Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 juli 2019 tot 26 juli 2019

Albert Verwey, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 

 2255866-d030b6ea3e59073bd3340d2dc03ca75a.jpg
Heatwave 1 door Fred Coppin, z.j.

 

 

Baders hartewens

Dwars door de tuinen
Van roos en ranken
Zich
‘t pad te banen,
Dan door de lanen
Van zand en dennen
Vluchtig te rennen
Tot waar de kruinen
Van hoge duinen
In
‘t blauwe blanken
En zo te naderen
Met zwellende aderen
In laatste loop
De harde golven
En, overdolven,
Hun koele doop.



2255866-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg

Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937)
Zomer in het Vondelpark in Amsterdam, de geboorteplaats van Albert Verwey

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Kolja

“Dit is een van de voordelen van mijn gebrek, woorden waar je niet aan wilt, sluit je moeiteloos buiten.
Van allen was Sofronov de enige die ik herkende.
‘Aljosja!’ riep ik, verbaasd hem voor de deur te vinden in plaats van binnen bij zijn meester, maar in alle verwarring ging mijn stem verloren.
Vreselijk zag hij eruit. Hij was nog geen tien jaar ouder dan ik, maar deze ochtend oogde hij als een oude man, gebogen, zo goed als bezweken, leek het, onder zijn verlies en de worsteling van de afgelopen dagen.
Pas toen ik hem bij de arm greep, keerde er wat leven in hem terug.
‘Och nee toch, Nikolaj Hermanovitsj!’
Een paar tellen keek hij mij alleen maar aan, alsof hij eerst nog moest bevatten dat het leven ons werkelijk tot dit punt had gebracht.
‘Kunnen we niet naar binnen?’ vroeg ik, want woorden vang ik het snelst in rust.
Hij schudde zijn hoofd en begon te huilen.
‘Ze willen er niemand bij. Ze staan erop.’
‘Wie?’
‘In de kleine salon ligt hij. Op het Ottomaanse bankje. Daar is het ook gebeurd. Vanmorgen, iets over drieën. Ik wil er niet aan denken. Dat hij daar nu zo ligt. Terwijl ze bezig zijn.’
‘Wie in godsnaam? Waar zijn ze mee bezig?’
‘Met de ontsmetting. De Commissie van gezondheid.’
‘Dus het was cholera?’
Opnieuw keek Sofronov mij aan.
Zijn blik bleef leeg alsof hij mijn vraag niet had begrepen.
‘Ze volgen de procedure.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Mijnheer Modest heeft ze ontboden.’
Ik keek rond of die ook ergens in de menigte stond.
‘Hij is nog boven. Mijnheer wil zo dicht mogelijk bij zijn broer blijven en heeft zich op zijn kamer opgesloten. Dat had ik ook moeten doen. Ik had bij hem moeten blijven, jawel, na al die jaren, ik had bij hem moeten blijven! Maar als iemand mij stuurt, dan ga ik, dat ben ik zo gewend.’ Met de rug van zijn hand droogde hij zijn wangen. ‘Hierbuiten lijkt alles nog erger dan wanneer je naast hem zit.’

 2255866-fbeb8fb8945d844cf3985a0c487bf932.JPG
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Franse schrijver, journalist, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Zie ook alle tags voor Gregoire Delacourt op dit blog.

Uit: De lijst van al mijn wensen (Vertaald door Marga Blankestijn)

“Arras. Tweeënveertigduizend inwoners, vier hyper-markten, elf supermarkten, vier fastfoodrestaurants, een paar middeleeuwse straten, een gedenktegel in de Rue du Miroir-de-Venise die voorbijgangers en vergeetallen eraan herinnert dat hier op 24 juli 1775 de roemruchte Eugène-François Vidocq werd geboren. En mijn fourni-turenwinkel. Zo naakt en zo mooi in de spiegel lijkt het alsof ik alleen maar met mijn armen hoef te fladderen om licht en gracieus weg te vliegen. Om mijn lichaam bij al die andere te voegen in de kunstboeken in het huis van mijn jeugd. Daar zou het net zo mooi zijn als zij, voor altijd. Maar dat durf ik nooit. Het geluid van Jo, beneden, verrast me elke keer. Een ladder in de zwoele zijde van mijn droom. Ik kleed me haastig weer aan. Schaduwen verbergen de parelglans van mijn huid. Ik ken die zeldzame schoonheid onder mijn kleren. Maar Jo ziet het nooit.Eén keer heeft hij me gezegd dat ik mooi was. Het is meer dan twintig jaar geleden en ik was net in de twin-tig. Ik droeg mooie kleren, een blauwe jurk, een gouden riempje, een outfit met het air van een Dior, en hij wilde met me naar bed. Zijn compliment won het van mijn mooie kleren. Zie je, iedereen liegt zichzelf voor. Want de liefde is niet opgewassen tegen de waarheid.
Jo, dat is Jocelyn. Al eenentwintig jaar mijn echtgenoot.Hij lijkt op Venantino Venantini, die knapperd die Mickey de stotteraar speelde in De eend en de Cadillac, en Pistolen Pascal in Les Tontons flingueurs. Wilskrachtige kaaklijn, donkere blik, Italiaans accent om bij weg te zwijmelen, zon, gebronsde huid, een koerende klank in zijn stem waar zelfs de kippen nog kippenvel van zouden krijgen. Behalve dat mijn Jocelyno Jocelyni tien kilo te zwaar is en praat met een accent waar dames bepaald niet van duizelen.Sinds de opening van de fabriek in 1990 werkt hij bij Häagen-Dazs. Hij verdient vierentwintighonderd euro in de maand. Hij droomt van een flatscreen televisie ter vervanging van onze oude Radiola. Van een Porsche Cayenne. Van een open haard in de woonkamer. Van de complete collectie James Bondfilms op dvd. Van een Seiko-horloge met stopwatch. En van een vrouw die mooier en jonger is dan ik, maar dat zegt hij niet tegen mij. We hebben twee kinderen. Eigenlijk drie. Een jongen, een meisje en een dode.Romain werd verwekt op de avond dat Jo me vertelde dat hij me mooi vond en me door die leugen mijn hoofd, mijn kleren en mijn maagdelijkheid deed verliezen. Er was een kans van één op duizenden dat ik meteen de eerste keer zwanger zou raken, en ik won. Twee jaar later kwam Nadine en sindsdien heb ik eigenlijk nooit mijn ideale gewicht teruggekregen. Ik ben dik gebleven, een soort lege zwangere vrouw, een ballon vol niets. Een luchtbel. Jo vond me niet meer mooi, hij raakte me niet meer aan. ’s Avonds hing hij voor de Radiola de ijsjes te eten die hij van de fabriek meekreeg, en later dronk hij flesjes 33 Export. En ik raakte eraan gewend om alleen in slaap te vallen.”

 

 2255866-ee417a56b8a7c5f7b0fe7a5c132b114c.jpg
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 16:28 Reageer op dit bericht

The Swimming Pool (Conor O'Callaghan)

Dolce far niente

 

 2255739-9636b8151e50a1f56beed2f1274097ec.jpg
Swimming pool at the Costa Blanca and Benidorm door Hubertine Heijermans, 1997

 

 

The Swimming Pool

It goes under, the cursor, whenever I place my finger
on the space bar and hold it like this for a minute.
The blue screen shimmers the way a pool’s sunlit
floor moves after the splash of a lone swimmer.

As long as this minute lasts, the season is somewhere
between July and dawn: the soundless underwater
of sandals left out overnight and garden furniture,
that will end, but could just as easily go on forever.

I could be forgiven for forgetting that it was ever there.
The pool is only still again when I take away my finger.
Unthinking, and unable to hold its breath any longer,
as much as two pages further, it comes up for air.

 

 2255739-272eac44ec0a026dabf03ee847876828.jpg
Conor O'Callaghan (Newry, 1968)
Collage van Newry

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2018 en ook mijn blog van 25 juli 2017.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Conor O'Callaghan

 

Onafhankelijk van geboortedata

 De Ierse dichter Conor O'Callaghan werd geboren in 1968 in Newry. Hij heeft vijf dichtbundels gepubliceerd: “The History of Rain” (1993; Patrick Kavanagh Poetry Award), “Seatown” (1999), “Fiction” (2005), "The Sun King "(2013) en "Live Streaming "(2017). Hij is ook de auteur van “Red Mist: Roy Keane en de Football Civil War” (2004), een verslag van Roy Keane's vertrek uit de FIFA World Cup-ploeg uit 2002 en de nasleep daarvan. O'Callaghan is een voormalig directeur van het Dún Laoghaire – Rathdown Poetry Now Festival en werd genomineerd voor de Poetry Now Award 2005. Hij is ook voormalig mede-houder van de Heimbold-leerstoel Irish Studies aan de Villanova University. Hij geeft momenteel lezingen aan de Sheffield Hallam University in het VK en afstandsonderwijs aan de Lancaster University. Hij ontving de Bess Hokin-prijs 2007 van het tijdschrift Poetry. O'Callaghan's eerste roman “Nothing on Earth” werd in 2016 geprezen en stond op de shortlist voor de Ierse roman van het jaar van de Kerry Group.

 

Three Six Five Zero

I called up tech and got the voicemail code.
It’s taken me this long to find my feet.
Since last we spoke that evening it has snowed.

Fifty-four new messages. Most are old
and blinking into a future months complete.
I contacted tech to get my voicemail code

to hear your voice, not some bozo on the road
the week of Thanksgiving dubbing me his sweet
and breaking up and bleating how it snowed

the Nashville side of Chattanooga and slowed
the beltway to a standstill. The radio said sleet.
The kid in tech sent on my voicemail code.

I blew a night on lightening the system’s load,
woke to white enveloping the trees, the street
that’s blanked out by my leaving. It had snowed.

Lately others’ pasts will turn me cold.
I heard out every message, pressed delete.
I’d happily forget my voice, the mail, its code.
We spoke at last that evening. Then it snowed.

 

 

Game Night

Love not
being in the loop.

Grant the spruces’ wish,
the golf compound
graying out of use,
suvs in the it lot,
power outage,
a chorus from the quad.

Bless the elsewhere
where others are
not here or you.

And rain
after midnight . . .
Ask yourself,
is that rain or bells?

 

2255736-c42b0860d0238a3849ec29a420158fb4.jpg
Conor O'Callaghan (Newry, 1968)

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten