipped into Galilee and attended his funeral. You stood on the hill above the village of Deir al-Mad, seeing but unseen, weeping but not weeping. At the time I believed you. I believed that intuition had led you there to your house, hours before he died. But now I don't. At the time I was bewitched by your story. Now the spell is broken, and I no longer believe you. But your mother? Why didn't you say anything about her death? Is your mother dead? Do you remember the story of the icon of the Virgin Mary? We were living through the civil war in Lebanon, and you were saying that war shouldn't be like that. You even advised me, when I came back from Beijing as a doctor, not to take part in the war and asked me to go with you to Palestine. "But Yunes, you don't go to fight. You go because of your wife." You gave me a long lecture about the meaning of war and then said some-thing about the picture of the Virgin Mary in your house, and that was when I asked you if your mother was Christian and how the sheikh of the village of Ain al-Zaitoun could have married a Christian woman. You explained that she wasn't a Christian but loved the Virgin and used to put her picture under her pillow. She'd made you love the Virgin, too, because she was the mistress of all the world's women and because her picture was beautiful — a woman bending her head over her son, born swaddled in his shroud. "And what did the sheikh think?" I asked you. »

 

 2162026-18be934aa46341b0ccf05010d180bdb1.jpg
Elias Khoury (Beiroet, 12 juli 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stefan George werd geboren op 12 juli 1868 in Büdesheim. Zie ook alle tags voor Stefan George op dit blog.

 

Fenster wo ich einst mit dir

Fenster wo ich einst mit dir
Abends in die landschaft sah
Sind nun hell mit fremdem licht.

Pfad noch läuft vom tor wo du
Standest ohne umzuschaun
Dann ins tal hinunterbogst.

Bei der kehr warf nochmals auf
Mond dein bleiches angesicht . . .
Doch es war zu spät zum ruf.

Dunkel – schweigen – starre luft
Sinkt wie damals um das haus.
Alle freude nahmst du mit.

 

 

Mein kind kam heim

Mein kind kam heim.
Ihm weht der seewind noch im haar.
Noch wiegt sein tritt
Bestandne furcht und junge lust der fahrt.

Vom salzigen sprühn
Entflammt noch seiner wange brauner schmelz:
Frucht schnell gereift
In fremder sonnen wildem duft und brand.

Sein blick ist schwer
Schon vom geheimnis das ich niemals weiss
Und leicht umflort
Da er vom lenz in unsern winter traf.

So offen quoll
Die knospe auf dass ich fast scheu sie sah
Und mir verbot
Den mund der einen mund zum kuss schon kor.

Mein arm umschliesst
Was unbewegt von mir zu andrer welt
Erblüht und wuchs –
Mein eigentum und mir unendlich fern.

 

 

Deine stirne verborgen…

Deine stirne verborgen halb durch ein wölkchen von haaren
(sie sind blond und seiden)
deine stirne spricht mir von jugendlichem leiden
Deine lippen sie sind stumm erzählen die geschichte
der seelen die der herr gerichtet
Erregender spiegel deine augen
spiel nicht damit da er leicht zerbricht!
Auch wenn du lächelst (endlich flog über dir der schlummer her)
dein lächeln gleicht dem weinen sehr
und du neigst ein wenig dein haupt von kummer schwer.

 

 2162026-9f9c6b9471e112f2b6917579283d9849.jpg
Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)
Beeld bij het Stefan George Haus in Bingen

 

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

Your Laughter

Take bread away from me, if you wish,
take air away, but
do not take from me your laughter.

Do not take away the rose,
the lance flower that you pluck,
the water that suddenly
bursts forth in joy,
the sudden wave
of silver born in you.

My struggle is harsh and I come back
with eyes tired
at times from having seen
the unchanging earth,
but when your laughter enters
it rises to the sky seeking me
and it opens for me all
the doors of life.

My love, in the darkest
hour your laughter
opens, and if suddenly
you see my blood staining
the stones of the street,
laugh, because your laughter
will be for my hands
like a fresh sword.

Next to the sea in the autumn,
your laughter must raise
its foamy cascade,
and in the spring, love,
I want your laughter like
the flower I was waiting for,
the blue flower, the rose
of my echoing country.

Laugh at the night,
at the day, at the moon,
laugh at the twisted
streets of the island,
laugh at this clumsy
boy who loves you,
but when I open
my eyes and close them,
when my steps go,
when my steps return,
deny me bread, air,
light, spring,
but never your laughter
for I would die.

 

 2162026-e4d121b0a00ce88468655eb68f806fcf.jpg
Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)
Cover

 

 

De Poolse schrijver, schilder en graficus Bruno Schulz werd geboren op12 juli 1892 in Drohobycz, in Galicië. Zie ook alle tags voor Bruno Schulz op dit blog.

Uit: Sanatorium Under the Sign of the Hourglass (Vertaald door Celina Wieniewska)

“On a dark wintry morning I woke up early (under the banks of darkness a grim dawn shone in the depths below) and while a multitude of misty figures and signs still crowded under my eyelids, I began to dream confusedly, tormented by various regrets about the old, forgotten Book.
No one could understand me and, vexed be their obtuseness, I began to nag more urgently, molesting my parents with angry impatience.
Barefoot, wearing only my nightshirt and trembling with excitement, I riffled the books on Father's bookshelves, and, angry and disappointed, I tried to describe to a stunned audience that indescribable thing, which no words, no pictures drawn with a trembling and elongated finger, could evoke. I exhausted myself in endless explanations, complicated and contradictory, and cried in helpless despair.
My parents towered over me, perplexed, ashamed of their helplessness. They could not help feeling uneasy. My vehemence, the impatient and feverish urgency of my tone, made me appear to be in the right, to have a well-founded grievance. They came up to me with various books and pressed them into my hands. I threw them away indignantly.
One of them, a thick and heavy tome, was again and again pushed toward me by my father. I opened it. It was the Bible. I saw in its pages a great wandering of animals, filling the roads, branching off into processions heading for distant lands. I saw a sky filled with flocks of birds in flight, and an enormous, upturned pyramid on whose flat top rested the Ark.
I raised my reproachful eyes to Father.
"You must know, Father," I cried, "you must. Don't pretend, don't quibble! This book has given you away.
Why do you give me that fake copy, that reproduction, a clumsy falsification? What have you done with The Book?"

 

 2162026-8ec235057ea019167be382e4d090cbf1.jpg
Bruno Schulz (12 juli 1892 - 19 november 1942)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en filosoof Henry David Thoreau werd geboren in Concord, Massachusetts op 12 juli 1817. Zie ook alle tags voor Henry David Thoreau op dit blog.

 

The Moon

Time wears her not; she doth his chariot guide;
Mortality below her orb is placed.
--Raleigh


The full-orbed moon with unchanged ray
Mounts up the eastern sky,
Not doomed to these short nights for aye,
But shining steadily.

She does not wane, but my fortune,
Which her rays do not bless,
My wayward path declineth soon,
But she shines not the less.

And if she faintly glimmers here,
And paled is her light,
Yet alway in her proper sphere
She's mistress of the night.

 

 2162026-a43fc16fd20497057c58dfa2d029d265.jpg
Henry David Thoreau (12 juli 1817 - 6 mei 1862)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Max Jacob werd op 12 juli 1876 geboren in Quimper. Zie ook alle tags voor Max Jacob op dit blog.

 

Enfantines Bretonnes

le p'tit chat est mort ...e il - e - vit encore ...e
Allez voir dans le fossé si on peut le repêcher allez voir dans le grenier... s'il est dans le sac de blé
Vous lui ferez faire par la femm' du garde
Un grand lit en fer ...e un bain d'pied à la moutarde avec de la graine de lin et du sucre de plantain
Le p'tit chat est mort ...e il - e- vit encore ...e
Allez voir dans le grenier si on peut l'ressusciter.

 

 

Vacances

L'autocar est à midi et demi.
Ils sont tous couchés.
Cloisons à cloisons, chambre à chambre.
Le grand est si long qu'on se demande comment il se relève.
Quand il est couché dans le jardin c'est comme une ligne d'écriture au travers d'un tableau.
On déjeune dans le garage.
II semble qu'on soit fâché avec moi.
Le regard courroucé de la dame au-dessus des arbustes et l'humidité de la porte cochère quand je vais prendre l'autocar tout seul avec ma valise trop lourde.

 

 2162026-ce8bf720051f0c84e5088bd5161ccb4b.jpg
Max Jacob (12 juli 1876 - 5 maart 1944)
Portret door Christopher Wood, 1929

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten