Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 juli 2019 tot 17 juli 2019

Wout Waanders, Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Tsead Bruinja, Thé Lau, Eelke de Jong, Alie Smeding, Donald Davie

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 

 2253670-16648b68d29d598cb5157fc826c824d6.jpg
Vierdaagse wandelaars door Ingrid Claessen, 2013

 

 

‘s nachts de was

achter het raampje van de wasmachine
zie ik een hoodie, trui, spijkerbroek,
roze rok, ondershirt, wandelsok,
een partyblouse en een uniform,
een overhemd met een vlek
van lippenstift.

alles draait,
wordt helder en zacht.

van technofeest tot loopafstand
en alles wat daar tussen zit,
alle stoffen van de stad
komen samen op een rotonde in de nacht
en niemand volgt een wasvoorschrift.

 

 

 2253670-60e517f45d2b437b3536021b4662652c.jpg
Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)
Vierdaagse wandelaars op Roze Woensdag (de dag van Wijchen)

 

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Warum wir zusammen sind

“Wie eine große Träne, die aus dem Winterhimmel gefallen war, lag die Kunsteisbahn vor ihr. Es war der letzte Tag des Jahres. Als Irma eintraf, zogen gerade noch einige Jugendliche ihre Runden, während die Eisreinigungsmaschine am Rand des Feldes bereits wartete. Nur noch wenige Stunden
trennte sie vom nächsten Jahrtausend. Seit Wochen waren die Zeitungen voll von Weltuntergangsängsten, verbreitet von Sektenanhängern im Schwarzwald und neurotischen
Durchschnittsbürgern, von all den Bangen, Verzagten, Aufgeregten und Paranoikern, die sich Erlösung erhofften.
Auch Geschäftemacher witterten ihre Stunde und boten Kreuze aus Plexiglas feil, Leuchtreklamen gegen die Angst vor der Apokalypse, und gerne wurde die Bibel zitiert: »Und da geschah ein großes Erdbeben, und die Sonne wurde finster wie ein schwarzer Sack, und der ganze Mond wurde wie
Blut, und die Sterne des Himmels fielen auf die Erde.«
Die Spekulanten, Banker und Börsianer fürchteten sich dagegen vor dem weltweiten Ausfall der Computer. Auch Irmas Freundin Bea, die bei einem Lokalsender arbeitete, sagte einen Zusammenbruch der Kommunikationsnetze voraus, was Marc für unwahrscheinlich hielt. Die Nachbarn horteten Vorräte an stillem Wasser und Benzin, weil für den Tag danach ein Zusammenbruch der Wasser- und Treibstoffversorgung vorausgesagt wurde. Hochschwangere gingen die Treppen rauf und runter, um ein Millenniumskind zu gebären.
Irma war allein. Sie bereute es, Marc nicht in seinem Büro abgeholt zu haben, denn er war noch immer nicht da. Es war nicht das erste Mal, dass sie auf ihn wartete. Sie setzte sich auf die Bande der Eisbahn und schaute der ruhig kreisenden Maschine zu. Welche Entschuldigung er wohl diesmal hatte?
Sie ärgerte sich, aber sie wollte ihm keine Vorhaltungen machen, nicht hier und vor den Freunden, die bald eintreffen würden. Sie schnallte sich die Schlittschuhe um und glitt mit einem leichten Beinschwung aufs Eis. Wenn das Vorankommen doch immer so mühelos wäre! Aber hatte sie bis
jetzt nicht die richtigen Entscheidungen getroffen? Den schüchternen Architekturstudenten Marc geheiratet, ein Kind bekommen, ihre Karriere als Romanistin an der Uni abgebrochen, um Übersetzerin zu werden. Und richtig war auch gewesen, dass sie sich die Idee zu dieser besonderen Silvesterfeier von Alice nicht hatte ausreden lassen.
In diesem Augenblick tauchte Matti, ihr achtjähriger Sohn, an der Hand seiner Großmutter am Rand des Eisfeldes auf und rief nach ihr.“

 

 2253670-c7b557a9ae403ffc79c9228c4b7ac8fd.jpg
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog

Uit: De redding van de Saragossazee (Vertaald door J.F. Vogelaar)

"Denk je dat ik van alles afzie, zei de hekst. Ze richtte zich op, het leek alsof ze met de rechterarm op een golf steunde. Als ik tegen de zon in moet kijken kan ik je ogen niet zien, zei de jongeman, maar in je woorden bespeur ik iets van teleurstelling. De heks zweeg. Affaires stel ik mij zo voor, zei de jongeman, ben je daarom vrijwillig heks geworden? Ieder kiest wat hij wordt, zei de heks, wist je dat niet? De zon stond nu gunstiger, de jongeman zag hoe de heks het haar als een zeil in de wind of als een roer in de golven hing.
Een sprookje zonder trompetten dat is toch niets, zei de rode walvis. We zullen lang moeten zwemmen, zei de ander. Hij blies een fontein de hoogte in en zweeg. Ook ik heb een tijdlang overwogen de weg over land te nemen, zei de rode walvis. Vergeet niet, zei de ander, dat ons oponthoud ons van pas zal komen. De Saragossazee is onveilig, zei de rode walvis, we kunnen ons in de diepgang vergissen. We mogen onszelf later niets te verwijten hebben, zei de groene walvis, kom laten we gaan zwemmen.
Ze waren goed vooruitgekomen, de jongeman zag vliegende vissen en ook leek het schip gevolgd te worden door dolfijnen. Hij zei: trompetten in de lucht, of een kasteel. De soldaten blazen de ophaalbrug op, de held echter, zeven speren in zijn schild, rent ermee dwars door de vijandelijke linies en komt bij de tent van de vijandelijke koning, vervaardigd van witte zijde, met de stompe kant van de speren scheurt hij de tent open, met de rechterhand trekt hij de koningsdochter van haar legerstede, zo werden vroeger slagen gewonnen. Wat zijn nou verhalen, zei de heks. Ik begrijp het, zei de jongeman, jij bent hier om mij te betoveren. Dat geklets over staartvinnen, zei de heks, op de hele weg ben ik nog geen drie zeemeerminnen tegengekomen. Om betoverd te kunnen worden moet je bang zijn of het zelf willen. Geen van beide is zelfs maar in de verste verte het geval, zei de jongeman. De heks strekte haar linker arm en haalde het schip in. Een zwerm vliegende vissen daalde neer, de zon verdween.”

 

 2253670-8b6d022c162b6f9436ae0c3c45443a15.jpg
Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015)

 

 

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Al zijn honden heten fikkie

al zijn honden heten fikkie
behalve onze Astrid
alle ziekten waar ze aan
stierven Kanker

koeien die opgegeven waren
werden beter bij hem
al moest hij er de hele nacht
bij blijven

voor haar kon hij niets anders
doen dan de dokter betalen
en haar naam in
comateuze oren roepen

 

 

Graat

de brug zien
en hem wegdenken

aan de overkant
een wuivende vriend

zonder telefoon
zonder adres

weg als je je omdraait

buigen het water
zien en weg denken

dan vissen nummeren
en opbergen

niet de vriend vergeten
maar meenemen
en begraven

diep in het zand

je door een ander laten dragen

nieuwe vriend kiezen

bruggetje bedenken

 

 

Vier en een half volt legotreintje

vier en een half volt legotreintje
verdwijnt in de groene tunnel
van papier-maché

twee jongensbenen in de lange
blauwe broekspijpen
van een jeans

de moeder als man in uniform
de vader als vrouw thuis

wie speelt voor god
wie kiest het scharnier

hij trekt de stekker uit de houder
en legt zijn tong tegen de polen

vier en een half volt tong
trekt zich terug

in de mond van een tunnel
de tong als mond

praliné

 

 2253670-d37c5fc18c65d0e4cce1245a745ddc40.jpg
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

 

De Nederlandse muzikant en schrijver Thé (Matheus Josephus) Lau werd eboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

“De weg naar het dorp was de fameuze Laan Zonder Einde, waar verscholen achter hoge hekken en hagen de rijken in statige huizen woonden, waarvan de achtertuin direct toegang gaf tot het Grote Bos, dat op zijn beurt doorliep tot in het duingebied. De weg zelf was vrij smal, en pijnbomen kromden zich er als een erehaag overheen. Op dit uur was er nauwelijks verkeer en Robbie, dromerig in de frisse ochtendlucht, minderde gas en reed stapvoets door naar de ingang van het Spaansche Woud, dat eigenlijk geen woud of bos was, maar een reusachtig park, sinds mensenheugenis het Versailles van de enclave. Het was een oase van groen, doorsneden met brede grachten, slootjes, zandlanen en modderige ruiterpaden. Terwijl hij langzaam doorreed leek het alsof het naakte lichaam van Elsa hem volgde. Het ene moment hield ze zich schuil in de struiken langs het pad, dan weer zat ze hoog boven hem gehurkt op een boomtak en even verder rees ze als een goudgelokte nimf op uit het zwarte water van een sloot. Straks, thuis, zou hij haar meteen gaan schetsen. Eerst haar fijne gezicht, dan haar weelderige lichaam Hij kon niet anders dan de film van afgelopen nacht keer op keer afspelen. Het beeld van de bewegingen, en het geluid. Hij zag voor zich hoe ze zich had uitgekleed, hem even een blik had gegund op haar lichaam, in bed was gestapt en het dek voor hem omhoog had gehouden. Hij herinnerde zich hoe ze haar armen om hem heen had geslagen en haar borsten tegen hem had aangedrukt. Door haar handen geleid was hij in haar binnengedrongen. Maar van de vrijpartij die volgde, waarin hij was ontmaagd, kon hij zich weinig herinneren. Het was als de branding: je kijkt een half uur lang in trance naar de golven maar je kunt je er naderhand niet een voor de geest halen.
Robbie passeerde het Ravenhof met zijn reusachtige roodbruine pannendak, en nog steeds vervuld van de ervaring van afgelopen nacht wierp hij een afwezige blik op het statige herenhuis, waaromheen het Spaansche Woud ooit was aangelegd. Zonlicht spikkelde het water van de gracht en vlekte op het pad. Terwijl hij de uitgang naderde begon het beeld van Elsa's gezicht te vervagen en denkend aan de tekening die hij wilde maken gaf Robbie gas.”

 

 2253670-aadca64d4f8b6d1731550ec1b39769d8.jpg
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

 

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook alle tags voor Eelke de Jong op dit blog.

Uit: Paris mon amour

“Deze vriendin woonde bij haar ouders en stond vrijwel niets toe, een kus, de armen om elkaar geslagen, te verwaarlozen gestreel, dat was in grote lijnen alles, om bijvoorbeeld een zoen, waarbij je elkaars tongen probeerde te omstrengelen, de ander in theorie zou kunnen laten stikken door hem in haar keelgat te duwen, moest gevochten worden. Ze had weinig vertrouwen. Dan begon ze vreselijk te hijgen, me weg te duwen, maar wist ik veel.
Op een avond trof ik ergens op het trottoir een Duits meisje, dat wel alles wilde toestaan en zo gezegd zo gedaan op een houten bankje in een plantsoen hier of daar haar vochtige kruisje opzij geduwd en gevingerd.
Een jaar later ontmoette ik in de zomer in Amsterdam een Française, die behoorlijk wat meegaander was als dat meisje uit Versailles. Lerares in Metz was ze, getrouwd maar alleen op reis, schreef gedichten, stuurde me later een met de hand geschreven bundeltje vol romantische klaagliederen, de velletjes met een draadje rode wol aan elkaar genaaid.
Mireille heette ze, dezelfde naam als m'n correspondentievriendin met wie ik niet meer correspondeerde sinds ze een onvriendelijke aanmaning gestuurd had om m'n schuld terug te betalen. Mireille uit Metz leende ik op mijn beurt geld om haar nog wat langer in Amsterdam te kunnen houden, kleine sommetjes, want ik had het niet breed. Ze was ontstellend mager, herinner ik me, wat maar al te pijnlijk was voor onze bekkens. 'k Woonde toen in het huis van een vriend, die met z'n vrouw op reis was naar Parijs, paste tegelijk op de katten, die kort na elkaar twee nesten wierpen. Op laten ruimen door de dierenbescherming. Kort daarop verloor de ene kat, die nog dagen naar haar jongen bleef zoeken, al heur haar. Toen m'n vriend en z'n vrouw terugkwamen was ze kaal met uitzondering van wat franje onder de buik, en kwam om van de kou.
Een andere keer was ik met iemand, aan wie ik me graag had willen uitleveren, wat niet wederkerig was, in Parijs. We sliepen in twee bedden, een verloren weekend vol vergeefse toenaderingspogingen en te weinig geld om er nog iets leuks van te maken. Zelfs niet genoeg om het hotel te betalen, zodat we met achterlating van een deel van de bagage moesten vluchten.”

 

 2253670-872a0d2cbe72b8232db921ee6976dd89.jpg
Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)
Rijk de Gooijer, Peter van Straaten en Eelke de Jong in 1980

 

 

De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Zie ook alle tags voor Alie Smeding op dit blog.

Uit: Liefde

“Op handen en voeten schuifelt de kleine Lied Ulen over de zachte zanderige grond van de verwilderde boschtuin. Ze likt aan een groene eikel en probeert de gladde bast van een wilde kastanje af te pellen, maar dat lukt haar niet. Met veel moeite wurmt ze zich door een gat in dik prikkerig gebladerte heen en kijkt van dichtbij een wit dier in de oogen, en tuurt naar het hooge witte huisje, waar de duiven wonen. Er staan mannen op een veld en er loopen paar-den en er is een vrouw met een bandjesmuts. De mannen bij de paarden zeggen. ,.. .. ruzie ... daor gunder hebt ze weer ruzie." Lied Ulen brabbelt dat na. „L-lusle." Het is een bekend woord' Ze probeert het ook goed te zeggen: .,R-ru-ru-sie " In-eens roept ze het zoo hard en duidelijk over het land heen of Vader het haar voorzegt: ..R-ruziet R-ruzie!" De mannen bij de paarden lachen. Maar de vrouw met de bandjesmuts lacht niet. „A-ah meen hef poesenelleken, kom mit." Een paar han-den tillen haar door het gat in de bladeren. En Lied vergeet de vrouw met de bandjesmuts al gauw. Ze zuigt op een gal-appeltje, en speelt een beetje met de zaadballetjes van de wilde komkom-mer. Dan zit ze ook weer voor het huls, op de groote steen, bij het hek. Binnen-in het huis is de ruzie en de ruzie schreeuwt hard achter de open ramen. „Vade", roept Lied klagelijk, „Moeder Ze zet de voeten vaster neer op de grond. „R-ruzie", zegt ze, „r-ruzie!" En dan ineens is Vader er. Lied kijkt naar hem op en ze kent hem. Ze ziet toch alleen maar zijn jas met de ruitjes, het blinkende balletje aan zijn horlogeketting, zijn snorharen die als twee zachte veertjes boven zijn tanden hangen en het witachtige van zijn gezicht Uitnoodigend slaat ze met haar hand op de leege helft van de steen. „Vade." Zij zegt: „Vade." En Moeder zegt: „Man.- En zij zegt ook wel. „Vade-man " Maar hij komt niet bij haar zitten Hij veegt met zijn zak-doek haar gezicht af „Dag hart." Het maakt een boel geluid als hij het hek dicht doet. Dan loopt hij op het pad. „Dag hermelijntjer Ze drukt haar ge-zicht zoo ver mogelijk tusschen de hekspijlen door: „Dag Vade-mant" En in de bladeren ergens roept Vader: „Dag hermelijntje! Dag hermelijnr Ze staat ook voor het keukenraam Moeder wascht borden en kopjes af en alles wat Moeder af-wascht geeft een schreeuw. „Moeder, roept ze, „Moeder En ze kijkt naar haar op en ze kent haar. Ze ziet dan toch alleen maar de streepjes in haar schort, het glazen hondje onder haar kin, de blin-kende spelden in haar krullend haar en het zoet-achtige rood in haar wangen. „Moede! Wede! Weder' En Moeder zegt hard achter de ruiten:
.,Stil." Dat is of er een eetbord aan stukken valt. Lied stapt achteruit in een kuil en valt op de grond en huilt. Maar Moeder komt niet bij haar om over de zeere plek heen te strijken en haar op te tillen. De eetbordjes schreeuwen harder dan zij zelf.”

 

 2253670-b07dc387b02a4beb6161660bf6360c7f.jpg
Alie Smeding (17 juli 1890 – 5 juli 1938)
Enkhuizen

 

 

De Engelse dichter en criticus Donald Alfred Davie werd geboren op 17 juli 1922 in Barnsley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Donald Davie op dit blog.

 

The Nonconformist

X, whom society's most mild command,
For instance evening dress, infuriates,
In art is seen confusingly to stand
For disciplined conformity, with Yeats.

Taxed to explain what this resentment is
He feels for small proprieties, it comes,
He likes to think, from old enormities
And keeps the faith with famous martyrdoms.

Yet it is likely, if indeed the crimes
His fathers suffered rankle in his blood,
That he find least excusable the times
When they acceded, not when they withstood.

How else explain this bloody-minded bent
To kick against the prickings of the norm;
When to conform is easy, to dissent;
And when it is most difficult, conform?

 

 

No Epitaph

No moss nor mottle stains
My parents' unmarked grave;
My word on them remains
Stouter than stone, you told me.

"Martyred to words", you have thought,
Should be your epitaph;
At other times you fought
My self-reproaches down.

Though bitterly once or twice
You have reproached me with how
Everything ended in words,
We both know better now:

You understand, I shall not
If I survive you care
To raise a headstone for
You I have carved on air.

 

 2253670-4d67ede5406a3baa6336fc6da9348be5.jpg
Donald Davie (17 juli 1922 – 18 september 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2018 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Thijs Zonneveld, Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Tony Kushner, Anita Brookner, Jörg Fauser, William Irwin Thompson, Andrea Wolfmayr

 

Bij de Tour de France

 

 2253488-6481d9655c4730d8a8d6e7c17526cdd5.jpg
Sven Kramer bij een training op de fiets

 

Uit: Wilco Kelderman bestaat niet: en andere wielerverhalen (Sven de wielrenner)

“Mijn dijbenen stonden in de fik. Mijn kuiten ontploften. En ik zweer dat ik mijn longblaasjes hoorde knappen, één voor één. Als ik nog adem had gehad, dan zou ik hebben gehuild om mijn moeder. Van de Milka-koeien en de klaterende beekjes om me heen kreeg ik niets mee: het enige wat ik zag waren de malende benen en de enorme reet voor me. Het leek zo'n goed idee, een keertje met Sven Kramer meetrainen in de aanloop naar de Olympische Spelen van Vancouver. Maar toen ik eenmaal in Zwitserland achter hem aan tegen een berg op fietste, wist ik niet meer waarom. En mijn lichaam al helemaal niet. Eenmaal terug in het hotel vroeg ik hem waarom hij in godsnaam niet ging wielrennen. Al was het maar om te bewijzen dat hij meer kon zijn dan koning van een sport die alleen groot is in Nederland. Hij moest erom lachen. Nou ja, een beetje dan. Want zo'n gek plan was het ook weer niet. 'Misschien stop ik wel met schaatsen als ik straks drie gouden medailles win in Vancouver. En áls ik ooit stop met schaatsen,' zei hij, 'dan ga ik wielrennen.' Het is nu vier jaar later. Sven Kramer heeft geen drie gouden medailles gewonnen in Vancouver. Hij bleef steken op één - dankzij een mislukte ploegenachtervolging en een verkeerde wissel. En Kramer is in de afgelopen vier jaar geen wielrenner geworden. Hij kwakkelde in het na-olympisch jaar met zijn rug en een dijbeenblessure, nam een sabbatical en besteedde de jaren daarna aan zijn comeback op het ijs. Een overstap naar de fiets is er nooit gekomen. Het had ook anders gekund. Hij heeft talent zat - óók als wielrenner. Er bestaat een foto uit 2004 met daarop het podium van het NK Tijdrijden voor junioren. Op het hoogste treetje staat Robert Gesink. Links naast hem staat de zeventienjarige Sven Kramer, die is gestrand op een paar seconden van Gesink. Later zou Kramer daarover zeggen:

 

 2253488-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook alle tags voor Reinaldo Arenas op dit blog.

Uit: The Color of Summer (Vertaald door Andrew Hurley)

“Delfín Proust:
Where it should be you that grows
a mahogany tree spreads its wide boughs ...
I grow old ...
No longer am I the master of my fear and of the city;
I do as I am told.
Conquered are we all; a baleful light claims victory.
And we all grow old.
Of course, to console me there's always this:
all that you are giving up, I can enjoy on the Hill of the Cross
where it should be you that grows.
Come back, and I'll take you personally to Tina Parecía Mirruz.
Delfín Proust tosses a mahogany-tree seed to Avellaneda, and it falls between her breasts. Avellaneda picks out the seed, gazes upon it sadly, and throws it into the sea. Immediately she becomes animated again.
Avellaneda:
From Betis harbor
along the shore
my little ship
sails free.
Rotten eggs
and mahogany seeds
shall never, ever
deflect me
from my chosen course.
So row, row, kindly oarsman,
for the morning
sun doth rise.
And I hie me to other shores.
The sound of barking is heard. A bulldog appears, walking on its two hind legs with the aid of a huge walking stick. This is the famous Nicolás Guillotina, poet laureate of Cuba, who flaps his enormous ears and shakes his walking stick threateningly at the fleeing poetess.

Nicolas Guillotina: (to a tune from Gilbert and Sullivan)
Flee this Island thou shalt not!
The Party, Miss Smarty, calls the shots,
and the Party has decided
that here with us thou shalt abide!
Ta-ra-ra, thou shalt not!
For the Party calls the shots.
Flee this land thou surely shalt not.
Here with us thou must remain.
Thou'rt a woman old and vain
and death on the high seas surely fear,
so let me whisper in thy ear:
Ta-ra-ra, thou shalt not!
For the Party calls the shots.
Flee this land thou surely shalt not.
If I must bide here and flee not
because the Party calls the shots,
what makes you think that you're so grand, eh?
What's sauce for the goose is sauce for the gander!
Ta-ra-ra, thou shalt not!
For the Party calls the shots!
Flee this !and thou most surely, most su-u-u-re-ly—shalt NOT!

 

 2253488-e64a36090f41dce1818aea60eff2b09b.jpg
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)
Calvin Griffin (l) als revolutionaire ambtenaar Victor and Elliot Madore (r) als Reinaldo Arenas in de opera “Before Night Falls“, 2017

 

 

De Belgische dichter en schrijver Georges Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855. Zie ook alle tags voor Georges Rodenbach op dit blog.

 

Dans l'air fraîchi, venant d'où...

Dans l'air fraîchi, venant d'où, déclose comment ?
Vers moi, par la fenêtre ouverte, une musique
Déferle à petites vagues si tristement.
Elle me fait à l'âme un mal presque physique.

Confuse comme un songe... est-ce d'un piano,
Est-ce d'un violon méconnu qui s'afflige
Ou d'une voix humaine en élans comme une eau
D'un jet d'eau qui s'effeuille en larmes sur sa tige.

Ah ! La musique triste en route dans le soir,
Qui voyage en fumée, en rubans, qui sinue
En forme de ruisseaux pauvres dans l'ombre nue,
Et trace de muets signes sur le ciel noir

Où l'on peut suivre et lire un peu sa destinée
Dont les lignes du son tracent la preuve innée,
Chiromancie éparse, oracle instrumental !

Puis s'embrouille dans l'air la musique en partance,
Eteignant peu à peu ses plaintes de cristal
Qu'on s'obstine à poursuivre aux confins du silence.

 

 

Dans le silence et dans le soir de la maison

Dans le silence et dans le soir de la maison
A retenti le carillon de la pendule.
On ne sait si joyeux ou triste, un air ondule :
Tantôt le chapelet de l'heure en oraison ;

Puis ce semble un oiseau si peu viable et frêle
Qui se baigne et qui joue avec des perles d'eau ;
Puis du verre qui pleut mêlé de fer qui grêle ;
Etincelles de bruit sous un vague marteau,

Musique d'une noce au retour, clopinante
Qui monte un escalier tournant, et disparaît ;
Bruit de verres choqués, cristal qui se lamente,
Grelots de la folie - oh ! Valses, vin clairet,

Carnaval fatigué de danses enragées
Qui s'en revient vidé d'argent et de raison
Et qui laisse dégringoler dans la maison
Ses derniers confetti, des sous et des dragées.

 

 2253488-314c6b7b2a73e4f82e20643e9af2eab0.jpg
Georges Rodenbach (16 juli 1855 – 25 december 1898)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Tony Kushner werd geboren op 16 juli 1956 in New York. Zie ook alle tags voor Tony Kushner op dit blog.

Uit: Angels in America

“The next day. Joe in his office at the courthouse in Brooklyn. He sits dejectedly at his desk. Prior and Belize enter the corridor outside.
PRIOR (Whisper): That's his office.
BELIZE (Whisper): This is stupid.
PRIOR (Whisper): Go home if you're chicken.
BELIZE: You're the one who should be home.
PRIOR: I have a hobby now: haunting people. Fuck home. You wait here. I want to meet my replacement.
(Prior goes to Joe's door, opens it, steps in.)
PRIOR: Oh.
JOE: Yes, can I—
PRIOR: You look just like the dummy. She's right.
JOE: Who's right?
PRIOR: Your wife.
(Pause.)
JOE: What? Do you know my—
PRIOR: NO.
JOE: You said my wife.
PRIOR: No I didn't.
JOE: Yes you did.
PRIOR: You misheard. I'm a Prophet.
JOE: What?
PRIOR: PROPHET PROPHET I PROPHESY I HAVE SIGHT I SEE.
What do you do?
(Joe comes out of his office.)
BELIZE: Run! Run!
JOE: Wait!
(They're cornered by Joe. Belize averts his face, masking his mouth and chin with his scalf)
JOE: What game are you playing, this is a federal courthouse. You said . . . something about my wife. Now what .. . How do you know my—
PRIOR: I'm ... Nothing. I'm a mental patient. He's my nurse.
BELIZE: Not his nurse, I'm not a n—
PRIOR: We're here because my will is being contested. Um, what is that called, when they challenge your will?
JOE: Competency? But this is an appellate court.
PRIOR: And I am appealing to anyone, anyone in the universe, who will listen to me for some . . . Charity . . . Some people are so ... greedy, such pigs, they have everything, health, everything, and still they want more.”

 

 2253488-4ac761e80066cfb72d31e230c6450b0f.jpg
Tony Kushner (New York, 16 juli 1956)
Scene uit een opvoering in New York, 2018

 

 

De Engelse schrijfster en historica Anita Brookner werd geboren op 16 juli 1928 in Herne Hill, een voorstad van Londen. Zie ook alle tags voor Anita Brookner op dit blog.

Uit: The Next Big Thing

“Herz had a dream which, when he awoke into a night that was still black, left him excited and impressed. He dreamed that he had received a call from his cousin, Fanny Bauer, the love of his life. He was to take her to the cinema, she ordained. Eager to conform to her wishes, as he always had been, he shrugged on his coat, and within seconds was elsewhere, as was the norm in dreams of wish-fulfilment. Although it was a weekday afternoon the cinema was so crowded that they had to stand at the back of the auditorium. Fanny was as he had always known her and still remembered her: petulant, with the petulance of a spoilt pretty woman, demanding and discontented. Shortly after the beginning of the film she had clutched his arm and declared that she felt unwell. Again, without transition, they found themselves in the vast café that was part of the cinema complex. Fanny had recovered somewhat but looked uncharacteristically dishevelled, with a large camel-hair coat slung over her shoulders. He was conscious of retaining his eager smile, but felt discomfited. This feeling had something to do with the coat, which he recognized as his own, the coat he should have been wearing. He had no memory of having offered it to her. The coat, and Fanny's malaise, remained closely associated in his mind. It was only when he understood that it was he who had been taken ill that the dream attained its peak of significance. Ailing, smiling, he had offered her his remaining health and strength, and she, not in the least grateful, had carelessly dispossessed him, not noticing that she had done so. This was so akin to their real life association that, if anything, his newly-awakened self was conscious of its reality. Brought back to himself he was aware of the smile — of complicity, of acquiescence — directed to the corners of the dark bedroom. Only the relentless ticking of his clock informed him that he had woken up, that this would soon be a new day, all too closely resembling the others, the normal days of his present existence, in which nothing happened nor could be expected to happen.
He had not seen her for thirty years. In the dream they were both young and she was still unmarried, before Nyon, before Mellerio, before his own family had come to England. It was his longing that had made him feel close to her, since he thought about her so often and so much that there seemed to be no distance between them. This longing extended to her parents, whom he preferred to his own. He knew that his own parents were socially inferior, although he suspected that morally they had the upper hand. His mother had never forgiven her sister for marrying out, though by no means observant in her own right. His father, a modest man, deferred to his brother-in-law without ever feeling entirely comfortable in his presence. Yet it was this brother-in-law, Hubertus, who had guaranteed them safe passage out of Berlin. Their house, one of those chic villas that Hubertus was so good at constructing, had all the charm of a more carefree establishment, an hotel, for example, or some kind of resort.”

 

 2253488-57c1f6c46eae0b574e3e5906e0683bf0.jpg
Anita Brookner (16 juli 1928 – 10 maart 2016)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook alle tags voor Jörg Fauser op dit blog.

Uit: Rohstoff

„Er hielt mir einen kurzen Vortrag über die Wirkungen von Rohopium. Was er sagte, stimmte im großen und ganzen, auch wenn er es nicht aus eigener Erfahrung wußte. Er hatte immer die sauberen Sachen gehabt, aber er war natürlich dabeigewesen, wenn den Opiumfans die Leber aus dem Mund geflatscht kam. Es wurde allmählich dunkel im Zimmer, aber er machte noch kein Licht. Er erzählte mir in Kurzform, was er über Apomorphin wußte, mit dem er es unter der Aufsicht eines englischen Arztes namens Dent nach fünfzehn Jahren geschafft hatte, die Stoffwechselkrankheit Sucht zu besiegen. »Der gute Doktor weilt ja leider nicht mehr unter den Lebenden«, sagte Burroughs, stand auf und machte frischen Nescaf6, »aber seine beiden Nurses praktizieren noch. Wenn Sie wollen, kann ich Ihnen die Adressen geben. Und dann haben wir noch einen Doktor in Frankreich, der die Apomorphin-Kur macht, und einen in der Schweiz.« Er suchte mir die Adressen raus und bemerkte, daß ich das einzige Bild im Zimmer fasziniert betrachtete. Auf den ersten Blick war es nur eine wilde Farbanordnung um einen Schriftzug, aber wenn man länger hinsah, entdeckte man seltsame Rhythmen und Strukturen, die alle den Schriftzug variierten. »Das ist von Brion Gysin, dem Maler und Cut-up-Kollaborateur«, erklärte Burroughs. »Sie sollten das mal ansehen, wenn Sie ein psychedelisches Mittel eingenommen haben — obwohl ich manchem auch davon abraten muß. Für viele Zeitgenossen ist es besser, wenn die Türen geschlossen bleiben.« »Dann würden Sie auch nicht jedem Cut-up empfehlen?« Er schenkte mir wieder ein sparsames wölfisches Lächeln. »Nun, junger Mann, der eine verträgt einen Löffel Rohopium, und der andere fällt um, wenn er gegen Pocken geimpft wird. Sind Sie Schriftsteller? Ich will ja nicht indiskret sein, aber wie ein Reporter sehen Sie für mich nicht aus.« Ich erklärte ihm, daß ich hoffte, bald zu veröffentlichen, und zwar in dem Verlag, für den Lou Schneider arbeitete. »Ach ja? Interessant.« Er verschwand im Nebenzimmer, kam aber im nächsten Moment wieder und drückte mir eine in braunes Packpapier gebundene Broschüre im Zeitschriftenformat in die Hand: William S. Burroughs: APO-33 Bulletin. Der Untertitel lautete: A Report On The Synthesis Of The Apomorphine Formula.

 

 2253488-48cbc2fdf337c597c145c86185d85a10.jpg
Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)

 

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Nightwatch

Call this night catacomb,
this chosen work,
broken sacrament.
Babel's gift of tongues,
poetry breaks the sky apart.

So to Hell with art,
tomorrow I will start
undamnably to Him alone.
(Can I make the tongue bend
dumbly as knees
and make an altar rail of brutal teeth?)

Once
with broken open mouth
blundering like his eyes,
Saul crumbled from his beast,
re-covering light.

 

 

Childbirth

Over the bones were the nerves
Brittle six years ago stretched
On strings of the Ninth Quartet.
The still room hardly began
When space intruded with stars
As viciously beautiful eyes
Mocked what I thought was myself.

Now it is five in the morning
Of years and a continent crossed.
Becoming whatever I am
Involves still the labor of time.
But tonight my wife and a child
Labor their equal becoming.
Wife, bearing mortality, child.
Into this darkness you have come
Like the face undiminished by stars.
Lessened of weight. you grow light
As the morning windows succumb.
Evan. as you fall into life.
Remember your name is a rhyme.

 

 2253488-312e6885b311bec3ef9fc0a4e816e87f.jpg
William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en politica Andrea Wolfmayr werd geboren op 16 juli 1953 in Gleisdorf. Zie ook alle tags voor Andrea Wolfmayr op dit blog.

Uit: Spielräume

„Ich les einen Roman von Knut Hamsun, einen Roman über die Ehe einer jungen Frau, die nicht zu Haus bei den Kindern bleiben will, die sich selbstverständlich alle Freiheit nimmt, die sie braucht, die einen Mann hat, der still und stark und Geschäftsmann ist und ihr alle Freiheit läßt, weil er sie liebt und weil er hofft, daß sie einmal zu ihm zurückkehren wird. Aber die Ehe zerbricht, und ihr hilft ihre Freiheit nicht mehr, weil der andere Mann, den sie liebt, sie verläßt, und sie hat alle Sicherheit verloren und will zurück zu ihrem Mann, aber der will sie nun auch nicht mehr. Doch sie finden einander wieder, und ihre Beziehung wird zu einer «richtigen» Ehe, sie will nichts mehr von ihren früheren Künstlerfreunden wissen, sie lebt nur mehr für ihren Mann und ihre Kinder, und alle sind sie glücklich.
Und ich les das und weiß: Es geht nicht, es stimmt nicht, so kann ich nicht leben, ich kann nicht nur für Mann und Kinder dasein. Aber etwas wird spürbar von so großer Liebe und starker Zuneigung, daß ich weiß, er hat recht, der Hamsun, er hat ja so recht, ich brauch das, jeder braucht das, und ich bekomm solche Sehnsucht, daß ich gleich nach Hause laufen möchte zu meinem Mann, daß ich bei ihm sein und ihn festhalten mischte und ihm sagen, daß ich nie wieder weggehen will. Er ist doch mein Mann, denk ich, wir sind verheiratet, ich möcht mein Leben lang immer nur mit ihm zusammen sein, ich hab nie etwas anderes erwartet; wir werden immer zusammen sein, das glaub ich auch jetzt noch, aber ich denk, daß es unmöglich geworden ist, durch meine Schuld ist es unmöglich geworden. Ich hab doch gewußt, was ich tu, ich hab doch gewußt, daß ich alles aufs Spiel setz. Ich hab ihn geheiratet, und ich hab gewußt, was ich tu, ein Leben lang, hab ich gedacht, mein Mann, ich bin seine Frau, nur seine Frau, hab ich gedacht. Ich wein bei jeder Gelegenheit, ich kann nicht anders. Ich hab geträumt, daß meine Tante aufgetreten ist in einem Flamencorock und mit gestepptem Chinesenjackerl, in einem deprimierenden Rotlilaviolett und großblumig, alles weit und häßlich und faltig, und etwas ist da wie von schwarzen Vögeln und dunklen Wolken, und dann wach ich auf ... Im Hintergrund meines Traums andauernd Werbung, der Ö 3-Wecker ist eingeschaltet, wie immer, wenn ich bei Hans schlaf. Ich hör ihn telefonieren, er redet über die Sitzung, an der wir gestern teilgenommen haben, über die weiter zu unternehmenden Schritte; es macht mich müde, ich will nichts hören, ich verkriech mich in die Decke.“

 2253488-4e8f51ca82afd52bc08600c2d5dbd0ee.jpg
Andrea Wolfmayr (Gleisdorf, 16 juli 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten