Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 juli 2024 tot 19 juli 2024

Ghayath Almadhoun, Miltos Sachtouris

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

Uit: ik hier jij daar (Samen met Anne Vegter en vertaald door DjuKe Poppinga)

Damascus trok zich terug

Ik heb dit gedicht geschreven voor een vrouw die ik beminde. Daarna zijn we uit elkaar gegaan. Zij heeft nu een andere man en ik heb dit gedicht.
Toen ik Damascus verliet, zat ik vast op mijn plek en trok Damascus zich terug. Dat is precies wat Einstein probeerde te zeggen over de relativiteitstheorie, wat Whitman probeerde te zeggen in Grasbladen en wat ik probeerde te fluisteren in jouw oor toen jij probeerde van mij te houden.
Damascus trok zich terug en ik had mijn hart zorgvuldig in mijn koffer gepakt, mijn hart dat jij zo goed kent, jankte als een wolf in de woestijn van Jordanië, terwijl ik het spoor van een oude honger volgde, omdat ik sinds Damascus me had verlaten, niet genoeg liefde meer had ontvangen. ‘Geduld is mooi en God is een toevlucht,’ staat in de Koran geschreven.
Ik voedde mijn hart dat jij zo goed kent met de heesheid van je stem, opdat het tot rust zou komen, en ik blies er een wolk hasjiesj in om het te kalmeren, terwijl de bedoeïen, die mijn huid had aangetrokken, rondzwierf met de Arabieren van het Noorden. Hoe kan ik in jouw huis wonen, als God heeft beschikt dat ik ‘in elke vallei smacht naar mijn geliefde’? Hoe kan ik, als de mawwaals mij hebben gestolen uit de schoot van mijn moeder en als jouw taille, die duidelijk is als de dood, mij gevangenhoudt tussen mijn vrienden, waarna ik je volg, zoals de vriend van Imroe’ al-Kais zijn vriend volgde, land na land, slaaf na slaaf, terwijl ik van je wegvlucht, zoals ‘de mens vlucht voor zijn broeder, en zijn moeder, en zijn vader, en zijn gezellin en zijn zonen’.
Damascus trok zich terug en ik zat op mijn plaats, mijn koffer vluchtte naar voren, en mijn hart, vervuld met Arabische retoriek, was bezig met mijn vertrek. Mijn hart dat je zo goed kent. Steeds wanneer ik het ’s nachts uit zijn hol haal zodat het de maan kan zien, jankt het je naam, maar ik ben harder dan steen en mijn hart dat je zo goed kent, wordt niet milder.

oorlogsrappen (I)

maar wij waren vrij anderen werkten
ziekenhuisfiguren brandweer krantentypes
als we verongelukten hadden zij werk
het ongeluk moest dan wel groot genoeg zijn

met kerstmis kon school niet verder weg zijn
ons geloof had geen kerst maar kaarsen vonden we okay
in de avond klommen we het dak op van ons huis
iemand noemde vrede een periode

waarin het bij anderen oorlog is.

 

Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

 

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook alle tags voor Miltos Sachtouris op dit blog.

 

Het station
Ter nagedachtenis aan Guillaume Apollinaire

Het regent voortdurend in mijn slaap
mijn droom vult zich met modder
de plaats is donker
en ik wacht op een trein
de stationschef plukt madeliefjes
die op de rails zijn ontsproten
want het is al lang geleden
dat er een trein op dit station is aangekomen
en plotseling zijn de jaren verstreken
ik zit achter een raam
haar en baard zijn lang geworden
alsof ik erg ziek ben
en net als ik weer in slaap val
komt zij langzaam
met een mes in haar hand
zij komt voorzichtig naar me toe
en steekt het in mijn rechteroog.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2023 en ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Steffen Popp

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

BUKOLISCHE POSTKARTEN II

Das sich Verwandeln der Orte ins uns
alt wie die Sphinx, und wir sind sie, sind
unser Fernsein in ihnen.

Alles soll groß werden, aufschäumen
aber die Nacht konzentriert sich
auf einen winzigen Gegenstand.

Technik will denken, aber Steine tragen
sich an ihrer Grenze, wie Schlaf.

Ein Sicherung vor dem Herzen
schaltet das Licht aus
in deinem Rücken die Pyramidenlampe
oben die kleinen Sterne.

 

 

Schneeode, später Schnee

O schwarzer Schlaf, o Axt
o große Trauer, Herz
ich ging hinaus, über das Gras
ich ging hinaus um deine Augen.

Filzstift, Baumpilz, Hydra
ich ging hinaus, ich ging hinaus
über das Gras, um deine Augen.

Achte auf kleines Gewölk
achte auf Tote, ihren besonderen Traum
achte auf Vögel, die Spannung der Haut
das Schlagen, die Stimme, das Lied.

Dieses Gefühl überwintert
in deinem Handschuh, leise schnaufend
wie ein zu großes Tier
unter dem Waldboden.

Einmal im Schnee, gräbst du es aus
und findest Knochen

ich ging hinaus um deine Augen
ich ging hinaus um deine Augen

da sind die Toten, das Weltall
da sind die Vögel, das Lied.

 

 

Von Zinnen

Sage war alles, Packpferd (mit ihm durch Gebirge)
Futtersack (und Paris April). Hain, Gemüsehain des
geistig Verheerten. Hirschen. Enormes Er (Bottrop
Bingen). … schrieb Ihnen glühende Briefe, Madame.
Glühende Sachbearbeiterin – Schweifstern, Gau.

Semantisch nicht mal träumen. Rodete Strunk (heiße
Tränen). Liebe wollte Antike, Grube war Trumpf
– Gugelhupf, Unterschlupf, Grmpf. Brütendes Rind
das heißt ca. 60 Pelikane mit massiven Kehlsäcken.

Hufe (uralte Sentenz). Zeugen (vermutlich Splitt).
Schneid einem Sittich die Krallen, halt ihn ins Licht.

 

 

Sneeuwode, late sneeuw

Oh zwarte slaap, oh bijl
Oh groot verdriet, hart
Ik ging naar buiten over het gras
Ik ging naar buiten, omwille van je ogen.

Viltstift, boomschimmel, hydra
Ik ging naar buiten, ik ging naar buiten
over het gras, omwille van je ogen.

Let op kleine wolkjes
let op dode mensen, hun bijzondere droom
let op vogels, de spanning van de huid
het getjilp, de stem, het lied.

Dit gevoel overwintert
in jouw handschoen, zachtjes hijgend
als een te groot dier
onder de bosbodem.

Eenmaal in de sneeuw graaf je het op
en vind botten

Ik ging naar buiten omwille van je ogen
Ik ging naar buiten omwille van je ogen
daar zijn de doden, het universum
daar zijn de vogels, het lied.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Elizabeth Jennings

De Engelse dichteres Elizabeth Joan Jennings werd geboren op 18 juli 1926 in Boston, Lincolnshire. Toen ze zes jaar oud was, verhuisde haar familie naar Oxford, waar ze de rest van haar leven bleef. Daar studeerde ze later aan St. Anne’s College. Na haar afstuderen werd ze schrijfster. Jennings’ vroege gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften zoals “Oxford Poetry”, “New English Weekly”, “The Spectator”, “Outposts” en “Poetry Review”, maar ze publiceerde haar eerste boek pas in 1953, op 27-jarige leeftijd. Het won datzelfde jaar de Arts Council of Great Britain Award voor beste debuutgedicht. Ze noemde Gerard Manley Hopkins, W. H. Auden, Robert Graves en Edwin Muir als dichters die haar beïnvloedden. Haar tweede boek, “A Way of Looking”, won in 1955 de Somerset Maugham Award en markeerde een keerpunt, omdat het prijzengeld haar in staat stelde bijna drie maanden in Rome door te brengen. De reis bracht een nieuwe dimensie in haar religieuze geloof en voedde haar verbeelding. In 1987 ontving ze de WH Smith Literary Award voor de bundel “Collected Poems 1953–1985”. Jennings worstelde met de praktische aspecten van haar carrière en leven. Ze raakte verarmd en kampte met haar geestelijke gezondheid, en haar persoonlijke problemen ondermijnden haar reputatie als criticus. Toen ze in 1992 door de koningin werd geëerd als Commandeur in de Orde van het Britse Rijk, droeg ze “een gebreide muts, een duffelcoat en canvas schoenen”. De roddelpers bespotte haar als de zwerfster van de sonnetten, een label dat haar bijbleef. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in verschillende studentenhuizen. Kort voor haar dood ontving ze een eredoctoraat in de Godgeleerdheid van de Universiteit van Durham. Ze stierf in een verpleeghuis in Bampton, Oxfordshire. Ze is begraven op de Wolvercote Cemetery in Oxford. Jennings, die meer als traditionalist dan als vernieuwer wordt beschouwd, staat bekend om haar poëzie en vormbeheersing. Haar werk wordt gekenmerkt door een eenvoud in metrum en rijm die ze deelt met Philip Larkin, Kingsley Amis en Thom Gunn, allen leden van de groep Engelse dichters die bekendstaat als The Movement. Haar diepgewortelde rooms-katholicisme vormde een groot deel van haar werk. Haar leven en carrière werden in 2018 geëerd door Dana Gioia, die zei: “Ondanks haar mislukkingen in de seculiere wereld, is haar artistieke carrière een gestaag traject van succes geweest. Jennings behoort tot de beste Britse dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Ze is ook Engelands beste katholieke dichter sinds Gerard Manley Hopkins.”

 

 

A Mental Hospital Sitting-Room

Utrillo on the wall. A nun is climbing
Steps in Montmartre. We patients sit below.
It does not seem a time for lucid rhyming;
Too much disturbs. It does not seem a time
When anything could fertilize or grow.

It is as if a scream were opened wide,
A mouth demanding everyone to listen.
Too many people cry, too many hide
And stare into themselves. I am afraid
There are no life-belts here on which to fasten.

The nun is climbing up those steps. The room
Shifts till the dust flies in between our eyes.
The only hope is visitors will come
And talk of other things than our disease …
So much is stagnant and yet nothing dies.

 

Song of Time

Deliver time and let it go
Under wild clouds and passive moon.
Once it was fast, now it is slow.
I lose my hours beneath the sun,
Brisk minutes ebb and flow.

Time is elemental, all
We make in speech and action, yet
Time itself can have a fall
When heart and mind have no regret
And love is how you feel.

Oh let us dance with time and turn
It to a friend, a willing one.
In time we grow, through time we learn
The visitations of the sun
And ardour of the moon.

Time is not clocks but moves within
The discourse of the learned heart,
It is the way our lives begin.
O leaving time behind’s an art
Ahead and now and then.

 

Friendship

Such love I cannot analyse;
It does not rest in lips or eyes,
Neither in kisses nor caress.
Partly I know it’s gentleness

And understanding in one word
Or in brief letters. It’s preserved
By trust and by respect and awe.
These are the words I’m searching for.

Two people, yes, two lasting friends.
The giving comes, the taking ends.
There is no measure for such things.
For this all Nature slows and sings.

 


Elizabeth Jennings (18 juli 1926 – 26 oktober 2001)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten