Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 april 2024 tot 8 april 2024

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Door de maag

voor Ingrid

Hoe ze bladerde, uitzocht
Hoe ze de kast nakeek, wat houdbaar, wat over datum
Hoe ze een lijstje maakte, het haar achter haar oor veegde
in winkels dingen zocht, in haar karretje legde
in de rijen stond te wachten
Hoe ze alvast de tafel dekte, bedacht wie waar zat

Ze maakte warm, ze zette koud, sneed aan, beende uit
schroeide en bluste, zoette, peperde, strooide zout
niet te flauw, te scherp, te laf of te sterk
kneedde, rolde, het rees en het stolde
Ze goot af, warmde op, knapperig en smeuïg,
ze stookte de tijd op met haar fornuis,
tot alles rook zoals ze wilde, alles gelukt was

Hoe ze haar handen afveegde, haar schort afdeed,
alvast aan tafel ging zitten, hoe ze wachtte
Hoe het later werd, later dan ze wilde
dingen werden lauw, te warm,
verpieterden, sauzen stolden, ijs smolt
melk schiftte, pastei werd gelei, hoe de tafel trilde
wat licht was werd donker
Hoe ze niets at, hoe ze zat
en zatter werd

van wachten,
nog altijd

En al is er nu iemand
die wel komt
die wel eet
die helpt spoelen en wassen
die haar glazen droogt
en terugzet waar ze horen

Stil zit ze daar –
gebarsten
Ik, die niets zou proeven
Ik, met een gat in mijn maag

 

 

Cogito ergo sum

In die kamer die nu allang niet meer de mijne is
of zelfs niet meer die van onze vader
keek ik naar buiten, zag de populieren
en de rivier en de lucht en dacht: ik zie dit
en ik weet dat. Ik ben. Kort
Het was daar in die kamer,
het was stil in die kamer
er was niemand in het huis

’s Avonds kwam die eerste keer opnieuw
de lichtkier om de deur
die ik met je deel
Ik hoor je ademhalen in het donker
je houdt je slapend
De lantaarnpaal voor het huis
De harde dingen weerkaatsen licht, glanzen
de zachte dingen nemen het in zich op
antwoorden niet

 

 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

 

Ter herinnering aan een riviervisser

Steeds weer
met vluchten eksters
jouw witte gezicht
in de schaduw der bossen geschreven.
Die met de grondel twist,
luid, de oeverwind vraagt:
wie zet het net voor mij uit?

Niemand. De vogelkleurige
stekelbaars zwemt door de mazen,
bouwt een nest voor zijn broed,
boven de snoekmuil der diepte
een lantaarn,
gewichtloos.

En wie teert nu mijn bodem,
zegt de boot, wie spreekt
mij toe? De kat
strijkt langs de paal
en roept haar baars.

Ja, wij vergeten jou al.
Maar de wind nog gedenkt.
En de oude snoek
kan niet geloven. Lang
schreeuwt op de helling de kater:
De hemel stort in!

 

 

Vertaald door C.O. Jellema

 

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Özcan Akyol, William Wordsworth

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Özcan Akyol op dit blog.

Uit: Afslag 23

“Op die ene ochtend in 2005, om en nabij zeven jaar geleden, werd ik voor het huis van mijn ouders afgezet, met de boodschap dat ik iets van mijn leven moest maken.
Heel de rit vanuit Den Haag hadden de rechercheurs niets tegen me gezegd. Al keek de langste van het duo wel af en toe streng in de binnenspiegel, alsof hij me wilde laten merken dat het deze keer menens was. Meer kansen zou ik, met mijn geschiedenis, niet krijgen. Dat zei hij ook een paar keer op dat complex.
En uitgerekend voor de deur van ons woonhuis, in die vieze auto, moest die aansteller het bericht herhalen, terwijl hij zijn lichaam half had gekanteld. Vroeger had ik wel respect voor mensen met zijn baan, dat kwam omdat ik naar series als MacGyver en Miami Vice keek. Dat wereldje had iets romantisch. Die Sonny Crockett was wel tof, man. Hij pakte boeven en tussendoor sliep hij met mooie vrouwen. En Ricardo Tubbs zag eruit als een rockster.
Het kinderslot in de auto gaf me een minderwaardig gevoel: ik was hun beest. Ze kwamen het afleveren. Eerst stapten de rechercheurs zelf uit, heel langzaam, zodat iedereen in de buurt naar ze kon kijken. Daarna trok die slungel mijn portier open, hij dacht dat hij wat voorstelde, gekleed in zijn domme overhemd en ribfluwelen broek. Heel even, op een onbewaakt moment, wilde ik hem in zijn smoel spugen.
‘Is er iemand thuis?’ vroeg hij.
‘Je moet normaal doen. Ik heb ook mijn grenzen.’
Die kerel wist dat hij me een paar weken in de cel had vastgehouden en toch stelde hij dit soort onnozele vragen. En voortdurend kwam hij met domme theorietjes. Hij vernederde me zonder zich daar zelf bewust van te zijn.
Tijdens onze eerste ontmoeting nam hij een koran mee, om maar iets te noemen. Hij eiste hem te laten zien welke passage mijn gedrag rechtvaardigde of zo. Ik moest de tekst aanwijzen. Hij raaskalde aan één stuk door. Ik legde hem uit dat wij thuis geen moslims zijn en dat mijn vader het gelukkigst
wordt van een fles vieux van het merk Floryn. Dat begreep hij niet. En nogmaals, dat komt ontegenzeggelijk omdat jullie allemaal met die voorgebakken profielen werken. Jullie weten
niets.
De vitrages van de buren schoven opzij. Ik snapte het wel, ze zaten druk met elkaar te texten, iedereen moest weten dat ik los was. Het kon me niets verrotten.
“

 

Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)

 

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cockermouth, Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

Zij was een Droombeeld van genot

Zij was een Droombeeld van genot
Toen ze eerst blonk voor mijn blik,
Een lieflijke verschijning, tot
Sieraad van ’t oogenblik.
Haar oogen scheemring’s sterrenpaar
Als scheemring ook haar donker haar,
Maar al het andre ontleende zij
Aan daagraad en aan blijde Mei,
Een dansende Gedaante, een Beeld,
Dat opschrikt, volgt en met ons speelt.

Ik zag haar in nabijer schouw:
Een Geest, en niettemin een Vrouw.
Haar daaglijksch doen zoo lucht en blij,
Haar gaan en staan zoo maagdlijk-vrij,
Een aangezicht waar zich ontmoet
Gebeurd zoet met toekomstig zoet,
Een schepsel niet te goed of schoon
Dan dat het onder menschen woon’
En lust en leed kan mee-verstaan,
Lof, blaam, een kus, een lach, een traan.

En nu mijn oog zich klaarst ontsloot
Zie ik de veer van ’t werktuig bloot:
Een Wezen met een ziel die denkt,
Een Mensch wie dood na leven wenkt,
Een vast verstand, een rustge wil,
Wijs-wetend doend, vroom-duldend stil,
Een eedle Vrouw, waar niets aan scheelt,
Die troost en waarschuwt en beveelt,
En toch een Geest, in haar gezicht
Iets van onaardsch en hemelsch licht.

 

 

Vertaald door Albert Verwey

 

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)
Anoniem portret, Engelse School, 1850

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2021 en ook mijn blog van 7 april 2020 en eveneens mijn blogs van 7 april 2019

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten