Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 juli 2018 tot 26 juli 2018

Paul Rodenko, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, George Bernard Shaw

 

Dolce far niente

 

 2165498-226877db9a7ff69d7891d1e5b541b76d.jpg
Jeux de plage door Philippe Greffard, 2010

 

 

Strand

De zon. Het strand.
De rode torso van de dag,
half in het hete zand begraven.
Een vogel schreeuwt gekweld.

Tegen een bronzen hek van baders
schurkt zich de zee als een loom rund.
In kassen van de horizon
staan vreemde purperrode varens.

Ik lig geketend in het zand
en hoor het bonzen van gitaren
tegen de deuren van de nacht
en hoor je hoge hese praten.
Je lijf staat donker in het licht.
Ik ruik de brandlucht van je schaduw
en voel een onderhuidse pijn.
Je benen zijn twee zwartgeblakerde pilaren
in een vergane stad.

De zon drijft stil in haar aquarium,
een dode vis met witgezwollen buik. 

 

 

 2165498-a4238f7742e67fd34eb7582f52b78bd4.jpg
Paul Rodenko (26 november 1920 – 9 juni 1976)
Het strand bij Scheveningen, Den Haag, de geboorteplaats van Paul Rodenko

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Kolja

„Ik zag het al vanaf de Nevski Prospekt, nog voordat ik de straat in liep.
In de verte had zich voor het huis een menigte verzameld, hoofd in de nek, hopend op een glimp van het onnoemelijk verdriet daarboven. Op de vijfde verdieping stonden, ondanks het vroege uur en de ijzige wind die vanaf de Neva door de straten joeg, alle ramen wijd open.
Ik versnelde mijn pas, alsof na een nacht ononder - broken reizen die laatste honderd meter nog iets uit - maakte.
Een theeventer wrong zich door de wachtenden, die daar sinds middernacht al stonden. Waterdamp hing rond de samowaar die hij op zijn rug droeg. Zijn klanten warmden hun verkleumde vingers aan de wolkende kommen. Een melkkar had de oploop ook gevonden. Een jongen met een plateau kartosjka-cakejes deed goede zaken, een paar boerinnen, zeulend met een mand vol antonovka-appels, minder.
Wie niet wist wat hier gaande was, had het voor een buurtfeest kunnen houden: rood aangelopen koppen met her en der een glimmer van sensatie. Hun opwinding leek op die van de wachtende meute buiten de hekken van een regimentsbal, en toch... Er is iets aan de dood wat de levenden doortrilt. Zijn loodzware aanwezigheid beperkt zich niet tot de ontslapene, maar sijpelt door de kieren van het sterfhuis en doordrenkt ons van een doodsbesef, dat Deze schuldige gewaarwording, aan andermans pijn te zijn ontsnapt, verenigde de mensen voor de deur van de Morskajastraat. Hun mededogen en de vroomheid van hun gebeden zijn er niet minder om, maar het idee voorlopig nog een lengte op het onvermijdelijke voor te liggen werkt op een massa even aanstekelijk als vrolijkheid of bloeddorst.
Eén blik op die koppen en ik wist dat ik te laat kwam.
Sommigen probeerden, alsof ik voordrong bij de avondkassa van het Aleksandrinski, mij de doorgang te beletten. Anderen dachten dat ik voor de ophef kwam en klampten mij aan om mij op de hoogte te brengen van de laatste geruchten, maar ik sloeg mijn blik neer, zodat ik niet wist wat ze zeiden.”

 

 2165498-bf3023ee4b6a9e07730c1b8e788bc0e5.jpg
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Franse schrijver, journalist, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Zie ook alle tags voor Gregoire Delacourt op dit blog.

Uit: De lijst van al mijn wensen (Vertaald door Marga Blankestijn)

“Iedereen liegt zichzelf voor.
Zo weet ik bijvoorbeeld best dat ik niet mooi ben. Ik heb niet van die blauwe ogen waarin mannen zich graag spiegelen, waarin ze willen verdrinken om weer opgedoken en gered te worden. Ik heb niet de ideale maten van een fotomodel: ik ben weelderig, zeg maar mollig van vorm. Zo’n vorm die anderhalve plaats inneemt. Ik heb zo’n lichaam waar de armen van een gemiddelde man net niet helemaal omheen reiken. Ik heb niet de gratie van vrouwen tegen wie lange zinnen worden gepreveld, met zuchten als leestekens, nee. Ik roep eerder korte zinnen in gedachten. Het abrupte aforisme. Het gebeente van de lust, zonder het zwoerd, zonder het zachte vetrandje.
Dat weet ik allemaal best.
En toch gebeurt het wel dat ik, voordat Jo thuiskomt, boven in onze slaapkamer voor de spiegel van de klerenkast ga staan. Ik moet hem er nog aan herinneren dat hij die kast aan de muur bevestigt, voordat ik er een dezer dagen tijdens mijn bespiegelingendoor verpletterd word.
Dan sluit ik mijn ogen en kleed me langzaam uit, zoals niemand me ooit heeft uitgekleed. Iedere keer krijg ik het een beetje koud en ril ik even. Als ik helemaal naakt ben, wacht ik nog voordat ik mijn ogen open doe. Ik geniet. Ik mijmer. Ik droom. Ik zie weer de aandoenlijke, hunkerende lichamen voor me in de kunstboeken vol schilderijen die vroeger thuis in de kast stonden; later, de grovere lichamen uit de blaadjes.
Dan doe ik langzaam mijn ogen open, in slow motion.
Ik kijk naar mijn lijf, mijn donkere ogen, mijn kleine borsten, mijn zwembandje, mijn donkere bos schaamhaar en ik vind mezelf mooi en ik zweer je dat ik op dat moment mooi ben, een schoonheid zelfs.
Die schoonheid maakt me intens gelukkig. En verschrikkelijk sterk.
Hij zorgt dat ik de lelijke dingen vergeet. De fourniturenwinkel, die een beetje saai is. Het gebabbel en de lotto van Danièle en Françoise, de tweelingzussen die de kapperszaak Coiff’Esthétique ernaast runnen. De schoonheid zorgt dat ik de onveranderlijke dingen vergeet. Zoals een leven zonder verhalen. Zoals deze akelige stad, zonder vliegveld; deze grijze stad waaraan je niet kunt ontsnappen en waar nooit iemand komt, geen hartendief, geen witte ridder op een wit paard.”

 

 2165498-cf8c3579c0a030caa5329260551bb454.jpg
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)

 

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry werd op 26 juli 1967 geboren in Tongeren. Zie ook alle tags voor Yves Petry op dit blog.

Uit:In Paradisum (Vertaald door Gregor Seferens)

“Die Tür geht auf, und für Marino ist es keine Überraschung, dass der Mann, der dort erscheint, nur eine Unterhose anhat. Das haben sie so verabredet. Überraschender ist der Gesichtsausdruck des Mannes. Die halb geschlossenen Augen deuten auf ein gewisses Maß von Sedierung. Seine Schritte sind ein wenig unsicher. Doch die straff angespannten Kiefermuskeln drücken eine große Entschlossenheit aus. Das Kinn ist leicht in die Höhe gereckt, die Lippen ragen herausfordernd hervor. Er sieht aus wie eine Kreuzung aus Zombie und Märtyrer, wie ein vor Kampfeslust flimmernder Schlafwandler. Höchstwahrscheinlich ist dies ein Effekt der Drogen, die er genommen hat.
Die Wohnzimmervorhänge sind sorgfältig geschlossen. Kein Schimmer ist mehr von der Außenwelt zu sehen. In einer Ecke verbreitet eine Stehlampe mit einem grobbaumwollenen Schirm ein nicht allzu helles Licht. Es könnte beinahe gemütlich sein, wenn das Zimmer nicht ansonsten leer wäre, von einem Esstisch mit zwei Stühlen und einem Sofa abgesehen.
Auf einem der Stühle sitzt Marino. Wovor er sich vorher schon gefürchtet hat, überfällt ihn plötzlich als unverrückbare Tatsache: Der Moment ist nicht gut gewählt. Nicht, weil es noch zu früh ist, nicht, weil es bereits zu spät ist, nicht, weil ein anderer Zeitpunkt besser gewesen wäre, sondern weil es falsch ist, selbst einen Zeitpunkt zu wählen.
Jetzt kann er nicht mehr zurück. Er steht auf und folgt dem Mann, der sich schweigend mit dem Rücken an eine Wand stellt. Links und rechts von ihm befinden sich, jeweils eine Armlänge entfernt, zwei Metallringe, die dort vor einigen Tagen angebracht wurden. Mit zwei kurzen Seilen, die auf dem Tisch bereitliegen, bindet Marino die Handgelenke des Mannes an den Ringen fest.
Auch was er sonst noch tun soll, haben sie vorher verabredet.
Auf dem Gesicht des Mannes liegt ein recht verträumter Ausdruck, um seine Lippen spielt sogar ein Hauch von Spott, als fände er Marinos Schüchternheit lustig. Marino zieht einen Stoffstreifen, den er aus einem alten Kleid geschnitten hat, aus der Hosentasche und verbindet damit dem Mann die Augen, der dies widerstandslos zulässt.
Marino lässt eine Hand über die Brust des Mannes gleiten. Die andere Hand fährt über Schenkel und Geschlecht. Er kennt diesen Körper. Er hat ihn schon öfter gespürt. Damals hatten sie Sex miteinander. Diesmal werden sie sehr viel weiter gehen.
Geplant ist, dass Marino sich nicht wie der Liebhaber dieses Körpers verhält, sondern wie dessen Schinder. Oder sogar wie etwas, das noch weniger menschlich, noch unpersönlicher ist: eine tödliche Krankheit, ein rein körperlicher Unfall. Aber wie glaubwürdig ist es, wenn eine tödliche Krankheit wie verabredet zuschlägt?“

 

 2165498-86bd5abb40606208a798dfeacbc94acf.jpg
Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

 

 

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost werd geboren in Poperinge op 26 juli 1964. Zie ook alle tags voor Anne Provoost op dit blog.

Uit: In de zon kijken

„Ilana en ik zaten op de achterbank van de Volkswagen, de strohoeden tegen de zon tussen ons in. Ilana had haar haren hoog opgebonden, haar handen losjes in haar schoot, de rug gestrekt. Ze keek niet naar me, had alleen aandacht voor het land dat zich eindeloos ontrolde. Ik zat op mijn knieën, achterstevoren, mijn armen om de hoofdsteun geslagen. In de rechthoek van de achterruit doken elektriciteitspalen ritmisch op, schoven naar elkaar toe, verdwenen in een luchtspiegeling aan de horizon. We lieten het vlakke binnenland achter ons, de grijze velden met de gombomen, hun zilveren stammen en onbeweeglijke bladeren. De witte streep op het wegdek wentelde als een worm op zoute grond. Ik wachtte op een verandering in het beeld, ik was nog niet dikwijls zo ver van huis geweest. Al sinds de ochtend waren we aan het rijden en de bodem was nog altijd kurkdroog: geen onkruid in de bermen, de vertrouwde schraalheid van een verzilte omgeving.
Het was hoogzomer. We hadden een jerrycan benzine bij ons, en liters drinkwater. Bij elke oneffenheid rinkelden de likeurflessen in de koffer. In de auto hing de geur van namaakleder dat kneedbaar wordt in de zon. Ik was op mijn hoede. Als ik Ilana iets wilde zeggen, leunde ik naar haar toe om te fluisteren. We waren de reis begonnen met raadsels en een spel, maar de vrolijkheid was nu voorbij. Mijn vader zat aan het stuur, mijn moeder naast hem met haar fototoestel op haar schoot. Ze wreef over haar mondhoeken; ze denkt dat haar speeksel zich daar ophoopt als ze vurig praat. ‘Je had je broer kunnen vragen wat hij bedoelde met een verrassing,’ zei ze.
Mijn vader had zijn ene hand op het stuurwiel, de andere aan zijn voorhoofd. Hij was de enige met kortgeknipt haar, maar evengoed parelde het zweet in zijn nek. ‘Wat had Brendan meer kunnen vertellen dan dat er iets zou zijn?’ antwoordde hij. ‘Anders was het toch geen verrassing meer.’

 

 2165498-3c87e790bdeffcd973ada9c601681fd7.jpg
Anne Provoost (Poperinge, 26 juli 1964)
Cover

 

 

De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook alle tags voor Aldous Huxley op dit blog.

Uit: Brave new World

“Mustapha Mond shut the book and leaned back in his chair. 'One of the numerous things in heaven and earth that these philosophers didn't dream about was this' (he waved his hand), 'us, the modern world. "You can only be independent of God while you've got youth and prosperity; independence won't take you safely to the end." Well, we've now got youth and prosperity right up to the end. What follows? Evidently, that we can be independent of God. "The religious sentiment will compensate us for all our losses." But there aren't any losses for us to compensate; religious sentiment is superfluous. And why should we go hunting for a substitute for youthful desires, when youthful desires never fail? A substitute for distractions, when we go on enjoying all the old fooleries to the very last? What need have we of repose when our minds and bodies continue to delight in activity? of consolation, when we have soma? of something immovable, when there is the social order?'
'Then you think there is no God?'
'No, I think there quite probably is one.'
'Then why?...'
Mustapha Mond checked him. 'But he manifests himself in different ways to different men. In pre-modern times he manifested himself as the being that's described in these books. Now...'
'How does he manifest himself now?' asked the Savage.
'Well, he manifests himself as an absence; as though he weren't there at all.'
'That's your fault.'
'Call it the fault of civilization. God isn't compatible with machinery and scientific medicine and universal happiness. You must make your choice. Our civilization has chosen machinery and medicine and happiness. That's why I have to keep these books locked up in the safe. They're smut. People would be shocked if...'
The Savage interrupted him. 'But isn't it natural to feel there's a God?'
'You might as well ask if it's natural to do up one's trousers with zippers,' said the Controller sarcastically. 'You remind me of another of those old fellows called Bradley. He defined philosophy as the finding of bad reason for what one believes by instinct. As if one believed anything by instinct! One believes things because one has been conditioned to believe them. Finding bad reasons for what one believes for other bad reasons--that's philosophy. People believe in God because they've been conditioned to believe in God.'

 

 2165498-10e1962711e5502aa488b8e576039ba5.jpg
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)
Scene uit een toneelbewerking in Northampton, 2015

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook alle tags voor Nicholas Evans op dit blog.

Uit:The Horse Whisperer

“There was snow. The first fall of winter. And from the laterals of the fence up by the pond she could tell there must be almost a foot of it. With no deflecting wind, it was perfect and driftless, heaped in comical proportion on the branches of the six small cherry trees her father had planted last year. A single star shone in a wedge of deep blue above the woods. The girl looked down and saw a lace of frost had formed on the lower part of the window and she placed a finger on it, melting a small hole. She shivered, not from the cold, but from the thrill that this transformed world was for the moment entirely hers. And she turned and hurried to get dressed.
Grace Maclean had come up from New York City the night before with her father, just the two of them. She always enjoyed the trip, two and a half hours on the Taconic State Parkway, cocooned together in the long Mercedes, listening to tapes and chatting easily about school or some new case he was working on. She liked to hear him talk as he drove, liked having him to herself, seeing him slowly unwind in his studiously weekend clothes. Her mother, as usual, had some dinner or function or something and would be catching the train to Hudson this morning, which she preferred to do anyway. The Friday-night crawl of traffic invariably made her crabby and impatient and she would compensate by taking charge, telling Robert, Grace’s father, to slow down or speed up or take some devious route to avoid delays. He never bothered to argue, just did as he was told, though sometimes he would sigh or give Grace, relegated to the backseat, a wry glance in the mirror. Her parents’ relationship had long been a mystery to her, a complicated world where dominance and compliance were never quite what they seemed. Rather than get involved, Grace would simply retreat into the sanctuary of her Walkman.
On the train her mother would work for the entire journey, undistracted and undistractable. Accompanying her once recently, Grace had watched her and marveled that she never even looked out of the window except perhaps in a glazed, unseeing scan when some big-shot writer or one of her more eager assistant editors called on the cellular phone.”

 

 2165498-1e2bf7999e60b9f4c2a4b92b67da93d9.jpg
Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)
Robert Redford als de “Horse Whisperer” Tom Booker in de gelijknamige film uit 1998

 

 

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook alle tags voor George Bernard Shaw op dit blog.

Uit: The Devil's Disciple

“At the most wretched hour between a black night and a wintry morning in the year 1777, Mrs. Dudgeon, of New Hampshire, is sitting up in the kitchen and general dwelling room of her farm house on the outskirts of the town of Websterbridge. She is not a prepossessing woman. No woman looks her best after sitting up all night; and Mrs. Dudgeon's face, even at its best, is grimly trenched by the channels into which the barren forms and observances of a dead Puritanism can pen a bitter temper and a fierce pride. She is an elderly matron who has worked hard and got nothing by it except dominion and detestation in her sordid home, and an unquestioned reputation for piety and respectability among her neighbors, to whom drink and debauchery are still so much more tempting than religion and rectitude, that they conceive goodness simply as self-denial. This conception is easily extended to others--denial, and finally generalized as covering anything disagreeable. So Mrs. Dudgeon, being exceedingly disagreeable, is held to be exceedingly good. Short of flat felony, she enjoys complete license except for amiable weaknesses of any sort, and is consequently, without knowing it, the most licentious woman in the parish on the strength of never having broken the seventh commandment or missed a Sunday at the Presbyterian church.
The year 1777 is the one in which the passions roused of the breaking off of the American colonies from England, more by their own weight than their own will, boiled up to shooting point, the shooting being idealized to the English mind as suppression of rebellion and maintenance of British dominion, and to the American as defence of liberty, resistance to tyranny, and selfsacrifice on the altar of the Rights of Man.”

 

 2165498-8da097f64141e3565fe2ba9f7bfae966.jpg
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1959 met Kirk Douglas, Burt Lancaster en Laurence Olivier

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2017 en ook mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:11 Reageer op dit bericht

Nate Pritts, Lieke Marsman, Sytze van der Zee, Robyn Carr, Annette Pehnt, Jovica Tasevski – Eternijan, Elias Canetti, Louise Boege

 

Dolce far niente

 

 2165141-f8fe31e8da045e636c2a89218a4a62a8.jpg
Endless Summer door Emilie Arnoux, z.j.

 

 

Endless Summer

. . .
It was the summer I fucked up the summer fucked up me
fucked up a fuck-up in the summer & I spent time laying under stars
too much time I wasted the stars you lied to me under the stars
& the summer was endless the summer endless it was an endless summer
. . .
. . .
endless & I said things like “If I ever see you again”
but I’ll never see you again I never saw you again I made sure of that
& I circled the lake I went in circles the lake was endless it was
summer I fucked up too much time & I never saw you again & I
. . .
. . .
circled & it was endless & the stars lied to me the summer
light moving so slowly I saw the summer light move endless
& when I see you the trees will cluster green rage green trees raging
with love endless love & I’ll never see you again I made sure of that
. . .
. . .
wasted under the stars the slow summer light the endless fuck-up
& you never again you lovely you summer you everything that is now
never again whatever that may be the rage I loved me under the stars
then & now endless wasting away me haze wandering around endless
. . .
. . .
haze it was endless too much time & you lied to me & I said things like
I can’t describe the air on my skin can you can you please I know it was
important & the light from stars moved so slowly & you moved off
forever how can you save everything everything important endless
. . .
. . .
summer light the fuck-up the lake a circle circling the lake
how can you save everything how can I answer you the light of summer
stars I’m sorry for my light the endlessness of my endless & my fuck-up
the me that is now looking back & thinking & this summer circling

 

 2165141-d8328d13db4cb9128cae7239d36888c7.jpg
Nate Pritts (Syracuse, 27 september 1974)
Syracuse

 

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

Woensdag

1
Dit is onze slaapkamer. Al sliepen er veel mensen voor ons,
al sliepen er veel mensen met ons - onze slaapkamer.
Een ruimte is van wie er vannacht het vaakst heeft geademd.
Iemand zegt: toen mijn vader stierf, was het huis voor altijd
van hem. Wij erfden het, maar hij had er het vaakst niet geademd.
Zijn huis. Hier kan mijn theorie niet tegenop. Stel je voor,
je hebt je mooiste rok aangetrokken, je hebt eindelijk opgezocht
hoe je Dvořák uit moet spreken, op de radio klinkt Jens Lekman's
farewell song to Rocky Dennis en het huis zal de hele dag
niet het jouwe zijn.


2
We zijn heel stil terwijl ik haast voor het eerst een gedicht schrijf
waarin ik niet begin met enkel ‘ik’ - in het gedicht is plaats voor
iemand anders. Hij is stil. Dan zegt hij dat onze lieve heer
vreemde kostgangers heeft en begrijp ik dit maar al te goed.
De stad, bijvoorbeeld, is als het ware een kind aan huis,
staat iedere ochtend voor mijn deur. De keuken van de heer
krijgt het nog druk vandaag, geeft schone borden aan de obers mee.
En ook de taal is vreemd wreed, zegt dingen als: wanneer je je
alleen voelt, kun je wachten tot je een ons weegt.


3
De tijd lijkt maar niet verder dan drie uur te willen zijn, de stad
verlaat mijn stoep. Ik kijk haar door de brievenbus na
om te zien hoe de fietsers als naaimachines haar straten aaneenrijgen.
In de gordijnen hangen gordijnen een metafoor voor moeheid
te zijn, ik draag mijn droefheid als een polshorloge. Het bandje
maak ik los voor ik het bad in stap, de wijzers van het klokje
zet ik stil tot ik weet wie. In de keuken knettert stroom
als vliegen door de lampen. Er staat een kabinet waarin ik achter glas
mijn angst bewaar als relikwie. En dan is zij er nog, die wat ze is
met een horloge vergelijkt en wat ze zegt met poëzie.

 

 2165141-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Sytze van der Zee werd geboren op 25 juli 1939 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Sytze van der Zee op dit blog.

Uit: Harer Majesteits loyaalste onderdaan

“Dominee Laurens van 't Sant stond bekend als een rustige, beminnelijke man, zeker geen scherpslijper in de leer, qua religieuze opvattingen binnen de Nederlands-hervormde kerk vrijzinnig. Toen hij eenmaal een standplaats in Heiloo had gekregen, trouwde hij in 1870 op stand met de domineesdochter Néline Francois. In het naslagwerk Nederland's Patriciaat, ook wel het Blauwe Boekje genoemd, gaat haar stamboom terug op de schoolmeester Joseph Francois, rond 1715 geboren in het Franse stadje Nemours. Diens zoon, Joseph, vestigde zich na zijn studie theologie in Amsterdam als predikant van de Waalse kerk. In de daaropvolgende decennia steeg de familie snel op de sociale ladder. Van zijn kant kon de dominee bogen op een stamvader, ene Hendrik, die het in de zeventiende eeuw tot schepen in het Noord-Brabantse Sleeuwijk had gebracht. In april 1871 beviel Néline van hun eerste kind, waarna er de daaropvolgende jaren nog negen bij kwamen. Een ervan overleed acht weken na de geboorte. Nadat dominee Van 't Sant in Heiloo, Oterleek en Akersloot had gestaan, volgde in februari 188o een beroep naar Den Helder, of eigenlijk Helder: pas in 1929 zou de stad per Koninklijk Besluit Den Helder gaan heten. De stad telde bij de komst van het echtpaar Van 't Sant zo'n 25.000 inwoners. Eens de bloeiende, drukbezochte voorhaven van Amsterdam raakte Den Helder na de opening in 1876 van het Noordzeekanaal in verval. De Koninklijke Marine en de rijksmarinewerf vormden nog de voornaamste bron van inkomsten.' Het echtpaar betrok een woning in de Koningstraat op nummer io8 (later 9o), waar Francois op It februari 1883 als achtste in de reeks werd geboren. Tot hun buren behoorde Cornelis Dito, een visser en vletterman, die tal van schipbreukelingen redde. Een paar huizen verderop woonde Henri ter Hall, toen nog muzikant bij de marine, later oprichter van de Neutrale Partij, lid van de Tweede Kamer voor de Liberale Staatspartij 'De Vrijheidsbond' en directeur van het destijds befaamde Eerste Nederlandsche Revuegezelschap 'Henri ter Hall'.

 

 2165141-6d61b3eb78608213d12d4b6dc9975e9d.jpg
Sytze van der Zee (Hilversum, 25 juli 1939)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Robyn Carr werd geboren op 25 juli 1951 in Minnesota. Zie ook alle tags voor Robyn Carr op dit blog.

Uit: The Family Gathering

“Dakota was just about finished mopping the floor when Sid handed him a cup of coffee. “Thanks,” he said. “Is this my coffee date? Because I was really hoping for a little pie to go with this. Like from a coffee shop or diner or maybe we could go crazy and hit a Denny’s.”
She laughed. “We could do that. Let’s head back toward Timberlake and go to the Denny’s on the highway.”
He followed her all the way to the restaurant, a little afraid she might ditch him on the long drive, but she waited by the door while he parked. They had no trouble getting a table, late as it was. They sat across from each other in a booth, ordered coffee, and Dakota asked for a moment to look at the menu. But he didn’t. Instead, he looked at Sid and asked, “Soup kitchen?”
“I guess you don’t meet too many of your potential girlfriends at a soup kitchen?”
He lifted his eyebrows. “You’ve upgraded your status,” he said. “I thought I was going to have to work much harder for that.”
“I feel sorry for you,” she said with a smile.
“Whatever ticks your clock. Just explain the soup kitchen. Is it some kind of a test? To see if I’m charitable?”
“It actually has nothing to do with you. After my divorce I needed counseling. I struggled with depression. I think that’s not unusual or unexpected. After some months of talking about myself and my feelings, the counselor gently suggested I might want to take the focus off myself and see what I could do for the less fortunate. She gave me an intimidating list of places that needed help. I just couldn’t bring myself to cuddle terminally ill toddlers, and if I’d worked at an animal shelter, I would have brought them all home. I went to the soup kitchen and Sister Mary Jacob tried to feed me. She couldn’t wrap her head around me as a server, that’s how bad I must have looked.”
“Must have been worse than just a bad divorce,” he said.
She paused for a moment as if considering how much personal information she’d give him on this, their first date. It made him smile for two reasons. One, it wasn’t much of a date and two, she was very protective of her privacy. When she continued, he decided she must have at least branded him as a good guy.”

 

 2165141-e2500a66c3eab69f2e2c7bb576bae695.jpg
Robyn Carr (Minnesota, 25 juli 1951)

 

 

De Duitse schrijfster Annette Pehnt werd geboren op 25 juli 1967 in Keulen. Zie ook alle tags voor Annette Pehnt op dit blog.

Uit: Ich muss losIch muss los Ich muss los Ich muss los Ich muss los

„Als Kind sagte Dorst die Wahrheit. Wenn die Mutter ihn fragte, schmeckt es, sagte er oft ja. Manchmal auch nein. Dann konnte es passieren, daß sich die Augen der Mutter mit Tränen füllten. Das tat Dorst leid, aber er konnte ja nichts dafür. Er sagte dann, tut mir leid, Mami.
Schlimmer war es, wenn Omi fragte, und hast du denn deine Omi lieb, Spätzchen. Omi hatte eine laute Stimme, jammerte über Wasser in den Beinen und küßte Dorst zum Abschied gern auf die Lippen. Nein, sagte Dorst, nicht so doll. Omi tat so, als hätte sie nicht verstanden, und legte den Kopf schräg. Nein, sagte Dorst laut und deutlich. Omi ließ die Kaffeetasse auf den Tisch fallen und verbrühte sich. Sie rief nach der Mutter, und die Mutter sagte, sicher hat er dich lieb, Kinder können das nicht so ausdrücken. Gell, Schatz, du hast Omi lieb, und sie legte einen Arm um Dorst und führte ihn aus dem Wohnzimmer.
Als Peter in der Schule auf seiner Geige ein Stück vorspielte, fragte die Lehrerin die Kinder, hat er das nicht gut gemacht. Ja, sagte Dorst, aber er machte dabei immer so ein komisches Gesicht. Die anderen Kinder lachten. Peter lachte nicht. Dorst bekam eine Strafarbeit auf und einen Brief für die Mutter mit nach Hause. Darin stand, Ihr Kind ist taktlos und hat wenig Gefühl für andere. Bald merkte Dorst, daß niemand die Wahrheit mochte. Er beschloß, von nun an nicht mehr die Wahrheit zu sagen. Also schwieg er. Seitdem knackte sein Kiefergelenk beim Gähnen.
Später mit Elner versuchte er es noch einmal. Sie saßen zusammen unter ihrer Kamelhaardecke und tranken heißes Kräuterblut. Dorst öffnete und schloß den Mund vorsichtig, um das Knacken zu vermeiden, wie ein Fisch auf dem Trockenen. Ist dir zu heiß, fragte Elner und schlug die Kamelhaardecke zurück. Ich muß los, sagte Dorst. Elner wußte, daß seine Wohnung leer und die Arbeit getan war. Warum denn jetzt noch, sagte sie. Es wird Zeit, sagte Dorst. Er stellte seine Tasse auf einen Bücherstapel. Nicht auf die Bücher, sagte Elner. Er warf sie auf den Boden, nicht heftig, beinahe behutsam. Sie kreiselte hohl über das Parkett, ohne Schaden zu nehmen. Elner richtete sich auf, stellte beide Füße auf den Boden und schloß die Augen. Dann schrie sie. Was willst du eigentlich, schrie sie, du Arschgesicht. Dorst staunte. Ja, guck nur. Du glaubst wohl, du könntest nach Belieben kommen und gehen. Pension Elner, liebevolle Betreuung ohne Aufschlag, Frühstück bis zehn. Gib den Schlüssel her. Der Herr will frische Luft schnappen, und ich sitz dann allein da. Mitkommen darf man auch nicht. Rück sofort den Schlüssel raus. Dann haben wir wenigstens beide unsere Ruhe. Elner, sagte Dorst, hob die Tasse auf und stellte sie auf eine Armlehne.“

 

 2165141-8cc65d0b04009d18d1b4c1cde016086f.jpg
Annette Pehnt (Keulen, 25 juli 1967)

 

 

De Macedonische dichter Jovica Tasevski – Eternijan werd geboren op 25 juli 1976 in Skopje. Zie ook alle tags voor Jovica Tasevski – Eternijan op dit blog.

 

From Above

The angel brandish
       with readings aflame
in the locks of the night
       spreading
       like a cloak

Ready to lie down
on the frail shoulder

A boundless verb
      with a crystal pin
the bruises in the cold bed
       that long ago covered
       the child

From above it takes them out
singed

To leave
the gates of the vault
behind its hard heels

 

Vertaald door Marija Girevska

 

 2165141-24e1e4b0bb8cc3c47869c513ca1ba93c.jpg
Jovica Tasevski – Eternijan (Skopje, 25 juli 1976)
Skopje, de oude bazaar

 

 

De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook alle tags voor Elias Canetti op dit blog.

Uit: Het boek tegen de dood (Vertaald door Ria van Hengel)

‘In het struikgewas hadden ze een man gevonden die dodelijk gewond was geraakt door een speer, en ze brachten hem naar de missiepost terwijl hij stervende was. Ik zag hoe twee lekenbroeders met de brancard naar een van de hutten liepen, met een horde inboorlingen in hun kielzog. Het viel mij op dat ze hun last vreemd hoog hielden. Plotseling, toen ze hem lieten zakken om de hut binnen te gaan, stortten de om hen heen dringende inboorlingen zich tot mijn schrik op het lichaam van de stervende en drukten ze hun lippen op de zijne, in een bruut verlangen zijn laatste adem op te zuigen. Zij geloofden dat ze daarmee zijn kracht en zijn deugd, ja, zijn levensvonk zelf in zich opnamen, en alle waarschuwingen van de “witte vader” konden hen daar niet van weerhouden. De man was natuurlijk dood toen we hem uit hun handen bevrijdden, en het was een spookachtig gezicht toen de gelukkige “ademvanger” zijn wangen hol maakte bij het inslikken van de “zielenadem”, die hem dubbele kracht gaf om te jagen.’
(...)

‘Het dienstmeisje van Fröhlich vertelt dat ze, toen haar vader was gestorven, “van wie ze zoveel had gehouden”, en zij bij het wassen en aankleden van het lijk had geholpen, de koude stijfheid van dat lijk verschrikkelijk had gevonden. Toen had ze gedacht: als een “jong, gezond iemand” bij hem zou gaan liggen, misschien zou hij van die warmte dan weer bijkomen. Toen ’s nachts dus iedereen sliep, was ze opgestaan, was bij haar vader in bed gekropen en daar de hele nacht blijven liggen. Toen men haar ’s ochtends miste en overal zocht, werd ze ten slotte half verstijfd bij het lijk gevonden. Een flink pak slaag was de beloning voor deze allopathische poging tot genezing. Er zit iets afschuwelijks, maar ook iets heroïsch in deze liefdevolle onnozelheid.”

 

 2165141-8529d98fb761f543eb1713f6ccc6d9be.jpg
Elias Canetti (25 juli 1905 – 14 augustus 1994)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres en schrijfster Louise Boege werd geboren in 1985 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Louise Boege op dit blog.

 

„hier können sie noch mit dm bezahlen“   

als das geld abgeschafft worden war
warfen die betroffenen spieler
ihre zähne in die glücksautomaten
tranken aus ihrer haut die zugleich
haus war bis man sie selbst hinauswarf

draußen war wie drinnen randvoll glas
die spieler interessierten diese strukturen kurz
dann brechteten sie zusammen

 

 2165141-882a8c0ee873ad46289970301013c043.jpg
Louise Boege (Würzburg, 1985)
Würzburg

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2017.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten