Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Sasha Filipenko, Pablo Neruda

De Belarussische schrijver, journalist en tv-presentator Sasha Filipenko werd geboren op 12 juli 1984 in Minsk. Zie ook alle tags voor Sasha Filipenko op dit blog.

Uit: Uitgewist (Vertaald door Arie van der Ent)

“Als de handtekening is gezet, zegt de vrouw, een zonderling zoals elke verkoper van onroerend goed: “Gefeliciteerd! Ik ben heel blij voor u. U doet zo somber, maar dat is nergens voor nodig! Ik heb u het beste object gegeven wat prijs-kwaliteitverhouding betreft:
De makelaar haalt haar lipstick uit haar tasje en gaat met haar diepe stem verder, zonder aandacht aan de inmiddels ex-eigenaar te schenken: “Wij zitten zogezegd in een win-winsituatie. Trouwens, met wie wilt u hier gaan wonen?”
“Met mijn dochtertje: zeg ik, terwijl ik naar het kleuterschooltje op de binnenplaats kijk.
“Hoe oud is die?”
“Drie maanden”.
“Wat geweldig! Een jong gezin. Gelooft u mij, u zult me nog dankbaar zijn”.
“Waarvoor?”
“Dan vraagt u nog waarvoor?! Dat heb ik u verteld! Wat bent u toch verstrooid. U hebt maar één buurvrouw. En dat is een eenzame oude vrouw van negentig, met alzheimer. Dit is echt de jackpot. Gewoon vrienden worden en de woning op uw naam laten zetten”.
“Dank u; zeg ik om de een of andere reden, zonder op te kijken.
De flat is leeg. Geen stoel, geen bed, geen tafel. Ik rommel wat in mijn tas. De oude eigenares weet van geen weggaan. De vrouw staat bij het raam, in de tredmolen van haar herinneringen, en strijkt over de verfplooien in de vensterbank, alsof ze de was staat te strijken. Vergeefs, ik ga de hele boel hier toch veranderen.
“Blijft u vandaag alleen?”
“Ja”.
“Waar slaapt u dan?”
“Ik heb een slaapzak bij me, en een waterkoker..”
“Als u wilt, kunt u wel bij mij slapen.”
“Nee, dank u.”
De makelaar geeft zich gewonnen. Ik ben te jong voor haar. Ze voert de voormalige vrouw des huizes aan een elleboog mee en verlaat eindelijk de flat. Alleen achtergebleven ga ik op de grond zitten. Klaar, denk ik, doek. Het leven is afgelopen, het leven begint opnieuw. Het transcendente nulpunt. Op mijn dertigste heb ik een levenslot dat in tweeën is gescheurd. Ik krijg het aanbod het nog eens te proberen. Ik weet daar niets tegen in te brengen. Zelfmoord is niets voor mij; bovendien heb ik nu een dochter.
Ik ga vast vergeten waar ik die avond met mijn gedachten ben. In mijn hoofd hangt een mist, in het binnenvallende licht walst het stof. Verder is hier helemaal niets.“

 

Sasha Filipenko (Minsk, 12 juli 1984)

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

O wijdte van pijnbomen

O wijdte van pijnbomen, rumoer van brekende golven,
langzaam spel van lichten, eenzame kerkklok,
schemering, die in je ogen valt, o mijn liefste,
schelp van de aarde, in jou zingt de aarde, zingt!

In jou zingen de rivieren en mijn ziel vlucht in ze
zoals jij het verlangt en naar waar jij dat wilt.
O leg mijn weg aan op jouw boog van hoop
en uitbundig zal ik mijn pijlenzwermen afvuren.

Om mij heen zie ik je middel van nevels
en je stilte achtervolgt mijn achtervolgde uren,
daar ben jij met je armen van transparant gesteente
waar mijn kussen ankeren, mijn verlangen zich nestelt.

O je geheimzinnige stem, die de liefde kleurt en buigt
in de luide stervende avond!
Zo heb ik in de late uren op de velden
de korenaren zien buigen in de mond van de wind.

 

Vertaald door Riekus Waskowsky

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)
Portret door Richard Day, 2015

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2020 en eveneens mijn blog van 12 juli 2019 en ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Amitav Ghosh, Jürgen Becker

De Indiase schrijver Amitav Ghosh werd geboren in Calcutta op 11 juli 1956. Zie ook alle tags voor Amitav Ghosh op dit blog.

Uit: De vloek van de nootmuskaat: Boodschap aan een planeet in crisis

“Tot op heden weet niemand precies wat er in Selamon is gebeurd, die aprilnacht in het jaar 1621, behalve dat er een lamp op de grond viel in het gebouw waar Martijn Sonck, een Nederlandse functionaris, was ingekwartierd. Selamon is een dorp in de Banda-archipel, een klein cluster van eilanden in het uiterste zuidoosten van de Indische Oceaan.’ De nederzetting ligt aan het noordelijke uiteinde van Lonthor, dat ook wel eens Groot Banda (Banda Besar) wordt genoemd, omdat het het grootste eiland van het cluster is.2 ‘Groot’ is een wat overdreven benaming voor een eiland dat slechts tweeënhalve mijl lang en een halve mijl breed is, maar dat is geen onbeduidende grootte in een archipel die zo miniem is dat hij op de meeste kaarten slechts met een paar stippen is aangegeven’ Toch is Martijn Sonck hier, op 21 april 1621, aan de andere kant van de wereld, in de bale-bale van Selamon, oftewel de vergaderzaal, die hij heeft gevorderd als inkwartieringsplaats voor zichzelf en zijn begeleiders’ Sonck heeft ook de meest eerbiedwaardige moskee van de nederzetting betrokken – ‘een prachtig instituut’, gemaakt van witte steen, luchtig en schoon vanbinnen, met twee grote watervaten bij de ingang, zodat de bezoekers hun voeten kunnen wassen voordat ze naar binnen gaan. De dorpsoudsten zijn niet blij met de inbeslagname van hun moskee, maar Sonck heeft hun protesten bruusk van tafel geveegd en hun verteld dat ze genoeg andere plaatsen hebben om hun godsdienst te belijden. Dit strookt met al het andere dat Sonck heeft gedaan in de korte tijd dat hij op het eiland Lonthor is. Hij heeft de beste huizen in beslag genomen voor zijn troepen, en hij heeft ook soldaten het dorp in gestuurd om de inwoners angst aan te jagen. Maar dit zijn louter voorbereidende maatregelen, slechts bedoeld om de basis te leggen voor wat Sonck werkelijk van plan is: hij is naar Selamon gekomen met de opdracht om het dorp te vernietigen en de inwoners te verdrijven van dit idyllische eiland, met zijn weelderige bossen en sprankelende blauwe zeeën. De meedogenloosheid van dit plan is zo groot dat de dorpelingen het misschien nog niet helemaal hebben kunnen bevatten. Maar de Nederlander van zijn kant heeft geen geheim gemaakt van zijn bedoelingen; integendeel, hij heeft de oudsten duidelijk gemaakt dat hij hun volledige medewerking verwacht bij de vernietiging van hun eigen nederzetting en de verdrijving van hun dorpsgenoten. Sonck is ook niet de eerste Nederlandse functionaris die deze boodschap aan Selamon overbrengt. De dorpelingen en hun mede-Bandanezen hebben al enkele weken dreigementen en machtsvertoon moeten verduren, steeds vergezeld van dezelfde eisen: dat ze de dorpsmuren moeten afbreken, hun wapens en gereedschap moeten inleveren – zelfs de roeren van hun boten -en voorbereidingen moeten treffen voor hun aanstaande verwijdering van het eiland.”

 

Amitav Ghosh (Calcutta, 11 juli 1956)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

nu duiken de zichtbare delen

nu duiken de zichtbare delen
van de geschiedenis op, een opeenvolging van flikkerende
restanten die om zich te herinneren zijn
bewaard en tevoorschijn gehaald. Muziek
in de hoofdsteden; melancholie, spiegelschriften,
schoonheidswedstrijd. Nog ’s avonds wordt er
bij de houten hekken gehamerd, die de wind
afleiden, geur uit de ovens. De buurvrouw
zit nog in de pruimenboom. Tijdperken
worden opgeschort totdat de herinnering onrustig wordt
totdat je hoort, dwars door de slaap heen,
het rollen van de transporten. Wortels,
tabak, zonnebloemen, de tijdloze woorden
in een notitieboekje dat misschien ooit
wordt doorgegeven; nog zijn de tuinen
niet leeg. De volgorde is weer compleet
anders; beginnen kun je midden
in de zomer, onder luidsprekers tussen de bomen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

 

 

JA EN NEE

elke vraag die mij gesteld wordt
beantwoord ik met: ‘ja én nee’

of ik het protest van boeren
tegen de uitkoopregeling voor piekbelasters snap

ja, want het gaat om bedrijven die ze met hun eigen blote handen hebben opgebouwd
en nee, want de stikstofuitstoot moet omlaag

of ik voor wapenleveranties
aan oekraïne ben

ja, want een land dat wordt binnengevallen moet zichzelf kunnen verdedigen
en nee, want ik ben tegen oorlog en geweld

door overal met ‘ja én nee’ op te antwoorden
neem ik geen stelling in
maar verláát ik er ook geen

ben ik taartbodem
en -vulling in één

ik ageer ergens tegen
én blijf eromheen dansen

in populisme
vind ik de nuance

als jager en prooi
wolf en hinde

iets vinden
én níét

zo word ik god
die de vernietiging schiep

 

 

U beklijft
Voor G. R.

hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
net als bij dageraad gebeurt dit tegelijk
zon komt op terwijl de maan verdwijnt
u werd dwarsligger genoemd, spaak in het wiel
weggezet als verzetter-om-het-verzetten
u in kuif gepikt zag uw goede naam besmet en
klom in de pen zogezegd, haphaphap, een bijtwoord viel
het happen maakte u onbegrepen en geweerd
was u hardcore hardleers of begreep men u verkeerd?
als een vlieg aan een kleefstrip hing ik aan uw derde naam
MARIA, die bitter betekent en ook rein, wat dus kan samengaan
misschien is bitter wel het leven dat we sugarcoaten, zoeten
omdat we anders paf van gal door de dag, dag, dagen moeten
maar wat we omsuikeren houdt toch die binnenkant
die bitterheid die eronder schrijnt als hooibroeibrand
er was een hond, aan paal gebonden
die u losmaakte, verzorgde, een extra mond
wie zoiets doet is geen monster, maar een mens
die we herdenken, met woorden die noch bijten noch zoeten
die zijn en blijven
terwijl u er niet meer bent
hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
mij is misschien wel u
dat maakt u universeler dan u lijkt
al leeft u alleen nog in verleden tijd
u beklijft

 

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

 

Reisdoel

Westfaalse heuvels, de Breisgau en vervolgens Dresden… geen week
voor ansichtkaarten en tot rust gekomen residenties; Bladerenval, laag
hangende hemel tussen de Elbe en de Rijn.

Geschuif met agenda’s, geen afscheid voor langere tijd; wat zoek je
in het zuiden? Ik dacht in de restauratiewagen aan mijn vader
en hoe hij in de jaren dertig reisde… Excelsior,
Majestic. De jongen bij het raam begrijpt niet wat
de volwassenen zeggen: Marienborn, destijds de zone –

Tussen restanten hek een leeg gebied; twee kraaien fladderen
rond een staangebleven toren. De hand
in de hartstreek, de greep naar het paspoort; er zijn
gewoonten die de trein mee-vervoert. Zorgeloze
reizigers laten hun kranten liggen.

Kijk naar buiten. De nabijheid van het landschap dat je
kunt terugwinnen. Een kans die zich elk uur
herhaalt. Hong Kong gaat langzaam verloren.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 14:43 Reageer op dit bericht

Heatwave (Ted Hughes), June Jordan, Hans Arnfrid Astel

 

Hot Summer Days door Rob Hain, z.j.

 

 

Heatwave

Between Westminster and sunstruck St. Paul’s
The desert has entered the flea’s belly.

Life shut-eyed helf-submerged Nile bulls
The buildings tremble with breath.

The mirage of river is so real
Bodies drift in it, and human rubbish.

The main thing is the silence.
There are no charts for silence.

Men can’t penetrate it. Till sundown
Releases its leopard

Over the roofs, and women are suddenly
Everywhere, and the walker’s bones

Melt in the coughing of great cats.

 

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)
Mytholmroyd, Yorkshire, de geboorteplaats van Ted Hughes

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

 

 

It’s About You: On the Beach

You have
two hands absolutely lean and clean
to let go the gold
the silver flat or plain rock
sand
but hold the purple pieces
atom articles
that glorify a color
yours is orange
oranges are like you love
a promising
a calm sin and a juice
inside
a juice
a running from the desert
Lord
see how you run
YOUR BODY IS A LONG BLACK WING
YOUR BODY IS A LONG BLACK WING

 

 

You Came with Shells

You came with shells. And left them:
shells.
They lay beautiful on the table.
Now they lie on my desk
peculiar
extraordinary under 60 watts.

This morning I disturb I destroy the window
(and its light) by moving my feet
in the water. There.
It’s gone.
Last night the moon ranged from the left
to the right side
of the windshield. Only white lines
on a road strike me as
reasonable but
nevertheless and too often
we slow down for the fog.

I was going to say a natural environment
means this or
I was going to say we remain out of our
element or
sometimes you can get away completely
but the shells
will tell about the howling
and the losss

 

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)

 

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

 

DOBBELSTEENSPEL
of: De zevende hemel

De kubus toont de zesde hemelstreek.
Verlicht mijn nacht met jouw kaars.
De grappen stierven weg en het gelach.
Vastberaden reikt je hand naar mijn nest.
De liedjes zijn gezongen, losgemaakt
van de oever is de zachte liefdesboot.
Hij glijdt de zee in, de zevende hemel.
We roeien niet. We schenken ons de rest.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2023 en ook mijn blog van 9 juli 2021 en ook mijn blog van 9 juli 2020 en eveneens mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Janet Malcolm, Hans Arnfrid Astel

De Amerikaanse schrijfster, journaliste, biografe en essayiste Janet Malcolm werd geboren als Jana Klara Wienerová op 8 juli 1934 in Praag. Zie ook alle tags voor Janet Malcolm op dit blog.

Uit: The Silent Woman. Sylvia Plath And Ted Hughes

“Life, as we all know, does not reliably offer—as art does—a second (and a third and a thirtieth) chance to tinker with a problem, but Ted Hughes’s history seems to be uncommonly bare of the moments of mercy that allow one to undo or redo one’s actions and thus feel that life isn’t entirely tragic. Whatever Hughes might have undone or redone in his relationship to Sylvia Plath, the opportunity was taken from him when she committed suicide, in February of 1963, by putting her head in a gas oven as her two small children slept in a bedroom nearby, which the had sealed against gas fumes, and where she had placed mugs of milk and a plate of bread for them to find when they awoke. Plath and Hughes were not living together at the time of her death. They had been married for six years—she was thirty and he was thirty-two when she died—and had separated the previous fall in a turbulent way. There was another woman. It is a situation that many young married couples find themselves in—one that perhaps more couples find themselves in than don’t—but it is a situation that ordinarily doesn’t last: the couple either reconnects or dissolves. Life goes on. The pain and bitterness and exciting awfulness of sexual jealousy and sexual guilt recede and disappear. People grow older. They forgive themselves and each other, and may even come to realize that what they are forgiving themselves and each other for is youth. But a person who dies at thirty in the middle of a messy separation remains forever fixed in the mess. To the readers of her poetry and her biography, Sylvia Plath will always be young and in a rage over Hughes’s unfaithfulness. She will never reach the age when the tumults of young adulthood can be looked back upon with rueful sympathy and without anger and vengefulness. Ted Hughes has reached this age—he reached it some time ago—but he has been cheated of the peace that age brings by the posthumous fame of Plath and by the public’s fascination with the story of her life. Since he was part of that life—the most interesting figure in it during its final six years—he, too, remains fixed in the chaos and confusion of its final period. Like Prometheus, whose ravaged liver was daily reconstituted so it could be daily reravaged, Hughes has had to watch his young self being picked over by biographers, scholars, critics, article writers, and newspaper journalists. Strangers who Hughes feels know nothing about his marriage to Plath write about it with proprietary authority.”

 

Janet Malcolm (8 juli 1934 – 16 juni 2021)

 

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

BLAUWEREGEN
(Wisteria sinensis, “Wisteria”)

De rank van kennis slingert zoet
rond stam en boom van het hooggeprezen land.
De zoete adder wurgt met zijn geur
de tralies rond het paradijs.
Het hek bezwijkt voor de stormachtige omhelzing.
Zo verdwijnt uiteindelijk alle bitterheid,
verboden worden boodschappers van bewilliging.
Vanuit de lucht valt blauw in onze schoot.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2023 en ook mijn blog van 8 juli 2020 en eveneens mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:57 Reageer op dit bericht

Ivo Victoria, John Heath-Stubbs

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Alles is OKÉ

“Niets in haar appartement werkt nog. De oven is kapot. Het koffi ezetapparaat valt niet te vertrouwen. De douche doet raar. Het warme water heeft kuren. De vriezer zette vorige week, uit zichzelf, de hele berging onder water. Om maar te zwijgen van de afstandsbediening van de televisie die werkelijk waar eens goed moet worden nagekeken door zo iemand die, ja hoe zal ze het zeggen, echt álles van televisies en dat soort dingen af weet. Niet door mij. Desalniettemin warm ik de lasagne op. Daarna dekken we de tafel. Terwijl ik de borden neerzet, hoor ik haar rommelen in de keuken. Ze praat tegen zichzelf.
Allez moeder, wat hebt ge nog? En dan die kou. Nondedjol!
Ze duwt met kracht het open raam dicht.
Allez, moeder!
Ik kom erbij staan. Op het formicatafeltje waaraan ze eet wanneer ze alleen is, leunt een ansichtkaart tegen een halfl ege fles witte wijn. Van die bergerac die eigenlijk wel lekker is in verhouding tot de prijs. Gisteren zag ze hem weer in de aanbieding bij de Shop & Go, de superette bij het tankstation aan de overkant van de steenweg, dus ja, dan kan ze die niet laten staan. Ze wijst naar de ansichtkaart – een foto van een zwart jongetje in de armen van zijn moeder.
Gij, gij zijt mijne vriend. Ah ja.
Moederke. Wat zijt ge aan het doen?
Langzaam draait ze om haar as, met samengeknepen ogen.
Ze zegt: Moeder. Wat hebt ge hier nog. Nee. Niet veel, hè kinneke. Nee. Da’s hier weer arremoei sta bij.
Moederke. Wat zoekt ge?
Een servet.
Een servet.
Ja. Waar heb ik die servetten nu liggen?
Zijt ge dat vergeten?
Manneke.
Ge vergeet veel.
Ja hè.
Stilte.”

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

 

Het onverwachte

De godin Fortuna zij geprezen (op haar rad
Ben ik de afgelopen jaren gehakt geweest)
Gisternacht, een hele nacht lang, lag het onverwachte
In mijn armen, in een tedere en rusteloze rust –
(Ik zag de irrelevantie van mijn vroegere angsten)
Lag er, en vertrok toen. Ik stond op en liep door de straten
Waar een pinksterwind fris blies, en merels
Onmiskenbaar zongen, en de mensen mooi waren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2021 en ook mijn blog van 7 juli 2020 en eveneens mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:58 Reageer op dit bericht

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Het bloed in onze aderen

“Vanaf de wachttoren kijkt luitenant Amores uit over het Rifgebergte. Drie maanden al staat de opmars vanuit Melilla stil. Annual, gelegen in een dal tussen vier heuvels, is op dit moment de meest vooruitgeschoven post in de frontlinie, maar het kamp is nooit bedoeld geweest als permanente legerplaats. In de heuvels naar het westen verzamelt Abd El-Krim strijdkrachten, bouwt hij langzaam maar zeker aan zijn leger van Riffijnen, vastberaden de Spaanse bezettingsmacht van de Marokkaanse kaart te vegen. Niemand anders lijkt zich hierom zorgen te maken, en dit verontrust de luitenant des te meer.
Uit zijn borstzak haalt hij een klokje. Het is twee uur in de middag, tijd om zijn brieven te schrijven. Hij klimt van de wachtpost naar beneden en springt de laatste halve meter. Het stof stuift op en hecht zich op Amores’ zwarte laarzen en grijze pantalon. Hij doet al tijden geen moeite meer het af te kloppen.
Voor zijn tent is ter beschutting tussen vier palen een groot wit laken gespannen. In de schaduw hiervan verpozen twee van zijn collega-officiers. Luitenant Urgel — een vriend van Amores, die leiding geeft aan lokale politietroepen — zit op een munitiekist en leest een drie weken oude Madrileense krant. Luitenant Galán van de artillerie houdt een middagslaapje, liggend op de grond, het hoofd rustend op een opgevouwen deken.
Urgel groet Amores en vraagt hoe zijn dag is geweest.
‘Santamaría is een psychopaat,’ antwoordt deze.
Urgel trekt een wenkbrauw op.
‘Het is een ernstig gestoorde man,’ benadrukt Amores.
‘Er wordt beweerd dat hij ooit twee weken in de woestijn heeft overleefd zonder water,’ zegt Urgel. ‘En dat hij met zijn tanden de nek van een Arabier heeft doorgebeten — maar dat gelooft niemand.’
‘Het zou me niets verbazen.’
Urgel staat op, opent de munitiekist, haalt er een wijnzak uit en neemt een slok. ‘Jij ook?’ biedt hij aan.
Emilio knikt. Hij houdt de zak op ooghoogte en knijpt zachtjes. In een dun straaltje spuit de wijn tegen de binnenkant van zijn wang. Hij is drabberig en lauw, maar smaakt hem beter dan de beste crianza’s die hij ooit in de Rioja heeft mogen proeven.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Opsporingssucces

het was een donderdag, vanuit het raamluik
van de aangrenzende kelder hoorden we het duidelijk: zij,
sinds ongeveer vier weken vermist, was het.
een van de zusjes van het huis stormde meteen
over het hek, riep iets het koude gat in
en luidde een stormbel. Dicht bleef de deur.
kleine reepjes ham wierpen wij
door de roestige tralies. druppelden melk
er achteraan, het antwoord klonk niet ondankbaar.

tegen de avond dreef een zware wagen
de toegangspoort in. de rode remlichten
kondigden een grondig desinteresse aan. meteen,
toen mijn zusje haar vraag wilde stellen,
begon het hoofd van de ondervraagde te trillen.
Iedereen moet zelf weten hoe er met dingen,
die op hun eigen terrein belandden,
wordt omgegaan. de kleine dacht geen twee
seconden na: de kat leeft, zei ze.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 14:34 Reageer op dit bericht

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

 

 

JUWELEN STELEN NIET

Want ging ik ten westen van waar ik niet woon
maar verblijf naar de zeezij van de stad
die ik hoon noch liefheb,
rukte ik op door de schande
langs de slokdarm van de haven, de vanger
der ratten, het laatste lover mooi
in doodsnood op de blanco schotel
die de jumbo’s

roven langs de pluim van de oven, en kwam ik
dichterbij, schoof me
op, mag ik het zeggen, een slang
door de dzjungel, naar de warande
om het schroot dat voedde de hoop
al spoot ik m’n gif nog wel
effe snel in de kranke rijkeluisranken, waarop
ik naderde het doel

voor ogen, noem het de duinen, kul, doop
het de uitgedroogde tuinen der verrotte
zee, dan voelde ik de liefde
ze bedwelmen me te redden
van hun ondergang door ze me grondig
te helpen logen, en dan bedoel ik de metalen
uit de strot en uit de tale

der complotten de okays
te halen, tot ik van de coyotes
achter me de zweren samen in hun oksels
niet meer rook, maar blonk
van het blauw dat me wou zogen
toen ik tenslotte opdook uit de stroop:
ik wil niet uithangen waar jullie

verdrogen, zong ik, dat is het enige
waar ik nog voor ga, in mijn hymne
door de gangen der moederarmen
om de modder, fluit van de loodsboot
bij de pier, de doodsnood robot, sabeldroom, los
van de bol in bloei, een trilling van de fitting
om de schaafwond van de schitter

Had ik namelijk het licht gewild had ik het
gepakt, had ik m’n bloed
ermee beschoten, en was ik blijven
komen, bij het heen en weer
gaan van de boten vol
van het spul, maar nu lag ik
in de bijouterie van de spray
del sol en kon m’n dope niet op

Zoon van de zomer, onder de rokken
rond het raadsel van de zon naar me
toegetrokken, de billen in m’n mond
genomen om ze op te slikken
door uit de parel te nemen
de romen. Want keek ik nu nog
terug, naar de kust, vond ik de spog
waarin ik ze zag stikken

 

 

GEOPEND EINDE

Of je alleen bent gaan we dus niet vragen
omdat ik net zo lang wacht tot je het zegt

En dan zeg ik: je bent alleen omdat ik bij je ben
En als je dan zegt dat je het alleen bent als je alleen bent
zeg ik:

juist dan ben je bij me. Overal ter wereld sta ik op

van de steppe, bij het kale licht, in mijn verslaafde
lichaam waaruit ik de geest lostrek tot ik koffie kan

zetten van mijn beenderen, en ik maal verder
tot je me gevonden hebt tussen de honden. Maar

hoor je me klagen dat ik alleen ben? Want ik vind je
in het antwoord

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

Keuken

de tafel was gedekt, de grijsblauwe vlag
van de morgen hing nog steeds voor het raam, daar zat
mijn grootmoeder – bril, krant – en smeerde
broodjes leverworst, wedijverend met de tijd.
gezonde muesli lag comfortabel en mooi in zijn
porseleinen schaal, daarin zwommen een paar tranen,
glinsterden op het oppervlak van de melk,
op een witte, van spanning trillende, huid.
een golf chocoladevlokken ging door de kom,
zwarte vlakken doken op en zonken.
de radio stond al een eeuw aan,
ruiste decennium na decennium door de morgen,
een keuken volgeperst met wereldmuziek,
en buiten vermenigvuldigden de bussen zich,
vol met kinderen van duizenden ouders,
wier stationwagens een paar kilometer naar het zuiden
tegen een boom raasden, nu, in een scherpe
bocht, en het nieuws kwam pas ’s avonds.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:54 Reageer op dit bericht

Ricardo Domeneck

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

Tekst waarin de dichter zijn
vijfentwintigjarige minnaar viert

Er waren
oorlogen die langer duurden
dan jij.
Ik wens je geluk
vandaag
want je overtrof met succes de levens-
verwachting
van een giraf of een vleermuis,
oude
koe of wurgslang,
uil.
Pinguïns, overal ter wereld,
en varkens,
tegelijk met jou verwekt, gaan al dood.
Saturnus
heeft, sinds zijn ei is gesloten,
de zon
niet één enkele keer omcirkeld.
Stalker
die me over duizend paadjes leidt naar
de Zone,
gaat nog een andere winter op sluipjacht,
ik verberg
mijn gezicht op je gladde borst.
Als het
mogelijk was, tekende ik een contract
met Lem
of met de gebroeders Strugatsky,
de scenaristen
van onze toekomstige dagen en nachten;
door klank-
band Diamanda Galás die loeit
en mekkert,
krast en snort, laten we neuken.
Ik vier
je geest onder je haren,
in erectie,
als aanhangsel van je lichaam, je penis.
Ergens
bereikt een varken, jouw tijd-
genoot,
het toppunt van zijn rondbuikige bestaan,
en ik vraag,
uitgeput en zwetend, of de minnaars,
nu hun wimpers
eindelijk verenigd zijn, schaapjes tellen
voor
ze inslapen, euforisch en drachtig.

 

Vertaald door Bart Vonck

 

 

BRIEF AAN DE VADER

Nu u
steeds meer lijkt op een stuk
vlees met twee ogen
gericht op het donkere plafond
in het bed waarin u waarschijnlijk
alleen niet alleen hoeft te sterven
omdat u zelfs uw eigen
speeksel niet alleen zal
kunnen slikken alleen in het gezelschap
van die sonde
die u voedt
vraag ik me af of het
verbod van de moeder
nog geldig is om u de
liefdesgewoonten op
te biechten van de slijm-
vliezen die de mijne zijn
en of u mij waarlijk zoveel
minder had liefgehad indien u
geweten had hoeveel wrijving
ze al hadden gekend die
biologisch of gods-
dienstig niet in hen paste
en of u ook voor uw jongen-
meisje de dood zou vragen
die u al die lui van mijn slag
toewenste als ze op het scherm
kwamen van de Globo van de Record
van de Manchete van de SBT
die altijd uw navelstreng
met de traditie
zouden vormen
en als u werkelijk
de grote vernietiging
over hen zou doen vallen
door het geweld
waarmee u uw scheld-
woorden brulde
die de macho typeren
afkomstig uit het binnenland
van dit land van binnenvetters
macho’s in hun
gebrekkige trots gebroken
en die geloven dat de vader
degene is die koelkasten
volstouwt en niet toelaat
dat het voedende voedsel
op tafel ontbreekt
dezelfde slijmvliezen
waarin uw bloed
stroomt
maar niet uw God
en nu gebroken in dit bed
de hersenen in aders
als beekjes die koppig
buiten hun oevers doorstromen
als u
het opzet zou kennen
waarmee ik de
tafel van alle
patriarchen bevuilde
ik vraag me nog altijd
af of u me zou ontvangen
met de zachtheid
die uw voorhoofd balsemt
de kus van deze uw jongen-
meisje die niets meer is
dan uw omgekeerde
beeld en gelijkenis
zoals een spiegel
die de tegenpolen
van geslacht en religie
zou weerkaatsen of de teken-
film in de kindertijd
van een Gerechtszaal
waar je op een doek
een omgekeerde wereld
kon zien
en of de Vader en de vader
waarlijk het voortbrengsel
haatten van de normen
van de Biologie of de Religie
maar later bestierd
in de overtreding van de wetten
die de Vader of de vader
ons opleggen in de wetenschap
dat wij allemaal gebrekkigen
zijn op deze Aarde waar
voortbrengen zo frequent is
dat het geen enkel
genot verwekt en ik kijk
naar u
met deze pupillen
die wellicht nooit
de Vader weerspiegelen
maar nu de vader zien
ik-
zelf stuk
vlees
met twee ogen
ik vraag in stilte
vergiffenis
want ik kan op zijn
minst zeggen dat er geen
tijd meer is
en zelfs zo
en hoewel
en niet desondanks
en niettemin
door de strijdige angst
van misschien een
rudimentair systeem
te ondermijnen
van fundamenten
onder het huis
onder de kamer
onder dit geleende
ziekenhuis-
bed
verkies ik
nog maar eens
de stilte

 

Vertaald door Harrie Lemmens

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2020 en eveneens mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht

Franz Kafka, Christine Lavant

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Franz Kafka overleed dit jaar honderd jaar geleden, op 3 juni 1924,  op 39-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit: Die Verwandlung

„Als er dies alles in größter Eile überlegte, ohne sich entschließen zu können, das Bett zu verlassen – gerade schlug der Wecker dreiviertel sieben – klopfte es vorsichtig an die Tür am Kopfende seines Bettes. »Gregor,« rief es – es war die Mutter -, »es ist dreiviertel sieben. Wolltest du nicht wegfahren?« Die sanfte Stimme! Gregor erschrak, als er seine antwortende Stimme hörte, die wohl unverkennbar seine frühere war, in die sich aber, wie von unten her, ein nicht zu unterdrückendes, schmerzliches Piepsen mischte, das die Worte förmlich nur im ersten Augenblick in ihrer Deutlichkeit beließ, um sie im Nachklang derart zu zerstören, daß man nicht wußte, ob man recht gehört hatte. Gregor hatte ausführlich antworten und alles erklären wollen, beschränkte sich aber bei diesen Umständen darauf, zu sagen: »Ja, ja, danke Mutter, ich stehe schon auf.« Infolge der Holztür war die Veränderung in Gregors Stimme draußen wohl nicht zu merken, denn die Mutter beruhigte sich mit dieser Erklärung und schlürfte davon. Aber durch das kleine Gespräch waren die anderen Familienmitglieder darauf aufmerksam geworden, daß Gregor wider Erwarten noch zu Hause war, und schon klopfte an der einen Seitentür der Vater, schwach, aber schon mit der Faust. »Gregor, Gregor,« rief er, »was ist denn?« Und nach einer kleinen Weile mahnte er nochmals mit tieferer Stimme: »Gregor! Gregor!« An der anderen Seitentür aber klagte leise die Schwester: »Gregor? Ist dir nicht wohl? Brauchst du etwas?« Nach beiden Seiten hin antwortete Gregor: »Bin schon fertig,« und bemühte sich, durch die sorgfältigste Aussprache und durch Einschaltung von langen Pausen zwischen den einzelnen Worten seiner Stimme alles Auffallende zu nehmen. Der Vater kehrte auch zu seinem Frühstück zurück, die Schwester aber flüsterte: »Gregor, mach auf, ich beschwöre dich.« Gregor aber dachte gar nicht daran aufzumachen, sondern lobte die vom Reisen her übernommene Vorsicht, auch zu Hause alle Türen während der Nacht zu versperren.
Zunächst wollte er ruhig und ungestört aufstehen, sich anziehen und vor allem frühstücken, und dann erst das Weitere überlegen, denn, das merkte er wohl, im Bett würde er mit dem Nachdenken zu keinem vernünftigen Ende kommen. Er erinnerte sich, schon öfters im Bett irgendeinen vielleicht durch ungeschicktes Liegen erzeugten, leichten Schmerz empfunden zu haben, der sich dann beim Aufstehen als reine Einbildung herausstellte, und er war gespannt, wie sich seine heutigen Vorstellungen allmählich auflösen würden. Daß die Veränderung der Stimme nichts anderes war, als der Vorbote einer tüchtigen Verkühlung, einer Berufskrankheit der Reisenden, daran zweifelte er nicht im geringsten.“

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

 

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Het parelhoen hiernaast schreeuwt als een klok

Het parelhoen hiernaast schreeuwt als een klok
zo onverstoorbaar en steeds in precies
hetzelfde ritme waar je gek van wordt,
terwijl de wilg zijn bladeren verliest,
ze drijven als een snoer de dorpsbeek af.
De zwarte hond keert zich met fel geblaf
tegen de schreeuwen, die hij niet verdraagt.
Een arme dove die door spijkers zaagt
hoopt met een glimlach op zijn avondbrood.
De laatste anjelieren bloeien rood
en geuren als de wind het wil in vlagen.
Heel diep in ’t oosten klimt een mistig-trage
herfstmaan omhoog en staart ons allen aan.
Het parelhoen zwijgt – een roestig-bruine haan
komt hoflijk door de nacht hem tegemoet.
De dove doet zich bij de haard te goed
en in het hondehok ritselt het stro.
Nu van vandaag niets meer te hoeven weten!
Maar ik keer steeds mijn kussen om, want zo
diep in mijn schedel heeft zijn schrille kreten
het parelhoen verstopt. Dan komt de maan
vanuit de sterrenrij met trage tred
tot aan mijn venster als een gele haan.
Gelijk een klok begin ik een gebed.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Portret door Werner Berg, 1951

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2023 en ook mijn blog van 3 juli 2020 en eveneens mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Geschreven door Romenu om 16:20 Reageer op dit bericht

Hermann Hesse, Wislawa Szymborska

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Morgenlandfahrt

„Da es mir beschieden war, etwas Großes mitzuerleben, da ich das Glück gehabt habe, dem »Bunde« anzugehören und einer der Teilnehmer jener einzigartigen Reise sein zu dürfen, deren Wunder damals wie ein Meteor aufstrahlte und die nachher so wunderlich rasch in Vergessenheit, ja in Verruf geriet, habe ich mich entschlossen, den Versuch einer kurzen Beschreibung dieser unerhörten Reise zu wagen: einer Reise, wie sie seit den Tagen Hüons und des Rasenden Roland von Menschen nicht mehr gewagt worden war bis in unsre merkwürdige Zeit: die trübe, verzweifelte und doch so fruchtbare Zeit nach dem großen Kriege. Ober die Schwierigkeiten meines Versuches glaube ich mich keiner Täuschung hinzugeben; sie sind sehr groß, und sie sind nicht nur subjektiver Natur, obwohl schon diese beträchtlich genug wären. Denn nicht nur besitze ich heute aus der Zeit der Reise keinerlei Erinnerungsstücke mehr, keine Andenken, keine Dokumente, keine Tagebücher — nein, es ist mir in den seither verflossenen schweren Jahren des Mißgeschicks, der Krankheit und tiefen Heimsuchung auch ein großer Teil der Erinnerungen verlorengegangen; infolge von Schicksalsschlägen und immer neuen Entmutigungen ist sowohl mein Gedächtnis selbst wie auch mein Vertrauen in dies früher so treue Gedächtnis beschämend schwach geworden. Aber von diesen rein persönlichen Nöten abgesehen, sind mir zum Teil auch durch mein einstiges Bundesgelübde die Hände gebunden; denn dies Gelübde erlaubt mir zwar die schrankenlose Mitteilung meiner persönlichen Erlebnisse, verbietet aber jede Enthüllung über das Bundesgeheimnis selbst Und wenn auch seit Jahr und Tag der Bund keine sichtbare Existenz mehr zu haben scheint und ich keines seiner Mitglieder wiedergesehen habe, so würde doch keine Verlockung und keine Bedrohung der Welt mich dazu bringen können, das Gelübde zu brechen. Im Gegenteil: würde ich heut oder morgen vor ein Kriegsgericht und vor die Wahl gestellt, mich töten zu lassen oder das Geheimnis des Bundes zu verraten, o mit welch glühender Freude würde ich mein Bundesgelübde durch den Tod besiegeln! Es sei hier nebenbei bemerkt: Seit dem Reisetagebuch des Grafen Keyserling sind mehrmals Bücher erschienen, deren Autoren teils unbewußt, teils aber auch mit Absicht den Anschein erweckten, als seien sie Bundesbrüder und hätten an der Morgenlandreise teilgenommen. Sogar die abenteuerlichen Reiseberichte von Ossendowski gerieten gelegentlich in diesen ehrenden Verdacht. Aber sie alle haben mit dem Bunde und mit unsrer Morgenlandfahrt nicht das mindeste zu tun, oder doch im besten Falle nicht mehr, als die Prediger kleiner pietistischer Sekten mit dem Heiland, den Aposteln und dem Heiligen Geiste zu tun haben, auf deren spezielle Gunst und Mitgliedschaft sie sich berufen.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Hesse-standbeeld van Kurt Tassotti op de Nikolausbrücke in Calw

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Aan de wijn

Hij kijkt en voegt me schoonheid toe,
en ik neem deze aan als de mijne.
Ik ben zo gelukkig, slik de ster.

Ik laat toe dat hij mij verzint
naar het beeld dat in zijn ogen
wordt weerspiegeld. Ik dans en dans,
vleugels heb ik in overvloed.

De tafel is tafel, de wijn wijn,
in een glas dat een glas is en
staand op de tafel blijft staan.
Alleen ik ben hier verzonnen,
ongelooflijk hoe verzonnen,
verzonnen tot in vlees en bloed.

Ik vertel hem alles wat ik wil:
over de miertjes die van liefde
sterven onder een pluisjesster.
Ik zweer dat witte rozen zingen,
als je ze met wijn besprenkelt.

Ik lach en buig het hoofd opzij,
voorzichtig alsof ik iets nieuws
heb bedacht. Ik dans en ik dans,
in een verbaasde huid, omhelzing
die me schept.
Eva uit een rib, Venus uit schuim,
Minerva uit Jupiters hoofd –
zij waren werkdijker dan ik.

Wanneer hij even niet meer kijkt,
zoek ik de spiegel aan de wand.
En zie daar alleen de spijker
waaraan geen schilderij meer hangt.

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Slootmeermin

We hebben een slootmeermin
maar ze heeft twee staarten
aan haar hoofd. Ze vouwt
haar benen met laarzen op
in de blauwe schelp
drijvend op het donkere water.

De jonge schoonheid beweegt
haar schelp voort
met twee stokken in haar handen.

Kleine slootvenus, gekleed
voor de winter, omdat in de zomer
de sloot droog staat. Daar gaat ze
onder de brug: even onzichtbaar

 

 

Studie van een leegte

De leegte is een gat vol licht
is herinnering aan het huis
vóór het brandde, vóór de sloop.

De vreemdeling ziet niets:
bijv. een leeg parkeerterrein.

De straatbewoner ziet de leegte
boordevol licht dat niet alle mystiek
en droefenis verijdelt maar
een beeld oproept: een huis.

 

 

Vivaldi I

Hij legt de toppen van zijn vingers
midden op zijn borst en werpt dan
zijn handen naar voren, schenkt
Venetië, de wereld, zijn muziek.

O, een dochter te hebben als Elektra
die hem trouw blijft, voor hem danst
bij zijn graf gaat zitten, de onverschillige
wereld laat zien wat een zoon betekent.

Hij slaat de maat met zijn strijkstok
oefent de meisjes van zijn zangschool
schrijft gehaast een lofzang voor het huis
dat staat als hij verdwenen is.

 

 

Remco Ekkers (1 juli 1941 – 4 juni 2021)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Er zijn treinen die je niet mag missen

Ze vertellen je dat als je geweldige gedichten schrijft,
je in de wolken zult worden getild,
als een blad dat niet wist
dat dit mogelijk was, je zult nooit meer
iets van jouw duisternis horen, zij zal
ver weg zijn, terwijl jij
heilig wordt, kijk,

zeggen ze, naar de leegte
van treinrails, en het is poëzie,
die als bloemen in
het touw groeit, maar diegenen

die dat zeggen
hebben geen controle over zichzelf
of over wat dan ook en zij moeten

tegen je liegen zodat ze ’s nachts geen getuige zijn
van zulke grote afstanden die neerstorten, en zulke eeuwigheden,

die zich zo eromheen
afwikkelen dat zelfs de meest krachtige
bedden stiltes worden, het is
de dood, die voortgaat
boven deze afgronden en deze
afstanden, opzettelijk als een trein.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:21 Reageer op dit bericht

Jacqueline Zirkzee, Thomas Frahm

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.

Uit: De eerste priesteres

“Inanna keek uit over het lui voorbijglijdende Serpent, haar armen om haar knieën geslagen. Vloeibaar, verblindend licht vonkte vanaf het donkere water van de rivier. De rimpelingen tegen de oever voerden drijfhout en dode planten mee, dat zich deinend verzamelde tussen het hoge riet. Verderop was een flauwe bocht waar de golvende stroming grillige kringen maakte, die zich openden en weer kronkelend in zichzelf sloten. Dat was de plaats waar alle ouders hun kinderen voor waarschuwden, een plek waar ze aan hun voeten zouden worden meegesleurd de diepte in, om nooit meer teruggevonden te worden. Opzij van haar ritselde iets. Inanna rechtte haar rug en greep de korte speer naast zich, al wist ze dat het hooguit een vogel kon zijn. Toen ze haar hoofd opzij draaide, keek het bleke, felle oog van een reiger haar aan. De staart van een vis bengelde krachtig zwiepend uit zijn snavel. De vogel spreidde zijn vleugels en steeg met een loom klapwieken op. De lucht om haar heen was gevuld met geluid. De zoemende bijen tussen het bloeiende pluimgras en de druk kwakende kikkers in het riet werden begeleid door een achtergrondkoor van krekels en sprinkhanen. De vogels in de bomen en aan de waterkant lieten hoge noten horen, gekwetter en geschreeuw. Boven alles uit klonk het ruisen van de rivier. De waterkant was hier te steil voor de krokodillen. Ver weg, aan de overzijde van de weidse watervlakte, lag er een te zonnebaden in de modder, bewegingloos en ongevaarlijk als een aangespoelde boomstam. Inanna liet zich bevangen door de warmte en haar wang zakte op haar knieën.
Ze dacht dat ze droomde toen ze de stemmen hoorde. Iemand riep haar naam. Even was ze gelukkig, zwevend tussen slapen en waken. Ze zou een boodschap te horen krijgen, iets meemaken wat ze thuis kon vertellen, iets wat zou bewijzen dat ze een echte ziener was. Het was Eridu’s stem, brabbelend en snikkend, onverstaanbaar in zijn paniek Mas stond achter Inanna’s tweelingbroer bij de onheilsplek in de bocht. De grote jongen had Eridu’s magere bovenarmen omklemd en hield hem boven het water. Inanna’s benen waren onvast en prikten van het lange stilzitten. Ze struikelde naar hen toe, bleef toen halverwege staan uit angst dat ze alle drie in het water zouden vallen.”

 

Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Autobiografie

Het boek dat mijn leven tot nu toe voor mij schreef,
zullen kinderen jullie navertellen die ik bij het
spelen bij mij liet zijn, zoals ze waren. Elk
held van een ogenblik, van een verhaal,
waarin het zich verwondert en rent en babbelt,
om te spelen de straat opgaat,
vecht, kattenkwaad uithaalt,
soms aardig is, soms gemeen…

Mijn leven was in goede handen, harten, voeten,
die allemaal niets van elkaar wisten.

De moeders die mij aardig vonden
maar als ‘relatie’ een serieuzer iemand nodig hadden,
schudden ontroerd maar berispend hun hoofd.

Of het zal verschijnen, mijn boek?
Waarom? Ontmoet slechts de kinderen:
vraag hen ernaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2023 en ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:51 Reageer op dit bericht

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: De schaduw van een vriend

“We willen graag allebei het lunchmenu,” zei Marcel Houtsma, en klapte dc kaart dicht. “Schenkt u daar een meursault bij. Doet u maar twee glazen, want er moet straks nog gewerkt worden.” “Het spijt me, meneer, maar de meursault gaat tegenwoordig uitsluitend per fles. Wel heb ik voor u een heerlijke…” “Doet u dan toch maar een flesje,” interrumpeerde Houtsma. “Vriendelijk dank,” voegde hij er nog aan toe, om aan te geven dat de huishoudelijke details wat hem betreft zo wel voldoende geregeld waren. Hij nam zijn leesbril af, klipte die in de borstzak van zijn jasje en richtte zich tot zijn tafelgezelschap: “Zo, en nu eerst het belangrijkste. Hoe is het met Babette en met de aanstaande meester in dc rechten Hugo?” Ze zaten in de erker van brasserie Rivière, het tweesterrenrestaurant van hotel Des Pays-Bas. Aangezien het hotel gebouwd is in de bocht die de Amstel bij binnenkomst van de oude stad maakt, kun je vanaf dit tafeltje naar twee kanten een eind over het water uitkijken, wat de plek iets royaals geeft. Vandaar dat Edgar en Marcel er graag zo nu en dan afspraken voor een lunch, om hun oude vriendschap op peil te houden en een beetje bij te praten over de dingen van de wereld. “Babette gaat prima, en ze is onvermoeibaar,” meldde Edgar, en vouwde zijn servet over zijn bovenbenen uit. “Af en toe doet ze nog wel eens iets voor Hilversum, maar wat ze de laatste tijd aangeboden krijgt is vaak dezelfde soort rollen, dus houdt ze zich steeds meer met haar koor bezig.” “En Hugo?” Vanuit zijn ooghoek zag Edgar hoe de ober aan het zijtafeltje routineus dc zojuist aan Marcel getoonde wijnfles aan het openen was, waarbij zijn ellebogen als gekortwiekte vleugels op en neer wipten. Jaaa, die doet nu zijn master. Hij neemt daar alle tijd voor. En gelijk heeft-ie. Maar op een gegeven moment zal hij toch het mooiste beroep ter wereld willen gaan uitoefenen.” Na een korte pauze voegde Edgar nog toe” “Het zou kunnen dat hij zijn leerjaren in de praktijk eerst op een ander kantoor wil doormaken, voordat hij bij ons op de oude familiegrond komt werken.” “Verstandig,” reageerde Marcel, en proefde het slokje van de wijn dat voor hem was ingeschonken. Uitstekend,” zei hij zonder aarzelen, waarop de ober de beide glazen vulde en op de zijtafel de fles in een koeler stak. Met een vlotte beweging knoopte hij een gestreken wit servet om de flessenhals heen. Intussen proostten de vrienden met een nauwelijks zichtbare hoofdknik. “Heerlijk. En jij,” vroeg Edgar, “waren jullie met de jaarwisseling nog in Frankrijk, of gaan jullie later in het voorjaar nog?” “In februari zijn we een weekje geweest, maar Thecla’s praktijk is eigenlijk drukker dan ze zou willen. Het lijkt soms wel of psychotherapie de meest bloeiende bedrijfstak van Nederland is, zeker in Wassenaar. Zelf kon ik er trouwens ook moeilijk tussenuit. Misschien lukt het in mei nog en anders gaan we het in de zomer goedmaken.” Van de vier mannen in zijn jaarclub was Marcel in de ogen van Edgar de gemakkelijkste om mee om te gaan. Hij had zijn zaakjes in het leven prima op orde, daar begon het mee, zodat je niet eerst door allerlei klachten en moeilijkheden heen hoefde te waden om op gemeenschappelijke grond uit te komen. Een zekere ongrijpbaarheid had hij wel, moest Edgar toegeven. Je kon hem niet zo eenvoudig vastpinnen, letterlijk niet. Het leek wel alsof hij met zijn vele bezigheden, als bestuurder, toezichthouder, adviseur en wat niet al, voortdurend onderweg was.”  

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Ouder worden

Ogen droog. Droog ook de huid.
Binnenkort is je lichaam het papier,
waarop jouw leven staat.

Maar niet elke rimpel is een karaktertekening.
Niet elke traanzak diep tragisch.
Niet al het vlees slap van nobele melancholie.

Voor een levensdoel Is weerstand nodig.
Opstand die niets onberoerd laat,
alles vastgrijpt en op zo’n manier samenbalt,

dat pijn en hartstocht je verslaan,
uit droge ogen grote tranen opwellen
en je papieren lichaam oplost in een lied,

waarvan jij eerder de tekst bent dan dat je de tekst slechts kent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:56 Reageer op dit bericht

Sophie Hannah, Thomas Frahm

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

 

Don’t Say I Said

Next time you speak to you-know-who
I’ve got a message for him.
Tell him that I have lost a stone
Since the last time I saw him.
Tell him that I’ve got three new books
Coming out soon, but play it
Cool, make it sound spontaneous.
Don’t say I said to say it.

He might ask if I’ve mentioned him.
Say I have once, in passing.
Memorize everything he says
And, no, it won’t be grassing
When you repeat his words to me ?
Its the only way to play it.
Tell him I’m toned and tanned and fine.
Don’t say I said to say it.

Say that serenity and grace
Have taken root inside me.
My top-note is frivolity
But beneath, dark passions guide me.
Tell him I’m radiant and replete
And add that everyday it
Seems I am harder to resist.
Don’t say I said to say it.

Tell him that all my ancient faults
Have been eradicated.
I do not carp or analyse
As I might have when we dated.
Say I’m not bossy any more
Or, better still, convey it
Subtly, but get the point across.
Don’t say I said to say it.

 

 

Rondeau Redoublé

I know the rules and hear myself agree
Not to invest beyond this one night stand.
I know your patter: in, out, like the sea.
The sharp north wind must blow away the sand.

Soon my supply will meet your last demand
And you will have no further use for me.
I will not swim against the tide, to land.
I know the rules. I hear myself agree.

I’ve kept a stash of hours, just two or three
To smuggle off your coast like contraband.
We will both manage (you more easily)
Not to invest beyond this one night stand.

To narrow-minded friends I will expand
On cheap not being the same as duty free.
I’ll say this was exactly what I planned.
I know your pattern: in, out, like the sea.

It’s not as if we were designed to be
Strolling along the beach front, hand in hand.
Things change, of natural necessity.
The sharp north wind must blow away the sand

And every storm to rage, however grand,
Will end in pain and shipwreck and debris
And each time there’s a voice I have to strand
On a bare rock, hardened against its plea;
I know the rules.

 

 

Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

 

Bij het wachten

Met welk een dorst raas je
naar je talloze ontmoetingen,
als was ik een stuk droog brood
bij de aanblik waarvan je meteen om water vraagt –

Met welk een gretigheid ga je uit eten
(als belichaamde ik de hongerdood),
terwijl de straathonden al als wolven keffen
en mijn ziel de seconden meet –

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:48 Reageer op dit bericht

Midsummer (William Cullen Bryant), Lucille Clifton

 

 

Zommerhitte door Yuriy Demiyanov, 2018

 

Midsummer

A power is on the earth and in the air,
From which the vital spirit shrinks afraid,
And shelters him in nooks of deepest shade,
From the hot steam and from the fiery glare.
Look forth upon the earth—her thousand plants
Are smitten; even the dark sun-loving maize
Faints in the field beneath the torrid blaze;
The herd beside the shaded fountain pants;
For life is driven from all the landscape brown;
The bird hath sought his tree, the snake his den,
The trout floats dead in the hot stream, and men
Drop by the sunstroke in the populous town:
As if the Day of Fire had dawned, and sent
Its deadly breath into the firmament.

 

 

William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)
De Bryant Free Library in Cummington, Massachusetts. De bibliotheek werd in 1872 gesticht door de schrijver die in Cummington geboren werd.

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Admonitions

boys
i don’t promise you nothing
but this
what you pawn
i will redeem
what you steal
i will conceal
my private silence to
your public guilt
is all i got

girls
first time a white man
opens his fly
like a good thing
we’ll just laugh
laugh real loud my
black women

children
when they ask you
why is your mama so funny
say
she is a poet
she don’t have no sense

 

 

Island Mary

after the all been done and i
one old creature carried on
another creature’s back, i wonder
could i have fought these thing?
surrounded by no son of mine save
old men calling Mother like in the tale
the astrologer tell, i wonder
could i have walk away when voices
singing in my sleep? i one old woman.
always i seem to worrying now for
another young girl asleep
in the plain evening.
what song around her ear?
what star still choosing?

 

 

john

somebody coming in blackness
like a star
and the world be a great bush
on his head
and his eyes be fire
in the city
and his mouth be true as time

he be calling the people brother
even in the prison
even in the jail

i’m just only a baptist preacher
somebody bigger than me coming
in blackness like a star

 

 

klimmen

een vrouw gaat mij voor langs het lange touw.
haar bungelende vlechten in de kleur van regen.
misschien had ik vlechten moeten hebben.
misschien had ik het lichaam moeten houden waarmee ik begon,
slank en mogelijk als het bot van een jongen.
misschien had ik minder moeten willen.
misschien had ik de kom in mij moeten negeren
die hunkerde om gevuld te worden.
misschien had ik minder moeten willen.
de vrouw passeert de kerf in het touw
gemarkeerd zestig. Ik klim ernaartoe, worstelend,
hand over hongerige hand

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Jacqueline van der Waals, Ingeborg Bachmann

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

 

‘k Vraag niet, of mij de eindeloze vreugde wacht

‘k Vraag niet, of mij de eindeloze vreugde wacht
Van een volmaakte dag,
Maar, of ik eenmaal in de stille nacht
Voor eeuwig slapen mag.
Mijn lusteloosheid
Schijnt bewusteloosheid,
Genoeg genot;
En eeuwig leven schijnt mij eeuw’ge rusteloosheid….
Leer Gij ’t mij beter, God!

 

 

Heimwee

Ik voel mij als een kindje,
Dat ’s zomers buiten logeert,
En alles heeft, wat haar hartje,
Haar kinderhart begeert.

De lieve, rijke gastvrouw
Geeft uit haar overvloed
Het kindje daaglijks bloemen
En vruchten, rijp en zoet.

Ze geeft haar kostbaar speelgoed,
Daar speelt het kindje mee,
Vertelt haar mooie sprookjes
Van reus en toverfee.

Zoo weet mijn gastvrouw, het Leven,
Die rijke, milde vrouw,
Steeds nieuwe vreugd te bedenken,
Opdat ik genieten zou.

Maar ondanks al die liefde
Verheugt zich ’t kindje niet,
Men hoort haar ’s avonds snikken
Met bitter, bang verdriet.

Vergeef haar, vriendelijk Leven,
Dat ze u niet beter dankt,
Maar hoe kan een kind genieten,
Wanneer het naar huis verlangt?

 

 

Het Geitenweitje

Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje
Bij de grote geit.
Geiteke, wat moet je
Met je fijne snoetje,
Dat zo klaaglijk schreit?

Met je bleke bekje?
Geiteke wat rek je,
Trek je aan het touw?
Snuffelende aan mijn mouwen…
Met je lief vertrouwen
In zo’n vreemde vrouw!

In mijn handen stop je
Nu je jonge kopje:
Zeg, wat moet ik doen? …
Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje,
Als een wittigheidje
In het prille groen.

 

Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
Portret door Gerdien van Delft-Rebel, z.j

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

 

Mijn vogel

Wat ook gebeurt: de verwoeste wereld
zinkt in de schemering weg,
de bossen houden een slaapdrank voor haar klaar,
en van de toren, door de wachter verlaten,
kijken rustig en gestaag de ogen van de uil naar beneden.

Wat ook gebeurt: jij kent je tijd,
mijn vogel, neemt je sluier
en vliegt door de mist naar me toe.

Wij spieden in de dampkring, die door gespuis is bewoond.
Jij volgt mijn wenk, schiet naar buiten
in een werveling van veren en vel –

Mijn ijsgrijze schoudergenoot, mijn wapen,
getooid met die pen, mijn enige wapen!
Mijn enige opsmuk: sluier en pen van jou.

Ook al brandt mijn huid
in de naaldendans onder de boom
en verleidt de heuphoge struik
mij met kruidige bladeren –
als mijn lokken kronkelen van het vuur,
golven en hunkeren naar vocht,
valt het gruis van de sterren
toch precies op mijn haar.

Als ik, in een helm van rook,
weer weet wat gebeurt,
mijn vogel, mijn nachtelijke steun,
als het vuur in mij brandt in de nacht,
knettert ’t in het donker bestand
en ik sla de vonk uit mij.

Als het vuur in mij blijft
en van mij houdt,
tot het hars uit de stammen komt,
op de wonden druppelt en warm
zich met de aarde vermengt,
(en al roof je ook ’s nachts mijn hart leeg,
mijn vogel van geloof en mijn vogel van trouw!)
doemt de wachttoren op
waar jij, tot kalmte gekomen,
in heerlijke rust neerstrijkt –
wat ook gebeurt.

 

 

Vertaald door Paul Beers

 

Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2023 en ook mijn blog van 26 juni 2020 en eveneens mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:05 Reageer op dit bericht

Jakub Małecki, Ingeborg Bachmann

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Aangrenzende kleuren (Vertaald door Karol Lesman)

“Ze zat in een oude bruine stoel naar haar rechterhand te kijken en wist zeker dat er in dit huis meer mensen moesten zijn. Die gedachte kwam soms bij haar op. Later verdween die weer, verdrongen door een andere – bijvoorbeeld dat ze moest gaan ontbijten. Het gebeurde ook weleens, en wel vaker, dat er zich in haar hoofd een alleen haar bekende vlakke en oneindige weide uitstrekte, waarop verleden noch toekomst bestonden, gebeurtenissen noch mensen, alleen zij, naamloos, zonder leeftijd, zittend in het midden. Elke dag had ze twee of drie uren waarin alles op zijn plaats stond. Gewoonlijk vanaf het midden van de dag tot aan de warme maaltijd, en soms ook nog na de warme maaltijd. Ze herinnerde zich dan alles en iedereen, ze wist hoeveel mensen er in dit huis woonden en hoeveel er vroeger hadden gewoond. Krystian, dacht ze bijvoorbeeld. Mijn zoon heet Krystian. Ze noteerde zijn naam op een stuk pakpapier, op de eerste bladzijde van een boek dat ze van de plank had gepakt, soms op de tafel, om later geen wagen te hoeven stellen. Maar als dat Later dan naderbij kwam, en daarmee haar slechtere uren, snapte ze niets van haar krabbels, dan hadden die geen betekenis voor haar. Dan wachtte ze tot er weer een betere tijd kwam, tot ze opnieuw Aniela zou zijn, en niet alleen die afgestompte, zwijgende onbeweeglijkheid. Haar man heette Iwo en zat voor het grootste deel van de dag naar hetzelfde raam te kijken als zij. Gedrongen, mollig, comfortabel aangepast aan zijn stoel, baande hij zich aan haar zijde een weg door de opeenvolgende minuten. Ze ademden. Ze schraapten hun keel. Hij zuchtte, waarbij hij eventjes van houding veranderde, terwijl zij om de zoveel tijd overeind kwam, naar de kast liep, iets rechtzette, iets een centimeter de ene of een centimeter de andere kant op schoof, waarna ze naar haar plaats terugkeerde. Een door takken doorsneden strook zonlicht gleed van rechts naar links over hun benen, als iets levends. Ze gingen naar beneden voor de maaltijden, die hun schoondochter voor hen bereidde, en Iwo sprak elke keer bij het opstaan vier woorden: “Hartstikke lekker, Regina. Bedankt”. Ze keerden terug naar boven, naar hun twee ruime vertrekken op de omgebouwde zolderverdieping, gingen in hun stoelen zitten en vingen hun onderbroken strijd aan met de tijd. Zo nu en dan schonk hij ’s avonds een glaasje cognac voor hen in en dan zwaaide zij met een brede glimlach, alsof ze nog nooit van haar leven iemand zoiets geks had zien doen. Ze gaven commentaar op de weersveranderingen en deelden hun woede als de etenstijden zonder vooraankondiging naar de ene dan wel de andere kant van een tijdspanne werden verschoven. ’s Zondags trokken ze erop uit naar de kerk. Ze liepen langzaam, bogen naar de mensen, spraken met niemand. Bij thuiskomst vertelde zij hem wie ze had gezien, wie een nieuwe jas had gekocht en wie er in de mis niet bij was geweest, volkomen alsof Iwo haar niet had vergezeld bij dit uitje, alsof hij dat alles niet zelf had gezien.”

 

Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

 

Een soort verlies

Samen gedeeld: seizoenen, boeken, muziek.
De sleutels, de theekopjes, de broodmand, lakens en een bed.
Een uitzet van woorden, gebaren – meegebracht, gebruikt, verbruikt.
De huisregels gevolgd. Gezegd. Gedaan. En steeds de hand gereikt.

Ik werd verliefd op winters, een Weens septet en zomers.
Op landkaarten, een bergdorp, een strand en een bed.
Hield data in ere, verklaarde beloften voor onverbrekelijk,
verafgoodde een Iets en was vroom voor een Niets

(de opgevouwen krant, de koude as, het blaadje met een notitie),
onbevreesd in het geloof, want dit bed was de kerk.

Uit de blik op het meer ontstond mijn onuitputtelijk schilderen.
Vanaf het balkon kon ik de volkeren, mijn buren, groeten.
Bij het haardvuur, in veiligheid, had mijn haar zijn diepste kleur.
Het bellen aan de deur was het alarm voor mijn vreugde.

Niet jou heb ik verloren,
maar de wereld.

 

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

 

Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2023 en ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:47 Reageer op dit bericht

Wilfred Smit, Yves Bonnefoy

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

 

Dies irae

Maak voor vandaag uw lievelingen
op de eerste rij niet wijzer, juf,
zie toe op de verwarring bij
het twee aan twee naar buiten gaan.

ge moogt hen vuriger dan anders
tegenkussen, maar bid dat hun
tenminste blijft bespaard u aan te zien
in de zelen van een bokkewagen,
met het schaamhaar meer dan zichtbaar
even voor ge als een bezem brandt,

want het stapelt in de hemel
kandelaar op kandelaar
en de winden, valbijlen in hun nest,
hangen nog maar met een lint bijeen.

 

 

Carthago ’s ochtends

Dolfijnen doken nog naar de zon.
de nacht die aquaducten
over beide heenspon,
haven en voorstad, laat los.
de krijtallee bij dageraad
is zo verstild en rose,
als wist ze dat verbanning staat
op ’t strooien van geruchten.
men kleppert het elkaar,
halfslapend nog, vanonder
ebbenhouten muiltjes toe:
Aeneas op een vlonder
teruggekeerd, het zwerven moe!

 

 

Vallende ster

Misschien word je een kermiskind
met lampjes inplaats van ogen,
misschien een schuitje aan het rad
ook in donker voortbewogen;
doe maar of je prins neon bent
die van z’n moeder gemogen
had, maar niet kon, van trappen viel
– de hardste blauwe en de hoge.

 

 

Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

 

De dialoog van Angst en Verlangen

I

Vaak stel ik me, boven me,
Een gezicht uit een offer-ritus voor, waarvan de stralen
Als de voren van een bewerkte akker zijn.
De lippen en de ogen glimlachen,
Het voorhoofd is dof, vermoeiend en vaag gerucht van zee.
Ik zeg ertegen: Wees mijn kracht, en zijn licht neemt in sterkte toe,
Het heerst over een oorlogsgebied in de schemering
En een hele rivier die door zijn bochten
Deze veroverde vruchtbaar gemaakte aarde geruststelt.

En ik verwonder me er dan over dat deze tijd
En deze moeite ervoor nodig waren. Want de vruchten
Heersten al aan de boom. En de zon
Verlichtte al het avondland.
Ik kijk naar de hoogvlakten waar ik kan leven,
Die hand die een andere rotsachtige hand vasthoudt,
Die ademhaling van afwezigheid die
Een onaffe herfstakker omploegt.

 

 

Vertaald door Hans Tentije

 

 

Yves Bonnefoy (24 juni 1923 – 1 juli 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2023 en ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

David Leavitt, Anna Achmatova

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: In de Maremma – een boerderij in Toscane (Met co-auteur Mark Mitchell en vertaald door Mireille Vroege)

“Het afbranden van een tweeduizend jaar oude olijfboom was niet alleen een daad van vandalisme, maar ook van moord. In een stad waar olie van levensbelang is, werd deze geweldige moederboom niet alleen als bron van bestaan beschouwd, maar ook als een kracht van het goede.
Toen Pina ons olie aanbood die van de vruchten van de olivone was gemaakt, namen we die met een bijna mystieke verwondering aan, niet omdat de olie anders smaakte dan welke andere olie van hier uit de buurt ook, maar omdat hij van de olivone kwam, die nog voor Christus geboren was.
Tegenwoordig proberen we ons te troosten met de wetenschap dat al onze eigen bomen de potentie hebben om tot een olivone uit te groeien. Momenteel hebben we er achtendertig, en dat is net genoeg voor een jaar lang olie voor twee hongerige mensen en een hond. Omdat we nu inwoners van Toscane zijn, plukken we de vruchten met de hand, op het moment dat het groen net zwarte vlekken begint te krijgen.
Daarom is Toscaanse olijfolie terecht zo beroemd; Umbriërs en Apuliërs wachten tot de vruchten van de boom vallen, en dan vergaren ze ze pas, waardoor je een veel zuurrijkere olie krijgt. Vervolgens pakken we de olijven in plastic kratten en brengen we ze naar een van de twee frantoii in Semproniano, degene die gevestigd is in een pakhuis achter de landbouwcoöperatie (consorzio agrario).
In de ruimte waar je na binnenkomst doorheen moet, staan tonnen met olijven te wachten om gewogen en geperst te worden, hele bergen, hetzij in kratten, hetzij in jutezakken waar al een beetje vocht doorheen sijpelt. Meestal staat er buiten een vrachtwagen geparkeerd, met daarin de gigantische oogst van een van de grotere aziende, duizend kilo, waarnaast onze vijf kratjes nogal mager ogen.
Toch laten we ze door de frantoiano wegen, en hij zegt op hoeveel olie we recht hebben, waarbij hij als basis voor zijn berekeningen een mysterieuze formule gebruikt die niet alleen van de hoeveelheid olijven uitgaat, maar ook van hun oliegehalte in vergelijking met andere jaren – gemiddeld ongeveer twintig procent van het gewicht van de vruchten.
We knikken dat we met zijn condities akkoord gaan. Vervolgens neemt hij onze olijven en gooit ze bij de andere op de hoop, want over het algemeen worden alleen heel grote oogsten afzonderlijk geperst; bij kleine oogsten worden de olijven van verschillende families door elkaar gegooid, hetgeen betekent dat je nooit echt kunt zeggen: ‘Dit is mijn olie’, hoewel iedereen dat natuurlijk wel doet.”

 

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Leavitt en Mark Mitchell (links)

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Gebed

Geef mij bittere jaren van ziekte,
Van steunen, slapeloosheid, koorts,
Neem mijn kind van mij af, mijn vriend,
Mijn geheime talent voor het vers –
Zo bid ik in jouw liturgie
Na zoveel gekwelde dagen,
Opdat de donderwolk boven Rusland
Opgaat in een krans van zon.

 

 

Vertaald door Kristien Warmenhoven.

 

 

Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Borstbeeld van Anna Achmatova in Taormina, Italië

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten