Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Steffen Popp

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

BUKOLISCHE POSTKARTEN II

Das sich Verwandeln der Orte ins uns
alt wie die Sphinx, und wir sind sie, sind
unser Fernsein in ihnen.

Alles soll groß werden, aufschäumen
aber die Nacht konzentriert sich
auf einen winzigen Gegenstand.

Technik will denken, aber Steine tragen
sich an ihrer Grenze, wie Schlaf.

Ein Sicherung vor dem Herzen
schaltet das Licht aus
in deinem Rücken die Pyramidenlampe
oben die kleinen Sterne.

 

 

Schneeode, später Schnee

O schwarzer Schlaf, o Axt
o große Trauer, Herz
ich ging hinaus, über das Gras
ich ging hinaus um deine Augen.

Filzstift, Baumpilz, Hydra
ich ging hinaus, ich ging hinaus
über das Gras, um deine Augen.

Achte auf kleines Gewölk
achte auf Tote, ihren besonderen Traum
achte auf Vögel, die Spannung der Haut
das Schlagen, die Stimme, das Lied.

Dieses Gefühl überwintert
in deinem Handschuh, leise schnaufend
wie ein zu großes Tier
unter dem Waldboden.

Einmal im Schnee, gräbst du es aus
und findest Knochen

ich ging hinaus um deine Augen
ich ging hinaus um deine Augen

da sind die Toten, das Weltall
da sind die Vögel, das Lied.

 

 

Von Zinnen

Sage war alles, Packpferd (mit ihm durch Gebirge)
Futtersack (und Paris April). Hain, Gemüsehain des
geistig Verheerten. Hirschen. Enormes Er (Bottrop
Bingen). … schrieb Ihnen glühende Briefe, Madame.
Glühende Sachbearbeiterin – Schweifstern, Gau.

Semantisch nicht mal träumen. Rodete Strunk (heiße
Tränen). Liebe wollte Antike, Grube war Trumpf
– Gugelhupf, Unterschlupf, Grmpf. Brütendes Rind
das heißt ca. 60 Pelikane mit massiven Kehlsäcken.

Hufe (uralte Sentenz). Zeugen (vermutlich Splitt).
Schneid einem Sittich die Krallen, halt ihn ins Licht.

 

 

Sneeuwode, late sneeuw

Oh zwarte slaap, oh bijl
Oh groot verdriet, hart
Ik ging naar buiten over het gras
Ik ging naar buiten, omwille van je ogen.

Viltstift, boomschimmel, hydra
Ik ging naar buiten, ik ging naar buiten
over het gras, omwille van je ogen.

Let op kleine wolkjes
let op dode mensen, hun bijzondere droom
let op vogels, de spanning van de huid
het getjilp, de stem, het lied.

Dit gevoel overwintert
in jouw handschoen, zachtjes hijgend
als een te groot dier
onder de bosbodem.

Eenmaal in de sneeuw graaf je het op
en vind botten

Ik ging naar buiten omwille van je ogen
Ik ging naar buiten omwille van je ogen
daar zijn de doden, het universum
daar zijn de vogels, het lied.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Elizabeth Jennings

De Engelse dichteres Elizabeth Joan Jennings werd geboren op 18 juli 1926 in Boston, Lincolnshire. Toen ze zes jaar oud was, verhuisde haar familie naar Oxford, waar ze de rest van haar leven bleef. Daar studeerde ze later aan St. Anne’s College. Na haar afstuderen werd ze schrijfster. Jennings’ vroege gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften zoals “Oxford Poetry”, “New English Weekly”, “The Spectator”, “Outposts” en “Poetry Review”, maar ze publiceerde haar eerste boek pas in 1953, op 27-jarige leeftijd. Het won datzelfde jaar de Arts Council of Great Britain Award voor beste debuutgedicht. Ze noemde Gerard Manley Hopkins, W. H. Auden, Robert Graves en Edwin Muir als dichters die haar beïnvloedden. Haar tweede boek, “A Way of Looking”, won in 1955 de Somerset Maugham Award en markeerde een keerpunt, omdat het prijzengeld haar in staat stelde bijna drie maanden in Rome door te brengen. De reis bracht een nieuwe dimensie in haar religieuze geloof en voedde haar verbeelding. In 1987 ontving ze de WH Smith Literary Award voor de bundel “Collected Poems 1953–1985”. Jennings worstelde met de praktische aspecten van haar carrière en leven. Ze raakte verarmd en kampte met haar geestelijke gezondheid, en haar persoonlijke problemen ondermijnden haar reputatie als criticus. Toen ze in 1992 door de koningin werd geëerd als Commandeur in de Orde van het Britse Rijk, droeg ze “een gebreide muts, een duffelcoat en canvas schoenen”. De roddelpers bespotte haar als de zwerfster van de sonnetten, een label dat haar bijbleef. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in verschillende studentenhuizen. Kort voor haar dood ontving ze een eredoctoraat in de Godgeleerdheid van de Universiteit van Durham. Ze stierf in een verpleeghuis in Bampton, Oxfordshire. Ze is begraven op de Wolvercote Cemetery in Oxford. Jennings, die meer als traditionalist dan als vernieuwer wordt beschouwd, staat bekend om haar poëzie en vormbeheersing. Haar werk wordt gekenmerkt door een eenvoud in metrum en rijm die ze deelt met Philip Larkin, Kingsley Amis en Thom Gunn, allen leden van de groep Engelse dichters die bekendstaat als The Movement. Haar diepgewortelde rooms-katholicisme vormde een groot deel van haar werk. Haar leven en carrière werden in 2018 geëerd door Dana Gioia, die zei: “Ondanks haar mislukkingen in de seculiere wereld, is haar artistieke carrière een gestaag traject van succes geweest. Jennings behoort tot de beste Britse dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Ze is ook Engelands beste katholieke dichter sinds Gerard Manley Hopkins.”

 

 

A Mental Hospital Sitting-Room

Utrillo on the wall. A nun is climbing
Steps in Montmartre. We patients sit below.
It does not seem a time for lucid rhyming;
Too much disturbs. It does not seem a time
When anything could fertilize or grow.

It is as if a scream were opened wide,
A mouth demanding everyone to listen.
Too many people cry, too many hide
And stare into themselves. I am afraid
There are no life-belts here on which to fasten.

The nun is climbing up those steps. The room
Shifts till the dust flies in between our eyes.
The only hope is visitors will come
And talk of other things than our disease …
So much is stagnant and yet nothing dies.

 

Song of Time

Deliver time and let it go
Under wild clouds and passive moon.
Once it was fast, now it is slow.
I lose my hours beneath the sun,
Brisk minutes ebb and flow.

Time is elemental, all
We make in speech and action, yet
Time itself can have a fall
When heart and mind have no regret
And love is how you feel.

Oh let us dance with time and turn
It to a friend, a willing one.
In time we grow, through time we learn
The visitations of the sun
And ardour of the moon.

Time is not clocks but moves within
The discourse of the learned heart,
It is the way our lives begin.
O leaving time behind’s an art
Ahead and now and then.

 

Friendship

Such love I cannot analyse;
It does not rest in lips or eyes,
Neither in kisses nor caress.
Partly I know it’s gentleness

And understanding in one word
Or in brief letters. It’s preserved
By trust and by respect and awe.
These are the words I’m searching for.

Two people, yes, two lasting friends.
The giving comes, the taking ends.
There is no measure for such things.
For this all Nature slows and sings.

 


Elizabeth Jennings (18 juli 1926 – 26 oktober 2001)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

 

Het geld het fruit en de familie

als ze nat van de regen thuiskomt op de dag dat haar vakantiegeld net binnen is
jij je hand op haar heupen legt en de kleine huidplooi zachtjes in de
muis van je hand kruipt je tegen haar billen duwt je haar het hematasje
uit handen neemt het op tafel legt
en haar voorzichtig naar de trap manoeuvreert

dat ze dan een beetje tegensputtert
dat je haar in haar nek zoent
aan haar bloesje frunnikt

en je vader belt zonder zijn naam te zeggen

een stem waar je al tweeëndertig jaar naar luistert
maar die je niet meteen herkent

vijftien jaar oud

zes uur ’s ochtends en over een uur de bus
een oud washandje of een sportsok
in een broodtrommel
onder het bed
de wehkamp

wat je ruikt is niet de vis die rot
maar de vis die fermenteert

dat ze lacht naar haar portemonnee naast de fruitschaal

en ik me als een kat
in mijn nekvel
gegrepen voel

door het geld het fruit
en de familie

 

 

Alarm

iemand sprak hem aan en de aap lachte minzaam voordat hij
iets terug zei minzaam alsof hij een marmot aan fred oster gaf

het is eigenlijk gewoon sjoelen met de ogen dicht dit praten
wachten op de bus met je rug naar de weg

elk schijfje als een man in een druk café blij
dat hij de wc bereikt heeft

een vuilnisman parkeert zijn truck
naast de pianozaak

een nieuwe minnaar een huis waar je hopelijk
een stoel of bank in verschuiven mag

dan een gezicht met een lui half dichtgeknepen en een gewoon oog
drie tempi die in dat orkest een andere maat de mond die rustig spreekt
het ene oog dat normaal knippert en het andere dat onregelmatig

hun opstelling is kortom
een fiasco

hier moeten wel twee mensen spreken denk je
hier moeten wel twee ongelijke stellingen worden geuit
terwijl je mond en ogen aan elkaar probeert te verbinden

denk erom wat je met je jassen doet

en in de straat weer dat autoalarm

 

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

De saffraanplukkers

Het is noodzakelijk om 150.000 krokussen te plukken
om één kilo saffraan te verkrijgen.

Binnenkort hurkt ze weer boven elke krokus,
voelt hoe de weegschaal, bepaald door het lot, door tegenslag
een ontzagwekkend zware last is: een tegenwicht

tegen de tijd. Binnenkort werpt de zon zijn schaduwen
op de gezichten van haar kinderen. Zij kent
vergelijkingen: hoeveel stigma’s brengen elke dag in balans

met de volgende; hoeveel dagen delen
die ene maaltijd op; hoeveel rondjes van een glanzende
tafel moet de zon afleggen voordat genoeg geel

een lepelvol zwaar maakt. Ze spreidt een doek uit,
roept naar de concurrerende nullen van haar kinder-
monden. Een schortvol wordt haar standaard –

en die paarse velden van oneerlijke equivalentie.
Altijd dat gewicht in haar schort: de onopdeelbare
honger die nooit de lichtheid van bloemen heeft.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 14:46 Reageer op dit bericht

Andrea Wolfmayr, Steffen Popp

De Oostenrijkse schrijfster en politica Andrea Wolfmayr werd geboren op 16 juli 1953 in Gleisdorf. Zie ook alle tags voor Andrea Wolfmayr op dit blog.

Uit: Mama!! Wie es ist. Wie es war.

„Der Hund nebenan kläfft, ein Besucherhund, ich zucke zusammen, innerlich, weil ich weiß, dass es Melissa aufregt und dass sie demnächst mit der Nachbarin reden will, die ist Hundezüchterin und kriegt oft Besuch von anderen Hundebesitzern, es ist also nur ein Besuchshund, der so laut ist und immer kläfft, die eigenen sind ganz manierlich, sie folgen und sind still. Ich denke an Mama. Und was mir alles hochkommt. Was alles rein soll ins Buch. Und warum ich anfange zu vergessen. Warum ich mit den Dingen nicht mehr zurechtkomme, warum ich sie vernachlässige, die Blumen zum Beispiel, die Pelargonien. Der Oleander kriegt gelbe Blätter und seine Blüten, die schönen weißen Blüten, sind braun geworden und verwelken vorzeitig, vom Regen versehrt, ich hab mich nicht darum gekümmert. Die Kinder waren da. Ein abgerissenes Pflaster liegt auf dem Terrassenboden. Den Boden hab nicht ich verlegen lassen, sondern Ingeborg, meine Schwester, als sie noch hier wohnte, das Muster gefällt mir nicht. In den Fugen wächst Gras und Moos. Manchmal reiße ich es aus, manchmal vergesse ich drauf. Alles verkommt. Alles verschlampt. Weil ich es nicht mehr schaffe. Ich werde älter.
Ich rede innerlich mit ihr, nicht mehr so oft wie früher, aber allmählich, im Älterwerden, immer öfter. Und ich rede mit mir selbst. Manchmal laut. Ich höre mich reden. Und ich denke nach. Ich wollte, sage ich zu den Geschwistern, ich wollte immer so sein wie Mama und ich dachte, ich sei wie sie. Könne das alles schaffen, Familienmutter, Matriarchin, Fluchtburg. Alles machen. Alles sein. Supermutter. Beruf und Haushalt und Kinder und Mann. Und Politik.
Alles schaffen. Engagement und Freundinnen. Stark. Und unentwegt freundlich, freudig, sich immer und sichtlich freuend, wenn eins der Kinder kommt. Unangemeldet, immer unangemeldet – wir melden uns doch nicht an bei unserer Mutter, warum auch? Wir rechnen damit, dass sie da ist, wir rechnen mit dieser ihrer ewig herzlichen Freude über uns, egal, wann und wie und was, egal, ob sie Zeit hat oder nicht. Wir platzen in ihr Haus, ihre Küche, ihr Gebiet, ihr Leben. Wir sind da. Und sie freut sich. Wir haben uns oft genug geniert wegen dieser großen Freude. Wegen dieses Stolzes. Waren spöttisch. Lachten über die wirren Haarsträhnen überm roten Gesicht, wenn sie verschwitzt war und zerstochen von den Gelsen und Rosendornen, weil sie wieder im Garten gewühlt hat, »Garten macht so viel Arbeit! Aber ist er nicht schön?«

 

Andrea Wolfmayr (Gleisdorf, 16 juli 1953)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Gesprek met doden

Te weinig middelen om alles te denken wat er gebeurt
lot van de plant, b.v. verrot in de aarden pot.
Het intense, verveeld met onze stijlen
spuugt ons in het licht, humus voor geest, microben.

Wat is er, zegt het kind, behalve herinnering niet
aanwezig in de ruimte, onuitgespuugd in de tijd
Op deze dag leert het de woorden nougat
Honduras, centraal zenuwstelsel, dwergneus.

Het leert het woord Babel en vergeet het niet
alleen de betekenis ervan, het leert het woord schaaf,
het woord houtkrullen, het woord schaafbank.

Veelzeggend: het lot van de hamster, b.v.
van de spinnen. Het kind zegt hier slechts -kant:
Delft welsprekende graven. Praat zo met doden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2023 en ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Badelied (Novalis), Driss Chraïbi, Steffen Popp

 

 

Baders op het strand door A. de Fleury, 1e helft 20e eeuw

 

 

Badelied

Auf Freunde, herunter das heiße Gewand
Und tauchet in kühlende Flut
Die Glieder, die matt von der Sonne gebrannt,
Und holet von neuem euch Mut.

Die Hitze erschlaffet, macht träge uns nur,
Nicht munter und tätig und frisch,
Doch Leben gibt uns und der ganzen Natur
Die Quelle im kühlen Gebüsch.

Vielleicht daß sich hier auch ein Mädchen gekühlt
Mit rosichten Wangen und Mund,
Am niedlichen Leibe dies Wellchen gespielt,
Am Busen, so weiß und so rund.

Und welches Entzücken! dies Wellchen bespült
Auch meine entkleidete Brust.
O! wahrlich, wer diesen Gedanken nur fühlt,
Hat süße entzückende Lust.

 

 

Novalis (2 mei 1772 – 25 maart 1801)
Schloss Oberwiederstedt, het geboortehuis van Novalis

 

 

De Marokkaanse schrijver Driss Chraïbi werd geboren in El Jadida op 15 juli 1926. Zie ook alle tags voor Driss Chraïbi op dit blog.

Uit: Gehoord, gezien, gelezen  (Vertaald door Geertrui Marks)

“Ik dank het leven. Het heeft al mijn wensen vervuld. De rest is literatuur, om niet te zeggen eenzaamheid. Op mijn leeftijd – eenenzeventig al – loop ik op mijn dooie akkertje terug over de afgelegde weg, zonder besef van ruimte en tijd. Ik wend me naar mijn verleden. Dat probeer ik althans. Een vrouw op leeftijd verklaarde blozend tegenover mijn helaas overleden Britse collega Georges Bernard Shaw dat ze dertig was. ‘Ach zo,’ antwoordde de oude man droog als altijd, ‘maar op welke leeftijd bent u geboren?’ Diezelfde vraag had hij mutatis mutandis aan mij kunnen stellen. Niet dat ik een vrouw ben, u kent me. Maar er bestaat nog steeds enige twijfel over mijn geboortedatum, een zeker verschil tussen mondelinge en schriftelijke overlevering. Aan wat geschreven staat, wordt niet getwijfeld, vooral niet als het een ambtelijk document betreft. Maar aan wat gezegd wordt…
Bekijken we de officiële versie. Ik aanschouwde het levenslicht in Marokko, in El-Jadida (Mazagan in de tijd van het Protectoraat), aan de kust. De geboorteplaats staat vast, nu de datum nog. Bij ons, ‘inboorlingen’, bestond geen burgerlijke stand. En – het is sinds de kruistochten al zo vaak geschreven en beweerd – tijd speelt in de Arabische wereld nauwelijks een rol, ook al zijn de Marokkanen verzot op horloges die stipt gelijk lopen. Maar in het Franse geschiedenisboek, datzelfde boek waarin de lof gezongen werd van mijn Gallische voorouders, stond dat ons ‘beschaving’ moest worden bijgebracht. Voor het Lycée Lyautey in Casablanca moest ik een identiteitsbewijs hebben, en dus een officiële leeftijd. In een witte djellaba en in gezelschap van twee geloofwaardige getuigen die hem nog geld schuldig waren, nam mijn vader me aan de hand mee naar het politiebureau. Het was een verzengend hete middag in het begin van de Tweede Wereldoorlog. Tegenover de commissaris verklaarde hij plechtig dat ik Driss heette, met dubbel s graag, Idriss in het Arabisch maar je zegt Driss, dat ik echt zijn zoon was en dat hij tevreden over me was, ja, meneer, braaf, gehoorzaam en leergierig…
‘Zijn leeftijd, zegt u? Tja. Het was oogsttijd, toen hij met Gods hulp ter wereld kwam.’
‘Welke oogst?’ vroeg de commissaris die dikke parels zweette. ‘Gerst, haver, maïs, harde tarwe?’
‘Harde tarwe,’ zei mijn vader.”

 

Driss Chraïbi (15 juli 1926 – 1 april 2007)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Auratische veldstudies

I

 

Onmerkbaar stijlvormende wind uit het Noordwesten
en de garagedeur vormen een vloeiende rechthoek

het emotionele project, ontstemd
hangt het voor ons, in de lucht, ademt moeizaam

wij proberen de structuren van de liefde
in conversatie te binden, op lange boswandelingen
door mist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:48 Reageer op dit bericht

Volker Kaminski, Steffen Popp

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: RUA 17

“Es war das Vergessen, das sie lähmte. Er nahm den Bleistift und schrieb in sein Notizbuch: Das Vergessen ist allgegenwärtig, es hüllt uns ein wie eine Nebelwolke und löscht unsere Erinnerungen. Er wusste zum Beispiel nicht mehr, wie viele Tage er im CAMP verbracht hatte, obwohl sein Aufenthalt erst wenige Wochen zurücklag. Und er konnte auch nicht sagen, warum die anderen ihn Meister nannten, obwohl das sicher nicht sein richtiger Name war. Andauernd kämpften sie mit Lücken in ihrem Gedächtnis, die sie sich nicht erklären konnten. Am vergesslichsten war Oma Ka, die zurzeit bei ihnen einquartiert war. Sie wartete immerzu auf den Assistenten. Der Assistent sang ihr mit gedämpfter Stimme Lieder vor, die sie vor langer Zeit gekannt hatte. Welches Leben Oma Ka geführt, in welchen Häusern sie gewohnt, wie sie ihre lange Lebenszeit verbracht hatte, wusste keiner, am wenigsten sie selbst. Auch der Assistent konnte ihr die fehlenden Erinnerungen nicht zurückbringen, doch er drang mit seiner Stimme tief in ihr Gehirn ein und aktivierte dort Wort- und Bildsequenzen, bei deren Auftauchen Oma Ka freudig jauchzte. Kein Mensch im Haus wusste, wie Bildsequenzen aktiviert und Erinnerungsströme gesteuert wurden. Als Schüler hatte Meister zwar die obligatorischen Kurse besucht, in denen ihnen Aufbau und Funktionsweise des SYSTEMS in groben Zügen vermittelt wurden. Aber danach war er mit der Technik nicht mehr in Berührung gekommen. Heute Nachmittag war ihm in seinem Arbeitszimmer, dein kleinsten Raum der Wohnung, der Verdacht gekommen: Unser Vergessen ist Programm. In allen Häusern der Straße, des Viertels, des ganzen Bezirks gab es die gleichen Schilder in den Wohnungsfluren, denen die Bewohner wie einem Haussegen zu folgen schienen: sanft und träge. Inzwischen waren diese Holztafeln von einer Staub-schicht bedeckt, so dass man kaum noch die eingravierten Buchstaben entziffern konnte. Meister hatte einmal die Mitbewohner gefragt, wer von ihnen wisse, was auf dein Schild über der Tür stand. Keiner konnte eine Antwort geben.
Am frühen Abend trat ein blau gekleideter Assistent in sein Arbeitszimmer, stellte sich dicht hinter Meister und wartete einen Moment. „Vielleicht habe ich es noch nicht erwähnt …”, begann er mit weicher Stimme. „Keine Vorreden«, sagte Meister und wandte sich ihm unwillig zu, „was gibt es Neues?” Der Assistent blickte ihn freundlich an. „Nichts Ungewöhnliches. Es ist alles normal, fehlerfrei und sicher.”

 

Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Deze herinnering eindigt bij de zee

Je slentert in het zout, de zeewind, zeeolifanten
later vergat ik de geheime namen van de branding
– jouw tasten in het zand, dood hout
wat de zee er ook maar uit gooit als het weer omslaat
je bent hier niet alleen maar een vriend
een herinnering uit mijn gouden album

Wat uit je handen valt, zal het strand vormen
bewegingen vervagen, gebaren lossen op in het donker
– nacht opent nog een keer de kosmos
de sterren zijn kunstlicht, maar ze plaatsen nog een keer
zichtassen in je hoofd, dat er niet is.

Je loopt weg met zeldzame planten, stenen
voert de schildpad mee aan een blauwe draad
– ik kan het niet vaststellen, is het de wereld
in haar zinken, die dit garen van mijn huid trekt
of gewoon een verloren demon
een plastic reptiel uit de kinderjaren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2023 en ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:43 Reageer op dit bericht

Rien Vroegindeweij, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.

 

Encore Paris

I
We waren eerder op het plein van de wereld,
in de faubourg van de zwervers,
bij de soepbedeling van de jaren zestig.

Nu, samen gekomen uit het Noorden,
eten we in restaurants en geven fooien
aan dezelfde beelden van de obers,
die in de Tuilerieën werden ingevroren.

 

II
Blindelings lopen we er op af
(deze keer zonder slaapzak),
nieuwsgierigheid of het oude café
er nog is, – is zoals het was.

Maar nee, ook dat is opgeofferd
aan de toeristengolf.
De baas, de oude Rus Popoff
moet van ergernis zijn ontploft.

(Bijtijds de zaak verkocht,
om stil te leven op het kerkhof?)

 

III
Toen we eindelijk,
na zoveel reisjes naar Parijs,
besloten een blik

te slaan op Mona Lisa,
staarden we naar
een lege wand.

‘Elle est en vacances à Japon,’
deelde een suppoost ons mede.

Later vernamen we
van de Bond van Japanse
Invaliden, dat haar leden de kans
niet hadden gekregen
haar te zien.

Daar riep een suppoost langs
de loop van zijn stengun:

‘Zij moet blijven lachen,
dat is de kunst!’

(Hiharosjima?)

 

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Zendtijd

’s Middags een commentaar, maar ’s avonds trekken
sterren over het scherm die sneller zijn verschenen
dan het spoor van gedachten. Ze openen en sluiten
deuren van dit systeem waarin wij ons uiterste best
doen, tot aan de ontkenning toe. Dan plotseling hurkt

’s nachts een uil op de vensterbank, en het is
een nieuwe situatie die in het nieuws niet
wordt genoemd. Iets moet je nu

zeggen. Alles opgeslagen. Je kunt ook proberen
wat gezegd wordt te variëren; In het archief staan mensen
klaar om het na te kijken. Of de zon breekt door
de nevel die ’s ochtends tussen de heuvels ligt,
en dat zou al de volgende dag zijn waar je
aan moet beginnen zonder de nieuwssituatie te kennen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:42 Reageer op dit bericht

Sasha Filipenko, Pablo Neruda

De Belarussische schrijver, journalist en tv-presentator Sasha Filipenko werd geboren op 12 juli 1984 in Minsk. Zie ook alle tags voor Sasha Filipenko op dit blog.

Uit: Uitgewist (Vertaald door Arie van der Ent)

“Als de handtekening is gezet, zegt de vrouw, een zonderling zoals elke verkoper van onroerend goed: “Gefeliciteerd! Ik ben heel blij voor u. U doet zo somber, maar dat is nergens voor nodig! Ik heb u het beste object gegeven wat prijs-kwaliteitverhouding betreft:
De makelaar haalt haar lipstick uit haar tasje en gaat met haar diepe stem verder, zonder aandacht aan de inmiddels ex-eigenaar te schenken: “Wij zitten zogezegd in een win-winsituatie. Trouwens, met wie wilt u hier gaan wonen?”
“Met mijn dochtertje: zeg ik, terwijl ik naar het kleuterschooltje op de binnenplaats kijk.
“Hoe oud is die?”
“Drie maanden”.
“Wat geweldig! Een jong gezin. Gelooft u mij, u zult me nog dankbaar zijn”.
“Waarvoor?”
“Dan vraagt u nog waarvoor?! Dat heb ik u verteld! Wat bent u toch verstrooid. U hebt maar één buurvrouw. En dat is een eenzame oude vrouw van negentig, met alzheimer. Dit is echt de jackpot. Gewoon vrienden worden en de woning op uw naam laten zetten”.
“Dank u; zeg ik om de een of andere reden, zonder op te kijken.
De flat is leeg. Geen stoel, geen bed, geen tafel. Ik rommel wat in mijn tas. De oude eigenares weet van geen weggaan. De vrouw staat bij het raam, in de tredmolen van haar herinneringen, en strijkt over de verfplooien in de vensterbank, alsof ze de was staat te strijken. Vergeefs, ik ga de hele boel hier toch veranderen.
“Blijft u vandaag alleen?”
“Ja”.
“Waar slaapt u dan?”
“Ik heb een slaapzak bij me, en een waterkoker..”
“Als u wilt, kunt u wel bij mij slapen.”
“Nee, dank u.”
De makelaar geeft zich gewonnen. Ik ben te jong voor haar. Ze voert de voormalige vrouw des huizes aan een elleboog mee en verlaat eindelijk de flat. Alleen achtergebleven ga ik op de grond zitten. Klaar, denk ik, doek. Het leven is afgelopen, het leven begint opnieuw. Het transcendente nulpunt. Op mijn dertigste heb ik een levenslot dat in tweeën is gescheurd. Ik krijg het aanbod het nog eens te proberen. Ik weet daar niets tegen in te brengen. Zelfmoord is niets voor mij; bovendien heb ik nu een dochter.
Ik ga vast vergeten waar ik die avond met mijn gedachten ben. In mijn hoofd hangt een mist, in het binnenvallende licht walst het stof. Verder is hier helemaal niets.“

 

Sasha Filipenko (Minsk, 12 juli 1984)

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

O wijdte van pijnbomen

O wijdte van pijnbomen, rumoer van brekende golven,
langzaam spel van lichten, eenzame kerkklok,
schemering, die in je ogen valt, o mijn liefste,
schelp van de aarde, in jou zingt de aarde, zingt!

In jou zingen de rivieren en mijn ziel vlucht in ze
zoals jij het verlangt en naar waar jij dat wilt.
O leg mijn weg aan op jouw boog van hoop
en uitbundig zal ik mijn pijlenzwermen afvuren.

Om mij heen zie ik je middel van nevels
en je stilte achtervolgt mijn achtervolgde uren,
daar ben jij met je armen van transparant gesteente
waar mijn kussen ankeren, mijn verlangen zich nestelt.

O je geheimzinnige stem, die de liefde kleurt en buigt
in de luide stervende avond!
Zo heb ik in de late uren op de velden
de korenaren zien buigen in de mond van de wind.

 

Vertaald door Riekus Waskowsky

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)
Portret door Richard Day, 2015

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2020 en eveneens mijn blog van 12 juli 2019 en ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht

Amitav Ghosh, Jürgen Becker

De Indiase schrijver Amitav Ghosh werd geboren in Calcutta op 11 juli 1956. Zie ook alle tags voor Amitav Ghosh op dit blog.

Uit: De vloek van de nootmuskaat: Boodschap aan een planeet in crisis

“Tot op heden weet niemand precies wat er in Selamon is gebeurd, die aprilnacht in het jaar 1621, behalve dat er een lamp op de grond viel in het gebouw waar Martijn Sonck, een Nederlandse functionaris, was ingekwartierd. Selamon is een dorp in de Banda-archipel, een klein cluster van eilanden in het uiterste zuidoosten van de Indische Oceaan.’ De nederzetting ligt aan het noordelijke uiteinde van Lonthor, dat ook wel eens Groot Banda (Banda Besar) wordt genoemd, omdat het het grootste eiland van het cluster is.2 ‘Groot’ is een wat overdreven benaming voor een eiland dat slechts tweeënhalve mijl lang en een halve mijl breed is, maar dat is geen onbeduidende grootte in een archipel die zo miniem is dat hij op de meeste kaarten slechts met een paar stippen is aangegeven’ Toch is Martijn Sonck hier, op 21 april 1621, aan de andere kant van de wereld, in de bale-bale van Selamon, oftewel de vergaderzaal, die hij heeft gevorderd als inkwartieringsplaats voor zichzelf en zijn begeleiders’ Sonck heeft ook de meest eerbiedwaardige moskee van de nederzetting betrokken – ‘een prachtig instituut’, gemaakt van witte steen, luchtig en schoon vanbinnen, met twee grote watervaten bij de ingang, zodat de bezoekers hun voeten kunnen wassen voordat ze naar binnen gaan. De dorpsoudsten zijn niet blij met de inbeslagname van hun moskee, maar Sonck heeft hun protesten bruusk van tafel geveegd en hun verteld dat ze genoeg andere plaatsen hebben om hun godsdienst te belijden. Dit strookt met al het andere dat Sonck heeft gedaan in de korte tijd dat hij op het eiland Lonthor is. Hij heeft de beste huizen in beslag genomen voor zijn troepen, en hij heeft ook soldaten het dorp in gestuurd om de inwoners angst aan te jagen. Maar dit zijn louter voorbereidende maatregelen, slechts bedoeld om de basis te leggen voor wat Sonck werkelijk van plan is: hij is naar Selamon gekomen met de opdracht om het dorp te vernietigen en de inwoners te verdrijven van dit idyllische eiland, met zijn weelderige bossen en sprankelende blauwe zeeën. De meedogenloosheid van dit plan is zo groot dat de dorpelingen het misschien nog niet helemaal hebben kunnen bevatten. Maar de Nederlander van zijn kant heeft geen geheim gemaakt van zijn bedoelingen; integendeel, hij heeft de oudsten duidelijk gemaakt dat hij hun volledige medewerking verwacht bij de vernietiging van hun eigen nederzetting en de verdrijving van hun dorpsgenoten. Sonck is ook niet de eerste Nederlandse functionaris die deze boodschap aan Selamon overbrengt. De dorpelingen en hun mede-Bandanezen hebben al enkele weken dreigementen en machtsvertoon moeten verduren, steeds vergezeld van dezelfde eisen: dat ze de dorpsmuren moeten afbreken, hun wapens en gereedschap moeten inleveren – zelfs de roeren van hun boten -en voorbereidingen moeten treffen voor hun aanstaande verwijdering van het eiland.”

 

Amitav Ghosh (Calcutta, 11 juli 1956)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

nu duiken de zichtbare delen

nu duiken de zichtbare delen
van de geschiedenis op, een opeenvolging van flikkerende
restanten die om zich te herinneren zijn
bewaard en tevoorschijn gehaald. Muziek
in de hoofdsteden; melancholie, spiegelschriften,
schoonheidswedstrijd. Nog ’s avonds wordt er
bij de houten hekken gehamerd, die de wind
afleiden, geur uit de ovens. De buurvrouw
zit nog in de pruimenboom. Tijdperken
worden opgeschort totdat de herinnering onrustig wordt
totdat je hoort, dwars door de slaap heen,
het rollen van de transporten. Wortels,
tabak, zonnebloemen, de tijdloze woorden
in een notitieboekje dat misschien ooit
wordt doorgegeven; nog zijn de tuinen
niet leeg. De volgorde is weer compleet
anders; beginnen kun je midden
in de zomer, onder luidsprekers tussen de bomen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

 

 

JA EN NEE

elke vraag die mij gesteld wordt
beantwoord ik met: ‘ja én nee’

of ik het protest van boeren
tegen de uitkoopregeling voor piekbelasters snap

ja, want het gaat om bedrijven die ze met hun eigen blote handen hebben opgebouwd
en nee, want de stikstofuitstoot moet omlaag

of ik voor wapenleveranties
aan oekraïne ben

ja, want een land dat wordt binnengevallen moet zichzelf kunnen verdedigen
en nee, want ik ben tegen oorlog en geweld

door overal met ‘ja én nee’ op te antwoorden
neem ik geen stelling in
maar verláát ik er ook geen

ben ik taartbodem
en -vulling in één

ik ageer ergens tegen
én blijf eromheen dansen

in populisme
vind ik de nuance

als jager en prooi
wolf en hinde

iets vinden
én níét

zo word ik god
die de vernietiging schiep

 

 

U beklijft
Voor G. R.

hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
net als bij dageraad gebeurt dit tegelijk
zon komt op terwijl de maan verdwijnt
u werd dwarsligger genoemd, spaak in het wiel
weggezet als verzetter-om-het-verzetten
u in kuif gepikt zag uw goede naam besmet en
klom in de pen zogezegd, haphaphap, een bijtwoord viel
het happen maakte u onbegrepen en geweerd
was u hardcore hardleers of begreep men u verkeerd?
als een vlieg aan een kleefstrip hing ik aan uw derde naam
MARIA, die bitter betekent en ook rein, wat dus kan samengaan
misschien is bitter wel het leven dat we sugarcoaten, zoeten
omdat we anders paf van gal door de dag, dag, dagen moeten
maar wat we omsuikeren houdt toch die binnenkant
die bitterheid die eronder schrijnt als hooibroeibrand
er was een hond, aan paal gebonden
die u losmaakte, verzorgde, een extra mond
wie zoiets doet is geen monster, maar een mens
die we herdenken, met woorden die noch bijten noch zoeten
die zijn en blijven
terwijl u er niet meer bent
hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
mij is misschien wel u
dat maakt u universeler dan u lijkt
al leeft u alleen nog in verleden tijd
u beklijft

 

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

 

Reisdoel

Westfaalse heuvels, de Breisgau en vervolgens Dresden… geen week
voor ansichtkaarten en tot rust gekomen residenties; Bladerenval, laag
hangende hemel tussen de Elbe en de Rijn.

Geschuif met agenda’s, geen afscheid voor langere tijd; wat zoek je
in het zuiden? Ik dacht in de restauratiewagen aan mijn vader
en hoe hij in de jaren dertig reisde… Excelsior,
Majestic. De jongen bij het raam begrijpt niet wat
de volwassenen zeggen: Marienborn, destijds de zone –

Tussen restanten hek een leeg gebied; twee kraaien fladderen
rond een staangebleven toren. De hand
in de hartstreek, de greep naar het paspoort; er zijn
gewoonten die de trein mee-vervoert. Zorgeloze
reizigers laten hun kranten liggen.

Kijk naar buiten. De nabijheid van het landschap dat je
kunt terugwinnen. Een kans die zich elk uur
herhaalt. Hong Kong gaat langzaam verloren.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 14:43 Reageer op dit bericht

Heatwave (Ted Hughes), June Jordan, Hans Arnfrid Astel

 

Hot Summer Days door Rob Hain, z.j.

 

 

Heatwave

Between Westminster and sunstruck St. Paul’s
The desert has entered the flea’s belly.

Life shut-eyed helf-submerged Nile bulls
The buildings tremble with breath.

The mirage of river is so real
Bodies drift in it, and human rubbish.

The main thing is the silence.
There are no charts for silence.

Men can’t penetrate it. Till sundown
Releases its leopard

Over the roofs, and women are suddenly
Everywhere, and the walker’s bones

Melt in the coughing of great cats.

 

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)
Mytholmroyd, Yorkshire, de geboorteplaats van Ted Hughes

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

 

 

It’s About You: On the Beach

You have
two hands absolutely lean and clean
to let go the gold
the silver flat or plain rock
sand
but hold the purple pieces
atom articles
that glorify a color
yours is orange
oranges are like you love
a promising
a calm sin and a juice
inside
a juice
a running from the desert
Lord
see how you run
YOUR BODY IS A LONG BLACK WING
YOUR BODY IS A LONG BLACK WING

 

 

You Came with Shells

You came with shells. And left them:
shells.
They lay beautiful on the table.
Now they lie on my desk
peculiar
extraordinary under 60 watts.

This morning I disturb I destroy the window
(and its light) by moving my feet
in the water. There.
It’s gone.
Last night the moon ranged from the left
to the right side
of the windshield. Only white lines
on a road strike me as
reasonable but
nevertheless and too often
we slow down for the fog.

I was going to say a natural environment
means this or
I was going to say we remain out of our
element or
sometimes you can get away completely
but the shells
will tell about the howling
and the losss

 

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)

 

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

 

DOBBELSTEENSPEL
of: De zevende hemel

De kubus toont de zesde hemelstreek.
Verlicht mijn nacht met jouw kaars.
De grappen stierven weg en het gelach.
Vastberaden reikt je hand naar mijn nest.
De liedjes zijn gezongen, losgemaakt
van de oever is de zachte liefdesboot.
Hij glijdt de zee in, de zevende hemel.
We roeien niet. We schenken ons de rest.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2023 en ook mijn blog van 9 juli 2021 en ook mijn blog van 9 juli 2020 en eveneens mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Janet Malcolm, Hans Arnfrid Astel

De Amerikaanse schrijfster, journaliste, biografe en essayiste Janet Malcolm werd geboren als Jana Klara Wienerová op 8 juli 1934 in Praag. Zie ook alle tags voor Janet Malcolm op dit blog.

Uit: The Silent Woman. Sylvia Plath And Ted Hughes

“Life, as we all know, does not reliably offer—as art does—a second (and a third and a thirtieth) chance to tinker with a problem, but Ted Hughes’s history seems to be uncommonly bare of the moments of mercy that allow one to undo or redo one’s actions and thus feel that life isn’t entirely tragic. Whatever Hughes might have undone or redone in his relationship to Sylvia Plath, the opportunity was taken from him when she committed suicide, in February of 1963, by putting her head in a gas oven as her two small children slept in a bedroom nearby, which the had sealed against gas fumes, and where she had placed mugs of milk and a plate of bread for them to find when they awoke. Plath and Hughes were not living together at the time of her death. They had been married for six years—she was thirty and he was thirty-two when she died—and had separated the previous fall in a turbulent way. There was another woman. It is a situation that many young married couples find themselves in—one that perhaps more couples find themselves in than don’t—but it is a situation that ordinarily doesn’t last: the couple either reconnects or dissolves. Life goes on. The pain and bitterness and exciting awfulness of sexual jealousy and sexual guilt recede and disappear. People grow older. They forgive themselves and each other, and may even come to realize that what they are forgiving themselves and each other for is youth. But a person who dies at thirty in the middle of a messy separation remains forever fixed in the mess. To the readers of her poetry and her biography, Sylvia Plath will always be young and in a rage over Hughes’s unfaithfulness. She will never reach the age when the tumults of young adulthood can be looked back upon with rueful sympathy and without anger and vengefulness. Ted Hughes has reached this age—he reached it some time ago—but he has been cheated of the peace that age brings by the posthumous fame of Plath and by the public’s fascination with the story of her life. Since he was part of that life—the most interesting figure in it during its final six years—he, too, remains fixed in the chaos and confusion of its final period. Like Prometheus, whose ravaged liver was daily reconstituted so it could be daily reravaged, Hughes has had to watch his young self being picked over by biographers, scholars, critics, article writers, and newspaper journalists. Strangers who Hughes feels know nothing about his marriage to Plath write about it with proprietary authority.”

 

Janet Malcolm (8 juli 1934 – 16 juni 2021)

 

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

BLAUWEREGEN
(Wisteria sinensis, “Wisteria”)

De rank van kennis slingert zoet
rond stam en boom van het hooggeprezen land.
De zoete adder wurgt met zijn geur
de tralies rond het paradijs.
Het hek bezwijkt voor de stormachtige omhelzing.
Zo verdwijnt uiteindelijk alle bitterheid,
verboden worden boodschappers van bewilliging.
Vanuit de lucht valt blauw in onze schoot.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2023 en ook mijn blog van 8 juli 2020 en eveneens mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:57 Reageer op dit bericht

Ivo Victoria, John Heath-Stubbs

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Alles is OKÉ

“Niets in haar appartement werkt nog. De oven is kapot. Het koffi ezetapparaat valt niet te vertrouwen. De douche doet raar. Het warme water heeft kuren. De vriezer zette vorige week, uit zichzelf, de hele berging onder water. Om maar te zwijgen van de afstandsbediening van de televisie die werkelijk waar eens goed moet worden nagekeken door zo iemand die, ja hoe zal ze het zeggen, echt álles van televisies en dat soort dingen af weet. Niet door mij. Desalniettemin warm ik de lasagne op. Daarna dekken we de tafel. Terwijl ik de borden neerzet, hoor ik haar rommelen in de keuken. Ze praat tegen zichzelf.
Allez moeder, wat hebt ge nog? En dan die kou. Nondedjol!
Ze duwt met kracht het open raam dicht.
Allez, moeder!
Ik kom erbij staan. Op het formicatafeltje waaraan ze eet wanneer ze alleen is, leunt een ansichtkaart tegen een halfl ege fles witte wijn. Van die bergerac die eigenlijk wel lekker is in verhouding tot de prijs. Gisteren zag ze hem weer in de aanbieding bij de Shop & Go, de superette bij het tankstation aan de overkant van de steenweg, dus ja, dan kan ze die niet laten staan. Ze wijst naar de ansichtkaart – een foto van een zwart jongetje in de armen van zijn moeder.
Gij, gij zijt mijne vriend. Ah ja.
Moederke. Wat zijt ge aan het doen?
Langzaam draait ze om haar as, met samengeknepen ogen.
Ze zegt: Moeder. Wat hebt ge hier nog. Nee. Niet veel, hè kinneke. Nee. Da’s hier weer arremoei sta bij.
Moederke. Wat zoekt ge?
Een servet.
Een servet.
Ja. Waar heb ik die servetten nu liggen?
Zijt ge dat vergeten?
Manneke.
Ge vergeet veel.
Ja hè.
Stilte.”

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

 

Het onverwachte

De godin Fortuna zij geprezen (op haar rad
Ben ik de afgelopen jaren gehakt geweest)
Gisternacht, een hele nacht lang, lag het onverwachte
In mijn armen, in een tedere en rusteloze rust –
(Ik zag de irrelevantie van mijn vroegere angsten)
Lag er, en vertrok toen. Ik stond op en liep door de straten
Waar een pinksterwind fris blies, en merels
Onmiskenbaar zongen, en de mensen mooi waren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2021 en ook mijn blog van 7 juli 2020 en eveneens mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:58 Reageer op dit bericht

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Het bloed in onze aderen

“Vanaf de wachttoren kijkt luitenant Amores uit over het Rifgebergte. Drie maanden al staat de opmars vanuit Melilla stil. Annual, gelegen in een dal tussen vier heuvels, is op dit moment de meest vooruitgeschoven post in de frontlinie, maar het kamp is nooit bedoeld geweest als permanente legerplaats. In de heuvels naar het westen verzamelt Abd El-Krim strijdkrachten, bouwt hij langzaam maar zeker aan zijn leger van Riffijnen, vastberaden de Spaanse bezettingsmacht van de Marokkaanse kaart te vegen. Niemand anders lijkt zich hierom zorgen te maken, en dit verontrust de luitenant des te meer.
Uit zijn borstzak haalt hij een klokje. Het is twee uur in de middag, tijd om zijn brieven te schrijven. Hij klimt van de wachtpost naar beneden en springt de laatste halve meter. Het stof stuift op en hecht zich op Amores’ zwarte laarzen en grijze pantalon. Hij doet al tijden geen moeite meer het af te kloppen.
Voor zijn tent is ter beschutting tussen vier palen een groot wit laken gespannen. In de schaduw hiervan verpozen twee van zijn collega-officiers. Luitenant Urgel — een vriend van Amores, die leiding geeft aan lokale politietroepen — zit op een munitiekist en leest een drie weken oude Madrileense krant. Luitenant Galán van de artillerie houdt een middagslaapje, liggend op de grond, het hoofd rustend op een opgevouwen deken.
Urgel groet Amores en vraagt hoe zijn dag is geweest.
‘Santamaría is een psychopaat,’ antwoordt deze.
Urgel trekt een wenkbrauw op.
‘Het is een ernstig gestoorde man,’ benadrukt Amores.
‘Er wordt beweerd dat hij ooit twee weken in de woestijn heeft overleefd zonder water,’ zegt Urgel. ‘En dat hij met zijn tanden de nek van een Arabier heeft doorgebeten — maar dat gelooft niemand.’
‘Het zou me niets verbazen.’
Urgel staat op, opent de munitiekist, haalt er een wijnzak uit en neemt een slok. ‘Jij ook?’ biedt hij aan.
Emilio knikt. Hij houdt de zak op ooghoogte en knijpt zachtjes. In een dun straaltje spuit de wijn tegen de binnenkant van zijn wang. Hij is drabberig en lauw, maar smaakt hem beter dan de beste crianza’s die hij ooit in de Rioja heeft mogen proeven.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Opsporingssucces

het was een donderdag, vanuit het raamluik
van de aangrenzende kelder hoorden we het duidelijk: zij,
sinds ongeveer vier weken vermist, was het.
een van de zusjes van het huis stormde meteen
over het hek, riep iets het koude gat in
en luidde een stormbel. Dicht bleef de deur.
kleine reepjes ham wierpen wij
door de roestige tralies. druppelden melk
er achteraan, het antwoord klonk niet ondankbaar.

tegen de avond dreef een zware wagen
de toegangspoort in. de rode remlichten
kondigden een grondig desinteresse aan. meteen,
toen mijn zusje haar vraag wilde stellen,
begon het hoofd van de ondervraagde te trillen.
Iedereen moet zelf weten hoe er met dingen,
die op hun eigen terrein belandden,
wordt omgegaan. de kleine dacht geen twee
seconden na: de kat leeft, zei ze.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 14:34 Reageer op dit bericht

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

 

 

JUWELEN STELEN NIET

Want ging ik ten westen van waar ik niet woon
maar verblijf naar de zeezij van de stad
die ik hoon noch liefheb,
rukte ik op door de schande
langs de slokdarm van de haven, de vanger
der ratten, het laatste lover mooi
in doodsnood op de blanco schotel
die de jumbo’s

roven langs de pluim van de oven, en kwam ik
dichterbij, schoof me
op, mag ik het zeggen, een slang
door de dzjungel, naar de warande
om het schroot dat voedde de hoop
al spoot ik m’n gif nog wel
effe snel in de kranke rijkeluisranken, waarop
ik naderde het doel

voor ogen, noem het de duinen, kul, doop
het de uitgedroogde tuinen der verrotte
zee, dan voelde ik de liefde
ze bedwelmen me te redden
van hun ondergang door ze me grondig
te helpen logen, en dan bedoel ik de metalen
uit de strot en uit de tale

der complotten de okays
te halen, tot ik van de coyotes
achter me de zweren samen in hun oksels
niet meer rook, maar blonk
van het blauw dat me wou zogen
toen ik tenslotte opdook uit de stroop:
ik wil niet uithangen waar jullie

verdrogen, zong ik, dat is het enige
waar ik nog voor ga, in mijn hymne
door de gangen der moederarmen
om de modder, fluit van de loodsboot
bij de pier, de doodsnood robot, sabeldroom, los
van de bol in bloei, een trilling van de fitting
om de schaafwond van de schitter

Had ik namelijk het licht gewild had ik het
gepakt, had ik m’n bloed
ermee beschoten, en was ik blijven
komen, bij het heen en weer
gaan van de boten vol
van het spul, maar nu lag ik
in de bijouterie van de spray
del sol en kon m’n dope niet op

Zoon van de zomer, onder de rokken
rond het raadsel van de zon naar me
toegetrokken, de billen in m’n mond
genomen om ze op te slikken
door uit de parel te nemen
de romen. Want keek ik nu nog
terug, naar de kust, vond ik de spog
waarin ik ze zag stikken

 

 

GEOPEND EINDE

Of je alleen bent gaan we dus niet vragen
omdat ik net zo lang wacht tot je het zegt

En dan zeg ik: je bent alleen omdat ik bij je ben
En als je dan zegt dat je het alleen bent als je alleen bent
zeg ik:

juist dan ben je bij me. Overal ter wereld sta ik op

van de steppe, bij het kale licht, in mijn verslaafde
lichaam waaruit ik de geest lostrek tot ik koffie kan

zetten van mijn beenderen, en ik maal verder
tot je me gevonden hebt tussen de honden. Maar

hoor je me klagen dat ik alleen ben? Want ik vind je
in het antwoord

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Keuken

de tafel was gedekt, de grijsblauwe vlag
van de morgen hing nog steeds voor het raam, daar zat
mijn grootmoeder – bril, krant – en smeerde
broodjes leverworst, wedijverend met de tijd.
gezonde muesli lag comfortabel en mooi in zijn
porseleinen schaal, daarin zwommen een paar tranen,
glinsterden op het oppervlak van de melk,
op een witte, van spanning trillende, huid.
een golf chocoladevlokken ging door de kom,
zwarte vlakken doken op en zonken.
de radio stond al een eeuw aan,
ruiste decennium na decennium door de morgen,
een keuken volgeperst met wereldmuziek,
en buiten vermenigvuldigden de bussen zich,
vol met kinderen van duizenden ouders,
wier stationwagens een paar kilometer naar het zuiden
tegen een boom raasden, nu, in een scherpe
bocht, en het nieuws kwam pas ’s avonds.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:54 Reageer op dit bericht

Ricardo Domeneck

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

Tekst waarin de dichter zijn
vijfentwintigjarige minnaar viert

Er waren
oorlogen die langer duurden
dan jij.
Ik wens je geluk
vandaag
want je overtrof met succes de levens-
verwachting
van een giraf of een vleermuis,
oude
koe of wurgslang,
uil.
Pinguïns, overal ter wereld,
en varkens,
tegelijk met jou verwekt, gaan al dood.
Saturnus
heeft, sinds zijn ei is gesloten,
de zon
niet één enkele keer omcirkeld.
Stalker
die me over duizend paadjes leidt naar
de Zone,
gaat nog een andere winter op sluipjacht,
ik verberg
mijn gezicht op je gladde borst.
Als het
mogelijk was, tekende ik een contract
met Lem
of met de gebroeders Strugatsky,
de scenaristen
van onze toekomstige dagen en nachten;
door klank-
band Diamanda Galás die loeit
en mekkert,
krast en snort, laten we neuken.
Ik vier
je geest onder je haren,
in erectie,
als aanhangsel van je lichaam, je penis.
Ergens
bereikt een varken, jouw tijd-
genoot,
het toppunt van zijn rondbuikige bestaan,
en ik vraag,
uitgeput en zwetend, of de minnaars,
nu hun wimpers
eindelijk verenigd zijn, schaapjes tellen
voor
ze inslapen, euforisch en drachtig.

 

Vertaald door Bart Vonck

 

 

BRIEF AAN DE VADER

Nu u
steeds meer lijkt op een stuk
vlees met twee ogen
gericht op het donkere plafond
in het bed waarin u waarschijnlijk
alleen niet alleen hoeft te sterven
omdat u zelfs uw eigen
speeksel niet alleen zal
kunnen slikken alleen in het gezelschap
van die sonde
die u voedt
vraag ik me af of het
verbod van de moeder
nog geldig is om u de
liefdesgewoonten op
te biechten van de slijm-
vliezen die de mijne zijn
en of u mij waarlijk zoveel
minder had liefgehad indien u
geweten had hoeveel wrijving
ze al hadden gekend die
biologisch of gods-
dienstig niet in hen paste
en of u ook voor uw jongen-
meisje de dood zou vragen
die u al die lui van mijn slag
toewenste als ze op het scherm
kwamen van de Globo van de Record
van de Manchete van de SBT
die altijd uw navelstreng
met de traditie
zouden vormen
en als u werkelijk
de grote vernietiging
over hen zou doen vallen
door het geweld
waarmee u uw scheld-
woorden brulde
die de macho typeren
afkomstig uit het binnenland
van dit land van binnenvetters
macho’s in hun
gebrekkige trots gebroken
en die geloven dat de vader
degene is die koelkasten
volstouwt en niet toelaat
dat het voedende voedsel
op tafel ontbreekt
dezelfde slijmvliezen
waarin uw bloed
stroomt
maar niet uw God
en nu gebroken in dit bed
de hersenen in aders
als beekjes die koppig
buiten hun oevers doorstromen
als u
het opzet zou kennen
waarmee ik de
tafel van alle
patriarchen bevuilde
ik vraag me nog altijd
af of u me zou ontvangen
met de zachtheid
die uw voorhoofd balsemt
de kus van deze uw jongen-
meisje die niets meer is
dan uw omgekeerde
beeld en gelijkenis
zoals een spiegel
die de tegenpolen
van geslacht en religie
zou weerkaatsen of de teken-
film in de kindertijd
van een Gerechtszaal
waar je op een doek
een omgekeerde wereld
kon zien
en of de Vader en de vader
waarlijk het voortbrengsel
haatten van de normen
van de Biologie of de Religie
maar later bestierd
in de overtreding van de wetten
die de Vader of de vader
ons opleggen in de wetenschap
dat wij allemaal gebrekkigen
zijn op deze Aarde waar
voortbrengen zo frequent is
dat het geen enkel
genot verwekt en ik kijk
naar u
met deze pupillen
die wellicht nooit
de Vader weerspiegelen
maar nu de vader zien
ik-
zelf stuk
vlees
met twee ogen
ik vraag in stilte
vergiffenis
want ik kan op zijn
minst zeggen dat er geen
tijd meer is
en zelfs zo
en hoewel
en niet desondanks
en niettemin
door de strijdige angst
van misschien een
rudimentair systeem
te ondermijnen
van fundamenten
onder het huis
onder de kamer
onder dit geleende
ziekenhuis-
bed
verkies ik
nog maar eens
de stilte

 

Vertaald door Harrie Lemmens

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2020 en eveneens mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht

Franz Kafka, Christine Lavant

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Franz Kafka overleed dit jaar honderd jaar geleden, op 3 juni 1924,  op 39-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit: Die Verwandlung

„Als er dies alles in größter Eile überlegte, ohne sich entschließen zu können, das Bett zu verlassen – gerade schlug der Wecker dreiviertel sieben – klopfte es vorsichtig an die Tür am Kopfende seines Bettes. »Gregor,« rief es – es war die Mutter -, »es ist dreiviertel sieben. Wolltest du nicht wegfahren?« Die sanfte Stimme! Gregor erschrak, als er seine antwortende Stimme hörte, die wohl unverkennbar seine frühere war, in die sich aber, wie von unten her, ein nicht zu unterdrückendes, schmerzliches Piepsen mischte, das die Worte förmlich nur im ersten Augenblick in ihrer Deutlichkeit beließ, um sie im Nachklang derart zu zerstören, daß man nicht wußte, ob man recht gehört hatte. Gregor hatte ausführlich antworten und alles erklären wollen, beschränkte sich aber bei diesen Umständen darauf, zu sagen: »Ja, ja, danke Mutter, ich stehe schon auf.« Infolge der Holztür war die Veränderung in Gregors Stimme draußen wohl nicht zu merken, denn die Mutter beruhigte sich mit dieser Erklärung und schlürfte davon. Aber durch das kleine Gespräch waren die anderen Familienmitglieder darauf aufmerksam geworden, daß Gregor wider Erwarten noch zu Hause war, und schon klopfte an der einen Seitentür der Vater, schwach, aber schon mit der Faust. »Gregor, Gregor,« rief er, »was ist denn?« Und nach einer kleinen Weile mahnte er nochmals mit tieferer Stimme: »Gregor! Gregor!« An der anderen Seitentür aber klagte leise die Schwester: »Gregor? Ist dir nicht wohl? Brauchst du etwas?« Nach beiden Seiten hin antwortete Gregor: »Bin schon fertig,« und bemühte sich, durch die sorgfältigste Aussprache und durch Einschaltung von langen Pausen zwischen den einzelnen Worten seiner Stimme alles Auffallende zu nehmen. Der Vater kehrte auch zu seinem Frühstück zurück, die Schwester aber flüsterte: »Gregor, mach auf, ich beschwöre dich.« Gregor aber dachte gar nicht daran aufzumachen, sondern lobte die vom Reisen her übernommene Vorsicht, auch zu Hause alle Türen während der Nacht zu versperren.
Zunächst wollte er ruhig und ungestört aufstehen, sich anziehen und vor allem frühstücken, und dann erst das Weitere überlegen, denn, das merkte er wohl, im Bett würde er mit dem Nachdenken zu keinem vernünftigen Ende kommen. Er erinnerte sich, schon öfters im Bett irgendeinen vielleicht durch ungeschicktes Liegen erzeugten, leichten Schmerz empfunden zu haben, der sich dann beim Aufstehen als reine Einbildung herausstellte, und er war gespannt, wie sich seine heutigen Vorstellungen allmählich auflösen würden. Daß die Veränderung der Stimme nichts anderes war, als der Vorbote einer tüchtigen Verkühlung, einer Berufskrankheit der Reisenden, daran zweifelte er nicht im geringsten.“

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

 

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Het parelhoen hiernaast schreeuwt als een klok

Het parelhoen hiernaast schreeuwt als een klok
zo onverstoorbaar en steeds in precies
hetzelfde ritme waar je gek van wordt,
terwijl de wilg zijn bladeren verliest,
ze drijven als een snoer de dorpsbeek af.
De zwarte hond keert zich met fel geblaf
tegen de schreeuwen, die hij niet verdraagt.
Een arme dove die door spijkers zaagt
hoopt met een glimlach op zijn avondbrood.
De laatste anjelieren bloeien rood
en geuren als de wind het wil in vlagen.
Heel diep in ’t oosten klimt een mistig-trage
herfstmaan omhoog en staart ons allen aan.
Het parelhoen zwijgt – een roestig-bruine haan
komt hoflijk door de nacht hem tegemoet.
De dove doet zich bij de haard te goed
en in het hondehok ritselt het stro.
Nu van vandaag niets meer te hoeven weten!
Maar ik keer steeds mijn kussen om, want zo
diep in mijn schedel heeft zijn schrille kreten
het parelhoen verstopt. Dan komt de maan
vanuit de sterrenrij met trage tred
tot aan mijn venster als een gele haan.
Gelijk een klok begin ik een gebed.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Portret door Werner Berg, 1951

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2023 en ook mijn blog van 3 juli 2020 en eveneens mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Geschreven door Romenu om 16:20 Reageer op dit bericht

Hermann Hesse, Wislawa Szymborska

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Morgenlandfahrt

„Da es mir beschieden war, etwas Großes mitzuerleben, da ich das Glück gehabt habe, dem »Bunde« anzugehören und einer der Teilnehmer jener einzigartigen Reise sein zu dürfen, deren Wunder damals wie ein Meteor aufstrahlte und die nachher so wunderlich rasch in Vergessenheit, ja in Verruf geriet, habe ich mich entschlossen, den Versuch einer kurzen Beschreibung dieser unerhörten Reise zu wagen: einer Reise, wie sie seit den Tagen Hüons und des Rasenden Roland von Menschen nicht mehr gewagt worden war bis in unsre merkwürdige Zeit: die trübe, verzweifelte und doch so fruchtbare Zeit nach dem großen Kriege. Ober die Schwierigkeiten meines Versuches glaube ich mich keiner Täuschung hinzugeben; sie sind sehr groß, und sie sind nicht nur subjektiver Natur, obwohl schon diese beträchtlich genug wären. Denn nicht nur besitze ich heute aus der Zeit der Reise keinerlei Erinnerungsstücke mehr, keine Andenken, keine Dokumente, keine Tagebücher — nein, es ist mir in den seither verflossenen schweren Jahren des Mißgeschicks, der Krankheit und tiefen Heimsuchung auch ein großer Teil der Erinnerungen verlorengegangen; infolge von Schicksalsschlägen und immer neuen Entmutigungen ist sowohl mein Gedächtnis selbst wie auch mein Vertrauen in dies früher so treue Gedächtnis beschämend schwach geworden. Aber von diesen rein persönlichen Nöten abgesehen, sind mir zum Teil auch durch mein einstiges Bundesgelübde die Hände gebunden; denn dies Gelübde erlaubt mir zwar die schrankenlose Mitteilung meiner persönlichen Erlebnisse, verbietet aber jede Enthüllung über das Bundesgeheimnis selbst Und wenn auch seit Jahr und Tag der Bund keine sichtbare Existenz mehr zu haben scheint und ich keines seiner Mitglieder wiedergesehen habe, so würde doch keine Verlockung und keine Bedrohung der Welt mich dazu bringen können, das Gelübde zu brechen. Im Gegenteil: würde ich heut oder morgen vor ein Kriegsgericht und vor die Wahl gestellt, mich töten zu lassen oder das Geheimnis des Bundes zu verraten, o mit welch glühender Freude würde ich mein Bundesgelübde durch den Tod besiegeln! Es sei hier nebenbei bemerkt: Seit dem Reisetagebuch des Grafen Keyserling sind mehrmals Bücher erschienen, deren Autoren teils unbewußt, teils aber auch mit Absicht den Anschein erweckten, als seien sie Bundesbrüder und hätten an der Morgenlandreise teilgenommen. Sogar die abenteuerlichen Reiseberichte von Ossendowski gerieten gelegentlich in diesen ehrenden Verdacht. Aber sie alle haben mit dem Bunde und mit unsrer Morgenlandfahrt nicht das mindeste zu tun, oder doch im besten Falle nicht mehr, als die Prediger kleiner pietistischer Sekten mit dem Heiland, den Aposteln und dem Heiligen Geiste zu tun haben, auf deren spezielle Gunst und Mitgliedschaft sie sich berufen.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Hesse-standbeeld van Kurt Tassotti op de Nikolausbrücke in Calw

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Aan de wijn

Hij kijkt en voegt me schoonheid toe,
en ik neem deze aan als de mijne.
Ik ben zo gelukkig, slik de ster.

Ik laat toe dat hij mij verzint
naar het beeld dat in zijn ogen
wordt weerspiegeld. Ik dans en dans,
vleugels heb ik in overvloed.

De tafel is tafel, de wijn wijn,
in een glas dat een glas is en
staand op de tafel blijft staan.
Alleen ik ben hier verzonnen,
ongelooflijk hoe verzonnen,
verzonnen tot in vlees en bloed.

Ik vertel hem alles wat ik wil:
over de miertjes die van liefde
sterven onder een pluisjesster.
Ik zweer dat witte rozen zingen,
als je ze met wijn besprenkelt.

Ik lach en buig het hoofd opzij,
voorzichtig alsof ik iets nieuws
heb bedacht. Ik dans en ik dans,
in een verbaasde huid, omhelzing
die me schept.
Eva uit een rib, Venus uit schuim,
Minerva uit Jupiters hoofd –
zij waren werkdijker dan ik.

Wanneer hij even niet meer kijkt,
zoek ik de spiegel aan de wand.
En zie daar alleen de spijker
waaraan geen schilderij meer hangt.

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Slootmeermin

We hebben een slootmeermin
maar ze heeft twee staarten
aan haar hoofd. Ze vouwt
haar benen met laarzen op
in de blauwe schelp
drijvend op het donkere water.

De jonge schoonheid beweegt
haar schelp voort
met twee stokken in haar handen.

Kleine slootvenus, gekleed
voor de winter, omdat in de zomer
de sloot droog staat. Daar gaat ze
onder de brug: even onzichtbaar

 

 

Studie van een leegte

De leegte is een gat vol licht
is herinnering aan het huis
vóór het brandde, vóór de sloop.

De vreemdeling ziet niets:
bijv. een leeg parkeerterrein.

De straatbewoner ziet de leegte
boordevol licht dat niet alle mystiek
en droefenis verijdelt maar
een beeld oproept: een huis.

 

 

Vivaldi I

Hij legt de toppen van zijn vingers
midden op zijn borst en werpt dan
zijn handen naar voren, schenkt
Venetië, de wereld, zijn muziek.

O, een dochter te hebben als Elektra
die hem trouw blijft, voor hem danst
bij zijn graf gaat zitten, de onverschillige
wereld laat zien wat een zoon betekent.

Hij slaat de maat met zijn strijkstok
oefent de meisjes van zijn zangschool
schrijft gehaast een lofzang voor het huis
dat staat als hij verdwenen is.

 

 

Remco Ekkers (1 juli 1941 – 4 juni 2021)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Er zijn treinen die je niet mag missen

Ze vertellen je dat als je geweldige gedichten schrijft,
je in de wolken zult worden getild,
als een blad dat niet wist
dat dit mogelijk was, je zult nooit meer
iets van jouw duisternis horen, zij zal
ver weg zijn, terwijl jij
heilig wordt, kijk,

zeggen ze, naar de leegte
van treinrails, en het is poëzie,
die als bloemen in
het touw groeit, maar diegenen

die dat zeggen
hebben geen controle over zichzelf
of over wat dan ook en zij moeten

tegen je liegen zodat ze ’s nachts geen getuige zijn
van zulke grote afstanden die neerstorten, en zulke eeuwigheden,

die zich zo eromheen
afwikkelen dat zelfs de meest krachtige
bedden stiltes worden, het is
de dood, die voortgaat
boven deze afgronden en deze
afstanden, opzettelijk als een trein.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:21 Reageer op dit bericht

Jacqueline Zirkzee, Thomas Frahm

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.

Uit: De eerste priesteres

“Inanna keek uit over het lui voorbijglijdende Serpent, haar armen om haar knieën geslagen. Vloeibaar, verblindend licht vonkte vanaf het donkere water van de rivier. De rimpelingen tegen de oever voerden drijfhout en dode planten mee, dat zich deinend verzamelde tussen het hoge riet. Verderop was een flauwe bocht waar de golvende stroming grillige kringen maakte, die zich openden en weer kronkelend in zichzelf sloten. Dat was de plaats waar alle ouders hun kinderen voor waarschuwden, een plek waar ze aan hun voeten zouden worden meegesleurd de diepte in, om nooit meer teruggevonden te worden. Opzij van haar ritselde iets. Inanna rechtte haar rug en greep de korte speer naast zich, al wist ze dat het hooguit een vogel kon zijn. Toen ze haar hoofd opzij draaide, keek het bleke, felle oog van een reiger haar aan. De staart van een vis bengelde krachtig zwiepend uit zijn snavel. De vogel spreidde zijn vleugels en steeg met een loom klapwieken op. De lucht om haar heen was gevuld met geluid. De zoemende bijen tussen het bloeiende pluimgras en de druk kwakende kikkers in het riet werden begeleid door een achtergrondkoor van krekels en sprinkhanen. De vogels in de bomen en aan de waterkant lieten hoge noten horen, gekwetter en geschreeuw. Boven alles uit klonk het ruisen van de rivier. De waterkant was hier te steil voor de krokodillen. Ver weg, aan de overzijde van de weidse watervlakte, lag er een te zonnebaden in de modder, bewegingloos en ongevaarlijk als een aangespoelde boomstam. Inanna liet zich bevangen door de warmte en haar wang zakte op haar knieën.
Ze dacht dat ze droomde toen ze de stemmen hoorde. Iemand riep haar naam. Even was ze gelukkig, zwevend tussen slapen en waken. Ze zou een boodschap te horen krijgen, iets meemaken wat ze thuis kon vertellen, iets wat zou bewijzen dat ze een echte ziener was. Het was Eridu’s stem, brabbelend en snikkend, onverstaanbaar in zijn paniek Mas stond achter Inanna’s tweelingbroer bij de onheilsplek in de bocht. De grote jongen had Eridu’s magere bovenarmen omklemd en hield hem boven het water. Inanna’s benen waren onvast en prikten van het lange stilzitten. Ze struikelde naar hen toe, bleef toen halverwege staan uit angst dat ze alle drie in het water zouden vallen.”

 

Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Autobiografie

Het boek dat mijn leven tot nu toe voor mij schreef,
zullen kinderen jullie navertellen die ik bij het
spelen bij mij liet zijn, zoals ze waren. Elk
held van een ogenblik, van een verhaal,
waarin het zich verwondert en rent en babbelt,
om te spelen de straat opgaat,
vecht, kattenkwaad uithaalt,
soms aardig is, soms gemeen…

Mijn leven was in goede handen, harten, voeten,
die allemaal niets van elkaar wisten.

De moeders die mij aardig vonden
maar als ‘relatie’ een serieuzer iemand nodig hadden,
schudden ontroerd maar berispend hun hoofd.

Of het zal verschijnen, mijn boek?
Waarom? Ontmoet slechts de kinderen:
vraag hen ernaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2023 en ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten