Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 december 2018 tot 29 december 2018

Stefan Brijs, Christian Kracht, Gilbert Adair, Paul Rudnick, Brigitte Kronauer, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit:Andalusisch logboek

“Het oude jaar eindigt met druiven slikken. Twaalf stuks. Las uvas de la suerte. De druiven van het geluk. Eén voor elke maand van het nieuwe jaar. Eén bij elke klokslag om middernacht. Een traditie van al meer dan een eeuw in heel Spanje.
De grote klok van het oude postkantoor op de Puerta del Sol in Madrid geeft het tempo aan. Op alle televisiezenders zoomt de camera die laatste ogenblikken in op het torenuurwerk. Zevenendertig seconden doet de klok over twaalf slagen. Zevenendertig seconden om twaalf druiven naar binnen te spelen.
In de winkel zijn de druiven al per dozijn voorverpakt. Anderhalf tot twee miljoen kilo gaat er in de dagen voor nieuwjaar over de toonbank. De meeste van die druiven komen uit Alicante.
La uva del Vinalopó. Klein van formaat. Makkelijk door te slikken. Al kan het nog makkelijker. Er worden speciaal voor deze gelegenheid gepelde druiven aangeboden, of een pitloze variant. Het mag immers niet misgaan. Elke niet op tijd geslikte druif brengt een maand lang ongeluk in het nieuwe jaar. Geen Spanjaard die het in zijn hoofd haalt om niet mee te doen. Hem of haar wacht een heel jaar vol ramp en tegenspoed.
Desondanks hebben al die druiven Spanje, en bij uitstek Andalusië, de voorbije jaren weinig geluk gebracht. De zware economische crisis heeft het land geteisterd en ook al is er voor het eerst sprake van herstel, de werkloosheid blijft hoog en in veel gezinnen heerst nog steeds armoede. Toen ik dit onlangs opmerkte tegen Pedro, die de olijfbomen kwam snoeien en het afgelopen jaar ontslagen werd als gemeentearbeider, zei hij dat het vast nog veel erger was geweest als hij geen druiven had geslikt. Hij had ziek kunnen worden, een been kunnen breken, zijn moeder had kunnen overlijden, een van zijn kinderen. Als je maar genoeg calamiteiten voorziet, kan het jaar enkel mee-vallen.
Hij had zijn ontslag trouwens begin vorig jaar voorspeld. Er kwamen gemeenteraadsverkiezingen aan en dus had de burgemeester van zijn dorp Comares in de voorgaande maanden veel geld uitgegeven aan onderhoudswerk, zoals ook elders in Spanje gebeurde. Voor die obrasworden meestal mensen uit de streek aangeworven, die vervolgens in ruil stilzwijgend hun stem op de burgemeester uitbrengen.”

 2203886-fbc3481a5ae1ef1cd25cd62e007bc87a.jpg
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)
Cover achterzijde

 

 

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Zie ook alle tags voor Christiab Ktacht op dit blog.

Uit: Der gelbe Bleistift.Reisegeschichten aus Asien

„So, der Kaukasus.Was weiß ich denn so darüber? Wir hatten aufdemInternateinenGeologie-Lehrer,demsindimKaukasus die Zehen abgefroren, als Hitler dort unten die Ölfelder erobern wollte.Eine Zangenbewegung sollte das werden,erst die rumänischen Ölfelderunddann, weiteröstlich, die Kaukasischen Ölfelder; Öl für den Rußlandfeldzug, natürlich auch Öl gegen das britische Öl im Zweistromland. Sofort kommt man da ins Mythische hinein, wenn man darüberspricht oder nachdenkt – das Zweistromland, der Kaukasus. Das große Spiel wurde hier in der Gegend gespielt, vor dem Ersten Weltkrieg, The Great Game; Südpersien und Indien, die ja britisch waren, gegen Nordpersien, da saßen die Russen, und irgendwo dazwischen lagen die deutschen Interessen. Und die waren wiederum verwoben mit den Interessen der Türken, die, quer durch Asien, ein pan-türkisches Reich vom Bosporus bis nach China erschaffen wollten. Und dazwischen lagen die kleineren Interessen noch zweier Völker, die von allen anderen um sie herum ausgerottet wurden – die der Armenier und der Kurden. Kipling, oder irgendein anderer hat mal überTranskaukasien geschrieben, es sei das Zentrum der Welt. Und dieses Zentrum, das darf ich sagen, ist sehr verwirrend, wie wir schauen werden. Von Enver Pascha habe ich gelesen, dem türkischen Schlächter der Armenier, und von Wilhelm Wassmuss, dem deutschen T. E. Lawrence, der im Ersten Weltkrieg eine neue Front gegen die Briten aufmachen wollte, von Afghanistan kommend, und der schließlich in Kabul steckenblieb und dort, zusammen mit seinen Freunden Kapitän Oskar von Niemeyer und Otto von Hentig zwei Jahre herumsaß und Däumchen drehte, weil keiner die Deutschen ernst nahm. Wassmuss, so heißt es, habe nämlich eine Schwäche dafür gehabt, Frauenkleider anzuziehen, und das habe der Emir in Kabul damals eher als unangenehm empfunden.“

 

 2203886-818c20faf927d5ad2e3507b7b454c698.jpg
Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

 

 

De Britse schrijver, filmcriticus en columnist Gilbert Adair werd geboren op 29 december 1944 in Edinburgh. Zie ook alle tags voor Gilbert Adair op dit blog.

Uit:The Real Tadzio

“Even more significantly, Adzio was not a youth but a child. Wladyslaw Moes – the real boy's real name – was born in 1900, which means that, at the time of their encounter on the Lido, he whom Mann would complacently portray as "a longhaired boy of about 14" was not quite 11 years old, a significant difference where approaching or receding puberty is concerned. Furthermore, although his older beach companion "Jaschiu" (Mann's phonetic spelling of a diminutive form which should be written "Jasio") also existed, and was named Jan Fudakowski, he was in reality Adzio's junior by a few months and therefore neither the "sturdy lad with brilliantined black hair" of the novella nor, a fortiori, the muscular hunk, visibly in his late teens or even early 20s, of the film which Luchino Visconti adapted from it in 1971.
In fairness to Mann, it should be pointed out that, if he aged Tadzio by three years, then he took a far greater liberty with his own fictional surrogate. In 1911 Mann was 36 years old. As for the hero of Death in Venice, it is in the novella's second sentence that the reader learns that the once plain, von-less Gustav Aschenbach had officially earned the right to be addressed by the nobler moniker "Gustav von Aschenbach" only, as the text has it, "since his 50th birthday". Aschenbach is, then, older than 50. He may well be, in fact, approaching 60, and therefore by some 20 years Mann's senior.

 2203886-ed92a5306f752ac58cfa56957ad21da5.jpg
Jaschu (Sergio Garfagnoli) en Tadzio (Björn Arnesen) in Visconti’s ‘‘Death in Venice’’ uit 1971

 

How should we interpret the fact that Mann chose to alter the factual age, so to speak, of not one but both of these fictional characters? As part of a structural tactic whereby – it being absolutely crucial to the novella's meaning that Aschenbach be shown to be an artist at the very height of his literary renown – it became necessary, if the "miraculous" parallels with the real incident were to be upheld, to add a few extra years to Tadzio's own age? Or, less generously, as an attempt by Mann to underplay, even minimise, the not always latent eroticism of his story, in that the desire for a prepubescent boy on the part of a late-middle-aged man would stand a chance (back in 1911 if not necessarily today) of being regarded as less threateningly carnal than that of one in his 30s? Or simply as a rueful reflection of how old Mann actually felt when caught in the headlamps of the 11-year-old Wladyslaw Moes's limpid gaze? Whichever, it was almost certainly these age differences to which he was alluding when he spoke of wishing to demystify his work. Mann, of course, never did write Death in Venice over again. Nor, ever more Olympian and aloof, did he trouble to ascertain who precisely was the little Polish boy on the beach of the Lido or what might have become of him. I, on the other hand, did.”

 

 2203886-9a4330fed009c03de7593e505c34641a.jpg
Gilbert Adair (29 december 1944 – 8 december 2011)

 

 

De Duitse schrijfster Brigitte Kronauer werd geboren op 29 december 1940 in Essen. Zie ook alle tags voor Brigitte Kronauer op dit blog.

Uit: Der Scheik von Aachen

„Stellen Sie sich diese fast magere Frau, die Anita heißt, Anita Jannemann, und an deren Ohrläppchen winzige Brillanten zucken, nun allerdings nicht als allzu ängstliches Geschöpf vor. Anita ist lediglich nervös und raucht eine Zigarette, obschon sie gleichzeitig ein großes Stück Rindfleisch resolut in Stücke schneidet, nachdem sie die Sehnen entfernt und sich dabei eine kleine Wunde zugefügt hat. Erst jetzt bemerkt sie, daß die extravagante Sonnenbrille im Zimmer unsinnig ist, sogar stört. Daher die Verletzung. Sie muß die Brille vergessen haben und schiebt sie nach oben ins Haar, in das einige feurige Höhepunkte gefärbt sind. Ihre Stimme klingt angenehm heiser, nicht etwa rechthaberisch näselnd wie bei manchen TV-Ansagerinnen. Sie ahnen das Richtige. Anita konnte beim Fernsehen nicht landen, früher mal, ist lange her.
»Daamals …«, sagt sie, horcht dem Wort wohlgefällig nach, es muß sich wie ein Gähnen, Dehnen, Sich Sehnen anhören. Nach einer Pause, die niemand unterbricht, es ist ja kein anderer da in der noch etwas kahlen Wohnung, setzt sie neu an: »Damals, bei den großen Festen, trat Emmi als unsere anerkannte Kleinkönigin, ja Feistkaiserin auf, im Sommer in Seide, im Winter in Pelz, das Urbild einer beleibten Tante. Aber dann diese Augen! Grüne Steine, grün, als würde ihr Inneres, der ganze Körper unter der Haut, nur aus Jade bestehen, aus nilgrüner Jade durch und durch.«
Schon drängen sich drei Fragen auf. Vor wem fürchtet sich Anita? Vor Emmi.
Zu wem spricht sie? Zunächst zu sich, dann zu Ihnen, jawohl, zu Ihnen, auch wenn Sie für Anita noch viel fiktiver sind als umgekehrt.
Für wen schneidet sie das Fleisch? Für ein Gulasch. Für Abendgäste. Es soll ein Fiaker Gulasch werden. Sie will, um die Gäste, vor allem einen unter ihnen, zu foppen, bei der Garnitur zwar an die obligatorischen Essiggurken und Spiegeleier denken, aber die Würstchen weglassen. Mal sehen, ob es jemand merkt.
Vielleicht übt sie aber in Wirklichkeit mit ihrem palliativischen »Daamals« für die morgen zur Einweihung ihrer neuen Wohnung erwarteten Leute? Legt sich schon heute beim Fleischschneiden (weil sie alles beim Dessert aus frivolen Geselligkeitsgründen berichten will), die Einzelheiten der düsteren Vorgeschichte ihres anstehenden Emmi-Besuchs zurecht? Sie wird Emmi spanische Veilchenschokolade mitbringen, Emmis uralten Trost in der Todtraurigkeit als hoffentlich einschmeichelnde Aufmerksamkeit. Anita persönlich findet den Geschmack leicht ekelerregend. Aroma: Parfümierte Milchkuh. Muffig wie der Tod, jedoch für Emmi, wer weiß, eine noch nicht komplett verblichene Liebeserinnerung aus sehr frühen Tagen. Anita lächelt zum ersten Mal, wenn auch nur zaghaft, nur ganz flüchtig. Das liegt an der ein wenig unstatthaften Unterstellung, da es sich jetzt doch um Emmi und ihren einstigen Kummer dreht, jenseits jeder Liebesleichtfertigkeit.“

 

 2203886-0093240387e1675b917b10b4d848b96d.jpg
Brigitte Kronauer (Essen, 29 december 1940)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul M. Rudnick werd geboren op 29 december 1957 in Piscataway, een voorstad van New York. Zie ook alle tags voor Paul Rudnick op dit blog.

Uit: Gorgeous

"I grew up in what some people would call a mobile home and what other, snobbier people might call a manufactured home, but I was always fine with calling it a trailer. That’s right, I said I grew up in a trailer. Fuck you. I lived with my mom in East Trawley, Missouri, until I was seventeen. My mom weighed almost four hundred pounds and you’re probably thinking that she was lazy or every thing that’s wrong with America, or that she belonged on one of those stu-pid cable TV docudramas called stuff like Jumbo Mama or I Weigh More Than My House, but you’re way off base because my mom was the sweetest person and the best mom ever. But she did have a problem, because from as far back as I can remember I only knew one thing for sure: My mom was terrified of something, and as long as she kept eating she’d never have to go outside and face it. Whenever I asked her about my dad or about what she was so scared of she’d just sort of smile and say that I was talking crazy, and so after a while I stopped asking, because I was pretty sure that my dad, whoever he was, and her fear were the same thing. On the morning of my eigh teenth birthday, just as I was about to leave for work, my mom grabbed my hand. She’d been sick for almost a year and she could barely leave our couch, but being my mom, she wouldn’t see a doctor.
“Oh, baby,” she said, “I know it’s your birthday and I can’t buy you anything, but I have something to tell you, and that’s going to be your present.” “Mom, I don’t need presents. . . .” “Hush, just listen. I know that I haven’t been the sort of mom you deserve. . . .” I rolled my eyes because she knew this wasn’t true. “I just wish that all sorts of things were different.”

 

 2203886-68ed502158dbcb8ab725cd166e73fd48.jpg
Paul Rudnick (Piscataway, 29 december 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver William Gaddis werd op 29 december 1922 geboren in New York. Zie ook alle tags voor William Gaddis op dit blog.

Uit:The Letters of William Gaddis

“(To John Napper)

By now you may well think that if our correspondence continues I’ll still be writing you in five more decades, that I’m still working hard on the same thing, same damned book, same parade of megalomania, for I still am scrabbling along on the thing you read ch. I of so many years ago at Chantry Mill. Last winter in an empty farmhouse was to be the end: I emerged in May with the woodchucks and a 15-pound manuscript, which dampened Harcourt- Brace’s spirits more than somewhat, but they’ve given money, money, all of it gone now and nothing to show for it but a bowler hat and a fourteen-&-three- quarter pound MS. They think I’m cutting it, but what I seem to be doing is to take out something I thought was amusing 4 years ago, and put in something equally idiotic which I find amusing now. At the moment it’s spread all over the floor, and is quite impressive if only in square feet. But honestly, it’s about over, the whole extravaganza. Another 6 or 8 weeks, they want the thing and I wish they’d take it, I am so tired of it, have entirely lost interest in every bit of it, and being quite assured that I’m never going to make any more money from it, would so happily forget the entire evidence of wasted youth.
(…)

My feeling essentially is that a book really goes out on its own, for the human remains that wrote it to run along after it is suicidal since there’s clearly no separating them until the mortal partner drops. I don’t think ‘one decent blurb or two’ is going to alter Asher’s promotion at all, I don’t think lack of them is going to deter it; and the whole God damned area is to me like trying to make magic that will shape a course already implicit and then, if the course takes the feared-for direction, blaming the ex post facto magic, or the lack of it. I’ve never had my name on anybody else’s book jack or ad that I know of, I honestly do not think it would help sell a copy, it reeks a bit of self-advertisement though perhaps, out of a deep mistrust for human motives or rather of them and the abyss between them and their expression this is merely an extreme inverted vanity on my part. Because on the other hand I do admire the generosity of people of stature like, say, Robert Graves, Norman Mailer, TS Eliot writing jacket blurbs for Faber, all of these people quite open-handed. I don’t know. I think of a boy I had at Univ of Connecticut working on a novel which I greatly encouraged, think publishable & have tried to help him place, he’s someone who’s never published and I hope to see have a chance, when/if his book is published, what. I don’t know.”

 

 2203886-82a28f446dc1a9f1b2de7c018400aef8.jpg
William Gaddis (29 december 1922 – 16 december 1998)
Cover

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Carmen Sylva werd geboren op 29 december 1843 in Neuwied als prinses Pauline Elisabeth Ottilie Luise zu Wied. Zie ook alle tags voor Carmen Sylva op dit blog.

 

Ein Sonnenblick

Ich soll nicht weinen,
Wenn ich Dich seh?
Doch thut die Freude
Mir gar zu weh!

Ich soll nicht weinen,
Nach langer Qual,
Weil durchgebrochen
Ein Sonnenstrahl?

Ich soll nicht weinen?
Da leidgekrönt
Ich doch vom Freuen
Schon lang entwöhnt?

Ich soll nicht weinen!
Du weißt es nicht,
Wie heiß ersehnet
Dein lieb Gesicht!

 

 2203886-8d86648900134a884016d0dfa4231d62.jpg
Carmen Sylva (29 december 1843 – 2 maart 1916)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

Bericht aus dem urbanen Mesozoikum

ich habe aufgehört abzuwägen wieviel
vorbei und auf dem Laster liegt,
der morgens einfährt. Die Subvölker

aufgeladen, unter den Hufen
die Vorgänger.

In diesem Aufgang der Fossilien,
unter den Zeugnissen alter Konserven,
dem Grätentrennen,

bekannten Habichten in ihrem Aufflug
und den Namen die ich hatte,

erkunde ich den Spinnenbiss am Nachmittag
unter der feuchten Sonne
ein Rascheln in den Kisten      trockenen Tees

 

 2203886-f8d88471d2eee899d24e27f5194918d0.jpg
Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Geschreven door Romenu om 10:46 Reageer op dit bericht

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Engelbert Obernosterer, Shen Congwen, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord, Antoine Bodar

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Liu Xiaobo overleed op 13 juli van dit jaar op 61-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

Fifteen Years of Darkness (Fragment)

Among the hunger-strike tents on the Monument
I gathered with the students and local residents
continuous gunshots rang out
bullets struck the Monument
sparks sprayed off the marble
I released an eye-flooding flash
broke an automatic rifle in half
though I can’t break open the silence of the dark night

Facing an unpredictable fate
I stare dumbly into the darkness
unable to discern if the starlight abyss
is hell or paradise

15 years have passed
unexpected bloodshed has suffocated me
unexpected prisons have hardened me
I’ve become a thick stone
yield to the lashings of political terrors
expression hardened, frozen
always unchanged

From the massacre’s bloodshed to harsh surveillance
the horrors of that night
have yet to move half-a-pace away
After the house-raid then handcuffs
after handcuffs then prison
after prison then the police sentry at my building’s gate
A personal shadow
interrogates our houseguests
Phones tapped
mail vetted
all forms of communication cut off
Let me turn into a blind-and-deaf man
in the dark dark night
to resist the silence

Walls of a cell may confine the body
but no cell walls can restrain the soul

15 years have passed
a murderer’s regime
forces one to desperation
A nation that tolerates a murderous regime and forgets the killed
forces one to deeper desperation
A survivor of the massacre powerless to demand justice for the victims
forces one to the deepest desperation
But in such desperation
remembering the departed spirits
is the only hope left

Let the darkness transform into rock
across the wilderness of my memory

 

 2203702-55e342bfd14b661f3d697739d127ecdd.jpg
Liu Xiaobo (28 december 1955 – 13 juli 2017)

 

 

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Zacharias Katz

„Bastogne, Militärlazarett, 15-1-1945

C ind Sie bereit, Brady? Funktioniert Ihr Apparat? Ent-schuldigen Sie, wenn ich das sage: Dcr sieht wirklich abenteuerlich aus. He, Sie schreiben ja schon! Dann will ich mal anfangen. Also, mein Name ist Zachary Katz. Oder Zach Katz, für meine Freunde und Leser. Eigentlich sollte ich besser sagen: Ich bin Zach Katz. Das Wörtchen bin unterstrichen. Warum der Unterschied? Nun, Zach Katz steht zwar hier an meinem Krankenbett, und in den letzten dreißig Jahren hat mich niemand anders genannt; doch Zach Katz ist im Grunde kein Name. Eher eine Marke. Und zwar eine gute. Eine Marke, der man vertraut. Brady, ich weiß, man soll sich nicht loben. Aber schauen Sie mich an: Vielleicht darf ein Mann in meinem Zustand eine Ausnahme machen? Gut. Dann zitiere ich jetzt aus dem Kopf: »Von einer Repor-tage, die mit Zach Katz gezeichnet ist, kann man erwarten, dass sie die Fakten so exakt wie möglich meldet und die Vor-gänge anschaulich schildert, ohne dabei in Gefühlen und Stimmungen steckenzubleiben wie ein Sherman-Panzer im Schlamm.• Nicht schlecht, oder? Das hat mein Herausgeber geschrieben, als ich den Preis für meine Berichte über London und Guadalcanal bekam. Und weiter, nur einen Satz noch: »Die Reportagen von Zach Katz verschleiern nicht Unkenntnis mit Phrasen, sie bauschen nicht Lappalien zu welthistori-schen Ereignissen auf, und sie verwechseln nicht Analyse mit Parteilichkeit.• Ach ja, und wenn ich das noch sagen darf, das ist mir näm-lich wichtig: Dreißig Jahre lang hat Zach Katz mit keiner Zeile behauptet, der Krieg sei eine hehre Aufgabe für edle junge Männer. Oder es sei ruhmreich und süß, fürs Vaterland zu sterben. Kein Gedanke! Krieg ist schrecklich, Krieg ist die Hölle. Und niemand, der meine Artikel liest, wird jemals etwas anderes von mir hören. Aber Krieg existiert. Nicht wahr, Corporal Brady? Ich weiß es, und Sie wissen es auch. Offenbar sind wir noch nicht so weit, dass wir ohne Waffen auskommen könnten. Vielleicht irgendwann demnächst, wenn man die Toten ge-zählt hat. Oder wir werden einmal so von Waffen starren, dass niemand mehr einen Krieg anfängt, weil er weiß, er wird ihn nicht überleben. Mag sein. Doch bis zu diesem schönen Tage wird es Kriege geben; und also muss es auch Leute geben, die darüber berichten, ehrlich und offen, damit jeder entscheiden kann, wo er steht: bei den Falken oder bei den Tauben. Bei denen, die sagen: Auge um Auge, oder bei denen, die noch die andere Wange hinhalten. Und ehrlich zu berich-ten, das ist mein Job. Dafür bürgt seit dreißig Jahren der Name Zach Katz. Das bin also ich. Und jetzt müssten Sie sich vorstellen, Brady! Keine Sorge, ich mache das für Sie. Corporal Brady ist momentan meine rechte Hand. Und meine linke leider auch. Und zwar im wörtlichsten Sinne.“

 

 2203702-9261289f0fd006659b6c8eebd0668755.jpg
Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Engelbert Obernosterer werd geboren op 28 december 1936 in St. Lorenzen im Lesachtal, Kärnten. Zie ook alle tags voor Engelbert Obernosterer op dit blog.

Uit: Der senkrechte Kilometer

„Die Bauern wissen am Regen vorerst nichts auszusetzen, es sei denn, dass das Schlechtwetter anhält und dadurch in die Nähe der gefürchteten Herbstgüsse gelangt, die das Erdreich aufweichen, so dass es als Mure zu Tale rutscht und dabei Wege und Bäche verschüttet. Noch steht der Regen dem Fruchtbringenden gleich nahe wie der möglichen Katastrophe. Ob das an- und abschwellende Triefen aus dem grau verhangenen Himmel segensreich oder verheerend genannt werden muss, liegt nicht in den derzeit fallenden Tropfen begründet, sondern in den nächsten hinter den Bergen herauf ziehenden Wolkenfrachten.
Und die Sonne, wenn sie ungeachtet des Geredes von Fluten, Erdrutsch und Strafe Gottes nach Tagen zwischen den Wolkenwülsten auftauchen sollte, was ist sie eigentlich: eine Finte, um die ohnehin Eingeschüchterten noch weiter in Täuschungen zu verstricken? Muss man ihren Schein als bloße Scheinbarkeit ansehen und sich hüten, sich ihrer Wärme hinzugeben, oder bedeutet ihr Durchdringen doch den Sieg des Lichtes über die Mächte der Finsternis? Hinter den Wolkenbänken harrt sie der nächsten Tage, um von ihnen zu erfahren, ob sie ein echter Grund zur Freude ist oder nur die Unerfahrenen zu falschen Hoffnungen verleitet mit ihrem Schein, den sie hingaukelt über das Sein der vorhandenen Begriffe.
Die ältesten der Eingesessenen, kaum unterscheidbar ob Greise oder Greisinnen, wissen zu erzählen, dass es nicht selten in ihrem wechselreichen Dasein Strecken ohne jede Art von Witterung gegeben habe. Am ehesten lasse sich der Zustand beschreiben als unscheinbar, unentschieden oder eine merkwürdige Art von Grau. Die auf das Wetter angewiesenen Bauern hätten sogleich den Pfarrer zu einer Bittprozession gedrängt…
Den Berichten der Dorfältesten lauschend, erkennt man, dass, sobald der Herbst an Leuchtkraft verliert, bis zum Fallen des ersten Schnees keinerlei Witterung über den abgeernteten Kartoffelfeldern anzutreffen ist. Man nennt es behelfsweise Übergangswetter, was da bläulich bis milchig jenseits des Baches aufscheint und durch keinerlei Bewegung und Entwicklung den Wetterkundigen Anhaltspunkte liefert. Selbst ein Unwetter lässt sich leichter ertragen als diese Teilnahmslosigkeit gegenüber den klaren Vorstellungen, denn gegen Unwetter hat man sich zu schützen gelernt, nicht aber gegen derlei Ausfälle. Hinzu kommt, dass sich über Wetterlosigkeit so schwer reden lässt. Die Wolken sind in solchen Fällen nämlich nicht mehr Wolken, nicht genau grau und nicht eindeutig Massen. So wettert man denn mit bloßen Worten im luftleeren Raum.“

 

 2203702-ec73b2dc6f8766218eb6eadd38961431.jpg
Engelbert Obernosterer (St. Lorenzen, 28 december 1936)

 

 

De Chinese schrijver Shen Congwen werd geboren op 28 december 1902 in Fenghuang in de provincie Hunan. Zie ook alle tags voor Shen Congwen op dit blog.

Uit:Family Letters (Vertaald door Alice Xin Liu)

“Change is awaited, without speaking up or protesting. Literature — when it comes to newspapers on the stalls — it's extremely rare to see a discussion on how to improve the current standards. The foreign literature they introduce, scraps of poetry for example, is not so good either. I don't know the cause of this. Is it because editors' attention doesn't fall on this, and they're not very objective, or is it something else? The few theoretical magazines here are read by only a few, and they look somewhat new. On the other hand, picture storybooks look oily and ratty from too many fingers. Most of the patients in this hospital are intellectuals, brainworkers. Are their brains so tired that they only want to read picture books to waste away their time? Or are the many lives here untouched by new literature? I share in the worries of Tolstoy's character Levin. Straight after eating dinner they go into the leisure room and already there are many mahjongg players seated there. A few female teachers and middle-school instructors are already smoothly playing the mahjongg tiles, their spirits high. They're so passionate when they play that they take me back to a society thirty or forty years ago. It's hard not to be sad. Because this makes me feel that there are still a good number of people in society who will use these outdated methods to have fun and find happiness. Or perhaps many people are happy to use this method to waste away the limited moments of their lives, and finding in books the happiness of truth is not a passion even of an "intellectual." This is another problem that should be mentioned somewhat in literature. Or discussed as a terrible thing! None of us should be overly pedantic, because society is accustomed to these developments. Especially since some books can't give most people more happiness than playing mahjongg does, so no matter how many books we have, it is still meaningless.”

 

 2203702-fda90f4129b871b480c43f9ea7167e75.jpg
Shen Congwen (28 december 1902 – 10 mei 1988)

 

 

De Nederlandse schrijver Conrad Busken Huet werd geboren op 28 december 1826 in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Zie ook alle tags voor Conrad Busken Huet op dit blog.

Uit: Het land van Rembrandt

“Dante is, wat zijn blik op de bijbel betreft, de tijdgenoten gedeeltelijk voor. Zijn dichterlijk instinct waarschuwt hem dat de dichterlijke boeken van het Oude Testament niet uit het Hebreeuws in het Latijn of in een andere taal kunnen overgzet worden, zonder daarbij zeer te verliezen. Die opmerking was toen nog door niemand gemaakt. Doch voor het overige gaat ook hij zeer willekeurig met de bijbel om; schuift blindelings het Oude Testament tussen het Nieuwe; verzint diepzinnigheden; allegoriseert; behandelt de leerstukken alsof het verhalen, de verhalen alsof het feiten waren; houdt in al het voornaamste zich aan de in zijn tijd gangbare mystieke verklaring.
Wie gevoelt echter niet dat dit spelen van de feodale tijd met de bijbel in een bijbelkennis wortelde die ook daarna, gedurende een reeks van eeuwen, van beslissende invloed op de algemene zienswijze der Europeanen geweest is?
Een Aziaat, die in onze dagen de geschiedenis van Europa wilde bestuderen in Europa's letteren, Europa's kunst, Europa's begrippen van goed en kwaad, Europa's voorstellingen omtrent het bovenzinnelijke, zou voor alles zich een grondige kennis moeten eigen maken, eerstens van het Oude en het Nieuwe Testament zelf, daarna van de betekeins welke door de Europese christenen in verschillende tijden aan die gewijde boeken gehecht is. Zij geven de sleutel tot een groot aantal van onze denkbeelden, verklaren al hetgeen er niet enkel menselijks of nationaals in onze wijs van gevoelen is; zijn als een doorlopende kanttekening bij de vormen van onze verbeelding.
De ontkenning zelf van het bijbelse, die meer en meer tot de gangbare begrippen der Europeanen is gaan behoren, bevestigt de algemeenheid van deze heerschappij. Hetgeen wij de vrije gedachte noemen is voor de ene helft iets positiefs, voor de andere iets betrekkelijks. Met vrij te denken bedoelen wij: anders te denken dan onze voorouders die hun denkvormen naar de bijbel regelden, of dan diegenen van onze tijdgenoten welke bij de bijbelse voorstellingen van een vroeger geslacht voortgaan vrede te vinden.”

 2203702-770f4cc48f4f6d31a37b2a2cf08e950c.jpg
Conrad Busken Huet (28 december 1826 – 1 mei 1886)
Den Haag: de Spuipoort: 1e helft 19e eeuw

 

 

De Argentijnse schrijver Manuel Puig werd geboren op 28 december 1932 in General Villegas. Zie ook alle tags voor Manuel Puig op dit blog.

Uit: The Kiss of the Spider Woman (Scenario van Leonard Schrader)

“MOLINA
If you're going to crack jokes about a film that I happen to be fond of, there's no reason
to go on.
VALENTIN
All right, all right. Go ahead.
MOLINA
Suddenly -- we're in Paris!
Troops are marching right underneath the Arc de Triomphe. Really handsome soldiers, and the French girls are applauding as they pass by...
Then -- we're on this typical Parisian back-street, dead-end sort of looking up a hill.
CUT TO:
EXT. NEIGHBORHOOD STREET - NIGHT (NAZI MOVIE)
The walls are covered with Star of David grafitti.
VOICE OF MOLINA
... And these really weird-looking Frenchmen, not the typical ones with the berets -- are unloading a truck, it's wartime, of course, and the boxes contain contraband delicacies. Like
canned meat, the best cheeses..
CUT TO:
INT. CELL - NIGHT
MOLINA
Peaches in syrup --
OICE OF VALENTIN
Don't talk about food."

 

 2203702-8323bb4e774c617629da3b3b992357ff.jpg
Manuel Puig (28 december 1932 – 22 juli 1990)

 

 

De Duitse actrice, schrijfster en zangeres Hildegard Knef werd geboren in Ulm op 28 december 1925.Zie ook alle tags voor Hildegard Knef op dit blog.

Uit: Der geschenkte Gaul

„Schwierig wurde unser Leben, wenn Großmutter für jeweils zwei bis drei Tage in der Woche in unser Paradies kam. Ich durfte nicht mehr halbnackt herumrasen und wurde in Wolle gesteckt, Karl sollte sein Netzhemd nicht »öffentlich« tragen, Äpfel wurden als wurmfördernd verschrien, meine Ziege durfte ich nachts nicht mehr an mein Bett binden, und mein Lieblingskarnickel mußte in seinem Verschlag ein anständiges Karnickeldasein führen, das ganze sommerliche Leben wurde organisiert und weiblich ordentlich. Der erste rasende Jähzornanfall meines Großvaters fand unfehlbar zehn bis fünfzehn Minuten nach der scheu-herzlichen Begrüßung statt, er zog sich anschließend brummend und vor sich hin redend auf seine hinteren Kohlbeete zurück, um wenig später braungebrannt und zufrieden auf dem Sofa zu sitzen, Omas Kaffee zu trinken und ihr von meinen unglaublich geniegleichen Äußerungen zu berichten — das war die schönste Stunde für mich, wir beteten uns gegenseitig an, über die uns trennenden sechzig Jahre hinweg. Ob ich nur ungeschickt oder bösartig war, wird keiner mehr ergründen, jedenfalls fiel immer etwas herunter, was zerbrechlich war, und damit war jedem aufkommenden Verständnis meiner Großeltern füreinander ein jähes Ende gesetzt. Sonntags kam meine Mutter. Sie mußte arbeiten, sie war damals Sekretärin bei Siemens — mein Vater war sechs Monate nach meiner Geburt gestorben, und ich fand es bedeutend, eine Halbwaise genannt zu werden —, sie kam, und ich tat jedesmal so, als ob ich sie nicht erkannte, machte einen höflichen Knicks und sagte: »Guten Tag, Tante.« Meine Großmutter fing sofort an zu weinen und schnüffelte etwas von unnatürlichem Leben für ein Kind in dem Alter, meine Mutter hatte Tränen in den Augen, nahm mich auf den Arm und rügte meine Großmutter wegen der wollenen Kleidung, die ich bei der glühenden Hitze trug, zwischen der nunmehr beginnenden Auseinandersetzung bekam ich mein Sonntagsgeschenk von meiner Mutter und hörte meinen Großvater etwas von blöder Gefühlsduselei sagen. Montags fuhren Mutter und Großmutter nach Berlin zurück, und nach herzzerreißendem Abschied und langem Winken blinzelten Großvater und ich uns zu wie zwei Verschwörer, die ihrer illegalen Arbeit nun wieder ungestört nachgehen dürfen. Montags durfte ich ganz nackt im Garten laufen, bekam die Äpfel nachgeliefert, die ich während der Besuchszeit verpaßt hatte, und mußte mich meist bereits vor dem Mittagessen übergeben.“

 

2203702-8e00a26d774d6906281847e2df02a9ff.jpg
Hildegard Knef (28 december 1925 – 1 februari 2002)

 

 

De Franse schrijver, filmmaker en kunstenaar Guy Ernest Debord werd op geboren 28 december 1931 in Parijs. Zie ook alle tags voor Guy Debord op dit blog.

Uit: Society of the Spectacle (Vertaald door Donald Nicholson­Smith)

“13
The spectacle is essentially tautological, for the simple reason that its means and its ends are identical. It is the sun that never sets on the empire of modem passivity. It covers the entire globe,
basking in the perpetual warmth of its own glory.

14
The spectacular character of modem industrial society has nothing fortuitous or superficial about it; on the contrary, this society is based on the spectacle in the most fundamental way. For the spectacle, as the perfect image of the ruling economic order, ends are nothing and development is all - - although the only thing into which the spectacle plans to develop is itself.

15
As the indispensable packaging for things produced as they are now produced, as a general gloss on the rationality of the system, and as the advanced economic sector directly responsible for the manufacture of an ever-growing mass of image-objects, the spectacle is the chief product of present-day society.

16
The spectacle subjects living human beings to its will to the extent that the economy has brought them under its sway. For the spectacle is simply the economic realm developing for itself -- at once a faithful mirror held up to the production of things and a distorting objectification of the producers.”

 

 2203702-0a792ee5836978e987cbf2e15958937f.jpg
Guy Debord (28 december 1931 – 30 november 1994)
Poster voor een lezing

 

 

De Nederlandse rooms-katholiek priester, kunsthistoricus, schrijver en columnist Antoine Bodar werd geboren in ‘s-Hertogenbosch op 28 december 1944. Zie ook alle tags voor Antoine Bodar op dit blog.

Uit: Correspondentie

“Vertroosting aan Johan Polak
Zeer vereerde Doctor,

Spengleriaans zou ik de rede willen noemen die u op 8 januari jongstleden hebt uitgesproken als dankwoord na verlening van het doctoraat honoris causa. U hebt de ondergang van het avondland aangekondigd, niet bezworen. U hebt de ondergang gepredikt, maar uw toehoorders niet bemoedigd. Alsof niet Venus eertijds uit het reddeloos brandende Troje Aeneas en de zijnen had weggezonden, opdat een nieuw Troje zou worden gesticht.

Ipsa Trojanos nepotes in Latinos transtulit,
Romuleas ipsa fecit cum Sabinis nuptias.
(Zelve heeft zij haar Trojaanse nakroost binnen Latium geplant, deed zij de Sabijnsen huwen met het volk van Romulus.)

Is het slotaccoord van het Pervigilium veneris zo treurig, zo pessimistisch als u voorgeeft, of weemoedig, melancholisch? Men kan nog zo opgaan in het liefdesspel, ook daaraan, als aan alles, komt een einde. Zoals van zo velen, geboren onder Saturnus, gaat uw hart in het zwart gekleed. Maar toont u niet de eigen zwakheid in het wachten op de barbaren die vandaag nog moeten komen? Sta mij een poging toe u te troosten.
Herinnert u u nog, hoe Boethius zich in de gevangenis beklaagt jegens de Philosophie? Is dit nu de bibliotheek die u als veilige burcht in mijn huis had gekozen, waar u met mij placht te spreken over de kennis van het menselijke en het goddelijke, vraagt hij haar. Daarop antwoordt de Philosophie: Ik zoek niet zozeer een bibliotheek, waarvan de wanden versierd zijn met ivoor en glas, maar het vertrek in uw geest, waarin ik geen boeken heb opgeslagen maar hetgeen boeken van waarde doet zijn - de meningen die eens in mijn boeken zijn opgetekend.”

 

 2203702-5dd052179c28ecf293003d0ffbf54df3.jpg
Antoine Bodar (‘s-Hertogenbosch, 28 december 1944)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2016 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:54 Reageer op dit bericht

In Memoriam Amos Oz

In Memoriam Amos Oz

 

De Israëlische schrijver Amos Oz is op 79-jarige leeftijd overleden. Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Judas (Vertaald door Hilde Pach)

“Atalja Abarbanel legde hem duidelijk zijn verplichtingen en de regels van het huis uit. Ze liet hem de ijzeren wenteltrap zien die van de keuken naar zijn zolderkamer leidde. Staande, onder aan die wenteltrap, instrueerde ze Sjmoeël over zijn werk en de gang van zaken in de keuken en bij de was, haar hand rustte met gespreide vingers op haar heup, terwijl de andere hand even over zijn trui fladderde, om van zijn mouw een strootje of een dor blaadje te plukken dat in de wol was blijven steken. Ze koos haar woorden nauwkeurig, zakelijk, maar toch met een stem die hem deed denken aan een warme, donkere kamer:
‘Kijk, het zit zo. Wald is een nachtdier: hij slaapt altijd tot de middag, omdat hij ’s nachts wakker is en wakker blijft tot in de vroege ochtenduren. Elke avond van vijf tot tien of elf ga jij bij hem zitten om samen een gesprek te voeren in de boekenkamer. En daaruit bestaat zo’n beetje je hele functie. Iedere dag om halfvijf ga je erheen om petroleum bij te vullen en de kachel aan te steken. Je geeft de goudvissen in het aquarium te eten. Je hoeft niet speciaal je best te doen om gespreksonderwerpen te verzinnen; hij zal er wel voor zorgen dat jullie meer dan genoeg gespreksstof hebben. Al zul je er snel genoeg achter komen dat hij tot de mensen behoort die vooral praten omdat ze geen moment van stilte kunnen verdragen. En wees vooral niet bang om met hem in discussie te gaan, integendeel, hij leeft juist helemaal op als je het niet met hem eens bent. Als een oude hond die het nog steeds fijn vindt dat er af en toe een vreemde komt om hem een reden te geven zich boos te maken en te blaffen, heel soms zelfs om een beetje te bijten. Al is het alleen maar om te spelen. Daarbij kunnen jullie allebei zoveel thee drinken als je maar wilt: kijk, hier staat de waterketel en hier het theeconcentraat en de suiker en hier een koektrommel. Elke avond om zeven uur warm je in de keuken de pap op die altijd op het elektrische verwarmingsplaatje op je staat te wachten, bedekt met aluminiumfolie, en zet je die voor hem neer. Meestal werkt hij zijn maaltijd snel en met smaak naar binnen, maar ook als hij er maar een beetje van proeft of helemaal weigert te eten, dring je niet aan. Vraag hem alleen aan het eind of je het blad al kunt meenemen en zet dan alles zoals het is op de keukentafel. Naar de wc kan hij zich op eigen kracht voortbewegen, op krukken. Om tien uur moet je hem er altijd aan herinneren dat hij zijn medicijnen inneemt. En om elf uur, of zelfs iets voor elven, laat je een volle thermosfles met warme thee voor hem achter op het bureau, en dan ben je vrij om te gaan. Nadat je afscheid van hem hebt genomen, ga je nog even naar de keuken en wast het bord en de beker af en zet je alles in het afdruiprek boven de gootsteen. ’s Nachts leest en schrijft hij meestal, maar bijna altijd verscheurt hij ’s ochtends alles wat hij ’s nachts geschreven heeft.”

 

 2203761-8a6b7e2f9f24642953992fae1b44f3b4.jpg
Amos Oz (4 mei 1939 – 28 december 2018)

Geschreven door Romenu om 17:27 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten