Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 juli 2024 tot 22 juli 2024

Arno Geiger, Michael Longley

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Onder de Drachenwand (Vertaald door Wil Hansen)

“Aan de hemel, hoog in de lucht, kon ik enkele wolken voorbij zien drijven, en toen begreep ik dat ik het had overleefd. / Later stelde ik vast dat ik dubbelzag. Alle botten deden me pijn. De volgende dag borstvliesontsteking, gelukkig goed doorstaan. Maar met mijn rechteroog zag ik nog steeds dubbel, en mijn reukvermogen was ik kwijt. Zo had de oorlog me ook ditmaal alleen maar even opzij geslingerd. Het eerste moment had ik het gevoel gehad dat ik werd opgeslokt door het gedreun en door de toch al alles opslokkende steppe en de toch al alles opslokkende rivieren, bij die ruime bocht van de Dnjepr. Onder mijn rechtersleutelbeen liep het bloed in glinsterende stroompjes naar buiten, ik keek ernaar, het hart is een krachtige pomp, en het pompte mijn bloed nu niet meer in mijn lichaam rond, maar dreef het uit mij, boem, boem. In doodsangst rende ik naar de geneeskundig officier, die mijn wond dichtdrukte en me provisorisch verbond. Ik keek toe, verbaasd over het geluk dat ik nog ademde. Een granaatsplinter had mijn rechterwang geraakt, uiterlijk was er weinig van te zien, een andere splinter zat in de rechterdij, pijnlijk, en een derde splinter had onder mijn sleutelbeen een groot bloedvat geraakt, hemd, uniformjasje en broek waren doordrenkt van het bloed. Het onbeschrijflijke gevoel dat je het hebt overleefd, met niets te vergelijken. Als kind de gedachte: als ik groot ben. Nu de gedachte: als ik het overleef. / Wat is er mooier dan in leven te blijven? Het gebeurde in precies dezelfde omgeving als waar we twee jaar geleden in dezelfde tijd hadden gezeten. Ik kon me alles goed herinneren, ik herkende de omgeving meteen weer, de wegen, alles nog steeds hetzelfde. Maar de wegen waren er sindsdien niet beter op geworden. We lagen bij een verwoest dorp, de meeste tijd onder vuur. ’s Nachts was het al zo koud dat het water in de emmer bevroor. Ook op de tenten lagen ijskorsten. / Onze terugtocht was één grote vuurstreep, vreselijk om te zien. En ontnuchterend om erover na te denken. Alle stromijten stonden in brand, alle kolchozen stonden in brand, juist de huizen bleven meestal overeind. De bevolking moest naar achteren geëvacueerd worden, maar dat kon maar gedeeltelijk worden doorgevoerd, voor een groot deel waren de mensen niet weg te krijgen, het kon hun niet schelen of ze werden doodgeschoten, maar weg wilden ze in elk geval niet. En de oorlog woedde voort, voor de een voorwaarts, voor de ander achterwaarts, maar altijd jachtig, hoogst bloederig en onbegrijpelijk.”

 

Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

Salomonszegel

In de schaduw van de zelf gezaaide hazelaars
In een achterste hoek van onze tuin,
Rechts van de bloeiende bes
Een onverwacht Salomonszegel
Die Ik je wil laten zien. Maakt het uit
Waarom zulke sierlijke klokken zo worden genoemd
(Zegels van een middeleeuws document?)
Het is mei en Salomon zegt: Sta op,
Mijn liefje, mijn schoonheid, en kom mee,
De winter is voorbij, de regen is voorbij
En weg. Bloemen verschijnen op de aarde.
Een eenzame sleutelbloem heeft
Onder onze beuk de eerste grasmaaibeurt overleefd.
De tijd van het zingen van vogels is gekomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn blog van 22 juli 2020 en eveneens mijn blog van 22 juli 2019 en ook mijn blog van 22 juli 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:50 Reageer op dit bericht

Hans van de Waarsenburg, Paul Violi

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

AVONDLICHT

(Maastricht)

Hij kijkt met het kind mee naar
Het water en de bogen van de brug.
Voor hem alleen de straten van
De stad, verweerde spiegel in de
Stroom, droom die verjaarde.
Wandelend over pleinen, door
Seizoenen. Herfst in regen gedrenkt
En droeve ogen van kerken. De oude
Stenen bieden troost in deze laatste
Der maanden, wanneer het water oever –
Loos kolkt en wind jaagt.

Over winterse trappen daal
Je naar de rivier, het kind achter
Woorden verscholen. Verborgen in
‘Herinnering aan Zee’, je gezicht en
Schemer op de kademuren. Mijn hand
Schrijft op het water: vertrek is
Wachten op een terug, altijd wordt
Het later. Een laatste blik, de stad
Glimt in de regen. Ik scheep mij in
Het avondlicht. Verdwijn in de
Stroom, herhalend de vraag,
Wanneer kom ik je weer tegen ?

 

 

Een dag van bordkarton

I

Ach de dag is bordkarton
Het néon gedoofd geraamte
En stof, waarde vriend.
Een rede tot vele levens.

Schuif je schaduw door het raam
En zie hem zitten in het café
Martinho de Arcada, koffie op
Het marmeren tafelblad.

Een slopende nacht voorbij
Kijk mee over de Taag, nu
Verbergt de ochtendnevel nog
De schepen in een droef concert.

Het plein, na de koffie, na
De aguardente: verfomfaaid
Marmer vol armoedig afval, 25 april
Tien jaar later met lege handen.

VI

Sociedade Nacional de Belas-Artes. Verse anjers
Op het revers of in de hand. Loop verdwaald
Tussen de beelden, de tekens. Wat blijft er over?
Daar loopt de man, evenbeeld, met hoed en koffertje,

Stijlvol in zijn zwarte pak. Pessoa, herrezen
Uit de muffe kelder van het verleden. Pessoa,
Het ene oog rood, het andere zwart. Pessoa
Monstert met monocle schilderij na schilderij.

Beelden en bezoekers. Performance binnen performance.
Tenslotte viert men de revolutie. Kookt het water
Voor de koffie nog steeds? Beschaafd applaus.
De revolutie zelf treedt binnen, Pessoa verdwijnt.

Oh, oh de kapiteins! Een aantal ponden dikker,
Maar herkenbaar. Glimlachen, flitsen, fluisteringen.
Ik schud de handen. Rood hoofd. Late middagzon.
Ach, de dag is bordkarton en néon gedoofd geraamte.

 

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

Ter ere van de ledigheid

Voor de tweede keer deze week
heb ik sneeuw zien vallen bij zonsopgang,
de dageraad arriveren op een briesje
(zoals ik denk dat hij altijd doet).
Ik weet niet wat, tijd of weer,
me wakker maakte, me uit een droom toverde
waar enkelen van ons rondzweefden,
grappenmakers van de zwaartekracht,
met het gezicht naar boven in het stille water
en het strandgoed van een langzaam leven.
Ik had één regel die ik had bewaard
en gaf hem prijs als was hij van mij,
een oproep tot ‘donkerdere dagen en lichtere goden!’
Toen had ik alleen mijn moment van ontwaken,
maar dat begon met datzelfde schaduwloze licht,
een gevoel van verandering, van iets dat dichtbij is
en ver weg, dat als eerste komt en als laatste,
met wind en sneeuw waait
door mijn spiegelbeeld in het raam.
En toen verloor ik het.

Dus hier ben ik, met sigaretten en koude koffie,
een onvoltooide ode aan de ledigheid,
spinnenwebben op hoge plaatsen,
een spin die langs de boekenplanken naar beneden dwarrelt,
en een commotie die in rust wordt herinnerd;
zonlicht dat er doorheen stroomt,
en nog een lichte pagina
met een eigenaardige duisternis die eroverheen stroomt
—schaduwen van hittegolven van de radiator,
of mijn gedachten die opgaan in rook.

Het glas, als het beslagen is,
doet me denken aan winkeletalages,
hoe ze omhuld zijn met zeep,
bedekt met geheimhouding
vóór een feestelijke opening
of na een smadelijke sluiting.
Hoe dan ook, niet erg interessant
behalve misschien wanneer de graffiti,
de anonieme berichten verschijnen
er overheen gekrabbeld
door een kind van de lucht,
woorden waar je doorheen kunt kijken
of een duidelijke veeg.

En in de schemering ben ik nog steeds hier,
dezelfde plaats, hetzelfde licht.
Er zit niets anders op dan mee te bewegen met het uitzicht:
sneeuw, wind over zachte ruïnes,
onvoltooide gebouwen die opdoemen
als monumenten voor een verbruikte nieuwsgierigheid.
Ik ben de langste, hier bij de Nee’s,
rustend op sullige steunsels.
Wil je een sigaret? Nee.
Heb je een lucifer? Nee.
Zie je een alternatief voor het solipsisme? Nee.
Hedonisme? Nee. Slordig stoïcisme? Nee.
Wist je dat Maryland
geen natuurlijke maar alleen door de mens gemaakte meren heeft? Nee.

De wezens van nietsdoen
zijn pure speculatie.
Ze volgen het weer,
schaduwen de wind, vullen de lege plekken in.
Sommige zijn groot, onhandig en sluw
en likken graag aan mijn horloge;
anderen, zoals gerundia,
hebben zichzelf al
in een staat van zijn gedronken.
Een ander, met tijd om handen
en het gevoel van hoe ramen
zowel binnen als buiten een plaats zijn,
staat daar en ziet hoe zijn silhouet
verandert in een reflectie
terwijl het licht verschuift
en hij vooruit beweegt of achteruit,
speelt als een god
die in en uit zichzelf stapt,
en hoort de wind als de adem van verandering
wanneer de laatste vlaag wegdwarrelt in het licht.

De laatste vlok wordt groter
terwijl hij neerdaalt en presenteert
wanneer hij landt in een uitbarsting van schittering
de plattegrond van een nieuw gebouw
waar elk nat raam, gevat in parels
een beeld is van plezier en verwachting.
De druppels rijpen, momenten in het licht,
vragen die, beantwoord door een gevoel,
wegglijden zo helder als mijn wezen,
druppel voor druppel langs het glas.
Als de wind zo hard waait
staat hij op het punt eindelijk iets zeggen.
De aarde teruggebracht tot pure magie,
wind en glas, water en licht.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten