Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 juni 2019 tot 13 juni 2019

Fernando Pessoa, Thomas Heerma van Voss, Gerwin van der Werf, Willem Brakman, Virginie Despentes, William Butler Yeats, Tristane Banon, Marcel Theroux, Steven Membrecht

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

Sonnet VIII

How many masks wear we, and undermasks,
Upon our countenance of soul, and when,
If for self-sport the soul itself unmasks,
Knows it the last mask off and the face plain?
The true mask feels no inside to the mask
But looks out of the mask by co-masked eyes.
Whatever consciousness begins the task
The task's accepted use to sleepness ties.
Like a child frighted by its mirrored faces,
Our souls, that children are, being thought-losing,
Foist otherness upon their seen grimaces
And get a whole world on their forgot causing;
⁠And, when a thought would unmask our soul's masking,
⁠Itself goes not unmasked to the unmasking.

 

 

Sonnet IX

Oh to be idle loving idleness!
But I am idle all in hate of me;
Ever in action's dream, in the false stress
Of purposed action never act to be.
Like a fierce beast self-penned in a bait-lair,
My will to act binds with excess my action,
Not-acting coils the thought with raged despair,
And acting rage doth paint despair distraction.
Like someone sinking in a treacherous sand,
Each gesture to deliver sinks the more;
The struggle avails not, and to raise no hand,
Though but more slowly useless, we've no power.
⁠Hence live I the dead life each day doth bring,
⁠Repurposed for next day's repurposing.

 

 

Sonnet X

As to a child, I talked my heart asleep
With empty promise of the coming day,
And it slept rather for my words made sleep
Than from a thought of what their sense did say.
For did it care for sense, would it not wake
And question closer to the morrow's pleasure?
Would it not edge nearer my words, to take
The promise in the meting of its measure?
So, if it slept, 'twas that it cared but for
The present sleepy use of promised joy,
Thanking the fruit but for the forecome flower
Which the less active senses best enjoy.
⁠Thus with deceit do I detain the heart
⁠Of which deceit's self knows itself a part.

 

 2245695-c4e22738d1993281882da273103dc31b.JPG
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)
Portret door Antonio Guimaraes, 2009

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: De derde persoon (Het weerzien)

“Als ik thuiskom van mijn werk, anderhalf uur later dan gebruikelijk, heeft Claire de tafel al gedekt. Ze zet twee koekenpannen neer en serveert spaghetti bolognese, en pas nadat ik mijn eerste hap heb genomen, zegt ze: ‘Ik moet je iets vertellen.’
Ik zag de bezorgdheid al in haar ogen toen ik binnenkwam, maar ik dacht: eerst eten, haar onrust verdwijnt vanzelf wel.
‘Natalja komt hierheen,’ zegt Claire. Aan de toonloze, helder gearticuleerde manier waarop ze spreekt hoor ik dat ze de woorden heeft ingestudeerd. ‘Ze belde net. Gisterochtend vroeg is ze gaan liften uit Moskou en iets na tienen wordt ze afgezet bij de Warschauer Straße. Ze wil het land in, naar een paar oude vriendinnen, maar vanavond komt ze niet verder dan Berlijn. Ik heb haar gezegd dat ze vannacht hier kan logeren.’
‘Hier?’ vraag ik. ‘In ons appartement, bedoel je? Ik ken haar helemaal niet.’
‘Je kent haar best.’
‘Welnee, ik heb die vrouw nog nooit gezien. Kan ze geen hotel boeken?’
‘Ze heeft nauwelijks geld, dat weet je toch?’
‘Kennelijk wel genoeg om op vakantie te gaan.’
‘Toe, ik heb je laatst toch gezegd dat ze huwelijksproblemen heeft? Ze wil Moskou even uit en kent verder niemand hier. Als jij mij zou vragen of een vriend hier kon blijven slapen, zou ik daar altijd mee instemmen.’
‘Maar ik heb geen Russische vrienden. En ik ken niemand van boven de veertig die nog lift.’
Natalja. Kom nou, zo’n naam wens je niemand toe. Wat heeft ze hier te zoeken, in mijn woonplaats, mijn straat, mijn huis? Zij was degene die Claire, toen die als verlegen meisje uit de provincie begon met studeren, zomaar aansprak in een café. Een aangeschoten, zesentwintigjarige vrouw met Russische ouders en een vlotte babbel. Wil je wat drinken; hoe heet je; wat doe je hier in Berlijn? Ze bouwden een vriendschap op, intiemer dan veel relaties of familiebanden. Bijna elke dag waren ze samen. Natalja had geld vanwege een erfenis, en ze trakteerde Claire op diners, buitenlandse reizen en met alcohol doordrenkte nachten. Officieel werkte ze voor een Russisch telecombedrijf, in de praktijk hing ze voornamelijk aangeschoten rond in cafés. Ze schonk Claire cadeaus: bloemen en horloges, boeken en kettingen. Tijdens een van hun laatste gemeenschappelijke vakanties schreef ze Claire zelfs een uitvoerige brief – echt waar, een brief aan degene die naast haar zat, hoe verzin je het?”

 

 2245695-c7f82f2a0934825916204cc92895ac59.jpg
Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en muziekdocent Gerwin Friso van der Werf werd geboren in De Meern op 13 juni 1969. Zie ook alle tags voor Gerwin van der Werf op dit blog.

Uit: Luchtvissers

“Ik ga het redden, verdomd, ik ga het redden, ik durf het niet alleen te denken maar nu ook te fluisteren. Nog een uur, hooguit, en dan ben ik alleen. Hoe lang ik hier al sta - verscholen achter het muffe gordijntje - ik heb er geen benul meer van, maar het kan me niet schelen, want het wachten zal niet tevergeefs zijn. Soms doe ik mijn ogen dicht, duw mijn wang tegen het kozijn, dan voel ik de hoofdpijn kloppen tegen mijn linkeroog. Ik probeer al een tijdje onverschilligheid bij mijzelf op te roepen, als een kind dat verstoppertje speelt -'rat maakt het uit, als ze je vinden, dan ben je erbij, nou en?' – maar ik slaag er niet meer in. Ik ben ten prooi gevallen aan dit heilig willen. Het moet lukken. Het moet. Twee stalen bedden en een tafeltje, dat is al het meubilair in deze kamer. Als ik het vaalrode gordijn opzij duw kan ik de westelijke zijde van het eiland overzien, tot de vuurtoren, die zo'n twee kilometer verderop staat. Bij het transformatorhuisje zijn werklui bezig, weldra zal er geen stroom meer zijn. Daarachter zie ik het begin van de lange betonnen trap die omlaag naar de pier leidt. Vanochtend heb ik die beklommen, traag, opzichtig om mij heen speurend, in een poging zo veel mogelijk te lijken op de andere vier of vijf toeristen die lucht hadden gekregen van deze laatste trip naar Lundines. Straks, als de veerboot uit zicht is, dan ga ik het eiland verkennen. Mijn eiland.
Eerst heb ik een poos op bed gelegen, uitgeput maar niet in staat te slapen. liet is die eeuwige hoofdpijn die mij in staat stelt te geloven dat alles echt gebeurd is. 'Je bent er,' zegt de hoofdpijn, le bent er nog steeds.' Maar niet geklaagd, de pijn is draaglijk, zij wordt gewiegd in de armen van Ibuprofen, mijn lief, die zo goed voor mij zorgt. De hele tijd hoorde ik voetstappen langs het huis gaan, het piepen van karretjes en steekwagens. De geluiden maakten me zo nerveus dat het me beter leek gewoon toe te kijken, verscholen achter het gordijn, als een uitgerangeerde acteur die stiekem in de coulissen wacht tot het toneel leeg is en het publiek naar huis. Iets wat ik werkelijk niet verwacht had: ik heb een bed met een schoon laken. Wat is dat voor gerommel achter het huis? Gebonk op de muren, het hele huis trilt mee en versterkt het geluid, zodat ik niet kan bepalen waar het vandaan komt. Een klap, alsof er een deur dichtgesmeten wordt. Een scheut hoofdpijn jaagt door mijn kop, mijn ogen lopen vol met traanvocht, niet braken, diep ademen. De pijn zakt terug. Net als ik onder het bed wil kruipen is alles alweer voorbij. Niets aan de hand, niemand is binnengekomen. Rustig wacht ik tot de misselijkheid is weggezakt. Acht pakken Sultana's heb ik in mijn rugzak zitten, één daarvan maak ik open. Twee koeltjes, tegen het lege, misselijke gevoel. De kruimels klop ik van het bed, met de neus van mijn schoen duw ik ze tussen de kieren in de plankenvloer.”

 

 2245695-4eb5a824de2d1b32899508b43d45cef8.jpg
Gerwin van der Werf (De Meern, 13 juni 1969)

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Willem Brakman op dit blog.

Uit: Vestdijk en pantoufles

“Eenmaal ben ik op zijn werkkamer geweest waar ik nog geen briefkaart had kunnen schrijven. Het was er donker, op zijn tafel lag alles netjes geordend, een klein raampje met breed kozijn was haast volgestapeld met stenen die hij had gevonden in zijn leven. In een kast verwonderlijk weinig boeken, veel Simenons. De trap, de leuningen en de deur naar deze kamer waren in een afschuwelijk geel geschilderd. Hij was zonder meer een slecht causeur, luisterde liever en als het kon naar roddel. Eenmaal heb ik hem gevraagd of hij beschikkend over afluisterapparatuur die verbinding gaf met alle slaapkamers van Doorn deze ook zou gebruiken, waarop hij antwoordde: "Wat wil je, ik ben schrijver." Nee, ik heb dat geel van de overloop naar zijn kamer nooit meer ergens aangetroffen, het was de idee geel in al haar verschrikkingen. Hij was een slecht causeur; wat hem ook werd aangedragen als mogelijke structuur of thema van zijn werk, zijn antwoord was steevast: "Neu zeg", en dat terecht: vraag geen schrijver naar zijn bedoelingen, dat is een zonde tegen de heilige geest der literatuur, tenminste toen.
Toen ik tijdens mijn diensttijd in het militair hospitaal was opgenomen en om verschillende redenen op rantsoen moest wat het lezen betreft, kwam zijn boek De verminkte Apollo uit. Ik las in de ochtend twee bladzijden, 's middags dezelfde twee en's avonds idem. Dat was pas lezen en hij was me in die tijd een ware troost.
Later, als arts, heb ik stad en land voor hem afgelopen en aan alle psychiaters gevraagd naar de laatste ontwikkelingen op het gebied van de endogene depressie. Zeer vele artsenmonsters zond ik zijn kant uit en dat heeft hem dankbaar gestemd. Een keer vroeg ik hem of een middel had geholpen. "Nee," zei hij, "maar ik heb er nu minder last van." Nog een echt Vestdijk-antwoord.
Op Schiermonnikoog denk ik altijd aan Roland Holst en Vestdijk. Deze twee schimmen vergezellen mij daar overal. De laatste omdat ik er een huis ken dat precies het huis is van zijn geboorte. Soms, heel alleen ergens in de duinen en al fietsend, want dan kan er veel, vraag ik aan die hemel boven mij: "Simon, ben je daar?" en zijn antwoord is dan altijd: "Neu zeg."

 

 2245695-75266a3d60982f93381e2e85a7f090b6.jpg
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)
V.l.n.r de schrijvers Henk Barnard, Hugo Claus, Willem Brakman en de dichter Roland Jooris

 

 

De Franse schrijfster en filmmaakster Virginie Despentes werd geboren in Nancy, Meurthe-et-Moselle, op 13 juni 1969. Zie ook alle tags voor Virginie Despentes op dit blog.

Uit: Bye Bye Blondie (Vertaald door Sian Reynolds)

“He’d announced, with that confidence possessed only by kids under twenty, that “it’s the most beautiful name in the world.” He was wearing   a white Perfecto leather jacket. A dark-haired boy with broad shoulders, fleshy lips, and a piercing gaze. Possibly it wasn’t piercing at all, perhaps he was just nearsighted, but she had thought this was someone who could fathom the depths of your soul and caress its vice. Whatever, he’d blown her mind, and starting the next day she had told every new person she met: “Hi, I’m Gloria.” And the name had stuck. Because twenty years later, that’s still what peo- ple are calling her.
Jérémy sweeps by grandly, carries off her glass and brings it back full. He’s humming, walking with shoulders a little bent, his low-slung, hyperbaggy jeans exposing a band of belly: smooth golden skin, young man’s skin. With one hand, Gloria hoicks up his trousers, scolding: “Hey kid, get your ass back inside your pants.”
Jérémy wanders off, delighted that someone in this place has protested yet again about his trousers.
Two men have just arrived, and now they’re hardwired to the counter. Difficult to put an age on the older one, he’s so destroyed by drink. A caricature of the wine-bibbing Frenchman: strawberry nose, puffy face, sepulchral voice, rotten yellow teeth. With him is a hulking, ruddy-faced youngster, head sunk into his shoulders, probably his son.
The old man is yelling, he’s already plastered, and now he’s furious: “I don’t believe it! You got a brain or what? God should’ve given you another asshole, you’re so full of shit.”
Gloria exchanges a quick glance with Jérémy. They both roll their eyes and turn away to hide a smile.
Every day, these two come into the Royal, just to shout at each other all afternoon. Around aperitif time, off they go to the betting shop, the old one still yelling at the young one. Gloria predicts, as she watches them stagger away every night at about seven, that one day they won’t be back: the young one will have chucked the old one out the window.
The young one blows his nose, making a hell of a noise. Gray-and-red tracksuit, picked up on sale, no doubt, and he has these enormous feet. Gloria can’t get used to how big young boys’ feet are, she wonders if there’s some plan up there in the cosmos for the human race. Should it be planning to go and live underwater, growing long flippers? The kid’s jaw drops when he sees her, he looks truly impressed.”

 

 2245695-f744270dfb9d31cd671a6aed107f8c24.jpg
Virginie Despentes (Nancy, 13 juni 1969)

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook alle tags voor William Butler Yeats op dit blog.

 

Three Songs To The Same Tune

I
GRANDFATHER sang it under the gallows:
' Hear, gentlemen, ladies, and all mankind:
Money is good and a girl might be better.
But good strong blows are delights to the mind.'
There, standing on the catt,
He sang it from his heart.
Those fanatics all that we do would undo;
Down the fanatic, down the clown;
Down, down, hammer them down,
Down to the tune of O'Donnell Abu.
'A girl I had, but she followed another,
Money I had, and it went in the night,
Strong drink I had, and it brought me to sorrow,
But a good strong cause and blows are delight.'
All there caught up the tune:
'On, on, my darling man'.
Those fanatics all that we do would undo;
Down the fanatic, down the clown;
Down, down, hammer them down,
Down to the tune of O'Donnell Abu.
'Money is good and a girl might be better,
No matter what happens and who takes the fall,
But a good strong cause' -- the rope gave a jerk there,
No more sang he, for his throat was too small;
But he kicked before he died,
He did it out of pride.
Those fanatics all that we do would undo;
Down the fanatic, down the clown;
Down, down, hammer them down,
Down to the tune of O'Donnell Abu.

 

 

Veronica's Napkin

THE Heavenly Circuit; Berenice's Hair;
Tent-pole of Eden; the tent's drapery;
Symbolical glory of thc earth and air!
The Father and His angelic hierarchy
That made the magnitude and glory there
Stood in the circuit of a needle's eye.
Some found a different pole, and where it stood
A pattern on a napkin dipped in blood.

 

2245695-b30c0a78c157f2ef8e57a1aad9f8deda.jpg 
William Butler Yeats (13 juni 1865 – 28 januari 1939)
Portret door Augustus John, 1907

 

 

De Franse journaliste en schrijfster Tristane Banon werd geboren op 13 juni 1979 in Neuilly-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Tristane Banon op dit blog.

Uit:Daddy frénésie

« Vingt-cinq ans qu'elle a cessé de le chercher à la maison. Vingt ans à croire que c'était peut-être sa faute, dix ans à le poursuivre, le transposer, le déceler chez tous les hommes de sa vie, dix ans à espérer qu'il soit chercheur d'or et pas juste lâche... Vingt-sept ans sans père, sur vingt-sept, ça suggère beaucoup de désordre mental.
Et pourtant, cinq ans peut-être, ou bien sept, pas plus, qu'elle devine que sa mort lui serait égal.
Cinq ans qu'elle entend : «Tu dis ça, mais au fond...» Mais au fond, même très au fond, au sous-sol d'elle-même, elle en est persuadée. Qu'en savent-ils, du fond, les gens ? Sont-ils allés fouiller derrière ses entrailles, dans ses tripes, pour parler en son nom ? Qu'en coassent-ils de ce qu'elle a au fond, eux qui ont des pères a appeler quand ça ne va pas ? Elle balance «ça», comme ils disent, et elle le pense. Elle choque parfois, et elle assume Elle a toujours su que parler de la mort était quelque chose de tabou, elle découvre que s'y montrer indifférente est une preuve d'inhumanité difficile a défendre. Pire, ne pas souffrir par avance du décès, pourtant certain, à court ou moyen terme, de son géniteur serait proche du parricide mental. Pourtant, réalisatrice de ce finale programmé pour chacun d'entre nous elle voit bien la scène. Alors ne la forcez pas le jour venu, a participer aux au revoir. Elle sait sa réaction. Elle entre dans l'église parce qu'on l'y a obligée, elle s'avance jusqu'au corps parce qu'on la pousse, elle regarde son visage paisible et elle se dit : «Pour un lâche il a le sommeil profond.» Elle sort et on ne veut plus la voir. Ça ne la dérange pas, on ne l'a jamais vraiment vue jusqu'alors, et elle n'a véritablement manqué à personne. Elle ne sera pas là pour rappeler le souvenir de celui qu'elle ne connaît pas. »

 

 2245695-37865df37053e2f9d4bf490ed0b68f61.jpg
Tristane Banon (Neuilly-sur-Seine,13juni 1979)

 

 

De Britse schrijver en presentator Marcel Theroux werd geboren op 13 juni 1968 in Kampala, Oeganda. Zie ook alle tags voor Marcel Theroux op dit blog.

Uit:Strange Bodies

“Nicky stepped out of the shadows. He looked much worse than when I’d last seen him: unshaven, tired, and badly dressed, but also more like his old self; he’d lost weight and his face had some of its shape back.
He told me he needed a place to stay. I explained about the book group and warned him that Babette was waking a lot in the night, but he didn’t look like he had many other options. He sagged into the passenger seat like an old man.
From Ludlow to Barbrook is a twenty-minute drive, assuming you don’t get stuck behind a tractor or a tourist. Nicky ignored my questions and didn’t seem in any mood to talk. I found myself filling the silence by chattering on about my day, but by the time we got to Cleehill I couldn’t pretend anymore. I pulled over just beyond the pub. The locals call it the Kremlin because they claim it’s the highest point between there and the Urals, and in the old days the jukebox used to pick up Radio Moscow. The rain had stopped. The moon was out and beyond the hills we could make out the vague orange glow of Birmingham. I turned to Nicky and asked him what was going on.
“It’s a long story,” he said. “I was in the Maudsley for a while.”
“Studying?” For some reason, I assumed it was a college.
“Sectioned,” he said. And then by way of explanation: “It’s a loony bin outside Croydon.”
Hailstones pounded on the roof of the car. We’d have to drive home the long way round, because the ford would be too dangerous to cross.
“Does Leonora know you’re alive?”
“The Nicky she knew is dead.” He said it matter-of-factly, with no real venom, but the hopelessness of it shocked me. And in the yellow rays of the Kremlin’s outside light, his teeth looked crooked and broken. Suddenly, it struck me that he was, after all, really a stranger, and I was seized by a panicky feeling.”

 

 2245695-ada7dd6242bb7b329fb344b4f2b859ac.jpg
Marcel Theroux (Kampala, 13 juni 1968)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Steven Membrecht (pseudoniem van Jochem van Beek) werd geboren in Amersfoort op 13 juni 1937. Zie ook alle tags voor Steven Membrecht op dit blog.

Uit: De ruime gevangenis (een brief)

“De reden dat ik je schrijf, Abel, is dat ik gisteravond een opzienbarende ontdekking heb gedaan, die zo ingrijpend voor ons beiden is, dat ik je haar niet wilde onthouden.
Het hele proces dat tegen jou gevoerd is en waartegen ik niet het minste kon inbrengen, krijgt er een heel andere betekenis door. Wat dat betreft kan ik kort zijn: het is onwaar, vol afschuwelijke misverstanden. Maar ook is het van het allergrootste belang voor ons. Gisteravond drong dat onmiddellijk na wat ik gezien had tot mij door. Hoewel ik je nog in deze brief zal verklaren wat ik heb ontdekt moeten mij eerst enkele opwellende gevoelens van het hart.
Ik kreeg geen kans je nog te spreken nadat het levenslang over je was uitgesproken. Ik denk dat die malle rechters dat niet toestonden omdat ze maar al te goed gemerkt hebben dat wij tweelingen zijn, zelfs eeneiïge tweelingen en in hun domme kortzichtigheid verwisseling van veroordeelde wilden voorkomen.
Hoewel het proces door mij even afschrikwekkend beleefd werd als door jou, gaf onze gelijkenis er in zekere zin een vrolijke noot aan. Het zal jou namelijk ook vast wel opgevallen zijn hoe de rechters, de officier van justitie en zelfs jouw advokaat vaak in de grootste verwarring hun blikken lieten afdwalen naar de publieke tribune, waar ik zat. Het was dan alsof zij dezelfde overtuiging toegedaan waren als ik: die beklaagde, die daar zojuist nog zat, kunnen wij nauwelijks naar eer en geweten ondervragen of beschuldigen, want hij is niet volledig. Er ontbreekt veel van hem waardoor wij tijdens het proces slagen in de lucht doen; een hagedis zonder staart trachten te vangen. (Dat ik juist dit beeld gebruik zal je spoedig duidelijk zijn).
Hoe prijs ik mijzelf sinds gisteravond dat die overtuiging volkomen gerechtvaardigd was en geenszins alleen op grond van onze fabuleuse gelijkenis. Toch veracht ik mezelf ook dat ik hun de juistheid van hun weifelende gedachte niet al tijdens het proces heb kunnen toeschreeuwen, waardoor grote verwarring zou zijn ontstaan en jij wellicht heel anders beoordeeld zou zijn. Het was dan zelfs niet onmogelijk geweest dat ze je hadden vrijgesproken. Was dat een feit geworden, dan moet ik je echter teleurstellen door te zeggen dat ik toch nooit meer met jou onder één dak had kunnen leven.”

 

 2245695-04365878706e297f0461dfecd0f2870b.jpg
Steven Membrecht (13 juni 1937 – 17 december 2016)
Cover achterkant

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2018 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Christoph Meckel, Wolfgang Herrndorf, Anne Frank, Renan Demirkan, Djuna Barnes, Sandro Penna, Johanna Spyri H. C. Artmann, Günter Nehm

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Uit: Kein Anfang und kein Ende

Ich war der Blindenführer des Unbekannten,
LEITBURSCH! riefen die Kinder im Hinterland.
Herkunft und Namen des Alten weiß ich nicht.
Wenn er laut redete, als ob er allein war
kamen für meine Ohren fremde Wörter,
mit denen ich nicht lebte, und kein andrer.
Ich füllte den Wassersack, und wenn er scheißte,
hielt ich ihm Gras, paar Stücke Papier hin.

Auf die Arbeit konnte ich nicht stolz sein,
aber die Sorge für ihn war gute Arbeit,
immer dieselbe. Leer waren die Augen nicht immer.
Schwarz war das linke, das andre weiß,
er hat gesehn, bevor er unsehend wurde.
Was er gesehn hat, weiß ich nicht.
Davon, wie von allem, hat er kein Wort gesagt.

Ich frage ihn hundertmal: Was hast du gesehn,
bevor du fürs Leben nichts mehr siehst.
Was ich gesehn hab, sagt er, ist vor mir gestorben,
Ich hab es gesehn, jetzt hat es ein Grab, das lebt
und läuft herum, blind, ohne Tod und Friedhof.
Gesehn hab ich auch, was noch lebt, wenn ich tot bin.
Wo das Eine bleibt, das Andre,
das Halbe hinkommt, das Ganze.
Du sollst nicht fragen, damit ich dir was erzähle,
und für deine Ohren erfinde, was falsch ist.

Er hält das Gesicht in die Luft, als wenn von oben
Vogel im Schwarm auf seine Augen stürzt.
Tickelt er mit der Stockspitze auf die Steine,
und was tief unten vor ihm auf der Piste herumliegt,
tot, halbtot, lebendig, geprügelter Hund,
Reste von Rädern und Krügen, zertrampelte Kröte,
Abfall der Bordelle, verpisste Knochen,
damit der Alte drüberrutscht und hinschlägt.

Seine Wut ist Gemurmel der brüchigen Stimme.
Zeichen geben, verflucht! Er tickelt, tackelt
mit der Stockspitze durch die Luft nach mir,
Kopf oder Bauch egal, wo der Stecken reinhaut und steckt
wie der Nagel in der Wand, der Dorn im Finger.
Ich zieh ihn am Arm aus der Pfütze, in der er
dreckig, bewusstlos, kalt, sekundenlang umkam,
der Kniende trieft, der Stehende schlackert
Schlamm und Wasser von sich, frierender Hund,
und bellt nicht.
Oft allein, ohne Zeugen, aus dem Dreckloch gekrochen.

 

 2245340-80d08436f0b7373455615c8d15055f08.jpg
Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

 

De Duitse schrijver, schilder en illustrator Wolfgang Herrndorf werd geboren op 12 juni 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Herrndorf op dit blog.

Uit: Bilder deiner großen Liebe

“Verrückt sein heißt ja auch nur, dass man verrückt ist, und nicht bescheuert. Weil das viele Leute denken, dass die superkomplett be-scheuert sind, die Verrückten, nur weil sie komisch rum-laufen und schreien und auf den Gehweg kacken und was nicht alles. Und das ist ja auch so. Aber so fühlt es sich nicht an, jedenfalls nicht von innen, jedenfalls nicht immer. Es macht einem nur wahnsinnig Angst, wenn man merkt, dass man gerade auf den Gehweg kackt und weiß, dass das nicht üblich ist und dass so was nur Leute ma-chen, die verrückt sind, und diese Angst macht, dass es einem auch wieder ganz gleichgültig ist, was die anderen denken, ob die jetzt gucken oder nicht, weil man in dem Moment wirklich andere Probleme hat. Und mein Problem war eben, dass ich langsam wieder verrückt wurde. Es war nicht das erste Mal, deshalb wusste ich schon, wie das läuft und dass das in Schüben kommt. Für wer sich das nicht vorstellen kann: wie Hunger oder Durst, oder wenn man ficken will. Das kommt ja auch in Schüben. Und nicht immer, wenn's einem passt. Und da stehe ich jetzt im Garten, vier hohe ziegelsteinmauem um mich rum. Eltern sind weg, Ärzte und Pfleger auch gerade weg, und vor mir ein riesiges Tor aus riesigem Eisen. Die Blumen blühen. Die Blumen, die der Depri mir ge-zeigt hat mit seiner Depribegeisterung, was schlimm ist. Alle Depris versuchen immer sofort, dich in ihre Depri-scheiße reinzuziehen. Aber die Blumen sind okay und können nichts dafür, wer sie gut findet. Sie haben sich das nicht ausgesucht- Wenn sie es sich aussuchen könnten, würden sie vielleicht mich aussuchen. Und darüber denke ich seit zwei Stunden nach. Und am Himmel die Sonne, mein schöner Freund. Ich hebe also den Arm und zeige mit der Hand nach oben, sodass mein rechter Daumennagel genau den Rand der Sonne berührt, damit sie nicht mehr weiterwandert. Und da wandert die Sonne nicht mehr weiter, und die zeit steht still. Das ist leicht. Und auch das ist leicht: Mit sanf-tem Druck des Fingernagels schiebe ich die Sonne Millime-ter für Millimeter zurück, und da weiß ich: Am Anfang war die Kraft. Isabel, Herrscherin über das Universum, die Pla-neten und alles. Wenn ich will, dass die Sonne steht, steht die Sonne. Wenn ich will, dass das Eisentor aufgeht, dann geht das Eisentor auf. Und im selben Moment geht es auf Ein Lkw fährt durch, und ich hinter dem Lkw vorbeige-huscht und raus. So schnell kann keiner gucken. Aber es guckt eh keiner. Draußen ist dann auch alles gleich viel besser. Es ist nicht finster, sondern alles wieimmer. Und wie ich das sehe, dass alles wie immer ist, bin ich selbst gleich wieder wie immer.“

 

 2245340-adfee24e4ccc6696e0e3814478710f88.jpg
Wolfgang Herrndorf (12 juni 1965 – 26 augustus 2013)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

Uit: The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

“FRIDAY, 14 AUGUST 1942
Dear Kitty, I've deserted you for an entire month, but so little has happened that I can't find a newsworthy item to relate every single day. The van Daans arrived on 13 July. We thought they were coming on the fourteenth, but from the thirteenth to six-teenth the Germans were sending out call-up notices right and left and causing a lot of unrest, so they decided it would be safer to leave a day too early than a day too late. Peter van Daan arrived at nine-thirty in the morning (while we were still at breakfast). Peter's going on sixteen, a shy, awkward boy whose company won't amount to much. Mr and Mrs van Daan came half an hour later. Much to our amusement, Mrs van Daan was carrying a hatbox with a large chamber pot inside. 'I just don't feel at home without my chamber pot,' she exclaimed, and it was the first item to find a permanent place under the divan. Instead of a chamber pot, Mr van D. was lugging a collapsible tea table under his arm. From the first, we ate our meals together, and after three days it felt as if the seven of us had become one big family. Naturally, the van Daans had much to tell about the week we'd been away from civilization. We were especially interested in what had happened to our flat and to Mr Goldschmidt. Mr van Daan filled us in: 'Monday morning at nine, Mr Goldschmidt phoned and asked if I could come over. I went straight away and found a very distraught Mr Goldschmidt. He showed me a note that the Frank family had left behind. As instructed, he was planning to take the cat to the neighbours, which I agreed was a good idea. He was afraid the house was going to be searched, so we went through all the rooms, tidying up here and there and clearing the breakfast things off the table. Suddenly I saw a notepad on Mrs Frank's desk, with an address in Maastricht written on it.”

 

 2245340-b85d1ed6304e002b57d6258db984ad56.jpg
Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)
Cover

 

 

De Turks-Duitse schrijfster en actrice Renan Demirkan werd geboren op 12 juni 1955 in Ankara. Zie ook alle tags voor Renan Demirkan op dit blog

Uit: Septembertee

“Es war mir immer unverständlich, wie sich Menschen festlegen können. Festlegen auf einen Beruf zum Beispiel, oder auf einen Mann fürs Leben oder aber auch auf eine »Leitkultur« für alle. Wie soll das denn gehen?, frage ich. Kein Mensch besteht aus nur einer Erfahrung. Oder aus nur einer Begegnung. Keine Kultur aus nur einer Geschichte. Das Leben ist weder monothematisch noch monokausal.
Ich selbst kann mich an keinen Tag erinnern, an dem ich von morgens bis abends immer derselbe Mensch gewesen wäre: Ich war abwechselnd und zuweilen auch gleichzeitig Tochter und Schülerin, Schwester und Freundin, Geliebte und Mutter, Türkin und Deutsche, Nachbarin, Angestellte und Kollegin. Dabei ist keines dieser Ichs eine Solistin, denn jede Erfahrung mit einem neuen Gegenüber geht »nahtlos und ohne unausgefüllte Zwischenräume« in die Erfahrung mit dem Nächsten über und »bewahrt gleichzeitig ihre Identität«, wie der Philosoph John Dewey in »Kunst als Erfahrung« schreibt.
Das heißt, man hat nie nur ein Leben, sondern besteht aus verschiedenen Paralleluniversen. Wir sind gemacht aus dem Genpool unserer Ahnen und unseren eigenen Erfahrungen. Deshalb, so Dewey, »existiert kein Mensch ausschließlich innerhalb des Bereichs seiner eigenen Haut«. Wir sind vielmehr ein Echo all der Leben, die uns abverlangt werden, und versuchen im täglichen Dazwischen mühsam, ein selbstbestimmtes und einmaliges Ich zu kreieren. Und werden dabei nur zu einem neuen Echo, nämlich dem unserer eigenen Wunschvorstellungen.
Je mehr ich versuchte, irgendeine Art kontinuierliche Identität in mir zu finden, je öfter ich fragte: Wer bin ich mit welchem Gegenüber? Und wie verhalte ich mich in dem jeweiligen Kontext?, desto mehr Erfahrungswelten fächerten sich in mir auf. Und ich sah, dass ich als Tochter meiner Mutter eine andere Tochter war als die Tochter meines Vaters. Ich war als Vertraute meiner Schwester eine andere als die Vertraute meiner Freundin Evelyn. Ich war bei meiner Klassenlehrerin eine andere Schülerin als bei der Mathelehrerin, bei meiner Sprechtechnikdozentin wurde ich automatisch eine andere Studentin als bei dem szenischen Lehrer.
Jede dieser Veränderungen geschah ohne Druck oder Verstellung, denn jedes neue Gegenüber forderte mir ein anderes Verhalten und Denken ab. Ich merkte nur erst viel später, dass ich oft überfordert war und es nach wie vor immer wieder bin, wenn ich etwas völlig Neuem begegne. Aber ich möchte keine dieser Erfahrungen missen, denn ich habe nur dazugelernt.“

 

 2245340-3742397ea63c9ab43adc7f612f988561.jpg
Renan Demirkan (Ankara, 12 juni 1955)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Djuna Barnes werd geboren in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York op 12 juni 1892. Zie ook alle tags voor Djuna Barnes op dit blog.

 

In General

What altar cloth, what rag of worth
Unpriced?
What turn of card, what trick of game
Undiced?
And you we valued still a little
More than Christ.

 

 

Seen From The 'L'

So she stands—nude—stretching dully
Two amber combs loll through her hair
A vague molested carpet pitches
Down the dusty length of stair.
She does not see, she does not care
It's always there.

The frail mosaic on her window
Facing starkly toward the street
Is scribbled there by tipsy sparrows—
Etched there with their rocking feet.
Is fashioned too, by every beat
Of shirt and sheet.

Sill her clothing is less risky
Than her body in its prime,
They are chain-stitched and so is she
Chain-stitched to her soul for time.
Ravelling grandly into vice
Dropping crooked into rhyme.
Slipping through the stitch of virtue,
Into crime.

Though her lips are vague as fancy
In her youth—
They bloom vivid and repulsive
As the truth.
Even vases in the making
Are uncouth.

 

 2245340-09e8f20215c75e4c9eb0b643f174653c.jpg
Djuna Barnes (12 juni 1892 – 18 juni 1982)
Cover biografie

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Sandro Penna werd geboren op 12 juni 1906 in Perugia. Zie ook alle tags voor Sandro Penna op dit blog.

 

Drowsy Autumn Arrives

Drowsy autumn arrives. Sparkling
Behind shining glass two
Shining eyes

 

 

Vertaald door Alexander Booth      

 

 

Lady on a Streetcar

You’d like to kiss your boy who doesn’t want to:
He’d like instead to look at life outside.
You’re disappointed then, but still you smile:
At least it doesn't ache like jealousy,
Even though he already looks just like
The other who “to look at life outside”
Left you like this.

 

 

Vertaald door A.Z. Foreman

 

 

I have come down from the burning hill

I have come down from the burning hill
to stand by the station's fresh urinal.
The dust and sweat that coat my skin
intoxicate me. In my eyes the sun
still sings. Body and soul I now abandon
to the lucid whiteness of the porcelain.

 

 

Vertaald door Jamie McKendrick.

 

 2245340-f2a5c966cfe6aed0726f0d639ce6ad7d.jpg
Sandro Penna (12 juni 1906 – 21 januari 1977)
In de jaren 1940 in Rome

 

 

De Zwitserse schrijfster Johanna Spyri werd geboren in Hirzel op 12 juni 1827. Zie ook alle tags voor Johanna Spyri op dit blog.

 

Uit: Heidi kann brauchen, was es gelernt hat

„Als der Sebastian unten mit gewohnter Höflichkeit die Türe aufgemacht hatte, sagte er mit einem Bückling:
»Wenn der Herr Doktor wollten so freundlich sein und dem Mamsellchen auch einen Gruß vom Sebastian bestellen.«
»Ah, sieh da, Sebastian«, sagte der Herr Doktor freundlich; »so wissen Sie denn auch schon, daß ich reise?«
Sebastian mußte ein wenig husten.
»Ich bin... ich habe... ich weiß selbst nicht mehr recht... ach ja, jetzt erinnere ich mich: Ich bin eben zufällig durch das Eßzimmer gegangen, da habe ich den Namen des Mamsellchens aussprechen gehört, und wie es so geht, man hängt dann so einen Gedanken an den anderen an und so... und in der Weise...«
»Jawohl, jawohl«, lächelte der Herr Doktor, »und je mehr Gedanken einer hat, je mehr wird er inne. Auf Wiedersehen, Sebastian, der Gruß wird bestellt.«
Jetzt wollte der Herr Doktor gerade durch die offene Haustür enteilen, aber er traf auf ein Hindernis: Der starke Wind hatte Fräulein Rottenmeier verhindert, ihre Wanderung weiter fortzusetzen; eben war sie zurückgekehrt und wollte ihrerseits durch die offene Tür eintreten. Der Wind hatte ihr weites Tuch, in das sie sich gehüllt hatte, aber dergestalt aufgebläht, daß es gerade so anzusehen war, als habe sie die Segel aufgespannt. Der Herr Doktor wich augenblicklich zurück. Aber gegen diesen Mann hatte Fräulein Rottenmeier von jeher eine besondere Anerkennung und Zuvorkommenheit an den Tag gelegt. Auch sie wich mit ausgesuchter Höflichkeit zurück, und eine Weile standen die beiden mit rücksichtsvoller Gebärde da und machten einander gegenseitig Platz. Jetzt aber kam ein so starker Windstoß, daß Fräulein Rottenmeier auf einmal mit vollen Segeln gegen den Doktor heranflog. Er konnte eben noch ausweichen; die Dame aber wurde noch ein gutes Stück über ihn hinausgetrieben, so daß sie wieder zurückkehren mußte, um nun den Freund des Hauses mit Anstand zu begrüßen. Der gewalttätige Vorgang hatte sie ein wenig verstimmt, aber der Herr Doktor hatte eine Art und Weise, die ihr gekräuseltes Gemüt bald glättete und eine sanfte Stimmung darüber verbreitete. Er teilte ihr seinen Reiseplan mit und bat sie in der einnehmendsten Weise, ihm die Sendung an das Heidi so zu verpacken, wie nur sie zu packen verstehe. Dann empfahl sich der Herr Doktor.”

 

 2245340-43e4a2719cd94edd84e24348db040426.jpg
Johanna Spyri (12 juni 1827 – 7 juli 1901)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Hans Carl Artmann werd geboren op 12 juni 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor H. C. Artmann op dit blog.

Uit: gedichte von der wollust des dichtens in worte gefaßt

cagliari:

die ameise deiner adern
greift meine sehnsüchte
wenn ich das beschreibe
was ein mittag verschweigt:
singt dich selbst caruso
meine zeile wird besser
im stein deines gesichts
die natur ist sinnloser
ein sehr blaues wasser
setzt dir bögen cagliari

 

 

carnac:

viele verbrannte lebensläufe
druiden der aschenbecher euch

ich aber ach bin noch student
sperling der stadt der türme

auf einem vogelbein hocke ich
ohne audiovisuelle erfahrung

durch den rockärmel der magie
spähe ich nach uralten echos

 

 2245340-91bd8cca4f9d635f66ea808f768c5b54.jpg
H. C. Artmann (12 juni 1921 – 4 december 2000)

 

 

De Duitse dichter Günter Nehm werd geboren in Wattenscheid op 12 juni 1926. Zie ook alle tags voor Günter Nehm op dit blog.

 

Alles mit W

Waltraud würde Windeln waschen,
Wandern ist ihr höchstes Glück.
Waltraud wartet wohl ein Weilchen,
bleib ich allzu weit zurück.

Waltraud wird ein wenig wütend,
kommt sie erst sehr spät ins Bett.
Waltraud würde Windeln waschen,
wenn sie nur ein Baby hätt'.

Waltraud wittert warme Würstchen,
die sie über alles liebt.
Waltraud wählt die Worte weise
dass das W den Ton angibt.

Einen Grund für ihr Gebaren
konnte ich noch nicht erfahren.

 

 

Altersdilemma

Um Verstopfung zu vermeiden,
musst du dich am Trinken weiden.
Flüssigkeit behebt die Stauung
und ist gut für die Verdauung.

Fängst du an, das Bett zu nässen,
kannst das Trinken du vergessen.
Ständig in Urin zu baden,
kann dem Selbstbewusstsein schaden.

Harter Stuhl und nasse Hosen
können beide dich erbosen.
Doch für eins der beiden Leiden
musst du dich nun mal entscheidet

Beides ist nicht ideal,
dir bleibt nur die Qual der Wahl.

 

 2245340-09b8591e1c927abab660c2b23ca4681e.jpg
Günter Nehm (12 juni 1926 – 11 februari 2009)
Wattenscheid, marktdag

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten