Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 mei 2021 tot 17 mei 2021

Lars Gustafsson, Adrienne Rich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

AUDIËNTIE BIJ DE MUZE

Ik droomde dat ik een land bezocht
zo jong dat het nog niet beslist had
over naam en vlag.
Buitengewoon eigenaardig was het gevoel;
ergens wist je niet waar je je bevond.
Een onbekende vrouw met donker haar
zeer duur gekleed, maar wel met smaak,
kwam aan mijn tafel zitten.
Zij bleek de Muze van de Poëzie te zijn.
Hoe hoffelijk, bescheiden in de omgang zij is
dacht ik.
Met iets van de perfekte hostess.
Geen flauw vermoeden dat een zo belangrijk iemand
of liever, personificatie…
Men beloofde mij dat de Republiek weldra een naam zou krijgen.
En een vlag.

Ik antwoordde: voor mij geen enkel punt…

 

SVEN DELBLANC (1931 – 1992)

Zovele boeken liet deze vriend,
die gisteren stierf, achter in mijn

boekenkast. Nu je het weet de bladzijden
droger tussen je vingers.

Deze en geen andere, Sven’s boeken.
Er zijn geen andere.

Niet in dit universum.

*

Vaak met vrolijke en ironische aansporingen
in de opdrachten

Alsof wij ooit betrokken waren
in een gemeenschappelijk jongensavontuur.

(Een schaatstocht met al teveel
wind en sneeuw:

‘Hou vol Lars, het is zo voorbij!’)

*

Midden in een vliegende sneeuwstorm
staat een oude torenklok,

bevolkt door slapende uilen en spinnen.
Ze ontwaken en roeren zich slaapdronken

iedere keer dat de traagste wijzer
verspringt, met een zware, duidelijke tik,

die door de koude storm van de tijd dringt.

Die zijn donkere hartslag is.

 

HET SONNET OVER BEGIN EN EINDE

Men kan welhaast overal beginnen.
Maar het begin duurt kort; wie vindt
het rijmwoord op ‘beginnen’? Zovele
woordjes lopen tussen de stenen door

waar men ook kijkt in dit heldere water. Maar oudst
en allerdiepst de steen die wij niet winnen.
Gedichten zijn als trappen. Stap voor stap. Achterhalen
wij ooit degene die wij volgen? Verlost

van menige valse hoop, verder dus,
steeds verder weg. Van het begin of van het eind?
Stap voor stap schrijdt het gedicht in jamben voort.

Alsof het nooit een ander oogmerk had. Sneller
stroomt het water dat door ondiepe bedding loopt.
Waarom hoopt men dan dat geen van beide aan zijn einde komt?

 

Vertaald door J. Bernlef

            2402968-bf626e4368c2d4f1adf19e8b0c9359d9.jpg

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog

 

Toekomstige immigranten Nota Bene

Toekomstige immigranten
Nota Bene

Je zult wel
door deze deur gaan

of je zult niet door deze deur gaan.

Als je er doorheen gaat
is er altijd het risico
dat je je naam zult herinneren.

Dingen zullen je tweemaal aankijken
en je moet terugkijken
en ze laten gebeuren.

Als je er niet doorheen gaat
is het mogelijk
waardig te leven

je opvattingen te behouden
je positie te handhaven
moedig te sterven

maar veel zal je verblinden,
veel zal je ontgaan,
tegen welke prijs wie weet?

De deur zelf
maakt geen beloften.
Het is slechts een deur.

 

Vertaald door Lieke Marsman

 

2402968-5112d909a862d46089c84fb0628226e8.jpg Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

WEG
 
Avond aan avond op de kaart gezien
wat weg is en vaarwel gedroomd. Zo
met de zon mee langs de wetering
en achter mij de buurt zien
zinken, bladgoud op kozijnen.
 
Langs tennisbaan en volkstuin, langs
boomgordijnen aan water zo troebel
als de grond onder herinnering
en met een boog de stad weer in.
 
Rijksmuseum: eerste grenspost
in het donker. Dan Centraal
Station en verder, met trein
en al verdampen op het IJ.
 
En altijd weer aangekomen in de geur
van nieuw. Altijd weer ontwaakt
in een nieuw huis. Ver van huis.

 

HET KERKJE

Jaren en jaren liep je er gewoon voorbij.
Wat zat daar eigenlijk achter die vreemde muren,
die vensters waar geen mens doorheen kon turen?
Een school? Een door de stad omsloten boerderij?
 
Maar ach, de buurt was altijd al zo vol geheim
en vol geschiedenis, tot in haar allerzwartste hoeken,
jaren van geluk en daarna jaren pijn –
je kon maar beter rustig zoeken.
 
Eindeloos flaneerde je dus door die straat
tot je het ineens ontdekte: hier staat
een kerkje, het vrije huis van engel Gabriël,
en al ziet niemand hem, hij woont er wel.
 
Ja, al die jaren liep je er gewoon voorbij.
Was daarbinnen niet alleen maar donker, dood?
Nu weet je eindelijk beter: daar woont hij!
En is de betovering niet verbroken, maar vergroot.  

 

Soms wordt de stad weer het bos

dat zij was. Opgejaagd lig ik in bed
en weet niet dat ik slaap.

Een man loopt op straat, met een boodschap
voor mij: ik moet weg uit mijn huis.
Zijn stap en zijn stem zijn er echt,
ik mompel een antwoord.

Maar horen kan hij mij niet en kon hij dat toch
geen woord bracht herkenning.
Een vrachtwagen remt met een kreet,
een groot dier vult de nacht
met zijn angst voor het slachthuis.

Dit kan alleen ’s nachts. Geheim
leven trekt over straten en pleinen
en je weet niet dat je droomt.

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Uit een atlas van de moeilijke wereld

Ik weet dat je dit gedicht leest,
laat, voordat je je kantoor verlaat
van de ene intens gele lamp en het donker wordende raam
in de matheid van een gebouw dat stil is gevallen
lang na spitsuur. Ik weet dat je dit gedicht leest
terwijl je opstaat in een boekwinkel ver van zee
op een grijze dag in de vroege lente, vage vlokken razend
over de enorme vlaktes van de ruimte om je heen.
Ik weet dat je dit gedicht leest
in een kamer waar te veel is gebeurd om te kunnen verdragen
waar de lakens in stijve hopen op je bed liggen
en de open koffer van vlucht spreekt
maar je kunt nog niet weggaan. Ik weet dat je dit gedicht leest
terwijl de metro snelheid verliest en voordat je
de trappen oprent
een nieuw soort liefde tegemoet
waarmee je leven nooit instemde.
Ik weet dat je dit gedicht leest in het licht
van het televisiescherm waar geluidsloze beelden schokken en glijden
terwijl je wacht op de nieuwsuitzending over de intifada.
Ik weet dat je dit gedicht leest in een wachtkamer
vol kruisende en onkruisende blikken, vol herkenning in vreemden.
Ik weet dat je dit gedicht leest in fluorescerend licht
in de verveling en vermoeidheid van wie jong is en afgeschreven,

zichzelf afschrijft, op veel te vroege leeftijd. Ik weet
dat je dit gedicht leest ondanks je aftakelende zicht, de dikke
lenzen vergroten deze letters tot betekenisloosheid maar je leest verder
want zelfs het alfabet is dierbaar.
Ik weet dat je dit gedicht leest terwijl je langs het fornuis ijsbeert
melk opwarmt, een huilend kind op je schouder, een boek in je
hand
want het leven is kort en je hebt teveel dorst.
Ik weet dat je dit gedicht leest dat niet in jouw taal is
sommige woorden raadt terwijl andere je lezende houden
en ik wil weten welke woorden het zijn.
Ik weet dat je dit gedicht leest luisterend voor iets, verscheurd
tussen verbitterdheid en hoop
terwijl je je opnieuw richt op de taak die je niet kan weerstaan.
Ik weet dat je dit gedicht leest omdat er niets anders meer is
om te lezen
daar waar je strandde, uitgekleed als je bent.

 

Vertaald door Lieke Marsman

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2020 en eveneens mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten