Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 juli 2024 tot 6 juli 2024

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Het bloed in onze aderen

“Vanaf de wachttoren kijkt luitenant Amores uit over het Rifgebergte. Drie maanden al staat de opmars vanuit Melilla stil. Annual, gelegen in een dal tussen vier heuvels, is op dit moment de meest vooruitgeschoven post in de frontlinie, maar het kamp is nooit bedoeld geweest als permanente legerplaats. In de heuvels naar het westen verzamelt Abd El-Krim strijdkrachten, bouwt hij langzaam maar zeker aan zijn leger van Riffijnen, vastberaden de Spaanse bezettingsmacht van de Marokkaanse kaart te vegen. Niemand anders lijkt zich hierom zorgen te maken, en dit verontrust de luitenant des te meer.
Uit zijn borstzak haalt hij een klokje. Het is twee uur in de middag, tijd om zijn brieven te schrijven. Hij klimt van de wachtpost naar beneden en springt de laatste halve meter. Het stof stuift op en hecht zich op Amores’ zwarte laarzen en grijze pantalon. Hij doet al tijden geen moeite meer het af te kloppen.
Voor zijn tent is ter beschutting tussen vier palen een groot wit laken gespannen. In de schaduw hiervan verpozen twee van zijn collega-officiers. Luitenant Urgel — een vriend van Amores, die leiding geeft aan lokale politietroepen — zit op een munitiekist en leest een drie weken oude Madrileense krant. Luitenant Galán van de artillerie houdt een middagslaapje, liggend op de grond, het hoofd rustend op een opgevouwen deken.
Urgel groet Amores en vraagt hoe zijn dag is geweest.
‘Santamaría is een psychopaat,’ antwoordt deze.
Urgel trekt een wenkbrauw op.
‘Het is een ernstig gestoorde man,’ benadrukt Amores.
‘Er wordt beweerd dat hij ooit twee weken in de woestijn heeft overleefd zonder water,’ zegt Urgel. ‘En dat hij met zijn tanden de nek van een Arabier heeft doorgebeten — maar dat gelooft niemand.’
‘Het zou me niets verbazen.’
Urgel staat op, opent de munitiekist, haalt er een wijnzak uit en neemt een slok. ‘Jij ook?’ biedt hij aan.
Emilio knikt. Hij houdt de zak op ooghoogte en knijpt zachtjes. In een dun straaltje spuit de wijn tegen de binnenkant van zijn wang. Hij is drabberig en lauw, maar smaakt hem beter dan de beste crianza’s die hij ooit in de Rioja heeft mogen proeven.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Opsporingssucces

het was een donderdag, vanuit het raamluik
van de aangrenzende kelder hoorden we het duidelijk: zij,
sinds ongeveer vier weken vermist, was het.
een van de zusjes van het huis stormde meteen
over het hek, riep iets het koude gat in
en luidde een stormbel. Dicht bleef de deur.
kleine reepjes ham wierpen wij
door de roestige tralies. druppelden melk
er achteraan, het antwoord klonk niet ondankbaar.

tegen de avond dreef een zware wagen
de toegangspoort in. de rode remlichten
kondigden een grondig desinteresse aan. meteen,
toen mijn zusje haar vraag wilde stellen,
begon het hoofd van de ondervraagde te trillen.
Iedereen moet zelf weten hoe er met dingen,
die op hun eigen terrein belandden,
wordt omgegaan. de kleine dacht geen twee
seconden na: de kat leeft, zei ze.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 14:34 Reageer op dit bericht

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

 

 

JUWELEN STELEN NIET

Want ging ik ten westen van waar ik niet woon
maar verblijf naar de zeezij van de stad
die ik hoon noch liefheb,
rukte ik op door de schande
langs de slokdarm van de haven, de vanger
der ratten, het laatste lover mooi
in doodsnood op de blanco schotel
die de jumbo’s

roven langs de pluim van de oven, en kwam ik
dichterbij, schoof me
op, mag ik het zeggen, een slang
door de dzjungel, naar de warande
om het schroot dat voedde de hoop
al spoot ik m’n gif nog wel
effe snel in de kranke rijkeluisranken, waarop
ik naderde het doel

voor ogen, noem het de duinen, kul, doop
het de uitgedroogde tuinen der verrotte
zee, dan voelde ik de liefde
ze bedwelmen me te redden
van hun ondergang door ze me grondig
te helpen logen, en dan bedoel ik de metalen
uit de strot en uit de tale

der complotten de okays
te halen, tot ik van de coyotes
achter me de zweren samen in hun oksels
niet meer rook, maar blonk
van het blauw dat me wou zogen
toen ik tenslotte opdook uit de stroop:
ik wil niet uithangen waar jullie

verdrogen, zong ik, dat is het enige
waar ik nog voor ga, in mijn hymne
door de gangen der moederarmen
om de modder, fluit van de loodsboot
bij de pier, de doodsnood robot, sabeldroom, los
van de bol in bloei, een trilling van de fitting
om de schaafwond van de schitter

Had ik namelijk het licht gewild had ik het
gepakt, had ik m’n bloed
ermee beschoten, en was ik blijven
komen, bij het heen en weer
gaan van de boten vol
van het spul, maar nu lag ik
in de bijouterie van de spray
del sol en kon m’n dope niet op

Zoon van de zomer, onder de rokken
rond het raadsel van de zon naar me
toegetrokken, de billen in m’n mond
genomen om ze op te slikken
door uit de parel te nemen
de romen. Want keek ik nu nog
terug, naar de kust, vond ik de spog
waarin ik ze zag stikken

 

 

GEOPEND EINDE

Of je alleen bent gaan we dus niet vragen
omdat ik net zo lang wacht tot je het zegt

En dan zeg ik: je bent alleen omdat ik bij je ben
En als je dan zegt dat je het alleen bent als je alleen bent
zeg ik:

juist dan ben je bij me. Overal ter wereld sta ik op

van de steppe, bij het kale licht, in mijn verslaafde
lichaam waaruit ik de geest lostrek tot ik koffie kan

zetten van mijn beenderen, en ik maal verder
tot je me gevonden hebt tussen de honden. Maar

hoor je me klagen dat ik alleen ben? Want ik vind je
in het antwoord

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Keuken

de tafel was gedekt, de grijsblauwe vlag
van de morgen hing nog steeds voor het raam, daar zat
mijn grootmoeder – bril, krant – en smeerde
broodjes leverworst, wedijverend met de tijd.
gezonde muesli lag comfortabel en mooi in zijn
porseleinen schaal, daarin zwommen een paar tranen,
glinsterden op het oppervlak van de melk,
op een witte, van spanning trillende, huid.
een golf chocoladevlokken ging door de kom,
zwarte vlakken doken op en zonken.
de radio stond al een eeuw aan,
ruiste decennium na decennium door de morgen,
een keuken volgeperst met wereldmuziek,
en buiten vermenigvuldigden de bussen zich,
vol met kinderen van duizenden ouders,
wier stationwagens een paar kilometer naar het zuiden
tegen een boom raasden, nu, in een scherpe
bocht, en het nieuws kwam pas ’s avonds.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten