Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 juni 2019 tot 23 juni 2019

Der Juni (Erich Kästner), David Leavitt, Jo Govaerts, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 

 2247872-0671d7ed2d81ca5f204255567886ea6f.jpg
Zomerlandschap met wandelende kinderen door Johan Krouthén, 1913

 

 

Der Juni

Die Zeit geht mit der Zeit: Sie fliegt.
Kaum schrieb man sechs Gedichte,
ist schon ein halbes Jahr herum
und fühlt sich als Geschichte.

Die Kirschen werden reif und rot,
die süßen wie die sauern.
Auf zartes Laub fällt Staub, fällt Staub,
so sehr wir es bedauern.

Aus Gras wird Heu. Aus Obst Kompott.
Aus Herrlichkeit wird Nahrung.
Aus manchem, was das Herz erfuhr,
wird, bestenfalls, Erfahrung.

Es wird und war. Es war und wird.
Aus Kälbern werden Rinder
Und weil's zur Jahreszeit gehört,
aus Küssen kleine Kinder.

Die Vögel füttern ihre Brut
und singen nur noch selten.
So ist's bestellt in unsrer Welt,
der besten aller Welten.

Spät tritt der Abend in den Park,
mit Sternen auf der Weste.
Glühwürmchen ziehn mit Lampions
zu einem Gartenfeste.

Dort wird getrunken und gelacht.
In vorgerückter Stunde
tanzt dann der Abend mit der Nacht
die kurze Ehrenrunde.

Am letzten Tische streiten sich
ein Heide und ein Frommer,
ob's Wunder oder keine gibt.
Und nächstens wird es Sommer.

 

 

 2247872-71938954ace993475be58bd51e6251e3.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 – 29 juli 1974)
Zomer in Dresden, de geboorteplaats van Erich Kästner

 

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Page Turner

"So what are you working on, Paul?"
"Kreisleriana right now. My teacher's Olga Novotna, by the way. She said to send you her regards. And on my own, Webern. Miss Novotna doesn't approve of Webern, so --"
"Old Olga Higginbotham! Isn't she dead yet?" Isidore Gerstler interrupted.
"No sir, she's not."
"Kessler wrote the Second Symphony for her," said Maria Luisa Strauss. "She is O."
"I never understood why she changed her name," Kennington said. "Isn't an American name good enough? Well, we should go over the program. Pull up a chair."
Paul did. Brown circles stained the laminated surface of the table, which was empty except for a stack of scores, an eyeglass case, and a plastic bag that appeared to contain knitting.
Kennington opened the first of the scores. "So, we start with the Tchaikovsky --"
"A wonderful choice, sir, if I might say so."
"I'm glad you approve. Oh, and we take the standard cut in the variations."
"Fine."
"Then after the interval, the Archduke. No problems there. And if the audience behaves and we decide to do an encore, it'll be the andante from the Schubert B-flat. I presume you're familiar with the Schubert B-flat --"
"I own your 1983 recording of it with DeLaria and Miss Strauss."
Miss Strauss smiled.
"Well, you've clearly done your homework," Kennington said. "It isn't often that I get such a gung-ho page turner. In Ravenna once I had an old lady called -- if you can believe it -- Signora Mozzarella. Remember, Joseph? Charming but palsied."
"Signora Mozzarella is legendary in the land of Dante," Mr. Mansourian observed.
"Page turning is an art in its way, I suppose," Kennington went on. Then, taking a sip from his coffee cup, he abandoned -- to Paul's lasting regret -- this fascinating train of thought. "Well, I guess I'm ready. Tushi, you ready?"
"Yes, Richard."

 

 2247872-cdda124cf12220d614355139c483649c.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Scene uit de film “Food of Love” uit 2002 (gebaseerd op de roman “The Page Turner” met Paul Rhys (Richard Kennington) en Kevin Bishop (Paul)

 

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster vertaalster en columniste Jo Govaerts werd geboren op 23 juni 1972 in Leuven. Zie ook alle tags voor Jo Govaerts op dit blog.

 

Met mijn kwantorslag

Met mijn kwantorslag
en mijn inwendloopje
kan ik ze wel verslaan.

Ik ben sterker
dan de zwebongbeesten
en niet bang.

Ik ben niet bang.

 

 

Ik denk, je moet iets hebben

Ik denk, je moet iets hebben
om van te houden, bijvoorbeeld
een steen in je hand, die
langzaam warmer wordt.

Maar wat is het dan
waarvan je houdt, je eigen
warmte die ook weer verdwijnt
met het lossen van je greep.

Ik denk, je moet toch iets
hebben om van te houden, waarom niet
een steen in je hand, die
koelte aan je huid.

 

 2247872-8b98d38f3469d34bba2cc600bff4a410.jpg
Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)

 

 

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Schami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Zie ook alle tags voor Rafik Schami op dit blog.

Uit: Sophia

„Onkel Barakat, Tante Maries Ehemann, soll damals in vier Tagen nach Jaffa und zurück geritten sein, um seiner schwangeren Frau Jaffa-Orangen zu bringen. Sie bekam einen Korb der berühmten süßen Früchte und dazu später ein gesundes Baby. Ich fand Radfahren elegant, und das Gleichgewicht zu halten glich dem Gang eines Zirkusartisten auf dem Hochseil. Und vor allem diese Erhabenheit!«»Das hast du in zwei bis drei Wochen«, sagte er und merkte erst spät seinen Leichtsinn. Beim Oudspielen kann man sich weder Arm noch Bein brechen, beim Radfahren schon. Sie strahlte ihn mit ihren dunk-len Augen an, stürmte zu ihm und küsste ihn innig auf die Lippen, so dass all seine Gewissensbisse wie Fledermäuse aus seinem Kopf hinaus-flatterten. »Bring es mir bei«, flehte sie ihn an, und er sah die Freudentränen in ihren Augen.Merkwürdig, wie lange man mit seinen geheimen Wünschen lebt. Über sechs Monate waren sie bereits ein Paar, und sie hatten sich offen von ihrem bisherigen Leben erzählt, und auf einmal entdeckten beide, dass sie immer noch nicht genug voneinander wussten.»Ich hatte vielleicht Angst davor, dass du mich auslachst«, sagte Aida, eher um sich selbst das Zögern zu erklären. Karim nickte. »Du sprichst mir aus der Seele. Ich habe es ab dem zwanzigsten Lebensjahr nieman-dem mehr verraten. Und wenn jemand mich nach meinen unerfüll-ten Wünschen fragte, so sagte ich tanzen und wie eine Schwalbe flie-gen. Tanzen wollte ich später, nach dem Tod meiner Frau Amira nicht mehr.«
»Und ich konnte mich beim Tanzen nie entspannen. Ich habe im-mer mitgezählt und darauf geachtet, dass die Schritte stimmten. Irgend-wann mit zehn, zwölf Jahren gab ich es auf. Aber das Radfahren, das blieb mein Traum.«Aida war eher klein. Wenn sie barfuß ging, war ihre Stirn auf der Höhe seiner Schulter. Sie war schlank und athletisch, und wenn man nicht wusste, dass sie Mitte fünfzig war, hielt man sie für eine Vierzigjährige. Wenn man ihr Komplimente machte, erwiderte sie: »Liebe verjüngt! Verliebt euch und ihr werdet sehen«, und lachte.Aida war immer schon verwegen. Das erfuhr auch Karim bald und hatte immer Angst um sie, wegen ihres Übermuts. Nach einer Woche mit Übungen auf dem großen, fast immer leeren Parkplatz einer pleitegegangenen Textilfabrik vor dem Osttor, nicht weit von ihrem und Karims Haus entfernt, wollte er, dass sie auch lernte, durch eine belebte Gasse zu fahren. Er begleitete sie zu ihrer Gasse, die etwas breiter war und auf der westlichen Seite parallel zur Jasmingasse verlief. Aida fuhr ganz ruhig, und Karim hielt sie am Sattel. Mehrere Frauen und Männer beobachteten sie am Fenster oder an der Tür ste-hend und schüttelten missbilligend den Kopf.“

 

 2247872-87b38eb3f23bbc0fccb021dfba3e8a56.jpg
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)
Poster

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw werd geboren in Hof van Delft op 23 juni 1876. Zie ook alle tags voor Aart van der Leeuw op dit blog.

Uit: Ik en mijn speelman

“Ik mompel een verwensching, maar wat baat mij dit. Ja, zooals ik verwacht had, mijn huwelijk; immers al sinds mijn tiende jaar ben ik voor de dochter van den markies van Almonde bestemd, nú tel ik twintig, en nooit heb ik haar nog met de oogen aanschouwd. Hartelijk moet ik er om lachen, wanneer al die mislukte pogingen, om ons te zamen te brengen, in mijn herinnering opduiken. Ik zie me weer in onze galakaros naast mijn vader het slotplein van het kasteel van Almonde oprijden. En dan verschijnt op de bordestrappen een soort major-domus, die wanhopig de handen boven de krulpruik in elkander slaat. Meer dan een week al, meldt hij, is zijn meester wegens een hardnekkigen jichtaanval bedlegerig, en nu heeft juist dezen morgen ook zijn dochter het noodig gevonden, om haar kamer te houden. Wat ze mankeert, begrijpt niemand; frisch als altijd komt haar gezicht boven de dekens te voorschijn. Maar wie van opstaan spreekt, stuurt ze de deur uit.
Mijn vader maakt zijn opwachting bij den gekluisterden gastheer, en van uit de verte hoor ik diens kijvende stem de kuren van de kleine feeks, want zóó wordt ze betiteld, verwenschen. Den volgenden morgen onverrichter zake reizen wij af.
En dan nog dat tegenbezoek van vader en dochter een paar jaren later!
's Ochtends op den dag van hun aankomst ben ik in mijn besten lijfrok moet en kruipen, hoewel ik het mij meteen al had voorgenomen, dat enkel een spinnekop er tusschen de mazen van zijn web van zou genieten, of een muis, die den kop door een gat van den vloer steekt.
Speurlustig, als jongens dat plegen te wezen, had ik niet lang nog geleden achter de gobelins van de ontvangzaal een verborgen trap ontdekt, die naar een torenkamer voerde, waarvan het bestaan door geen sterveling vermoed werd. Allerlei dingen had ik daar naar toe gesleept, boeken, een oud vuurroer, een stroozak, een drinkkan, wat vaatwerk, en dikwijls sloot ik mij er op, in het gezelschap alleen van mijn adembeklemmende droomen.
Terwijl nu alles voor een plechtige ontvangst in gereedheid werd gebracht, stal ik een brood en een koude kip uit de keuken, en, juist toen de slotdeuren voor het doorluchtige tweetal werden open geworpen, trok ik mij met mijn buit voor een paar dagen terug in mijn schuilhoek.
Eerst toen de zweep beneden mijn tralievenstertje ten afscheid klapte, en ik de wielen van een reiskoets de poort uit hoorde rollen, verwaardigde ik mij, me weer te vertoonen. En de strengste straf bleek niet in staat me mijn geheim te ontwringen.”

 

 2247872-1f9c954cf9b52340ba83e29696bb71a5.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)
Delft

 

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Perlmann’s zwijgen (Vertaald door Gerda Meijerink)

“Het was een losse opmerking geweest, niet doordacht, en zonder dat hij serieus aan een verwerkelijking had gedacht. Zijn indruk was dat het allemaal erg vaag en vrijblijvend was gebleven, en opeens had hij er haast mee gemaakt naar de vergaderzaal te gaan.
Hij had verder niet meer aan dat gesprek gedacht, totdat hij een paar weken later een brief kreeg van Angelini, en kort daarna een telefoontje van het hoofdkantoor van Olivetti in Ivrea. Perlmann's voorstel, kreeg hij tot zijn verrassing te horen, was heel goed gevallen bij het bedrijf, vooral bij een paar collega's van de researchafdeling, maar ook de directie was erg ingenomen met het plan. Bijzonder gecharmeerd waren ze van de mogelijkheid op die manier een project te kunnen opzetten dat enerzijds iets met de producten van het bedrijf te maken had en anderzijds veel verder strekte, omdat het een thema van algemeen belang, zogezegd van grote maatschappelijke betekenis betrof. Hij, Angelini, stelde voor de bijeenkomst volgend jaar in Santa Margherita Ligure te houden, een badplaats in de buurt van Rapallo aan de Golf van Tigullio. Ze hadden daar wel vaker conferenties gehouden en dat was ze goed bevallen. Het geschiktst voor de geplande onderneming waren de maanden oktober en november, zei hij, dan was het nog zacht, maar er waren dan bijna geen toeristen meer, de sfeer die er dan hing was rustig en beschouwelijk, precies wat een onderzoeksgroep nodig had. Voor het overige had Perlmann volledig de vrije hand, met name natuurlijk wat de keuze van de deelnemers betrof. Perlmann beet op zijn lippen en voelde een machteloze irritatie in zich opkomen als hij aan dat gesprek terugdacht. Hij had zich laten overrompelen door de sonore, zo zelfverzekerde stem door de telefoon, zonder dat daar verder enige reden voor was.”

 

 2247872-4010f1dfcfcf85ce9363f8a7f816521d.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

Uit: De woongroep

“Ik had graag nog wat naar haar gekeken, maar ze legt het kind voorzichtig naast zich neer op de bank, het spuugdoekje erbovenop, en staat op om ons te begroeten. Ze drukt Erik tegen zich aan en zoent hem alsof hij behouden terug is gekeerd van de grote vaart.
Freddie is een beetje pappig geworden, maar Caro ziet er heel gezond en blozend uit. Ze heeft een vreemd luchtje bij zich. Iets zuurs. Misschien wast ze zich niet meer zo goed. Misschien heeft ze andere dingen aan haar hoofd dan zichzelf af te gaan zitten sponzen.
Ze hebben wel twee badkamers, zeggen ze. Eentje boven en een op de tweede verdieping. De tweede verdieping staat nog helemaal leeg. Ze hebben er ook nog niet echt een plan voor. Misschien een atelier voor Caro, maar voorlopig komt ze nog nergens aan toe.
Caro vindt het tijd dat we aandacht geven aan de baby’s. Een ligt er boven in zijn bedje, de andere wil niet slapen. De baby die niet wil slapen kijkt me uitdrukkingloos aan. Hij heeft glimmende vetpukkeltjes, maar verder ziet hij er goed uit. Hij heeft het voorhoofd van Caro, wat een gelukje is. Freddies voorhoofd heeft niet de gangbare halfronde vorm van een markies, maar die van een plat zonnescherm, zoals bij prehistorische mensen. Deze baby heeft netjes een markiesje.
‘Ziet er goed uit,’ zegt Erik. ‘Goed gedaan.’
‘Ja, hè?’ zegt Caro.
‘Is die andere net zo?’ vraag ik.
Dat is niet zo. Ze zijn niet eeneiig. De ouders vinden dat maar beter ook. Je moet ze als twee individuen zien en niet als meer van hetzelfde.
We moeten Freddie z’n schuurtje bekijken. Althans, Erik moet het zien, maar ik wil niet bij Caro en de baby blijven. Alle frisse lucht die ik binnenkrijg is meegenomen.
Freddie schuift een grote glazen deur opzij en we lopen zo van de kamer de tuin in. Er staat een schommelbank.
Het is echt een mooie avond. De eerste avond van het jaar dat je buiten kan zitten, als je een vest aantrekt.
In de verte klinken kinderstemmen. Hoog en schril. Een vrouw roept: ‘Joachim, doe wat mama zegt.’
Ik kijk over de schouderhoge schutting. De buren hebben ook een schommelbank. Er zit een vrouw in. Haar lange benen bungelen. Ze leest een vrouwenblad.
Moeten de mensen hier niet eten? Wanneer eten ze?"

 

 2247872-297892797876058c16769949f10281b7.jpg
Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:24 Reageer op dit bericht

Charles Harpur, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Nescio, Willie Verhegghe, Albert Besnard, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 

 2247656-e46149d76072b5bfb4f14a0e63143b48.jpg
Landschap in de vroege zomer door Johan Krouthén, 1917

 

 

Early Summer

’Tis the early summer season, when the skies are clear and blue;
When wide warm fields are glad with corn as green as ever grew,
And upland growths of wattles engolden all the view.
Oh! Is there conscious joyance in that heven so clearly blue?
And is it a felt happiness that thus comes beating through
Great nature’s mother heart, when the golden year is new?

When the woods are whitened over by the jolly cockatoo,
And swarm with birds as beautiful as ever gladdened through
The shining hours of time when the golden year was new?

 

 2247656-eff86b02308b8efec6ab8ec5a164f290.jpg
Charles Harpur (23 januari 1813 - 10 juni 1868)
Windsor, New South Wales, de geboorteplaats van Charles Harpur

 

 

De Nederlandse dichter en schilder Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

Averij  

Zo lang er schepen vergaan is er leven:
er drijft weer van alles.

Onder het zwarte scherm van de hemel verdelen
ze haastig de buit, de zee iets, het strand wat.

Boven de vloedlijn een zootje plasma-tv ‘s, 
in hoge nood door een schip uitgedreven.

In het licht van mijn lamp ontvouwt zich
drama op drama.

Alles wil worden gefilmd tegenwoordig,
tot aan de pokken en schimmels op het wrakhout,

zelfs onze wratten willen bewegend in beeld.
Wij zwervers en jutters willen bedoeld zijn,

niet ergens toevallig gegroeid.

 

 

De raadselestafette

Droevige warmte hangt in de bomen.
Winters mogen voorbij gaan, maar zomers.

Onder de heg wacht een lijster. Waarop?
Op applaus?

Waar stront taalt naar strontvlieg en zaad
zich verplaatst in de darmen van vogels,
daar kun je alles verwachten.

Terug redenerend ontdek je patronen zo
grillig alsof ze blind zijn getekend.

We moeten evenwel verder.
Het raadsel dragend, de een aflossend de ander,
en zo maar voort,

je weet niet eens wat je doorgeeft.

 

 2247656-e3f6c1071d72ff8f9e3d93fca9fbb5f8.JPG
Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)
Dansfeest door Henk van Loenen / Julien Holtrigter, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Dit gedicht

Ik laat mezelf
niet navertellen.

Ook met je oor tegen dit raam
blijf ik stil.
Gedichten spreken niet
uit zichzelf.

Roddels doen dat
en geruchten.

Ik hou me koest
tussen mijn woorden
met geduld van beton
en de kleur van wind.

Haal pas adem

wanneer iemand
mijn letters
met lippen
aan elkaar knoopt.

 

 

Zullen we een bos beginnen?

Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.

Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt

of in de zondagzon
samen zwijgen.

En als ze ’s avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.

 

 2247656-b18c0f6b41d910254bc02b6256634224.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

Uit: Insula Dei

“Februari 1942. Een grauwe, ijzige, dooie dag. Een stijve noordooster, eenige graden vorst, een bedekte lucht en sneeuw op de straten. Rulle, harde sneeuw, bijeengeveegd in bergjes aan de randen van de trottoirs, smalle, platgetrapte paden, waar de menschen achter elkaar, moeizaam en soms strompelend loopen, kijken naar elkaars beenen, elkaar aanraken bij 't passeeren, elkaar aanraken bij 't inhalen. In de zijstraten ligt op den rijweg de sneeuw dik en rul.
Een onherbergzame wereld en een havelooze wereld. Kou en armoede. Armoede in de vele gegroefde, magere gezichten, armoede in de gesloten luiken voor vele winkels, armoede in de bevroren winkelruiten, armoe in de tramrails waar geen tram over rijdt al is daar de sneeuw zoo wat geruimd, armoede in het rijtje menschen bij den hoek voor den winkel van Jamin bij een sneeuwbergje twee meter hoog, armoede in de stalletjes met bevroren visch, waar niemand koopt, armoede in wat je opvangt van de gesprekken.
‘Ik heb nog een sakkie kolen en wat turfe.’ Een vrouw is in gesprek met een andere en roept 't over de heele breedte van de straat. Een ander, een eind verder: ‘Ik heb nix meer in huis.’
Armoe in de hoofden: bonnen, eten en brandstoffen. En: ‘hoe lang nog?’ Vooral de kinderen in hun groei, van veertien tot twintig, die hebben zoo veel noodig.
De winkel van den poelier is niet te vinden. Hij heeft groote vellen geel carton voor z'n ramen en zwart papier voor 't glas van z'n deur, hij heeft geen naam of ander opschrift op z'n ruiten, hij is onherkenbaar en verdwenen, een vrouwtje komt uit z'n deur, er is niets bizonders aan haar, behalve dat ze uit zoo'n mysterieus huis komt.
Dit is niet zoo maar een dag in Februari, dit is een dag in de laatste Februarimaand, waarna geen maand meer komt. Een heer met hoed, boord en das en een heel fatsoenlijke duffelsche overjas trekt een klein sleetje achter zich aan met een klein beetje anthraciet er op, hij wil probeeren deze maand Februari te overleven, ondanks de pijnlijke, witte onbegaanbare wereld beneden en de genadeboze grauwe lucht er boven en de ijzige wind. Wij willen 't allemaal, behalve de menschen, die de bevroren visch niet knopen van de kleumende en trappelende venters op 't Dapperplein, die in hun handen blazen. Waarom koopt niemand die visch? Is die visch zoo duur, dat de gedachte deze maand Februari misschien te overleven, er eindelijk bij bezwijkt?”

 

 2247656-412de09e477867589b441cbf974f1f7a.jpg
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Cover

 

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

Eddy Merckx

Zeus Merckx
wielergod en millimetersleutelaar
die uit de ijle hoogten van zijn flitsend rijk
met bovenaardse kracht uit dij en kuit
meer dan de helft van duizend palmen
op gouden vingers aan het ivoren kromstuur
telt en telt.

Tussen Milano en San Remo zeven keer
de roes van Poggio en feestfontein,
ongekroonde keizer van Tre Cime di Lavaredo,
Ballon d’Alsace, Ventoux en Izoard,
één uur Montezuma – Merckx in Mexico.

Heerser over allen die hun lamme lijf
in de schaterende schaduw van zijn wurgend wiel
te pletter en aan splinters fietsen.
Alom geweeklaag, geknars van tand en wielen.

Meer omnivoor van alle wielervoer
dan kannibaal van Meensel-Kiezegem.
Nu haute-couture-fietsenbaas in Meise.

 

 2247656-c0a2bd1c26b051979fda746406745650.jpg
Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)
Eddy Merckx

 

 

De Nederlandse dichter Albert Pierre Adolphe Aloysse Besnard werd geboren in Den Haag op 22 juni 1887. Zie ook alle tags voor Albert Besnard op dit blog.

 

Avond

I

Aan het Strand

En immer, sinds den vollen middag, neeg
De zon, tot hij het gulden
Gelaat in neev'len hulde
En peinzend in de zee ten onder zeeg...

En heel de stille moede aarde zweeg,
Die geene klanken duldde
Zoolàng zijn stralen vulden
Den purp'ren einder, zij het vaag en veeg
................
................

Het goud op 't stervend vlinderwiekje kwijnt
En huiv'rend wordt geboren
Een bleek en weenend gloren
Dat als een wade op de golven deint...          

 

II

In het Bosch

Als over 't woud de avondsluier is gedaald
Kom liefste met me naar de wond're dingen luist'ren
Waarvan in hunne kruin de oude boomen fluist'ren
En hoor hoe 't woud van liefde eeuwenoud verhaalt.

Op moede vleugel van de stille nachtwind dwaalt
De zoet geheime huiver van het heilig duist'ren;
Dàn voelt mijn ziel in wonderbare ban zich kluistren
En zoekt een woord, dat weif'lend op de lippen draalt.

Een zweem van sterven wijlde in uw kwijnend oog
Zooals bij nacht de bloemen die, hun kelken geloken,
Met vaag verlangen beiden, tot in schemering gebroken,
De nacht verzwijmt, en 't licht voorbij de kimmen toog...

 

 2247656-11ceb9aceab076e37c17abd471b57e7d.jpg
Albert Besnard (22 juni 1887 – 1 oktober 1966)
Den Haag – Scheveningen

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten