Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 december 2018 tot 30 december 2018

For The Holy Family By Michelangelo (Dante Gabriel Rossetti)

 

Bij het Feest van de Heilige Familie

 

2204118-ff2dceb22c9fe5d1c0af62d4a742f8d6.jpg 
De Heilige Familie door Michelangelo, 1504

 

 

For The Holy Family By Michelangelo

Turn not the prophet's page, O Son! He knew
All that Thou hast to suffer, and hath writ.
Not yet Thine hour of knowledge. Infinite
The sorrows that Thy manhood's lot must rue
And dire acquaintance of Thy grief. That clue
The spirits of Thy mournful ministerings
Seek through yon scroll in silence. For these things
The angels have desired to look into.
Still before Eden waves the fiery sword,—
Her Tree of Life unransomed: whose sad Tree
Of Knowledge yet to growth of Calvary
Must yield its Tempter,—Hell the earliest dead
Of Earth resign,—and yet, O Son and Lord,
The seed o' the woman bruise the serpent's head.

 

 

 2204118-c6e9c3a3260117767b9a96064a7b75de.jpg
Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 – 9 april 1882)
De St Paul’s Cathedral, in Londen, de geboorteplaats van Dante Gabriel Rossetti, in de kersttijd

 

 

Zie voor de schrijvers van de 30e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:25 Reageer op dit bericht

Peter Buwalda, Theodor Fontane, Miklós Bánffy, Peter Lund, Joshua Clover, Paul Bowles, Rudyard Kipling, Douglas Coupland

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De kleine voeten van Lowell George (Bestekla)

“Vorige week wilde ik een column schrijven over de eerste werkdag, als fenomeen, maar ook de mens
erachter. De methode-Geert Mak, kun je zeggen, waarbij je ogenschijnlijk ontspannen iets over de
eerste werkdag van je schoonmaakster vertelt, maar eigenlijk de Grote Geschiedenis op het canvas van je column slingert. (Zie: Geert Mak, De eeuw van mijn hulp.)
Dus begon ik over Carmen, mijn eigen hulp, en haar eerste werkdag, met de bedoeling om van daaruit, als een raket die trappen afstoot, voort te spuiten naar andere, historische eerstewerkdagen.
Totaal mislukt. Die column ging alleen maar over stofzuigen en ramenlappen.
Terwijl er dus een hele aardige eerste werkdag in de startblokken stond, snuivend als een renpaardje,
te weten die van Ingrid. Op haar eerste kantoordag haastte ik me de trappen af, ik werkte in die tijd nog als asbestspecialist bij Uitgeverij L.J. Veen, afdeling debuten. In mijn kielzog donderde het hele kantoorpand, al gauw een mannetje of vijftig, de receptie in, een onvertoonde kantoorstampede richting uitgang. In onze oren loeide de sirene die iedereen kende van de jaarlijkse brandoefening.
Nu was er geen oefening. Nu was er brand.
Achter de receptie zat Ingrid, andere Ingrid, moet ik zeggen, waarom iets helder navertellen als het ook troebel en mistig kan. Andere Ingrid was een echte Jordanese, in wier keukentje Maartje en Marie-Anne altijd koffie zetten. In zo’n grote kantoorkan, met een parasol als filter en een kilo Douwe Egberts. Ik kreeg klachten: zet ook eens koffie, lul de behanger.
Dus ik dacht: oké, ik zet ook eens koffie. Ik stond alweer een roman te puntlassen, toen Ingrid belde, de andere dus, de Jordanese. ‘Peterrrr...’ fleemde ze zangerig, ‘je koffie is klaarrrrr...! Hij ligt in de bestek- laaaa...!’
Ik erheen, jezus, wat nú weer – bleek ik vergeten de oude koffie uit die vijfliterkan te gieten. Alles
overgelopen. De hele bestekla tot de rand vol met kokende koffie. Iemand een lepeltje?
Maar het gaat me om ándere andere Ingrid, je kunt wel zeggen de echte, want zij en ik kwamen nog samen te wonen, later. Nu zag ik haar voor het eerst, en ze bloosde. Niet vanwege mij, maar omdat ze op de alarmknop had gedrukt. Ze stond achter de receptie, even kletsen met andere ándere andere Ingrid, zo gaat dat op je eerste werkdag – je hebt nog niks te doen, je had net zo goed thuis kunnen blijven, maar ja, dan schuift alles op tot in de urn.”

 

 2204113-e9097ccbb92e4bd979e1cf4e7c806092.jpg
Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Fontane werd geboren in Neuruppin op 30 december 1819. Zie ook alle tags voor Theodor Fontane op dit blog.

Uit: Meine Kinderjahre

„Freilich, wenn ich, was möglich, es dieser Procedur verdanken sollte, daß ich immer noch einen bescheidenen Bestand von Haar habe, so habe ich nicht umsonst gelitten und bitte reumüthig ab. Neben dieser sorglichen Behandlung der Kopfhaut, stand eine gleich fürsorgliche Behandlung des Teint. Aber auch diese Fürsorge lief auf Anwendung zu scharf einschneidender Mittel hinaus. Wenn bei Ostwind oder starker Sonnenhitze die Haut aufsprang, hatte meine Mutter das unfehlbare Heilmittel der Citronenscheibe zur Hand. Es half auch immer. Aber Coldcream oder Aehnliches wäre mir doch lieber gewesen und hätt es wohl auch gethan. Uebrigens verfuhr die Mama mit gleicher Unerbittlichkeit gegen sich selbst und wer muthig in die Schlacht vorangeht, darf auch Nachfolge fordern.
Ich wurde, wie schon erwähnt, während der Zeit, wo wir die Miethswohnung inne hatten sieben Jahr alt, gerade alt genug, um allerlei zu behalten, weiß aber doch herzlich wenig aus jener Zeit. Nur zweier Ereignisse erinnere ich mich, wobei wahrscheinlich eine starke Farbenwirkung auf mein Auge, mein Gedächtniß unterstützte. Das eine dieser Ereignisse war ein großes Feuer, bei dem die vor dem Rheinsberger Thore gelegenen Scheunen abbrannten. Es war aber, wie ich gleich vorweg zu bemerken habe, nicht der Scheunenbrand selbst, der sich mir einprägte, sondern eine sich unmittelbar vor meinen Augen abspielende Scene, zu der das Feuer, dessen Schein ich nicht mal sah, nur die zufällige Veranlassung gab.“

 

 2204113-ffb37dfa684307417e8396103cb4dd58.jpg
Theodor Fontane (30 december 1819 – 20 september 1898)
Cover

 

 

De Hongaarse schrijver en politicus Miklós Bánffy (graaf van Losoncz) werd geboren op 30 december 1873 in Kolozsvár, op dat moment gelegen in het koninkrijk Hongarije. Zie ook alle tags voor Miklós Bánffy op dit blog.

Uit: The Transylvanian Trilogy (Vertaald door Patrick Thursfield en Katalin Banffy-Jelen)

“That this agreement had been made was not, until now, public knowledge and indeed had been expressly denied during the summer when Laszlo Voros, Minister of the Economy in Fejervary’s so-called ‘Bodyguard’ government, had first announced the existence of the Pactum, the settlement of differences between the royal nominees and the elected representatives. These denials had then been in somewhat vague terms, but now the matter had been brought out into the open. The new government’s problem was how openly to face the situation provoked by the People’s Party representative, offer a solution that would content the opposition, and at the same time keep their word to the King.
 Everyone’s face was saved by the intervention of Ferenc Kossuth, who boldly risked his reputation in the discussion in the committee when he declared that no Pactum existed since secret agreements of that sort were unconstitutional. This was a dangerous statement to make since everyone knew that for the King to have made the new appointments, agreement must have been reached on specific points such as this; but it sounded well and so dignity had been maintained by oratory. As a result it was planned that the House would reject the impeachment proposal and instead give its approval to an official statement which branded Fejervary and his cabinet as ‘disloyal counsellors of the King and nation’ and delivered them to the ‘scornful judgement of history’. It was further decided that this official statement should be everywhere displayed on posters.
The formula was a good one and all the committee members had left the meeting satisfied in their own ways; the radicals because the hated ‘Bodyguard’ government would be publicly degraded, and the new cabinet because they were no longer faced with a constitutional obligation to initiate an impeachment which would be most embarrassing to them.”

 

 2204113-4828309649599a71f93c70bd6f517c8b.jpg
Miklós Bánffy (30 december 1873 – 5 juni 1950)

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Peter Lund werd geboren op 30 december 1965 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Peter Lund op dit blog.

Uit: Das Wunder von Neukölln

„Johannes:
Das sagst du. Deswegen arbeitest du ja auch bei der TAZ.
Dorothea:
Dafür bezahlen wir zweimal irn Jahr hundert Mark an die S.0.S.-Kinderdörfer und kaufen fußgemalte Postkarten. Mehr muß definitv nicht sein.
Johannes:
Aber-
Dorothea:
Wir haben nichts mit diesem Mädchen zu tun. Nichts!
Du weißt nicht einmal, woher sie deine Visitenkarte hat.
Johannes:
Vielleicht ist das ein Zeichen?
Dorothea:
Daß du dich nicht erinnerst, wo du sie angebaggert hast?
Johannes: ehrfürchtig
Ich fühle mich aufgefordert. Wir tun eh' viel zu wenig.
Dorothea:
WIR?
Johannes:
Ich. Ich als Journalist hab immerhin einige Möglichkeiten.
Dorothea:sehr zuckersüß
Du könntest eine Spendenkampagne in's Leben rufen.“

 

 2204113-3e6c2676cb7aa72a055fc61060af7c1e.jpg
Peter Lund (Flensburg, 30 december 1965)
Flensburg in de kersttijd

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Joshua Clover werd geboren op 30 december 1962 in Berkeley, California. Zie ook alle tags voor Joshua Clover op dit blog.

 

I want to read at the white house

I want to read at the white house.
I want to read poems at the white house.
I want to read poems at the white house with all the pomp available.
With celebratory music and all my beloveds watching.
With Baraka and DiPrima and Roque Dalton behind me
I want to read at the white house.
I want to read poems at the white house wearing my favorite clothes probably a hoodie or perhaps my Belgian suit.
Belgium is a failed state in the heart of Europe which is something to aspire to.
I like Belgium and one day I might like to read poems at the palace of the nation but for now I want to read poems at the white house.
I want to read poems and sing karaoke and I will probably tell a few nervous jokes.
It will be like all the other readings.
We will be there together.
I want to read poems at the white house and then like any house reading we will all clean up together.
We will clean up the mess we have made together.
All that rubble and all those ashes. These are my conditions.

 2204113-daea74a637695fffddd8568cd14e8620.jpg
Joshua Clover (Berkeley, 30 december 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en componist Paul Bowles werd geboren in New York op 30 december 1910. Zie ook alle tags voor Paul Bowles op dit blog.

Uit: Next to nothing: collected poems

Yes, I said we would need the machine-guns by next March,
but I also warned against saying life was easy.
I mixed hoops and coffins, cradles and needles
while the lights twinkled on far-off Monte Tomas.
We sat in a park that smelled of pine trees,
and that night there were voices in the corridors
and I remembered the empty face of the blind man as, he sang.

                                                         Tu misma tienes la culpa
                                                   de lo que has hecho conmigo.

You will find yourself among people.
There is no help for this
nor should you want it otherwise.
The passages where no one waits are dark
and hard to navigate.
The wet walls touch your shoulders on each side.
When the trees were there I cared that they were there.
And now they are gone, does it matter?
The passages where no one waits go on
and give no promise of an end.
You will find yourself among people,
Faces, clothing, teeth and hair
and words, and many words.
When there was life, I said that life was wrong.
What do I say now? You understand?

 

 2204113-8a5fbddd772e1927900abb5415d08234.jpg
Paul Bowles (30 december 1910 – 18 november 1999)
Cover

 

 

De Britse schrijver en dichter Joseph Rudyard Kipling werd geboren op 30 december 1865 in Bombay, India. Zie ook alle tags voor Rudyard Kipling op dit blog.

 

The City of Sleep

Over the edge of the purple down,
Where the single lamplight gleams,
Know ye the road to the Merciful Town
That is hard by the Sea of Dreams –
Where the poor may lay their wrongs away,
And the sick may forget to weep?
But we – pity us! Oh, pity us!
We wakeful; ah, pity us! –
We must go back with Policeman Day –
Back from the City of Sleep!

Weary they turn from the scroll and crown,
Fetter and prayer and plough –
They that go up to the Merciful Town,
For her gates are closing now.
It is their right in the Baths of Night
Body and soul to steep,
But we – pity us! ah, pity us!
We wakeful; oh, pity us! –
We must go back with Policeman Day –
Back from the City of Sleep!

Over the edge of the purple down,
Ere the tender dreams begin,
Look – we may look – at the Merciful Town,
But we may not enter in!
Outcasts all, from her guarded wall
Back to our watch we creep:
We – pity us! ah, pity us!
We wakeful; ah, pity us! –
We that go back with Policeman Day –
Back from the City of Sleep!

 

 2204113-bbfe939c73ab970a5dba4d820cd13727.jpg
Rudyard Kipling (30 december 1865 –18 januari 1936)
Portret door John Collier, ca. 1891

 

 

De Canadese schrijver Douglas Coupland werd geboren op 30 december 1961 in een militaire kazerne in Rheinmünster-Söllingen in Duitsland. Zie ook alle tags voor Douglas Coupland op dit blog.

Uit: Worst. Person. Ever.

“Dear Reader . . .
Like you, I consider myself a reasonable enough citizen. You know: live life in moderation, enjoy the occasional YouTube clip of frolicking otters and kittens, perhaps overtip a waitress who goes to the trouble of tarting herself up a bit or maybe just make the effort to try to be nice to the poor—yay, poor people!
I suppose, in general, I enjoy traveling through life with a certain Jason Bourne–like dashingness. Oh, no! An assassin is rappelling down the side of the building, armed with a dozen box cutters! What are we going to do? It’s Raymond Gunt! We’re saved!
That’s my name, Raymond Gunt, and welcome to my world. I don’t know about you, but I believe that helping others is a way of helping yourself; what goes around comes around—karma and that sort of guff. So, seeing that I’m such a good soul and all, I really don’t know how to explain the most recent month of my life. There I was, at home in West London, just trying to live as best I could—karma, karma, karma, sunshine and lightness!— when, out of nowhere, the universe delivered unto me a searing-hot kebab of vasectomy leftovers drizzled in donkey jizz.
Whuzzat?! Hello, universe? It’s me, Raymond! What the fuck!
I am left, dear reader, with no other option than to believe that when my world turned to shit last month, it was not in fact me who had done anything wrong. Rather it was the universe, for I, Raymond Gunt, am a decent chap who always does the right thing.
And as I look back to try to figure out when the universe and I veered away from each other, I think it definitely had to be that ill-starred morning when I made the mistake of visiting my leathery cumdump of an ex-wife, Fiona.
Fi.
It was a blighted Wednesday off Charing Cross Road. After about fifty ignored e-mails, Fi deigned to allow me to come to her office, in a gleaming steel-and-limestone executive tombstone that straddles one of those tiny streets near Covent Garden. The building’s lobby was redeemed by being filled with heaps of that 1990s art about death and fucking—pickled goats, fried eggs and tampons—and there was a faint hissing sound as I passed through it and into the elevator, the sound of my soul being sucked out of me, ever so nicely, thank you.”

 

 2204113-c6cea26aaf8e35756b048c66acf20de8.jpg
Douglas Coupland (Rheinmünster-Söllingen, 30 december 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:24 Reageer op dit bericht

Willy Spillebeen, Norbert Hummelt, Georg von der Vring, Daniil Charms, Heinrich Hart, Betty Paoli, Maurice Bedel

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Spillebeen werd geboren in Westrozebeke op 30 december 1932. Zie ook alle tags voor Willy Spillebeen op dit blog.

Uit: De sfinks op de belt

“Behoedzaam zette hij de fles aan de mond, betastte met de tong de scherpe randen, dronk dan gulzig. Voelde zich doorstroomd van koelte. Een nieuw gevoel. Rust. Een soort loomheid. Het werd stilaan avond. Een warme wind stak op. Vogels vlogen in groepjes over. De zon die hij vanwege de bomen aan de overkant niet zag dan als een tam, oranje vuur, ging onder. Acht uur. Hij kon nog rustig een uur doorfietsen. Een nachtasiel zoeken. Een hooiweide met oppers. In het hooi is het heerlijk slapen. Nu wisten grootvader en grootmoeder zéker dat hij niet naar huis kwam. Tenzij ze nog zouden wachten. Nee, ze hadden reeds de school opgebeld, misschien was grootvader zelf ernaartoe. Paniek thuis. Ook op de school. De directeur, ontsteld, verwonderd, dan bang - hij was natuurlijk verantwoordelijk hiervoor, hij had nu niemand die de paraplu moest houden: ‘Ik heb Wim toch naar huis gestuurd, ja, omstreeks twee uur, ik had u verwacht, mijnheer Persoons’; ontduikend: ‘Ja, als hij niet thuis is gekomen, dan kan ik er evenmin iets aan verhelpen’; verwijtend: ‘U hebt hem niet voldoende in handen, mijnheer Persoons’. En grootvader, stokoud, doodmoe (om medelijden mee te hebben): ‘Wat moeten we doen, mijnheer directeur? Misschien durft de jongen niet naar huis komen?’. De directeur: ‘Kijk, mijnheer Persoons, de politie kan misschien tussenbeide komen, discreet natuurlijk (onze school, ziet u, wij wensen geen stunt van de vijand, eu, nja, ik bedoel... enfin... U begrijpt wel wat ik bedoel, nietwaar). Wil ik ze voor u opbellen? Tenslotte is hij een leerling van het instituut. Voorlopig kan in de omgeving worden rondgekeken. Als hij morgen nog niet terug is moeten wij zijn signalement doorgeven. Maar ik geloof niet dat hij zover weg zal zijn. Hij fietst beslist hier in de omtrek rond. Kunt u mij helpen bij het opmaken van zijn signalement? Ja? Dus, euh, verdwenen uit de school - jaja, dat breng ik in orde - de zestienjarige Wim Persoons, wonende - ja, zijn adres heb ik hier - 1,75 m, gekleed in rood sporthemd met opengeslagen boord, bruingeruite broek en zwarte lakschoenen. Persoonsbeschrijving: de jongeman heeft donker, naar achter gekamd lang haar, rond gezicht met zware kin, spitse neus, bruine ogen; o ja, een pokdalig aangezicht.Hij verplaatst zich met een rode herenfiets met versnelling, waarop vermoedelijk bruine boekentas en een pak in bruin papier waarin een schilderij geschilderd door zijn vader. Het schilderij stelt een jong meisje voor - zijn tante Jenny, zegt u, wonende Kazernestraat 19, te Gent (ja, zo ongeveer moet tantes adres zijn), och welnee, dat is niet belangrijk. De vermiste heeft identiteitspapieren bij zich en honderd frank. Het is niet onmogelijk dat hij de grens is overgetrokken.”

 

 2204107-9eacec2221277906d2231e2332c6c9e4.jpg
Willy Spillebeen (Westrozebeke, 30 december 1932)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

Nachtlied

die nacht ist wieder da, ich stehe lauschend
über mein kind gebeugt an seinem bett, um
einen atemzug mit mir hinauszunehmen, aber
alles still; die nase scheint ganz frei zu sein
kein rasseln geht, u. ist es auch nicht völlig
finster hier im zimmer, so kann ich doch das
heben oder senken der bettdecke nicht ohne
zweifel sehen. in mir ist alles ungewiß wie je
ein zwielicht, das durch die lamellen dringt.
ein bellen nebenan, ein krankenwagen sind
zeichen, daß die welt besteht. ich muß es
glauben, es ist leicht, morgen früh, wenn gott
will, hören wir wieder die ringeltaube. ihr ruf
erinnert mich .. es ist august, mein liebling,
alles still. ich weiß nur sicher, daß die dielen
knarren, so vorsichtig ich mich bewegen mag.
es ist passiert; ein kurzes schlafeszucken mit
dem fuß rührte die spieluhr an, sie singt; oder
war es meine hand, die um die decke streicht.
ein kurzes wimmern nur, damit ich gehen kann.

 

 

Blues

das licht brach nochmals durch die glasbausteine u.
spielte auf den fliesen, dem parkett, u. zeigte so wie
gähnend leer der raum war, denn in dem haus war
nicht mal mehr ein bett. auch war kein echo da wie
noch vor gar nicht lange, was daran liegen mochte, daß
auch niemand sprach, ich ging nur langsam durch die
leeren zimmer, während das licht durch glasbausteine
brach. die glasbausteine lange nicht gesehen, als hier
noch möbel standen, fielen sie nicht auf, es war ein
wintertag u. draußen schien die sonne, das paßte nicht
u. machte mir was aus. ich ging noch einmal durch die
leeren zimmer. dann kam von draußen auch noch der
gesang von vogelstimmen, die zu überhören mir leider
gottes nicht so ganz gelang. das licht brach nochmals
durch die glasbausteine, dies wahrzunehmen kam ich
nicht umhin, so ging ich lieber wieder in den keller, wo
noch im hobbyraum ein alter spiegel hing. da sah ich
augen, aber nicht nur meine. da tanzten welche, waren
hinter mir. es lagen erdnußlocken auf dem laminat. es
lief musik, u. eine platte sprang. ich wandte mich, doch
tanzen sah ich keine. am boden keine flips, nur staub
u. stille. u. licht, das schwach durchs kellerfenster drang.

 

 2204107-38dc3f8780f281d5de5e1e1baaf793c3.jpg
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Georg von der Vring werd geboren op 30 december 1889 in Brake (Oldenburg). Zie ook alle tags voor Georg von der Vring op dit blog.

 

Nachtlied

Sage, hast du das Gras erdacht,
oder war es ein anderer Meister?
Ich habe nur dies und das gemacht,
aber hätt ' ich das Gras erdacht,
wäre ich wohl ein anderer Meister.
Einsame Nacht,
in eine Glockenblume zu gehn,
mitten ins Blau verwehn –

Sag hast du den Flieder erdacht,
oder war es ein anderer Meister?
Ich habe nur kleine Lieder gemacht,
aber hätt ' ich den Flieder erdacht,
wäre ich wohl ein anderer Meister.
Einsame Nacht,
in eine Mohnblume einzugehn,
mitten ins Rot verwehn –

Sag, hast du den Schlummer erdacht,
oder war es ein anderer Meister?
Ich habe nur Freude und Kummer gemacht,
aber hätt' ich den Schlummer erdacht,
wäre ich wohl ein anderer Meister.
Einsame Nacht,
in deine Fernen einzugehen,
mitten ins Weltenwehn.
Gute Nacht.

 

 

Wolk’ bei Wolke

Wolk’ bei Wolke türmt der Sommer.
Thron bei Thron enthüllt der Himmel.
Sichtbar bist du, Gott, geworden,
Der verborgen lag im Winter.

Heute preisen dich der Toten
Chöre und der Chor der Bienen.
Winters hört ich nur die eigne
Kehle schrein, die nach dir flehte.

Heut erhebt sich einer Grille
Süße Stimme, die dir Dank sagt.
Winters hört ich nur den eignen
Atem keuchen, der dir Lob sang.

Herrlich wär’s, Gott zu gedenken
Eines Menschen, der sein Herz
Noch zu deinem Lob erhob,
Als sein Aug ein Bad von Salz war.

 

 2204107-5549661ec659c05fee2f1a3b31270f3b.jpg
Georg von der Vring (30 december 1889 – 1 maart 1968)
Zelfportret in soldatenjas, 1923

 

 

De Russische dichter en schrijver Daniil Charms (pseudoniem van Daniil Ivanovitsj Joevatsjov)werd geboren in  Sint-Petersburg op 30 december 1905. Zie ook alle tags voor Daniil Charms op dit blog.

 

The Hunters (Fragment)

Six men went hunting, but only four returned.
Two, in fact, hadn't returned.
Oknov, Kozlov, Stryuchkov and Motylkov returned home safely, but Shirokov and Kablukov perished on the hunt.
OKNOV went around very upset the whole day and wouldn't even talk to anyone. Kozlov walked round behind Oknov with great persistence, badgering him with all manner of questions, by which means he drove Oknov to a point of extreme irritation.
KOZLOV: Do you fancy a smoke?
OKNOV: No!
KOZLOV: Do you want me to bring you that thing over there?
OKNOV: No!
KOZLOV: Perhaps you'd like me to tell you a funny story?
OKNOV: No!
KOZLOV: Well, do you want a drink? I've got some tea and cognac here.
OKNOV: Not content with just having smashed you over the skull with this stone, I'll rip your leg off as well.
STRYUCHKOV AND MOTYLKOV: What are you doing? What are you doing?
KOZLOV: Pick me up from the ground.
MOTYLKOV: Don't you get excited now, that wound will heal.
KOZLOV: And where's Oknov?
OKNOV (Ripping off Kozlov's leg): I'm right here.
KOZLOV: Oh, my gosh golly!
STRYUCHKOV AND MOTYLKOV: Seems he's ripped the leg off him as well!
OKNOV: Ripped it off and thrown it over there!

 

 2204107-eca89bca6c2e4b3cade108efa10f6443.jpg
Daniil Charms (30 december 1905 – 2 februari 1942)
Portret door Alisa Ivanova Poret, 1939

 

 

De Duitse schrijver en criticus Heinrich Hart werd geboren op 30 december 1855 in Wesel. Zie ook alle tags voor Heinrich Hart op dit blog.

Uit: Kinder des Lichts

„Achtzehn Jahre alt ... Einen Augenblick seh' ich mich selbst ganz deutlich vor mir – die eckige, ungelenke Knabengestalt und ich höre mich rufen: Nimm mich mit, Vincenz! Damals kannt' ich euch noch nicht, ihr Augen des frühen Todes. Aber schauernd empfand ich es dann und wann, daß ein Mensch mit diesen Augen, die immerdar in sichtlose Ferne spähten, nur hineinragte in die Dinge dieser Welt, nicht aber hineingehörte, wie wir, die aus dichterem Erdstoff Geballten. Er war ein Jahr älter als ich. Wir saßen zusammen in Prima und er gerade in der Bank hinter mir. Wenn ich mich umwandte, sah ich sein derbes, knochiges Gesicht, die Stirn halb verdeckt von dem straffen, hellblonden Haar. Es war nichts Krankhaftes an ihm; nur die Augen glänzten wie aus zartem Nebel hervor und der feine Mund paßte übel zu der starken Nase und dem kräftigen Kinn. Umgang pflegte er mit keinem von uns und so wußt' ich wenig von ihm. Selten auch mischte er sich in unser Streitgespräch, an dem wir anderen vor Beginn des Unterrichts uns ereiferten. Aber er horchte aufmerksam zu und stets war sein Gesicht hell von einem Lächeln innerer Teilnahme. Eines Morgens, als ich mit drei Mitschülern über Gott und Unsterblichkeit mich heiser stritt, zupfte mich Vincenz plötzlich am Rock. Unwillig dreht' ich mich um, doch sein Auge entwaffnete mich sofort. Er sprach gewöhnlich mit etwas schwerer, unbeholfener Stimme, und als ich fragte: »Was willst du?« antwortete er fast stotternd: »Du! kann ich wohl mal zu dir kommen, oder kommst du lieber zu mir?« Ich stieß nur ein Ja, ja natürlich! hervor und wandte mich wieder. An das Versprechen dacht' ich nicht weiter. Abends aber, als ich auf meinem Zimmer hockte, fühlt' ich eine Beklemmung, als ob ich etwas versäumt. Ich wußte nur nicht was. Auf einmal gingen mir ganz in dem Tonfall, wie ich sie gehört, die Worte durch den Sinn: Oder kommst du lieber zu mir? Und ich wiederholte innerlich drei, vier Mal: Ja, ja ich komme. Das Gefühl, das ich dabei empfand, wurde ich die ganze Nacht hindurch nicht los. Es bannte mich so, daß ich am anderen Tage, sobald ich Vincenz sah, auf ihn zustürzte und herausplatzte: Du! ich komme heut' zu dir. Er nickte und strich mir leise über die Schulter. Nachmittags ging ich zu ihm. Er wohnte in einer schmalen Gasse, die zum Dome führte. Durch die niedere Hausthür trat ich unmittelbar in die dämmrig dunkle Küche.“

 

 2204107-57a9e943b83ae380bcfb6e7732acb795.jpg
Heinrich Hart (30 december 1855 – 11 juni 1906)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Betty Paoli (eig. Barbara Elisabeth Glück ) werd geboren op 30 december 1814 in Wenen. Zie ook alle tags voor Betty Paoli op dit blog.

 

Bruch der Freundschaft

Nessun maggior dolore.

Ob auch nur schwer, doch läßt es sich verwinden,
Wenn Liebe ihren flücht′gen Schwur uns bricht.
Wie sollten mit dem Lebensfrühling nicht
Auch seine Düfte und sein Glanz verschwinden?

Ich weiß ein bänger, schmerzlicher Empfinden:
Der Freundschaft, die einst uns′rer Seele Licht,
Zu starren in das todte Angesicht,
Und wieder einsam sich im All zu finden.

Was sonst dein Herz an Freuden auch verlor,
Verglichen mit so ungeheuerm Wehe,
Schnellt jedes andern Schale hoch empor!

Dort ward doch nur Vergängliches zerschlagen;
Hier starb ein Göttliches, und schaudernd sehe
Ich die Vernichtung sich an Ew′ges wagen.

 

 

Den Zukunftschwärmern

Ein neues Leben, meint ihr, wird beginnen,
Wenn vor dem Licht, das eifrig ihr entfachtet,
Der Wahn, von dem die Welt jetzt noch umnachtet,
Wie Nebel vor der Sonne wird zerrinnen?

»Weht einst der Freiheit Banner von den Zinnen,
»Wird Jeder einst dem Andern gleich geachtet,
»Dann flieht der Schmerz, in dem die Menschheit schmachtet,
»Flieht alle Qual und alle Noth von hinnen.«

Vermeßt euch nicht zu viel! Ob, muthgeschwellt,
Im Kampfe wider Pfaffen und Tyrannen,
Ihr einst die letzte ihrer Burgen fällt:

Der Schmerz, er flieht darum doch nicht von dannen,
Es wäre denn ihr könntet aus der Welt
Der Leidenschaft Dämonen auch verbannen.

 

 2204107-9e6fdab8ce39e6eed5ae5cd97ac1594f.jpg
Betty Paoli (30 december 1814 – 5 juli 1894)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Maurice Bedel werd geboren op 30 december 1883 in Parijs. Zie ook alle tags voor Maurice Bedel op dit blog.

Uit: Journal de guerre – 1914-1918

« Au petit jour je remarque que la voie est gardée par des espèces de gardes nationaux vêtus de costumes mi-civils, mi-militaires. La plupart ont une capote réglementaire, mais beaucoup ont comme coiffure une casquette de cycliste ou un chapeau mou, voire un chapeau de paille. Ces braves gens ne prêtent pas à rire : ils sont, le fusil à la main, d'une gravité, d'un sérieux émouvants. À Toul, la gare est envahie de dragons, d'artilleurs, de canons, de caissons, de chevaux. Beaucoup d'ordre dans tout cela. Détail frappant : les employés de la gare font la toilette des quais, les arrosent et les balaient. Bon signe. Des fantassins gardent chaque pont, chaque aiguille, presque chaque poteau télégraphique.
2 AOÛT Nancy À Nancy où nous arrivons à 6 heures et demie, treize heures après notre départ de Paris, foule avinée, tumultueuse, dans la gare, au buffet, dans les salles d'attente. Sur un quai, gardé par des gendarmes, quelques femmes et quelques enfants : des Allemands qu'on expulse.
La foule est d'une familiarité horrible. Des hommes qui puent le vin m'interpellent : « Vous voyez cette main-là, mon lieutenant, ça en étranglera encore bien une douzaine, vous savez ! » On entend des conseils comme celui-ci : « Mon vieux, jamais deux sans trois, et puis, tu sais vise à la gueule ! » Vers 8 heures — Un train se forme pour la direction d'Épinal. De nouveaux bruits circulent : la voie est bombardée du côté de Saint-Nicolas. Des patrouilles de uhlans3 ont été vues aux abords de Nancy ! .... Que sais-je ? Dans le train je rencontre le capitaine Sainte-Claire-Deville. Enfin un homme avec qui échanger des impressions ! Il se rend dans un des forts d'Épinal4. Il est persuadé qu'Épinal, dans le plan allemand, doit être négligé et que l'attaque se fera plutôt par Verdun. Il fait un temps magnifique. Tous, nous avons la gaîté au coeur et la certitude de la victoire. Nous traversons une partie de la Lorraine, si jolie par cette belle matinée. La voie est gardée par les comiques G.V.C. (gardes des voies et communications).5 À partir de Blainville nous voyons les quais de débarquement envahis de cuirassiers de Lyon, de hussards de Tarascon. Ils sont déjà là Épinal Nous arrivons à midi à Épinal. Il y règne une animation extraordinaire. À la gare, beaucoup d'ordre. Tout a l'air de s'y passer avec une méthode merveilleuse."

2204107-fb53a0d35002e794f441fd8f4f72079f.jpg
Maurice Bedel (30 december 1883 – 16 oktober 1954)
Portret door Maurice Nico Eekman, 1943

Geschreven door Romenu om 11:23 Reageer op dit bericht

Lukas Bärfuss

De Zwitserse schrijver en dramaturg Lukas Bärfuss werd geboren op 30 december 1971 in Thun. Lukas Bärfuss verliet de lagere school na negen jaar en werkte als een tabaksboer, ijzervlechter en tuinman. Later werkte hij in een gezamenlijk beheerde boekhandel, waardoor hij de weg naar het schrijven vond. Sinds 1997 werkt hij als freelance schrijver en docent aan het Zwitserse literatuurinstituut in Biel. Hij was ook een dramaturg in het Schauspielhaus Zürich van 2009 tot 2013. Bärfuss was mede-oprichter van de kunstenaarsgroep «400asa». Hiervoor schreef hij verschillende toneelwerken, zoals het ironische 'Groteske' genoemde “Meienberg’s dood” over de journalist Niklaus Meienberg en de hypocrisie van de culturele sector, waarmee hij in 2001 bekend werd. Hij had met name succes met het toneelstuk “Die sexuellen Neurosen unserer Eltern”, geschreven voor het Theater Basel, dat in 2005 in twaalf talen werd vertaald. In 2009 ging zijn stuk “Öl” over de afhankelijkheid van de belangrijkste grondstof van het industriële tijdperk in het Deutsches Theater Berlin in première. In 2010 ging zijn toneelstuk “Malaga”in première in het Schauspielhaus Zürich. In 2012 volgde “Zwanzigtausend Seiten.” Zijn eerste boek, de novelle “Die toten Männer” verscheen in 2002. In 2008 verscheen zijn roman “Hundert Tage” die gaat over de genocide in Rwanda en de rol van ontwikkelingshulp. In de roman “Koala” uit het jaar 2014 behandelt Bärfuss de zelfmoord van zijn broer. In oktober 2015 leidde Bärfuss een controversieel debat in Zwitserland aan toen hij in de FAZ het essay “Die Schweiz ist des Wahnsinns” publiceerde. In deze tekst beschrijft hij zijn visie op de politieke, culturele en economische ontwikkelingen in zijn thuisland. In 2017 stond Bärfuss met zijn roman “Hagard” op de shortlist voor de Preis der Leipziger Buchmesse.

Uit: Hundert Tage

“Sieht so ein gebrochener Mann aus, frage ich mich, als ich ihm gegenübersitze und draußen der Schnee einsetzt, der seit Tagen erwartet wird und nun in feinen Flocken auf die grünbraunen Felder und in den Nachmittag fällt. Was genau gebrochen sein könnte, ist schwierig zu sagen – das Rückgrat jedenfalls nicht. Er sitzt aufrecht, wählt seine Worte mit Bedacht und ohne Hast, wirkt beinahe entspannt. Nur wie er die Tasse zum Mund führt, gemächlich, ein wenig zu gemächlich, zu geführt, könnte ein Hinweis auf seine innere Zerrüttung sein. Vielleicht fürchtet er, ein verschütteter Tropfen könnte ihn aus dem Gleichgewicht bringen. Ich weiß, ich müsste nicht mutmaßen, denn er ist ein gebrochener Mann, muss einer sein, nach allem, was er erzählt und – was noch wichtiger ist – nach allem, was er mir verschweigt. Manchmal hält er in seiner Rede inne, oft mitten im Satz. Ich sehe in seinen Augen, wie er sich erinnert, nur erinnert und nicht spricht, vielleicht, weil er keine Worte dafür hat, sie noch nicht gefunden hat und wohl auch nicht finden will. Es scheint, als würden seine Augen den Ereignissen folgen, den Ereignissen in Haus Amsar, wo er die hundert Tage verbracht hat. Das Erstaunlichste an dieser Geschichte ist, dass gerade er sie erlebt hat, einer, der nicht dazu bestimmt schien, irgendetwas zu erfahren, das über das gewöhnliche Maß menschlicher Katastrophen hinausgeht: eine üble Scheidung, eine schwere Krankheit, ein Wohnungsbrand als Äußerstes. Aber ganz gewiss nicht, in die Wirren eines Jahrhundertverbrechens zu geraten. Nicht dieser Mann, nicht David Hohl, der mit mir zur Schule gegangen war und in dem ich noch den hoch aufgeschossenen Knaben erkenne, mit seiner leicht hängenden Unterlippe, von der sich, wenn ihn etwas zum Staunen bringt, ein Speichelfaden zu lösen scheint, obwohl das natürlich nie eintritt. Bloß ein wenig feucht ist diese Lippe, der man deutlicher als anderen ansieht, was Lippen tatsächlich sind, nach außen gestülpter Mundinnenraum nämlich. Als Kind war er kein Draufgänger, hat niemals größeren Ärger riskiert, nicht aus Feigheit – die meisten Abenteuer und Mutproben schienen ihm einfach nicht lohnenswert. Ein durch und durch besonnener Bursche – abgesehen von seinen drei, vier Anfällen, aber die liefen außer Konkurrenz, einfach weil sie so selten vorkamen und man sich erst an den letzten erinnerte, als David schon erblasste, verdächtig still wurde, um gleich darauf rot anzulaufen und seine Flüche hervorzupressen und eine Schandrede auf die Ungerechtigkeit der Welt anzustimmen, in Worten, die man einem Jungen von zehn, zwölf Jahren nicht zugetraut hätte. Er besaß ein ausgeprägtes Gerechtigkeitsempfinden, um es vorsichtig auszudrücken, und es schien losgelöst von jener Vernunft zu funktionieren, die ihn sonst auszeichnete, keine Folge einer durchdachten Weltsicht zu sein, sondern reine Empfindung, ein Affekt. Ich erinnere mich, wie er sich von ein paar Kerlen aus den oberen Klassen windelweich prügeln ließ, bloß weil er zufällig gehört hatte, wie sie sich abfällig über einen Mitschüler ausließen, und er der Ansicht war, so etwas gehöre sich nicht.“

 

 2251711-92ed22f903797683aec7d4df225c6ee9.jpg
Lukas Bärfuss (Thun, 30 december 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Stefan Brijs, Christian Kracht, Gilbert Adair, Paul Rudnick, Brigitte Kronauer, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit:Andalusisch logboek

“Het oude jaar eindigt met druiven slikken. Twaalf stuks. Las uvas de la suerte. De druiven van het geluk. Eén voor elke maand van het nieuwe jaar. Eén bij elke klokslag om middernacht. Een traditie van al meer dan een eeuw in heel Spanje.
De grote klok van het oude postkantoor op de Puerta del Sol in Madrid geeft het tempo aan. Op alle televisiezenders zoomt de camera die laatste ogenblikken in op het torenuurwerk. Zevenendertig seconden doet de klok over twaalf slagen. Zevenendertig seconden om twaalf druiven naar binnen te spelen.
In de winkel zijn de druiven al per dozijn voorverpakt. Anderhalf tot twee miljoen kilo gaat er in de dagen voor nieuwjaar over de toonbank. De meeste van die druiven komen uit Alicante.
La uva del Vinalopó. Klein van formaat. Makkelijk door te slikken. Al kan het nog makkelijker. Er worden speciaal voor deze gelegenheid gepelde druiven aangeboden, of een pitloze variant. Het mag immers niet misgaan. Elke niet op tijd geslikte druif brengt een maand lang ongeluk in het nieuwe jaar. Geen Spanjaard die het in zijn hoofd haalt om niet mee te doen. Hem of haar wacht een heel jaar vol ramp en tegenspoed.
Desondanks hebben al die druiven Spanje, en bij uitstek Andalusië, de voorbije jaren weinig geluk gebracht. De zware economische crisis heeft het land geteisterd en ook al is er voor het eerst sprake van herstel, de werkloosheid blijft hoog en in veel gezinnen heerst nog steeds armoede. Toen ik dit onlangs opmerkte tegen Pedro, die de olijfbomen kwam snoeien en het afgelopen jaar ontslagen werd als gemeentearbeider, zei hij dat het vast nog veel erger was geweest als hij geen druiven had geslikt. Hij had ziek kunnen worden, een been kunnen breken, zijn moeder had kunnen overlijden, een van zijn kinderen. Als je maar genoeg calamiteiten voorziet, kan het jaar enkel mee-vallen.
Hij had zijn ontslag trouwens begin vorig jaar voorspeld. Er kwamen gemeenteraadsverkiezingen aan en dus had de burgemeester van zijn dorp Comares in de voorgaande maanden veel geld uitgegeven aan onderhoudswerk, zoals ook elders in Spanje gebeurde. Voor die obrasworden meestal mensen uit de streek aangeworven, die vervolgens in ruil stilzwijgend hun stem op de burgemeester uitbrengen.”

 2203886-fbc3481a5ae1ef1cd25cd62e007bc87a.jpg
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)
Cover achterzijde

 

 

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Zie ook alle tags voor Christiab Ktacht op dit blog.

Uit: Der gelbe Bleistift.Reisegeschichten aus Asien

„So, der Kaukasus.Was weiß ich denn so darüber? Wir hatten aufdemInternateinenGeologie-Lehrer,demsindimKaukasus die Zehen abgefroren, als Hitler dort unten die Ölfelder erobern wollte.Eine Zangenbewegung sollte das werden,erst die rumänischen Ölfelderunddann, weiteröstlich, die Kaukasischen Ölfelder; Öl für den Rußlandfeldzug, natürlich auch Öl gegen das britische Öl im Zweistromland. Sofort kommt man da ins Mythische hinein, wenn man darüberspricht oder nachdenkt – das Zweistromland, der Kaukasus. Das große Spiel wurde hier in der Gegend gespielt, vor dem Ersten Weltkrieg, The Great Game; Südpersien und Indien, die ja britisch waren, gegen Nordpersien, da saßen die Russen, und irgendwo dazwischen lagen die deutschen Interessen. Und die waren wiederum verwoben mit den Interessen der Türken, die, quer durch Asien, ein pan-türkisches Reich vom Bosporus bis nach China erschaffen wollten. Und dazwischen lagen die kleineren Interessen noch zweier Völker, die von allen anderen um sie herum ausgerottet wurden – die der Armenier und der Kurden. Kipling, oder irgendein anderer hat mal überTranskaukasien geschrieben, es sei das Zentrum der Welt. Und dieses Zentrum, das darf ich sagen, ist sehr verwirrend, wie wir schauen werden. Von Enver Pascha habe ich gelesen, dem türkischen Schlächter der Armenier, und von Wilhelm Wassmuss, dem deutschen T. E. Lawrence, der im Ersten Weltkrieg eine neue Front gegen die Briten aufmachen wollte, von Afghanistan kommend, und der schließlich in Kabul steckenblieb und dort, zusammen mit seinen Freunden Kapitän Oskar von Niemeyer und Otto von Hentig zwei Jahre herumsaß und Däumchen drehte, weil keiner die Deutschen ernst nahm. Wassmuss, so heißt es, habe nämlich eine Schwäche dafür gehabt, Frauenkleider anzuziehen, und das habe der Emir in Kabul damals eher als unangenehm empfunden.“

 

 2203886-818c20faf927d5ad2e3507b7b454c698.jpg
Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

 

 

De Britse schrijver, filmcriticus en columnist Gilbert Adair werd geboren op 29 december 1944 in Edinburgh. Zie ook alle tags voor Gilbert Adair op dit blog.

Uit:The Real Tadzio

“Even more significantly, Adzio was not a youth but a child. Wladyslaw Moes – the real boy's real name – was born in 1900, which means that, at the time of their encounter on the Lido, he whom Mann would complacently portray as "a longhaired boy of about 14" was not quite 11 years old, a significant difference where approaching or receding puberty is concerned. Furthermore, although his older beach companion "Jaschiu" (Mann's phonetic spelling of a diminutive form which should be written "Jasio") also existed, and was named Jan Fudakowski, he was in reality Adzio's junior by a few months and therefore neither the "sturdy lad with brilliantined black hair" of the novella nor, a fortiori, the muscular hunk, visibly in his late teens or even early 20s, of the film which Luchino Visconti adapted from it in 1971.
In fairness to Mann, it should be pointed out that, if he aged Tadzio by three years, then he took a far greater liberty with his own fictional surrogate. In 1911 Mann was 36 years old. As for the hero of Death in Venice, it is in the novella's second sentence that the reader learns that the once plain, von-less Gustav Aschenbach had officially earned the right to be addressed by the nobler moniker "Gustav von Aschenbach" only, as the text has it, "since his 50th birthday". Aschenbach is, then, older than 50. He may well be, in fact, approaching 60, and therefore by some 20 years Mann's senior.

 2203886-ed92a5306f752ac58cfa56957ad21da5.jpg
Jaschu (Sergio Garfagnoli) en Tadzio (Björn Arnesen) in Visconti’s ‘‘Death in Venice’’ uit 1971

 

How should we interpret the fact that Mann chose to alter the factual age, so to speak, of not one but both of these fictional characters? As part of a structural tactic whereby – it being absolutely crucial to the novella's meaning that Aschenbach be shown to be an artist at the very height of his literary renown – it became necessary, if the "miraculous" parallels with the real incident were to be upheld, to add a few extra years to Tadzio's own age? Or, less generously, as an attempt by Mann to underplay, even minimise, the not always latent eroticism of his story, in that the desire for a prepubescent boy on the part of a late-middle-aged man would stand a chance (back in 1911 if not necessarily today) of being regarded as less threateningly carnal than that of one in his 30s? Or simply as a rueful reflection of how old Mann actually felt when caught in the headlamps of the 11-year-old Wladyslaw Moes's limpid gaze? Whichever, it was almost certainly these age differences to which he was alluding when he spoke of wishing to demystify his work. Mann, of course, never did write Death in Venice over again. Nor, ever more Olympian and aloof, did he trouble to ascertain who precisely was the little Polish boy on the beach of the Lido or what might have become of him. I, on the other hand, did.”

 

 2203886-9a4330fed009c03de7593e505c34641a.jpg
Gilbert Adair (29 december 1944 – 8 december 2011)

 

 

De Duitse schrijfster Brigitte Kronauer werd geboren op 29 december 1940 in Essen. Zie ook alle tags voor Brigitte Kronauer op dit blog.

Uit: Der Scheik von Aachen

„Stellen Sie sich diese fast magere Frau, die Anita heißt, Anita Jannemann, und an deren Ohrläppchen winzige Brillanten zucken, nun allerdings nicht als allzu ängstliches Geschöpf vor. Anita ist lediglich nervös und raucht eine Zigarette, obschon sie gleichzeitig ein großes Stück Rindfleisch resolut in Stücke schneidet, nachdem sie die Sehnen entfernt und sich dabei eine kleine Wunde zugefügt hat. Erst jetzt bemerkt sie, daß die extravagante Sonnenbrille im Zimmer unsinnig ist, sogar stört. Daher die Verletzung. Sie muß die Brille vergessen haben und schiebt sie nach oben ins Haar, in das einige feurige Höhepunkte gefärbt sind. Ihre Stimme klingt angenehm heiser, nicht etwa rechthaberisch näselnd wie bei manchen TV-Ansagerinnen. Sie ahnen das Richtige. Anita konnte beim Fernsehen nicht landen, früher mal, ist lange her.
»Daamals …«, sagt sie, horcht dem Wort wohlgefällig nach, es muß sich wie ein Gähnen, Dehnen, Sich Sehnen anhören. Nach einer Pause, die niemand unterbricht, es ist ja kein anderer da in der noch etwas kahlen Wohnung, setzt sie neu an: »Damals, bei den großen Festen, trat Emmi als unsere anerkannte Kleinkönigin, ja Feistkaiserin auf, im Sommer in Seide, im Winter in Pelz, das Urbild einer beleibten Tante. Aber dann diese Augen! Grüne Steine, grün, als würde ihr Inneres, der ganze Körper unter der Haut, nur aus Jade bestehen, aus nilgrüner Jade durch und durch.«
Schon drängen sich drei Fragen auf. Vor wem fürchtet sich Anita? Vor Emmi.
Zu wem spricht sie? Zunächst zu sich, dann zu Ihnen, jawohl, zu Ihnen, auch wenn Sie für Anita noch viel fiktiver sind als umgekehrt.
Für wen schneidet sie das Fleisch? Für ein Gulasch. Für Abendgäste. Es soll ein Fiaker Gulasch werden. Sie will, um die Gäste, vor allem einen unter ihnen, zu foppen, bei der Garnitur zwar an die obligatorischen Essiggurken und Spiegeleier denken, aber die Würstchen weglassen. Mal sehen, ob es jemand merkt.
Vielleicht übt sie aber in Wirklichkeit mit ihrem palliativischen »Daamals« für die morgen zur Einweihung ihrer neuen Wohnung erwarteten Leute? Legt sich schon heute beim Fleischschneiden (weil sie alles beim Dessert aus frivolen Geselligkeitsgründen berichten will), die Einzelheiten der düsteren Vorgeschichte ihres anstehenden Emmi-Besuchs zurecht? Sie wird Emmi spanische Veilchenschokolade mitbringen, Emmis uralten Trost in der Todtraurigkeit als hoffentlich einschmeichelnde Aufmerksamkeit. Anita persönlich findet den Geschmack leicht ekelerregend. Aroma: Parfümierte Milchkuh. Muffig wie der Tod, jedoch für Emmi, wer weiß, eine noch nicht komplett verblichene Liebeserinnerung aus sehr frühen Tagen. Anita lächelt zum ersten Mal, wenn auch nur zaghaft, nur ganz flüchtig. Das liegt an der ein wenig unstatthaften Unterstellung, da es sich jetzt doch um Emmi und ihren einstigen Kummer dreht, jenseits jeder Liebesleichtfertigkeit.“

 

 2203886-0093240387e1675b917b10b4d848b96d.jpg
Brigitte Kronauer (Essen, 29 december 1940)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul M. Rudnick werd geboren op 29 december 1957 in Piscataway, een voorstad van New York. Zie ook alle tags voor Paul Rudnick op dit blog.

Uit: Gorgeous

"I grew up in what some people would call a mobile home and what other, snobbier people might call a manufactured home, but I was always fine with calling it a trailer. That’s right, I said I grew up in a trailer. Fuck you. I lived with my mom in East Trawley, Missouri, until I was seventeen. My mom weighed almost four hundred pounds and you’re probably thinking that she was lazy or every thing that’s wrong with America, or that she belonged on one of those stu-pid cable TV docudramas called stuff like Jumbo Mama or I Weigh More Than My House, but you’re way off base because my mom was the sweetest person and the best mom ever. But she did have a problem, because from as far back as I can remember I only knew one thing for sure: My mom was terrified of something, and as long as she kept eating she’d never have to go outside and face it. Whenever I asked her about my dad or about what she was so scared of she’d just sort of smile and say that I was talking crazy, and so after a while I stopped asking, because I was pretty sure that my dad, whoever he was, and her fear were the same thing. On the morning of my eigh teenth birthday, just as I was about to leave for work, my mom grabbed my hand. She’d been sick for almost a year and she could barely leave our couch, but being my mom, she wouldn’t see a doctor.
“Oh, baby,” she said, “I know it’s your birthday and I can’t buy you anything, but I have something to tell you, and that’s going to be your present.” “Mom, I don’t need presents. . . .” “Hush, just listen. I know that I haven’t been the sort of mom you deserve. . . .” I rolled my eyes because she knew this wasn’t true. “I just wish that all sorts of things were different.”

 

 2203886-68ed502158dbcb8ab725cd166e73fd48.jpg
Paul Rudnick (Piscataway, 29 december 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver William Gaddis werd op 29 december 1922 geboren in New York. Zie ook alle tags voor William Gaddis op dit blog.

Uit:The Letters of William Gaddis

“(To John Napper)

By now you may well think that if our correspondence continues I’ll still be writing you in five more decades, that I’m still working hard on the same thing, same damned book, same parade of megalomania, for I still am scrabbling along on the thing you read ch. I of so many years ago at Chantry Mill. Last winter in an empty farmhouse was to be the end: I emerged in May with the woodchucks and a 15-pound manuscript, which dampened Harcourt- Brace’s spirits more than somewhat, but they’ve given money, money, all of it gone now and nothing to show for it but a bowler hat and a fourteen-&-three- quarter pound MS. They think I’m cutting it, but what I seem to be doing is to take out something I thought was amusing 4 years ago, and put in something equally idiotic which I find amusing now. At the moment it’s spread all over the floor, and is quite impressive if only in square feet. But honestly, it’s about over, the whole extravaganza. Another 6 or 8 weeks, they want the thing and I wish they’d take it, I am so tired of it, have entirely lost interest in every bit of it, and being quite assured that I’m never going to make any more money from it, would so happily forget the entire evidence of wasted youth.
(…)

My feeling essentially is that a book really goes out on its own, for the human remains that wrote it to run along after it is suicidal since there’s clearly no separating them until the mortal partner drops. I don’t think ‘one decent blurb or two’ is going to alter Asher’s promotion at all, I don’t think lack of them is going to deter it; and the whole God damned area is to me like trying to make magic that will shape a course already implicit and then, if the course takes the feared-for direction, blaming the ex post facto magic, or the lack of it. I’ve never had my name on anybody else’s book jack or ad that I know of, I honestly do not think it would help sell a copy, it reeks a bit of self-advertisement though perhaps, out of a deep mistrust for human motives or rather of them and the abyss between them and their expression this is merely an extreme inverted vanity on my part. Because on the other hand I do admire the generosity of people of stature like, say, Robert Graves, Norman Mailer, TS Eliot writing jacket blurbs for Faber, all of these people quite open-handed. I don’t know. I think of a boy I had at Univ of Connecticut working on a novel which I greatly encouraged, think publishable & have tried to help him place, he’s someone who’s never published and I hope to see have a chance, when/if his book is published, what. I don’t know.”

 

 2203886-82a28f446dc1a9f1b2de7c018400aef8.jpg
William Gaddis (29 december 1922 – 16 december 1998)
Cover

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Carmen Sylva werd geboren op 29 december 1843 in Neuwied als prinses Pauline Elisabeth Ottilie Luise zu Wied. Zie ook alle tags voor Carmen Sylva op dit blog.

 

Ein Sonnenblick

Ich soll nicht weinen,
Wenn ich Dich seh?
Doch thut die Freude
Mir gar zu weh!

Ich soll nicht weinen,
Nach langer Qual,
Weil durchgebrochen
Ein Sonnenstrahl?

Ich soll nicht weinen?
Da leidgekrönt
Ich doch vom Freuen
Schon lang entwöhnt?

Ich soll nicht weinen!
Du weißt es nicht,
Wie heiß ersehnet
Dein lieb Gesicht!

 

 2203886-8d86648900134a884016d0dfa4231d62.jpg
Carmen Sylva (29 december 1843 – 2 maart 1916)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

Bericht aus dem urbanen Mesozoikum

ich habe aufgehört abzuwägen wieviel
vorbei und auf dem Laster liegt,
der morgens einfährt. Die Subvölker

aufgeladen, unter den Hufen
die Vorgänger.

In diesem Aufgang der Fossilien,
unter den Zeugnissen alter Konserven,
dem Grätentrennen,

bekannten Habichten in ihrem Aufflug
und den Namen die ich hatte,

erkunde ich den Spinnenbiss am Nachmittag
unter der feuchten Sonne
ein Rascheln in den Kisten      trockenen Tees

 

 2203886-f8d88471d2eee899d24e27f5194918d0.jpg
Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Geschreven door Romenu om 10:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten