Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juni 2019 tot 1 juli 2019

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Sascha Reh, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Alun Lewis, George Sand

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Brieven aan N.

1.
Er zijn gedichten die niet mogen
omdat ze te naakt zeggen waar het op staat
zo zou ik je willen schrijven maar
ik durf niet, lieve N., zou ik willen
schrijven, ik denk soms aan je
hoe je daar woont in dat kleine vervallen huis
met je kind dat je kind niet is
maar dat moeke zegt en aandacht vraagt
met de man die wel jouw man is
die geen aandacht vraagt maar stilte
die jou alleen laat met je warme lichaam
bij de kolenkachel terwijl je kind speelt
en geen lawaai mag maken, want de man
schrijft zulke ontroerende brieven
aan de jongen die zijn zoon niet is.

2.
Je bent koud geworden van alle kou
die op je afkomt, je verlangt naar de een
terwijl je het kind draagt van de ander
mooi praten kunnen mensen over onfatsoen
maar jij geeft liefde en je krijgt het kind
van een ander en verwijten over nutteloos
gefantaseer, lieve N., hier zit ik ver
van je bed en denk aan warmte
je kind redt zich wel, maar jij N.?

3.
Je kust je moeder niet meer in het ziekenhuis
evenmin je man als je weer thuis bent
thuis in de caravan naast de afbraak
waar de kolenkachel al weg is
was je je handen onder de dunne straal
verpieterd water om de besmetting
weg te wassen. ik hoor je stem door de telefoon
die niet besmet, warmte op afstand
ik denk aan je kind dat niets weet
dat blank in je slaapt, zich vast besloten voedt
laat het huis klaar zijn als het kind komt.

 

 2249688-f052eab13c3a7411f0cd7741b6853efb.jpg
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

 

Dode hoek

Mensen die je kent, mensen
die je best had kunnen kennen.
Een mevrouw die op een schoolplein stond
om haar kinderen weg te brengen, op te halen,
net als jij daar wachtte, soms met iemand sprak
maar meestal in gedachten - een gezicht
dat je als je het ergens anders tegenkwam
in verwarring bracht.

Zoals je winkeliers
alleen maar in hun winkel snapt.
Daarbuiten klopt iets niet.

Een gezicht dat jaren later
zomaar ergens op een fietspad fietst,
je was het jaren kwijt,
je weet het weer,
hebt bijna spijt.

 

 

De danser op de kade

Dagelijks denk ik aan de man
hier in de buurt die als de brug geopend was
wild begon te dansen
langs de Kosterverlorenvaart
en met zijn dans de schepen begeleidde
die zand naar IJburg brachten

hij sliep in een verloren hoekje
naast het skatepark en het hondenveld
in de beschutting van een elektriciteitshuisje
onder een struik en zijn matras
was altijd van urine nat

en sommige baasjes
ruimen de drollen niet op
om goed duidelijk te maken
dat ze schijt aan je hebben
dat het smerig is om buiten te slapen

en mijn man woonde daar
sliep in een klein hoekje
tussen verachting en respect
en nu is hij weg maar

hij danst voort in mijn gedachten.

 

 2249688-96d46b4448549f9560b684ee6470b14b.jpg
F. Starik (1 juli 1958- 16 maart 2018)

 

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

Uit: Veelbelovend

‘Wat is dat voor geschreeuw, godverdomme!’
Gras schudde het hoofd, ‘Gespreeuw is het. En wat is dat voor gevloek, godverdomme!’
‘Weet u wel hoe laat het is?’
De veelbelovende kunstenaar: ‘Nee!’
‘Het is drie uur in de nacht!’
‘Dankuwel!’
Vandaag was het halfvijf. Waar was zijn auto. Niet zoals gebruikelijk half op de stoep voor de deur. Ook niet een eindje verderop met twee wielen in het gras.
Ach! Hij had 'm gisterenochtend vroeg total loss gereden, was hij even vergeten. Terwijl het toch geen geringe klap was. Meteen maar zelf de politie gebeld. ‘Betrokken geraakt bij een aanrijdinkje. Zouden we best samen zonder uw medewerking kunnen regelen, u heeft het tenslotte vast druk genoeg, nietwaar. Toch zou ik graag zien dat u gauw kwam, anders ben ik bang dat dit niet tot blikschade beperkt blijft maar dat er ook een ambulance aan te pas moet komen. Heb me hier verschanst want... Laat me met rust! Au! Niet doen! Blijf van me af!’
Hij had gejammerd, en geklapperd met de ijzeren deur van de telefooncel. ‘Waar? Achter het Paleis! Help!’ Hij hing op, belde een taxi en liep kalm terug naar zijn oude Toyota, die uit elkaar was gevallen. Een gezette vijftiger in een te krap pak monsterde de glimmende Mercedes die slechts een geschonden neus leek te hebben opgelopen. De man, een louche zakentype met zorgvuldig over de kalende schedel gedrapeerde haarsliertjes, kwam op hem af en beet hem toe: ‘Lijkt mij een duidelijke zaak, misselijk stuk langharig werkschuw tuig.’
‘Moet u kijken hoe mijn auto erbij ligt. U reed veel te hard!’
‘Kan wel zijn, maar ik werk ook hard en ben elke dag vroeg op pad om zelf mijn brood te verdienen.’
‘Ik had wel dood kunnen zijn.’
‘Dat was dan mooi je eigen schuld geweest. Want jij sloeg links af en ik kwam voor jou van rechts, dus. Nietsvermoedend.’
‘Nietsvermoedend? Je had gewoon beter uit je doppen moeten kijken, lul. Ik zat al lang en breed in die bocht toen jij met een noodgang kwam aanzetten.’
‘En volgens mij heb jij een flinke slok op.’

 

 2249688-74397367988cc71730f539b5b9b8c6bb.jpg
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

 

De Duitse schrijver Sascha Reh werd geboren op 1 juli 1974 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Sascha Reh op dit blog.

Uit: Gegen die Zeit

„Während draußen geschossen wurde, blieb ich in meinem Zimmer, hungrig, in dumpfer Sorge vor einer Infektion, in Gedanken bei Ana. Ich tat nichts als darauf zu warten, dass sie mich holten. Es würde sich nicht ankündigen. Die Soldaten würden in der Nacht kommen oder am frühen Morgen, sie wür-den nicht klopfen. Ich malte mir aus, wie sie mich aus dem Haus schleifen und auf die Ladefläche eines ihrer Trucks prügeln würden. Ich stellte mir vor, wie ein Gewehrkol-ben meinen Kiefer bräche, fuhr mit der Zungenspitze über die Stelle, wo ein Zahn gewesen sein würde. Versucht; mich vorgreifend an den Verlust von Dingen zu gewöh-nen, die mir bislang selbstverständlich und teuer gewesen waren. Dachte an meine Freunde, für die meine Gedan-kenspiele womöglich in diesen Augenblicken Wirklichkeit wurden, an öscar, unser Team im CORPO und bei INTEC. Meine Sorge lähmte jedes Handeln, betäubte mein Wollen, sogar den Hunger. Seiiora Lorca, meine Vermieterin, hatte weder Telefon noch Fernseher, im Radio waren nur schnarrende Anwei-sungen zu hören, ansonsten Arbeiterlieder oder preußi- sehe Märsche, je nach Sender. Ich wusste und erfuhr nichts über die Lage draußen, konnte sie nur am Kreisen der Helikopter ermessen, mit denen man die Einhaltung der Ausgangssperre kontrollierte, und an der Häufigkeit der Feuergarben. Die Ereignisse schienen mich zu verhöhnen: Ich hatte im CORFO an der Beschleunigung unserer Infor-mationen gearbeitet, an einem System, das alles erfährt und nichts vergisst, einem rauschenden Strom allen Wissens. Mit einem Mal war dieser Strom versiegt. Sefiora Lorca hatte das Haus schon vor Monaten in Richtung Punta Arenas verlassen, wo ihr Bruder wohnte. Ich wusste, das war ein schlechtes Zeichen. Sie hatte am »Marsch der leeren Töpfe« teilgenommen, den scheinhei-ligen Protesten gegen die Mangelwirtschaft, vorgebracht von jenen, die die Lebensmittel in ihren eigenen Kellern und Garagen horteten: den Momios. Sie hatte sich aus dem Staub gemacht, weil sie wusste, dass etwas bevorstand. Die Stimme Pinochets im Radio war verzerrt, Frequen-zen pfiffen und knarzten, doch ich verstand alles, worauf es ankam. Ich redete mir ein, das Regime sei lediglich ein Provisorium, gültig für eine, vielleicht zwei Wochen, Dik-tatur auf Zeit. Ich dachte es, ohne daran zu glauben; mein Körper, von Panik vergiftet bis in die zitternden Nerven-spitzen, wusste es besser.“

 

 2249688-19dbb62257191778c3e47ee2178c2fa0.jpg
Sascha Reh (Duisburg, 1 juli 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Afgang (Het Bureau 6)

“Hij schoof zijn bordje in, bekeek het poortje tussen de loge en de keuken, stapte de keuken in, groette Wigbold, die aan zijn tafel zat en toekeek, en bekeek het ook aan de andere kant. 'Zijn ze nu klaar?' vroeg hij, zich tot Wigbold wendend. 'Het moet alleen nog geverfd.' Maarten knikte. 'Het is mooi geworden.'
'Als ze maar niet denken dat ik daar ga zitten.'
'Dat hoeft ook niet. Als u er maar bij kunt.'
'En dan almaar heen en weer lopen zeker.'
'Ik heb er nu drie keer gezeten,' hij bedwong zijn irritatie, 'er komen hooguit vijftien telefoontjes op een dag.'
'Nou, dan hebt u zeker stille dagen gehad.'
'Dat kan,' hij had geen zin daarover in discussie te gaan, 'maar in ieder geval hoeft u nu niet meer om te lopen,' hij wendde zich af, de hal in, ging de klapdeur door, nam de post van de balie en klom de achtertrap op naar zijn kamer. Hij sloot de deuren van de bezoekerskamer en de kaartsysteemkamer, legde de post op zijn bureau, zette zijn tas onder zijn schrijfmachine, zette het raam op een kier, hing zijn jasje op, knipte zijn bureaulamp aan en zette zich achter zijn bureau. Hij pakte zijn briefopener, nam de bovenste brief van de stapel en sneed hem open. Het was een mededeling van de vereniging voor historici dat ze drs. M. Grosz bereid hadden gevonden als spreker op te treden op het eind maart te houden congres over mentaliteitsgeschiedenis, in de plaats van drs. De Vlaming. Het bericht verraste hem. Hij las het nog een keer over, zich afvragend waarom Mark hem dat niet gezegd had en herinnerde zich dat hij hem de laatste weken opvallend onvriendelijk had gevonden.
Terwijl hij daarover nadacht, kwam Joop de kamer in. 'Morgen,' zei ze. 'Dag Joop,' zei hij afwezig.
Ze bleef bij zijn bureau staan. 'Kan ik eigenlijk niet mee naar Münster?' Hij schudde zijn hoofd. 'Nee, alleen de mensen van het boedelbeschrijvingsonderzoek.' Ze verborg haar teleurstelling. 'Nou, dan heb ik het eens een dag lekker rustig.'
'Ik denk erover om als dat congres achter de rug is een keer met zijn allen naar het Zeemuseum te gaan,' zei hij om haar te troosten. 'Zoals toen naar Arnhem.' Hij knikte. 'Is dat wat?'
'Zeker weten!' Hij lachte. Terwijl ze zich afwendde en de kaartsysteemkamer binnenging, legde hij de brief opzij en pakte de volgende.”

 

 2249688-e255c0908361b6fc8f67b6cf21cafb57.jpg
J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Verdacht

“Victor gooit een kussen naar Brahims hoofd. Dan trekt hij Tess naar zich toe en kust haar. Tess heeft het gevoel alsof ze zweeft. Ze hebben al een halm aar verkering, maar ze kan niet geloven dat het ooit uit zal gaan. Victor streelt Tess’ haar. Ze voelt zich zo gelukkig.
Ze pakt Victors gezicht en kust hem opnieuw.
Ze schrikken op als Rachel de deur opengooit.
‘Nee hè, zijn ze weer aan het zoenen? Ik dacht dat jullie aan het werk waren?’
‘Dat mocht toch niet van jou,’ zegt Tess. ‘We moesten op je wachten.’
‘En dat dóén jullie? Nounou, dat ik zo’n macht heb,’ zegt Rachel. ‘Nooit gedacht. Hé, luilak, wakker worden.’ Ze gaat op Brahims benen staan.
‘Au!’ Kreunend komt Brahim overeind. ‘Wat een beul ben jij.’ Hij grijpt Rachel, smijt haar op de grond en begint haar te kietelen. Maar als Victors moeder binnenkomt met cola en cake houdt hij gauw op.
‘Weten jullie wat ik net hoor?’ Victors moeder kijkt hen aan. ‘De juwelier in de Schoutenstraat is overvallen.’
‘Hè?’ zegt Victor. ‘Daar komen we net vandaan. ‘Is eh… is hij dood?’
‘Die arme man ligt met ernstige verwondingen in het ziekenhuis.’
‘Het is de vader van Fabian,’ zegt Brahim. ‘Wat erg voor hem.’
‘Ik ben er helemaal van in de war,’ zegt Victors moeder. ‘Je hoort dit zo vaak, maar dat het hier zo dichtbij gebeurt.’
‘Hebben ze op hem geschoten?’
‘Nee, de juwelier had een honkbalknuppel voor dit soort gevallen klaarliggen, maar die werd door dat tuig afgepakt. Ze hebben geen enkel spoor.’
‘Had hij geen beveiligingscamera dan?’
‘Geen idee,’ zegt ze. ‘We zullen het vanavond wel uitgebreid horen op het journaal.’ Dan gaat ze weer naar beneden.
Beduusd staren ze voor zich uit.
‘My god! Arme Fabian. Laat die stomme opdracht maar even zitten,’ zegt Brahim. ‘Daar heb ik nu even geen zin meer in.’
De anderen knikken. ‘Waar slaat het allemaal nog op,’ zegt Tess, ‘als je zoiets hoort…?’

 

 2249688-4783265353103395f503ae6434e0f5af.jpg
Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Sonnets Called "On the Sacredness" (Fragment)

Close by the jerkwater rancheros tonight, the round
gloom longs, a window in the gloom, an attitude in the window, a pleading
in the attitude, an unwitnessed
ravishment in the pleading. A man stands there in the window
thinking about how naked the water looks,
thinking the water looks like emptiness, it looks
like nothing. His heart
aches to think how many gamblers have broke down

on this highway? How many princesses of ice?
I know I'm suburban, I've got a shitty whiskey in my hand,
I work a job like eating a knife . . .
Everyone's sperm all over my life,
the sad waiting. Here's to the simple and endless
desperate person lifting this glass.

• • •

If you imagine you're at the base of a cross coming out of your chest,
that its vertical beam is a café
and its crossbeam a bar of inebriates running along the rear of the café,
that you're in a soft booth in the vertical beam of the cross
facing a blonde over whose shoulder you happen to glance
at the instant the TV above the bar
broadcasts the unmistakable image of fate,
the Vietnamese man getting a bullet shot into his ear,
then you understand that I had to stop
eating my squid stew. I started to cry.
Susan tried to make
some gesture, baby
playing in front of the cobra's den,
and it was enough: I was lodged in the moment, we were the treasure.

 

 2249688-85052683ca4544d963616e00ad027992.jpg
Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zie ook alle tags voor Alun Lewis op dit blog.

 

Burma Casualty
(To Capt. G.T. Morris, Indian Army)

I

Three endless weeks of sniping all the way,
Lying up when their signals rang too close,
— Voeee, Ooee,' like owls, the lynx-eyed Jap, —
Sleeplessly watching, knifing, falling back.
And now the Sittang river was there at last
And the shambles of trucks and corpses round the bridge
And the bridge was blown. And he laughed.

And then a cough of bullets, a dusty cough
Filleted all his thigh from knee to groin.
The kick of it sucked his face into the wound.
He crumpled, thinking 'Death'. But no, not yet.
The femoral artery wasn't touched.
Great velour cloaks of darkness floated up.
But he refused, refused the encircling dark,
A lump of bitter gristle that refused.
The day grew bloodshot as they picked him up.

 

 2249688-dcf73f4274e93cf730191f8f25f3aa44.jpg
Alun Lewis (1 juli 1915 – 5 maart 1944)
Cover biografie

 

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor George Sand op dit blog.

Uit: Histoire du Rêveur


« Deuxième partie, Le grillon
- Qu'as-tu, créature mortelle, me dit un soir le bon Tricket, je ne te reconnais plus. D'où vient cet air sombre et abattu ? Quel malheur t'a donc frappée ? quelque argent mal employé, dissipé, perdu ? quelque mortification du sot amour-propre, car, vous autres, voilà vos affaires dans la vie. L'or et la vanité, c'est de quoi vous arracher des larmes et déchirer vos coeurs.
- Injuste ami, lui dis-je, quel plaisir prends-tu à humilier le genre humain dans ma personne, quand tu sais si bien que je n'ai pas l'esprit d'occuper ma vie avec les passions qui remplissent celle de mes semblables ? Un chagrin véritable flétrit mon coeur dans ce moment, et quand je t'en aurai fait le douloureux récit, tu pleureras avec moi.
- Voyons donc, dit Tricket, en s'appuyant sur le lumignon de ma lampe, conte-moi cela.
- Je vais te le lire, lui dis-je.
- Pouah ! dit Tricket ! de la douleur écrite ! ça ne vaudra pas le diable.
- Il ne s'agit pas de ce que tu crois : ce que je vais te lire est tout simplement ma lettre, que j'écris à Jane.
- A Jane ! dit Tricket. Ah ! quand donc le Grand Pouvoir qui dispose de moi m'enverra-t-il habiter le cerveau d'un être comme Jane ?
- C'est trop d'ambition pour toi, petit Tricket ; tu n'y gagnerais au reste pas tant que tu crois, car, avec moi, quelque fou que tu sois, tu conserves toujours une certaine supériorité de raison et de science qui me rend sensible à tes remontrances, au lieu qu'avec Jane tu serais si peu de chose ! Esprit fantasque, tu règnes ici, contente-toi de ma société.
- C'est bon, c'est bon, dit Tricket, mais je ne puis sans soupirer me rappeler Jane aux cheveux noirs, au long regard, à la voix douce, au sourire caressant ; cette créature n'est pas de la même argile que vous, ma chère.
- Aussi, Tricket, mon amitié pour elle est une sorte de culte. Mais écoute ma lettre et sache auparavant que Jane m'ordonna un jour de lui écrire un gros volume sur tel sujet qui me plaisait. Je commençai. Je n'achevai pas.
- C'est pour ne pas changer d'habitude, dit Tricket.
- Sans doute ; maintenant, je tâche d'éluder sa demande, en lui soumettant toutes les difficultés qu'entraîne son exécution. »

 

 2249688-aac8a16fa82bbd20b927e5d7de292bc4.jpg
George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Hugh Grant als Chopin en Judy Davis als George Sand in de film „Impromptu“ uit 1991

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Christian Morgenstern, Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 2249349-bf06ee4d51a7261a9e7f0d7483e7246e.jpg
Sommernacht am Rhein door Christian Eduard Böttcher, 1862

 

 

Sommernacht im Hochwald

Im Hochwald sonngesegnet
hat's lange nicht geregnet.

Doch schaffen sich die Bäume
dort ihre Regenträume.

Die Espen und die Erlen -
sie prickeln und sie perlen.

Das ist ein Sprühn und Klopfen
als wie von tausend Tropfen.

Die Lärchen und die Birken -
sie fühlen flugs es wirken.

Die Fichten und die Föhren -
sie lassen sich betören!

Der Wind weht kühl und leise.
Die Sterne stehn im Kreise.

Die Espen und die Erlen:
sie schaudern tausend Perlen...

 

 2249349-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

 

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Ars Poetica?

I have always aspired to a more spacious form
that would be free from the claims of poetry or prose
and would let us understand each other without exposing
the author or reader to sublime agonies.

In the very essence of poetry there is something indecent:
a thing is brought forth which we didn’t know we had in us,
so we blink our eyes, as if a tiger had sprung out
and stood in the light, lashing his tail.

That’s why poetry is rightly said to be dictated by a daimonion,
though it’s an exaggeration to maintain that he must be an angel.
It’s hard to guess where that pride of poets comes from,
when so often they’re put to shame by the disclosure of their frailty.

What reasonable man would like to be a city of demons,
who behave as if they were at home, speak in many tongues,
and who, not satisfied with stealing his lips or hand,
work at changing his destiny for their convenience?

It’s true that what is morbid is highly valued today,
and so you may think that I am only joking
or that I’ve devised just one more means
of praising Art with the help of irony.

There was a time when only wise books were read,
helping us to bear our pain and misery.
This, after all, is not quite the same
as leafing through a thousand works fresh from psychiatric clinics.

And yet the world is different from what it seems to be
and we are other than how we see ourselves in our ravings.
People therefore preserve silent integrity,
thus earning the respect of their relatives and neighbors.

The purpose of poetry is to remind us
how difficult it is to remain just one person,
for our house is open, there are no keys in the doors,
and invisible guests come in and out at will.

What I'm saying here is not, I agree, poetry,
as poems should be written rarely and reluctantly,
under unbearable duress and only with the hope
that good spirits, not evil ones, choose us for their instrument.

 

Vertaald door Czeslaw Milosz en Lillian Vallee

 

 2249349-e4c8fd43ccc1bee278751b4bdf6b9f39.jpg
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)
Geboortehuis – museum Czeslaw Milosz in Šateniai

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.

Uit: Neujahr=

“Ihm tun die Beine weh. An der Unterseite, wo Muskeln liegen, die man selten beansprucht und deren Namen er vergessen hat. Bei jedem Tritt stoßen seine Zehen an das Innenfutter der Turnschuhe, die fürs Joggen, nicht fürs Radfahren gemacht sind. Die billige Radlerhose schützt nicht ausreichend vor dem Scheuern, Henning hat kein Wasser dabei, und das Fahrrad ist definitiv zu schwer. Dafür ist die Temperatur fast perfekt. Die Sonne steht weiß am Himmel, brennt aber nicht. Säße Henning auf einem Liegestuhl im Windschatten, würde ihm warm werden. Liefe er am Meer entlang, würde er eine Jacke überziehen. Radfahren ist pure Entspannung, beim Radfahren erholt er sich, auf dem Rad ist er mit sich selbst allein. Eine schmale Schneise zwischen Beruf und Familie. Die Kinder sind zwei und vier. Der Wind sorgt dafür, dass er nicht schwitzt. Der Wind ist heftig heute, eigentlich zu heftig. Theresa hat schon beim Frühstück zu klagen begonnen, sie klagt gern über das Wetter und meint es nicht böse, ihn nervt es trotzdem. Zu wann, zu kalt, zu feucht, zu trocken. Heute zu windig. Man kann nicht mit den Kindern raus. Den ganzen Tag im Haus bleiben müssen, dafür fährt man doch nicht in die Sonne. Es war Henning, der auf diesem Urlaub bestanden hat. Sie hätten Weihnachten zu Hause feiern können, günstig und gemütlich in ihrer großen Göttinger Wohnung. Sie hätten Freunde besuchen können oder sich im Centerpark einmieten. Aber dann wollte Henning plötzlich nach Lanzarote. Abend für Abend surfte er durchs Internet, betrachtete Fotos von weißer Gischt an schwarzen Stränden, von Palmen und Vulkanen und einer Landschaft, die aussah wie das Innere einer Tropfsteinhöhle. Er studierte Tabellen mit Durchschnittstemperaturen und schickte seine Funde an Theresa. Vor allem klickte er sich durch Bilderserien von weißen Villen, die zur Vermietung standen. Eine nach der anderen, Abend für Abend. Immer wurde es spät. Er nahm sich vor, damit aufzuhören und zu Bett zu gehen, und öffnete dann doch die nächste Anzeige. Betrachtete die Fotos, gierig, süchtig, fast so, als suche er ein bestimmtes Haus. Da stehen sie nun, diese Villen, ein gutes Stück von der Straße entfernt, vereinzelt im Campo verstreut. Aus der Ferne gleichen sie weißen Flechten, die sich auf dem dunklen Boden festgesetzt haben. Bei mittlerer Distanz werden sie zu Anordnungen aus verschieden großen Würfeln.“

 

 2249349-7b1a73fe04c09a234a2471b55363bc72.jpg
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

A Girl

Long long ago in the month of September
I met a girl whom I still remember
She was friendly, coy and cool
But went away making me fool

And later on, on some certain day
A similar girl passed on my way
Her eyes reminded me all that happened
My sincerity and the way she threatened

 

 2249349-17cdc429411dc149855491d73e10b702.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

 

DIE SIRENE

Der Jahrmarkt auf dem sonntäglichen Platz
und die Baracke und das Aquarium mit tristen
Plastikalgen und falschen Korallen.
Kopf in der Luft die beschämte Sirene,
Schwester vielleicht von dem, der erzählt.

Doch die Geschichte irrt: von den Sirenen,
welche durch Gottes gerechte Strafe
einst in Ungeheuer verwandelt wurden.

Das Gegenteil ist der Fall: freie Wesen,
sind sie Instrumente der Poesie.
Schlecht ist nur, daß sie nicht existieren.
Verhängnisvoll ist ihre Unmöglichkeit.

 

 

ANTIPOSTKARTE AUS RIO DE JANERIO

Die Motten, Feinde des Bestehenden,
greifen das Eigentum an.
Planeten sind sie, die tödliche Glut
einer hypnotischen Sonne umkreisend.

Die größten Motten, die ich je sah,
blickten mich an mit leidenden Augen,
als sie auf dem Corcovado den Hitzetod starben.

Nicht die Schönheit Ríos war ihnen bestimmt,
sondern Hunger, Schrecken und Folter.

Was sie sehen, ist der sengende Stein
- und die zu Ende gehende Welt.

 

 

Vertaald door Leopold Federmair en Alejandra Rogel Alberdi

 

 2249349-3beb7d56f8f8674b27015aaa5f923777.jpg
José Emilio Pacheco (30 juni 1939 – 26 januari 2014)
Mexico City

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2018 en ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:32 Reageer op dit bericht

Let the Dead Bury their Dead (D.H. Lawrence)

 

Bij de derde zondag na Pinksteren

 

 

 2249368-1270d9a3505c243c88f26792687ebab5.jpg
Jezus op weg naar Jeruzalem door James Tissot, ca. 1896

 

 

 

Let the Dead Bury their Dead

Let the dead go bury their dead
don’t help them.
Let the dead look after the dead
leave them to one another,
don’t serve them.

The dead in their nasty dead hands
have heaps of money,
don’t take it.

The dead in their seething minds
have phosphorescent teeming white words
of putrescent wisdom and sapience that subtly stinks;
don’t ever believe them.

The dead are in myriads, they seem mighty.
They make trains chuff, motor-cars titter, ships lurch,
mills grind on and on,
and keep you in millions at the mills, sightless pale slaves,
pretending these are the mills of God.

It is the great lie of the dead.
The mills of industry are not the mills of God.
And the mills of God grind otherwise, with the winds of life for the mill-stones.
Trust the mills of God, though they grind exceeding small.
But as for the mills of men
don’t be harnessed to them.

The dead give ships and engines, cinema, radio and gramophone,
they send aeroplanes across the sky,
and they say: Now, behold, you are living the great life!
While you listen in, while you watch the film, while you drive the car,
while you read about the air-ship crossing the wild Atlantic
behold, you are living the great life, the stupendous life!

As you know, it is a complete lie.
You are all going dead and corpse-pale
listening in to the lie.
Spit it out.

O cease to listen to the living dead.
They are only greedy for your life!
O cease to labour for the gold-toothed dead,
they are so greedy, yet so helpless if not worked for.
Don’t ever be kind to the smiling, tooth-mouthed dead
don’t ever be kind to the dead
it is pandering to corpses,
the repulsive, living fat dead.

Bury a man gently if he has lain down and died.
But with the walking and talking and conventionally persuasive dead
with bank accounts and insurance policies
don’t sympathise, or you taint the unborn babies.

 

 

 2249368-bc11e75d0fcbe65c4fb4aef97b5a379a.jpg
D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
St Mary's Church in Eastwood, de geboorteplaats van D.H. Lawrence

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 30e juni ook mijn volgende blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 13:32 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten